Heraldiek

Part 4

Chapter 41,969 wordsPublic domain

_Hoorns_ komen veel als sieraad voor; ze zijn eenvoudig als een halve maan gebogen, of dubbel gebogen. Zie fig. 339 en fig. 342; de eerste vorm is de oudste. Hoorns met open ringvormige einden noemt men trompen (deze naam houd echter geen verband met een olifantsslurf); ze komen sedert de 15e eeuw voor. Hoorns worden versierd met bladeren, schelletjes, vlaggetjes of platte stukjes blik, die bij 't bewegen een rinkelend geluid geven; bovendien zijn ze gekleurd als het schild; dus b.v. geschaakt.

Ook hertenhoorns of geweien (fig. 336) komen voor, maar zeldzaam. Een voorbeeld is het wapen van Oranje, met gouden gewei. Tusschen de hoorns is vaak een dier geplaatst, b.v. een griffioen, een leeuw, etc.

_Vluchten_ zijn niet-naturalistische kunstmatige adelaarsvluchten, van leer of dun hout of blik vervaardigd; òf evenwijdig aan de schouders van den helm afstaand, òf als een kam loodrecht op de richting van de schouders over den helm afloopend (zie fig. 338, 348). Steeds paarsgewijs komen ze voor en heeten open of gesloten vlucht.

[Illustratie: 332 333 334 335 336 337 338 339 340 341 342]

_Wapenborden_ dienden voor beschildering met herautsstukken, die niet plastisch af te beelden zijn. Het waren beschilderde planken, met versieringen aan de kanten en op de hoeken, rustend meestal op een op den helm liggend kussen.

[Illustratie: 343 344 345 346 347 348 349 350 351]

_Vederbossen_ zijn bundels ganze-, hane-, pauwe- of struisveeren. Ze zijn meestal in beschilderde kokers vereenigd (fig. 351) of komen direct uit een wapenkroon (fig. 335). Pauweveeren wijzen oorspronkelijk op hooge geboorte; struisveeren zijn uit lateren tijd.

_Hoeden_, _mutsen_ en _mijters_ komen dikwijls boven schilden voor, zonder helm. Ook _vlaggen_ (fig. 73) en planten (fig. 333 en 334) worden dikwijls gebruikt.

_Menschen_ en _dieren_ komen voor in hun geheel of als deelen. Zie fig. 69, 180, 337, 341, 346 en 349.

Rompen zijn meestal voorgesteld zonder armen en voeten. Bloemen of andere voorwerpen nemen de plaats in van de armen, terwijl de romp overgaat in het dekkleed. Het hoofd is vaak met aller hande vreemde mutsen versierd, terwijl mannen meestal een baard en vrouwen eigenaardig en opgemaakt versierd haar dragen. Ook borstbeelden _met_ armen zijn nog goed heraldisch (fig. 341). Voorts komen voor adelaar, leeuw, brak, zwaan, eenhoorn, lelie, roos etc.

In 't algemeen is men tamelijk vrij in de voorstelling van het helmteeken, zooals uit de fig. 332-351 is te zien. Alleen moet het steeds verbonden zijn aan den helm en niet, zooals b.v. in Frankrijk, er boven zweven.

* * * * *

Fig. 332, 333, 334, 335, 336. _Helmteekens_, naar Hans Burgkmair.

Fig. 337. _Helmteeken_, naar Israel van Meckeren.

Fig. 338. _Heele vlucht._

Fig. 339. _Hoorns._

Fig. 340. _Bandvormig helmkleed._

Fig. 341. _Helmteeken_, naar een Duitschen graveur.

Fig. 342. _Hoorns_, versierd met bladeren.

Fig. 343. _Bisschopshoed_, groen met 2 × 6 kwasten. Van een boekband.

Fig. 344. _Helmteeken_, naar gravure van Michael Wohlgemuth.

Fig. 345. _Aartsbisschopshoed_, groen met 2 × 10 kwasten.

Fig. 346. _Zittende leeuw tusschen twee trompen._

Fig. 347. _Pauselijke tiara._

Fig. 348. _Vlucht van terzijde._

Fig. 349. _Hoorns in plaats armen._

Fig. 350. _Bisschopsmuts_, naar Hans Burgkmair.

Fig. 351. _Veerenkoker._

[Illustratie: 352 353 354 355 356 357 358 359 360 361 362 363 364 365 366 367 368 369 370 371]

Kronen, mutsen, emblemen, orden.

Soms wordt de helm vervangen door een kroon, die den rang aanduidt van den eigenaar van het wapen. Oorspronkelijk waren de dragers alleen koningen, die in werkelijkheid bij officieele plechtigheden de kroon ook droegen als hoofddeksel. Tegenwoordig voert hoogere en lagere adel eveneens een kroon, wel te onderscheiden van de helmkronen.

De _Duitsche keizerskroon_ is zeer verschillend van teekening. De oudere vorm, fig. 354, vertoont een haarband, versierd met email en edelgesteenten; hierop rusten bladvormige versierselen, z.g. fleurons; de kroon wordt naar boven afgesloten door een kap, in 2 helften gedeeld, waar tusschen een beugel van voren naar achteren loopt, die den rijksappel draagt.

De tegenwoordige Duitsche keizerskroon, fig. 358, wijkt in vorm belangrijk af. Ze bestaat uit 4 groote en 4 kleine platen; van de groote loopen 4 beugels naar den top samen, dragend den rijksappel. Beide kronen hebben aan weerszijden linten.

De _koningskroon_ is een haarband, met fleurons versierd; 5 beugels komen samen in den top; tusschen de 5 zichtbare fleurons zijn 5 paarlen geplaatst, terwijl ook de beugels, die den rijksappel dragen, met paarlen zijn versierd. In 't hart van iedere fleuron staat een roode steen. De kroon is van goud, de wereldbol blauw. Afwijkende vormen zijn o. a. de Hongaarsche en de Boheemsche koningskroon.

_Groothertogen_ dragen een gevoerde koningskroon. De overige adel draagt in alle landen niet dezelfde kronen. De voornaamste kronen zijn verder die van den: _hertog_, _vorst_ of _prins_, _markies_, _graaf_, _burggraaf_, _baron_, _ridder_ en _edelman_. Voor de verschillende gebruikelijke kroonvormen raadplege men de fig. 352-371.

Ook _hoeden_ en _mutsen_ wijzen op een rang en worden ook werkelijk gedragen.

_Hertogen-_ en _vorstenhoeden_ zijn oorspronkelijk van purper, met, inplaats van haarband, een hermelijnen omslag. De Doge van Venetië droeg een phrygische vrijheidsmuts met haarband en één dwarsbeugel. Zie fig. 371.

De _Paus_ draagt de _tiara_, een hooge, witte muts, met uitgebogen zijden, omgeven door 3 boven elkaar geplaatste kronen en op den top den rijksappel; 2 banden bevinden zich aan weerszijden. Fig. 347.

Een _bisschop_ draagt een _mitra_ of _mijter_; de muts is even boven den haarband in 2 helften gespleten zóó, dat er tusschen een segment uitvalt. Met 2 banden aan weerszijden is verder de mijter rijk versierd, fig. 350.

Een _kardinaal_ draagt een rooden platten hoed met 15 roode kwasten aan weerszijden afhangend (totaal dus 30). Elke groep is van boven af in aantal gerangschikt 1, 2, 3, 4, 5.

[Illustratie: Fig. 372 Fig. 373]

Een _patriarch_ draagt een dito hoed, doch alles in 't groen.

Een _bisschop_ draagt soms, inplaats van een mijter, een hoed als boven, n.l. de aartsbisschop een groenen met 10 kwasten, een bisschop een groenen met 6 kwasten. De lagere geestelijkheid draagt zwarte hoeden met 6 tot 2 kwasten.

_Emblemen_ zijn waardigheidsteekens of zinnebeelden van bepaalde personen en niet erfelijk. Ze worden om of achter het schild geplaatst.

De paus gebruikt hiervoor 2 gekruiste sleutels (fig. 347), een aartsbisschop een 2 armig kruis (fig. 343). Andere emblemen zijn b.v. een kromstaf en zwaard gekruist, een maarschalkstaf, ankers voor admiralen, etc.

Andere voorkomende waardigheidsemblemen zijn nog de _ridderorden_, eveneens (op een zeer zeldzame uitzondering na, b.v. de stichters der orde) niet erfelijk. Als versiering van het wapen worden ze toegepast als schildhoofd, kwartier of bijschild; het laatste was een klein, aan den bovenhoek van het schild bevestigd schildje.

Enkele der voornaamste orden zijn:

De _Maltheser of Johanniterorde_, gesticht 1090, insigne een zilveren Maltheserkruis. (Zie fig. 157).

De _Duitsche orde_, een zwart kruis met zilveren randen.

De _Orde van het gulden vlies_, in 1429 gesticht door den hertog van Bourgondië; een gouden ramsvel aan een ketting van vuursteenen en vuurslagen, om het schild gehangen. Het devies is: Praetium non vile laborum (een niet geringe prijs voor wat volbracht werd). (Fig. 379).

De _orde van de Tempeliers_ (nu opgeheven).

De _zwanenorde_; de _orde Van het heilige graf_.

De _orde van den kouseband_, spreuk: Hony soit qui mal y pense. Oorspronkelijk alleen een donkerblauw fluweelen band met gouden rand en bovenstaand devies.

De _orde van den Deenschen olifant_, hangende aan een keten van olifanten.

In Frankrijk treft men nog dikwijls om vrouwenschilden (ruitvormig) een gewonden koord aan, met liefdeknoopen.

Tegenwoordig heeft ieder land ordeteekens. De oudste zijn echter de voornaamste, en werden en worden alleen door oude adellijke geslachten gedragen.

De _deviesen_ hier boven genoemd, zijn wapen- of lijfspreuken, meestal in oud-Fransche taal of in Latijn. Ze zijn kort en krachtig. Lijfspreuken zijn niet erfelijk. Wapenspreuken behooren aan een geslacht. Meestal is de spreuk op een onder het wapen slingerend lint aangebracht. Soms staan wapenspreuken in verband met, d. w. z. zij zijn afgeleid van den naam van het geslacht.

Fig. 352. _Hongaarsche koningskroon._

Fig. 353. _Boheemsche koningskroon._

Fig. 354. _Oude Duitsche keizerskroon._

Fig. 355. _Tegenwoordige koningskroon._

Fig. 356. _Hertogshoed._

Fig. 357. _Groothertogkroon_, roode voering.

Fig. 358. _Duitsche keizerskroon._

Fig. 359. _Vorstenhoed._

Fig. 360. _Gravenkroon_, met 9 paarlen zichtbaar.

Fig. 361. _Gravenhoed._

Fig. 362. _Koningskroon._

Fig. 363. _Baronnenkroon_, 7 paarlen zichtbaar.

Fig. 364. _Markiezenkroon._

Fig. 365. _Fransche baronnenkroon._

Fig. 366. _Stedenkroon._ Geen rangkroon.

Fig. 367. _Kroon ter versiering_, voor dieren.

Fig. 368. _Wrong._

Fig. 369. _Ridderkroon_, 5 paarlen zichtbaar.

Fig. 370. _Ouderwetsche kroon_, geen rangkroon.

Fig. 371. _Muts van den Doge van Venetië._

Schildhouders en Wapententen.

_Schildhouders_ komen eerst sedert de 14e eeuw voor. Ze staan naast of achter 't schild, bewaken en steunen dit en zien er naar, kijken den beschouwer aan of kijken afgewend als er twee zijn. Overigens zijn voor de toepassing geen vaste regels te geven. Het meest gebruikelijk zijn: engelen (staand, knielend), menschen, wildemannen en wildevrouwen, eenhoorns, leeuwen en griffioenen. Vogels, hoewel voor dit doel toegepast, leenen zich minder goed. De schildhouders houden het wapen met de handen of voorpooten vast en zijn soms gewapend. B.v. de wilde mannen met een knots.

[Illustratie: 374 375 376 377 378 379 380 381]

Een schildhouder staat naast het schild of er achter, en kan ook 2 wapenschilden vasthouden (bij huwelijk).

Twee schildhouders zijn van dezelfde of van verschillende soort, en staan soms in verband met den geslachtsnaam (beer, geslacht Orsini).

Vele landen hebben tegenwoordig de schildhouders vastgesteld, b.v. Nederland gekroonde leeuwen.

_Wapenmantels_ komen sedert de 17e eeuw voor, het eerst in Frankrijk. Het zijn aan de hoeken en in 't midden boven 't wapen opgenomen draperieën, die geheel achter 't schild hangen, zuiver decoratief, en van franje en koorden met kwasten voorzien. Boven het in 't midden opgenomen gedeelte staat de rangkroon. In dit geval heet de draperie wapen_mantel_. Staat alles wat op 't schild betrekking heeft vóór de draperie, dan noemt men deze wapen_tent_.

Alleen vorstelijke personen voeren een wapenmantel.

Deze is purper, rood of blauw, bezaaid b.v. met lelies, leeuwen of adelaars en gevoerd met hermelijn.

Fig. 372. Compleet wapen, met wildemannen als schildhouders, naar een Fransch meester.

Fig. 373. Compleet wapen, met leeuwen als schildhouders, naar een Duitsch meester.

Fig. 374. Schildhouder, naar Hans Burgkmair.

Fig. 375. Renaissance schildhouder, naar Albrecht Dürer.

Fig. 376. Schildhouder, naar een onbekend meester.

Fig. 377. Drukkersmerk, naar Alexander Minutiano.

Fig. 378. Wapentent.

Fig. 379. Ordeteeken van het gulden vlies; 2 verschillende stylaties.

Fig. 380. Knoopenkoord of Liefdekoord.

Fig. 381. Orde van het Heilige graf.

* * * * *

Ten slotte verwijzen we hen, die een meer uitgebreide studie van de heraldiek willen maken, dan we hier geven, naar het uitmuntende werk van Jan H. Junius: Heraldiek.

[Decoratieve illustratie]

INHOUD

Blz.

I. Kleuren 5

II. Schildindeeling 13

III. Schildvorm 17

IV. Herautstukken 26

V. Heraldische bijteekens of breuken 37

VI. Heraldische beelden 41

A. Het kruis 45

B. De Menschfiguur 47

C. Dieren 50

D. De leeuw 51

E. De luipaard 55

F. De adelaar 57

G. Andere dieren 58

H. De plant en hare onderdeelen 60

I. Fantastische beelden 64

J. Hemellichamen en elementen 66

K. Gebouwen, gebruiksvoorwerpen etc. 67

VII. Stand en plaatsing van de beelden 70

VIII. De Helm 71

IX. Helmteekens 75

Kronen, mutsen, emblemen, orden 79

Schildhouders en wapententen 83

+-------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De volgende correcties zijn in de tekst | | aangebracht: | | | | Bron (B:) -- Correctie (C:) | | | | B: biblotheek niet achterwege | | C: bibliotheek niet achterwege | | B: als kleur aanduiding ook in | | C: als kleuraanduiding ook in | | B: Hermelijn en tegen hermelijn | | C: Hermelijn en tegenhermelijn | | B: » linkerpaal, | | C: » linkerpaal. | | B: » 42, gegeerd, | | C: » 42, gegeerd. | | B: gericht en geheven Door | | C: gericht en geheven. Door | | B: fig. 105. Trapvormig, | | C: fig. 106. Trapvormig, | | B: verschillende kruisen bedraagt | | C: verschillende kruizen bedraagt | | B: Fig, 152, _Het | | C: Fig. 152. _Het | | B: [Illustratie: ] | | C: [Illustratie: 183] | | B: onderen in lengte toenemen, | | C: onderen in lengte toenemen. | | B: in tegenstellig met den | | C: in tegenstelling met den | | B: Fig. 166, _Geschaakt kruis._ | | C: Fig. 166. _Geschaakt kruis._ | | B: Augsburg, door Jost Amman, | | C: Augsburg, door Jost Amman. | | B: begin van de 15 eeuw, tijdens | | C: begin van de 15e eeuw, tijdens | | B: Nig. 331. _Tornooihelm._ | | C: Fig. 331. _Tornooihelm._ | | B: sieraad, evenhoog of hooger | | C: sieraad, even hoog of hooger | | B: _burggraaf_, _baron_ _ridder_ en | | C: _burggraaf_, _baron_, _ridder_ en | | B: _Hertogen_ en _vorstenhoeden_ | | C: _Hertogen-_ en _vorstenhoeden_ | | B: om vrouwen schilden (ruitvormig) | | C: om vrouwenschilden (ruitvormig) | | B: door oude adelijke geslachten | | C: door oude adellijke geslachten | | B: voeren een wapenmantel; | | C: voeren een wapenmantel. | | B: bezaaid b.v, met lelies, | | C: bezaaid b.v. met lelies, | +-------------------------------------------+