Gouden Daden

Chapter 18

Chapter 181,666 wordsPublic domain

Zij gunde zichzelve geen oogenblik rust. En 't zou nog erger worden, het uiterste zou van de toewijding van deze edele vrouw worden gevergd. De troepen hadden het beleg geslagen om Sebastopol, waar zij dikwijls 36 uren aan een stuk dienst moesten doen, met alleen wat pekelvleesch met suiker, een slok rum en een paar beschuiten tot voedsel. De dienst in de loopgraven gedurende, de koudste wintermaanden deed den ongelukkigen de ledematen bevriezen, terwijl bovendien nog cholera en dysenterie met vernieuwde felheid hunne slachtoffers kozen. De hospitalen lagen overvol. Meer dan 5000 zieken waren over de verschillende inrichtingen verdeeld. In de gangen gingen steeds twee reeksen van draagbaren in tegengestelde richting elkander voorbij, een, die de gewonden aanvoerde, de andere, die de dooden wegdroeg. 't Was vreeselijk om aan te zien. De cholera-patienten stierven meestal binnen den tijd van vijf uren, de ongelukkigen, die met bevroren ledematen werden binnengebracht, leden de afschuwelijkste pijnen. De kleeren waren aan hunne lichamen vastgevroren, en bij het verwijderen van de schoenen, hoe voorzichtig ook gedaan, kwamen steeds de teenen mede.

Florence scheen wel overal tegenwoordig te zijn. Men zag haar troostend verwijlen aan de bedden der stervenden, luisterende naar hunne laatste wenschen, om hun groeten en laatste spaarpenningen over te brengen aan de geliefden in het vaderland, dat zij nooit zouden terugzien,--zij bemoedigde de gewonden, die vreeselijke operaties of amputaties moesten ondergaan, wat in die dagen nog niet pijnloos geschiedde, omdat chloroform nog weinig werd gebruikt,--of zij gaf versterkende middelen aan de zwakken, die van uitputting dreigden te sterven. En daarbij hield zij toezicht op alles, wat er in de hospitalen geschiedde, op de reiniging, op de voedingsmiddelen, op de verpleging der zusters, en zelfs ook over de laatsten waakte zij met groote liefde, opdat zij niet te veel van hare krachten zouden vergen en zichzelven daardoor te gronde richten.

En wanneer 's nachts de doctoren reeds lang weg waren en men slechts de zusters, die de wacht hadden, zich geruischloos zag bewegen, dan deed nog Florence Nightingale met een brandende lamp in de hand, de ronde door de groote zalen vol lijdenden, om nog een kussen te verschikken hier, een dronk waters te reiken daar, een woord van troost en bemoediging te spreken tot een stervende elders. Met innige vereering zagen de stumperds dan op tot de Vrouw met de lamp, die voor hen een engel der liefde was in deze gebouwen der verschrikking.

Toen zij zes maanden onafgebroken had gearbeid in Scutari, en de lente gekomen was, begaf zij zich naar het Schiereiland de Krim, om met eigen oogen te zien, hoe het met de verpleging der gewonden gesteld was op het oorlogsterrein. Bij hare aankomst aldaar wenschten de autoriteiten haar met groote plechtigheid te ontvangen, maar toen zij aan het schip kwamen, was Florence daar reeds niet meer. Zij was reeds aan land gegaan en had al met hare inspectie een begin gemaakt. Van den top van een hoogen heuvel overzag zij het oorlogsveld. Daar zag zij de duizenden witte tenten, hoorde zij de trompetten steken, de kanonnen bulderen en de trommen roffelen.

Zij begaf zich te midden van de soldaten, die haar niet kenden. Maar nauwelijks drong het gerucht tot hen door, dat het Florence Nightingale was, die zij in hun midden hadden, of zij werd met een oorverdoovend hoerageroep door hen begroet. Op dat oogenblik ontving zij den dank van het leger voor al hare toewijding en liefde, aan de zieke en gewonde soldaten betoond.

In hare inspectiereis werd zij gestoord door een ernstige ziekte, die haar aan den rand van het graf bracht. Dagen lang lag zij doodelijk krank ter neder, en reeds ging in de hospitalen de treurige mare rond, dat zij overleden was. De dokters raadden haar aan, naar Engeland terug te keeren en daar haar volledig herstel af te wachten. Maar zij wilde er niet van hooren, en keerde, zoodra hare krachten haar dat toelieten, naar Scutari terug, om zich daar opnieuw aan de haar opgedragen taak te wijden.

Eindelijk moest Sebastopol bezwijken, in September 1848, en werden de vredesonderhandelingen geopend, die aan den bloedigen oorlog een einde zouden maken.

Maar Florence Nightingale achtte hare taak nog niet afgedaan. Zij begaf zich naar de Krim, en vestigde het hoofdkwartier van den verplegingsdienst op een der Balaclavaheuvels. Zij leef de daar met drie zusters in een kleine keet, bestaande uit drie kamers, midden tusschen de barakken. 't Was ijzig koud, 's nachts bevroor daar alles, tot zelfs de inkt. Eens werden de zusters wakker onder een laag van sneeuw, die door de reten van de keet naar binnen was gewaaid. Maar Florence, onvermoeid en opofferend als zij was, liet zich door sneeuwjacht noch vorst weerhouden, dagelijks de barakken en de tenten te bezoeken, waar zij alles deed om de soldaten, die hersteld waren van hunne wonden, aangenaam bezig te houden. Zij stichtte kleine bibliotheken voor hen, waarvan een dankbaar gebruik werd gemaakt. Zelfs richtte zij een spaarkas op, waar de soldaten hunne spaarpenningen in bewaring konden geven, waardoor zij in staat werd gesteld iedere maand ongeveer 12000 gulden naar Engeland te zenden voor de familieleden der soldaten. Zij deed dat, omdat de mannen zich veel aan dronkenschap overgaven en al hun geld voor sterken drank uitgaven. Die spaarkas was eene ware weldaad, wat ook de Regeering inzag. Deze richtte zelfs vijf hulppostkantoren op, waar het geld kon worden ingebracht.

Ongeveer April 1856 werd de vrede geteekend. De soldaten werden ingescheept, om naar het vaderland terug te keeren. En eerst, toen het laatste hospitaal gesloten was, rekende ook Florence Nightingale zich ontslagen van hare taak. Voor haar vertrek liet zij op een der hoogste heuvels van Balaclava uit eigen middelen een hoog marmeren kruis oprichten als een gedenkteeken voor de gesneuvelden. 't Was twintig voet hoog, en tot ver in zee zichtbaar.

Hoe hoog hare diensten werden gewaardeerd, kan hieruit blijken, dat zij als afscheid van den Sultan een kostbaren diamanten armband ontving, terwijl koningin Victoria haar een halssieraad schonk, bestaande uit een St. Joriskruis met het naamcijfer der koningin, en daaromheen, als randschrift: "Zalig zijn de barmhartigen."

't Was te verwachten, dat het Engelsche volk haar, bij het terugkeeren in het vaderland, eene grootsche hulde wilde brengen. Reeds had men eene groote som gelds bijeengebracht, niet minder dan een half millioen gulden, welke men haar wilde aanbieden als blijk van erkentelijkheid van het Engelsche volk. En nog dagelijks stroomden de gelden toe. Er verschenen brochures, waarin haar groote lof werd toegezwaaid over haar werk van menschlievendheid, de nieuwsbladen gaven artikelen vol groote waardeering, men maakte lofzangen ter harer eer, en haar portret lag voor alle winkelramen.

Van eene grootsche ontvangst kon echter niets komen. De bescheiden Florence onttrok zich aan alle openlijke hulde, door zich te Marseille te ontschepen en naar Parijs te gaan, waar zij eenigen tijd rust nam. Daarna begaf zij zich onder den aangenomen naam van Miss Smith naar Engeland en bereikte, zonder opgemerkt te zijn Lea Hurst, het landgoed van haar vader.

Maar hare aankomst werd spoedig bekend, en duizenden bij duizenden trokken op naar het park van Lea Hurst, in de hoop haar, al was het ook maar in de verte, te mogen aanschouwen. IJdele hoop. Florence, "de heldin van de Krim," bleef meestal onzichtbaar. Zij hield zich in hare vertrekken teruggetrokken, om uit te rusten van de doorgestane vermoeienissen, die haar gestel krachtig hadden aangegrepen. Haar gezondheid was voor goed geknakt en er bestond weinig hoop, dat zij ooit weder geheel zou herstellen.

Toch bereikte zij een zeer hoogen leeftijd. Enkele dagen geleden, in Augustus 1910, overleed zij ruim 90 jaren oud, en geen blad ter wereld is er, dat niet eenige kolommen wijdt aan hare nagedachtenis en aan de schoone daden, door haar, gedurende haar geheele leven, verricht. Want ook na hare terugkomst uit den Krim-oorlog bleef zij voortbouwen op het eenmaal gelegde fundament, waardoor zij het mocht beleven, dat door de, oprichting van het Roode Kruis de verpleging te velde op vasten grondslag werd geregeld. Dat was de kroon op haar werk.

Eene schrijfster vermeldt, dat aan een maaltijd van uit den Krimoorlog terugkeerende officieren aan elk een strookje papier werd gegeven, met het verzoek, daarop den naam te schrijven van den persoon, wiens diensten wel het langst en het dankbaarst bij het nageslacht in herinnering zouden blijven.

En al de briefjes droegen, zonder uitzondering, den naam van Florence Nightingale.

Wel een bewijs, welk een gezegende arbeid door haar is verricht. Haar gansche leven was één gouden daad.

INHOUD:

Een doodelijke sprong Een heldenschaar George Stephenson Hoe Frankrijk door een eenvoudig meisje van den ondergang werd gered Groote daden Door eigen kracht Een nuttige uitvinding Een buitengewoon vorst Een stout stukje De verovering der lucht (De gebr. Montgolfier) De verovering der lucht (Charles en Robert) De verovering der lucht (Von Zeppelin) De verovering der lucht (De tocht van Blériot) Edele zelfopoffering Een groot zeeheld Drie schoone daden Niels Finsen Een trouwe slaaf David Livingstone Kinder- en Ouderliefde Een heldenhart onder een grove kiel Uit het land der verschrikking Florence Nightingale (1830-1910)

AANTEEKENINGEN

[1] Tollens.

[2] La Force was eene gevangenis.

[3] Johanna W. S. Naber: Wegbereidsters.

Bij den uitgever J. M. BREDÉE, Rotterdam, verscheen mede:

_"Ireland",--its humour and pathos_ by CUEY-NA-GAEL.

Prijs: 90 cts. ingenaaid, f 1.25 gebonden.

Dat dit werkje, evenals "An Irishman's Difficulties", waarvan in eenige maanden _4000_ ex. geplaatst zijn, grif van de hand gaat is buiten twijfel. De auteur heeft dit weder door voorlezingen voorbereid.

_An Irishman's difficulties_ WITH THE DUTCH LANGUAGE. by CUEY-NA-GAEL.

3e DRUK. 5e-6e DUIZEND.

Prijs; 90 cts. ingenaaid, f 1.25 gebonden.

De auteur heeft omtrent dit kostelijk boek in vele plaatsen lezingen gehouden, waarvan de pers o.a. schrijft:

...... de honderden bokken, die de Brit schoot, deden de toehoorders onbedaarlijk lachen.

_Nieuws van Zeist en Driebergen_.

De velen die zich tranen lachten, hebben de redenaar door warme toejuiching beloond.

_Algemeen Handelsblad_.

_Ter perse_ om in dit najaar te verschijnen:

_O'Neill's further adventures in Holland_ by CUEY-NA-GAEL.

Prijs: 90 cts. ingenaaid, f 1.25 gebonden.

Een vervolg alzoo op het bovengenoemde vermakelijke boekje.