Gomer voor den sabbath; meditatiën over en voor de sabbath
Part 21
XXXII. »~Mijn~ wol en ~mijn~ vlas.« 142
XXXIII. »In een eerbaar gewaad.« 145
XXXIV. »Met netelen bedekt.« 148
XXXV. »Onze lippen zijn onze.« 152
XXXVI. »Het geld verantwoordt alles.« 156
XXXVII. »Vergeet geene van zijne weldaden.« 159
XXXVIII. »Het ongoedertieren volk.« 162
XXXIX. »Mijne schapen!« 166
XL. »Als kaf van den dorschvloer!« 169
XLI. »De Heere zal mij aannemen!« 173
XLII. »In eeuwigheid niet dorsten.« 177
XLIII. »Uwe glasvensteren kristallijnen!« 180
XLIV. »Met mijne ziel heb ik U begeerd!« 183
XLV. »Vlas en vonk.« 187
XLVI. »Des spots veel te zat.« 190
XLVII. »Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.« 194
XLVIII. »Zie, de dienstmaagd des Heeren.« 198
XLIX. »Zend uw sikkel en maai.« 201
L. »Brood uit den hemel!« 205
LI. »De onverwelkelijke kroon.« 208
LII. »Volstandig tot den einde.« 212
+----------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De volgende correcties zijn in de tekst | | aangebracht: | | | | Bron (B:) -- Correctie (C:) | | | | B: schenken van ziju Sabbath is | | C: schenken van zijn Sabbath is | | B: fs dienen uit gehoorzaamheid; | | C: is dienen uit gehoorzaamheid; | | B: die booze zucht. om uit eigen | | C: die booze zucht, om uit eigen | | B: voor uw conscientie te brengen. | | C: voor uw conscientie te brengen, | | B: dien tempel daarboven vewijlen, waar | | C: dien tempel daarboven verwijlen, waar | | B: henengaat en niet wederkeert | | C: henengaat en niet wederkeert« | | B: stof en assche ben« Of misschien | | C: stof en assche ben.« Of misschien | | B: Hem ziju de eeuwige harmonieën, | | C: Hem zijn de eeuwige harmonieën, | | B: geestdrift en veerkraeht van karakter. | | C: geestdrift en veerkracht van karakter. | | B: zijn van het _gooter_ deel en het | | C: zijn van het _grooter_ deel en het | | B: omgekeerd als wij. Al er onder onze | | C: omgekeerd als wij. Als er onder onze | | B: _tegendeel_ omkeeren, eu uw vijand | | C: _tegendeel_ omkeeren, en uw vijand | | B: sehuldenaren_.« | | C: schuldenaren_.« | | B: dan een sneeuvlokje, en straks de | | C: dan een sneeuwvlokje, en straks de | | B: hart van den verstoksten booswicht. | | C: hart van den verstoktsten booswicht. | | B: als niet ons afleidt, en | | C: als niets ons afleidt, en | | B: begeerd, Maar Mij hebt Gij | | C: begeerd, maar Mij hebt Gij | | B: belagend uit anderer hart Het is de | | C: belagend uit anderer hart. Het is de | | B: wedergeborene toeroepen. | | C: wedergeborene toegeroepen. | | B: van den Euwige uit de taal | | C: van den Eeuwige uit de taal | | B: Vader!« (Jeremia 3:19), | | C: Vader!«« (Jeremia 3:19), | | B: _zijn_ liefde te begiftigen. En | | C: _zijn_ liefde te begiftigen.« En | | B: ik lief zal hebben.« dan randt gij | | C: ik lief zal hebben,« dan randt gij | | B: »Nu zijn die »goddelooze« | | C: Nu zijn die »goddelooze« | | B: bron in ons hart, | | C: bron in ons hart. | | B: banden van het bloed worden gestennd. | | C: banden van het bloed worden gesteund. | | B: thans is het, of schier nit | | C: thans is het, of schier uit | | B: huishouding in het zichbare de grooten | | C: huishouding in het zichtbare de grooten | | B: heur jaloerschhheid op. En wie het | | C: heur jaloerschheid op. En wie het | | B: geestdrift te dienen deu Heere uwen | | C: geestdrift te dienen den Heere uwen | | B: Het geldt verantwoordt alles. | | C: Het geld verantwoordt alles. | | B: _kan_ ik niet, o, bid dan, bid | | C: _kan_ ik niet,« o, bid dan, bid | | B: als die sehapen der kudde op | | C: als die schapen der kudde op | | B: schapen der kudde wïlden wezen en noch | | C: schapen der kudde wilden wezen en noch | | B: datzelfde kaf dns tier en sap | | C: datzelfde kaf dus tier en sap | | B: het de ure _dez oordeels_. En dan zal | | C: het de ure _des oordeels_. En dan zal | | B: onzinnigen hartstocht En »gierigheid« | | C: onzinnigen hartstocht. En »gierigheid« | | B: in uw macheloos wezen voor zich | | C: in uw machteloos wezen voor zich | | B: nu nog te roepen. Voor veel in | | C: nu nog te roemen. Voor veel in | | B: druppel van dat vocht in. dat God in | | C: druppel van dat vocht in, dat God in | | B: eeuwig leven had veworven, zou dat | | C: eeuwig leven had verworven, zou dat | | B: van den Vadar der lichten toekomt, | | C: van den Vader der lichten toekomt, | | B: drampkring van zonde en ongerechtigheid | | C: dampkring van zonde en ongerechtigheid | | B: zondaar verderft veel goeds« | | C: zondaar verderft veel goeds.« | | | +----------------------------------------------+
End of Project Gutenberg's Gomer voor den sabbath, by Abraham Kuyper