Hermelijn

Part 38

Chapter 38958 wordsPublic domain

Hermelijn werd niet moede van het vertellen harer lotgevallen en ondervroeg tegelijkertijd haar man naar alles, wat in Ngaroengan was voorgevallen.

De wanorde was hoe langer hoe grooter geworden, de familie August was een troep wilden gelijk, de kinderen van Guillaume, ook geheel aan zichzelf overgelaten, niets minder, de zwakke vader ging zich hoe langer hoe meer te buiten aan spel en drank, en ook Toetie’s gedrag was lang niet onberispelijk; Akkeveen’s engagement scheen af, hij maakte het zijn zwagers met wie hij thans ook gebrouilleerd was, lastiger dan ooit.

Margot wilde trouwen met een piepjong ambtenaartje.

»Ik geloof dat hij je reisgenoot was, Hermelijn,” sprak Conrad, »heet hij niet Simons?”

»Juist, een goedig ventje, maar geen man voor onze Margot!”

»Er is niets aan te doen, het kind luistert naar niemand. Philip is bij Guillaume in de leer, ik vrees voor hem. Portias en Kitty zijn naar Batavia gevlucht en leven daar recht gelukkig en tevreden, blijde uit de wildernis ontsnapt te zijn. Er is niets meer over van de orde, die er vroeger bij ons in de kolonie heerschte; alles wordt verdeeld onder eindeloos gekibbel. Ik verlang er naar dat Iwan en Corona komen, je begrijpt hoe de tijding van hun verzoening en huwelijk ze allen te leur stelde.”

»En kreeg je vrouw de schuld niet, dat zij alles in orde of liever in de war had gebracht?”

»Niemand durfde het zeggen in mijn bijzijn, maar dat ze je de schuld geven is wel te begrijpen. Zij hadden nooit gedacht dat Corona zou herstellen.”

»En ze vergeven het mij niet, dat zij nu weer sterk wordt als vroeger en werpen de schuld daarvan op mij. Ik ben er trotsch op, Coen, en jij?”

»Ik ben blij dat ik je beidjes terug heb. Wat ik je toch miste!”

»Meer dan vroeger toen je mij te Samarang zoo officieel vroeg hoe ik ’t maakte.”

»Deugniet! Praat daar niet over, onze Leni mocht het eens verstaan!”

»Je hebt gelijk, zij behoeft niet te weten wat een ondeugend jongetje haar nu zoo geëerbiedigde papa is geweest.”

Op Batavia werden zij door Kitty en Portias afgehaald om bij hen te logeeren; Portias leefde tegenwoordig geheel in zijn element en verzekerde dat hij nu eerst op orkest-toon was gestemd; Kitty had slechts oog en oor voor kleine Leni, wat haar niet belette met aandacht te luisteren naar het omstandige verhaal van Corona’s huwelijk.

Na eenige aangename dagen te hebben doorgebracht, werd het vertrek naar Samarang vastgesteld; Hermelijn had te Batavia ook mevrouw van Diteren bezocht, die eindelijk de treurige tijding ontvangen had door een toeval; Hermelijn’s tegenwoordigheid was de eerste afleiding, die zij in haar smart wilde erkennen; haar hart was vol bitterheid jegens haar echtgenoot. Zelf wijzer geworden door de ondervinding, trachtte Hermelijn haar tot kalmte en onderwerping aan te sporen in plaats van haar zooals vroeger tot verzet te prikkelen.

Het was een sombere, regenachtige avond toen Conrad, Hermelijn en hun dochtertje hunne woning in het gebergte naderden; een intocht geheel verschillende van haar vorige. Nergens vuurwerk, nergens vreugdevuren, muziek of dansen, maar in hunne harten was het des te lichter. In hun oogen blonk een vuur, dat niet afhankelijk was van uiterlijke dingen om te glinsteren en koesterende warmte rondom zich te verspreiden en beider zielen vervulde een gevoel, dat niets gemeen had met de onrust, den wrok en de vrees, die noch muziek, noch licht glansen, op dien gedenkwaardigen avond konden verjagen.

Met hun kind op de knieën, en het bewustzijn in ’t hart veel meer te hebben gedaan dan hun plicht, voelden Conrad en Hermelijn zich sterk door hun liefde, vol vertrouwen op de toekomst, hoe die ook zijn mocht; moedig gingen zij op nieuw het leven in, gelukkig door het denkbeeld dat slechts de dood hen voortaan zou kunnen scheiden.

AANTEEKENINGEN

[1] Nieuw aangekomenen in Oost-Indië.

[2] Overstroomingen.

[3] Kleine zeilbooten.

[4] Toespijs van Spaansche peper.

[5] Javaansche geraasmakende instrumenten.

[6] Stil! ’t helpt toch niet.

[7] Indisch négligé.

[8] Vrucht.

[9] Dieren, vlinders!

[10] Waar heb je pijn, ventje?

[11] Onbeleefd.

[12] Een soort lorken (mélèzes.)

[13] Indische bloemen.

[14] De groote (oude) heer.

[15] Sprinkhanen.

[16] Champagne.

[17] Beschilderd.

[18] Wat kan men er aan doen?

[19] Gordijnen.

[20] Opzichter.

[21] Hagedissen.

[22] Spoken.

[23] »Van waar komt de bloedzuiger? Hij daalt van het water in het rijstveld, Van waar komt de liefde? Van de oogen daalt zij in het hart.”

[24] Rijstkoeken en aan stokjes geregen gebraden vleesch.

[25] Gaarkeuken.

[26] Vleermuizen.

[27] Indische toespijzen.

[28] Gardenia.

[29] Indische bloemen.

[30] Draagstoel.

[31] Booswicht.

[32] Ben je moe, jongen?

[33] Zwarte rijst.

[34] Dorpen.

[35] Rijstvelden.

[36] Bladeren.

[37] Rieten valgordijnen.

[38] Banaan.

[39] Haarwrong.

[40] Erge honger.

[41] Rustbank.

[42] Mevrouw.

[43] Hollandsche.

[44] Gebak.

[45] Schotels van gevlochten riet.

[46] Rieten zak.

[47] God beware me!

[48] Hollandsch meisje.

[49] Brutaal.

[50] Schreeuwerig.

[51] Javaansch logement.

[52] Doek beschilderen.

[53] Komvormige hoofddeksels.

[54] Steel van een kokosblad.

[55] Javaansche manieren.

[56] Bezem.

[57] Eendje.

[58] Saus.

[59] Graven.

[60] Lampjes.

[61] Mahomedaansche priester.

[62] Oude vrouwen.

[63] Baadje.

[64] Buiging.

[65] Gebed.

[66] Hoed.

[67] Medicijn.

[68] Spook.

[69] De groote juffrouw.

[70] Hollandsche medicijn.

[71] Vasten.

[72] Mahomedanen.

[73] Eiland Java.

[74] Blanke menschen.

[75] Inlandsche opperhoofden.

[76] Galeien.

[77] Offermaal.

[78] Bedehuis.

[79] Gedroogd vleesch.

[80] Gouverneur-generaal.

[81] Zalf.

[82] Indische snoeperijen.

[83] Stil.

[84] Steenen stamper.

[85] Parasol.

[86] Zoete rijst.

[87] Gouverneur-Generaal.

[88] Dankje.

[89] Bewolkt.

[90] Prinses.

[91] Tuinman.

[92] Grootvader.

[93] Een soort van hoog gras.

[94] Stroosigaartje.

[95] Rijstpoeder.

[96] Vuurtouw.

[97] Schuiten.

[98] Spook.

[99] Lampions.

[100] Sausen.

[101] Pakjesdrager.

[102] Regenscherm.

[103] Spaansche peper.

[104] Noodlottig.

[105] Uil.

[106] Valiesjes en pakken.

[107] Vasten.

[108] Mohammedanen.

[109] Roovers.

[110] Een soort rentmeester.