Part 4
Maar daar zijn we gekomen aan de doodenstad. De necropolis van Sakkarah is acht kilometer lang en anderhalven kilometer breed, en die onmetelijke uitgestrektheid is overdekt met de vreemdste monumenten. Er zijn in die opeenhooping van ruïnen echte meesterwerken. De gebeeldhouwde reliëfs en ook de geschilderde zijn interessant; zij stellen het geheele leven voor van dit groote volk en laten ons zien, hoe dertig eeuwen geleden gezaaid werd en geoogst, hoe men booten maakte en meubels, hoe de maaltijden werden bereid en hoe de ganzen werden vetgemest. Ik zeg niets meer dan de waarheid, maar ik heb een aardig reliëf gezien, waarop een naakte heer met volle handen de dieren voederde, die de smakelijke ganzenlever fourneeren. O Straatsburg, gij, die geen basreliëfs hebt, om uwe industrie te illustreeren, waardoor ge heden beroemd zijt, wie zal er aan u en uw _paté de foie gras_ denken over zes duizend jaren? Volg mijn raad, oude stad in den Elzas, en laat basreliëfs maken. Laat Memphis u tot voorbeeld strekken! Stormenderhand door Cambyses ingenomen in 525 vóór Christus, bezet door de Perzen, verwoest door de Christenen onder Theodosius, met den grond gelijk gemaakt door de Muzelmannen en God weet welke ervaringen nog meer doorgemaakt, en toch ondanks dat alles zijn de basreliëfs gebleven en toonen ons in het jaar onzes Heeren 1905, hoe men in Memphis ganzen vetmestte.
21 December.
Van morgen heb ik een schrik gehad, een hevigen schrik, en het Nijlwater is er schuld aan. Er zijn op de Ramses uitstekende badkamertjes en ik had mij een morgenafspoeling beloofd op prettige en gemakkelijke manier. Vroeg wakker geworden, bestelde ik mijn bad om zes uur. Enkele minuten later trad ik de badkamer binnen, en toen kreeg ik den schrik. De prachtige badkuip was gevuld met eene bruine of liever donkergele modder, dik en afstootend. Toen ik navroeg, hoorde ik den Arabier, die, voordat hij de deur sloot, nog tot mij zeggen: "Nijlwater heel zindelijk!" Très propre! Ik draai de kraan om en er komt hetzelfde vloeibare slijk uit. En toen kreeg ik dit moeilijke probleem op te lossen: "Zou ik niet schooner, maar minder vuil zijn, als ik mij niet baadde dan als ik mij elken morgen in dit slik dompelde?" Ik berekende, dat het twaalf dagen moest duren, eer we te Assoean zouden wezen; in het eerste geval zou ik op mijn huid een opeenhooping van 288 uren vet hebben en in het tweede twaalf over elkaar gestapelde lagen vruchtbaar makend slib... Ik aarzel niet langer en duik onder. Het gevoel is niet onaangenaam, maar ongelukkig komt het mij in de gedachte, dat de Arabier, die natuurlijk lui is, wel eens kon vergeten hebben, het water te vernieuwen voor de verschillende passagiers, want het is toch altijd slijk, wat men ziet. Die gedachte was niet prettig, en ik sprong gauw uit de badkuip. Daar er nog niemand op was, waagde ik mij in mijn pyama op het dek. De regen had opgehouden; maar wij voeren nog in den nevel. Eensklaps zag ik als door een sluier hooge fabrieksschoorsteenen, toen veel daken van woningen en eindelijk een woud van masten. Wij naderen een belangrijke stad; het leek wel of we op de Theems waren in plaats van op den Nijl!
Nauwelijks heb ik bij mijzelven die meening uitgesproken, of een zonnestraal, die brutaal den mist doorbreekt, valt op een hooge, geheel witte en schitterende minaret. Haleluja, haleluja; God zij geprezen; alleen met zijn hulp kan men een zoo groote verandering van tooneel bereiken! Als door een wonder is de mist opgelost en zoo ver het oog reikt, baadt zich de grond van Egypte, van leven tintelend, in de gouden stralen van den mooien zonneschijn. Omlijst door een oase van groen, lijkt de stad een wit juweel, met hier en daar een rose of blauw vlekje, dat afkomstig is van een of ander lichtgeverfd huis.
De egyptische steden zien er veel beter uit van verre dan van dichtbij. Wat op een afstand een prachtig paleis leek, is vaak maar een armzalig krot, met instortende muren en vensters, waaruit het u niet moet verbazen, een geit er den kop door te zien steken! Honderden booten liggen vastgemeerd aan de oevers, en van alle kanten brengen ezels, kameelen en zwaar beladen mannen er koren heen en uien, salade, suikerriet, en koopwaren van allerlei aard, eronder begrepen balen lompen, die den Nijl zullen afzakken naar Kaïro, Alexandrië, Europa en Amerika. Wel ja, de agenten der groote amerikaansche papierfabrieken komen hier stoffige lompen koopen en die ellendige vodden zullen u en mij weer onder de oogen komen in den vorm van een geïllustreerd tijdschrift of een geurig billet doux. Neen, er gaat niets verloren in deze wereld. Kijk eens naar die wonderlijke bouwsels; het zijn reuzenduiventillen, en ge ziet ze in massa langs den Nijl. Verbaast het u, te vernemen, dat men hier duizenden duiven fokt, alleen om hun excrementen als mest te gebruiken?
De stad ligt nu ver achter ons. Links verheffen in de verte eigenaardige dorre, strenge bergen hun toppen met rechte en eentonige lijnen naar de lucht. Er is geen enkele punt te onderscheiden; het zijn bergtoppen, vlak als tafels. Van den Nijl tot aan de hoogte is de woestijn aan het woord, want de terreinen liggen te hoog, dan dat het vruchtbaarmakend water er kan worden heengevoerd. Rechts daarentegen ziet men het schoone land van het vlakke en vruchtbare Egypte met heerlijke bebouwde velden tot in de verte, den rijkdom van het land. Mannen en vrouwen werken ijverig, terwijl myriaden kinderen bijna naakt zich aan de oevers van den Nijl amuseeren. Overal is druk bewegen; is intensiteit van leven.
Nu en dan gaan we voorbij dorpjes van leemen hutten, omringd door palmboschjes, hutten, die er armoedig en ellendig uitzien te midden van de rijke en vruchtbare natuur. Door de velden en langs de rivier loopen lange rijen ezels, buffels, kameelen en vrouwen, die op het hoofd groote kruiken dragen, alles duidelijk te onderscheiden tusschen de vlakke aarde en den blauwen hemel.
Links de woestijn en de doode natuur, rechts de bebouwde velden, vruchtbaarheid en rijkdom. Meer dan ergens is het hier het land der tegenstellingen.
Hooge fabrieksschoorsteenen stooten hun rook uit naast sierlijke minarets; hier verspreidt een moderne stoompomp het water van den Nijl over de naburige velden, en ginder werken naakte mannen onophoudelijk aan het omhoog voeren van het water door middel van een antieke sakieh; in de verte zien we goederentreinen snel in een wolk van stof verdwijnen, terwijl daarnaast zich langzaam heele reeksen kameelen langzaam bewegen. Op een paar meters afstands van de meest moderne suikerfabriek ziet men een fellah met liefde zijn lapje grond bewerken met een ouden ploeg, bespannen met een ezel en een kameel, vreemd span, dat er al sedert eeuwen voor gebruikt wordt. Hier staat een moskee en ertegenover een oud christelijk klooster van de Kopten, met een kruis boven den koepel. Op den Nijl zijn de tegenstellingen even treffend; de Ramses met zijn stoommachines, electrische dynamo's, weelde en comfort, passeert of kruist in vliegende vaart inlandsche booten, beladen op phenomenale manier, dezelfde booten, die den Nijl bevoeren twintig of dertig eeuwen geleden.
22 December.
Gisteren een ideale avond. Op het dek hebben wij tot zes uur 's avonds een heerlijk zonnebad genomen. Men zou meenen, in Juni te zijn. Ik kan niet meegaan met diegenen, die zeggen, dat de Nijl eentonig is; voor mij, ik vind er elke minuut weer wat anders te zien, en ik zou er weken willen varen, zonder vrees mij te zullen vervelen.
Onze drogman is naast mij komen zitten. Hij is een knap man, prachtig type van een Arabier en zeer intelligent. Hij spreekt vier of vijf talen vloeiend en heeft verleden jaar veel maanden doorgebracht op de tentoonstelling van Saint-Louis. De Yankees hebben hem willen verbazen, maar het is hun niet gelukt. Toen zij hem slaapwaggons en liften en allerlei vernuftige machines hebben willen toonen als blijken van het amerikaansch genie, zei hij slechts: "O, ja; gijlieden maakt die dingen en wij koopen ze; gij zijt de werklieden, die arbeiden en wij zijn de heeren, die uw werk betalen."
Tegen den middag werd de zon verduisterd; er woei een verschrikkelijke wind, en reuzenstofwolken stoven brullend uit de woestijn in de hoogte. Wij kwamen juist bij het station Beni Hassan en op den oever wachtten ons de ezels en de jongens, met veel bewoners van de plaats en kinderen, die de boot bestormen met den kreet: "Bakschisch! Bakschisch!" O, die bakschisch, dat is een der wonden van het Oosten en meer in het bijzonder van Egypte. Het is het kleine geschenk, het drinkgeld, waar met opgehouden hand ieder op wacht. Het woord vergezelt van het eene einde van Egypte tot het andere de naar den toerist uitgestoken handen, en deze geeft zonder nadenken, in zijn gelukkige stemming links en rechts de kleine witte geldstukjes. Het is intusschen een betreurenswaardige gewoonte, want duizenden individuen, die zoo in den winter het kleine sommetje bijeenbedelen, dat ze noodig hebben om te leven--want men leeft van zoo weinig in Egypte--zeggen allen arbeid vaarwel en geven zich geheel over aan luiheid en bedelen.
Lord Cromer, aan wien niets ontsnapt, heeft onlangs laten drukken in een circulaire, die aan alle toeristen is ter hand gesteld en overal is aangeplakt, hoeveel kwaad de bakschisch doet en hij verzocht daarin, om ten behoeve van de inboorlingen zelven de edelmoedigheid niet zoo ver te drijven en alleen te betalen voor bewezen diensten.
Dadelijk na het ontbijt bestijgen wij onze ezels, en ondanks den wind, die als een storm blaast, gaan we naar de graven, die daarboven in de rots zijn uitgehold. Er zijn er 29, uitkomend op een terras op den top van den berg en dagteekenend van een 4500 jaren geleden. Ze zijn uiterst belangwekkend, niet alleen om hun aanleg, maar vooral om alle tooneelen uit het egyptische leven van dien tijd, die op de wanden zijn gebeeldhouwd en nog duidelijk zijn als veertig eeuwen her. Enkele dier tooneelen doen ons deelnemen aan jachten in de woestijn, aan dansen, aan den aanval op een vesting, aan militaire schouwspelen en toernooien. Wij zien vrouwen aan het weven, herders hun kudden naar de slachtbank geleidend, barbiers, ververs, worstelaars, danseressen en eindelijk tooneelen uit het eigen leven van den man, die het graf liet maken.
Het interessantste van de 29 graven is van een vorst, die 2400 jaren vóór Christus leefde. Op de zuilen en muren vertoonen ons het schilder- en beeldhouwwerk alle daden van zijn leven, waar hij trotsch op kon zijn. De opschriften zijn talrijk en op een ervan vraagt de vorst allen, die zijn graf zullen bezoeken, te bidden, opdat vele geschenken aan zijn schim zullen worden gebracht: "O gij, die het leven bemint en den dood verfoeit, bidt, dat duizenden brooden en kannen bier en duizenden ossen en veel gevogelte geofferd worden aan de nagedachtenis van dezen zegevierenden vorst!"
Iets verder zingt hij zijn eigen lof en vertelt ons, dat hij goed en edelmoedig was, dat hij zijn stad en zijn vaderland liefhad, dat alle groote werken werden ondernomen door zijn zorgen en dat hij zoo gezegend regeerde, dat de lof van zijn volk ten hemel stijgt.
Zeker, lieve vriend, ik geloof u op uw woord; mijn middelen veroorloven mij niet, duizenden stieren te offeren aan uw nagedachtenis; maar als ge uit den hoogen hemel, waar ge zeker troont, als ge geen afschuwelijke fratsenmaker zijt geweest, den wind tot zwijgen kondt brengen, die ons in tweeën snijdt en het stof, dat ons verblindt, beloof ik te uwer eer een fijne flesch te drinken, zoodra we terug zijn aan boord van de Ramses.
Helaas, de oude Egyptenaar waardeert blijkbaar mijn edelmoedigheid niet, want de storm wordt nog al erger, en wij hebben de grootste moeite, om weer ons schip te bereiken.
Terwijl wij op het goed beschutte dek de thee gebruiken, verspreidt zich het gerucht, dat de passagiers dien avond de inlandsche dansen zullen opvoeren. Groote ontroering! Er wordt naar den drogman gezocht, en die verklaart ons onder hoofdschudden, dat de dansen niet meer gegeven worden. Enkele jaren geleden werden twee of drie avonden van de reis met de inlandsche dansen gevuld; maar de directie heeft ervan afgezien, omdat de vertooningen dikwijls onkiesch waren.
Tegen zes uur ging de wind liggen; de palmen hielden op met het woedend schudden van hun pluimhoofden, en wij woonden een van die prachtige zonsondergangen bij, die een der glories zijn van het Nijldal. Welke pen van een dichter, welk schilderpenseel zal ooit kunnen weergeven, wat de natuur den verbaasden blikken biedt en opvoert voor den opgetogen geest? Geleidelijk neemt het licht af; de nacht valt, en aan den horizon verdwijnt de zon in purperen en gouden tinten, eerst van ongekende helderheid, maar spoedig versmeltend tot groote zachtheid. Een diepe stilte schijnt zich over de gansche natuur uit te spreiden; in het Oosten wordt het totaal duister, terwijl het Westen rood wordt en daarna verbleekt tot een lichte goudkleur, die al bleeker wordt en ten slotte plotseling voor volkomen duisternis plaats maakt.
24 December.
Wij zijn vandaag te Assioet aangekomen, een groote stad van 45000 inwoners, bewonderenswaardig gelegen op een der breedste plaatsen van het Nijldal en omringd door een buitengewone streek, wat rijkdom en vruchtbaarheid betreft. Hier is er dwars over de rivier een belangrijke dam gemaakt, gebouwd tegelijk met den dam te Assoean, waardoor men de wateren van den Nijl in zijn macht heeft.
De aanlegplaats staat vol met een schaar arabische kooplui, die de voortbrengselen van het land te koop bieden. Daaronder is zeer interessant rood aardewerk, dan shawls van ongewone fijnheid en zilveren degengevesten, wandelstokken van ebbenhout met ivoren knoppen en een fabelachtige hoeveelheid "antiquiteiten", waarvan het grootste deel uit Birmingham of Duitschland afkomstig zijn.
De mooiste ezels van Egypte vindt men te Assioet, naar onze drogman ons vertelde, en inderdaad hadden we er voortreffelijke ezels met zeer goede zadels. De egyptische ezels zijn alle trouwens goed en mooi, en ik heb een groote bewondering voor ze. En wat kunnen ze werken! Zij zijn tegen alles bestand en zijn allerbescheidenst in hun behoeften, uit noodzaak, wel is waar, helaas! Arme dieren, mijn hart heeft vaak medelijden met u gehad, als ik merkte, hoe slecht ge gevoed werdt en hoe hard de stokslagen aankwamen. Wat beulen zijn die ezeljongens, en wat zou ik graag aan sommigen hunner de slagen teruggegeven hebben, waarop zij de ezels onthaalden!
Er staan hier rijtuigen, victoria's liefst, bespannen met zenuwachtige paardjes, en in een van die liet ik mij de stad door rijden, een mengeling van groote paleizen, vervallen huizen en wankele leemen hutten, waarin halfnaakte mannen, vrouwen en kinderen met hun varkens, honden en kippen huizen. Bijna alle winkels hebben uithangborden in vreemde talen, waar een afschuwelijk Engelsch naast een onmogelijk Fransch op voorkomt. De stad hangt vol groote aanplakbiljetten, die met reuzenletters verkondigen, dat "de grootste magnetiseur der wereld" juist van Parijs is aangekomen.
De bazars zijn belangwekkend en vol oostersche producten. De kalmte van de kooplui, die op zijn Turksch zitten te rooken en hun koffie met kleine teugjes slurpen, vormt een vreemde tegenstelling met de houding van de verkoopers aan de landingplaats, die ons achtervolgden en ons lastig vielen.
Een Arabier kan geestig wezen; daar twijfel ik niet meer aan. Ik onderhandelde met een hunner over een mooien doek, waarvoor hij mij het vierdubbele van de waarde had gevraagd, en wij waren bijna afgezakt tot den prijs, dien ik ervoor wilde geven, toen hij een halsketting grijpend en dien haastig in den doek wikkelend, mij beide toereikt met de woorden: "Hier, neem het maar... bakschisch!" En toen met een zinspeling op de beroemde ministeriëele circulaire: "Maar zeg het vooral niet aan Cromer pacha!"
Natuurlijk zijn er te Assioet graven... welke plaats in Egypte heeft die niet? Hier bevinden ze zich boven op een dorren berg, op welks helling men de gaten ziet van verschillende grootte als gapende wonden; die grootte staat in verband met de bestemming van het graf voor menschen of voor honden, katten of wolven, welke dieren alle vroeger te Assioet werden aangebeden.
Onder de brandende zonnestralen bestegen wij dien berg, bedekt met oude, verbleekte beenderen en wij kwamen aan den ingang van het eerste groote graf. Tegen het hek stond een afschuwelijke mummie overeind. Een der bewakers drukte de mummie met zijn rechterarm tegen zich aan en de linkerhand uitstrekkend, zei hij tot ons: "Photografeer nu de beide generaties... vijf piasters, als het u belieft."
De graven te Assioet zijn werkelijk het bezoek niet waard, dat men er aan brengt. Het zijn vulgaire grotten, waarin enkele gapende gaten de kuilen aanwijzen, waaruit men de mummies heeft weggehaald. In een der hoeken lag een hoop stof van losgewikkelde mummies, en de drogman bood er ons stukjes van aan als herinnering: "Zonderling," zei hij, "dat die stof eeuwen is bewaard gebleven!" Buiten zag een Engelschman een hoop oude lappen, en ze wijzend aan onzen gids, vroeg hij hem: "En dat, is dat ook mummiestof?" Maar de ander, niet om een antwoord verlegen: "O neen, dat is maar prullerij... dat komt uit Birmingham."
Wij daalden langs een ander pad en kwamen aan de doodenstad, het groote, arabische kerkhof, geheel wit, met zijn duizenden graven met sierlijke koepels erboven. Uit de verte is het een mooi gezicht; van nabij is het minder aardig. Enkele graven zijn open, zoodat de beenderen te zien zijn, en de gieren vliegen erboven rond in de lucht.
Ik heb van mijn kort verblijf in Assioet gebruik gemaakt, om den amerikaanschen zendingspost te bezoeken, die hier een kerk heeft, een hospitaal en twee mooie onderwijsinrichtingen voor jongens en meisjes.
Zeer vriendelijk ontvangen door den directeur, den Reverend Dr. Alexander, heb ik met hem de gebouwen bekeken, die zeer goed waren ingericht. Daar ze reeds sedert vijftig jaren in Egypte gevestigd zijn, hebben deze presbyteriaansche zendingsstations groote diensten aan de beschaving bewezen. Ik blijf gelooven, dat de resultaten op godsdienstig gebied niet veel beteekenen, maar dat ze op humanitair terrein bijzonder groot zijn. De scholen van Kaïro en Assioet hebben ieder ongeveer 700 leerlingen; de meisjesschool te Kaïro telt 400. In het kort, de verschillende scholen van de amerikaansche zending in Egypte geven een practische opvoeding van groote waarde aan 12387 jongens en 3521 meisjes. Op de school te Assioet duurt de cursus zes jaren. Na het verlaten der inrichting wordt een klein deel der leerlingen zendeling, de anderen worden leeraars, en de groote meerderheid gaan naar hun dorpen terug, waar ze betrekkingen kunnen krijgen bij post, telegraaf, telefoon enz.
Natuurlijk, dat die duizenden oosterlingen, die zes jaren van hun leven hebben gesleten in deze scholen, ruim van inzicht worden en dat er een betere verstandhouding ontstaat tusschen Mohammedanen en Christenen. Nauwelijks twintig jaren geleden was het onmogelijk met een Muzelman over den Bijbel te praten... tegenwoordig lezen velen het Boek, sommigen uit nieuwsgierigheid, anderen om eruit te leeren, en graag spreken ze over godsdienstige vraagstukken met Christenen.
De pogingen van de amerikaansche, fransche, oostenrijksche en andere zendelingen hebben stellig tot gevolg gehad, dat de betrekkingen vriendschappelijker werden tusschen inboorlingen en vreemdelingen, en indirect hebben ze ertoe meegewerkt, onze denkbeelden en onze zeden ingang te doen vinden, die tot een beter en gezonder leven leiden. De in de scholen opgevoede mannen zien ervan af, vele vrouwen te hebben en begrijpen het familieleven beter en de liefhebbende vertrouwelijkheid tusschen ouders en kinderen. De vrouwen, die er hebben schoolgegaan, hebben meer gevoel van eigenwaarde en houden haar huis gezelliger.
26 December.
Gisteren, op het Kerstfeest, was de Ramses in feestdos. De beide dekken waren versierd met bloemen, groene planten, slingers, en de Maatschappij bood den gasten een heerlijk en overvloedig maal aan. Wij hebben toasten en speeches gehad. Van morgen al vroeg zijn wij ontscheept te Keneh op 700 kilometers van Kaïro. De ezels wachtten ons en in galop ging het door de velden, om den beroemden tempel van Denderah te gaan zien, die door de oude Egyptenaren opgedragen was aan de godin Hathor.
Het was een verrukkelijke rit door het frissche land, dat pas door de eerste stralen van de zon verguld werd. Honderden mannen en vrouwen werkten al in de velden en sneden de egyptische maïs, waarvan de hooge, drie tot vier meter lange halmen bogen onder het gewicht van den dikken kolf, die meer op een peer geleek dan op de gewone maïs. Tal van ezels, die zwaar beladen waren, draafden heen en weer tusschen het veld en de booten aan het strand van den Nijl.
Het fellahvolkje leek gelukkig en tevreden. Welk een verschil ook tusschen gisteren en vandaag! Niet enkel wordt het niet langer onderdrukt en uitgemergeld, maar het kan gemakkelijk geld leenen tegen lagen interest, om uit de handen van woekeraars te blijven. In den tijd der vroegere ellende was er nauwelijks een boer, die niet in de handen viel van armenische en grieksche woekeraars, een der wonden van het Egypte van vroeger.
Toen de regeering de groep Cassel-Suares machtigde, om de Nationale Bank te stichten, stelde ze als voorwaarde, dat een zekere som jaarlijks zou worden voorgeschoten aan de fellahs, die het verlangden en die slechts negen percent zouden betalen, wat weinig was, vergeleken bij wat de woekeraars eischten. Ondanks het aanvankelijk wantrouwen der fellahs had de maatregel veel succes, en de Nationale Bank besloot, een speciale bank te stichten, de Landbouwbank, waarvan het doel is, de fellahs, te hulp te komen, die geld noodig hebben, hetzij om uit den greep der geldschieters te raken, hetzij om het oogenblik van den verkoop van hun oogst af te wachten. Uitstekend geleid door den heer G. Scott-Daglish, heeft die bank veel steun gegeven.
Een ander liefdewerk van Sir E. Cassel betreft geneeskundige hulp. Zooals bekend is, lijden zeer veel Egyptenaren aan oogziekten. Die zijn er een ware plaag, waardoor duizenden verhinderd worden, hun brood te verdienen.
Sir E. Cassel stelde ter beschikking van Lord Cromer een jaar of drie geleden de som van een millioen francs, waarvan de interest gebruikt moest worden, om het lot te verlichten van de ongelukkige ooglijders. Sir Horace Pinching, de directeur van den Gezondheidsraad, ried de vestiging van klinieken aan op het land, die dan van stad tot stad en van dorp tot dorp zouden gaan, om allen te helpen, die hulp behoefden. Twee klinieken, die rondgingen, werden georganiseerd, en de dokters Mac Callan en Miller werden aan het hoofd ervan gesteld. Duizenden ongelukkigen zijn reeds geopereerd en gratis verpleegd, en de goede gevolgen zijn zoo groot, dat de autoriteiten niet zouden aarzelen, het aantal klinieken te vermeerderen, als het geld er voor te vinden was.
De tempel van Denderah is een der belangwekkendste uit Boven-Egypte. De prachtig bewaarde ruïnen zijn grootsch en men staat verbaasd over den arbeid, die eraan is besteed. Ik waag mij maar niet aan een beschrijving. Heeft Mariette niet geschreven in zijn "Algemeene Beschrijving van Denderah": "Er zouden vele jaren noodig wezen, om het geheel te copiëeren en twintig groote boekdeelen om het te beschrijven." Daartoe reikt mijn kader zeker niet!
"Ziet u daarginds die gemetselde muren? Dat zijn de oude muren van Thebe! Toen ik een kind was," zoo vertelde mij de heer Legrain, die vriendelijke, geleerde Egyptoloog, "en als ik dan las, dat wagens, met talrijke paarden bespannen, over de muren galoppeerden als over een boulevard, waar ze elkaar tegenkwamen en voorbijreden, keek ik naar de maren om den tuin van onze villa in de omstreken van Parijs, die wel 40 centimeter dik waren, en ik zei tot mijzelven: 'Dat kan niet anders dan bluf zijn!'"