Haïti De Aarde en haar volken, Jaargang 1881
Part 5
Het rijtuig volgde Tysbel op den voet. Wij klauterden er in en zetten ons zoo goed mogelijk op onze nachtzakken neder. Des Rayauds sloeg een grooten witten parasol op, dien ik in mijne bagage had medegenomen, overtuigd dat wij daarvan dienst zouden kunnen hebben. De zon brandde in volle kracht; maar dank zij onze draagbare tent, hadden wij niet al te veel last van hare loodrecht neerschietende stralen. De voerman lei de zweep op zijne ossen, die zich met langzamen, afgemeten tred in beweging stelden.
Ten tien uren hielden wij onzen intocht in Léogane. Wij reden eerst over een vierkant plein, met eene bonte menigte volks overdekt, sloegen toen een vrij breede straat in, en hielden eindelijk stil voor de galerij van een groot vierkant huis, zonder dak, waaromheen allerlei materialen lagen opgestapeld, en waaruit ons een oorverdoovend geraas van kloppen, zagen en hameren tegen klonk. Wij waren in het kommandantshuis. Het was marktdag. De kommandant had het zoo druk, dat ik mij schaamde, hem in zijn werk te storen. Maar nauwelijks had hij ons bespeurd, of hij riep een jongen en gaf hem last, glazen schoon te maken. Toen bracht hij ons in zijne eetzaal, en bood ons ververschingen aan, die ons zeer welkom waren.
Hij toonde ons nu de kamers van zijn huis, waar metselaars, stukadoors en timmerlieden aan het werk waren, en maakte zijn verontschuldiging, dat hij ons niet naar behooren kon ontvangen.
"Maak u daarover niet ongerust, generaal," zeide ik tot hem; "ik zal bij den heer Joseph Lacombe mijn intrek nemen."
De jongen, die de glazen had schoongemaakt, en Tysbel, die onder de galerij wachtte, namen onze bagage op en geleidden ons naar den heer Lacombe, die ons met open armen ontving.
Léogane, eene der belangrijkste steden van de fransche kolonie, was ook de zetel der koloniale regeering, tot dat deze naar het acht mijlen verwijderde Port-au-Prince werd overgebracht. De stad beslaat een rechthoek, die eene lengte van achthonderd en eene breedte van zeshonderd-vijftig ellen heeft. De straten zijn niet geplaveid.
De oude kerk, die zeer fraai was, werd geheel in de asch gelegd bij gelegenheid van den brand, dien de opstandelingen in 1802 ontstaken. De tegenwoordige kerk, onder het bestuur van Soulouque op dezelfde plaats gebouwd, is een plomp, massief gebouw, zonder eenigen smaak, dat het meest op een reusachtige doodkist gelijkt.
Léogane is de geboorteplaats van den admiraal Bonnet, in 1773 geboren, van een dichter, Ignace Nau genaamd, en van Marie-Claire Heureuse, dochter van eene slavin en zelve slavin, die het tot keizerin bracht--keizerin van Haïti altijd, wel te verstaan. Dessalines huwde haar na den oorlog tegen het Zuiden. Zachtmoedig van aard, bleef zij geheel vreemd aan de barbaarsche woestheden van haar echtgenoot, en wist zelfs meermalen aan dien bloeddorstigen tijger zijne prooi te ontrukken. Zij leefde nog in 1848 en woonde te Saint-Marc.
Den volgenden dag, den 2den Februari, was ik tegenwoordig bij de begrafenis van eene vrouw die, naar men zeide, honderd-twintig jaren oud was geworden. Wat al gruwelen en monsterachtige daden had zij, in haar lange leven, gezien! Men verzekerde mij, dat zij tot het laatste haar volkomen helderheid van geest had behouden, en dat zij de vreeselijke moordtooneelen van 1793 kon verhalen met allerlei bijzonderheden, die maar aan weinigen bekend waren. Ik sloot mij aan bij den stoet, die deze tijdgenoote der revolutie naar hare laatste rustplaats bracht, en had daardoor ook de gelegenheid het buiten-kerkhof te zien, dat op vrij grooten afstand van de stad ligt.
Den dag na de begrafenis vernam ik dat de burger Cicéi Lully, gewezen volks-vertegenwoordiger, in den vorigen nacht aan eene hersenontsteking overleden was. Ook bij zijne begrafenis was ik tegenwoordig. Hij was een Zeer eerw. en Welbeminde Br., R. A. R.† C. T. K. G. E. K. S. 30e ex-Vener. van de Eerw. ▭ . l'Humanité, no 12. Zijne broeders bewezen hem de laatste eer. De kerkelijke plechtigheid was ter nauwernood afgeloopen, en de priester had zich nog niet verwijderd, toen zij reeds op zijne lijkkist aanvielen. Daar werden niet minder dan drie redevoeringen uitgesproken, waarbij niet alleen de grammatika, maar nog veel meer het gezond verstand op de onbarmhartigste wijze werd mishandeld. Wat een stortvloed van bombast en onzin; wat een verbijsterende poespas van maçonniek jargon en mythologische termen en uitdrukkingen, waarbij iemand het hoofd duizelde. Wat had die man toch misdreven, dat hij nog in zijn graf met deze dollemanspraat moest worden vervolgd?
Er was nu te Léogane verder niets te zien; ik nam mitsdien plaats op een boot, waarvan de schipper de neef was van den eigenaar van de Chanté-Clair. Papeloute, zoo heette de man, zou mij voor tien piasters naar Miragoâne brengen en onderweg te Grand-Goave en te Petit-Goave zoo lang ophouden, als noodig was om die twee gesloten havens te bezoeken. Zoo worden namelijk de havens genoemd, waarin geene vreemde schepen worden toegelaten, in tegenstelling van de open havens, waar zij mogen binnenloopen.
In den vroegen morgen van den 8sten Februari verliet de boot de aanlegplaats bij het voormalige fort Ça-ira en voer de baai van Léogane in, overeenkomstig mijne bevelen, zoo dicht mogelijk langs de kust houdende. Ik had mij op het dek, aan den voet van den fokkemast nedergezet, voor ditmaal alleen, want des Rayauds was ziek geworden en naar Port-au-Prince teruggekeerd.
De kust, waarlangs wij voeren, is laag en tamelijk eentonig, maar toch niet onbevallig. Geheel op den achtergrond, in een doorzichtigen nevel gehuld, verheffen zich, als cyclopische muren, de geweldige natuurlijke bolwerken, die tot den berg Piton behooren. Na eene vaart van drie uren kwamen wij aan een klein armoedig dorpje, waarvan de hutten vrij schilderachtig langs het strand verspreid liggen. Dat dorpje draagt een naam, die welhaast eene bespotting schijnt: het heet le Grand-Goave.
Op deze plek hadden de Spanjaarden een dorp gesticht, dat zij Aguava noemden en dat in 1592 in de asch werd gelegd. De Franschen herbouwden het vlek, tegelijker tijd als Léogane, en gaven het zijn tegenwoordigen naam, die eene verbastering schijnt te zijn van de oude Spaansche benaming. Daar begon de oorlog tusschen Rigaud en Toussaint-Louverture. In 1816 kwam hier eene wetgevende vergadering bijeen, om, ik weet niet voor de hoeveelste maal, de constitutie der republiek te herzien.
Tegenwoordig is Grand-Goave een ellendig, verlaten, vergeten dorp, dat ettelijke honderden zakken koffie, sterk met steenen aangevuld, naar Port-au-Prince verzendt.
"Gij behoeft hier niet aan te leggen, zeide ik tot den schipper; ik heb alles gezien. Ga maar voort."
Na een voorgebergte te zijn omgevaren, liepen wij, na verloop van een uur, de diepe baai van Petit-Goave binnen, en zetten koers naar de haven, die vroeger door het Fort-Royal werd verdedigd.
Petit-Goave was eenmaal op het punt, de hoofdstad der kolonie te worden. De veilige haven, die tegen alle winden gedekt is en waar de grootste schepen kunnen ankeren, vestigde de aandacht op deze plaats. Men had reeds vrij belangrijke versterkingen aangelegd, om de Spanjaarden en Engelschen af te weren, en het plan eener stad ontworpen, toen van het voornemen werd afgezien. Na de stichting van Port-au-Prince, raakte Petit-Goave in vergetelheid.
Het vaartuig lag aan den wal. Ik sprong aan land en begaf mij onmiddellijk naar het bureau van den kommandant, den generaal Gracchus Petit, voor wien ik een brief van zijn confrater Tiberius Zamor bij mij had. De generaal ontving mij op aartsvaderlijke wijze. Hij zat juist aan tafel; er werd een couvert voor mij gezet, en wij vergastten ons te samen aan eene mama-kip, die zeker wel de eerwaardige matrone was geweest van mijns gastheers kippenhok.
Al etende, verzocht ik den generaal mij alles te vertellen, wat hij van de stad en hare omgeving wist.
"Ja, zeide hij, wat zal ik u in 's hemels naam vertellen? In het kanton des Palmes is er, boven op een berg, een vijver van zoet water, van anderhalve mijl in omtrek, waar de visschers dikwijls visch vinden en de jagers waterwild in overvloed.
--Vermoedelijk is die vijver de krater van een uitgebranden vulkaan?
--Ja, dat weet ik niet. Zuidwaarts van de stad strekken zich moerassen uit, die vooral in het heete jaargetijde, de lucht verpesten. In den omtrek groeit veel koffie en ook vele andere vruchten; het kanton van Trou-Chouchou is bekend om zijn oranjeappelen en bananen. De lieden hier oefenen tegenwoordig geene andere industrie uit, dan het maken van houten stoelen met matten zittingen en roodgeverfde pooten. Maar de grootste merkwaardigheid der stad is ongetwijfeld de boom, waaraan menschen groeien."
Dit zeggende, keek de kommandant mij aan, en lachte, alsof hij iets zeer merkwaardigs had medegedeeld.
"Dien boom, waarvan ik spreek, ging hij voort, zie ik alle dagen, en als wij gedaan hebben met eten, zal ik hem u toonen."
Na afloop van de tafel bracht hij mij inderdaad, op het groote plein, aan den voet van een zonderlingen tamarindeboom, waarvan de vruchten werkelijk zeer veel gelijkenis hadden met een menschelijk gelaat, in profiel gezien. Ik plukte voor de aardigheid eenige vruchten, en wij vervolgden onze wandeling door de stad.
Men moet de steden niet beoordeelen naar haar naam. Petit-Goave is metterdaad het groote. Twaalf ongeplaveide, elkander rechthoekig snijdende straten scheiden de twintig blokken van ongelijke grootte, waaruit de stad bestaat. In 1805 door den oproerling Lamarre in brand gestoken, werd zij later bijna geheel herbouwd. Desniettemin zijn twee of drie uren meer dan voldoende om Petit-Goave in alle bijzonderheden te bezien. Bij het invallen van den nacht gaf ik bevel om weder onder zeil te gaan, hoewel er een storm in aantocht was.
Het duurde niet lang of de boot vloog over de onstuimige golven, door de branding her- en derwaarts geworpen. Eensklaps hoorde ik te midden van het gebrul, geloei en gesis der woedende wateren, een luid geloei, dat uit de duistere diepte scheen te komen; het raadselachtige dreigende geluid herhaalt zich tot twee-, driemaal.
"Wat is dat?" vroeg ik aan Papaloute, die met twee handen de roerpen hield omklemd.
--Vermoedelijk een pantou-fouillé.
--Wat bedoelt ge daarmede?
--Een beest, dat in zee leeft, reusachtig groot is en horens heeft, waarmede het een boot kan omverwerpen. Mijn vader heeft mij verhaald, dat op de hoogte van Petit-Goave, een pantou-fouillé het roer heeft weggeslagen van een vaartuig, waarop hij stuurman was."
Uit nieuwsgierigheid boog ik mij over de verschansing, ten einde zoo mogelijk het monster te ontdekken, dat ons volgde, in de hoop eene prooi machtig te zullen worden. De nacht was zoo duister, dat de zee van inkt scheen, en men niets hoegenaamd onderscheiden kon. Om niet langer door visioenen geplaagd te worden, ging ik in mijne kooi liggen en sliep gelukkig weldra in, daar de storm inmiddels bedaarde. Ik ontwaakte niet voor den volgenden morgen ten vijf uren.
VII.
Een eigenaardig panorama ontvouwde zich voor mijne oogen.
Voor mij zag ik hoopen planken van dennenhout, bij wijze van een vlot geschikt; achter mij lagen vaartuigen met de vlaggen van verschillende natiën, vlak voor den wal, voor anker. Rechts en links zag ik rijen houten huizen van eene verdieping, ter wederzijde van nauwe straten geschaard. Op een heuvel stond de kerk, wier ligging mij herinnerde aan die van Notre-Dame de la Garde te Sainte-Adresse, een voorstad van Hâvre. Een krans van hoogten, die overal boven de daken uitsteken, scheen een wal om de stad te vormen.
Dat was Miragoâne. Ook deze stad kan men in een paar uren afzien. Aanvankelijk niets meer dan eene aanlegplaats van het kerspel van Fond-des-Nègres of liever Saint-Michel, verhief zij zich langzamerhand tot een vlek. Haar voornaamste uitbreiding dagteekent van 1812. Waar vroeger vaartuigen het anker uitwierpen, staan nu huizen, die gebouwd zijn op aan de zee ontwoekerde gronden, ten gevolge van voortdurende aanplempingen. Deze manier van landaanwinning is hoogst eenvoudig. Men koopt een stuk van een heuvel en een stuk van de baai. Men graaft den heuvel af en dempt daarmede een stuk van de zee. Miragoâne dankt haar snellen vooruitgang aan de openstelling van haar diepe en veilige haven voor vreemde schepen. Aan den ingang der baai ligt een frisch en lommerrijk eilandje, la Frégate genoemd, dat 's zondags druk bezocht wordt.
Ik bleef acht dagen te Miragoâne, en ging des morgens en des avonds uit, zoodat ik overvloedig tijd had om alles te zien:--aangenomen dat er wezenlijk iets te zien is. Ik bezocht de drie of vier forten, natuurlijk allen in vervallen toestand; de haven, de zoogenaamde Cercle of Détour, eene wandeling langs de zee, die naar een zoutbron voert, waar ik des morgens, vóór zonsopgang, een bad ging nemen; en voorts enkele punten in den omtrek.
Den 18den Februari, 's morgens ten vijf uren, vertrok ik te paard van Miragoâne, vergezeld van eenige mijner leerlingen.
Alles beloofde een prachtigen, prettigen dag. De weg, die langs de zee loopt, is vlak en vrij gemakkelijk. Langs Trou-Forban kwamen wij, na een rit van twee uren, aan de Rivière-Froide, aan wier oevers twee rijen zwarte waschvrouwen, slechts met een stuk doek om de lendenen gekleed, haar linnen tusschen twee steenen persten. Wij trokken te paard door de rivier en bereikten op den namiddag de haven van Nippes, vroeger Petite-Rivière-du-Rochelois of kortweg Rochelois genoemd.
Een tweede rit van drie uur bracht ons te Anse-à-Veau, hoofdplaats van het arrondissement van Nippes, waar al even weinig te zien is als ergens elders in dit land.
Ik besloot toen over zee naar Jérémie te gaan. Ik sloot eene mondelinge overeenkomst met den eigenaar van een goëlet, die den heilspellenden naam voerde van Dieu merci. Den volgenden morgen, 19 Februari, gingen wij onder zeil en verlieten de haven van Anse-à-Veau, die slechts voor zeer kleine booten toegankelijk is. Voor den ingang ligt een koraalbank, die zich voortdurend uitbreidt; en de kleine rivier, die in de haven uitloopt, voert zulk een groote hoeveelheid zand aan, dat zij gaandeweg gedempt wordt.
De zee was kalm en de wind gunstig. Wij voeren langs enkele baaien en voorgebergten, langs een paar eilandjes en vlekken, het een al even nietsbeteekenend als het ander. Tegen den avond begon het te stortregenen, terwijl de duisternis ons belette iets te zien van de kust waarlangs wij voeren.
Het varen op deze, nu eens vreeselijk eentonige, dan weer onstuimige zee begon mij hartelijk te vervelen. Eindelijk, tegen vier uren, hield de bui op; het begon te schemeren; de golven werden minder woelig; de hemel helderde zich op en bij de eerste stralen van de opgaande zon zagen wij Jérémie, de stad, waarnaar wij zoo hartelijk verlangden. Op het eerste gezicht maakte zij een zeer aangenamen, uitlokkenden indruk. Achter haar verrijst een hooge heuvel, waarop twee blokhuizen staan, door Salnave gebouwd. De tegenwoordige stad, die voor 1756 Trou-Jérémie werd genoemd, naar een aldaar gevestigden visscher, is in twee deelen gesplitst, de boven- en de benedenstad. De eerste is zeer aangenaam gelegen en heeft de gedaante van een rechthoek. De tweede volgt de kromming van de kleine baai, die haar tot haven dient. Deze haven ligt geheel open voor den noordenwind, en wordt dan ook bijna alleen bezocht door amerikaansche goëletten, die niet noodig hebben lang te vertoeven om haar lading kwijt te raken.
Boven de stad bevindt zich de Calvariënberg. Naar men zegt, had Desbois hier een mutsert laten oprichten, die steeds brandende werd gehouden, en waarop hij de zwarte en gele gevangenen, die men hem toezond, liet ter dood brengen. Maar wat ik bovenal verlangde te zien, was Guinaudraie, de plantage, waar, in 1762, Alexandre Davy Dumas werd geboren, zoon van den markies de la Pailleterie, eigenaar der plantage en van eene afrikaansche slavin, en vader van Alexandre Dumas I, wijlen den onuitputtelijken romanschrijver. Guinaudraie is tegenwoordig eene wildernis, zoo als trouwens alle vroegere plantages.
Ik klom ook naar boven, naar het fort Mafranc, dat in 1804 is gebouwd. Na een uur geklauterd te hebben, bereikte ik den top van den berg, van waar ik den ganschen omtrek kon overzien. Niets is meer geschikt om zich een denkbeeld te vormen van de geweldige uitwerking der vulkanische schokken, dan een blik op deze landstreek. Deze met een dichten, bijna wolligen plantengroei bedekte hoogten gelijken sprekend op de bulten van reusachtige drommedarissen. De Grand-Rivière, een der belangrijkste stroomen van Haïti, ontspringt op de hellingen van de Cahouane en slingert zich over eene uitgestrektheid van vijf-en-twintig mijlen, tusschen deze eentonige hoogten, als een zilveren reuzenslang.
Den 27sten Februari vertrok ik te paard naar Trou-Bonbon, en reed den ganschen morgen voort, zonder eene woning of een menschelijk wezen te bespeuren. De bananen rondom mij schenen alleen voor de vogelen des hemels te rijpen. De rijk beladen oranje- en mangoboomen boden hun gouden vruchten aan ieder, die ze plukken wilde.
Trou-Bonbon, op een mijl afstands van Jérémie, is een klein dorp, aan eene baai, die veel door de kustvaarders bezocht wordt en vol vaartuigen lag. Ik betaalde mijn gids, die mijn gehuurd paard weder naar den eigenaar zou terug brengen, en ging aan boord van de Bout-de-Macaque, met bestemming naar les Cayes.
Wij varen langs de landpunt der Abricots, waarbij het vlek van dien naam ligt, aldus genoemd naar de groote menigte abrikozenboomen, die de Europeanen bij hunne komst in deze streek vonden. Volgens Moreau de Saint-Méry beschouwden de Indianen, de oorspronkelijke bewoners van het eiland, deze bosschen als het paradijs. Als zij den dood voelden naderen, lieten zij zich daarheen brengen, en bliezen daar, in het woud, in een aan de takken bevestigde hangmat liggende, kalm en rustig den laatsten adem uit. Zij hielden zich overtuigd, dat hunne zielen dan voortaan in stillen vrede zouden omwandelen door deze heilige bosschen, in schaduw der boomen, wier geurige vruchten hun tot voedsel zouden verstrekken. Want ook deze eenvoudige kinderen der natuur geloofden aan een leven na den dood.
Op nieuw baaien en voorgebergten en enkele vlekken. Wij komen te Anse-d'Eynaud, de hoofdplaats van het arrondissement Tiburon en residentie van den kommandant. Het vlek heeft zich eenigszins ontwikkeld, nadat de haven voor vreemde schepen werd opengesteld. Wij bleven hier vier dagen. Ons vaartuig moest eene lading tafia innemen. Toen ik op den morgen van den vijfden dag, met nog andere passagiers, aan het strand verscheen om weer scheep te gaan, was er van de Bout-de-Macaque niets meer te bespeuren. Was het vaartuig vertrokken? Neen, de kiel moest hersteld worden.
Wij moesten naar een ander vervoermiddel uitzien. De kommandant van het arrondissement had de beleefdheid mij een paard te leenen, om mij naar Tiburon te begeven, waar ik een vaartuig zal vinden, dat naar les Cayes gaat.
Tiburon ligt aan den voet der bergen van la Hotte, en ontleent haar naam van het woord, waarmede de Indianen een haai aanduidden: buron. De haven van het overigens ellendige vlek wordt nog al bezocht.
Het had geregend en de weg was in een poel verkeerd. Ik ontmoette niemand dan eene enkele negerin, en was blijde toen ik eindelijk het dorp bereikte, waar ik een vaartuig verwachtte te vinden. Er was er geen. Alle booten waren 's morgens uitgezeild. Ik was verplicht, zeven dagen lang in dit ongelukkige nest te blijven, en kon eerst den 12den Maart vertrekken met een boot, die aan een reeder van les Cayes, Jabouin, toebehoorde en naar Tiburon was gekomen om koffie te halen.
Nogmaals eene opvolging van baaien en vlekken en landpunten, met hier en daar een ellendig dorp. Langs deze kust vindt men een aantal eilandjes, door klippen en riffen omringd, waaronder la Folle, een gevaarlijke rots, bekend door de schipbreuk van het fransche oorlogschip Bouvet, in 1868.
Eindelijk kwamen wij aan de baai van les Cayes, die drie mijlen breed is en zeker een der schoonste van het geheele eiland is. Bij fraai weder herinnert zij eenigszins aan de golf van Napels; hemel en zee hebben diezelfde schoone blauwe kleur. Nauwelijks was ik aan land gestapt, of ik herkende een jeugdig docent, den heer Lassègue, met wien ik te Port-au-Prince kennis had gemaakt. Ook hij had mij herkend en kwam aanstonds naar mij toe. Mijn cicerone was gevonden en ik volgde hem.
Den volgenden morgen werd ik door het leven voor mijn venster gewekt: de inlandsche koopvrouwen waren bezig, op het marktplein hare koopwaren uit te stallen. De kraampjes zijn hoogst eenvoudig en toch opmerkelijk. Men steekt een hoogen bamboestengel in den grond, en bevestigt daaraan eene geweldig groote mat, die telkens naar de zijde van de zon wordt gedraaid, zoodat die kraampjes eenigermate den indruk maken van scheepjes onder volle zeil.
Les Cayes is ruim anderhalve eeuw oud, doch heeft zich vooral sedert 1804 uitgebreid. De stad is steeds verschoond gebleven van de vernielende rampen, branden en aardbevingen, die Cap-Haïtien en Port-au-Prince zoo dikwerf geteisterd hebben. Daarentegen richten de overstroomingen van de Ilet en van de Ravine du Sud dikwijls ernstige verwoestingen aan. Ook zijn de orkanen hier zeer veelvuldig. Een der geweldigste was die, welke in den nacht van den 12den op den 13den Augustus 1831 woedde. De kracht van den wind was zoo hevig, dat hij verscheidene huizen medevoerde. De opgezweepte zee drong in de stad door, en op sommige plaatsen stond het water vijf voet hoog. Ook de omliggende vlakte werd voor een deel overstroomd, en eenige honderden menschen verloren bij die ramp het leven. De schepen, die, in de haven geene veilige ligplaats vindende, naar de baaien van Mesle en des Flamands waren gevlucht, om daar te ankeren, werden op de kust geworpen en verbrijzeld.
Het binnenkomen der stad van de landzijde levert een schilderachtigen aanblik op. Een vijftienhonderd el lange straatweg, ter wederzijde door slooten omzoomd, voert van de Quatre-Chemins naar eene brug over de Ravine du Sud. Langs dezen weg staan een aantal woningen met tuinen, die, wanneer zij niet zoo schromelijk vervallen en verwaarloosd waren, een aangenaam verblijf zouden zijn, waar men de genoegens van het landleven kon genieten, zonder de stad te verlaten. Om de gemeenschap met de voorstad Reynaud te vergemakkelijken, heeft men over de Ravine du Sud een aantal houten brugjes en vonders gelegd.
Gedurende het bestuur van den generaal Marion, kommandant van het arrondissement, den 20sten November 1831 te les Cayes gestorven, werden alle publieke gebouwen gerestaureerd, en vestingwerken aangelegd tot verdediging van de haven; ook werd op het marktplein en op andere plaatsen in de stad begonnen met het maken van fonteinen. Tegenwoordig is van dit alles bijna niets meer te vinden, en wat er nog van overig is, ziet er zoo ellendig en verwaarloosd mogelijk uit.
Het zoogenoemde altaar van het vaderland, op de place d'Armes, is rondom door graven omgeven.
Toen ik de stad in alle bijzonderheden kende--waartoe niet veel tijd noodig is--organiseerde de heer Lassègue een rijtoertje naar de aangrenzende vlakte du Fond, die eene oppervlakte beslaat van twintig vierkante mijlen en door onderscheidene fraaie, breede wegen doorsneden wordt.
Wij bezochten eerst het fort des Platons, in 1804 door Geffrard gebouwd, dat eene onderaardsche, bomvrije kazerne heeft; het kamp Gérard, waar Dessalines, in 1803 een auto-da-fé aanrichtte met de brevetten, door Lamour-Dérance aan de officieren van het Zuiden gezonden, en ook het kamp Prou. Eenige mijlen verder vindt men het kamp Perin en het kamp Boudat, eene uitmuntende stelling, door een dubbelen wal verdedigd. Tijdens de burgertwisten en oorlogen van 1868, had de president Salnave hier militairen gelegerd. In de vlakte du Pond stichtte Ovando, ten jare 1503, de stad Salva Tierra de la Zabana, die in 1606 weder verlaten werd.