Chapter 2
Onder alle de bezigheden en zorgen, welken deze onrustige tyden hem verschaften, vergat hy zyne geliefde studiën niet: de edele Dichtkunst, zulk eene verhevene ziel dubbeld waardig, was zyne verkwikkende uitspanning; ja hy verliet zyne boekoefening niet, hoewel zyne staatsbemoeijingen ook van tyd tot tyd nog vermeerderden, 't geen onder anderen mede veroorzaakt werd door dat de _Rotterdamsche Vroedschap_ hem, in den jaare 1616, benoemde, tot het Collegie der Gecommitteerde Raaden, mits evenwel dat hy het Pensionarisschap tevens bleef waarneemen. Zyn letterarbeid moest hy niet zelden besteeden tot het wederleggen van deze en geene geschriften, en tot het rechtvaardigen van het gedrag, by sommige Regenten gehouden: het beroepen van een Synode, ter vereffeninge der verschillen, was een der voornaamste pointen waarover men het niet eens kon worden, en dat den arbeidzaamen HUGO veel werks verschafte: de meeste Steden van _Holland_ hadden staatswyze beslooten, dat het byeenroepen van zulk eene vergadering niet raadzaam was, en hadden tevens de Magistraaten magt verleend, om meer volk van wapenen, of Waardgelders, tot haare verzekering en tot afweering van daadlykheden aanteneemen: deze resolutie werd door anderen afgekeurd; waarop agt Steden beslooten zig desaangaande te verdedigen, en daartoe gebruikten zy "wel voornaamlyk de pen van onzen DE GROOT:" deze zag niet dan gevaar in het houden van een Synode, zo wel als in het afdanken der Waardgelders: zyn Exell. Prins MAURITS, was in beide opzichten van het tegengesteld gevoelen, meenende _dat de Waardgelders erger waren dan de _SPAANSCHE KASTEELEN_, en dat ze af moesten_, al het welk wy thans niet breeder kunnen verhandelen; het zy voor het tegenwoordige genoeg, aangeweezen te hebben, wat eigenlyk de oorzaak was, dat onze groote HUGO in ongenade verviel, want die ongenade had niets anders dan het voorgemelde ten grondslage, en had ten gevolge, dat hy, benevens de Advocaat, VAN OLDENBARNEVELD, en HOGERBEETS, Pensionaris van _Leiden_, op den 29, (BRAND en anderen zeggen den 28,) Augustus des jaars 1618, te _'s Gravenhagen_ in hechtenis genomen werd: ten zelfden dage viel ook het zelfde lot te beurt aan den Heere LEDENBERG, Secretaris van de Staaten van _Utrecht_, die mede naar _'s Gravenhagen_ gebragt werd.
Vermits de gevangenneeming geschied was uit naame van de Staaten Generaal, waren de Staaten van _Holland_ daarover niet weinig gebelgd, aangezien zy alleen de wettige Heeren en Meesters over de gevangenen oordeelden te zyn: men begeerde dat hunne huizen hun ter gevangenisse zouden verstrekken: de _Remonstranten_ waren neêrslagtig, ziende dat hunne voornaamste begunstigers ontwapend waren; de _Contra-Remonstranten_, integendeel, hieven daarover een triumphlied aan: de vrouwen der gevangenen leverden requesten in, ter verkryginge van 't geen de Staaten van _Holland_ begeerd hadden: de _Rotterdammers_ verlieten hunnen geliefden DE GROOT niet, zy vorderden van zyne Excellentie, dat hy, by de Staaten Generaal, het ontslag van dien waardigen man zoude bewerken, maar deze gaf ten antwoord: _het is myn zaak niet_; en ook waren alle andere pogingen vruchtloos.
Onze held zat mede niet stil om zyne verlossing te verkrygen, en zyne reeds bezoedelde eer, (wat heeft een braaf man toch waardigers!) te zuiveren, doch mede te vergeefsch; zelfs liet men, om zyn misdryf schynbaar te maaken, zyne papieren uit zyn logement haalen; men verplaatste hem in eene andere kamer, en gaf bevel, dat hy niemand mogt zien.--Hy verviel in ziektens; zyne onvergelykelyke Gemalin wendde alle moeite aan, om by hem te mogen komen, ja ook zelfs met aanbieding van mede gevangen te willen blyven; edel voorwerp!--met hoe veel gronds heeft de Prins der _Nederlandsche Dichteren_ niet gezongen:
_Waer wert oprechter trou,_ _Dan tusschen man en vrou_ _Ter werelt ooit gevonden?_ _Twee zielen, gloênde aan een gesmeet,_ _Of vast geschakelt en verbonden_ _In lief en leedt._
Deze braave vrouw, eenen Echtgenoot als de groote HUGO overwaardig, mogt echter het zoete byzyn van haar lieven man niet genieten, ook niet, schoon hy korts daarna zo gevaarlyk ziek werd, dat men hem twee Geneesheeren moest zenden--was dit eene geoorloofde handelwys, of was het wreedheid? de staatkunde zal hier anders oordeelen, dan de menschlykheid: wy oordeelen niet: Prins MAURITS heeft gesteld, _dat men op het recht niet moest zien, als het gevaar groot was_; mogelyk heeft de staatkunde ook stelregels, volgends welken zy de menschlykheid mag doen zwygen! wat hier van zy, onze doorluchtige Gevangene had niemand anders tot gezelschap, dan zynen Dienaar, WILLEM VAN DE VELDE: in eenige ons ter hand gestelde berichten, vinden wy dezen Dienaar, CORNELIS VAN DE VELDE genoemd, en by VONDEL ontmoeten wy nog een andere Dienaar van onzen grooter letterheld, in het volgende vierregelig versje, ten opschrifte voerende: _In het Stamboek van _CHRISTIAEN KAS_, Dienaar van zyne Excellentie _HUGO DE GROOT_:_
_Een Kristen Kas bewaert ter noot_ _Ons heilig Lantjuweel, de Groot,_ _Toen 't Vaderlant hem viel te kleen_ _O blintheit! ô verkeerde zeên!_
Wy zullen ons vergenoegen, met dit alleenlyk aangetekend te hebben.--Op den derden September eerstkomende, werden de gevangenen voor de eerstemaal verhoord, door eenigen uit de vergadering der Staaten Generaal, niettegenstaande de _Rotterdamsche Vroedschap_ begeerd had, dat sommige leden uit de vergadering van _Holland_ daar by tegenwoordig zouden weezen: te vergeefsch ook zeide DE GROOT, begrypende dat hy niet voor zyn competenten rechter zou staan; _dat hy, als geboren in Holland, een dienaar van een Stad van Holland, en gevangen genomen op den grond van Holland, geen Rechters kende dan van Holland; doch_, voegde hy, om de bewustheid van zyne onschuld, en de gerustheid van zyn hart te doen blyken, daar by; _ik wil des onverminderd, myne daaden voor ieder wel verantwoorden._
Op den gezegden dag werden hem, zo vóór als na den middag zestien vraagen gedaan, die alle voldoende door hem beantwoord werden.
Na dien tyd ontving hy verscheidene bezoeken, en moest weder op veelerleije ondervraagingen antwoorden; veele schynbezwaaren deeden zig voor hem op, die hy, de vryheid verlooren hebbende, niet kon oplossen, waarover hy zig eenige jaaren daarna ook beklaagde, zeggende: _ongelukkig zyn ze, die, zonder toegang van Vrienden gevangen zittende, zig tegen zulke slinksche slagen niet kunnen verweeren._
Den 9den November werd het geval in de vergadering der Staaten van _Holland_ in overweeginge genomen, en beslooten, dat 'er eenigen uit die vergadering zouden gecommitteerd worden, om, benevens de Gedeputeerden der andere Provinciën, over de examinatie te staan: onze Held moest wederom een en andermaal op de vraagen van dezen voldoen, en zelfs had men zo weinig medelyden met hem, dat hy genoodzaakt werd, staande eenen hevigen aanval van koorts, voor zyne ondervraagers te verschynen.
Op den 21 February des volgenden jaars, (1619), werden vier-en-twintig Rechters over de Gevangenen benoemd, aan elk van die Heeren werd verleend een bezegelde acte, dat niemant hun over deze zaak iets zou miszeggen of misdoen; en na gedaanen eed van getrouwheid en oprechtheid, leiden zy onderling in elkanders handen ook eenen eed af, behelzende dat zy aan niemand zouden openbaaren, iets "van 't geen in deze handelinge voor haar zoude passeeren."--Zeldzaame voorzorg!--kan eene rechtvaardige zaak...... maar wy verkiezen hier liefst geene aanmerkingen te maaken.--Op den 5 Maart, werd de ongelukkige voor de gezegde rechters gebragt, en den 16 April daaraanvolgende, voor de tweedemaal, door dezelven ondervraagd: wy vinden aangetekend, dat onze Held in dat verhoor verzocht, om zyne Deductie op het papier te mogen stellen; dat hem zulks eindelyk toegestaan werd; maar, (welk een zonderling voorbeding!) dat hy niet meer dan vyf uuren tyds, en niet meer dan één vel papiers daartoe mogt gebruiken: men begrype hoe hinderlyk deze bepaalingen hem hebben moeten weezen; evenwel omhelsde hy die bekrompene vergunning, en vervaardigde een geschrift, over welke inëengedrongenheid en kleinheid van letter, ieder verbaasd stond.
Zo lang hem het gebruik van pen en inkt vergund werd, verliet hy zyne geliefde studie niet, in weêrwil van alle de smartlykheden welken hem drukten, en die eene minder kloekmoedige ziel dan de zyne, zouden hebben doen kweinen.
Eindelyk werd de volle vierschaar over de gevangene Heeren gespannen, en hun vonnis geveld: wy zullen kortheids halven ons alleenlyk by onzen DE GROOT bepaalen, en denken den Lezer geen ondienst te zullen doen, met de Sententie, over hem uitgesproken, woordelyk over te neemen; dus luidt dezelve: