Het Vrije Rusland De Aarde en haar Volken, 1873

Chapter 10

Chapter 103,747 wordsPublic domain

En zoo gaat het voort, van den morgen tot den avond. Gij gaat naar de bazars:--de meeste en fraaiste winkels zijn van oud-geloovigen; naar de universiteit:--de meeste beurzen zijn door oud-geloovigen gesticht; naar de hospitalen:--zij worden grootendeels door oud-geloovigen onderhouden. De oud-russische deugden--en ook de oud-russische ondeugden--gij zult ze vinden bij deze oud-geloovigen: niet bij de maar al te zeer overbeschaafde en ontzenuwde aanhangers der officiëele eeredienst.--"In Rusland, zeide mij eens een scherpzinnig opmerker, zijn er verschillende vormen van eeredienst: een ritus voor het paleis, voor het klooster, voor het kamp; een prachtige en schitterende ritus, misschien geschikt voor keizers en vorsten, maar zeker niet voor de arme visschers langs de kusten der IJszee."

De oud-geloovige is zoowel in zijne godsdienstoefening als in het dagelijksch leven, hoogst eenvoudig en een voorstander van het oude: echt conservatief, zoowel in den goeden als in den kwaden zin. Hij heeft een afkeer van alles wat nieuw is, en omdat het nieuw is: zoowel van eene synode van monniken, als van eene op vreemden grond gestichte hoofdstad. Zijne vaderen gebruikten geen suiker in hunne thee: hij dus ook niet; zij kenden geen gas: de nieuwerwetsche verlichting is ook hem een gruwel. Het is voor hem voldoende, dat het een of ander in vroeger tijd aan zijne voorvaderen onbekend was, om het nu ook onvoorwaardelijk te verwerpen. Deze oud-geloovigen zijn niet minder vijandig gezind jegens het tegenwoordig regeeringsstelsel dan jegens de officiëele kerk. De getrouwe Rus behoort voor den regeerenden monarch te bidden als voor een goed keizer en een goed christen; maar velen van deze oud-geloovigen willen voor den regeerenden monarch in het geheel niet bidden. Sommigen willen wel voor hem bidden als tsaar, maar niet als keizer; doch niemand zal voor hem bidden als voor een christen. Zij houden zijn recht op de kroon voor minstens twijfelachtig. Het woord keizer, zeggen zij, beteekent vorst der duisternis; de dubbele arend is een symbool van den boozen geest; de autocratische regeering is het rijk van den antichrist.

De oorsprong dezer groote, diepgaande scheuring in het maatschappelijk en zedelijk leven des russischen volks valt omstreeks de helft der zeventiende eeuw, in de dagen van den patriarch Nikon: een man, die misschien een niet minder beslissenden invloed op het toekomstig lot van Rusland heeft uitgeoefend, dan de groote tsaar zelf, die, naar het zeggen der oud-geloovigen, zijn natuurlijke zoon was.

In de eerste helft der zeventiende eeuw alzoo, landde een man van middelbaren leeftijd en van een streng somber uiterlijk, aan het klooster te Solowetsk, om op het graf van den heiligen Filippus te bidden en een schuilplaats bij de monniken te vragen. Naar zijn zeggen, was hij de zoon van een boerenarbeider uit een dorp nabij Nishny-Nowgorod, zelf ook landbouwer en gehuwd. In zijne jeugd had hij eenigen tijd in een klooster doorgebracht; en na tien jaren in den echtelijken staat te hebben geleefd, had hij zijne vrouw overgehaald, den sluier te nemen en de bruid des Heeren te worden. Hij had haar in het klooster van Sint-Alexis te Moskou achtergelaten, en zelf zijne schreden gericht naar het onherbergzame, ijzige noorden.

Op het eiland Anzersk, waar tegenwoordig de hoeve staat, leefden destijds eenige kluizenaars, die den vreemden pelgrim in hun midden opnamen. Daar trok hij het monnikskleed aan, en veranderde zijn wereldlijken naam in dien van Nikon; maar hij was zoo onhandelbaar van aard, dat hij weldra met zijn superieur overhoop lag, als vroeger met zijne vrouw. Eleazar, de stichter van deze kluis, wenschte zijne eenvoudige kerk van dennenstammen door eene steenen kerk te vervangen, en toog met Nikon naar Moskou om daarvoor de noodige gelden bijeen te brengen. Zij twistten met elkander onder weg; zij twistten na hunne terugkomst. Eindelijk joegen de monniken den lastigen gast weg; zij zetten hem in eene schuit, gaven hem brood en water mede, en lieten hem vrij om te gaan werwaarts hij wilde, mits hij slechts nooit terugkwam. De stroom wierp hem op een rots, in de baai van Onega; Nikon richtte daar een kruis op, en legde de gelofte af dat hij daar eene kerk zou bouwen, indien de heilige-maagd hem wilde helpen om zijne fortuin te maken.

Op het vasteland aangekomen, werd hij weldra het hoofd van een gezelschap kluizenaars, die zich aan de oevers van het meer Kodjeozersk, in de provincie Olonetz, hadden gevestigd. Daar opende zich voor hem de weg naar macht en aanzien: eene toevallige omstandigheid bracht hem in aanraking met Tsaar Alexis: en hij maakte een zoo overweldigenden indruk op dien niet zeer scherpzinnigen vorst, dat hij binnen weinige jaren alle rangen der kerkelijke hiërarchie doorliep, en achtervolgens tot archimandriet, bisschop, metropolitaan en eindelijk tot patriarch werd verheven.

Nikon, in wien een ondragelijke hoogmoed met sluwe geslepenheid gepaard ging, nam zich voor, het bestuur der kerk met vaster hand te voeren, dan zijne zwakke en onbeteekenende voorgangers hadden gedaan. Met zijne plompe gestalte, zijn grof opgezet gelaat, zijn rooden neus, zijn doffen blik, had Nikon meer weg van een frieschen boer, dan van een russischen monnik; maar toch was hij een hartstochtelijk minnaar van praal en vertooning, en zwol zijn hart van grenzenloozen trots als hij, in de kathedraal, nevens den tsaar op zijn troon zat. De half-barbaarsche glans en pracht, die de byzantijnsche geestelijkheid, zelfs onder de turksche heerschappij, bleef tentoonspreiden, bekoorde zijn oog en hart; en het werd zijn ijverigst streven, den statigen en omslachtigen byzantijnschen ritus ook in zijne kerk in te voeren, zonder te bedenken dat hij, aldus tot de dagen van het oostersche rijk teruggaande, zich de Grieken in hun smadelijkst verval ten voorbeeld nam. Zijne eerste maatregelen waren niet ondoordacht. Hij zond eenige schrijvers naar den berg Athos, die vandaar afschriften medebrachten van de echte exemplaren der oudste gewijde boeken; deze liet hij in het slavonisch vertalen, en met de liturgische boeken, die toen in gebruik waren, vergelijken. Het bleek daarbij, dat in den aangenomen tekst fouten waren ingeslopen: waarom hij zijn schrijvers opdroeg, voor hem eene nieuwe uitgave van de Schrift en van de formulieren te bewerken, waarin de betere lezingen zouden worden opgenomen. Maar verder reikt zijne verdienste ook niet. Nikon verstond geen grieksch; dit belette hem evenwel niet, toen de nieuwe bewerking, over welker verdiensten hij natuurlijk niet oordeelen kon, voltooid was, dit boek met gezag aan de kerk op te leggen. De kerk opperde bedenkingen: Nikon riep de hulp van den tsaar in. De priesters verzetten zich tegen deze inmenging van het wereldlijk gezag: Nikon leverde de weerspannige geestelijkheid over in handen van de politie. Alexis stond hem met al zijne macht bij, om zijn plan te helpen verwezenlijken. Toch stuitte men op een fellen tegenstand, niet alleen in de steden en op het platte land, maar ook in den regeeringsraad, in de kloosters, in de kerk. De boeren en de popen waren al even weinig ingenomen met de veranderingen, die hij wilde maken. De formulieren waren oud en eerwaardig; hunne taal klonk als muziek in aller oor; de woorden zelf schenen bijna goddelijk; sinds onheugelijke tijden waren deze boeken bij de heilige dienst gebruikt; twintig geslachten waren volgens deze liturgie gedoopt, gehuwd en teraardebesteld... Waarom moesten deze heilige boeken nu eensklaps worden weggeworpen, en door anderen, van vreemd maaksel bovendien, vervangen? Nikon beweerde wel dat de nieuwe beter waren: maar hoe kon hij dat weten? De patriarch was nu juist geen kritikus; velen betwistten hem zelfs den naam van een geleerd man. In plaats van nu langzamerhand, door overreding en zachte middelen, de lieden voor zijne hervormingsplannen te winnen, voerde hij al deze nieuwigheden plotseling en met geweld in. Zelfs bleef het nog niet bij zulke tekstveranderingen: hij veranderde ook den ouden vorm van het kruis; hij raakte aan de sacramenten; hij voerde eene nieuwe wijze van zegening in en wijzigde de teekenen op het gewijde brood. Op bevel van den tsaar, die de ver strekkende gevolgen van deze maatregelen niet kon overzien, werden nu deze nieuwe formulieren, deze nieuwe liturgie en geheel deze nieuwe ritus in alle kerken en kloosters van het gansche land ingevoerd. De kerk van Nikon was van nu voortaan de officiëele Staatskerk.

De meerderheid des volks en der geestelijkheid bleef evenwel aan de overgeleverde liturgie getrouw, en verzette zich standvastig tegen alle nieuwigheden. Dit was vooral het geval op het platte land, en met name in de noordelijke provinciën, waar de invloed van het hof zich maar weinig deed gelden. Ook de kloosters boden aanvankelijk tegenstand, en vooral het groote klooster in de Witte-zee. Toen de nieuwe formulieren van Nikon te Solowetsk bekend werden, waren de broederen eenstemmig in hun besluit om ze te verwerpen. De archimandriet alleen, die zich door zijn officiëel karakter gebonden achtte, koos partij voor den patriarch en den tsaar; maar de broeders zetten hun onwilligen archimandriet in eene boot, en voerden hem naar Kèm. Daarop riepen zij het kapittel te zamen, en kozen twee uit hun midden, Azaria en Gerontius, wien zij de leiding van de huishoudelijke aangelegenheden des kloosters opdroegen. Al de Kozakken in het fort voegden zich bij hen; en bijgestaan door de bewoners der nabijgelegen kust, die met hen eenstemmig dachten, volhardden de monniken van Solowetsk, gedurende meer dan tien jaren, in hun gewapend verzet tegen de officiëele kerk. Alleen het verraad bracht hen eindelijk ten onder. De orthodoxe schrijvers, die deze gebeurtenissen verhalen, verzekeren dat de belegeraars, toen zij zich eindelijk van Solowetsk meester maakten, stiptelijk de wetten van den oorlog in acht nemen. Alleen diegenen, die met de wapens in de hand gegrepen werden, werden terdoodgebracht; de anderen werden in vergelegen kloosters overgeplaatst, waar zij bleven, tot zij zich aan het wettig gezag onderworpen hadden. Maar de visschers en landlieden langs de kusten der IJszee bezitten nog oude boeken, waarin de zaak eenigszins anders wordt voorgesteld. Een oude landman haalde eens zulk een boek uit een verborgen put onder den vloer zijner keuken te voorschijn, en wees mij een passage in rooden en zwarten inkt, waar te lezen stond dat al de monniken in het weerspannige klooster tot den laatsten man om het leven werden gebracht.

De zegepraal der belegeraars was voor de natie een groot verlies. Deze overwinning verdeelde de russische kerk in twee vijandige partijen, en de treurige triomf van Nikon heeft waarschijnlijk nog niet al zijne vruchten gedragen. Sinds dien noodlottigen dag staat de eene helft van het volk in vijandschap tegenover de andere; de staatsgodsdienst is in de oogen van millioenen eene gruwelijke ketterij, en de gemeenschappelijke souverein het opperhoofd eener vervolgzieke synode van monniken. Ook in andere opzichten droeg Nikons werk zeer wrange vruchten. De russische kerk werd van hare vrijheid, en daarmede van hare levenskracht, beroofd; al zeer spoedig loste zij zich op in den staat, en verving het wereldlijk gezag de plaats der kerkelijke overheid. Nauwelijks was Nikon ten grave gedaald, of het patriarchaat werd afgeschaft; de keizer trad op als het wettig hoofd der kerk, die welhaast niets meer was dan eene staatsinstelling, een deel der regeeringsmachinerie. Het ideaal, waarnaar het absolutisme altijd heeft gestreefd, en waarnaar het in onze dagen met vernieuwden ijver streeft: de vereeniging van geestelijk en wereldlijk gezag in ééne hand, de volstrekte onderwerping der kerk aan den staat, onder welke schoonschijnende, huichelachtige leuzen ook aanvankelijk vermomd;--dit ideaal werd in Rusland bijna bereikt. Met welk gevolg, weet ieder, die de russische maatschappij van nabij heeft gadegeslagen; en wij zouden wel wenschen, dat zij die zich in oprechtheid vrienden der vrijheid wanen, en, de beteekenis van den strijd onzer dagen niet doorziende, partij kiezen voor den staat tegen de kerk, een weinig meer acht gaven op de les, die hier zoo duidelijk voor ieder spreekt.

De orthodoxe kerk is sedert eene staatskerk, in den slechtsten zin des woords, geworden: zij heerscht over de gewetens, breidt hare grenzen uit en verdrukt de dissidenten, bij dit alles geholpen en gesteund door den wereldlijken arm. Heerschzuchtig en onverdraagzaam, verbiedt zij de lezing van den bijbel, het zelfstandig onderzoek, de vrijheid der gedachte, zonder zelf eenig teeken van leven of ontwikkeling te geven. De oud-geloovigen op hun beurt ondervinden evenzeer de nadeelige gevolgen der afscheiding: niet enkel door de vervolgingen, waaraan hunne "onbekeerlijkheid" hen steeds blootstelt, maar nog meer door de afzondering, waarin zij noodwendig geplaatst zijn. Door dit isolement toch werden zij er van zelf toe gebracht, hunne goede eigenschappen te overdrijven, en een buitensporig gewicht te hechten aan oude gebruiken en oude formulieren. Zij leven in eene eigenaardige verouderde wereld, vreemd aan de begrippen, de denkbeelden en behoeften van den nieuweren tijd, dien zij niet begrijpen, en daarom ook niet waardeeren of liefhebben. Volgens hunne strenge eenzijdige begrippen, begon de heerschappij van den antichrist met Nikon: sedert dien tijd draagt alles wat in het land geschiedt den stempel van onwaarheid en ontrouw.

Evenals de jood en de muzelman, zoo is ook de oud-geloovige, althans een van de strenge richting, dadelijk op het eerste gezicht kenbaar. Ik stond eens met een mijner russische bekenden op de binnenplaats van een posthuis, waar eenige pelgrims bezig waren met eten en drinken. "Zie dien man daar" zeide mijn vriend, "dat is een oud-geloovige."

"Waaraan ziet ge dat?"

"Zie maar, hoe hij met verachtelijk schouderophalen de aardappelen uit zijn schotel wegwerpt. Dat is een teeken. Ook gebruikt hij geen suiker bij zijn thee; een tweede teeken. Hoogstwaarschijnlijk zal hij ook niet rooken."

"Zijn dat dan alle kenmerken van een oud-geloovige?"

"Ja; althans in deze noordelijke streken. Te Moskou, Nishny en Kazan is men minder nauwgezet--vooral wat het drinken en rooken betreft; de kozakken van den Don zijn op die punten nog ruimer van geweten."

"Zijn die kozakken ook oud-geloovigen?"

"Bijna allen; maar onder de regeering van Nicolaas werden geen pogingen gespaard om hen te bekeeren; en aangezien deze kozakken aan de krijgswet onderworpen zijn, stonden hun officieren allerlei middelen ten dienste om hen te dwingen zich aan den wil des keizers te onderwerpen. De hetmans schikten zich naar het geloof van den tsaar; van de minderen lieten er velen zich overhalen om eene officiëele mis bij te wonen. Maar de meerderheid bleef onverzettelijk, en menige fiksche jonkman uit het land aan den Don is naar den Kaukasus uitgeweken, liever dan zijn voorvaderlijk geloof te verloochenen. Ook bij de kozakken moet ge u niet, door den schijn laten bedriegen: want ondanks de ijverige pogingen van popen en politiedienaren, is de grootste helft der kozakken aan hunne oude liturgie getrouw gebleven; en de vrees van hen, door te sterke pressie, tot verzet te prikkelen, heeft in den laatsten tijd de regeering bewogen, meer verdraagzaamheid in acht te nemen."

XIV.

DE WEGEN.--IN HET WOUD.--RUSSISCHE DORPEN.

Hij, die gewoon is op reis niet meer dan het volstrekt noodige mede te nemen, zal op zijne tochten door Rusland dikwijls in verlegenheid geraken, vooral als zijn weg hem door de wouden of de steppen voert. De toebereidselen voor een reis zijn hier een zaak van groot gewicht en van veel overleg. De reiziger heeft te zorgen voor allerlei dingen, waaraan hij in andere landen niet behoeft te denken: kaarsen en kussens, messen en vorken en honderd andere zaken. Twee artikelen bovenal kan hij niet ontberen--een bed en een samovar (trekpot).

Mijn weg van de IJszee tot de zuidelijke hellingen van den Oeral, en van de straat van Jenikale tot de golf van Riga, loopt over land en meer, over heuvel en heide, door het woud en de steppen. Ik moet mij daarbij afwisselend bedienen van alle middelen van vervoer, die in het land in gebruik zijn: droshkis, wagens, schuiten, tarantassen, stoombooten, sleden en spoorwegen. Van Solowetsk voer ik naar Archangel met de boot, die de benoodigdheden voor het klooster haalt. Vader Johannes was zelf aan boord; het was fraai weder; de overtocht werd in den bepaalden tijd volbracht. Van Archangel naar Wietegra, een afstand van achthonderd wersten, heb ik vijf á zes dagen en nachten met postpaarden te rijden door een onmetelijk woud van beuken en dennen. Hier beginnen mijne tribulatiën. Eerst, gehaspel met de politie over mijn podorodjna, een soort van pas, door de politie afgegeven, en waarbij den reiziger het recht wordt toegekend om, tegen een bepaalden prijs, aan de posthuizen paarden te vorderen. Men begrijpt niet, waarom ik niet, als iedereen, met een boot de Dwina opvaar, in plaats van door een land te trekken, waar haast geen wegen zijn. Mijn antwoord, dat ik het dorp Kholmogory, de geboorteplaats van den dichter Lomonosoff, wil bezoeken, bevredigt de politie maar half. Wat is daaraan te zien? Eindelijk echter geeft zij toe: de pordorodjna wordt geteekend. Nu komt de tweede vraag--die van het voertuig: een wagen, een kar of een slede? Er zijn geen diligences: niets dan een karretje, juist groot genoeg om een brievenzak en een knaap te bergen, en dat tweemaal in de week naar de hoofdstad vertrekt. Niemand anders dan de postillon kan daarvan gebruik maken; de vreemdeling moet dus zelf voor een vervoermiddel zorgen: en zijne keus is beperkt tot een kar, eene tarantasse of een slede, welke laatste natuurlijk alleen in den winter bruikbaar is. Ik kies de tarantasse.

Een tarantasse is een beter soort kar, voorzien van een slijkbord, een kap en een trede. Zij heeft geen veeren; want veeren zijn onderhevig aan breken: en wanneer dit ongeval u overkwam in een streek, waar ge mijlen en mijlen in den omtrek geen enkele menschelijke woning vindt, zou de ramp onherstelbaar wezen. De eenvoudige bak rust op balken, ruwe pijnstammen, van de takken en bladeren beroofd, met de bijl gehouwen, en bevestigd aan de assen van twee paar wielen, die negen of tien voet van elkander verwijderd zijn. Een lederen huif en kap beschermen eenigszins tegen den regen: niet veel echter, want de snijdende windvlagen en geweldige stortbuien dringen overal door. Het aartsvaderlijke voertuig is licht en luchtig; noch voor de vervaardiging, noch voor de herstelling wordt bijzondere kunstvaardigheid vereischt. Het kan wel gebeuren, dat, bij het voortdurend hossen en stooten, een der balken breekt; geen nood: gij houdt even aan den boschrand stil; de voerman hakt een denneboom om, stroopt er de takken en bladeren af--en ziedaar, de zaak is weêr in orde! Binnen een half uur is de schade hersteld.

Ik wenschte de tarantasse tot Petersburg, of althans tot Wietegra, te huren: maar de eigenaar was daartoe niet te bewegen. Ik moest dan het rijtuig koopen: maar dit ging niet, want wat zou ik, eenmaal ter plaatse mijner bestemming gekomen, met de tarantasse uitvoeren? De engelsche consul redde mij uit de verlegenheid: hij gaf mij zijn bediende Dimitri mede, die het rijtuig weder terug zou brengen. De eigenaar nam daarmede genoegen.

De tarantasse staat voor de deur: een ledige bak, waarin onze bagage geborgen wordt; eerst de grootere stukken, hoedendoos, geweerkist, koffer; dan bossen hooi, om de ledig gebleven ruimten en openingen op te vullen, gevlochten koorden van stroo, om den boel bijeen te houden, over dit alles ons bed, onze mantels en pelzen. In de hoeken en openingen vinden vervolgens een houthakkersbijl, een kabeltouw, een kluwen garen, een zak met spijkers, een pot met vet, een korf met brood en wijn, een stuk gebraden vleesch, een trekpot en een sigarenkoker, eene meer of minder geschikte plaats.

Wij vertrekken met de eerste schemering, ten einde bij het aanbreken van den dag aan het veer over de Dwina te zijn; onder de hoeven onzer paarden spat het slijk naar alle kanten, en kraakt het houten plaveisel der straten van Archangel.--"Vaarwel! Pas op de wolven en op de roovers! Vaarwel! goede reis!" klinkt het uit een dozijn monden:--en de vriendelijke, half bevrozen stad ligt achter ons.

Den ganschen nacht rijden wij, onder een donkeren hemel, nu en dan flauwelijk door een enkele ster verlicht, langs een doodschen akelig-eentonigen weg: dennen ter rechterzijde, dennen ter linkerzijde, dennen voor ons, dennen overal. Wij hotsen door een dorp, en wekken eenige rondzwervende honden uit hun slaap; wij komen aan het veer, en steken de rivier over op een vlot; wij rijden over steenen en door zand; wij waden door poelen en moerassen; nachten, dagen achtereen; altijd door onze weg vervolgende te midden der sombere bosschen, waar nu de verdorde bladeren bij hopen den grond bedekken, en ronddwarrelen bij iederen windvlaag, die huilende door het woud vaart. De eene dag van dezen tocht is volkomen gelijk aan den anderen. Zoo ver wij zien kunnen, strekt zich een open baan, ongeveer dertig ellen breed, voor ons uit. De dennen en beuken gelijken allen op elkander; de dorpen zijn nog meer aan elkaar gelijk dan de boomen. De eenige verandering is in de gesteldheid van den weg: afwisselend zand of moeras, gras of boomstammen. Op een afstand van duizend wersten, zijn er honderd met boomstammen geplaveid; tweehonderd wersten zijn zand; driehonderd gras; vierhonderd slijk en moeras. Wij spotten met de Russen, die spoorwegen aanleggen in streken, waar geen straatweg en zelfs geen gewoon pad te vinden is. Ten onrechte: een ijzeren baan is juist de meest natuurlijke weg in deze wouden, waar steenen uiterst zeldzaam zijn.

Is het rijden door het zand al erg genoeg, dit is niets bij hetgeen u te wachten staat, als ge aan de boomstammen komt. Op zekeren nacht kon ik het niet langer uithouden; ik troostte mij met de gedachte, dat onze bagage slecht was ingepakt, en dat eene andere schikking ons meer gemak zou bezorgen. Mijn koffer vooral eischt dringend eene andere plaats. Daar hij mij bij dag voor bank, en de nachts voor bed dient, speelt hij een voorname rol in onze kleine komedie; maar geene verschikking van de andere voorwerpen, geen opvullen met hooi of stroo, geen overdekken met mantels en pelzen, kan dien oproerigen koffer tot rust brengen. Hij glijdt en schudt en woelt onder mij, en springt op bij elken schok. Wij beproeven hem vast te binden met koorden en touwen en riemen: niets helpt--hij blijft even onrustig. Wat mijn rug en mijn lenden daarbij te lijden hadden, zal ik maar niet pogen te schetsen!

Goddank!--wij zijn eindelijk te Kholmogory! Op een hoogte langs de rivier gebouwd, vroolijk en vriendelijk met zijn gouden kruis, zijn grasrijke paden, zijn witte en rooskleurige huizen, zijn booten aan den oever, zijn zandige vlakten in het verschiet, ligt daar het fraaie dorp, ruim en luchtig. Hier ziet ge een kerk, ginds een klooster, schitterend van kleuren en verguldsels; de huizen zien er netter en welvarender uit, dan doorgaans in zulke vlekken het geval is. Zooals, het daar voor u oprijst, met dien donkeren gordel van dennen- en beukenwouden, is Kholmogory inderdaad waardig de geboorteplaats te zijn van een volksdichter als Lomonosoff.