Het Vatikaan De Aarde en haar Volken, 1873

Part 9

Chapter 9 326 words Public domain Markdown

Doch wij mogen ons in deze overwegingen niet verdiepen, hoe uitlokkend het onderwerp ook zij. Wij gaan het vatikaan verlaten, dat wij--te vluchtig en te oppervlakkig--hebben doorwandeld. Wat dit vatikaan is--het valt moeielijk dit in weinige woorden uit te drukken: het is eene wereld op zich zelf. Hier, binnen deze gewijde muren, kunt ge u laven aan de zuiverste bronnen van menschelijke wetenschap en litteratuur, op gewijd en ongewijd gebied; hier kunt ge de kunst, zoo der oude als der nieuwe wereld, bestudeeren in hare hoogste volkomenheid, in hare rijkste verscheidenheid; hier herleeft voor u, in sprekende, levende beelden, de geschiedenis der gansche beschaafde wereld, sedert meer dan drieduizend jaren. En deze woorden, hoe fabelachtig ze mogen klinken, zijn toch niets dan de sobere waarheid: het oude Egypte reikt hier immers, over Griekenland en Rome heen, de hand aan de Renaissance!....

En nu zwijg ik nog van de herinneringen aan dit geheel eenig paleis verbonden, waarvan de oorsprong opklimt tot de regeering van paus Symmachus (498 tot 514), waar Karel de Groote heeft vertoefd, en waaraan schier alle pausen, tot Pius IX toe, hebben gebouwd. Dit vatikaan is in zekeren zin Rome in het klein; evenals de stad zelve, een inbegrip van de geschiedenis der europeesche menschheid, de kweekplaats van de moderne beschaving, de metropolis der christelijke wereld. Voorwaar, indien de rang en het karakter eener stad worden bepaald, niet zoozeer door hare geographische ligging, maar veelmeer door haar verleden, door hare traditiën, door hare geestelijke beteekenis:--wat dunkt u, heeft dan de katholieke kerk geen recht, om Rome hare hoofdstad te noemen? Geen wonder, dat zij dit recht blijft handhaven tegenover een staatkundige macht, die haar tracht te te overweldigen.

Doch wij willen de kalme, verhevene, heilige stemming, waarin het bezoek van het vatikaan ons heeft gebracht, niet verstoren door politieke afwijkingen.--Nemen wij veel meer de herinnering aan dit heiligdom der kunst, der godsdienst, der geschiedenis, als een stillen zegen, mede in ons gemoed.