Het Vatikaan De Aarde en haar Volken, 1873

Part 8

Chapter 8 3,525 words Public domain Markdown

En nu, daar beneden herhaalt zich hetzelfde tooneel. Gelijk daarboven om de Godheid zelf, de verheerlijkte getuigen der waarheid, zoo zijn hier op aarde, rondom het heilig sacrament, als het zichtbaar teeken van Gods tegenwoordigheid, de leeraars en priesters geschaard der strijdende kerk, de helden des woords en der gedachte; de kunstenaars en wijzen, de eenvoudigen uit het volk. Nevens het altaar staan, op de eerste plaats, vier kerkvaders: Sint-Hieronymus en Sint-Gregorius de Groote; aan de eene; Sint-Ambrosius en Sint-Augustinus aan de andere zijde, verzonken in de aanbidding van het heilig sacrament of in de overpeinzing van het goddelijk mysterie. Achter en nevens dezen scharen zich de groote leeraars der kerk en der school: Sint-Bernard, Petrus Lombardus, Duns Scotes, Thomas van Aquino, Sint-Bonaventura, Innocentius III. Onder de dichters en denkers komt de eerste plaats toe aan Dante, den koninklijken zanger, den grootsten dichter der christenheid; verder ziet ge hier Savonarola, fra Angelico, en voorts eene gansche schaar van geleerden, geestelijken, jongelingen, mannen, half in de schemerende verte verloren, maar toch allen met eene bepaalde bedoeling daar geplaatst. Want, zoo ge de verschillende figuren en groepen meer van nabij beziet, zult ge bespeuren dat zij elk, door houding, plaatsing of bezigheid, eene bijzondere schakeering der ééne algemeene gedachte moeten voorstellen: een rijkdom van fantazie en vindingskracht, die welhaast ons begrip te boven gaat.

Ziedaar eene zeer flauwe schets van deze wondervolle schilderij, naar het oordeel van bevoegde rechters het voortreffelijkste wat Raphaël ooit heeft voortgebracht, en zeer zeker ten volle waardig naast de meest verheven scheppingen van Michel-Angelo te worden gesteld. Welk een éénig oogenblik in de geschiedenis der kunst, toen deze beide geniën in dit vatikaan te zamen arbeidden: de eene aan het gewelf der Sixtijnsche kapel, de ander aan de Stanza del la Segnatura!

De andere schilderijen dezer zaal zullen wellicht, gemakkelijker begrepen worden. Toch vormen zij met het zooeven beschrevene eene onverbrekelijke eenheid, waarin niet een enkele schakel kan worden gemist. Met elkander illustreeren zij het leven der menschelijke ziel, in hare vier hoogste uitingen: de godsdienst, de wijsbegeerte, de poëzie en het recht.

Tegenover de godsdienst--de _Disputa_--prijkt de apotheose der wijsbegeerte--de _School van Athene_: het humanisme der klassieke wereld tegenover het geloof der christelijke; hier het zoeken naar de waarheid, daar de aanbidding en toeëigening der gegeven waarheid. In een prachtigen tempel zijn, in heldere, fijndoordachte groepeeringen, de hoofdrichtingen der helleensche philosophie, in hare voornaamste typen, afgebeeld: op den voorgrond de korypheëen der natuurwetenschap, op den achtergrond, op eene verhevenheid, de uitnemendste vertegenwoordigers van de hoogere wetenschap des geestes. In het midden, onder den koepel, staan de twee groote leiders der grieksche wijsbegeerte, Plato en Aristoteles: de eerste met de rechterhand ten hemel wijzende, waar de eeuwige idee troont, waarvan deze zichtbare, voorbijgaande wereld slechts eene onvolkomen afschaduwing is; de ander, naar de aarde wijzende, als den vasten bodem der werkelijkheid. Om hen heen groepeeren zich de verschillende scholen: ja, het gansche geestelijke en intellectuëele leven der oude wereld is hier, in zinrijke en bevallige groepen, met onnavolgbare waarheid voorgesteld. De beschikbare ruimte verbiedt ons, al deze groepen te analyseeren en de namen der voorgestelde personen, waarvan sommigen bovendien twijfelachtig zijn, te noemen; ge zoudt er ook weinig aan hebben, zoo ge het stuk zelf niet voor u hadt. Een enkel woord tot toelichting van de heerlijk schoone groep der mathematici, waarvan eene afbeelding hiernevens gaat. De meester, die, voorover gebukt, mathematische figuren teekent, is Archimedes--het portret is dat van Bramante--omgeven door eenige leerlingen, die deels de bewijsvoering begrijpen, deels zich inspannen om de beteekenis daarvan te vatten. De schrijvende, tegen de pilaar geleunde figuur op het tweede plan is een eclectius; nevens hem, met eene spottende uitdrukking op het koude gelaat, staat Pyrrho, de scepticus; de half afgewende figuur, in den philosophenmantel gedrapeerd, is Archesilaos, de stichter der nieuwe akademie, met hare waarschijnlijkheid-theorie.--Eene menigte studiën, nog voorhanden, bewijzen, hoe ernstig Raphaël zijne taak opvatte, en hoeveel moeite hij zich gaf, om zijn arbeid tot de hoogst mogelijke volkomenheid te brengen. De _School van Athene_ behoort dan ook zeker tot zijne uitnemendste scheppingen, merkwaardig vooral door de geestvolle, waarlijk geniale wijze, waarop hij de stof behandelde, en de verschillende richtingen in het geestelijk leven der oude wereld in sprekende typen en beteekenisvolle groepen wist aan te duiden, zonder schade te doen aan de heerlijke eenheid der geheele voorstelling.

Ziehier, in eene dubbele schilderij, door een venster gescheiden, de bedeeling van het wereldlijk en het geestelijk recht: _keizer Justinianus aan Trebonianus de digesten overreikende_, en _paus Gregorius IX de decretalen aan een konsistoriaal-advokaat ter hand stellende_. Paus Gregorius is gekopieerd naar Julius II; de beide kardinalen achter zijn zetel zijn Johannes de Medici, later Leo X, en Alexander Farnése, die als Paulus III den heiligen stoel beklom. Boven het venster, eene symbolische voorstelling van de drie hoofddeugden, die den grondslag des rechts behooren te vormen: de _Waarheid_, met twee aangezichten, naar het verleden en de toekomst gekeerd; een genius houdt haar den spiegel, een ander den fakkel voor;--de _Kracht_, met een eikentak in de hand (zinspeling op den geslachtsnaam van paus Julius II, della Rovere) en op een leeuw gezeten; en de _Matigheid_, met een teugel in de hand. Hooger, aan de zoldering, het beeld der _Gerechtigheid_, met de diadeem gekroond, het zwaard in de rechter-, de weegschaal in de linkerhand.

En wat te zeggen van die verheerlijking der poëzie, den _Parnassus_, waar alle groote dichters der oudheid en van het Italië der middeleeuwen en der renaissance vereenigd zijn om Apollo en de Muzen! Aan de herleving der oude letteren gewijd, ademt deze prachtige, door heerlijke lichtverdeeling uitmuntende schilderij geheel de geestdrift van de eerste jaren der onvergelijkelijke zestiende eeuw. Onder de Muzen, die in twee bevallige groepen Apollo omgeven, heeft Raphaël ook aan Sapho eene plaats gegund, en wel onder de gedaante van Imperia, eene vrouw, die destijds te Rome ongeveer dezelfde rol speelde als Aspasia ten tijde van Pericles te Athene: eene echte grieksche _hetaire_ in dezen half-klassieken tijd. Aan de voeten van Apollo zit eene andere beroemde vrouw uit die dagen, en eene wier naam geen smet draagt: de schoone Vittoria Colonna, echtgenoote van den Markies van Pescaro, en later de vriendin, de troosteresse, de zeggende engel van Michel-Angelo in zijn ouderdom. De betrekking tusschen deze beide groote en goede menschen, den heros op het gebied der kunst Michel-Angelo en de vorstelijke edelvrouwe Vittoria Colonna, is op zich zelf eene der treffendste episoden uit dezen zeldzaam rijken, schoonen tijd.--Homerus en Pindarus, Virgilius en Dante, Alcaeus, Horatius, Ovidius, Propertius, Ennius, Plantus, Terentius, Boccacio, Petrarca, Sannazzaro, die liederen dichtte ter eere der Madonna, omringen op den heiligen berg de groep der Zanggodinnen. Sommigen hebben met verwondering de afwezigheid opgemerkt van een der grootste dichters van Italië, die bovendien een persoonlijk vriend van Raphaël was, van Ariosto, die op den _Parnassus_ ontbreekt; maar deze zaal werd in de jaren 1508 tot 1511 beschilderd, en de _Orlando Furioso_, die den roem van Ariosto vestigde, verscheen eerst in 1519; de dichter had voor dien tijd slechts enkele dramatische gedichten van twijfelachtige waarde in het licht gegeven. De afwezigheid van Ariosto is dus geene vergissing, maar veeleer een bewijs voor de onpartijdigheid van Raphaël.

Mij rest nog een enkel woord te zeggen van de bekende en beroemde symbolische figuren aan de zoldering, die boven de vier genoemde schilderijen zijn aangebracht, en de Theologie, de Philosophie, de Poëzie en het Recht voorstellen. Deze laatste beschreef ik reeds. De _Theologie_ vindt haar plaats boven de _Disputa_; zij is voorgesteld op de wolken troonende, met een lauwerkrans om de slapen (Dante's Beatrice); in de linkerhand houdt zij een boek; met de rechterhand wijst zij op het groote tafereel aan den wand onder haar. Twee engeltjes nevens haar houden twee tafels, waarop de woorden: "Kennis der goddelijke dingen."--Onder dat beeld, eene heerlijke schilderij van den _Zondeval_, in opvatting en wijze van behandeling aan Michel-Angelo herinnerende.--De _Philosophie_, boven de _School van Athene_, is eene peinzende vrouwenfiguur, op een marmeren zetel met het beeld der Diana van Ephesus versierd; zij houdt het boek der natuur- en der zedeleer (ethica) in de hand, het opschrift op de tafels der engelbeeldjes luidt: "Kennis der oorzaken".--Daaronder de beschouwing van den sterrenhemel.--Heerlijk schoon is vooral het beeld der _Poëzie_, eene gevleugelde vrouwengestalte met een lauwerkrans om hot hoofd, een gouden lier in de eene, een boek in de andere hand; zij zit op een marmeren zetel, met tragische maskers versierd en door wolken gedragen; de gansche heerlijke figuur schijnt ten hemel te zweven. De beide engelen nevens haar dragen de schilden met het opschrift: "Ademtocht der Godheid" (_Numine affiatus_).--Daaronder de mythe van den wedstrijd van Apollo met Marsyas.

Ik heb gepoogd u een denkbeeld te geven van dit heiligdom der kunst, waar de schoonste scheppingen van Raphaël worden bewaard: scheppingen, die vooral niet minder getuigen van zijn rijken, veelzijdigen geest, zijne uitgebreide wetenschap en zijn dichterlijken blik, dan van zijne in sommige opzichten ongeëvenaarde bekwaamheden als schilder. Maar wat geen woorden naar eisch kunnen wedergeven, dat is de indruk, dien deze geheele zaal op u maakt, met haar volheerlijke decoratie, zoo schitterend rijk van kleur en toch in het minst niet verward, niet vermoeiend, maar volkomen harmonisch. Nergens eenige overlading: ge ziet slechts wat ge zoekt, en dat volkomen en in al zijn deelen; maar als ge nauwkeuriger toeziet, ontdekt ge een wereld van nieuwe schoonheden, die, in hare soort niet minder voortreffelijk, zich evenwel niet opdringen en uwe aandacht afleiden, maar bescheiden wachten tot ze opgemerkt worden. De decoratieve schilderkunst heeft wellicht nooit volmaakter werken gewrocht dan in Raphaëls Loges en Stanzen. De meester toont zich hier ook in al zijne grootheid als kolorist.

In de andere zalen behoeven wij ons niet zoo lang op te houden; zij zijn later vervaardigd, en Raphaël heeft zich hier, veelmeer dan in de _Stanza della Segnatura_, door zijne leerlingen laten bijstaan.--Aan de kamer _della Segnatura_ grenst die van _Heliodorus_, aldus genoemd naar eene der vier fresko's. De schilderijen in deze zaal moeten in beelden de waarheid teekenen, dat God ten allen tijde zijne kerk nabij en haar beschermer is; daarmede verbindt zich evenwel een ander denkbeeld, door de politieke toestanden dier dagen aan de hand gedaan: namelijk de handhaving der italiaansche nationaliteit tegenover de vreemdelingen, hier de Franschen: de doorgaande politiek der pausen, met name van Julius II en Leo X--De stof voor de groote fresko van Heliodorus leverde het boek der Makkabeën. Daarin wordt verhaald hoe Heliodorus, de schatmeester van koning Seleucus, door dezen naar Jeruzalem werd gezonden om den tempelschat weg te voeren. De hoogepriester Onias weigerde den schat over te geven, zeggende dat die het eigendom was der weduwen en weezen; Heliodorus drong nu met geweld in den tempel door om den schat te rooven, maar werd in zijn boos opzet gestuit door de verschijning van engelen, die hem en de zijnen verdreven. De zinspeling op de verdrijving der Franschen uit Italië wordt nog duidelijker gemaakt door een opzettelijk anachronisme: de verschijning van paus Julius II in vol ornaat, gedragen op de _Sedia gestatoria_, door vier dragers, die allen personen uit Raphaëls omgeving verbeelden.

Dezelfde dubbele beteekenis heeft een tweede fresko: de _Ontmoeting van Attila met paus Leo den Groote_. De geweldige Hunnenkoning, ten jare 452 in Italië gevallen, is tot Rome genaderd, dat hem geen weerstand bieden kan. Paus Leo I, met recht de Groote bijgenaamd, trekt, met een klein gevolg van geestelijken, Attila te gemoet, en bedreigt hem met de wraak des hemels, indien hij de heilige stad, die onder de bijzondere bescherming der apostelen Petrus en Paulus staat, durft aanranden; hij wijst hem op het voorbeeld van Alarik, die de plundering van Rome maar korten tijd overleefde. En Attila, hetzij dan getroffen door het waardige voorkomen en de ernstige taal van den opperpriester, hetzij om eenige andere reden, trekt zich terug en laat Rome ongemoeid.--Op de fresko ziet ge Attila, op een zwart paard gezeten, te midden zijner legerbenden; de paus, op een witten muilezel, trekt hem te gemoet, vergezeld door twee kardinalen en verder gevolg. Boven den paus zweven, in stralenden lichtglans, de gestalten der apostelen Petrus en Paulus, voor welke Attila verschrikt terugdeinst.--De schilderij is tevens eene verheerlijking van de verdrijving der Franschen, na hunne nederlaag bij Novara in 1513: paus Leo de Groote is het portret van Leo X, die in datzelfde jaar aan de regeering was gekomen.

Merkwaardig is vooral de derde fresko: _de Bevrijding van Petrus uit den kerker_, naar het verhaal der handelingen. Een venster verdeelt de schilderij in drie groepen, waarvan de kunstenaar met grooten takt gebruik heeft gemaakt voor de voorstelling van drie verschillende episoden. Boven het venster, wordt de slapende apostel door den engel gewekt; ter rechterzijde leidt de engel hem door de slapende wachters heen; ter linkerzijde ziet ge het ontwaken der verbaasde soldaten, wier gevangene ontkomen is. Met tot dusver ongeëvenaard talent zijn hier de meest verschillende lichteffecten aangebracht: het blauwachtige schijnsel der maan, de rosse gloed der fakkels, en de stralende krans van wit licht, die den engel omgeeft en zich weerspiegelt in de harnassen der soldaten. Toch zijn deze zoo verschillende tonen niet met elkander in strijd, maar vereenigd in de schoonste harmonie. Dit meesterstuk symboliseert te gelijkertijd de ontvluchting van Leo X, toen hij, destijds pauselijk legaat, na den slag van Ravenna, in handen der Franschen gevallen, als monnik vermomd, ontsnapte.

De vierde groote fresko in deze zaal is de zoogenaamde _Mis van Bolsena_. De overlevering verhaalt, dat ten jare 1263, onder de regeering van Urbanus IV, een duitsch piester, die aan de waarheid van het leerstuk der transsubstantiatie twijfelde, eensklaps, terwijl hij in de kerk van Santa-Cristina te Bolsena de mis bediende, bloed uit de hostie zag vloeien, ten bewijze van de werkelijke tegenwoordigheid des Heeren. Ook deze schilderij is door een venster in drie deelen gesplitst. Boven, ziet men den priester met het altaar en den paus (portret van Julius II), die knielende bij de consecratie tegenwoordig is; ter wederzijde van het venster, aan den eenen kant het gevolg van den paus, aan den anderen, de gemeente. Niet alleen door de dramatische levendigheid en de aangrijpende waarheid der voorstelling, maar vooral door het prachtige en schitterende koloriet, behoort deze fresko tot Raphaëls beste werken.

Aan de zaal, naar Heliodorus genoemd, grenst die van _Constantijn_, de eerste, die de bezoeker uit de Loges komende, binnentreedt. De fresko's van dit vertrek zijn geen van allen van de hand van Raphaël; hoogstens heeft hij voor enkele beelden en groepen de kartons geleverd. De beschildering dezer zaal, in 1519, alzoo een jaar vóór Raphaëls dood, aangevangen, werd eerst in 1526 door zijne leerlingen voltooid; ook uit het oogpunt der kunst is deze _Stanza_ gewis de minste van de vier. De vier fresko's, waarvan geene uitvoerige beschrijving noodig is, stellen voor: het _Visioen van Constantijn_--het bekende verhaal van de verschijning van het kruis in de wolken, met het omschrift: _In hoc signo vinces_, in dit teeken zult gij overwinnen,--welke verschijning den keizer bewoog tot het christendom over te gaan;--voorts de _Slag van Constantijn tegen Maxentius_, bij de Milvische brug (Ponte Molle), zeker het beste stuk van allen in deze zaal, grootendeels naar een karton van Raphaël door Giulio Romano geschilderd;--de _Schenking van Rome aan den paus_, volgens de bekende overlevering dat Constantijn, bij het overbrengen van den rijkszetel naar byzantium, de heerschappij over Rome aan paus Sylvester zou hebben overgedragen;--en eindelijk de _Doop van Constantijn_, door paus Sylvester: eene symbolische voorstelling, daar paus Sylvester den keizer niet heeft gedoopt.

En nu, nogmaals de Stanzen _dell' Eliodoro_ en _della Segnatura_ doorgaande, komen wij in de laatste zaal, naar de overbekende schilderij van den _Brand in den Borgo_, de _Stanza dell' Incendio_ genoemd. De fresko's in deze zaal werden in de jaren 1514 tot 1517 vervaardigd; alleen _de Brand_ is geheel van de hand van Raphaël; de drie anderen zijn, zoo niet geheel, dan toch stellig voor verreweg het grootste gedeelte, door zijne leerlingen geschilderd; allen hebben veel geleden en zijn sterk en dikwerf zeer onhandig bijgeschilderd en gerestaureerd.--Men verhaalt dat in het jaar 847 een geweldige brand, die in den Borgo (voorstad) was uitgebarsten en zelfs de Pieterskerk bedreigde, door paus Leo IV, met het teeken des kruises, werd gestuit en gebluscht. Dit verhaal leverde de stoffe voor deze beroemde schilderij; met juisten takt heeft Raphaël echter den biddenden paus op den achtergrond, in eene sedert weggebroken _loggia_, geplaatst--het wonder-zelf was toch niet af te beelden;--en al zijn kracht en talent gewijd aan het levendig dramatisch tooneel op den voorgrond, waar de brand nog in al zijne felheid woedt, en de verschillende groepen van vluchtelingen en anderen, die ter hulp toesnellen, hem de rijkste gelegenheid boden tot ontvouwing van zijn uitnemend talent als teekenaar en kolorist.

Wat heeft Raphaël bewogen, juist deze stof te kiezen? Zeker niet het feit van den brand zelf: er ware dan hoegenaamd geen verband tusschen deze fresko en de drie anderen in dezelfde zaal; en toch zien wij overal, in elk vertrek, ééne zelfde gedachte de keuze der verschillende onderwerpen bepalen. Ook in de _Stanza dell' Incendio_ ontbreekt deze eenheid niet; de gedachte, die hier moest verzinnelijkt worden, is eene zuiver politieke, meer nog dan in de _Stanza dell' Eliodoro_, doch in omgekeerden zin. Gold het daar, de verdrijving der Franschen uit Italië te vieren, thans moest het verbond van den pauselijken stoel met den franschen koning worden verheerlijkt;--het was na de samenkomst te Bologna! De overgang is sterk genoeg. Is in de Heliodorus-zaal de voor den paus wijkende Attila eigenlijk Frans I, hier ontmoeten wij hem weder, maar in gansch ander karakter. Zie hier de _Kroning van Karel den Groote_, door paus Leo III. Karel de Groote is het sprekend gelijkend portret van Frans I; evenals Leo III, dat van Leo X; de schepter des keizers is met de fransche lelie gekroond; de page, die de kroon van Lombardye draagt, is Ippolito de Medici, neef van den paus, wellicht een vriendelijke wenk aan het adres van koning Frans!--Dezelfde soort van vleierij heeft de hand bestuurd van den vervaardiger van de fresko, de _Rechtvaardiging van Leo III voor Karel den Groote_, waar wederom de portretten der beide hoofdpersonen aan de tijdgenooten van Raphaël herinneren.--De vierde fresko eindelijk stelt de _Overwinning op de Sarracenen bij Ostia_ onder Leo IV voor; eene zinnebeeldige oproering ten kruistocht tegen de ongeloovigen. Naar men zegt, zou deze schilderij haar ontstaan te danken hebben aan een zonderlinge gebeurtenis. Na den dood van zijn broeder Julius, in 1515, had Leo X zich te Citta-Lavinia, nabij Ostia teruggetrokken; en zoo groot was destijds de onveiligheid der italiaansche kusten, dat het weinig had gescheeld, of de paus was op klaarlichten dag door de barbarijsche zeeschuimers opgelicht!

Deze schilderijen hebben dus alle betrekking op de zegepraal der kerk, vooral ook door de hulp en ondersteuning van haar genegen vorsten. Vandaar dat in deze zelfde zaal de beeltenissen voorkomen van zes beschermheeren der kerk; Constantijn de Groote, Karel de Groote, Godfried van Bouillon, Astolph, Ferdinand de Katholieke en keizer Lotharius. Nu--de _Brand_ past in hetzelfde kader, al moge de zinspeling wat ver gezocht zijn. Na den vrede met Frankrijk in 1515, vleide Leo X zich, den reeds zoo lang woedenden oorlog voor goed bedwongen, en den vrede van Europa voor langen tijd verzekerd te hebben. Hij had, door zijne persoonlijke tusschenkomst, dit wonder gewrocht, evenals zijn voorganger Leo IV eenmaal op wonderdadige wijze den brand had gestuit, die het heiligdom der kerk bedreigde....

De politiek is geen gezonde atmosfeer, met name niet voor de kunst. Waar de groote meester zijn genie moest dienstbaar maken aan de toelichting en verheerlijking van politieke gedachten en bedoelingen, daar was hij zich zelf niet meer. Vandaar ook, dat deze Stanzen, hoeveel voortreffelijks zij overigens mogen bevatten, hoezeer Raphaëls talent voor het dramatische, voor het volle, bewogen, historische leven, zich hier menigmaal in al zijne kracht toont, toch op verre na de vergelijking niet kunnen doorstaan met die heerlijke _Stanza della Segnatura_, waar de dichter, de bezielde kunstenaar, wiens geest de verhevenste gedachten, de hoogste idealen der menschheid had omvat, zich in al zijne weergalooze majesteit, in al de diepte en den rijkdom van zijn machtig en liefelijk genie toonde. Naar deze _Stanza_ keert ge telkens terug, en bij elk nieuw bezoek klimt uwe bewondering, uw eerbied, uwe liefde voor den meester, den waardigen mededinger van Michel-Angelo, in liefelijkheid en harmonisch evenwicht winnende wat hij, bij dezen vergeleken, miste in kracht en oorspronkelijkheid.

In het werk, in het genie dezer beide mannen vat zich de geheele gedachte, het gansche streven der ware renaissance samen: de esthetische wereldbeschouwing der oudheid, doordrongen en geheiligd door de ethisch-religieuse der christelijke kerk. Beiden hebben zij, ieder op zijne eigenaardige wijze, naar de verwezenlijking van dit heerlijk ideaal gestreefd, en bijna hun doel bereikt. Ach, waarom mocht deze volschoone bloem, wier gelijke de wereld wellicht nooit aanschouwde, maar zoo kort bloeien? Was dit ideaal, toch met zoo aangrijpenden, zoo tragischen ernst, door zulke mannen en vele anderen, in kracht en genie hun nabij komende, geloofd en nagejaagd, niets dan een ijdel droombeeld? En had de puriteinsch-ascetische reactie recht, die straks, ook te Rome, al zulk streven veroordeelde, en den edelen zanger der _Gerusalemme liberata_, een der laatste zonen van de echte renaissance, het harte brak? En had ook de latere kunst recht, toen zij zich gaandeweg al meer losmaakte van de ideale wereld der gedachte, van de godsdienstige traditie, om, nu niet langer priesteresse, neder te zitten op de markt des alledaagschen levens, en aan hetgeen daar rondom haar voorviel, hare stoffe te ontleenen?