Het verhaal van de honingbij

Chapter 20

Chapter 201,049 wordsPublic domain

Uit dit alles volgt dat de veel verbreide meening, alsof het bijenvergift uit niets dan mierenzuur bestaat, niet geheel juist kan zijn. Voortgezet onderzoek brengt aan het licht dat dit naar alle waarschijnlijkheid niet de eenige prikkel is in het geval van een mierenbijt, en dat het zeker niet voorkomt in brandnetels, gelijk tot heden is aangenomen. Men heeft toch berekend dat een haar van den netel niet meer dan 0.00006 miligram van dat zuur kan bevatten, en dat is een geheel te versmaden kleine hoeveelheid, terwijl ook het andere bewijsmateriaal tegen zijn aanwezigheid daarin zeer sterk is.

Een droppel bijenvergift weegt tusschen 2 en 3 tienden miligrammen; het is glashelder en heeft een bitteren smaak en een eigenaardigen aromatischen geur. Om het chemisch te kunnen onderzoeken heeft men het vergift van 12000 tot 25000 bijen moeten bijeenbrengen. Zelfs met deze hoeveelheid is men nog niet erg ver kunnen komen. Ook een anderen weg, meer biologisch, heeft men gevolgd, door het vergift in te brengen bij musschen, nadat men het eerst voldoende verhit had om achtereenvolgens de verschillende elementen, die het vergift samenstellen, te vernietigen. De uitkomsten van deze twee methoden van onderzoek, hoewel ze niet volkomen overeenkomen, laten evenwel vrijwel toe, een gemiddelde slotsom te trekken.

En deze is, dat het bijenvergift drieledig is, en dat de "zuur"-klier twee der drie stoffen afscheidt. Die zurigheid is te wijten aan mierenzuur, dat allereerst de plaatselijke prikkeling van de wond schijnt te veroorzaken. Het doel van zijn aanwezigheid schijnt te zijn, het voortbrengsel van de "alkalische" klier opgelost te houden, nadat het reeds in het lichtelijk alkalisch bloed is overgegaan. De andere afscheiding van deze "zuur"-klier is een verdoovend middel, met eenige overeenkomst van wat we in slangengif vinden. Zij behoort tot de "toxalbumens," met even boosaardige eigenschappen als hun bloedverwant, het ei-albumen, er zegenrijke heeft.

De alkalische afscheiding, een basis of alkaloid, is een der vele dierlijke producten, overeenkomend met de sterk vergiftige plantaardige, die in de geneeskunst zulk een rol spelen. Het is van een bitter "beginsel" en is op zich zelf in staat stuiptrekkingen bij het slachtoffer te verwekken.

Deze onderzoekingen laten, van wetenschappelijk standpunt, de onder ijmkers wijdverspreide meening onbeslist, dat bijensteken een geneesmiddel zouden zijn tegen rheumatiek. De ervaring schijnt dit inzicht te bevestigen, ofschoon niet absoluut. Als het juist bleek zou het geen op zichzelf staand verschijnsel zijn; want het is bekend dat steken van de kwallen spit genezen.

Ten slotte een woord over het onvatbaar-maken. Na langen tijd wordt een persoon tegen bijensteken gehard, zij hebben weinig effect meer op hem. Blijkbaar berust dit op den prikkel die het menschelijk systeem ondergaat tot het voortbrengen van een tegengift om het ingespoten vergift te bestrijden. Hierin ligt niets nieuws. Het is een van de grondslagen van elke serum-behandeling tegen bacterien, en van de inenting van personen, die nog onaangetast bleven; en werd allereerst door Pasteur op een breeden wetenschappelijken grondslag gevest. Doch wat wel opmerkelijk is, is dat men bijenvergift kan aanwenden als tegengift tegen dat van slangen; door een voorafgaande inspuiting van het eerste verzwakt men zeer sterk de werking van het laatste. Bijenvergift werkt eenigermate als dat van slangen, en dat het nu dit laatste kan tegengaan wijst op een nog nauwer onderling verband. Aldus blijken de gift-voortbrengsels van bijen, bacteria, slangen, en de nog minder bekende vergiften van scorpioenen en spinnen, onderling verbonden in een van die geheimzinnige verknoopingen, daar de natuur zich bijzonder in schijnt te verlustigen. Wezenlijk is het echter geen "verknooping"; de wetten en voortbrengselen der natuur zijn volstrekt niet verward; het is onze beperkte kennis die ze ons voor verward doet aanzien. De wezenlijke paradox is dat de natuur tegelijkertijd buitengewoon samengesteld èn dood-eenvoudig is; al de duizenden feiten en ervaringen die we verzameld hebben en die een doorvlechting lijken van eindelooze bijzonderheden, brengen tegelijk meer en meer duidelijk aan het licht naar welk een allereenvoudigst stelsel de natuur is opgebouwd. Uit dat velerlei der bijzonderheden volgen ten slotte de algemeene wetten, die de afgescheiden verschijnselen onderling verbonden toonen. Aldus ook in dit geval. Als het voortgezet onderzoek de bij, met haar wonderlijke geheimenissen, in verband zal hebben gebracht met andere, even duistere en moeilijke vraagstukken, zullen in het mozaiek van het heelal nieuwe steentjes hun plaats gevonden hebben, en het stelsel der natuur zal ons nòg meer verduidelijkt zijn.

INHOUD

Blz. Voorwoord der Redactie V

Inleiding: Het oudste bedrijf onder de Zon IX

I De Honingbij en de oude Schrijvers 5 II Het Honing-eiland 19 III IJmkers in de Middeleeuwen 27 IV Voor de Stadspoorten 46 V De Republiek binnen de korven 65 VI Het eerste werk in de Bijenstad 82 VII Het Ontstaan der Koningin 92 VIII De Bruid-Weduwe 117 IX De Werkbij, Souvereine 125 X Een Anatomische romance 146 XI Het mysterie van den Zwerm 172 XII De Raatbouw 198 XIII Waar "het Bieken honing puurt" 223 XIV De Dar en zijn Geschiedenis 238 XV Na het Banket 253 XVI Het Moderne Bijenpark 261 XVII Bijenhouden en Eenvoudig leven 272

Aanhangsel: De Bij en haar Wapenen, door Percy E. Spielmann 283

ILLUSTRATIES

Blz. De Ratenbouwers, met keten van wasproduceerende bijen 4 Omgekeerde korf van stroo, die de natuurlijke ligging der raten toont 47 Ouderwetsche bijenwoning in Sussex 59 Raat uit Moderne Korf, met Koningin 71 Winter in den Bijentuin 85 Darren- en Werkbijenbroed 93 De Koningin in broed-tijd 105 Broedcel voor Koningin 111 De Honingbij vergroot 129 Raat met Broedcellen 139 Bijen-Kinderkamer 165 Een bijenzwerm in Mei 173 Een Reuzen-zwerm 179 Het opvangen van een zwerm 185 De zwerm in den korf 191 Honingraat onder verlichting 207 Raat, naar boven toe opgebouwd 217 De Voorraadschuur 233 Koningin buiten het broedseizoen 251 IJmkerij zonder verstand 267 Een IJmkerij in het bosch 277

AANTEEKENINGEN

[1] Matriarchaat: Zie hierover Eisler's Sociologie (W.B.), pag. 171, 173, 202.

[2] Ik geef hier inplaats van de Engelsche vertaling van Vergilius, die door den schrijver wordt aangehaald, de hollandsche van Vondel.

(De Vert.)

[3] Over het Landleven.

[4] Downs: heuvelen.

[5] Bekende figuur uit Dickens roman Het verlaten Huis.

[6] Zie over het vergif in den angel van de werkbij het aanhangsel in ons boekje: "de Bij en haar Wapenen", van dr. P. E. Spielmann.

End of Project Gutenberg's Het verhaal van de honingbij, by Tickner Edwardes