Het Nieuwe Leven (La Vita Nuova)
Chapter 12
[81] Dante's kabalistische negen-fantasie, overigens geheel naar de mode des tijds, komt alleen voor in het proza. Blijkbaar heeft hij dus in den tijd waarin hij de gedichten schreef nog niet aan dit quasi-mystieke verband gedacht. De behoefte om het wezen van Beatrice te vergeheimzinnigen en zijn liefde tot haar te vergoddelijken is eerst nà haar dood, zooniet ontstaan, dan toch sterker geworden. Als Beatrice niet gestorven was, zou Dante stellig vroeger of later haar dood hebben "verzonnen".
[82] Aan de voornaamste burgers. A li principi de la terra. Volgens sommigen "aan de vorsten der aarde". Maar "terra" wordt door Dante herhaaldelijk als "stad" gebruikt en met "principi" kan hij, onder de suggestie van het "principes" in zijn Latijnschen brief, "principali" bedoeld hebben, d.w.z. de aanzienlijksten. De uitbreiding van zijn smart over de geheele stad (zie ook § XL) is in Dante's toestand verklaarbaar, vooral waar hij herhaaldelijk gewaagd van haar algemeene bemindheid; doch een brief aan de "vorsten der aarde" ware slechts belachelijk.
[83] Hier wordt Beatrice voor het eerst in een voor publiciteit bestemd gedicht bij den naam genoemd.
[84] Vergelijk Americ de Belenoi:
Mas dieus vos a mandat a se venir Quar saubes luy e joy e pretz servir.
[85] Vol van genade: piena di grazia. Vergelijking met Maria (Ave Maria, gratia plena).
[86] Nauw verbonden. Hoogstwaarschijnlijk Beatrice's broeder Manetto, van wien althans bekend is dat hij met Cavalcanti bevriend was. Wetend, dat niemand de nagedachtenis zijner zuster zoo zou kunnen eeren als Dante, durfde hij hem uit kieschheid toch niet direkt het verzoek daartoe te doen.
[87] Een engel teekende. Juist in dezen tijd begon de teeken- en schilderkunst in Florence tot bloei te komen. Cimabue (1240-1302). Of Dante deze kunst ernstig beoefend heeft of alleen als dilettant, is niet uit te maken. Opmerkelijk is wel dat Dante, die als alle welgestelde Florentijnen tot een bepaald gilde moest behooren, werd ingeschreven bij dat der "medici e speciali" onder welke laatste rubriek o.a. ook de schilders vielen.
[88] Twee beginkwatrijnen. Waarschijnlijk had Dante het sonnet reeds geschreven met het tweede begin, toen de gedachte bij hem opkwam het aan zijn aanzienlijke bezoekers op te dragen. Verlenging van een sonnet door aanhanging van een of meer terzinen (z.g. "staart", sonetto caudato) komt in de Italiaansche poëzie meer voor.
[89] Wie deze "Vrouwe aan het venster" was is niet bekend. Sommigen meenen een zekere Lisette (zie Aanhangsel), anderen Gemma Donati, met wie Dante huwde. Enkelen, die blijkbaar noch van dichters, noch van liefde en de verteedering van het medelijden begrip hebben, gelooven dat zij niemand anders was dan de.... "filosofie", welke hem van de contemplatie van het "geloof" afhield. Het moge waar zijn dat Dante ook deze liefde achteraf deze symbolische beteekenis heeft gegeven, oorspronkelijk moet zij een even reëelen grondslag hebben gehad als zijn liefde voor Beatrice zelf.
[90] Sommige commentatoren meenen dat deze paragraaf eigenlijk behoort te worden ingelascht tusschen XXXIII en XXXIV. Immers Dante's woorden tot de pelgrims over de "stad der rouwe" klinken veel natuurlijker wanneer zij werden gesproken kort nadat Dante zijn brief aan "de aanzienlijke burgers" had geschreven. Bovendien zouden de beginwoorden "Dopo questa tribulazione" bezwaarlijk kunnen slaan op Dante's avontuur met de "Vrouwe aan het Venster", wel echter zijn zij volkomen op hun plaats onmiddellijk na Beatrice's dood. Ik voer hiertegen echter aan dat het woord tribulazione (door mij vertaald met "beproeving" misschien nog juister weer te geven door "verzoeking") ook voorkomt in § XXXVIII, dus juist wel slaande op bedoelde episode. Voorts valt te bedenken dat de aanschouwing der zg. Veronica voor de middeleeuwsche geloovigen gold als een voorproefje van de aanschouwing van Christus in den hemel, en dat in het volgende sonnet Dante's pelgrimgeest zich inderdaad tot den hemel verheft om er Beatrice te aanschouwen. Het is natuurlijk wel mogelijk dat ook dit sonnet eerder werd geschreven dan die aan de "deernisvolle Vrouwe", maar zéker behoort het het slotgedicht te zijn en is Dante dan opzettelijk van de chronologische volgorde afgeweken. De evenwichtige compositie van het werk eischt dat het eindigt met juist dìt sonnet, waarin een "nieuw begrip, in leed geboren" Dante's geest opvoert tot de hoogste contemplatie.
[91] In dien tijd. In Rome werd ieder jaar in de maand Januari de zg. Veronica (vera icona, waarachtige beeltenis) rondgedragen en gedurende de heilige week in de St. Pieterskerk ter bezichtiging gesteld. Het heette de afdruk van Jezus' gelaat in den sluier der heilige Veronica, welken zij hem, toen hij den Calvariënberg beklom, had gereikt om zich het zweet af te wisschen.
[92] Het huis van Galizia. Het heiligdom van den apostel Jacobus in de Spaansche provincie Galizia.
[93] Boven die sfeer. Dat wil zeggen buiten het Primum mobile, in het Empyreum dus. (Zie aanteekening 1.) In de Divina Commedia aanschouwt Dante in eigen persoon Beatrice, hier is het nog slechts zijn "zucht" d.w.z. zijn verzen, welke tot die hoogte vermag te stijgen.
[94] Een wonderbaarlijk gezicht. Zeer waarschijnlijk was onder het schrijven van den prozatekst het plan in Dante gerijpt om de behandelde stof nog eens, maar op veel grootscher wijze, te herhalen. Reeds de canzone in § XIX bevat, zooals reeds werd opgemerkt, waarschijnlijk een toespeling op zijn tocht door de Hel.
[95] Beijver ik mij. Studio wordt hier zonder twijfel ook door Dante bedoeld in den zin van "studeeren", als intellektueele voorbereiding.
[96] Die gezegend is door alle eeuwen.
[97] Vergelijk Dante's canzone in § XIX: Een engel roept...
Bij ons zijn verschenen en in elken boekhandel te verkrijgen:
Dante's Divina Commedia:
De Hel. In proza vertaald door Dr. H.J. Boeken. 3e druk.
Ingenaaid f 0.55 Carton 0.70 Linnen 0.85 Keurb. 1.15
Louteringsberg. Als boven. (2e druk).
Ingenaaid f 0.55 Carton 0.70 Linnen 0.85 Keurb. 1.15
Het Paradijs. Als boven. Dit derde deel bevat 2 illustraties, een inleiding en als de beide andere deelen een aantal aanteekeningen. (2e druk).
Ing. f 0.55 Cart. 0.70 Linn. 0.85 Keurb. 1.15
Dante's beroemd gedicht tot een goed Nederlandsch te maken is al vaak beproefd. De uitkomsten wettigen geheel de bescheidenheid van den dichter en classicus Dr. Boeken om het liever in Nederlandsch proza weer te geven.
Prof. Henri Hauvette, Dante. Inleiding tot de studie van de Divina Commedia.
Ingenaaid f 0.65 Carton 0.80 Linnen 0.95
Sinds we, in onze Bibliotheek, den grooten middeleeuwsch Italiaanschen Dichter: Dante Alighieri met zijn Goddelijke Komedie in Dr. H.J. Boeken's vertaling opnamen, hebben we uitgezien naar een werk over den Dichter, zijn tijd en zijn kunst, dat als inleiding zou kunnen dienen tot de studie van dat groote werk, en den gretigen lezer daarin inwijden. Onze keuze viel op het werk van den Franschen hoogleeraar Henri Hauvette, dat W. Davids voor ons vertaalde.
"Er gaat een sterke aansporing van uit, om Dante's onvolprezen kunstwerk te gaan lezen."
Dr. J. L. Walch in het Vaderland.