Chapter 8
Graaf Zeppelin en zijne onverschrokken tochtgenooten brachten den nacht in het woud vrij onrustig door en bestegen alweer vroegtijdig hunne paarden, om verder in het vijandelijk land door te dringen. Dat hun tocht steeds gevaarlijker werd, behoeft geen betoog. Toen hij ergens een boer op het land aan het werk zag, nam hij hem gevangen en dwong hem, de patrouille naar het naaste dorp te brengen en hem voor den burgemeester te geleiden. Wie beschrijft den schrik van dezen man, toen de Duitschers met de geladen revolver in de hand voor hem verschenen en van hem inlichtingen eischten omtrent de stelling der Fransche troepen. Graaf Zeppelin noteerde alles, wat de Maire hem mededeelde. 't Waren gegevens, die voor het Duitsche leger van groot belang waren.
Zij vervolgden hun rit in zuidelijke richting, over Wörth, welke plaats zij onbezet vonden. De paarden, die nog vermoeid waren van den vorigen dag, schoten slechts langzaam op en Zeppelin begreep, dat het noodig was, hun eenige rust te geven en hen te voederen en te drenken. Dat gebeurde te Schirlenhof, een plaats slechts uit zeven huizen bestaande. Na de paarden in de schuur van een kleine herberg te hebben ondergebracht, werd aan een der dragonders opgedragen de wacht te houden, en traden de overigen de gelagkamer binnen. De graaf droeg zijn mannen op, ingeval zij overvallen werden, zich niet om elkander te bekommeren, maar ieder voor zich op eigen redding bedacht te zijn. Waarschijnlijk zou het dan toch wel aan minstens een hunner gelukken, in Karlsruhe terug te keeren, en kon hij de resultaten van hun tocht aan den generaal overbrengen.
Intusschen was een gendarme in vollen galop bij Generaal Bernis, die zich met zijn regiment in Niederbronn bevond, komen aanrijden met de tijding, dat een patrouille Duitschers een verkenningstocht deed in den omtrek, de telegraafpalen op verschillende plaatsen omverwierp, de draden daarvan doorknipte, en op de brutaalste wijze alle mogelijke inlichtingen inwon omtrent de ligging en de sterkte der Fransche troepen. Generaal Bernis gaf dadelijk bevel, dat eenige ruiters moesten opzitten, om de patrouille op te sporen en onschadelijk te maken. Onmiddellijk stegen zij te paard en zochten den omtrek af, maar van de Duitschers vonden zij geen spoor. Na lang zoeken echter hoorden zij van een paar boeren, dat de patrouille zich te Schirlenhof bevond, en in galop begaf men zich daarheen.
De dragonder, die op schildwacht stond, zag hen komen en waarschuwde zijne krijgsmakkers. De Franschen sprongen van hunne paarden, die zij aan een hek vastbonden, en wilden de herberg binnendringen. Maar de Duitschers ontvingen hen lang niet malsch. Revolverschoten knalden hen tegen, en een van hen, de kwartiermeester Pagnier, viel zwaar getroffen ter aarde. Luitenant Winstoe wist de schuur te bereiken, waar hij te paard wilde stijgen om weg te vluchten. Maar een schot weerklonk en ook hij stortte ter aarde. De Duitsche patrouille was niet tegen de overmacht bestand en werd gedwongen zich over te geven. De luitenants von Wechmar en von Billiez, benevens de vijf overgebleven dragonders werden tot na het sluiten van den wapenstilstand in 1871 in krijgsgevangenschap gehouden. En de twee gewonden, die naar Fröschweiler werden getransporteerd, bliezen na enkele uren den laatsten adem uit. Dat gebeurde 's middags om vier uur. Zij waren de eerste slachtoffers van den Fransch-Duitschen oorlog. Men begroef hen te Niederbronn en richtte later te Schirlenhof een gedenkteeken voor hen op.
Alleen den Graaf von Zeppelin was het gelukt te ontkomen. Door eene achterdeur had hij de herberg verlaten, een oude vrouw, die op een paard van een der Fransche dragonders paste, de teugels uit de hand gerukt en in vliegenden galop de vlucht genomen. Ver achter zich hoorde hij de hoefslagen der paarden van zijne vervolgers. Eindelijk, na een woesten rit, bereikte hij een klein woud, dat hem wellicht redding kon brengen. Maar zijne vervolgers omsingelden het, zoodat hij nergens een uitweg kon vinden. Hij bond zijn paard vast in een dichtbegroeid struikgewas, en beklom toen een hoogen boom, in welks dicht bladerdak hij zoo goed als onzichtbaar was. Dat gebeurde 's middags om twaalf uur, en hij bleef in zijne schuilplaats tot vijf uur. Toen pas durfde hij het wagen zijn boom te verlaten en wederom te paard te stijgen. De vijanden bleken vertrokken te zijn.
Spoedig kwam hij een boer tegen, die een paar koeien voortdreef. Von Zeppelin smeekte hem om een weinig melk, met het gevolg, dat de boer de koeien molk en hem de melk aanbood. Zijn uiterlijk moest wel in staat zijn het medelijden op te wekken, want de dochter van den boer bood hem uit eigen beweging twee peren aan, die hij graag van haar aannam. Het goede meisje had tranen van medelijden in hare oogen.
Von Zeppelin reed verder, tot hij op een afdeeling Fransche soldaten stuitte, die post gevat had op de straat tusschen Reichshofen en Wörth met last, den gevluchten Duitschen officier zoo mogelijk gevangen te nemen. In vliegenden galop reed de wakkere Duitscher door de Franschen heen, maar werd onmiddellijk door hen achtervolgd. Toch gelukte het hun niet, hem in hunne macht te krijgen. Zeppelin werd bij zijne vlucht niet weinig geholpen door de invallende duisternis, die hem in staat stelde, zijne vervolgers meermalen te verschalken. Bovendien brak er een hevig onweer los, dat zijne vijanden noopte, de vervolging op te geven.
Eindelijk, 's avonds om elf uur, kwam de door vermoeienis uitgeputte officier aan eene eenzame boerenhoeve, waar alleen de vrouw thuis was.
Hij klopte aan en verzocht dringend binnengelaten te worden en in de hofstede te mogen overnachten. De eenvoudige vrouw, die met de bijzondere kenmerken der verschillende militaire uniformen niet op de hoogte was, meende een Fransch officier voor zich te hebben. Zij gaf gaarne verlof het paard in de schuur te brengen, noodigde hem bij zich aan tafel, gaf hem brood en melk, en wees hem eindelijk in een kamer een bed, waar hij slapen kon. Von Zeppelin hielp haar natuurlijk niet uit den droom en maakte van hare vriendelijkheid gaarne gebruik.
Toen na een poos de boer thuis kwam en zijne vrouw hem vertelde van den gast, dien zij hadden, begaf hij zich naar den stal, om naar het paard te zien. En tot zijn genoegen bemerkte hij, dat paard en zadeltuig tot het Fransche leger behoorden, waardoor hij geheel gerustgesteld werd.
Wie beschrijft zijn schrik, toen hij den volgenden morgen een Duitsch officier de woonkamer zag binnentreden.
"Gerechte Hemel, vrouw!" riep hij uit, "dat is een Pruis!"
Het gelukte Von Zeppelin echter, hem tot kalmte te stemmen en ongedeerd de boerenhofstede te verlaten. De nacht had hem en zijn paard nieuwe krachten geschonken, en in ijlenden galop werd de tocht naar de grenzen voortgezet. Zonder noemenswaardige ontmoetingen kwam hij 's morgens om vijf uur bij de Beiersche voorposten aan.
Het stoute stuk was volbracht, en het leger kon met de inlichtingen, die Zeppelin verschafte, zijn voordeel doen.
De naam van den held ging van mond tot mond en kreeg door geheel Duitschland een groote vermaardheid.
Maar het uur, waarop Zeppelin de roem en de trots van zijn vaderland zou worden, brak eerst veel later aan, toen hij, oud en grijs geworden, met zijn bestuurbaar luchtschip gansch Duitschland over vloog, en den Keizer in Berlijn een bezoek bracht.
Daarover later.
DE VEROVERING DER LUCHT.
DE GEBROEDERS MONTGOLFIER.
Ernst en Jozef Montgolfier waren zonen van een papierfabrikant, die te Annonay, in Frankrijk, woonde. Ernst had bouwkundige willen worden en was zijn studiën in die richting begonnen, maar zijn vader riep hem naar huis terug, om in de papierfabriek behulpzaam te zijn. Hij had zich echter in zijne afwezigheid veel algemeene kennis verworven, en toonde ook in de fabriek een helder hoofd te bezitten. De papierfabrikage stond in die dagen nog lang niet op de hoogte, die zij in Nederland had bereikt, ook doordat de Hollanders hunne wijze van bereiding zorgvuldig geheim hielden. Maar Ernst gelukte het weldra, papier van dezelfde kwaliteit als het Hollandsche te vervaardigen. Hij bracht er zelfs veel toe bij, dat deze tak van nijverheid te dien tijde in Frankrijk groote vorderingen maakte.
Jozef Montgolfier, zijn broeder, bezat veel minder kennis dan Ernst, en had in zijne jeugd vreemde dingen gedaan. Toen hij tien jaar oud was, vluchtte hij weg van het College te Tournon, waar hij geplaatst was,--met de bedoeling om door te reizen naar de Middellandsche Zee, en daar aan de kust als kluizenaar te gaan leven. Door den honger gekweld, begaf hij zich naar eene boerderij in Languedoc, om een bete broods te vragen. Daar gaf men het kind wel, wat hij wenschte, maar zorgde er tevens voor, dat hij naar het College werd teruggezonden. Van zijn kluizenaarsleven in een hutje aan de zee kwam dus voorloopig niets.
Toen hij wat ouder geworden was, ontvluchtte hij het College ten tweeden male. Hij bereikte de stad Saint-Etienne en betrok daar een armoedig huisje. Om aan den kost te komen, vervaardigde hij Pruisisch blauw en eenige andere zouten, die hij in de omliggende plaatsen ging verkoopen. Verder leefde hij van de vischvangst.
Daar hij zeer weinig behoeften had, hield hij van zijne karige verdiensten nog genoeg over, om boeken en gereedschap te koopen,--ja, om zelfs een reis naar Parijs te doen. Hij wilde trachten, in die stad met de beroemdste geleerden in aanraking te komen, wat hem werkelijk gelukte. Eindelijk werd ook hij door zijn vader naar huis ontboden, om in de fabriek te arbeiden.
Hij had een vindingrijken geest, maar was te ongeduldig van aard, om wàt hij gevonden en uitgedacht had, rustig in toepassing te brengen. Gelukkig oefende zijn broeder Ernst een gunstigen invloed op hem uit, wat eenmaal ten gevolge zou hebben, dat de gebroeders Montgolfier de beroemdste mannen van Frankrijk werden.
Samen bespraken zij dikwijls wetenschappelijke onderwerpen. Een daarvan was het rijzen, zweven en dalen der wolken, en zij meenden, dat het wel mogelijk zou zijn ook wolken te vervaardigen. Zij besloten het te beproeven, en vulden daartoe een licht omhulsel met stoom. Werkelijk verhief zich dit voorwerp van den grond, maar spoedig daalde het weer, tengevolge van de afkoeling in de koude buitenlucht.
Deze uitslag bracht hen op de gedachte lichamen te vervaardigen, die in de lucht zouden kunnen opstijgen.
Zij namen verschillende proeven.
Eerst vulden zij een papieren omhulsel met waterstofgas, maar het papier liet het gas door, zoodat de bol zeer spoedig daalde. Daarna lieten zij vochtig stroo en papier onder een omhulsel verbranden, met het gevolg, dat de ballon zich tot eene hoogte van wel drie honderd meter verhief.
Den 4en Juni 1783 had te Annonay de eerste openbare opstijging plaats van een ballon, door hen van linnen vervaardigd. Hij had een middellijn van 12 meter en was met papier beplakt. Aan den ballon hing een mand van ijzerdraad, die gevuld was met vochtig stroo en wol.
De geheele bevolking van Annonay was samengestroomd om het wonder te zien, ja zelfs was door den Minister eene commissie benoemd, om de zaak aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen.
Toen de ballon opsteeg, barstte een donderend gejuich onder de omstanders los. Zoo iets vreemds, ja wonderbaars, hadden zij nog nooit gezien!
De ballon verhief zich tot eene hoogte van 800 meter, en daalde toen, afgekoeld door de buitenlucht, snel neder.
De naam van de gebroeders Montgolfier ging van mond tot mond en was weldra door geheel Frankrijk bekend.
Zoo'n wonderbaarlijke opstijging wilde men te Parijs natuurlijk ook zien. Professor Faujas de Saint Fond opende eene inschrijving om de noodige gelden bijeen te brengen, met het gevolg, dat hij in enkele dagen 10000 francs voor dat doel in zijn bezit had. Aan de gebroeders Robert werd de vervaardiging van den ballon opgedragen, en Professor Charles hield daarbij het toezicht.
Deze ballon werd gevuld met waterstofgas, dat veertienmaal lichter is dan de lucht.
Het publiek was zoo ongeduldig, dat het slechts met moeite door de politie uit de werkplaatsen teruggehouden kon worden. Den 27 Augustus werd de ballon in den nacht naar het Champ-de-Mars vervoerd, waar hij verder werd gevuld.
Eene ontelbare menigte was van alle kanten in en buiten de stad toegestroomd, om de opstijging bij te wonen, en groote geleerden waren in de torens geklommen, om de bewegingen van den ballon goed te kunnen volgen.
Om vijf uur kondigde een kanonschot de opstijging aan. De koorden werden losgelaten, en de ballon steeg snel omhoog, ademloos nagestaard door de duizenden, die het wonder wel zagen gebeuren, maar het niet konden begrijpen. Men zag den ballon kleiner en kleiner worden, in de wolken verdwijnen, wederom te voorschijn komen en nogmaals verdwijnen. Een groote ontroering maakte zich van hen meester. Velen juichten en jubelden, maar anderen schreiden en vielen elkander met tranen in de oogen in de armen.
Drie kwartier later daalde de ballon langzaam te Écouen neder, op twintig mijlen afstands van Parijs. De boeren daar, die het vreemde voorwerp zagen vallen, waren niet weinig verschrikt, maar toen zij dien schrik te boven waren, vielen zij woedend op het vreemde voorwerp aan en scheurden het aan flarden.
Ernst Montgolfier had de opstijging van dezen ballon bijgewoond, en bleef te Parijs om te voldoen aan eene uitnoodiging van de Academie, die hem verzocht had, in de hoofdstad nogmaals een proef te nemen niet met waterstofgas, maar met verwarmde lucht.
Hij liet een ballon vervaardigen van grooten omvang. Het bovenste gedeelte had den vorm van eene pyramide, het middelste van een prisma en het onderste van een afgeknotten kegel. Het geheel was twee en twintig el hoog, en had een omtrek van dertien el. De stof bestond uit paklinnen en was weer met papier beplakt.
Den 11en September werd de eerste proef genomen. Na verloop van tien minuten was hij reeds zoover gevuld, dat acht mannen nauwelijks in staat waren, hem vast te houden. Den volgenden dag werd de proef herhaald, en zeker zou de ballon hoog de lucht ingegaan zijn, indien er geen bericht van den koning ware gekomen, dat de opstijging plaats moest hebben te Versailles op den 19en September, en dat hij zelf de proef wenschte bij te wonen. Men besloot dus tot zoolang te wachten. Maar het begon geweldig te regenen en er stak een hevige wind op, met het jammerlijke gevolg, dat de ballon scheurde en ten slotte geheel onbruikbaar werd.
Bijgestaan door zijne vrienden werkte Montgolfier met zooveel ijver aan de vervaardiging van een nieuwen ballon, dat deze vijf dagen later reeds geheel voor de opstijging gereed was. Deze was geheel rond, was van sterk katoen vervaardigd en met waterverf beschilderd.
In den morgen van 19 September 1783 werd hij naar Versailles overgebracht, waar alles voor de opstijging gereed was gemaakt. Van alle kanten stroomden de toeschouwers toe, en eindelijk verscheen ook de koning met zijn gezin, en gevolgd door het hof, op de plaats der opstijging. Hij liet zich door Montgolfier de inrichting en de toebereidselen voor de opstijging verklaren.
Om één uur gaf een musketvuur het teeken, dat men met de vulling kon beginnen. Een tweede musketvuur kondigde aan, dat de ballon gereed was om op te stijgen.
Onder aan den ballon was een rieten kooi opgehangen, die de eerste levende luchtreizigers zou bevatten. Montgolfier had namelijk een schaap, een haan en een eend bestemd, om deze luchtreis mede te maken.
Het derde musketsalvo weerklonk, en onder luid gejubel van de toeschouwers steeg de ballon omhoog. Eerst werd hij door den wind in zuidelijke richting gedreven, maar door eene scheur, die bij de opstijging ontstaan was, ontsnapte veel van de verwarmde lucht, zoodat hij spoedig begon te dalen. Wel had hij eene groote hoogte bereikt, maar de opstijging was slechts van korten duur. Na tien minuten reeds daalde hij op 4 mijlen afstands van Versailles neder, in het bosch van Vaucresson, waar hij in de hooge takken der boomen bleef hangen.
De kooi met de luchtreizigers viel op den grond, maar de dieren bleven ongedeerd. Onder de toeschouwers bij den nedergedaalden ballon bevond zich ook een zekere Pilâtre de Rozier, die toen reeds den wensch koesterde eenmaal met een ballon tot hoog in de wolken op te stijgen, een wensch, waarvan de bevrediging hem eenmaal het leven zou kosten.
Ernst Montgolfier besloot thans een ballon te vervaardigen, die geschikt zou zijn om ook menschen met zich mede te voeren in het luchtruim. De ballon was verbazend groot, en had om het buitenste gedeelte van de opening een galerij van riet, waarop een of meer personen konden plaatsnemen. Aan kettingen hing onder aan den ballon een rooster van ijzerdraad, waarop het vuur kon gestookt worden. Op de galerij, die van eene leuning voorzien was, bevond zich een flinke voorraad brandstof, waarmede men onder het stijgen het vuur levendig kon houden.
Pilâtre de Rozier smeekte om de gunst, de eerste te mogen zijn, die zich in een ballon hoog boven de aarde zou verheffen. Eerst maakte men eenige proeftochten, die uitstekend voldeden. De ballon werd aan lange koorden vastgebonden en opgelaten met Pilâtre de Rozier als passagier. Deze was opgetogen van vreugde en toonde zich een handig luchtreiziger. Toen de ballon bij het neerdalen eens op de toppen van eenige boomen terecht kwam en de talrijke toeschouwers vreesden voor het leven van den koenen luchtreiziger, die groot gevaar liep naar beneden te storten, wierp hij doodbedaard een flinken voorraad brandstof op het vuur, en zie--de ballon steeg opnieuw statig omhoog, onder het gejuich van de aanwezigen.
Toen eindelijk het oogenblik genaderd was, dat de ballon, geheel vrij het luchtruim zou ingaan, voelde Montgolfier zich bezwaard over het gevaar, dat de dappere Pilâtre de Rozier zou loopen. Hij vreesde, dat het hem het leven zou kosten, en--verbood hem, de reis mede te maken.
Eene grootere teleurstelling was voor Pilâtre niet te bedenken. Hij smeekte zoo dringend, dat Montgolfier eindelijk zijn toestemming gaf,--maar toen verbood de koning de opstijging. Deze wilde alleen toestaan, dat een of twee ter dood veroordeelde misdadigers de reis zouden meêmaken, omdat hun leven toch verbeurd was.
Dit besluit wekte bij Pilâtre de Rozier de grootste verontwaardiging. "Wat!" riep hij uit. "Zou aan twee misdadigers de groote eer te beurt vallen, de eersten te zijn, die zich in het luchtruim mogen verheffen, terwijl het mij geweigerd wordt!" Maar de koning hield voet bij stuk en bleef weigeren.
Toen wendde Pilâtre zich tot den Markies d'Arlandes, die in den vastgebonden ballon een paar maal met hem opgestegen was, en riep zijne hulp in. Hij smeekte hem, zijne voorspraak bij den koning te zijn. De Markies d'Arlandes voldeed aan dat verzoek en bood zelfs aan, Pilâtre op zijn tocht te vergezellen. Eindelijk bezweek de koning voor zijn aandrang en gaf zijn toestemming.
Den 21en November 1783 namen de beide kloeke mannen op de galerij plaats en steeg de ballon ten aanschouwe van duizenden op. 't Woei hevig en de lucht was stormachtig, maar de ballon verhief zich toch op majesteuze wijze tot eene hoogte van 70 meter. Ademloos werden de onverschrokken luchtreizigers door de toeschouwers nagestaard.
De ballon steeg steeds hooger, tot eindelijk de mannen op de galerij niet meer te onderscheiden waren. Toen hij begon te dalen, wierpen zij nieuwe brandstof op den rooster, en weer steeg hij hooger. De wind voerde hem over de stad, tot boven het vrije veld.
"Nu naar de aarde terug!" zei d'Arlandes.
Kalm daalde de ballon neder en ongedeerd kwamen de luchtreizigers bij de hunnen terug. De eerste proef was uitstekend geslaagd. De twee luchtreizigers hadden een waagstuk volbracht, dat nog nooit door eenig mensch was gedaan.
DE VEROVERING DER LUCHT.
CHARLES EN ROBERT.
Er waren thans twee verschillende soorten van ballons bekend, namelijk die van de gebroeders Montgolfier, welke door middel van verwarmde lucht opsteeg,--en die van prof. Charles, die met waterstofgas was gevuld. Met deze laatste soort waren echter nog geen menschen opgestegen.
Toen nu Pilâtre de Rozier en Markies d'Arlandes hun goedgeslaagde luchtreis hadden gemaakt, besloten twee mannen, prof. Charles en Robert, een proef te wagen met een ballon, die gevuld was met waterstofgas. Charles was een zeer geleerd man, die over de zaak lang had nagedacht en tot het besluit was gekomen, dat de ballon vervaardigd moest worden van zijde, bekleed met gomelastiek, opdat het gas niet zou kunnen ontsnappen, dat men ballast moest medenemen, om naar willekeur hooger te kunnen stijgen, dat de ballon van een klep voorzien moest zijn, waardoor men desgewenscht gas kon laten ontsnappen, zoodat een langzame en geleidelijke daling kon worden verkregen, en dat de reizigers plaats moesten nemen in een schuitje, dat onder aan den ballon zou hangen.
Hij opende eene inschrijving, met het gevolg dat hij weldra tienduizend francs bijeen had. En toen ging men dadelijk aan den arbeid. In eene maand tijds was de ballon kant en klaar en kon met de vulling begonnen worden. Dat gevaarlijke werkje geschiedde den 26en November 1783. Waterstofgas ontbrandt zeer gemakkelijk, en er had dan ook werkelijk eene ontploffing plaats, doordat gedurende den nacht een lamp te dicht bij een der tonnen was geplaatst. Gelukkig bleef de ballon behouden.
Den 1en December stroomde half Parijs leeg, om de opstijging bij te wonen, maar zie--ook thans verbood koning Lodewijk XVI, dat er menschen zouden meêgaan.
Prof. Charles begaf zich tot den minister, en beklaagde zich bitter over het verbod des konings. "Deze kan wel over mijn leven beschikken, maar niet over mijne eer!" riep hij uit. "Duizenden menschen zijn gekomen, om ons te zien opstijgen, en ik ben verplicht, mijn woord te houden. De koning _mag_ het mij niet verbieden!"
Eindelijk gaf de minister toe. Hij gaf zijne toestemming tot de opstijging, en beloofde, den koning tevreden te zullen stellen, wat hem ook inderdaad gelukte.
Onder het bulderen van het geschut steeg de ballon omhoog, met de beide mannen in het schuitje. De bewondering en verrukking was algemeen. De saamgestroomde menigte juichte de reizigers met ongekende geestdrift toe. In de straten der stad, op de daken der huizen, in de torens zag het zwart van de menschen; men schatte hun getal op wel 300.000!
De ballon verhief zich tot hoog in de lucht en zweefde over de Seine, vervolgens boven Sannois, Franconville, Eau-Bonne, Saint-Leu-Taverny, Villiers, l'île-Adam, en daalde na een tocht van negen mijlen in een veld te Nesles neder. Robert verliet het schuitje, maar Charles wenschte opnieuw op te stijgen, wat na het uitstappen van Robert pijlsnel geschiedde. In minder dan tien minuten verhief hij zich tot eene hoogte van vierduizend el. Een half uur later daalde hij behouden neder en bereikte ongedeerd de aarde.
Door dezen tocht werd hij met roem en eer overdekt. Overal waar hij verscheen, werd hij uitbundig toegejuicht, en de koning schonk hem zelfs een jaargeld van 2000 livres.
Maar nooit weer was Charles te bewegen, nogmaals een luchtreis te doen. Wel moet die eerste tocht, geheel alleen hoog in het luchtruim, een ontzettenden indruk op hem hebben gemaakt.