Het Geheimzinnige Eiland De Verlatene
Chapter 19
De dieren waren in die verwoesting omgekomen; de vogels zoowel als de andere vertegenwoordigers der dierenwereld waren allen verpletterd of verdronken, en de ongelukkige Jup zelfs had den dood gevonden in een der spleten van den grond.
Dat Cyrus Smith, Gideon Spilett, Harbert, Pencroff, Nab en Ayrton dit overleefd hadden, was slechts daaraan toe te schrijven dat zij allen bijeen waren onder hun tent, toen zij in zee werden geworpen, op het oogenblik dat de stukken van het eiland naar alle kanten zich verspreidden.
Toen zij weder bovenkwamen, zagen zij niets op een halve kabellengte afstand dan die eene massa rotsen, waar zij allen heen zwommen, en waarop zij gelukkig vasten voet konden zetten.
Het was op die naakte rots dat zij negen dagen lang leefden! Een weinig voedsel, dat zij nog gelukkig hadden kunnen redden, een kleine hoeveelheid zoet water, dat door den regen tusschen de rotsen was gevallen, dat was al, wat die ongelukkigen bezaten. Hun laatste hoop, hun schip, was verbrijzeld. Zij hadden geen enkel middel in hun macht om die klip te verlaten. Geen vuur, en niets om vuur te maken. Zij waren gedoemd hier om te komen!
Dien dag, 18 Maart, hadden zij nog slechts voedsel voor twee dagen, hoewel zij slechts het hoog noodige gebruikten. Al hun kennis, al hun vernuft kon in dezen toestand hun niets verschaffen!
Cyrus Smith was kalm, Gideon Spilett zenuwachtig en Pencroff ter prooi aan den heftigsten toorn; hij liep gedurig heen en weer op de rots. Harbert verliet den ingenieur niet en zag hem nu en dan aan alsof hij hem om hulp smeekte, die dezen toch niet kon verleenen. Nab en Ayrton berustten in hun lot.
"Ellendig, ellendig!" herhaalde Pencroff dikwijls. "Hadden wij maar een notedopje, om ons naar het eiland Tabor te brengen! Maar niets, niets!"
"Kapitein Nemo had gelijk dat hij stierf," zeide Nab eens.
Gedurende de vijf volgende dagen, leefden de kolonisten uiterst zuinig, en gebruikten slechts het hoognoodige, om niet van honger om te komen. Zij waren uiterst zwak. Harbert en Nab gaven reeds teekenen van waanzin. Bleef hun in dezen toestand nog een straaltje hoop over? Neen! Wat was hun eenige kans? Dat een schip voorbij de klip kwam? Maar zij wisten bij ondervinding dat de schepen nooit dit gedeelte van den Stillen Oceaan bezochten! Konden zij nog op het jacht van Lord Glenarvan hopen? Dat was onwaarschijnlijk, en zoo dit al kwam, daar zij geen bericht op het eiland Tabor hadden kunnen achterlaten, in welken toestand Ayrton verkeerde, zou de kapitein van het jacht, na het eiland vruchteloos te hebben doorzocht, wel weder het ruime sop kiezen.
Neen! er was geen hoop op redding, en een vreeselijke dood, de hongerdood stond hun op deze rots te wachten!
Reeds lagen zij als levenloos op die klip en hadden niet het minste bewustzijn meer van hetgeen om hen heen gebeurde. Ayrton alleen kon, door een schier bovenmenschelijke poging, het hoofd nog optillen en een wanhopenden blik op die verlaten zee werpen!...
Eensklaps op den morgen van 24 Maart strekten de armen van Ayrton zich naar een punt uit; hij richtte zich op, wierp zich op de knieën, en stond eindelijk op zijn beenen, en met bevende hand gaf hij een teeken....
Een schip was er in het gezicht van het eiland! Dat schip bevond zich niet doelloos in de zee. De klip was voor hem het doel waarheen het zich in snelle vaart richtte, en de ongelukkigen zouden het reeds sedert eenige uren gezien kunnen hebben, zoo zij nog de kracht hadden gehad den horizon waar te nemen.
"De Duncan!" mompelde Ayrton, en hij viel weder in onmacht.
Toen Cyrus Smith en zijn vrienden weder tot bewustzijn kwamen, dank zij de zorgen, waarmede zij nu overladen werden, bevonden zij zich in een kajuit van de stoomboot, zonder zich te kunnen begrijpen, op welke wijze zij den dood ontsnapt waren.
Eén woord van Ayrton was voldoende om hun alles te doen begrijpen.
"De Duncan!" mompelde hij.
"De Duncan!" antwoordde Cyrus Smith.
Het was inderdaad de Duncan, het jacht van lord Glenarvan, waarover Robert, de zoon van kapitein Grant, bevel voerde, dat naar het eiland Tabor was gezonden om Ayrton te halen, en hem weder na een twaalfjarige afwezigheid in zijn land terug te brengen!
De kolonisten waren gered, zij waren reeds op hun terugweg!
"Kapitein Robert," vroeg Cyrus Smith, "wie heeft u op de gedachte gebracht om, toen gij het eiland Tabor verlaten hadt en Ayrton niet weder hadt gevonden, nog honderd mijlen noordwestelijk te stevenen?"
"Mijnheer Smith," antwoordde Robert, "het was niet alleen om Ayrton te gaan zoeken, maar ook u en uw vrienden!"
"Mij en mijn vrienden?"
"Zeker! Op het eiland Lincoln!"
"Het eiland Lincoln!" riepen allen ten hoogste verbaasd uit.
"Hoe kent gij het eiland Lincoln?" vroeg Cyrus Smith, "daar dit eiland zelfs op geen kaarten vermeld is?"
"Ik kende het, door het bericht dat gij op het eiland Tabor hadt achter gelaten," antwoordde Robert Grant.
"Een bericht!" riep Gideon Spilett.
"Zeker, en hier is het," zeide Robert hem het document overhandigende, waarop de ligging van het eiland Lincoln vermeld stond: "tegenwoordige verblijfplaats van Ayrton en vijf amerikaansche kolonisten!"
"Kapitein Nemo!...." zeide Cyrus Smith, toen hij dit gelezen en dezelfde hand herkend had, die het bericht had geschreven dat zij in de kraal gevonden hadden.
"O," zeide Pencroff, hij had dus onze Bonadventure genomen, hij had zich dus alleen gewaagd naar het eiland Tabor!...."
"Om er ons bericht neer te leggen!" antwoordde Harbert.
"Ik had dus wel gelijk," riep de matroos uit, "toen ik zeide, dat, zelfs na zijn dood, de kapitein ons nog een laatste weldaad zou bewijzen!"
"Waar moet ik dit kistje zetten?" vroeg Ayrton op dit oogenblik den ingenieur naderende.
Het was het kistje dat Ayrton, op gevaar af van zijn leven te verliezen, nog gered had op het oogenblik dat het eiland overstroomde, en dat hij nu weder aan den ingenieur teruggaf.
"Ayrton! Ayrton!" zeide Cyrus Smith op ontroerden toon.
Daarop wendde hij zich tot Robert Grant met de woorden:
"Mijnheer, gij hadt een misdadige achtergelaten, gij vindt een eerlijk man terug, wien ik trotsch ben de hand te mogen drukken!"
Zij stelden toen Robert Grant op de hoogte van de merkwaardige geschiedenis van kapitein Nemo en de kolonisten van het eiland Lincoln. Daarop, nadat zij de ligging van die klip hadden opgenomen, welke voortaan op de kaarten zou te vinden zijn, gaf hij bevel het schip te wenden.
Veertien dagen later stapten de kolonisten in Amerika aan wal en vonden zij in hun vaderland de rust hersteld na dien vreeselijken oorlog, waarin toch de overwinning aan rechtvaardigheid en recht was gebleven.
De schatten, welke in het kistje waren, dat kapitein Nemo had vermaakt aan de kolonisten van het eiland Lincoln, werden voor het grootste gedeelte besteed tot het aankoopen van grond in den Staat Iowa. Een enkele paarl echter werd er uit gehouden en aan lady Glenarvan gezonden, uit naam der schipbreukelingen die door de Duncan in hun vaderland waren teruggebracht. Op die gronden lieten de kolonisten allen, aan wie zij een woonplaats op het eiland Lincoln hadden toegedacht, werken om er hun fortuin en geluk te zoeken. Daar werd een groote kolonie gesticht, waaraan zij den naam gaven van het eiland, dat door den Stillen Oceaan verzwolgen was. Ook stroomde daar een rivier, die zij de Mercy noemden, een berg welke den naam van Franklin kreeg, een meer dat hen aan het meer Grant zou herinneren, en bosschen die voor hen de bosschen van het Verre Westen werden. Het was als een eiland op het Vasteland.
Daar bloeide alles onder de verstandige leiding van den ingenieur en van zijn vrienden. Geen van de oude kolonisten van het eiland Lincoln ontbrak er, want zij hadden gezworen altijd bij elkaar te blijven. Nab, steeds daar waar zijn meester was, Ayrton altijd bereid zich op te offeren, Pencroff meer boer dan hij ooit zeeman was geweest, Harbert, die zijn studiën onder het oog van Cyrus Smith voltooide, en Gideon Spilett, die de _New-Lincoln-Herald_ oprichtte, een blad, dat het best van de geheele wereld op de hoogte van alles was. Daar ontvingen Cyrus Smith en zijn vrienden menigmaal een bezoek van Lord en Lady Glenarvan, van kapitein John Mangles, Robert Grant en majoor Mac Nabbs, van allen die eenig deel hadden aan de geschiedenis van kapitein Grant en kapitein Nemo.
Daar, eindelijk, leefden allen gelukkig, vereenigd in het tegenwoordige, gelijk zij in het verledene vereenigd waren geweest; maar nooit konden zij het eiland vergeten, waar zij arm en naakt waren aangeland; dat eiland hetwelk gedurende vier jaren in hun behoeften had voorzien en waarvan nu slechts een stukje rots overgebleven was, dat door de golven van den Stillen Oceaan bespoeld wordt en dat het graf was van kapitein Nemo!
INHOUD.
I. Bereiding van de wol.--Een vast plan van Pencroff.--De baleinen.--Waartoe een albatros kan dienen.--De brandstof der toekomst.--Top en Jup.--Stormen.--Cyrus Smith alleen.--Onderzoek van de put
II. Het schip wordt getuigd.--Een aanval van chilische honden.--Jup gewond.--Het schip wordt voltooid.--De Bonadventure.--Eerste tocht om de Zuid.--Een onverwacht stuk
III. Tot het werk wordt besloten.--De drie passagiers.--Eerste nacht.--Tweede nacht.--Het eiland Tabor.--Het bosch wordt doorzocht.--Niemand.--Een verlaten hut
IV. De nacht.--Eenige letters.--Voortzetting van het onderzoek.--Harbert in gevaar.--Aan boord.--Slecht weer.--Een vuur te rechter tijd
V. Onderling overleg.--Cyrus Smith en de onbekende.--De ballonhaven.--Tranen
VI. De eerste woorden van den onbekende.--Twaalf jaar op het eiland.--Bekentenissen.--Het eerste brood.--Een opoffering.--De eerlijke handen
VII. Een verzoek van den onbekende.--De hut in de kraal.--Twaalf jaar geleden.--De bootsman van de Britannia.--Op het eiland Tabor gezet.--De hand van Cyrus Smith.--Het geheimzinnige bericht
VIII. Een gesprek.--Cyrus Smith en Gideon Spilett.--Een plan van den ingenieur.--De electrische telegraaf.--Welvaart der kolonie.--Een uitwerking van de sneeuw.--Twee jaar op het eiland Lincoln
IX. Kansen der toekomst.--Plan tot een verkenning.--Slecht weer.--Een nieuw voorval
X. Een nacht op zee.--Vertrouwelijk gesprek.--Werk binnen 's huis.--Een photographische proef
XI. Verloren of gered.--Ayrton ontboden.--Gewichtig onderhoud.--Het is de Duncan niet.--Een verdacht vaartuig.--Het schip nadert.--De brik laat het anker vallen
XII. Een voorstel van Ayrton.--Men neemt het aan.--Ayrton en Pencroff op het eilandje.--Boeven uit Norfolk.--Hun plannen.--Heldhaftige pogingen van Ayrton.--Zijn terugkomst.--Zes tegen vijftig
XIII. Maatregelen van den ingenieur.--De eerste stap.--Twee landingssloepen.--Zes veroordeelden aan land.--De brik licht het anker.--Onverwachte ontknooping
XIV. Ayrton en Pencroff redden de overblijfselen.--Gesprek onder het ontbijt.--De kruitkamer ongedeerd.--Nieuwe rijkdom.--De laatste overblijfselen
XV. De bewering van den ingenieur.--De grootsche onderstellingen van Pencroff.--Een batterij in de hoogte.--De vier kogels.--Ayrton aarzelt.--Edele gedachten van Cyrus Smith
XVI. Plan eener expeditie.--Ayrton in de kraal.--Bezoek aan de Ballonhaven.--Wat Pencroff denkt aan boord van de Bonadventure.--Geen antwoord van Ayrton.--Op weg naar de kraal.--Waarom de telegraaf niet werkt
XVII. Wanhoop van den zeeman.--Heelkundige behandeling.--De hoop herleeft.--Hoe Nab te waarschuwen.--Een zekere bode.--Antwoord van Nab.--Tegenspoed
XVIII. De boeven in den omtrek der kraal.--Voorloopige vestiging.--Een lap stof.--Een boodschap.--Verhaast vertrek.--Aankomst op de vlakte
XIX. Harbert in het Rotshuis.--Nab verhaalt wat er heeft plaats gehad.--Bezoek van Cyrus Smith aan de vlakte.--Verwoesting.--De kolonisten weerloos tegen de ziekte.--Top blaft weder
XX. Onoplosbaar geheim.--Beterschap van Harbert.--Toebereidselen voor het vertrek.--Voetstappen in het bosch
XXI. Onderzoek van het Slangen-schiereiland.--Kamp aan den mond der waterval-rivier.--Zes honderd schreden van de kraal.--Verkenning door Gideon Spilett en Pencroff.--Allen vooruit.--Een open deur.--Een verlicht venster.--Bij het maanlicht
XXII. Ayrton's verhaal.--Het plan zijner vroegere makkers.--De hooge rechter van het eiland.--De Bonadventure.--Onderzoek bij den Franklinberg
XXIII. Drie jaren zijn verloopen.--Een nieuw schip.--Het besluit.--De scheepswerf.--De koude van het zuidelijk halfrond.--De Franklinberg
XXIV. De vulkaan ontwaakt.--Hervatting van het werk.--Een telegram.--Vertrek naar de kraal.--Een nieuwe lijn.--De basaltkust.--De grot.--Een schitterend licht.--Hij is gevonden
XXV. Kapitein Nemo.--Geschiedenis van een held.--Het onderzeesche leven.--Alleen.--De geheimzinnige geest van het eiland
XXVI. De laatste uren van kapitein Nemo.--De wil van den stervende.--Eenige raadgevingen aan de kolonisten.--Het laatste oogenblik.--Op den bodem der zee
XXVII. Hervatting van den arbeid op de werf.--De 1ste Januari 1869.--Een wolk op den top van den vulkaan.--Eerste verschijnselen eener uitbarsting.--Ayrton en Cyrus Smith in de kraal.--Onderzoek van de grot Dakkar.--Wat kapitein Nemo aan den ingenieur gezegd had
XXVIII. Het verhaal van Cyrus Smith omtrent zijn verkenningstocht.--Men haast zich met het schip.--Een laatste bezoek aan de kraal.--Strijd tusschen vuur en water.--Wat van het eiland overbleef.--De nacht van 8 op 9 Maart
XXIX. Een eenzame rots.--De dood voor oogen.--De laatste weldaad.--Een eiland op vasten grond
AANTEEKENING
[1] Die geschiedenis is verhaald in het werk _Twintig duizend mijlen onder zee_.
JULES VERNE'S GEÏLLUSTREERDE WONDERREIZEN.
Prijs per deel: 75 cts. ingen., f 1.- geb.
1 DE REIS OM DE WERELD IN 80 DAGEN. 2 DE REIS NAAR DE MAAN IN 28 DAGEN. 3 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Zuid-Amerika. 4 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Australië. 5 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Stille Zuidzee. 6 20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Oostelijk Halfrond. 7 20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Westelijk Halfrond. 8 VIJF WEKEN IN EEN LUCHTBALLON. Ontdekkingsreis in de Binnenlanden van Afrika. 9 HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen. 10 HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Verlatene. 11 NAAR HET MIDDELPUNT DER AARDE. 12 MICHAEL STROGOFF, DE KOERIER VAN DEN CZAAR. 13 HET ZWARTE GOUD. 14 HECTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners. 15 HECTOR SERVADAC. De Terugtocht naar de Aarde. 16 AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN. Gevolgd door "De Blokkadebrekers." 17 EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR. De Walvischjagers. 18 EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR. In Slavernij. 19 DE SCHIPBREUK VAN DE CHANCELLOR. 20 WONDERLIJKE AVONTUREN VAN EEN CHINEES. 21 ELDORADO EN HET MONSTERKANON VAN STAALSTAD. Gevolgd door "Meester Zacharias". 22 HET LAND DER BUITENSTE DUISTERNIS. De Pelterijhandel. 23 HET LAND DER BUITENSTE DUISTERNIS. Het drijvende Eiland. 24 HET STOOMHUIS. De IJzeren Reus. 25 HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda. 26 REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De Engelschen aan de Noordpool. 27 REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De IJswoestijn. 28 EENE VLOTREIS. 800 Mijlen op de Amazone. 29 EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift. 30 EEN LEERSCHOOL VOOR ROBINSONS. 31 DE WONDERSTRAAL. 32 KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de Klem. 33 KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en Redding. 34 DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten. 35 DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM. 36 DE VONDELING VAN HET FREGAT CYNTHIA. 37 MATHIAS SANDORF. Een verijdelde Samenzwering. 38 MATHIAS SANDORF. De Middellandsche Zee. 39 MATHIAS SANDORF. Een Model-Volkplanting. 40 HET LOTERIJBRIEFJE. 41 ROBUR DE VEROVERAAR. 42 DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. Overrompeling eener Plantage. 43 DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. De Zwarte kreek van Texas. 44 1792. OP WEG NAAR FRANKRIJK. 45 TWEE JAAR VACANTIE. De mislukte Pleiziertocht. 46 TWEE JAAR VACANTIE. Een Knapenkolonie. 47 DE FAMILIE ZONDER NAAM. Het Verraad van Simon Morgaz. 48 DE FAMILIE ZONDER NAAM. De Opstand van 1837. 49 EEN SCHOT IN DE LUCHT. 50 CESAR CASCABEL. De schoone Zwerfster. 51 CESAR CASCABEL. Over het IJs en door de Steppen.
Boek- en Kunstdrukkerij P. A. Geurts, Nijmegen.