Het Settlement Malakka En Het Sultanaat Perak De Aarde En Haar
Chapter 2
Naast die aldus op goed geluk geëxploiteerde mijnen vindt men dan groote ondernemingen van rijke maatschappijen, die over alle hulpmiddelen beschikken, welke de moderne uitvindingen ter beschikking hebben gesteld van de ingenieurs, om den arbeid te verlichten en de opbrengst te vergrooten. Een der rijkste mijnen en die de grootste dividenden uitkeert, is die van Tronoh, toebehoorende aan een engelsch-chineesche maatschappij met een kapitaal van vier millioen francs. De aandeelen, die werden uitgegeven tegen 25 francs, staan nu op 52 francs 50.
De Pusing Lamamijn, die twee jaren geleden geopend werd op een oude verlaten onderneming, heeft een kapitaal van drie millioen francs; de aandeelen, uitgegeven tegen 25 francs, staan nu op 66 francs 50. Evenals Tronoh gebruikt deze mijn een talrijk europeesch personeel, en men is er op de alluviale terreinen bezig, terwijl het gesteente in vier groote smeltovens wordt bewerkt.
Van Batoe Grayah ging ik naar Ipoh, de groote industriestad van Perak. Tusschen die plaatsen is er geen duimbreed gronds, die niet is omgewoeld; het dal en de heuvels zijn als door mollen opgegraven. De verschillende mijnen zijn natuurlijk niet alle even winstgevend. Meer dan een, die slecht werd geëxploiteerd of in een minder rijk gebied was aangelegd, heeft haar eigenaars geruïneerd. Bijgeloof of gehechtheid aan oude chineesche gebruiken geeft soms aanleiding tot mislukking. Als de kwartslaag, die productief was, de "karank", in dikte afneemt en als de mijnwerker plotseling stuit op een laag versteend zand, kan niets hen doen besluiten, om dieper te graven. Nu gebeurt het dikwijls, dat zulk een zandlaag niet meer dan drie of vier voet dik is, en dat daaronder de tinhoudende lagen nog rijker zijn dan aan den bovenkant.
Een andere oorzaak van mislukking voor den mijnwerker, die niet voldoende kapitaal bezit, zijn de leeningen, die hij moet aangaan bij de indische woekeraars, die in de engelsche bezittingen al even goed geduld worden als in Cochin China, terwijl hun de toegang tot de hollandsche koloniën wijselijk is ontzegd. De fabelachtige interesten, die ze eischen, leggen jaren aaneen op vijf tienden van de opbrengst van een onderneming beslag, ook al heeft men rijken grond, en met groote moeite gelukt het een leener in de gunstigste omstandigheden om zijn schuld af te doen. De kleinste moeilijkheid in het werk kan den ondernemer failliet doen gaan. Hoeveel ongelukkigen hebben niet al hun inspanning nutteloos zien blijven door hypotheekschulden. Wat zou het lot geweest zijn van de thans bloeiende mijnen van Kinta, Tronoh, Gropeng, als de energie der ondernemers de moeilijkheden niet had weten te voorkomen door de vorming van machtige maatschappijen.
De ontwouding van deze streken maakt, dat het brandhout schaarsch en duur is. Een groot aantal kleine eigenaars van mijnen, die in het begin van hun loopbaan met geleend geld zich een locomobiel hadden aangeschaft en een stoompomp, hebben moeten terugkeeren tot de primitieve manier van tinwinning, omdat ze geen brandstof hadden en dus hun dure machines ongebruikt moesten laten. Men ziet vaak aan den kant der wegen de oude roestige geraamten van machines. Er is in deze mijnstreken dringende behoefte aan kapitalen, die niet zulk een buitensporige rente eischen; ze zouden er een zekere plaatsing vinden, want de tinprijzen zijn in Europa sterk gestegen. In Mei 1906 gold het metaal 5350 francs per ton. De oorzaak van dien hoogen prijs is gelegen in een vermeerdering van het gebruik en een vermindering in de opbrengst. In 1897 was de totaalopbrengst der wereld 33.752 ton, en tegenwoordig bedraagt ze niet meer dan 11.000 ton, daar de vermeerderde opbrengst der mijnen van Perak en de andere maleische staten in lang niet opweegt tegen het deficit der nederlandsche mijnen van Banka.
Te Lahat bezit de fransche Kinta maatschappij een bloeiende onderneming. Een leerling van de mijnschool van Alais, die als ingenieur daar werkt, deed diepe boringen in een verlaten mijn en stiet op een rijke ader, die loodrecht in den grond drong. In de twee jaren, dat men er aan het ontginnen is, heeft die laag reeds het fortuin gemaakt der gelukkige aandeelhouders. Al het werk geschiedt er door electriciteit; liet gas, dat de machines in beweging brengt wordt op de plaats zelve gemaakt en machtige motoren drijven de pompen en al de verdere installaties. Het voor den dag gebrachte mineraal wordt ook ter plaatse gesmolten en gezuiverd. Het is werkelijk een modelmijninstallatie, niet alleen in Perak, maar voor het geheele schiereiland.
Diezelfde tinmaatschappij van het Maleische Schiereiland, die te Parijs haar zetel heeft, bezit in Perak nog andere mijnen, misschien niet zoo rijk als de genoemde, maar toch zeer winstgevend. Zij heeft een groot aantal jonge lieden in haar dienst, vooral uit de verschillende scholen der werkmeesters voor de mijnen in Alais, Douai en andere plaatsen.
Ipoh is de volkrijkste en de door den handel meest bloeiende stad in Perak. Zij beteekent reeds veel en doet denken aan de steden van het Far West en van Australië door de massa gebouwen, die in eenige maanden uit den grond zijn verrezen ten gevolge van het vinden van rijke lagen; maar met dit verschil, dat hier de meeste mijnwerkers Chineezen zijn, wat de plaats niet juist interessanter maakt. Maar het is de zetel van drukke zaken en machtige maatschappijen. Een agentschap van de tinsmelterijen uit Singapore koopt er het mineraal tegen een goeden prijs, behandelt het nog eens, als het onvoldoende gewasschen is, en zendt het dan naar Singapore of Poeloe Pinang. Het is de grootste onderneming op industrieel gebied uit die streken. Enkele europeesche handelaars hebben zich te Ipoh gevestigd; maar de rijkste kooplieden en grootste mijneigenaars zijn ongetwijfeld Chineezen.
Goping is ook zoo'n middelpunt van belangrijke ontginningen. Zoo ook de Tembunmijn, eigendom van een rijken Chinees, die veel geest van initiatief heeft. Zijn mijn heeft in één enkel jaar bijna vier millioen francs opgebracht.
Een oude fransche kolonist, een veteraan uit den oorlog van 1870, bezit dichtbij Goping een terrein van nauwelijks twee hectaren. Maar die mijn, een der kleinste uit de buurt, staat op den tweeden rang in zake de opbrengst.
Er zijn daar twee alleenstaande heuvels, verbonden door een rug, en daarbij nog vele gedeeltelijk onontgonnen terreinen. De reuzengrotten bevatten een onuitputtelijken voorraad van lateriet en tinhoudend kwarts. De mijn wordt ontgonnen door een bijgang als tunnel, die door de beide heuvels loopt.
De groote mijn van Pusing Lama, die wij al noemden, behandelt het tinhoudend gesteente met groote rijen van stampers, en het mineraal wordt daarna langs bewegende planken weggevoerd. Enkele gedeelten van het terrein worden onderwoeld door krachtige waterstroomen, waar niets weerstand aan kan bieden en die het mineraal meesleuren, uitrollen, losmaken en het voeren in groote bakken van meer dan 30 meter lang.
De mijn Brusch is een onmetelijke open ruimte, waar tot nu toe al honderden millioenen dollars in gestoken zijn, en waar de pogingen tot exploitatie tot hiertoe steeds schipbreuk hadden geleden. Eindelijk is een maatschappij, die met een kapitaal van anderhalf millioen francs was opgericht, erin geslaagd haar aandeelen uitgegeven tegen 25 francs, thans te zien stijgen tot 50 francs, dank zij het gebruik van het hydraulisch systeem, dat het mogelijk maakt, te werken met een beperkt aantal arbeiders en veel besparing van tijd. Maar de omgeving van zoo'n exploitatie wordt verwoest en de streek wordt leelijk in de buurt van een tin-installatie. Krachtige waterwerken doorzoeken de ingewanden der aarde, nemen het mineraal mee en leiden het in de waschbakken; die op bepaalde afstanden door afscheidingen van metalen traliewerk worden verdeeld, waardoor de deeltjes kostbaar metaal worden teruggehouden. Die worden daarna met de hand gewasschen, dan gezift in enorme bekkens, waar de hitte het afscheidt van de zwavelhoudende pyrieten, die eronder gemengd zijn. Als het dan bekoeld is, gaat het naar den smelter.
Dichtbij Ipoh en Tembun, in oude verlaten mijnen, heeft men ontdekt lagen van wolfram, dat is zeer hard ijzererts en cassiteriet of minderwaardig tin, die de mijnwerkers wegwerpen in reeds verlaten mijnen, om alleen het echte tinerts te verzamelen. En toch zou men voordeel kunnen trekken van de exploitatie van die beide metalen, want het wolfram wordt verkocht tegen 2000 francs de ton.
De meeste der steden in deze streek spuwen dag en nacht wolken van rook uit, die uit de hooge schoorsteenen van de tinsmelterijen ontsnappen. Enkele van die smelterijen zijn ingericht naar moderne, wetenschappelijke systemen, maar andere zijn ook nog op ouderwetsche chineesche manier aan het werk. Die laatste dragen den naam van "tengka" en vormen groote steenen kegels van baksteen en klei met ijzeren ringen eromheen. Ze worden met hout gestookt; een laag hout en een laag onvoldoende gewasschen mineraal wisselen regelmatig met elkander af.
Gedurende de lange uren van den dag en den nacht gaan en komen de sterke Chineezen, die in ploegen werken, om de smelting te bevorderen en de verbranding aan te wakkeren met primitieve blaasbalgen, lange, rechthoekige kisten, waarin op stroeve manier een houten zuiger heen en weer gaat, omwonden met werk of met lappen. Het gesmolten tin vloeit van tijd tot tijd in een bak onder den oven. Het wordt uitgeschept, en dan gegoten in vormen, die in een zandbedding zijn uitgespaard.
Als het vast is geworden, wordt het weer aan de smelterijen verkocht en aan de chineesche raffinaderijen van Singapore of Georgetown op Poeloe Pinang, om te worden afgestaan aan de europeesche markt. Dat onzuivere tin wordt nog vrij duur betaald. Veel chineesche mijnwerkers verkoopen liever hun tin aan die ruwe smelterijen, om de kosten te vermijden van een degelijke wassching. En toch levert de Maatschappij van Singapore de voor het vervoer noodige zakken en betaalt de transportkosten.
Toen in 1895 de engelsche regeering het bestuur over Perak in handen kreeg, en het besluit nam, de financiën er te regelen, waren de inkomsten 565.832 francs, met een overschot van 76.000 francs aan uitgaven.
In 1903 bedroeg de uitvoer van tin in den vorm van mineraal 27.772 ton, die aan de schatkist een inkomen van meer dan 12 millioen francs bezorgden! Ziedaar, wat het gevolg is geweest van een regelmatige exploitatie en van de verstandige wijze van ontginning der tinmijnen! Het is daarom niet te verwonderen, dat Perak tegen hoogen interest aan de andere staten van de federatie kan leenen. Zoo komen die aan het geld, dat ze behoeven voor de opening van hun spoorwegen en andere kunstwerken.
De mijnconcessies worden uitgegeven voor 21 jaren tegen een zeker voorschot, dat de kosten dekt van opmeting, begrenzing en dergelijke voorloopige maatregelen, tegen vijf francs per acre.
De uitgaande rechten voor het mineraal, die vroeger tien percent van de getaxeerde waarde bedroegen en die door de koopers werden betaald, zijn verhoogd geworden en bedragen thans veertien percent. In het algemeen komen de koopers in de mijnen zelf afwegen en hun aankoopen meenemen en voldoen de rechten in overeenstemming met wat ze hebben betaald.
Drie jaar geleden kwam een groote amerikaansche maatschappij zich te Ipoh vestigen en bouwde er groote entrepôts met het doel, langzamerhand al het ruwe mineraal aan zich te trekken. Wijselijk nam de regeering de voorzorg, het uitgevoerde ruwe mineraal te treffen met een recht van dertig percent ad valorem, en de amerikaansche onderneming moest van haar voornemen afzien.