Het bergland van den Roewenzori De Aarde en haar Volken, 1909

Chapter 2

Chapter 23,717 wordsPublic domain

In deze omstandigheden moesten de meeningen der reizigers over de hoogte der belangrijkste toppen, over de uitgestrektheid der gletschers en over den algemeenen aard van het bergmassief wel ver uiteenloopen en alle beslistheid missen, omdat ze de uitkomst waren van een meestal vluchtigen aanblik van verre bergen, die voor het meerendeel door ervoor liggende hoogten aan hun voet verborgen waren, ofwel steunden op de bekendheid met een enkel dal en de toppen daar in de buurt.

Zoo wisselde de schatting der hoogte van de bergen tusschen 5000 en 6000 meter. Het eenige betrouwbare resultaat was, dat, door de hoekmetingen, ten opzichte van den schijnbaar hoogsten top verkregen, welke metingen luitenant Behrens, een lid der met de vaststelling van de grens tusschen de engelsche en duitsche koloniën in Oost-Afrika belaste commissie, van vele ten zuidoosten van den bedoelden top gelegen punten had uitgevoerd. De berekening op grond van deze waarnemingen, gaf tot uitkomst een hoogte van 5107 meter. Maar toch was het, zooals de overste C. Delmé Radcliffe, de leider der expeditie, aanvoert, niet uitgesloten, dat zich verder naar het Noorden nog hoogere toppen bevonden, die van de waarnemingsplaats uit niet zichtbaar waren.

De keten van den Roewenzori, zonder twijfel de belangrijkste groep van bergen en gletschers uit Afrika, en het eenige der met de Nijlbronnen samenhangende raadselachtige vraagstukken, dat nog niet was opgelost, beloofde een vruchtbaar ontdekkingsgebied te worden. Des te meer waren de duidelijke bezwaren van de onderneming en de onbekendheid van de hindernissen, die de oplossing van het vraagstuk in den weg konden treden, geschikt, mij aan te sporen en in spanning te houden.

Het grootste bezwaar, waartegen bijna al mijn voorgangers bij het onderzoek van den Roewenzori hadden moeten strijden, was het aanhoudend slechte weer, de bijna onophoudelijke regen en in de korte tusschenpoozen van droogte de dichte, alles omhullende nevel geweest.

De keuze van het minst ongunstige jaargetijde was dus buitengewoon belangrijk. Maar het leek bij het lezen der berichten over de voorafgegane pogingen, die in alle jaargetijden, bijna zelfs in alle maanden ondernomen waren, alsof er in de bergen bestendig regentijd heerschte, zonder eenige afbreking door mooi weder.

Inderdaad wordt de groote bergketen, die geïsoleerd tusschen de wijde, moerassige vlakten van Oeganda en de onmetelijke oerwouden van het Kongogebied verrijst, tot middelpunt van aantrekking voor de door de tropische zon voortgebrachte dampmassa's, die zich tegen de verijsde toppen tot een ondoordringbaren sluier van nevels en wolken verdichten. Daardoor kwam het, dat reizigers zich veel maanden in de nabijheid van de keten konden ophouden, zonder ooit de toppen der bergen in het gezicht te krijgen of meer dan zeer vluchtige en korte beelden op te vangen.

Het schijnt wel, als hadden alleen Stairs en Stuhlmann in Juni en David in April iets betere klimaatsvoorwaarden aangetroffen. Maar Wollaston trof het juist in April ellendig. Stanley geeft aan, dat hij in Mei vaak en bijna dagelijks de met sneeuw bedekte bergen door nevelen omhuld had gezien. Sir Harry Johnston bericht, dat naar de meening der plaatselijke autoriteiten November en December de beste maanden waren; daarentegen had Freshfield in dat jaargetijde te lijden onder afschuwelijk weer.

De door de zendelingen in de provincie Toro aan den voet der bergen ingewonnen berichten en het bericht van Sir William Garstin over het bovenbekken van den Nijl, Kaïro 1904, schenen daarin overeen te stemmen, dat de regen minder viel in Januari en Februari, en ook in Juni en Juli, ofschoon in het gebergte ook in die maanden de atmosfeer niet helder werd. Toch waren de ervaringen van mijn voorgangers met deze opgaven slecht in overeenstemming te brengen; maar bij gebrek aan elk ander aanknoopingspunt was het beter, zich er toch naar te richten. Ik besloot dus, Italië in het voorjaar te verlaten en mij begin Juni ter plaatse te bevinden.

De voorbereidingen tot de reis werden getroffen in de eerste maanden van het jaar 1906, en wel op een wijze, die maakte, dat de expeditie zoo goed mogelijk toegerust was voor de buitengewone omstandigheden, waaronder het onderzoek moest plaats hebben in een bijna totaal onbekend gebergte en in een landstreek met zoo eigenaardige verhoudingen, in het hart van een werelddeel, waarin nog zooveel te ontdekken was.

Het voornaamste werk der expeditie was natuurlijk een aardrijkskundig, want men moest de topografie van de bergketen vaststellen en de hoogten der bergen meten. Daarbij voegden zich onderzoekingen over geophysica, meteorologie en magnetisme.

Verder was het noodig, met behulp der photografie overvloedige afbeeldingen uit de bereisde gebieden te erlangen. Even belangrijk waren geologische en ijsstudiën, onderzoek van gesteenten en mineralen, dieren en planten. Op grond van dit alles verzocht ik mijn trouwen medewerker, met wien ik zooveel moeiten en gevaren en zoo groote verantwoordelijkheid had gedeeld, kapitein Umberto Cagni, zich bij het reisgezelschap aan te sluiten. Deze en de luitenant ter zee Edward Winspeare als ordonnans zouden mij bij het geografisch en geophysisch werk bijstaan. De photografie werd aan Vittorio Sella toebedeeld, een man, wiens roem als alpinist en photograaf geen verdere verklaring behoeft; de zorg voor de gezondheid was opgedragen aan den officier van gezondheid Achille Cavalli Molinelli, die tijdens mijn Noordpoolexpeditie in 1906 de tweede groep der vooruitgezonden onderzoekers naar Frans-Jozefsland en van daar terug had geleid. Cavalli Molinelli zou ook doctor Alessandro Roccati, die speciaal met het geologisch onderzoek belast was, helpen bij het verzamelen van botanisch en zoölogisch materiaal.

Over de noodzakelijkheid, om bij een onderneming, die in hoofdzaak uit bergbestijgingen zou bestaan, berggidsen uit de Alpen mee te nemen, behoeft niet te worden uitgeweid. Ook hadden we eraan te denken, dat de expeditie waarschijnlijk langen tijd boven de sneeuwgrens zou moeten werken. Dus moest men zich van alles voorzien wat noodig was bij het leven op het ijs, ongeveer als op mijn expeditie in Aljaska. Daarvoor moesten europeesche dragers worden meegenomen, daar men boven den voet der gletschers op de diensten van de inboorlingen niet kon rekenen.

Dus werden bij de leden gevoegd de gletschergids, Giuseppe Petigax, die zich in de Alpen, in Aljaska en op de Noordpoolexpeditie als mijn kloeke en toegewijde begeleider had onderscheiden, en Cesare Ollier met de dragers Giuseppe Brocherel en Lorenzo Petigax, die alle vier uit Courmayeur geboortig waren. Dan was er nog Arminio Botto, de hulp van Sella voor de photografie, die in den Kaukasus, in Aljaska en op den Himalaya aan het harde ontdekkersleven gewend was geworden, en ten slotte Igino Igini, ook een trouwe dienaar van mij, die den arctischen winter in de schuilhut aan de Teplitzbaai op Frans-Jozefsland met mij had doorgebracht.

In het begin van April 1906 was alles klaar, en in den avond van den 16den verliet de expeditie, die voltallig aan boord van de poststoomboot "Bürgermeister", een duitsche boot, was samengekomen, de haven van Napels, om de vaart naar Afrika te beginnen.

De afstand van Napels naar Mombasa in Engelsch Oost-Afrika aan de kust van den Indischen Oceaan bedraagt ongeveer 4100 zeemijlen en wordt in zeventien dagen afgelegd, waarbij een kort oponthoud in Port Saïd, Suez, Aden en Djiboeti komt.

De aanwezigheid van professor Koch onder de passagiers droeg er voor ons allen toe bij, de eentonigheid van den overtocht door gesprekken over aequatoriaal Afrika te verminderen. Koch keerde daarheen terug, om de studie der slaapziekte te vervolgen, dien verschrikkelijken geesel, die in weinige jaren geheele landstreken in de buurt van de groote meren had ontvolkt.

De laatste dagen van de vaart werden overschaduwd door een geval van ziekte, dat luitenant Winspeare overviel; het was waarschijnlijk een infectieverschijnsel van de ingewanden met hooge koorts; en daar de kwaal langer aanhield, kregen we weldra de zekerheid, dat Winspeare de expeditie niet door de ongezonde zone tusschen de kust en het gebergte zou kunnen vergezellen, een reis, die vaak noodlottig wordt voor diegenen, die den tocht in volle gezondheid aanvangen.

Mombasa, de beste haven aan de geheele oostkust van Afrika, een waardevolle stapelplaats op den ouden zeeweg naar Indië, eer de landengte van Suez was doorboord, is eeuwen lang een der meest begeerde en vurigst omstreden bezittingen geweest tusschen Arabieren, Portugeezen en Turken, die er afwisselend heer en meester waren. Nadat de portugeesche heerschappij in 1729 voor goed geëindigd was, werd het eiland, waarop de stad is gelegen, een volgende eeuw door Arabieren uit het geslacht Mazrui, onder de nominale opperheerschappij van de imams van Oman geregeerd, tot deze, na overbrenging van hun hoofdstad van Maskate naar Zanzibar, de Mazrui uit Mombasa verdreven en in het jaar 1837 hun eigen heerschappij herstelden.

Na het jaar 1848 volgden duitsche en engelsche ontdekkingsreizen elkander op, en in aansluiting daaraan de koloniale handelmaatschappijen, die aan de kusten nederzettingen stichtten en zich langzamerhand landwaarts in terrein zochten, door steeds meer concessies van den sultan van Zanzibar te erlangen en met inlandsche hoofden verdragen te sluiten. Later drongen anglikaansche en katholieke missies ver in het binnenland door, waar de Mohammedanen hun voorgangers waren geweest. Daaruit ontstonden godsdienstoorlogen, die Oeganda langen tijd teisterden.

In het jaar 1890 stelden Duitschland en Engeland door een verdrag de grenzen van hun wederzijdsche belangensferen vast; drie jaren later maakte de engelsche regeering op de kolonie voor zich aanspraak en breidde daarna haar bezit spoedig tot aan de grenzen van den Kongostaat uit.

Op den morgen van den 4den Mei 1906 werd de arme, voortdurend aan koorts lijdende Winspeare naar het ziekenhuis gebracht, dat op een frissche en gezonde plek in het gezicht van de zee en van het schilderachtige portugeesche fort bekoorlijk is gelegen. De grijze hemel, waaruit een fijne regen neerdruppelde, was in overeenstemming met de treurige stemming, die aller gemoed bij het scheiden van den metgezel vervulde. Nadat zijn toestand zich had verbeterd, verliet luitenant Winspeare Mombasa, om den 12den Mei naar Europa terug te keeren.

Zooals men weet, is Mombasa thans met het Victoriameer door een spoorweg verbonden, die in noordwestelijke richting bijna evenwijdig loopt met de engelsch-duitsche grens, om het meer bij Port Florence, aan het eind van de Kavirondobaai bijna onder den aequator, te bereiken.

Den 4den Mei, om elf uur in den voormiddag, verliet de italiaansche expeditie Mombasa. Zij werd door den spoorweg door streken gevoerd, die voor nog geen dertig jaar volkomen onbekend waren.

Van de kust van den Indischen Oceaan tot aan het Victoriameer bedraagt de afstand 940 kilometer, die tegenwoordig zonder het minste ongerief in twee dagen worden afgelegd, terwijl men gemakkelijk in de kleine spoorwaggons zit, waarvan de spoorwijdte nauwelijks een meter is. Nog slechts weinige jaren geleden was er, om dat eind af te leggen, een gevaarlijke marsch vol moeilijkheden van drie tot vier maanden noodig, die over onbegaanbare wegen door het gebied van oorlogszuchtige stammen voerde; bovendien was het klimaat hoogst ongunstig, en er moest een talrijke karavaan van dragers worden gehuurd, met alle verwikkelingen, hindernissen en kosten, die daarmee gepaard gaan.

De uitvoering van dit met het oog op de verschrikkelijke bezwaren, welke te overwinnen waren, werkelijk grootsche werk is een der schitterendste bewijzen van de volharding en de wilskracht, die de mensch in een zesjarigen onophoudelijken strijd met de zwaarste moeilijkheden heeft aan den dag gelegd. Onmetelijk lange einden van den weg zijn volkomen waterloos en zonder eenige hulpbronnen; het zijn bijna woestijnen. Verder loopt een groot deel der lijn door bergland, waar ze tot 2347 meter stijgt, om dan tot 1829 meter te dalen, dan weer omhoog te gaan tot 2530 meter en aan de oevers van het Victoriameer opnieuw tot 1128 meter naar beneden te gaan.

De bewoners, naakte wilden zonder industrie of handwerk, niet in staat tot eenigen arbeid, konden geen hulp verleenen. Men moest daarom uit Indië een leger van 20 000 arbeiders en handwerkslieden laten komen, die men had te voeden, te kleeden, onder dak te brengen en van gereedschap te voorzien; elke kleinigheid moest uit Engeland of Indië komen, wat groote omzichtigheid en een ingewikkelde organisatie vereischte als voor een veldtocht. Daarbij komt, dat tengevolge van de ongehoorde terreinmoeilijkheden in een land, waar de tsetsevlieg het gebruik van lastdieren niet vergunt, de voorbereidende werkzaamheden van den spoorwegaanleg het verste einde van het reeds gelegde spoor slechts weinig vooruit konden wezen. Dan de ongezonde streken, epidemieën, gezwellen, die door kwellende parasieten werden veroorzaakt, en ten slotte talrijke op menschenvleesch beluste leeuwen, die veel offers eischten en grooten schrik onder de arbeiders verspreidden.

Het werk werd in 1895 begonnen, nog eer de verovering van Oeganda voltooid was. Toen de werkzaamheden tot de helft waren voltooid, brachten in het jaar 1897 de ernstige muiterij onder de soedansche troepen en de opstand der door de mohammedaansche partij opgestookte koningen van Oeganda en Oenyoro de kolonie in groot gevaar. Maar in het derde jaar na de opening der lijn telde de Oegandaspoorweg reeds tegen 179 000 passagiers!

De trein rijdt tot op de pier van Port Florence aan het Victoriameer, waar de "Winifred", de stoomboot, ankert. Zij onderhoudt met de tweelingboot "Sybil" de gemeenschap tusschen de havens van het Victoriameer. De handel neemt zoo snel toe, dat in het jaar 1907 een derde stoomboot van stapel liep en een vierde is al in aanbouw.

Alleen overdag wordt er gevaren. Aan den avond van den 6den Mei legde dus de "Winifred" aan den mond van de golf van Kavirondo in het meer bij het eilandje Rusinga aan, om er den nacht door te brengen; ze werd dadelijk door booten van inboorlingen omringd. Dat zijn groote booten van slanken vorm, die in staat zijn, twintig en meer roeiers op te nemen, niet ruw uitgeholde boomstammen, maar zorgvuldig gebouwde, gekielde, planken booten, die door touwen van vezel planten saamgebonden en met vezelstoffen en hars gedicht zijn. Het voorste gedeelte is voorzien van een langen, spits toeloopenden snavel.

Op den morgen van den 7den Mei werd bij het aanbreken van den dag de vaart voortgezet, maar nu niet meer in het troebele water van de golf van Kavirondo, maar in het volkomen heldere, doorzichtige water van het meer zelf, dat in een tusschen blauw en groen gelegen tint heerlijk schittert en kristalhelder is. Enkele uren na het vertrek verliezen wij het land geheel uit het gezicht en men komt volkomen in de illusie, dat men zich op open zee bevindt.

Het Victoriameer wordt inderdaad enkel door het Bovenmeer in Noord-Amerika overtroffen in grootte en heeft zulk een uitgebreidheid, dat men er in de lengte en in de breedte meer dan 300 kilometer kan varen, zonder land te zien. Het gelijkt ook op de zee door de talrijke onverwachte stormen, die golven meebrengen, in hoogte volkomen gelijk aan die van den oceaan.

Eerst in het jaar 1907 is de hydrographische studie van de 3200 mijlen lange kusten voltooid, waaraan de commandant der engelsche marine, H. Whitehouse, zeven jaren ingespannen heeft gewerkt. Maar het midden van het meer is nog voor het grootste deel ondoorzocht en levert de stof voor een groote menigte sagen, die in het land verbreid zijn. Men vertelt van eilanden, die door wilde menscheneters bewoond zijn, van schepen, die door geweldige wervelstroomen verzwolgen zijn, van monsters, die de onbekende diepten bewonen en dergelijke verhalen.

De route van de stoomboot loopt ongeveer langs den evenaar en ligt dwars door het noordelijkste deel van het meer, op vrij grooten afstand van de rij eilanden, die den oever omzoomen en daarlangs een bijna onafgebroken, voor stormen welbeschut kanaal afzonderen, waarin de roeibooten en de kleine zeilscheepjes van de inboorlingen in volle veiligheid kunnen varen.

Het belangrijkste en grootste eiland is Roevoema, een van die, welke den toegang tot de Napoleongolf versperren en de uitvloeiing van den Nijl uit het Victoriameer verbergen; het werd vroeger door een krijgshaftigen stam bewoond, die met behulp van een sterke oorlogsvloot steeds met groote dapperheid zijn onafhankelijkheid tegen de machtige koningen van Oeganda verdedigde.

De slaapziekte heeft de meerderheid der verrukkelijke, vruchtbare eilanden van den archipel in groote kerkhoven veranderd. Nadat geheele landstreken van den Kongostaat door de ziekte waren ontvolkt, tastte ze, de hoofdverkeerswegen volgend, tusschen 1900 en 1902 in Oeganda om zich heen en breidde zich al verder uit. Langzamerhand vertoonde ze zich ook in de streken van Oesoga en Kavirondo. Ze richtte onmetelijke verwoestingen aan en eischte tot 40 000 slachtoffers in een enkel jaar. Daar de ziekte hoofdzakelijk mannen in hun beste jaren wegrukt, zijn er dorpen en eilanden, waar enkel vrouwen en kinderen zijn achtergebleven.

Aan de noord westpunt van het meer legde de "Winifred" op 7 Mei des namiddags in de baai van Entebbe aan, en de italiaansche expeditie was aan het eind van de verkeerswegen der beschaving gekomen, nadat ze in drie weken een afstand van 4750 geographische mijlen had afgelegd.

Bij het aan wal gaan ontving mij de oppercommissaris van het Oegandaprotectoraat, de heer Hesketh Bell, die in October 1907 tot gouverneur benoemd werd en bood mij en commandant Cagni gastvrijheid aan in zijn huis. De overige leden der expeditie werden opgenomen door de ambtenaren, de heeren G. F. M. Ennis en W. M. Carter, alsook door Majoor L. C. E. Wyndham. De gidsen werden in het "Equatoriaal Hotel", dat door den heer Berti, een Italiaan, wordt gehouden, ondergebracht.

Entebbe of Port Alice, dat nauwelijks vijftien jaren geleden door Sir Gerald Portal werd gesticht, is de politieke en administratieve hoofdstad van het engelsche Oegandaprotectoraat. Dit omvat veel meer dan het vroegere koninkrijk van dien naam, daar er ook de rijken Oenyoro en Ankole toe behooren, die in een krans om het Westen en Zuiden van het eigenlijke Oeganda zijn gelegen, alsook de heele streek ten oosten van het Kiogomeer en om den grooten, uitgedoofden vulkaan Elgon. Verder behooren in het Noorden de uitgestrekte gebieden er toe, die de namen Nijlprovincie en Rudolfprovincie dragen.

De stad ligt op twee heuvels op de uiterste punt van een schiereiland tusschen twee armen van het meer. De straten zijn alle breed en worden aan beide zijden door de huizen van Europeanen omzoomd. Die zijn op de in tropische streken gewone manier gebouwd met daken, die over de breede galerijen naar voren springen en zijn door bloemtuinen omringd. De ligging der stad is betooverend mooi; het onmetelijke meer met zijn overvloed van licht en glans en zijn hier en daar verspreide liefelijke en vriendelijke eilanden ligt vóór ons uitgebreid; maar de netten en het gaaswerk vóór de vensters, de hallen en deuren zijn welsprekende getuigen van de heerschende malaria.

Er is een hotel, een protestantsche en een katholieke kerk, drie ziekenhuizen, verschillende handelshuizen en winkels, die door Goaneezen en Indiërs worden gehouden. Een uitgestrekt terrein langs het meer wordt door den botanischen tuin ingenomen.

Aan het uiterste noordeinde der stad bevindt zich het marktplein, het punt van samenkomst der negers, die altijd in grooten getale in de nabijheid der stad zich ophouden in de hoop, eenig werk te krijgen als gidsen of dragers. De woningen der inboorlingen, ongeveer honderd hutten, liggen, tot een dorpje vereenigd, verder van de stad verwijderd onder prachtige boomen te midden van bananenaanplantingen en maïsvelden.

Onze expeditie hield zich van den 7den tot den 15den Mei in Entebbe op, om de organisatie der karavaan in alle bijzonderheden voor te bereiden. Intusschen werd ongelukkigerwijze de commandant een offer van het ongezonde klimaat, ten minste hij kreeg den 8sten Mei koorts en trots de chinine-inspuitingen hield de koorts aan, en de ziekte werd gecompliceerder door een ontsteking van de ingewanden, zoodat hij na eenige dagen naar het ziekenhuis moest worden overgebracht, dat gezond was gelegen en waar voor het herstel de gunstigste omstandigheden te vinden waren.

Ik verloor daardoor de meest waardevolle hulp op een oogenblik, waarop het werk het moeilijkste en ingewikkeldste was.

De uit de "Winifred" ontscheepte uitrusting van de expeditie was door de dragers op de plaats van het "Equatoriaal Hotel" gebracht en werd nu te midden van een dichten drom nieuwsgierigen, kinderen en volwassenen, uit de kisten gehaald, nadat alle vrachtstukken gecontroleerd en geteld waren. Het gezamenlijk materiaal voor het kamp, tenten, bedden, slaapzakken, stoelen, tafels, badkuipen, keukengereedschap, de hermetisch gesloten kisten met kleeren, het photografiemateriaal, alsook dat voor de zoölogische, botanische en mineralogische onderzoekingen, de jachtwapens met munitie vormden te zamen 114 stukken bagage, elk van 23 kilogram zwaarte, die genummerd en van teekens voorzien moesten worden, om, als ze noodig waren, terstond gevonden te kunnen worden.

De voorraad levensmiddelen was onder aanneming van een verblijf van veertig dagen in het hooggebergte boven de sneeuwgrens en een even langen duur der reis van Entebbe tot de bergen, met de terugreis inbegrepen, berekend. Hij vormde 80 dragerslasten van hetzelfde gewicht als de zoo juist genoemde; elke last bevatte het dagelijks benoodigde voor twaalf personen plus de door dunne plaatjes beschermde blikjes gecondenseerde melk. Het eenige onderscheid tusschen de voor het hooggebergte en die voor de lagere regionen bestemde porties bestond daarin, dat de laatste geen vleesch in bussen bevatten, daar versch vleesch in iedere bewoonde landstreek gemakkelijk te krijgen was.

Dus waren er 194 dragers noodig voor het vervoer van de geheele uitrusting. Rekent men daarbij de karavaanleiders, de persoonsbedienden met hun eigen dragers, de met de zorg voor de paarden en muildieren belaste negers en diegenen, die tijdens den marsch de runderen, geiten, schapen, het levend proviand voor de karavaan, moesten drijven, dan komt men tot een gezamenlijk aantal van over de driehonderd menschen.

De collector of hoogste ambtenaar van het district, J. Martin, een man van groote ervaring in het organiseeren van karavanen en reizen, had het heele personeel door den heer Bulli, die toenmaals beambte van het italiaansche koloniale genootschap was, in de maanden vóór de aankomst van de expeditie laten uitzoeken en voorbereiden. Bulli zou bovendien de expeditie als karavaanleider vergezellen.

Er waren drie paarden en drie muildieren gekocht, om de bezwaren van den marsch eenigszins te verlichten; verder twee riksja's, kleine, lichte tweewielige wagentjes, die voor één of twee personen ruimte boden en door inboorlingen getrokken of geschoven werden; ze moesten dienen, om zonder inspanning de vlakke einden van den weg af te leggen.

Den 12den Mei was alles voor het vertrek gereed. Maar ik wilde nog drie dagen wachten, daar ik er maar moeilijk toe kon overgaan, Cagni achter te laten. Ik moest echter toch besluiten, zonder hem op te breken; de duur van zijn ziekte liet zich in het geheel niet bepalen, en wilde men nog langer talmen, dan liep men gevaar, dat het gunstige jaargetijde tot onderzoek der bergen onbenut verstreek, om geheel te zwijgen van het gevaar, dat er nog een deelnemer ziek kon worden en daarmee de uitslag van de heele onderneming mislukken kon.