Het hedendaagsche Londen De Aarde en haar Volken, 1907
Chapter 2
De jonge gentleman, die als ongetrouwd heer op kamers woont, en het leven van den laten kant bestudeert, is geen vroeg opstaander. Zijn knecht kijkt af en toe eens bij hem binnen, naarmate het later wordt, en als hij hem nog slapende vindt, trekt hij zich bescheiden terug. Zulk een jong heer gevoelt zich, als hij tot de bewustheid is gekomen, dat er een nieuwe dag is aangebroken, die gedood moet worden, gedrukt en heeft behoefte aan een kleine prikkeling, voor hij opstaat en aan zijn toilet begint. In kamerjapon en op pantoffels blijft hij dan luieren in zijn zitkamer en speelt dan wat met een zorgvuldig bereid ontbijt. Zijn eerste toiletmaken beteekent niet veel, want hij stelt de artistieke toetsen uit, tot hij zich gereed maakt om uit te gaan en in de deftige straten van West Londen zijn persoon te vertoonen.
Maar het wakker worden is niet allemaal plezier, zelfs niet voor de rijken en goed gekleeden. De nacht is voor de meesten van ons goed en vriendelijk, in zoo ver, dat hij een korte poos van vergetelheid brengt, maar met den morgen keert de bewustheid van het leven terug. Menig mooi engelsch meisje vindt, als ze de oogen opent, geen genoegen in den morgenzonneschijn, noch kan ze zich verheugen over het lied der vroolijke vogels, die de lucht met melodie vullen. De liefde heeft haar leed gebracht; zij lijdt onder den last der jaloezie, ja, misschien is er wanhoop in haar ziel. Het tooneel van het bal van den vorigen avond komt haar weer in de herinnering, terwijl de sluizen van het herdenken worden opengezet. Mogelijk is het niet anders geweest dan een kibbelpartijtje tusschen verliefden, mogelijk ook was het een punt, waar wegen uiteenliepen; maar het maakt het uur van ontwaken tot iets droefs, en het twijfelende meisje zucht, gaat met een bleek gezichtje opstaan en kleedt zich lusteloos aan.
De morgenpost speelt een voorname rol in het huiselijk drama van het opstaan. De brief, die in de bus wordt gestoken met het gewone rinkelende geluid, thans in veel districten vervangen door een krachtig schellen, want de kloppers raken uit de mode, kan het beste, maar ook het slechtste nieuws bevatten. Wordt hij gebracht naar het bed van den langslaper, dan kan hij het oogenblik van ontwaken maken tot een tragisch moment, maar hij kan ook de kamer met zon vullen, zelfs op den mistigsten Novemberdag.
De brief kan met verlangen te gemoet zijn gezien, of met angst zijn verbeid. Hij komt ten laatste en bijna altijd met de eerste post. Als ge in twijfel zijt aangaande de uitspraak van het lot, scheurt ge de enveloppe haastig open, of wel ge draait haar om in uw bevende vingers en legt haar nog een poosje weg, om het vonnis zoo lang mogelijk te verschuiven.
In menig bescheiden gezin kan de morgenbrief ondergang of redding beteekenen. De jonge klerk buiten betrekking, die vrouw en kind heeft te onderhouden, heeft geschreven op een advertentie. Hij zou de aangeboden betrekking graag vervullen, heeft recommandaties ingezonden en gaf zijn laatste sixpence aan postzegels uit. Als hij 's morgens wakker wordt, blijft hij lang in bed, daar hij toch geen werk heeft, tot zijn vrouwtje met een brief aan zijn bed staat.
Hij neemt dien aan, maar is bang hem open te doen. Is het een hoopgevende tijding, die hem oproept, zich op een kantoor in de City aan te melden, of is het de stereotiepe boodschap, die sommige firma's uit beleefdheid aan sollicitanten doen toekomen, als er niet al te veel zijn?
Het vrouwtje wacht; de man gaat overeind zitten, en zich met moed wapenend, om zijn lot onder de oogen te zien, breekt hij het couvert los. Bevend vouwt hij den brief open en vliegt met zijn oogen over den inhoud. "Goddank!" roept hij uit, "Goddank!" Niet noodig, meer te zeggen. De oogen van het liefhebbend vrouwtje vullen zich met tranen van dankbaarheid, terwijl ze op de knieën valt en haar armen om den hals van haar man slaat. De brief ligt open op de dekens; zij kan het blijde nieuws lezen. "De heer ... wordt verzocht, zich op het kantoor in de City aan te melden, en indien zijn getuigschriften goed zijn," enz. enz.
Er komen soms dagen in ons leven, waarop wij verlangend uitzien naar wat de post ons 's morgens brengen zal. De verjaardag beteekent vriendelijke, hartelijke begroetingen van verwanten en vrienden, lang nadat het niet meer om geschenken te doen is, en daar het nog gebruikelijk is, het aftellen van weer een jaar van het ons toegewezen deel als een feit te beschouwen, waar men zich over moet verheugen, ontwaken de meeste mannen en vrouwen, die de vreugde van te leven mogen smaken, op den morgen van hun verjaardag met een glimlach op de lippen en vragen naar hun brieven.
Het ontwaken van den dramaschrijver op den morgen, nadat zijn nieuw stuk is opgevoerd, van de acteurs en actrices, die erin zijn opgetreden, staat geheel onder den invloed van wat de ontvangst den vorigen avond is geweest; maar allen zijn nieuwsgierig om te lezen wat de bladen ervan zeggen, die men hun brengt met hun morgenkopje thee. Wat er ook in de wereld aan de orde moge zijn, hoe gewichtig ook de gebeurtenissen van den dag mogen wezen, menschen van het theater hebben slechts een enkele gedachte, als ze de couranten openslaan. Zij minachten de hoofdartikels en hebben geen oog voor het nieuwste nieuws. De kritiek van het nieuwe stuk is de gedrukte materie, waarin al hun belangstelling is geconcentreerd. Zij lezen de eene opmerking na de andere, nu eens met een glimlach dan weer met een frons, en van den aard der opmerkingen, voor zoover ze hun zelven betreffen, hangt af, in welk een stemming menschen van de comedie hun dag beginnen.
Er zijn tijden, waarin de morgencourant het halve land somber doet opstaan. Het nieuws van een ramp, aan Engelands legers overkomen, van een ongeluk op zee, van den dood van een populair lid der koninklijke familie werkt op de stemming van heel het denkende volk. Er zijn dagen geweest, waarop geheel Londen met een steek in het hart is opgestaan en somber en lusteloos zijn dagelijksch werk is begonnen.
En ook zijn er dagen, waarop het grootste deel van de Londenaars vroolijk opstaat. Dat zijn de dagen, als er nationale feesten worden gevierd, als er straatvertooningen plaats hebben, of als er algemeen vacantie is. De geest van de galadagen is aanstekelijk; zelfs zij, die er niet aan kunnen deelnemen, hebben er een vriendelijke sympathie voor en staan op met een prettig gevoel, dat ze nooit hebben op die wijze op een gewonen werkdag.
Zoo groot is Londen en zoo klein is betrekkelijk de omtrek, waarin een optocht gewoonlijk wordt gehouden, dat het zaak is bij al zulke gelegenheden vroeg op te staan. De politiemaatregelen noodzaken de menigte, zich op gegeven punten te concentreeren, lang voor het uur van een optocht is aangebroken. Dan trommelen de knokkels van de meid op de deur van de slaapkamer op een ongewoon uur, en er is geen sprake van, zich nog eens op de andere zij te leggen. Wie gewoonlijk laat opstaan, zijn bij die gelegenheden het eerst bij de hand. Zij hebben uitgebreide voorzorgsmaatregelen genomen den vorigen avond, om niet te laat beneden te komen, en ze zijn onder de eersten, die zich op straat vertoonen. Als het mooi, warm weer is, weiden ze uit over de schoonheid van den morgen en geven luid hun voornemen te kennen, een nieuw blaadje in hun levensboek om te slaan en voortaan in de morgen uren van Londens schoonheid te genieten. Maar zelden worden die goede plannen uitgevoerd.
Op Zondagmorgen blijft de meerderheid van de londensche burgers een uurtje langer in bed. Er zijn brave menschen, die naar den vroegdienst gaan en vele Roomsch-Katholieken gaan naar de vroegmis. Er zijn menschen, die een ver uitstapje naar buiten gaan maken en dus vóór dag en dauw uit de veeren zijn; maar als een regel zijn de dienstboden een beetje inschikkelijk, en het ontbijt is later. De werkers, die blij zijn een dag vrij te hebben en in den Zondag een rustdag zien in den waren zin des woords, gebruiken er een portie van in bed. Het opstaan is een langzamer en omslachtiger proces. De kruipende wijzers van de klok geven geen schrik voor treinen die gemist zullen worden; de waarschuwende bel van den omnibus zal vandaag niet klinken, en de kerk, die gewoonlijk dichtbij is, zal niet vóór elf uur beginnen. In bescheiden huisgezinnen is moeder op lang vóór vader; want de kinderen moeten netjes gekleed worden en naar de Zondagsschool worden gezonden, hetgeen hunzelven en hun ouders tot eer verstrekt.
Al de hoop en de vrees, die het leven vullen, komen op met het ontwaken in den morgen. Enkele van Londens kinderen staan op met een hooggestemd hart en gestaalde zenuwen, gereed om groote dingen te doen; anderen ontwaken met een zucht om dagen die voorbij zijn, en met donkere vooruitzichten in de toekomst.
De jonge bruid met een hart vol liefde voor den man, wiens leven zij gaat deelen, wordt voor de laatste maal wakker in haar oud, vertrouwd ouderlijk huis. Er zullen wel een paar tranen in haar oogen opkomen, als zij denkt aan de scheiding van diegenen, die nu toe altijd bij haar zijn geweest, maar haar hart is vervuld van een vage verwondering, hoe de nieuwe band haar passen zal en hoe het beginnend leven zal zijn.
Maar zij heeft haar hart lang geleden gegeven, en vandaag zal zij er haar hand bij geven. En zoo overwint de liefde al de pijn der scheiding, en er is hoop in haar hart, al zijn er tranen in haar oogen, als ze haar kamertje voor de laatste maal in het rond ziet en de grootsche toebereidselen maakt, die bekroond moeten worden met het bruidskleed en den sluier te midden van de bewonderende familieleden, vóór zij beschroomd de trap afgaat naar het rijtuig, leunend op den arm van haar vader, en wegrijdt, om haar naam te veranderen en door een gouden keten verbonden te worden aan den man, dien ze lief heeft.
En er is één uur van ontwaken, waaraan wij allen moeten denken, nu en telkens weer.
Als de ure der gerechtigheid van een onzer medemenschen slaat, het uur, dat van te voren vastgesteld en algemeen bekend is, worden veel mannen en vrouwen met een gevoel van diep medelijden wakker--misschien niet zoozeer om den veroordeelden misdadiger, maar om diegenen die hem liefhebben.
Wanneer er een morgen aanbreekt, waarop een vonnis zal worden voltrokken en iemand zal worden opgehangen, gaan onze gedachten uit naar de cel van den veroordeelde, waar een medeschepsel ontwaakt uit zijn laatsten slaap op aarde.
Men zegt, dat de meesten van die ongelukkigen vast slapen, tot de bewaker nadert en zacht hen aanraakt, om hen te bevelen op te staan en zich voor te bereiden op het verschrikkelijke oogenblik, dat aanstaande is.
Het is niet goed, lang aan zulk een ontwaken te denken. Maar met al zijn verschrikkingen is de geestelijke pijniging van het slachtoffer een zaak van hoogstens een paar uren.
Doch voor de moeder, de vrouw van zulk een man, hoe vreeselijk is het voor haar! Moge God haar bijstaan, als zij op dien dag ontwaken! Het medelijden van ieder menschelijk hart vergezelt haar als het noodlottig uur slaat en het luisterend oor treft, en ze weten, dat ver van haar verwijderd, voor zoon of echtgenoot het treurig einde gekomen is.
Van vrijen en trouwen en doopen in het hedendaagsche Londen. [2]
Als de schaduwen der schemering het aanschijn van den blinkenden dag hebben verduisterd, wordt Londen een enkel groot "laantje voor verliefden". In de verrukking van een jongen liefdedroom vinden duizenden paartjes het slot van een dag van hard werken. Men kan ze overal ontmoeten, met de oude, zoete geschiedenis geschreven op hun gelukkige gezichten, en men herkent ze dadelijk, zonder dat vergissing mogelijk is.
In de eene klasse van menschen zijn hun armen ineengestrengeld en hun vingers ook; in een andere hebben ze de armen om elkanders hals; in een derde rust haar hand licht op zijn arm; in nog weer een andere wandelen ze beschroomd naast elkander; maar toch houdt niemand hen voor iets anders, dan wat ze zijn. Getrouwde menschen, ook jonggetrouwde, loopen nooit zoo, als geliefden loopen. De stap is een andere; het gearmd loopen is anders en de omhelzing in het openbaar staat niet langer op het programma.
Laat ons bescheiden en zedig en met de teederste voorzichtigheid voor de gevoelens van allen op dezen zachten zomeravond een wandeling doen door het land der liefde in Londen.
De winkels zijn juist in het Westen gesloten, en de hoofdstraten zijn vol van de jongens en meisjes, die vrij zijn gelaten van hun dagwerk. De meisjes komen voor den dag, in groepjes, met lichte blouses en strooien hoedjes, en ook de jongelui loopen eerst op straat in kleine troepjes bij elkaar. Maar het duurt niet lang, of de seksen raken door elkaar, en binnen korten tijd heeft ieder jongen zijn meisje, en gelukkige paartjes wandelen met hun tweetjes weg.
De gewoonte, om den hoed af te nemen, die eens voor een gebruik van het vasteland werd gehouden, is nu algemeen in alle standen aangenomen, en menige hoed wordt gelicht door medeklerken en winkelbedienden, als ze den trotschen ridder tegenkomen, die met zijn dame aan den arm wandelt. Tusschen acht en negen uur zijn de winkelstraten van het Westen vol geliefden. Hier wordt de liefde niet openlijk tentoongesteld. De ineengeslagen handen en de leestomstrengelende armen behooren bij de minder aristocratische straten en een lageren rang van paartjes, het fabriekmeisje en den werkman, den jongen marskramer en zijn meisje, de meid alleen en haar jongen.
Als gij in den avond door Londens straten wandelt, kunt ge de eerlijke liefde van jongens en meisjes in een nimmer eindigend panorama op hun aangezichten lezen. Er is geen valsche schaamte onder deze paartjes. Ze zijn trotsch op elkander, trotsch op hun teedere relatie, en als ze nu en dan eens een uitwendig teeken geven van de warmte van hun gevoel, is dat eenvoudig de natuurlijke terugkeer van Adams zonen en Eva's dochteren naar de gelukkige Edensche dagen van de eerste minnenden.
In de parken en langs de Theemsoevers aan het Embankment zit menig paar geliefden; ze schuiven dicht bij elkander en kijken elkaar in de oogen, zonder acht te slaan op de voorbijgangers, die meestal nog al medegevoel toonen en sympathiek gestemd zijn. Als er maar een enkel paar zit op een bank, waar plaats is voor vier personen, neemt heel zelden een man of vrouw alleen de overige ruimte in. Die wordt overgelaten voor het volgend paar verliefden, die toevallig passeeren. Want verliefden geven er niet om, als andere paren de droomerige stilte van het zitje onder de boomen deelen. Maar de tegenwoordigheid van eenig persoon, hetzij man of vrouw, die niet ingenomen wordt door den zoeten hartstocht, zou aangemerkt worden als een ernstige inbreuk op de rechten van Cupido.
Londensche gelieven, die behooren tot de klasse van zoo elkaar zoekenden, als de avondzephirs fluisteren onder de boomen, hebben niet veel gelegenheid tot hofmakerij in hun eigen thuis. Er zijn daar al te veel luidruchtige kinderen en ruwe buren in den omtrek, en nergens vinden ze een spoortje romantiek. Menig liefdetooneeltje in de Londensche parken is even idyllisch en teeder en even oprecht, als welke liefde ook, door dichters bezongen, en de vrijage van den boerenknecht is vaak even poëtisch en eerbiedig als die van den jongen hulpprediker, die honigzoete woordjes fluistert in het oor van des vicars dochter tusschen de rozen van haar vaders tuin, in het licht van de eerste bleeke avondsterren.
Liefde kent geen rang en stand, en omdat het avonduur het uur van het hart is, kunnen wij, die Liefde's land doorwandelen, ook den grooten meneer als minnaar zien, zooals hij zich buigt tot de maagd met het blauwe bloed en zachtjes praat tot de dame van zijn keuze. Zie, ze stappen uit de kamer op het breede balkon voor het groote huis en ze staan daar met een achtergrond van zachte lichten in de deftige kamer, die we door de open vensters zien. Wat vormen ze een liefelijk tooneeltje! Zijn zwarte rok en het wijde witte veld van zijn overhemd brengen de zachte chiffons van het slanke, bevallige meisje naast hem naar voren. Het avondkoeltje doet even den grooten rijkdom van haar golvend haar trillen; maar dat is het niet wat haar lichtelijk doet blozen. De jonge graaf heeft zich voorovergebogen en heeft zacht woorden van liefde tot haar gefluisterd. Wij zijn te ver weg, om het antwoord te hooren, dat zij geeft; maar wij kunnen haar glimlachend gelaat zien, en als aan de voorschriften en bepalingen van de groote wereld is voldaan, kunnen wij zeker zijn, dat er een aankondiging in de Morning Post zal verschijnen en dat de heele wereld zal hooren van die kleine liefdeshistorie, welker begin school bij de balkonscène in Park Lane vandaag.
De luiken zijn gesloten in dit sombere huis in een Londensche square, en we kunnen niet zien of de liefde schuilt onder het dak, maar de benedenvoordeur is open en op de bovenste trede van de stoep schept een mooi Londensch dienstmeisje een luchtje. Zij kijkt verlangend naar den hoek en werpt nu en dan tersluiks een blik naar de dichtgetrokken gordijnen. Daar komt een jonge man aanslenteren. Hij drentelt, tot hij het gefladder van de linten van een klein wit mutsje in het oog krijgt, en dan versnelt hij zijn stap, en het jonge kamermeisje stapt hem lichtjes tegemoet. In de schaduw van het buurhuis buiten het gezicht van eenig oog, dat zou kunnen kijken uit het huis, waar ze dient, toeft Mary een poosje met haar minnaar. Hij houdt haar hand in de zijne en ze praten ernstig samen. Een politieman gaat voorbij met een knikje en een glimlach. De jonge man trekt zijn wenkbrauwen samen, maar het is slechts een zomerwolkje. Dan opeens slaat de klok van een naburige kerk tien. Mary schrikt even. "Ik moet gaan!" fluistert ze. Dan volgt een lang en innig drukken van de hand, en daarna--wij wenden ons bescheiden af, maar een welbekend geluid treft ons oor, en een minuut later doet Mary zachtjes het hek dicht en verdwijnt de trappen af naar het onderhuis. De jonge man wacht nog even bij den hoek, steekt dan zijn pijp op en loopt voorbij het huis van het square. Ik denk, dat hij nog eens naar dien politieman gaat kijken.
In het felle licht van een zonnigen namiddag komen een gewoon paar verliefden hand in hand langs den buitenkant van Regent's Park aanwandelen. Wat is dat meisje trotsch op den gebronsden zeeman aan haar zijde! Hij is van Portsmouth gekomen, om haar te zien, en zij heeft een dag vrij gekregen van de fabriek en loopt als op wolken. Er is ridderlijkheid zoowel als hartelijkheid in de vrijage van een jongen matroos. Jack Tar heeft niet het allesveroverende voorkomen van den Adonis in het rood, en hij is niet zoo druk bezig met het draaien aan zijn knevel en het tikken met zijn stokje. De zeeman en zijn meisje zijn op weg naar de Zoo, en daar zal Jack met zijn meisje aan den arm naar de vreemde dieren kijken en haar vertellen van de verre landen, waar hij heen gevaren is en ook zulke beesten heeft gezien, niet in ijzeren kooien, maar in hun eigen legerplaatsen. En Jack is royaal met zijn geld en tracteert zijn liefje met groote gulheid. Als de namiddag voorbij is, en zij vermoeid is, zal hij een hansom voor haar nemen en na de thee, als ze in een klein café zitten, doet hij het voorstel, om naar een concert te gaan. In de music-hall heeft hij verbazend veel pleizier en houdt de hand van zijn meisje liefdevol vast al den tijd, en drukt die steviger, als de schoone dame zingt van geliefden, die elkaar trouw blijven, ofschoon de zeeën hen scheiden. Dan 's avonds brengt hij haar naar haar moeders deur en hartelijk kust hij haar luid, dat allen het mogen hooren, waarna hij weglaveert naar het andere einde van de stad, waar zijn oude moeder opzit, om op hem te wachten. En ge kunt er zeker van wezen, dat toen hij dien middag in een winkel ging, om een klein presentje te koopen voor zijn meisje, dat Jack toen zijn moeder niet vergat. Hij heeft iets in zijn zak, waarmee hij het oudje verrassen zal, als hij gaat zitten bij zijn boterham met kaas en komkommer en het groote glas bier, dat al van elf uur af op hem hebben staan wachten.
Verliefde jongens en meisjes van de Londensche straten zijn in hun volle glorie op Bank Holiday. Dat is de dag, waarop de knaap met de eerste flauwe teekenen van een knevel zich in zijn nieuw licht pak steekt en een paar geelbruine laarzen aantrekt. Hij telt het kopergeld, dat hem nog overblijft na de uitgaven voor zijn toilet en inviteert het meisje van zijn hart, om met hem naar Hampstead Heath te gaan. Hampstead is bepaald het oord van voorkeur voor den knaap-vrijer, omdat er geen entrée is te betalen en de vertooningen er maar een penny kosten en geen sixpence. Zijn liefje heeft niet veel aan haar toilet ten koste gelegd, maar zij is meestal netjes en heeft handig gebruik gemaakt van haar vingers, door nieuw lint te zetten op een ouden hoed, en ze zal ook wel een oude jurk hebben opgeknapt, zoodat ze als nieuw leek. De schoenen zijn in den regel een zwak punt voor het verliefde meisje, dat op Bank Holiday uitgaat. Laarzen zijn een gruwelijk ding voor velen van ons, maar als ge in de week zoo weinig verdient, moet een enkel paar lang dienst doen.
Maar de knaap-minnaar ziet niet zoo nauw toe in zake de schoenen, als zijn meisje maar knap is, wat den hoed aangaat. Hij is op zijn manier een goede jongen voor haar, en juist zoo teeder en liefhebbend, als jongens kunnen zijn. Hij duwt haar bij wijze van een grapje met een geweld, dat een welopgevoed meisje voor een heftigen aanval zou houden. Maar Sally heeft er wel schik in en geeft duwen terug onder vroolijk geschreeuw. In zake ververschingen is Tom zoo royaal, als hij maar kan. Hij tracteert zijn meisje op voor een stuiver zoetigheid, en op de Heath deelen ze een portie ijs, bijten samen in een appel en drinken samen een fleschje gemberbier.
Sentimentaliteit is er niet veel tusschen zoo'n knaap-vrijer en zijn meisje. Zij zijn nog kinderen en ze stoeien en plukharen. Tegen den avond, als ze teruggaan naar het kleine zijstraatje, waar ze wonen, hebben ze misschien hun armen elkaar om den hals geslagen, maar dat is maar grootdoenerij. Zij willen de volwassenen nadoen. Hij vindt, dat de voorbijgaande jongens moeten zien, dat het niet zijn zuster is, maar zijn meisje; en zij is erop gesteld, dat alle vrouwelijke kennissen weten moeten, dat zij groot genoeg is, om een vrijer te hebben.
Bij het voorhekje van de villa in de voorstad staan een paar gelieven afscheid te nemen. Het is het uur, waarop het niet voegzaam is voor de dochters des huizes om buiten te zijn, en het is tijd, om te scheiden. De avondwandeling in de laan in de buurt is voorbij. Ze zijn verloofden. Maar de jonge man weet, dat de broers en zusters van zijn verloofde niet gesteld zijn op de al te drukke visites en de aanwezigheid van een geëngageerd paar, en bovendien heeft hij nog een heel eind voor zich, om thuis bij zijn familie te komen, terwijl hij iederen morgen om acht uur in de City moet zijn. Dus is het tienuursklokje sein tot afscheid nemen, maar het talmen aan het hekje is altijd prettig en moeilijk om mee uit te scheiden.
Nadat zij een eindje den voortuin is binnengegaan, loopt ze niet door langs het paadje naar de huisdeur. Zij leunt even op het hekje en ze kijken nog eens weer in elkanders oogen, genietend van het zwijgen der liefde.
Maar ten laatste verbreekt zij de bekoring. "Ik moet gaan, Frank", zegt ze. Toen buigt ze haar mooi gezichtje over het hekje en hij bukt zich en hun lippen ontmoeten elkaar. Dan vlug vliegt er een licht kleedje in het halfduister over het paadje. Hij kijkt ernaar, tot het verdwenen is. Dan zegt hij luid tot zichzelven: "Lieveling!" en flink stapt hij op, om zijn anderhalve mijl wandelens af te leggen. En de herinnering aan dien afscheidskus gaat met hem en herschept den stoffigen weg in een pad van rozen.