Gevleugelde Daden: Avonturen der Eerste Hollandsche Luchtschippers
Chapter 9
Ja, dàt was bij alle slapeloosheid en hoofdbreken eene kostelijke, blijde verheugenis, dat er op de gansche wereld een _ideale_ Ruimte was gekomen om mekaar dood te slaan.
't Slag-veld werd legendarisch--de Slaghemel de strategische droom van elken aanvoerder.
De opperste veldmaarschalk heette opperste hemelmaarschalk.
Een veldheer noemde men kortheidshalve _lucht-chef_.
De dienst-te-velde werd herdoopt in dienst-te-wolken.
De cavalerie verdween--ook de genie.
En om de mobilisatie te bevorderen in den zoo spoedeischenden zin van den gevleugelden tijd, kreeg elk mannelijk en vrouwelijk ingezetene boven de achttien jaar een dienst-vliegmachine met speer thuis.
Het bezwaar om ook de vrouwen dienstplichtig te maken hield in de Ruimte op.
Man en vrouw konden met hetzelfde gemak een bom laten _vallen_.
Laten vallen _op wie beneden vloog, liep, at_.
Een leger van vliegende vijanden te omsingelen, af te snijden, om te trekken, werd hopeloos gekkenwerk.
De eerste wet van alle zuivere strategie werd het (gevleugeld) woord _Excelsior_!
Geraakte men _boven_ het vijandelijk heir, dan was dit vernietigd.
Vandaar dat eenige keur-regimenten, de zoogenaamde _Nuageurs-en-plein-air_, als opvolgers der _grenadiers_ en _jagers_, voortdurend geoefend werden op duizeling-wekkende hoogten (5000 tot 10000 M.), om zich te gewennen aan de _eigenaardigheden_ der sfeer.
Veel gebruik maakte men ook van den genialen inval van een kapitein der _nuageurs_, die proefnemingen met gedresseerde arenden en valken nam.
In den nieuwen oorlogstoestand bleken die nagenoeg tot de diergaarden beperkte soorten zeer wenschelijke bondgenooten.
Zij vielen de geduchtste vijanden aan, _reten hun de hersenpan vaneen_, rukten oog en uit, of scheurden de zijden vleugelen der tegenstanders stuk.
Van deze _roode_ afgrijselijkheden afstappend--niet nader uiteenzettend hóé gemakkelijk oorlogschepen, gewapende luchtballons etc. geënterd konden worden--eveneens als _welvoegelijk avondkouter_ de gevolgen van volks-meetings, volks-bewegingen en internationale arbeiders-vlucht _wijselijk mijdend_--zij het veroorloofd nog een páár opmerklijke maatschappelijke veranderingen te releveeren.
Het geschiedde dat de brievenbussen aan de daken bevestigd werden en de rond-zwevende bestellers aangenamer taak kregen.
Schipbreuken waren zeldzaamheid.
Elk zeeman had bevleugelde reddingsgordels.
In de schouwburgen moesten de vestiaires vergroot worden ter bewaring der vliegmachines.
Deze tak van _Kunstnijverheid_, die zoolang op slechte recettes geteerd had, leefde plotseling wonderlijk op.
Uit de vele ontberende provincieplaatsjes vloog het 's avonds storm.
Wat in geen eeuwen gebeurd was, gebeurde thans: er kwam gebrek aan theaters, directeuren, raad-van-beheeren, adviseurs, critici en wat verder tot het Vak behoort.
De tjingeltjangels en café-concerts verliepen geleidelijk.
Althans het groote publiek, nu zèlf gewend aan _parforce-toeren_ in de open lucht, juichte het gezwaai aan trapezes minder toe.
Na veelbewogen tochten over rivieren, zeeën, daken, deed zich de behoefte aan _intellectueele_ zaken gevoelen.
De geozoniseerde Menschheid herkreeg haar ouwe liefde en gelaatskleur.
Stukken die men doodgespeeld waande, als _De Roode Brug_ en _De twee Weezen_ maakten series met verscheiden nullen.
Acteurs, die zich uit broodsgebrek in het burgerbestaan hadden teruggetrokken, werden weer _artist_.
De auteurs verdienden zonder hoog te vliegen betuinde villa's bij de vleet.
De aandrang naar de schouwburgen werd zóo hevig en het gedrang bij de toegangsdeuren (op de eerste étage) soms zoo vinnig, dat een listig ondernemer op een weiland buiten (afstanden bestonden niet langer) een openlucht-theater met _dertig duizend_ zitplaatsen liet bouwen.
Men vloog vóór acht naar zijn plaats. De ondernemer had voortreffelijk gezien. Bij droog weer hing elken avond het verlicht transparant _Uitverkocht_ aan een ballon captif boven het arena. Ook de literatuur kwam meer _en vogue_.
Er was waarlijk niets genotrijkers dan op een eenzaam plekje in de wolken rond te drijven met een boek op de stuurstang.
In de meest sereene stilte lééfde men met z'n _lievelingsdichter_.
Verheven boven het gewoel beneden, benaderde men met teer gebaar de verheven stemming van den poëet.
Realisme en naturalisme kregen een _knauw_.
Peddelend-droomend begréép men eerst, _dat kunst hooger moet heffen dan aardsche vleuglen gedoogen_, en uitblazend op een lastigen telephoon-paal of op een torenkruis, schaamde men zich voor z'n vroegere verblinding, z'n vroegere genegenheid voor _modder-goden en riool-ontleders_.
Ook de volks-spelen verkuischten, vermannelijkten.
In plaats van kuit-wedstrijden op wielerbanen, schaatsenrijden, Grieksch-Romeinsch geworstel (met het doelloos nut twee schouders op een _nuchteren grond_ te drukken--_à quoi bon?_--,) ontstonden verrukkelijke vlugheids-spelen om een duif in haar vlucht te grijpen--om door hoepels te parachuteeren--om in verblindende vaart een appel met een _speer_ te doorsteken.
De zeden werden in zooverre verzacht en verteederd dat niemand er meer aan dacht _vliegend_ gedierte te kwellen of te mishandelen.
Wist men niet aan z'n eigen lijf van de gevaren?
Er kwam een "Bond tot bescherming van insecten bij _brandende lampen_".
Zelfs geen jongen kreeg het meer in 't hoofd nestjes uit te halen.
Zoo zeer steeg dit sentiment voor alle bevleugelden, dat er eene neiging groeide den Hollandschen Leeuw op de vele wapens door een _minder achterlijk_, minder aan de aarde vastgebakken dier, te vervangen.
Behoeft aan dit beknopt en schuchter overzicht van eene geweldige evolutie te worden toegevoegd, dat de verschillende mogendheden, geschokt en ontdaan, eene spoed-conferentie in Den Haag belegden.
Reeds lagen de eerste heipalen voor het Vredes-Gebouw gereed.
En nog voor de moker zijn slagen mepte, debatteerden de _Délégués_ met onthutste gelaten.
De _Flying Dutchman_, het ding van trappers en aluminium-latten, smeet geheel Europa in een roes, lachte als een 'n kwajongen om tractaten, volkerenrecht, oorlogsrecht, internationale bepalingen.
Het evenwicht der beschaafde naties was verbroken.
Een hollandsch minister-president was vliegend gezien, te zamen met een belgisch, een zwitsersch en een monacoosch _staatsman_.
De kleine landen verbonden zich.
Berlijn, Londen werden overgeleverd aan de willekeur der stoutmoedigen.
"Messieurs," sprak de duitsche afgevaardigde, bezorgd denkend aan de vergruizelde eenheid van het duitsche rijk en de geruïneerde duitsche oorlogs-industrie: "Messieurs, indien wij thans den oorlog niet _kortwieken_, worden wij door den drang der volkeren _overvleugeld_, zal het in de wereld bloed _regenen_. Ik stel voor elkander lief te hebben ...."
Voor de vuist sprak hij in dien zin een paar uur.
En na eenige broeiend-optimistische discussie, werd voorloopig aangenomen dat alle beschaafde landen als _open steden_ zouden worden beschouwd, noch aangevallen, noch be-bomd mochten worden.
Omdat die besluiten evenwel niet doorgevoerd kònden worden, zonder _onaangename concessies_ aan _meesmuilende socialisten_, ging men tot eene zitting met gesloten deuren over.
Hier sluit ook Falkland--nièt meesmuilend--matigheids- en bezadigdheidshalve de deur.
Het spreekt echter vanzelf dat de heer P. E. Zwaluw dat jaar den Nobel-prijs verwierf en aangezien het ongepast is een Verhaal van avonturen als een nachtkaars te doen eindigen, vermeldt de auteur, ter wille der volledigheid en der stemming zijner nieuwsgierige lezers, nog dit prettig slot:
ZEGEPRAAL.
Wanneer eene gebeurlijkheid algemeen en gemeen goed wordt, gevoelen wij geen gretige belangstelling meer voor het wedervaren van kleine enkelingen.
Zoolang de familie _Zwaluw_, ònbegrepen en eenzaam vloog, trok zij onze aandacht.
De stormachtige beroering van àlle beschaafde volkeren, de driftige opeenvolging van incidenten, ongelukken, zegepralen der vliegers, dwingt ons de helden der historie tot het normaal plan terug te voeren.
De overgang is moeilijk.
"Du sublime au ridicule, il n'y a qu'un pas."
Na al het grootsch-aangeduide te besluiten met de geruststellende verklaring dat de verzwikte voet des heeren Pieter Zwaluw spoedig genas, lijkt een sprong in de _bùrgerlijkste_ diepte van 't leven.
Er is gelukkig meer te zeggen.
In de bloeiende opleving der tijden, in die schoonste _Renaissance_, was Pieter Zwaluw een der eersten om voor te gaan.
Zijn dak-tuin wèrd een der fraaiste en smaakvolste, zijn huis practisch en comfortable.
Buitengewoon gezien in de plaats, eereburger, eerelid-der-soos, lid der Leidsche Maatschappij van Letterkunde, het Utrechtsch Provinciaal Genootschap èn beriddeord (_Oranje-Nassau en Huis-orde_), bleef hij tot zijn ouden dag in wetenschap liefhebberen.
Het _pootje_ belette hem na een paar jaar in z'n eentje te vliegen.
Toen liet hij--wéér de eerste--een vernuftigen bi-luchtpeddel en een tri-luchtpeddel maken.
Gesteund door de vleugels van vrouw en dochter, kon-ie zoo nog een heele poos mede.
Ook dàt nam een einde.
Mevrouw werd een weinig zwaarlijvig en kort-ademig en Amélie geraakte _verliefd_. Het was te voorzien.
Op een _flatroof-party_ leerde ze hèm kennen.
Binnen een maand, geheel bekoord door haar eleganten vleugelslag, deklareerde hij zich op diezelfde ruïne van _Koepelsteyn_, die eenmaal vermaard geworden, tot een gemeentelijk toren-plateau-café was ingericht.
En daar noch mama noch papa op dat tijdstip als _facheux troisième_ konden meepeddelen en een saamvliegend paartje ook in de wòlken over de tong ging, volgde bijzonder snel de bruiloft.
O, het geluk van Mevrouw Zwaluw, toen Amélie haar na maanden op het dak, in het oor fluisterde: "Mama--ik hoop _moeder_ te worden ...."
"Wat maak je ons blij," snikte mevrouw.
"Ik zal al héél gauw niet meer kunnen vliegen, mama ...."
"Dat is niets," sprak mevrouw innig: "de _ooievaar_ zal 't voor jóú doen, kind."
Het werd een zoete tijd van verwachting.
Vrienden, vriendinnen vlogen in en uit, lieve verrassinkjes aandragend voor de luiermand.
Ouwe Chris merkte met 'r stevige handen de honderd luiers en 't kindergoed.
Dat verstond ze. Dáár had ze schik in. Dat was en bleef mèt de amsterdamsche lootjes van den _goeien_ ouwen tijd.
Sinds 't _spektakel_ in de wolken gaande was, kéék ze niet meer naar den Hemel.
Een wurm in de aarde was 'n heilige, zei ze, vergeleken bij de dolle menschen van den tijd.
En toen de jonge moeder weer zoover hersteld was, dat ze 'r eerste tochtje na máánden kon doen, bleef Chris trouw en plechtig op den knolligen jongen passen, die z'n duim bezoog en van god-verzoekende malligheden geen besef had.
De jongen heette _Pieter_ naar z'n grootvader--_Sperwer_ als symbool van 'n krachtigen vlieger--_Bakker_ naar z'n vader: _Pieter Sperwer Bakker_.
Het was een voorspoedig kind.
Binnen 't jaar begon-ie te babbelen.
't Schoonste uur voor de heele familie was 't oogenblik, toen-ie in z'n handjes klapte bij 't kippenhok, waar de haan gekraaid had en z'n grootvader aanriep met den zinnebeeldigsten naam.
".... _Opa-kukelu!_"
"Wàt zeg je daar?"--, vroeg grootvader verrast.
"_Opa-kukelu!_"--, herhaalde het ventje.
De heer P. E. Zwaluw kreeg tranen in de oogen.
"Wat 'n _goddelijk_ verstand," zei-ie met dik-aangedane stem [4].
[Illustratie: Pentekening van vogel met eikenbladeren in bek op een stapel boeken door S. Falkland.]
EINDE.
AANTEEKENINGEN
[1] De lezeres, gewend aan de uitdrukkingen: "liep te bepeinzen" of "zat te bepeinzen", dient zich aan de nieuwe woordvoeging van het geval te onderwerpen.
[2] De s eene dichterlijke vrijheid.
[3] Niet te verwarren met de _Quérido'sche_.
[4] Als 'n beminnaar van schoone kunsten eene serie tentoonstellings-zalen betreedt, en links portières speurend, ook daarheen zijne gretige schreden richt, dan zal hij wellicht ontstemd zijn, wanneer hij àchter die portières eene vestiaire, met hoeden, wandelstokken, parapluies, aanschouwt. Op analoge wijze stel ik mij de ontnuchtering voor van de bewonderaarster mijner schoone teekeningen, die nà pag. 113 vruchteloos hare vingers bevochtigd heeft, huiverig-verlangend naar verdere fantastische _scheppingen_, alsnog onzeker wèlke dier gewrochten zij zou uitknippen, om in een _passe-partout_ te doen _encadreerenen_--en tot op deze pag.... 188 nièts meer vindend. Ik bevroed de _pijnlijke_ teleurstelling. Verwijs de verbolgenen naar den uitgever, _ergens in Bussum_. Ik ben onschuldig. Zoo puur van geweten als 'n knaap van twee jaar. Reeds lang had het tusschen mij en dien heer _gemot_. Ik kan wel _kunstzinnig_ samenwerken met iemand, die mij _begrijpt_, maar als men me kwelt en spijkers op laag water zoekt, stuif 'k in breede verwoedheid op en smijt _Neelmeyer_ tegen de vlakte. De littéraire lezeres, in deze bewogen tijden gewend aan de donderkoppen des letterkundigen hemels, gevolgd door mokerslagen en inslaande bliksemstralen, mede door afzichtlijk-verminkte lijken van literatoren-van-naam, heeft de donderkoppen tusschen mij en den Bussumschen uitgever natuurlijk al lang in de spiezen gehad. Of de littéraire lezeres is door al het rumoer en gemoord reeds _geïmmuniseerd_. Om te betoogen, hoe goddelijk 'k verongelijkt ben, heb 'k slechts dit _overzicht_ te geven: _a_) Ofschoon genoemde heer mij in de qualiteit van _verluchter_ inderdaad _ontdekte_, en ik hem tot zóóver hulde breng, werd ik reeds bij de tweede teekening verplicht te vermelden, dat "de beknibbelende uitgever finantieële en technische bezwaren had", om die teekening in kleurtinten te reproduceeren. In die dagen kwam onze botsing evenwel niet tot _uiting_, daar zooals ik op pag. 35 schreef: "bij een herdruk deze bezwaren mogelijk opgeheven zouden worden." De verkoeling wàs er echter. Wanneer men nachten op den _steen_ arbeidt, met aanduiding van terra-cotta, crême, karmijnrood, dan ziet men niet gaarne zijn _oeuvre_ zincographisch verknoeid. Ik _duldde_ dat.
Mijne verdere motieven zijn: _b_) .... Bij de derde teekening op pag. 44 beweerde de uitgever, dat hij nooit last had van haartjes, als-ie 'n nieuwe pen gebruikte. De haartjes om de harige maansikkel, wilde hij bij ontstentenis van inktstuf met de scherpe punt van 'n voorsnijmes verwijderen. Ik verzette mij tegen dat ingrijpen in _artistieken arbeid_. Wáár moet het heen met de zelfstandigheid eens _artiests_, als 'n werkgever hem achter de schermen met de punt van 'n voorsnijmes blameert? Verkoopen wij kunstenaars onze _ziel_? Ik weerde de punt af, won het pleit mèt krakeel. Motief _c_) .... Bij de teekening op pag. 50, uitte 'k mijn wrok op bedekte wijze, door te zinspelen op een "provinciaal deskundige" die beweerd had dat mijn schoorsteen niét bestond, en gaf ik bizonder scherp te kennen, dat 'k voor zùlke lieden niet teekende. Bij de teekening op pag. 61 moest 'k dit aandikken. Immers aan 't slot der noot achtte ik mij zedelijk verplicht te melden: "Enfin, de _uitgever_ moet 't weten. Ik houd mij koel en 'r buiten." Deze toespeling, alsmede de critiek die ik mij veroorloofde, op de waarlijk _stuitende_ woorden van den auteur, maakte de Bussumsche heer zóó verbolgen, dat hij alweder wilde snoeien, en mij eenige keeren in de Kalverstraat te Amsterdam voorbij liep _zonder den hoed af te nemen_. Te deksel, als wij schrijvers en illustratoren in het zweet van ons aanschijn, de uitgevers aan hoeden hèlpen--mogen we dan niet verlangen, dat tegenover ons de burgerlijke beleefdheid in acht worde genomen? Mag ik als verluchter geen diepgevoelde meening neerschrijven over den auteur _Falkland_, wiens populariteit een _hoon_ is voor alles wat schoone geschriften produceert? Te deksel.... De strijd, in het stadium gekomen _van het elkaar niet meer groeten_, werd er intenser op. Motief _d_) .... Bij de inderdaad _heerlijke_ teekening op pag. 71 schreef mij de tegenpartij: "Wat beteekent toch, mijnheer, de eierdop waaruit de vlammen slaan?" Om nadere informaties verzoekend, bleek mij dat de kunstkenner de teekening _ondersteboven_ had gehouden. Men zwijgt hooghartig bij zulke enormiteiten. Bij wijze van terechtwijzing, antwoordde 'k (pag. 71) ... "helaas de heele tijd is vol van leeken, die hun opinies over alles en nog wat publiceeren." "Welk een afschuwelijke samenwerking, nietwaar lezeres? Ieder teekenaar zou er op die manier de brui aan geven. Nòg was 't einde niet daar. Motief _e_) .... Op pag. 106, ter hoogte der _uitnemende_ illustratie van hemd en toren, berichtte ik reeds de uitspraak: ".... Schei in 's hemels naam uit met dat _geknoei_, dat mij per vierkanten centimeter cènten kost..." ...., eene grofheid van zóó ongewoon gehalte, dat men z'n nagels van woede zou bebijten, zoo men daar aanleg toe had. Ook gaf de vergissing van het P. Z. 12 tot veel onheusche opmerkingen aanleiding. Ik draag _frontjes_, vind het derhalve niet zulk een hevige fout, als men zich in het merk van een _overhemd_ vergist. Vertoornd zeide ik tot den uitgever: "Fiche moi la paix!".... Toen, bij de teekening op pag. 113, meende mijn tegenstander _geestig_ te zijn, door een paar inktmoppen, mijner ontroerde pen ontvallen, mede in het cliché op te nemen. Men doet zoo iets niet. Het is buiten de perken van het welvoegelijke. De grootste artisten: Steinlen, Léandre, Ibels, Veth, Roland Holst, Hoytema, Crane, Whistler enz. hebben wel eens moppen op 't papier laten regenen. Mijn collega Toorop stiet onlangs een kop waterchocola naast het verrukkelijk portret van een pastoor. Zou in zulk een geval de uitgever niet _schaamteloos_ gehandeld hebben, als hij die chocolade-klodders hadde aangebracht? Bevend van verontwaardiging, onmachtig tegenover _willekeur_, weigerde ik de achtste en negende kapittels te _verrijken_. Ziehier het overzicht--vrij van scheldwoorden, uitsluitend gebaseerd op gezond verstand--van de onverkwikkelijke verhouding tusschen een _kunstenaar_ en een _zakenman_. En na al de onaangenaamheden mìj aangedaan--welke vreemde opvattingen hebben onze belagers toch!--had deze heer nog de vrijmoedigheid, mij een week geleden op dringende wijze te verzoeken _zijn portret voor dezen bundel te teekenen_. Ik weigerde meelijdend doch beslist. Het zou te zot worden. Om hem daaromtrent nog eens goed mijne opinie te zeggen, had ik er zeker genoegen in, voor slot-teekening _den nièt in mijn geest schrijvenden, afstootenden auteur van dit boek_ (hoe vindt zoo iets 'n uitgever en 'n lezerskring?) op zinnebeeldige wijze voor te stellen. Klompen-gedoe.
S. F.
Bij den uitgever van dit boek verscheen van
S. FALKLAND (Herm. Heijermans Jr.):
Kleine Verschrikkingen. Ing. f 1,--. Geb. f 1,50.
Van HERMAN HEIJERMANS Jr.:
Tooneelstudies. I ... Ing. f 1,25. Geb. f 1,50
Tooneelstudies. II, III en IV, inhoudende:
"Schakels", "Bloeimaand" en "Allerzielen".
Ing. f 1,--. Geb. f 1,35.
End of Project Gutenberg's Gevleugelde Daden, by Herman Heijermans Jr.