Het Moderne Egypte Wat Er Te Zien En Te Hooren Valt Tusschen Ka
Chapter 3
"Ik ga," zei hij, "u de geschiedenis verhalen van het domein, dat we zullen bezoeken. Eenige jaren geleden, toen ik over dit kanaal reisde, merkte ik, zooals u ook kunt doen, op, dat links de gronden, die door het water van den Nijl goed besproeid worden en er sinds jaren door gedrenkt zijn, goed bebouwd en rijk zijn. Zie maar, hebt u ooit een prachtiger en vruchtbaarder grond gezien? Er zijn veel dorpen met een welvarende bevolking. Rechts daarentegen waren er niet anders dan stinkende moerassen, kuilen en hoogten en modderpoelen over een breedte, afwisselend tusschen 2 en 3 kilometer, en daarna volgde tot in het oneindige de woestijn met haar bergen en dalen. Plotseling kwam er een gedachte bij mij op. U weet, dat het voldoende is, het Nijlwater bij het zand der woestijn te brengen, om er vruchtbaren grond van te maken?
"Ik dacht dus, dat als men die moerassen opvulde en nivelleerde, door ze met zand gelijk te maken, en daarbij de noodige irrigatiewerken aan te leggen, men ten slotte uitstekende gronden moest verkrijgen.
"Alleen de étiquette weerhield al degenen, die ik erover sprak, ervan, mij in mijn gezicht uit te lachen en voor dwaas te verklaren; maar men verheelde mij niet, dat mijn plan onuitvoerbaar was. Ondanks al die beweringen zette ik mij aan het werk; ik kocht groote terreinen en deed een beroep op de bevolking aan de andere zijde van het kanaal. Honderden ossen en ezels werden gebruikt, om zand aan te dragen, en ten slotte, waarde vriend, is de onderneming een reusachtig succes geweest, dat mijn verwachtingen tot hier toe overtreft. Ik heb er nu een domein van 2500 feddans. Alle werkzaamheden inbegrepen, heeft de feddan mij 425 francs gekost. Welnu, pas is een stuk grond klaar, of de bewoners aan de overzij van het kanaal vechten erom, wie het huren zal, en ik verhuur de gronden voor 140 francs de feddan, waardoor ik 30 percent van mijn geld maak.
"Of ik tevreden ben? Zeker, ben ik dat; maar u kunt mij gelooven, dat mijn voldoening minder voortspruit uit het financiëele succes dan uit de vreugde, die ik ondervind, als ik zie, dat doode gronden tot leven worden gewekt en dat schoone oogsten hun groen vertoonen of hun gouden halmen op plaatsen, waar gisteren slechts dor zand en ellendige moerassen te vinden waren. Zie toch eens, en bedenk, dat er hier vroeger niets waren dan modderpoelen en moerassen!"
En inderdaad zoo ver het oog kon reiken, tot aan het begin van de groote woestijn, was het kanaal rechts van ons omzoomd door bewonderenswaardig bebouwde velden, die alle bewijzen geven van uitstekend vruchtbaar te wezen.
"En denk eens aan, dat we al het eerste jaar oogsten van den grond, die pas nog zand was en dat wel zonder van mest gebruik te maken. Het Nijlwater en de zon van Egypte bewerken dat wonder."
Tegen den middag kwamen we op die plek van de domeinen, waar de khedive bezig is, ruime stallen te laten bouwen en een groote woning voor zijn rentmeester en de beambten, een huis, waar hij ook voor zichzelf een geschikt pied à terre heeft.
Daar het huis nog niet gereed was, had Z. H., die hier elke week komt, er een dahabieh, een der mooiste Nijlbooten, die ik ooit heb gezien met groote slaapkamer, badkamer, salon, eetzaal en alle geriefelijkheden.
Op die dahabieh ontbeten wij te zamen, en Z. H., die een fameus eter is, deed aan het eenvoudige, maar uitstekende maal alle eer aan, waarbij ik hem trouw gezelschap hield, want de lange tocht had mij eetlust gegeven.
De vorst drinkt geen spiritualia, rookt niet en speelt niet.
"Maar u moet niet denken," zei hij, terwijl ik alleen wijn en likeur gebruikte en zijn uitstekende sigaren rookte, "dat ik als deugdzame poseer. Wijn bekomt mij niet goed en tabak ook niet, en de bekoring van het hazardspel heb ik nooit kunnen begrijpen. Ik heb uren te Ostende naar spelers staan kijken, heb hen duizenden en duizenden zien winnen en verliezen, en niets ter wereld zou mij hebben kunnen doen besluiten, met hen mee te doen... Bij mij is dat een instinctieve afkeer van het spel... Er steekt in het geheel geen verdienste in."
Na ons maal aan boord van de dahabieh bereikten we te paard en in een gietenden regen het station Enchas, waar de speciale trein van Z. H. ons wachtte en ons naar Kaïro terugbracht.
Ik heb al verteld van de spoorlijn, die Abbas Hilmi laat aanleggen op eigen kosten tusschen Alexandrië en Tripolis.
Wetend, hoezeer die quaestie mij interesseerde, wilde de vorst mij vóór mijn vertrek uit Egypte het genoegen doen, mij mee te nemen op een inspectiereisje naar die werken.
Bij die gelegenheid ontving de khedive mij in het paleis te Montazah, nog vóór negen uur 's morgens.
Van alle khediviale paleizen is dat van Montazah het minst bekend. Ik mag wel zeggen, dat met uitzondering van de intieme kennissen, enkele raadslieden en enkele weinige personen, niemand dat huis kent, dat als zeer particuliere woning van den khedive staat aangeschreven. Officiëele ontvangsten hebben er niet plaats en het publiek wordt er niet toegelaten.
Flauwtjes weet men, dat een paar jaren geleden de plek van deze bezitting nog met zandduinen was bedekt, en dat Abbas Hilmi haar met zijn gewone energie herschapen heeft in een nestje van groen.
Mijn trein stond stil bij het eigen stationnetje van Montazah en ik vond er een mij door Z. H. gezonden rijtuig.
De toegang tot het domein is afgesloten door reuzenpoorten, die een vesting verbeelden; maar daarachter zijn mooie lanen en prachtige bloem- en grasperken, aan welker einde men in de verte boven boombouquetten uit twee witte paleisjes aan zee ontwaart, waartusschen op het blauw der heerlijke zee onder den azuren hemel bootjes drijven met lichte, witte zeilen.
Op het ruime terras van het paleis wachtte mij de khedive en voerde mij in zijn werkkabinet, een vroolijk zonnig vertrek, waar alles op de liefhebberijen van den vorst wees.
De muren hingen vol platte gronden en kaarten van de domeinen, en de tafels waren bedekt met rapporten en adviezen. Achter het bureau hing een groote photografie van een locomotief, "een van de Compagnie du Nord", zei Z. H., "die mij tusschen Parijs en Calais 180 kilometer in het uur heeft laten afleggen!"
Enkele minuten later stapten we in een rijtuigje met twee pony's, oude dieren.
"Dit zijn mijn eerste paarden," zei de khedive, "die, welke mij gegeven werden, toen ik nog een kleine jongen was en waarop ik de kunst van mennen moest leeren. Zou u gelooven, dat die dieren al 25 jaar oud zijn? Zij leven hier gelukkig en rustig; ze hebben hun pensioen. Ik gebruik ze alleen voor kleine ritjes; maar u zult eens zien, hoe flink ze nog zijn en hoe ze hun best doen, als de weg stijgt."
Wij reden langs mooie, breede wegen, met boomen beplant, en daarna langs een steenen kade, die om de baai van Montazah liep en een uitstekende natuurlijke haven omzoomde, en Z. H. vervolgde:
"Ik heb eene home willen hebben voor het voorjaar en den herfst, en ik ben op kleine schaal begonnen met den aankoop van eenige zandduinen. Ik voerde er het Nijlwater heen, en dadelijk werd het zand tot vruchtbare aarde, en boomen en bloemen ontsproten. Toen vergrootte ik de bezitting, en langzamerhand ontstond dit landbouwbedrijf, waartoe nu bijna 4000 feddans behooren.
"Ik had eerst slechts een klein paleisje gebouwd voor mijn persoonlijk gebruik. Later heb ik voor mijn gezin dit tweede paleisje laten zetten in een waar nestje van groen. De kinderen zijn heel gelukkig hier en genieten zóó van de groote vrijheid, dat het een genoegen is, ze erheen te brengen."
Rondom het paleis staan allerlei paviljoens; men vindt er grotten, allerlei wilde en gekweekte bloemen en in een kleine, beschutte baai hebben de vorstelijke kinderen hun zeebad.
Iets verder van huis ziet men groote hoenderhoven en moderne konijnenhokken op rotsachtigen bodem, waar de konijnen niet kunnen graven, om zich in onderaardsche holen te verbergen; dan een reuzenduiventil met duizenden vogels, terwijl men bovenop dat vogelhuis een prachtig uitzicht heeft over het geheele domein en de kust der Middellandsche Zee tot Alexandrië.
Door velden, waar groote papavers in het koren bloeiden, bracht de weg ons naar dennenaanplantingen, dan naar een parkje, waar vijftien duizend moerbeiboomen waren geplant, waarvan de bladeren tot voedsel moesten dienen voor de massa's zijdewormen, en daarna naar de hoeven, de stallen en het fabrieksgebouw, waar twee enorme dynamo's electrische verlichting leverden.
"Ik zal u ook eens laten zien," zei Abbas Hilmi, "waar die beweegkracht buitendien voor gebruikt wordt. Laat ons hier binnengaan, waar ik een groote houtzagerij en meubelmakerij heb laten inrichten, die erdoor van beweegkracht wordt voorzien. Wij vervaardigen hier de deuren en vensters en het houtwerk voor de woningen van al mijn domeinen en dorpen, alsook het fijnere arabische snijwerk voor mijn paleizen."
Daar zag ik een volkomen moderne zagerij, waar een menigte arbeiders in opgewekte stemming aan het werk waren en even ophielden, om ons te groeten.
Z. H. maakte met ieder een praatje, keek naar hun werk, sprak zijn oordeel uit en gaf aanmoedigende wenken. Velen van die arbeiders waren meer dan tien jaren in zijn dienst, als ze hun plicht doen, houdt de khedive hen lang, en doet veel voor hen; maar ze moeten dan ook inderdaad hun beste werk leveren. Ze waren allen goed gekleed en toen ik een opmerking daarover maakte, zei de khedive, dat er veel Alexandrijnen bij waren, en dat die altijd zeer op nette kleeding gesteld waren.
In een klein paviljoen waren de telegraaf- en telefoondiensten gevestigd, particuliere ondernemingen van den khedive, die daardoor onafhankelijk is van de Engelschen. Hij kan nu telegrafeeren naar geheel Europa zonder van de engelsche kabels gebruik te maken. Dat resultaat is op zeer eenvoudige manier verkregen, namelijk door Montazah met een bijzonderen draad te verbinden met de ottomaansche telegraaf, die door Klein Azië naar Konstantinopel gaat. Daar Montazah telefonisch verbonden is met alle khediviale paleizen, is Z. H. volkomen onafhankelijk in het zenden van berichten.
Door een laan van bloeiende oranjeboomen en langs reeksen van perziken en abrikozen kwamen wij in het paleis terug, om te dejeuneeren. In de groote eetzaal was de reuzentafel ledig, en aan een klein tafeltje in een vensternis was voor ons beiden gedekt.
Het was een allersmakelijkst déjeûner en ik had daarbij gelegenheid, met Z. H. over godsdienst te spreken. De khedive is zeer godsdienstig; en al eerbiedigt hij de vreemde godsdiensten, die zich in Egypte hebben gevestigd; hij duldt nooit inmenging in de zaken van het geloof, waar hij in Egypte het geestelijk hoofd van is. Dat weten de Engelschen wel, en zij spreken het bij iedere gelegenheid luide uit, dat ze niet voornemens zijn zich ermee te bemoeien.
"In die aangelegenheid ga ik alleen met mijn geweten te rade," sprak de khedive; "men zou mij eerder het hoofd moeten afslaan dan mij te bewegen afstand te doen van de rechten en plichten, die ik heilig acht. En daarin staat het geheele volk aan mijn zijde; het zou niet den geringsten aanslag op zijn geloof dulden."
"Er is gezegd, dat Uw Eerwaarde ervan droomde, met behulp van Engeland den sultan te vervangen als hoofd der muzelmansche wereld, u van Mekka meester te maken en u tot sultan te doen uitroepen."
"Dat is een dwaasheid, een zotheid en een kwaadaardigheid," antwoordde Z. H. en haalde de schouders op; "ze is in de wereld gebracht door menschen, die mij willen benadeelen bij den sultan."
"Maar laat ons dan de quaestie omkeeren. Gelooft u niet, dat Engeland zou hebben kunnen hopen, zich van Uwe Hoogheid te bedienen en van de Mohammedanen in Egypte en Indië, om den duitschen invloed in Konstantinopel tegen te gaan?"
"Gedachten zijn tolvrij. De Engelschen kunnen zoo iets hebben gedacht, maar ik twijfel eraan. Zij moeten weten, dat ik er mij nooit toe zou leenen, de hand te steken in een zaak, waardoor een christelijke natie invloed kreeg op het lot van den Islam. En dan zie ik ook niet in, wat Engeland erbij zou winnen."
Onmiddellijk na het ontbijt gingen we naar het station, waar we den trein gereed vonden staan, die altijd wordt gebruikt voor de uitstapjes op de lijn van Marioet. Hij bestaat uit een sierlijk blinkende locomotief, verbonden met een klein glazen salonnetje, van waaruit de khedive zelf den trein bestuurt. Aan den trein bevinden zich nog een salonwagen en een gewone waggon voor de bedienden, die onze five o'clock tea of liever ons ijs bij zich hadden.
Vlug reden wij door de velden, die Montazah scheiden van Alexandrië en de voorsteden van die stad, om zoo te komen bij het eindpunt van de staatsspoorwegen, welker station en andere gebouwen ook door Z. H. worden gebruikt. Hier begon nu de particuliere lijn, die al een honderdtal kilometer lang is, niet door een zandwoestijn gaande, maar door bebouwd land, waarvan weer een groot gedeelte aan den khedive toebehoort.
Dit is het land der Bedoeïenen en die vrije en moedige mannen zijn den spoorweg volstrekt niet vijandig gezind, maar werken aan den spoorweg en aan het plaatsen van de telefoon, waarvan reeds tweehonderd kilometer toen gereed waren.
Het was een drukte van belang, en de treinen die ons tegenkwamen en die reizigers, vee en goederen vervoerden, waren boordevol. Aardige dorpjes, gebouwd door Z. H., vervangen hier en daar de armoedige tenten der Bedoeïenen, en het is onbetwistbaar, dat de bewoners van die verloren en vergeten streken er dankbaar voor zijn, dat de khedive hen is komen oproepen tot een nieuw leven. Indien ze al in het begin even verschrikt zijn geweest, thans hebben ze vertrouwen gekregen en wachten met ongeduld op de inwijding der geheele lijn, die hun het zal mogelijk maken, een winstgevenden handel te drijven tusschen het rijke Tripolitanië en de markten van Alexandrië en Kaïro.
Wij toefden aan het tegenwoordige eindpunt onder de veranda van een klein huis, eenvoudig als een soldatentent, dat de khedive soms bezoekt, om toezicht op het werk te houden en zagen de woestijnbewoners aan den arbeid onder leiding van de officieren van Z. H. Toen we weer in den salonwagen zaten, verklaarde de khedive mij, hoe deze lijn uitsluitend met economische bedoeling was aangelegd en niets met de politiek had uit te staan. Maar de menschen, die nu de beteekenis uit handelsoogpunt inzien, en er jaloersch op zijn, zouden er wel moeilijkheden voor in den weg willen leggen, door in sommige kringen de meening te verspreiden, dat de khedive politieke bedoelingen heeft. De beide mogendheden echter, die het meest geïnteresseerd zijn bij Tripolitanië, Turkije en Italië, weten uitstekend, dat de lijn van Marioet geen bedreiging is en dat niet zou kunnen zijn... Zij is en zal blijven een débouché voor de producten, die het schoone land in zulk een overvloed voortbrengt.
Uit al, wat ik van den egyptischen vorst heb gezien, blijkt, dat hij een hoogstaand mensch is, die op een leeftijd, waarop veel vorsten slechts aan hun genoegen denken, zonder ophouden bezig is, om de hulpbronnen van zijn land te vermeerderen en daarbij tevens zijn eigen fortuin te vergrooten. Hij geeft aan zijn volk het mooie voorbeeld van werkzaamheid en wijst aan zijn onderdanen den weg tot welvaart en rijkdom, dien zij zullen hebben te volgen, om vooruit te gaan. En zoo maakt de khedive door zijn karakter en zijn gedrag, als het ware, de dwaasheden goed, waaraan zijn grootvader Ismaël zich schuldig maakte en ook de zwakheden van zijn vader Tewfik. Egypte bezit thans een souverein, waar het trotsch op kan wezen.
Den Nijl opvaren! Die drie woorden hebben in alle talen en sedert het begin der wereld de ideale reis aangeduid, de mooiste, die men kan ondernemen. De Grieken en Romeinen droomden er al van honderden jaren geleden, en de Croesussen van dien tijd ondernamen wat toen een lange en dure reis was, om de ruïnen van Thebe en het eiland Elephantine te zien.
De tijden zijn hierin niet veranderd, en men kan op geen prettiger manier den winter doorbrengen dan door langzaam den beroemden stroom op te varen aan boord van een dahabieh. Die booten, die men in Kaïro gemakkelijk kan huren, hebben alle mogelijke comfort. Nog pas weinige jaren geleden waren alle dahabiehs zeilbooten en men voer zachtjes naar believen van den wind en hield ongeveer overal op. Tegenwoordig nu ieder min of meer haast heeft, maakt men stoomdahabiehs, even geriefelijk als de andere, en met het gemak, dat men altijd reizen kan en, hoe het weer ook moge zijn, weg kan komen van plaatsen, waar het iemand niet bevalt.
Maar dahabiehs liggen niet binnen het bereik van alle beurzen; naar het aantal der personen, die te zamen reizen, kosten ze van tien tot vijftien duizend francs per maand, met alle kosten inbegrepen. Als men met z'n achten of tienen is, is het niet te veel; is men maar met twee, dan wordt het te duur en als men alleen is, hetgeen ook voorkomt, zelfs in Egypte, is het te duur en ook te eenzaam.
Gelukkig, dat de beroemde Cookdienst bestaat met zijn toeristenbooten tusschen Kaïro, Luxor en Assoean. Er zijn expressbooten, die minder duur zijn en een kortere reis maken. De toeristenbooten zijn zeer populair en verdienen het te zijn, want het is werkelijk onmogelijk, zich grooter comfort voor te stellen. De Ramses, de Ramses III en de Ramses de Groote, die dezen dienst verzorgen, zijn prachtige stoombooten, in niets gelijkend op de paketbooten van de oceanen. Hun diepgang is zeer gering, nauwelijks een meter, geloof ik, en de geheele bouw ligt ver boven het water als een groot huis met drie verdiepingen. Buiten de slaapkamers, de eetzaal, de bibliotheek, de rookkamer, is er op het dek juist in het midden van het schip en over de geheele breedte een heerlijke ruimte, die een groote hall vormt. Tafels, leunstoelen, sofa's, groene planten, mooie oostersche tapijten maken die hall tot het meest geliefde plekje voor de reizigers.
Daar komt men samen na de maaltijden om er de koffie te gebruiken; de afternoon tea wordt er gepresenteerd; men babbelt er, speelt er kaart of doet er aan muziek, terwijl de oogen, als ze willen, de mooie oevers van den Nijl kunnen volgen. Als de avonden koel zijn, worden groote tentzeilen neergelaten rondom het geheele dek, en zoo verkrijgt men een reuzensalon, vroolijk verlicht door een menigte electrische lampen en waar gedanst kan worden. De tafel aan boord is overvloedig en uitstekend.
Overal waar iets belangwekkends te zien is, houdt de boot stil, en ezels en gidsen, zoo noodig draagstoelen, wachten de reizigers, en dat alles is in de kosten van het plaatsbiljet inbegrepen. Sedert enkele jaren hebben de heeren Cook niet meer het monopolie van de Nijlbooten. De Anglo-American Nile Co. heeft een op den hunnen gelijkenden dienst en die ook niets te wenschen overlaat uit het oogpunt van comfort en inrichting. De prijzen zijn dezelfde en wisselen al naar gelang van de hut van 1000 tot 1500 francs voor een reis van drie weken.
Het belangrijkste personnage aan boord is de drogman, die de tochten regelt en in verschillende talen alle gewenschte inlichtingen geeft. Laat mij u enkele aanteekeningen uit mijn notitieboekje geven, die een uittreksel zijn van wat hij te zeggen heeft en mijn eigen ervaring vertellen.
Aan boord van de Ramses, 20 December 1904.
Wat een weêr! Is het mogelijk, dat wij in Egypte zijn? De lucht is zwart en het regent in stroomen. Trots de kapotjas ben ik doornat geworden tusschen het hotel en de aanlegplaats.
Waarom zijn er geen gesloten rijtuigen in Kaïro? Het is waar, dat de dagen van zeer slecht weer hier zeldzaam zijn; maar ze komen voor en van tijd tot tijd doet de winter zich eens gevoelen. (Men moet niet vergeten, dat de winter van 1904 op 1905 zeer streng was en dat er sneeuw viel, zoowel in Algiers als in Tunis). Na prachtige dagen van zonneschijn gevoelt men het verschil dubbel, en men moet daarom niet naar Egypte gaan zonder warme winterkleêren. Het is een verfoeilijk klimaat voor borstlijders, ten minste Kaïro is dat, omdat er teveel stof en vuil is. Iemand, die er lang gewoond heeft, zei mij, dat hij het een misdaad oordeelde, een borstlijder erheen te zenden. Dit jaar is er veel mist in Kaïro. Men beweert, dat het klimaat verandert, dat de bevloeiingswerken en de in grooten getale aangeplante boomen den regen aantrekken en de vochtigheid, die eertijds onbekend waren. De Turken zeggen, dat het van de engelsche bezetting komt, die nevels en influenza heeft meegebracht.
Bij de aanlegplaats word ik bestormd door een menigte Arabieren, die allen beweren, dat zij mijn bagage naar de boot hebben gebracht. Ik heb twaalf stuks, en ze zijn met hun veertigen! Ze zijn onverdragelijk. Ik zou trek hebben, hun stokslagen toe te dienen.
Met al de vlaggen doorweekt en slap, heeft de Ramses zich droevig op weg begeven en we laten Kaïro achter, gehuld in een grijzen sluier. Het hagelt! Op dek gezeten, gewikkeld in groote overjassen, kijken we naar de vlakke en trieste oevers. Hier en daar schijnen geestdriftige hengelaars niet te bespeuren dat het regent dat het giet. In de velden zitten de fellahs bij het gesneden riet, en huiverend gillen zij bij het voorbijgaan van de boot.
Eén uur. Een uitstekend ontbijt heeft ons getroost en verwarmd, en daar zijn we bij het station Bedrachein. Van hier gaat men per ezel naar Sakkarah en de ruïnen van Memphis. Dapper en gewapend met overschoenen, verlaten wij de Ramses, heeren en dames, en zetten ons op de ezeltjes. De situatie is zoo belachelijk, en er zijn onder ons zulke bijzondere typen, dat we allen beginnen te lachen. Naar Egypte komen, om zich te laten doorweeken en een roode punt aan den neus te krijgen, dat is toch al te gek. Enfin, nu hebben we dan eens niet van het stof te lijden.
Twee uren ezelrijdens door overstroomde velden en palmbosschen--het zou heerlijk wezen, als de mooie zon van Egypte ons bestraalde, maar helaas! Laat ons intusschen niet onrechtvaardig zijn; zulk weêr als vandaag is in dit land zoo goed als onbekend. Wij komen op de plek waar vóór duizenden jaren Memphis moet gelegen hebben, de beroemde stad, door Menes gesticht, die zoo groot was, de stad namelijk, dat men een half uur moest loopen, om erdoor te wandelen. Bergjes aarde, beschaduwd door palmen, zijn alles, wat wij er nu op een afstand van zien! Eer we er zijn, gaan we voorbij de reuzenbeelden van Ramses II, onder palmen op den grond uitgestrekt en meer dan acht meter hoog.
Daar zijn we eindelijk vóór een huisje met een groot modern terras. Hier woonde Mariette, de beroemde fransche Egyptoloog, die in 1851 het graf van den Apisstier ontdekte en later de groote necropolis Sakkarah. Mariette, die gedurende dertig jaren de opgravingen in Egypte leidde, die de geheele oude beschaving deed herleven en meer deed dan iemand anders, om licht te verspreiden over de historie van Egypte.
Apis was de heilige stier, dien de bewoners van Memphis aanbaden, juist als men in andere steden van Egypte honden, katten en zelfs krokodillen aanbad. Over smaken en gewoonten moet men maar niet gaan twisten. Nu zijn in Memphis de graven der heilige stieren beroemde monumenten geworden, die men moet gaan zien; ieder graf heeft zijn eigen kapel. De geschiedenis leert ons, dat Apis uit een koe werd geboren, die toen ze een kalf zou baren door een bliksemstraal werd getroffen en Apis ter wereld bracht, geheel zwart, met een wit teeken op het voorhoofd, de teekening van een arend op den rug en dubbele staartharen. In onze dagen zou men Apis naar Barnum sturen ... vroeger maakte men er een god van.