Het Stoomhuis: De Waanzinnige der Nerbudda (2/2)

Part 19

Chapter 191,725 wordsPublic domain

Zoodra de oorlogsverklaring bekend was, verzamelde de generaal Jan Orbideck zijne troepen, twee duizend drie honderd drie en negentig zielen, want de vrouwen, de kinderen en de grijsaards hadden zich bij de strijdbare mannen gevoegd. Alle scherpe of kneuzende voorwerpen waren wapenen geworden. Al de geweren uit de stad waren opgevorderd. Men was er vijf meester geworden waarvan twee zonder hanen en zij werden aan de voorhoede uitgedeeld. De artillerie bestond uit de oude veldslang van het kasteel, genomen in 1339 bij den aanval op Quesnoy, een der eerste vuurmonden, in de geschiedenis vermeld, en die sedert vijf eeuwen geen schot gelost had. Gelukkig evenwel voor hen die het stuk zouden bedienen, waren er geen projectielen om het te laden, maar, zooals het daar was, kon dit oorlogstuig den vijand nog genoeg vrees aanjagen. Wat de blanke wapenen aangaat, deze waren geput uit het museum van oudheden, steenen strijdbijlen, knodsen, werpspiesen, pertizanen, enz. en mede uit de bijzondere arsenalen, algemeen bekend onder den naam van keukens. Doch de moed, het gevoel van recht, de haat jegens den vreemdeling, de wraakzucht moesten in de plaats treden van tot meerdere volkomenheid gebracht oorlogstuig en--men hoopte het althans--de mitrailleuses en de achterlaadkanonnen van den tegenwoordigen tijd vervangen.

Bij de revue die gehouden werd, ontbrak geen enkele burger aan het appel. Generaal Orbideck, niet zeer vast op zijn paard, dat niet te vertrouwen was, viel driemaal voor het front van het leger er af, maar hij stond weder op zonder zich bezeerd te hebben, hetgeen als een gunstig voorteeken beschouwd werd. De burgemeester, de wethouder, de commissaris van politie, de vrederechter, de ontvanger, de bankier, de rektor, kortom al de notabelen der stad marcheerden aan het hoofd. Er werd geen traan gestort, noch door de moeders, noch door de zusters, noch door de dochters. Zij zetten hunne mannen, hunne vaders, hunne broeders tot den strijd aan en volgden hen zelfs in de achterhoede, onder kommando van de moedige Mevr. Van Tricasse.

De trompet van den omroeper Jan Mistrol klonk; het leger stelde zich in beweging, verliet het plein onder het uiten van woeste kreten en richtte zich naar de poort van Oudenaarde.

Op het oogenblik dat het hoofd der colonne buiten de muren der stad zou treden, vloog hem een man tegemoet.

»Houdt op! houdt op! gij dwazen!" riep hij. »Houdt de wapens op! Laat me de kraan sluiten! Gij dorscht nu naar bloed! Ge zijt goede, vredelievende burgers! Dat ge zoo vol vuur zijt, is alleen de schuld van mijn meester, dokter Ox! 't Is een proefneming! Onder voorwendsel u een verlichting met oxy-hydrogeengas te geven, heeft hij...."

De assistent was buiten zich zelven, maar hij kon niet uitspreken. Op het oogenblik dat het geheim van den dokter hem zou ontsnappen, stortte zich dokter Ox zelf, in onbeschrijfelijke woede, op den ongelukkigen Ygeen en sloot hem den mond met vuistslagen.

Dat gaf een gevecht. De burgemeester, de wethouder, de notabelen, die op het gezicht van Ygeen waren blijven staan, op hunne beurt door hunne verbittering medegesleept, wierpen zich op de twee vreemdelingen, zonder een van beiden te willen hooren. Dokter Ox en zijn assistent, getrokken, geslagen, mishandeld, zouden op bevel Van Tricasse zoo naar de gevangenis gesleept worden, toen....

XV.

Waarin de ontknooping losbarst.

.... toen een vreeselijke ontploffing weerklonk. De geheele atmosfeer om Quiquendone scheen in vuur en vlam te staan. Een buitengewoon heldere, schitterende vlam steeg als een luchtverschijnsel tot in de wolken. Als het nacht geweest was, zou deze vuurgloed tien mijlen ver in het rond gezien zijn.

De gansche Quiquendonsche armee werd ter aarde geworpen... Gelukkig was er geen enkel slachtoffer gevallen, eenige krabben en bulten en anders niet. Alleen de pluim van den steek des banketbakkers, die bij toeval nu niet van zijn paard was gevallen, was geschroeid, maar overigens was hij er goed van afgekomen.

Wat was er gebeurd?

Heel eenvoudig was, zooals men spoedig hoorde, de gasfabriek in de lucht gesprongen. Waarschijnlijk was er in de afwezigheid van den dokter en zijn assistent, de een of andere onvoorzichtigheid begaan. Men weet niet hoe, noch waarom het reservoir met oxygenium met dat hetwelk het hydrogenium bevatte, in gemeenschap gekomen is, maar dat is zeker dat uit de vereeniging dezer beide gassen een ontploffend mengsel ontstaan is, dat bij vergissing met vuur in aanraking is gekomen.

Dit gaf een heele omkeering;--doch toen het leger weder op de been kwam, waren dokter Ox en zijn assistent Ygeen verdwenen.

XVI.

Waarin de schrandere lezer wel ziet, dat hij goed geraden had, niettegenstaande al de voorzorgen van den schrijver.

Na de ontploffing was Quiquendone onmiddellijk weder de vreedzame, flegmatische en Vlaamsche stad van vroeger geworden.

Na de ontploffing, die trouwens geen bijzonder diepe ontroering teweegbracht, sloeg iedereen, zonder te weten waarom, werktuiglijk den weg naar huis weder in, de burgemeester gearmd met den wethouder, de advocaat Schut met den geneesheer Custos, Frans Niklausse met zijn medeminnaar Simon Collaert, allen even bedaard en rustig, onbewust zelfs van 't geen er was voorgevallen, en Virgamen en de wraak reeds vergeten hebbende. De generaal was tot zijn confituren en zijn aide-de-camp tot zijn suikergoed teruggekeerd.

Alles was dus weder tot kalmte gekomen, alles had het gewone leven hervat, menschen en dieren, dieren en planten, zelfs de toren van de Oudenaardsche poort, die de ontploffing,--die ontploffingen zijn dikwijls zulke verwonderlijke zaken,--die de ontploffing weder had opgericht!

En van dien tijd af aan, nooit één woord luider dan het andere, nooit een woordenwisseling in de stad Quiquendone. Geen politiek, geen club, geen proces, geen politieagenten meer! De betrekking van den commissaris Passauf was even als vroeger een sinecure, en dat men hem zijn honorarium niet onttrok, had hij alleen daaraan te danken, dat de burgemeester en de wethouder niet konden besluiten een beslissing ten zijnen opzichte te nemen. Overigens bleef hij, maar zonder er iets van te weten, van tijd tot tijd het onderwerp van de droomen der oude tante.

Wat den medeminnaar van Frans betreft, hij zag edelmoedig van de bekoorlijke Suze af ten behoeve van haren beminde, die zich, vijf of zes jaren na deze gebeurtenissen, haastte haar te huwen.

En wat Mevr. Van Tricasse aangaat, zij stierf tien jaren later juist op den gewenschten termijn en de burgemeester trouwde nu met Mejuffrouw Pélagie Van Tricasse, zijne nicht.

XVII.

Waarin de theorie van dokter Ox verklaard wordt.

Wat had die geheimzinnige dokter Ox dan toch gedaan? Niets meer of minder dan een fantastische proef.

Na zijn gasbuizen gelegd te hebben, had hij de openbare gebouwen, daarna de bijzondere huizen en eindelijk de straten van Quiquendone met zuiver oxygenium verzadigd, doch zonder ze ooit met een atoom hydrogenium te voorzien.

Dit gas, overigens zonder smaak of reuk, in zulk een groote hoeveelheid in den dampkring verspreid, brengt ingeademd, de ernstigste stoornissen in het organisme teweeg. Door in een met oxygenium verzadigde ruimte te leven, wordt men opgewekt, overspannen, men brandt!

Nauwelijks in den gewonen dampkring teruggekomen, wordt men weder wat men vroeger was, zooals in het geval van den wethouder en den burgemeester, toen zij boven in den klokketoren gekomen, zich wederom in de gewone dampkringslucht bevonden, daar het oxygenium door zijn meerdere zwaarte in de onderste lagen bleef hangen.

Maar door in zulk een toestand te leven, door dit gas in te ademen, dat het lichaam zoowel als de ziel physiologisch verandert, sterft men spoedig, evenals de dwazen, die te sterk leven!

Het was dus gelukkig voor de Quiquendoners, dat een door de Voorzienigheid bewerkte ontploffing een eind aan deze gevaarlijke proefneming gemaakt had, door de fabriek van dokter Ox te vernietigen.

Maar zouden nu, om te besluiten, deugd, moed, talent, verstand, verbeeldingskracht, al die hoedanigheden of vermogens, afhangen van een meerdere of mindere hoeveelheid oxygenium in de atmosfeer?

Dat is de theorie van dokter Ox, maar men heeft het recht haar niet aan te nemen en wat ons betreft, we verwerpen haar in alle opzichten, niettegenstaande de fantastische proefneming, waarvan de achtbare stad Quiquendone het tooneel was.

INHOUD.

Bladz.

I. De kraal 1 II. Een koningin van Tarryani 14 III. Nachtelijke aanval 35 IV. Het afscheid van Matthias van Guitt 51 V. De overtocht van de Betwa 64 VI. Hod tegen Banks 83 VII. Honderd tegen een 94 VIII. Het Puturiameer 108 IX. Van aangezicht tot aangezicht 124 X. Voor den mond van een kanon 138 XI. IJzeren reus 150 XII. De vijftigste tijger van kapitein Hod 160

DOKTER OX.

I. Waarom men het stadje Quiquendone nergens behoeft op te zoeken, zelfs niet op de beste kaarten 167 II. Waarin de burgemeester Van Tricasse en de wethouder Niklausse over de belangen der stad spreken 170 III. Waarin de commissaris Passauf op even luidruchtige als onverwachte manier komt binnenvallen 174 IV. Waarin blijkt, dat dokter Ox een bekwaam natuurkundige is en stoute proeven neemt 179 V. Waarin de burgemeester en de wethouder een bezoek brengen aan dokter Ox en hetgeen daaruit voortvloeit 184 VI. Waarin Frans Niklausse en Suze Van Tricasse plannetjes voor de toekomst maken 190 VII. Waarin de »andantes" »allegro's" worden en de »allegro's" in »vivaces" overgaan 194 VIII. Waarin de oude, deftige wals een stormwind gelijk wordt 202 IX. Waarin dokter Ox en zijn assistent Ygeen elkander slechts enkele woorden zeggen 208 X. Waarin men zien zal, dat de epidemie de geheele stad aantast en welke uitwerking zij teweegbrengt 208 XI. Waarin de bewoners van Quiquendone een heldhaftig besluit nemen 212 XII. Waarin de assistent Ygeen een verstandigen raad geeft, die driftig door Dr. Ox wordt van de hand gewezen 219 XIII. Waaruit opnieuw blijkt, dat men van een verheven plaats alle menschelijke nietigheden beheerscht 219 XIV. Waarin de gebeurtenissen te Quiquendone zulk een vaart nemen, dat de inwoners, de lezers en zelfs de schrijver een onmiddellijke ontknooping vorderen 227 XV. Waarin de ontknooping losbarst 230 XVI. Waarin de schrandere lezer wel ziet, dat hij goed geraden had, niettegenstaande al de voorzorgen van den schrijver 230 XVII. Waarin de theorie van dokter Ox verklaard wordt 231

AANTEEKENINGEN

[1] In 1877 zijn 1677 menschelijke wezens door den beet van slangen omgekomen. Uit de door het gouvernement betaalde premieën voor de uitroeiing dezer kruipende dieren blijkt, dat er in datzelfde jaar 127,295 gedood zijn.

[2] Als het kleine met het groote mag vergeleken worden.

[3] Eenhoevigen.

[4] Catachresis is een redekunstige figuur waarbij men een woord gebruikt in den tegengestelden zin van zijn eigenlijke beteekenis.