Gevleugelde Daden: Avonturen der Eerste Hollandsche Luchtschippers
Chapter 2
Ouwe liefde roest niet--Pieter Zwaluw bleef knutselen en in 't moderne leven. Hij was de éérste villa-bewoner met electrisch licht en telephoon, de eerste die z'n fiets voor 'n motorfiets wisselde, de eerste die 'n auto in diè streek bereed. An politiek dee-ie niet. Voor den gemeenteraad en de Provinciale Staten hadden ze 'm candidaat willen stellen--hij had beslist geweigerd. 't Prikkelde 'm niet--'t bleef buiten z'n ambitie. "De eenige goeie politiek," wijsgeerde-die: "is de politiek van de geldkoningen in Amerika. Die hebben maling an oorlog en vrede, an Kamers en regeeringen--die maken 'n trust en doen wat ze willen...." Met Amerika dweepte-die. Als de fondsen achteruit liepen, lachte-die slim, wachtend tot ze weer rezen. Ze rezen altijd, àls 'r 'n geldkoning achter zat. Die hield de touwtjes, liet de heele wereld sjaggeren, winnen, verliezen, zoolang hij wou. 'r Was maar één land en dat land was Amerika. 'n Heel jaar reisde-die met z'n vrouw en Amélie van New-York naar San Louis, van San Louis naar Philadelphia en Baltimore. En toen ze thuis kwamen waren ze alle drie veramerikaanscht, spraken ze met een dikke w en een klankvolle ij. De winteravonden in de villa met 'r comfort en afgesnoepte buitenlandsche handigheden vlogen voorbij. Illustraties lezend en biljartend, de effectenkoersen bestudeerend en ontvangend, leefden ze in prettigsten famieliekring. Overdag zat-ie minstens 'n paar uur in z'n knutselkamer de oude jeugd-genegenheden te beliefhebberen. Geduldig kon-ie uren vermorsen met scheikunde-proefjes van twintig jaar geleden--hoe zoutzuur op zink reageerde--hoe natrium in water rondkoortste--hoe electrische polen water ontleedden--hoe caliumchloraat met zoutzuur of bruinsteen chloor gaf. Dan praatte-die van z'n _laboratorium_, dee vrouw en dochter hébété staan door machtige proefnemingen met Emserpastilles, asch en spiritus, die saam ontstoken gedrochtelijke slangen deden verrijzen. "Hoe jammer dat Piet niet gestudeerd heeft," knikte dan mevrouw, die zooveel kunde niet vermoed had in den artist-van-het-zwijn, dien ze getrouwd. Als Piet den auto bestuurde, zelf als chauffeur, voelde ze zich volkomen veilig. Piet kroop onder de machine in de stalling, repareerde zelf. Hij was 'n man die onderzocht, die niks op geloof aanvaardde.
"Zie je," had-ie al voor járen geredeneerd, lang voor iemand (behalve Jules Verne) 'r zich druk om maakte: "wij verspillen ons geld an dure oorlogsschepen. Engeland heeft maar te toeten en onze paar schuiten zijn geblazen. Als ik ingenieur was, sliep 'k niet rustig voor 'k 'n onderzeesche boot had gebouwd. Dat kàn. Da's enkel 'n kwestie van techniek en techniek is op den langen duur geen centiem waard. Met twaalf onderzeesche booten ruimen wij de heele Engelsche, de heele Fransche, de heele Duitsche vloot op. Als al de Hollanders 'n paar jaar in Amerika konden leven, zouen ze wàkker terugkomen. 'n Klein land, onzin! Wat wou de Engelsche vloot tegen ònze onderzeesche torpedobooten? Niemendal! Je kreeg nòg eens 'n tocht naar Chatham, toen de Engelsche Koning voor óns gebeefd en gehuild heeft! Als ik met ònze onderzeesche booten uitvaar, dan maak 'k van Holland wat 't wàs--ja--ja--toen de sleutels van de Sont in 't Haagje leien. Nou zullen anderen ons voor zijn. Dat voorspel ik!"
Z'n voorspelling kwam uit. Telkens als-ie 'r over las, keek-ie z'n vrouw en z'n dochter aan, knipte met de oogen en sprak: "Jawel! Nou zie je hoe anderen met mìjn veeren strijken! Over vijftig jaar is de heele vaart onder water, heb je geen schipbreuken meer, kan 't stormen zoo hard as 't wil, wordt niemand meer zeeziek...."
"'k Wou dat wij zoo'n boot hadden, pa," droomde Amélie verlekkerd.
"Dat kòmt--as je maar wacht. Wie kon vroeger denken dat je in je huiskamer met heel Duitschland praten zou? Techniek is alles. In twintig minuten tuf 'k van Den Haag naar Leiden! Ooit gedroomd toen 'k 'n jongen was? Eer 'k dood ben, vlieg 'k met vléugels van hier naar Amsterdam en van Amsterdam naar Arnhem...."
"Nou Piet--nou sla je door," merkte mevrouw op: "vliegen is ondenkbaar."
"Ondenkbaar," sprak hij geëxalteerd: "ondenkbaar is dat je zèlf 'n ei maakt. Nee, 'n ei maken ze nooit. En às ze 't maken, maken ze meer en is de aardigheid van 't leven af. Maar vliegen zooas de vogels, wel waarom niet? Techniek, enkel techniek! Wat lappen en wat evenwicht en je trekt met de ooievaars naar Egypte."
"Wat 'n leuk idee," droomde Amélie: "als wij 't maar meemaken--we heeten net zoo aardig Zwaluw. Typisch, hè, pa--als ze zouen zeggen de Zwaluws zijn 'n toertje an 't maken in de wolken...."
"Nou Piet, dáár doe _ik_ niet aan mee," zei mevrouw zeer voorbarig.
"Jij zou rustig meévliegen en hóé meevliegen." betoogde hij, z'n armen fel uitzwaaiend, alsof-ie op 'n kansel stond: "eerst wou je niks van fietsen weten--in de auto was je niet mee te krijgen--mòrgen vind je 'n vlieg-tocht je prachtigste sport--wacht maar--wacht maar...."
Zij strubbelde nog wat tegen, hij sloeg door, sloeg geweldig door, z'n beste hoogerburgerschool-geleerdheid uit de pantsering van zwijnszaken en charcuterie-beslommeringen herzoekend.
Van koperen gewichten, zaliger nagedachtenis, als ze onsjes boterhammenworst en zure zult sneed, met 'n dun schijfje toe voor 't overwicht, begreep ze grondig den Schijn en het Wezen. Maar z'n wijs gepraat over _soortelijk_ gewicht, om 'r duidelijk te maken hoe de lijfszwaarte, 't bierbuikje eens menschen zich tot lucht verhielden, bleef haar eene beklemming der Rede. Een ons gekruide leverworst--zoo als Pièt gekruide worst maakte, dee nièmand 't meer!--was 'n òns en 'n ons brood was grooter van omvang en 'n ons bedveeren wèer grooter: dat lei allemaal voor de hand, daar hoefde je je geen hoofdpijn over te denken. Hoe hij wist te vertellen dan goud 'n soortelijk gewicht van negentien komma drie, koper een van acht komma negen, aluminium een van twee komma vijf en zestig had, nee daar zat je schaàpachtig ja bij te knikken, zonder 'r 'n klank van te verstaan.
Piet, met z'n wollen sokken tegen 't haard-rooster, in die lange gezellige winteravonden, als 'r geen visite was, kwam op datzelfde neer. Zijn idee van onderzeesche booten hadden ze gegàpt, zijn idee van vliegen als de vogels, zouen ze net zoo moeren. Als zijn vader Edison geweest was, had-ie mogelijk de enormste dingen ontdekt. Enkel de quaestie van boffen. Edison was 'n boffer, Stephenson 'n boffer, àl die knappe menschen die ontdekten en uitvonden, omdat ze elken dag vrij konden scharrelen en zoeken, waren heel-gewone boffers.
In 'n _Charcuterie hollandaise_ had je geen kans....
In 'n _Charcuterie_, als je hammen rookte, worst stopte, kluifjes hakte, pleegde je geen zoogenaamde ònt-dek-kin-gen te doen, die 'n ander voor 't grijpen had.
"Onthou 't--let goed op," praatte-die in vergenoegde stemming: "de kunst om 'n mensch lichter te maken dan de lucht is geen kunst. Waarom kan 'n kip wèl wat 'n mensch niet kan? De gebrajen kip die we vanmiddag gepeuzeld hebben, kon over de schutting. Waarom jij niet?"
"Omdat 'k niet over de schutting noodig heb," zei mevrouw dom.
"Omdat we ons nooit moeite gegeven hebben," sprak hij luciede-wijsgeerig: "we hebben wel allen 'n staart en die staart is vergroeid...."
"Kom pa!", ginnegapte Amélie, die van de lagere school thuis was gebleven en alleen nog later, na de prachtspeculatie, Fransch van 'n Fransche juffrouw geleerd had.
"We hébben 'n staart," hield pa, zéker van z'n weten, vol: "en die is vergroeid, omdat-ie ongebruikt bleef en 't zou me niks verwonderen dat met onze schouderbladeren--mot je bladen of bladeren zeggen, Amélie?--in vroeger tijden gevlogen is! Gister heb 'k bóven de kanarie gewogen...."
"Piet wat 'n onzin....!"
"....Geen onzin! Om den drommel geen onzin--'k heb 'm gewogen en z'n vleugels gemeten. Dan zouen wij in verhouding tot ons soortelijk gewicht heele zeilen noodig hebben om mee te vliegen en om dan te gonzen als 'n bij of als 'n bromvlieg, zouen we met die zeilen duizend slagen in 'n minuut moeten maken."
"Piet schei in godsnaam uit," huiverde mevrouw, 'r man verdacht-angstig aankijkend. Hij fantaseerde tè benauwd: "Piet, 't is haast nacht, je bezorgt me kippevel...."
"Kon 'k je maar kippevléúgels bezorgen," zei Piet, sentimenteelig-verliefd z'n grocje slurpend.
[Illustratie: Bij deze eerste der frappante serie teekeningen naar de Natuur en het Leven, door den auteur op verzoek des kunstzinnigen uitgevers--die hem in de nieuwe qualiteit _ontdekte_--ontworpen, stuit de niet-academisch opgeleide kunstenaar op de onvoorziene moeilijkheid een lepeltje, een schijfje en eenige citroenpitten in het groc-glas des heeren Zwaluw te schetsen. Men gelieve deze zeer fantaseerbare voorwerpen, zoomede de wármwaterdamp, alsnog in verbeelding aan te brengen en de haartjes in den eenigszins dikken inkt des artiests te ontschuldigen.
S. F.]
DERDE KAPITTEL.
DAKWAARTS.
"Von der Stirne heisz, rinne musz der Schweisz, Soll das Werk den Meister loben, Doch der Segen kommt von oben."
(Schiller.)
Nog geen maand na dit zwaar-beslagen discours, terwijl ze om de thee-tafel zaten, elk met 'n blad der avondkrant, Amélie de gemengde berichten las, mama het feuilleton en pa de laatste noteeringen van Eries, Steels en Missouris, kreunde pa plotseling.
"Is 'r wat, Piet?", vroeg mevrouw, bang voor 'n nieuwe daling in Amerikanen.
"Nee, niks," zei-ie in z'n stoel terugleunend, tòch zoo somber van staring, dat ma ongerust naar het koersenblad greep.
Nog voor ze 't had, hield pa driftig de krant onder de lamp en na 'n nieuwe gretige lezing, die z'n gelaat in spanning verpaarste, hakkelde-die onthutst:
"Mooi. 't Is 'r. Pechvogel as ik ben!"
"Pa, u maakt ons ongerust." zei Amélie, 'r kopje thee op 't schoteltje in schrik-botsing neerklikkend.
"Ze dóén 't," zei pa.
"Wat Piet?"
"Ze _vliegen_ in Amerika."
Z'n duim, aan 't bericht vàst-geklonken, wees de plek. Mevrouw en Amélie, de hoofden naar de krant gebogen, lazen in purperen aandacht. 't Stond 'r waarachtig. Een Amerikaan had 'n fabriek van vliegapparaten opgericht. Zelf was-ie twee uur rondgevlogen van de eene plaats naar de andre, 'n poos met tegenwind.
"Da's 'n godswonder," sprak mevrouw, droomerig dazend over het tafelblad heen.
"Nou?", vroeg hij: "is 't alweer mijn idee? Dat heb 'k alles an vader te danken...."
Dien heelen avond, half geërgerd, half extatisch, beredeneerde hij het bericht--den volgenden morgen, in volle begeerigheid zijn geestelijke uitvinding in practischen vorm te zien, seinde hij naar New-York. Weggesmeten geld of niet, hij wou experimenteeren. 't Telegram met antwoord kostte over de dertig gulden. 's Middags--heerlijk volk, die Amerikanen!--hàd-ie bericht. Elk toestel kostte tweehonderdvijftig dollar, _cash_. Twee weken later was de kist er.
Twéé weken later. 't Leek 'n eeuwigheid. Dag en nacht dacht-ie er aan. Vloog 'n musch in den tuin, tipte 'n spreeuw op 't kozijn, dan _glimlachte_ pa. Bij de duiventil achter 't huis, _glimlachte_-die. Bij de kakelende kippen, _glimlachte_-die. Lieve goeie hemel, dàt was allemaal niks. Dat vloog met onverstand, zonder gedachte, zonder begrip. 't Groote ontzaglijke wonder was op komst, 't duizelingwekkend wonder dat de heele menschheid zou veranderen, dat spotte met rivieren, zeeën, dalen, dat in gewonen en overdrachtelijken zin nèèr-zag op trams en treinen, dat 'n fiets, 'n motor-fiets, 'n auto plots tot trekschuit-gedoe verschimde, dat grenzen en volken dee verdwijnen, dat bij elke stoffige stad een kostelijk lucht-leven schiep, dat den mensch dee behooren tot het boven de aarde _vliegend_ gevogelte, geschapen op den vijfden dag der wording, dat 'n rumoer, 'n omwenteling zou geven, waarbij alle stoom en electriciteit kinderspul leek.
Klaar, volkomen-helder, was 'm de gebeurtenis nog niet. Dat was ook ondenkbaar. Wie overzag de veranderingen der wereld als iets grootsch werd geboren? De éérste stoommachine had àl wat bestond van z'n voetstuk geslagen 't eene schichtig gebeuren had 't ander verdrongen. Je wist haast niet beter. Je had geen tijd om 'ns behoorlijk 'n allernieuwste ontdekking te beslapen. 't Genoegen van 't wonder fiets verslapte na 'n jaar--na 'n jaar liet je je stuurstang, je pedalen roesten.... De auto, de eerste maanden druk bereden, bleef ook al wéken op stal.
Nou daagde 't vliegen, 't vrij-uit stijgen boven de huizen, 't lustig-ongestoord klepperen van dorp naar dorp, zonder lastige honden, zonder kans 'n kind te overrijden, zonder tolgeld, lekke banden of bekeuringen....
Fluitend liep pa 't dorp rond, de menschen voorbijstappend, ze niet ziend, zóo als z'n oogen vast zaten aan wat bóven gebeurde. En 's avonds praatte-die uren en uren met z'n vrouw en met Amélie. Al wat vogel was, passeerde de revue. Eerst nù zag-ie wat de gevleugelde dieren 'n prachtbeesten waren, wat 'n toekomst de Vliegende Mensch had....
Midden in die schoone overwegingen kwam de kist als 'n bom. In de knutselkamer, boven, met 'r geleerde uitstalling van fleschjes en potten, werd ze ontpakt. Eerst viel de inhoud tegen. Meneer had 't zich ingewikkelder voorgesteld, minder eenvoudig en grooter.
Het was een vrij sober instrument, dat je makkelijk kon monteeren en waarvan de gebruiksaanwijzing glashelder scheen. Mevrouw zat in Piet's studeerstoel verbaasd te knikkelen, Amélie hielp de machine saamschroeven.
Langs je rug liep een stang als van 'n fiets, die 'n aluminium-geraamte droeg. Benee waren gewone pedalen. Betrapte je die, dan bracht 'n ketting 'n twaalf raderen in beweging en bewogen twaalf zijden vlerken.
Boven het hoofdeind der stang was een parachute voor te sterken zonschijn en regen, mede om daling te temperen. Dan door een voortreffelijk mechanisme van aluminiumlatten, kon je vóor in het geraamte door een kleine wijzerbeweging de zijden vleugels in verschillende standen brengen om tegen den wind in te laveeren.
Er was een zelf-werkende olie-toevoer voor de raderen (onzichtbaar), en aangezien de toestel bij goede weersgesteldheid een hefvermogen van één honderdvijftig kilo had, een waarlijk voortreffelijk gewicht, bleef er mogelijkheid voor niet overladen-logvette vliegers om aan een haak (A) ballast op te hangen, ten einde het evenwicht absoluut stabiel te maken. Overigens was er, gelijk nauwlijks vermeld behoeft te worden, een mand voor parapluies en wandelstokken (B) en bezaten de zware pedalen (onzichtbaar) een holle ruimte, gelijk in moderne strijkijzers, voor doovekool-verwarming, met het oog op het vriezend jaargetij.
De geheele toestel, sierlijk van voorkomen en bewerking, kon opgevouwen worden in een vierkante nette kist (D). Bij de stuurstang was een wimpel (C) in nationale kleuren bevestigd, om de richting van den wind aan te duiden. De gebruiksaanwijzing schreef dringend voor, om in geval van daling de parachute door middel van een knop-druk te doen opspringen en bij het in vlieg-werking zetten des toestels van eene verhevenheid te springen, om de raderen in beweging te brengen óver het doode punt heen.
Dit alles vaag en onbeholpen be-tekst, váárdiger in _illustratie_ gezet, deed mevrouw Zwaluw zacht-verrukt glimlachen. Pieter in het instrument, de voeten op de pedalen, de schouders be-epauletteerd door een paar gewatteerde stangen, had allerminst den schijn van een zoet-gevleugelden engel, doch de toestel met de twaalf zijden vlerken gaf hem iets imposants en verschrikkends.
Voor den spiegel bekeek-ie zich.
"Ik vrees," zei-ie met zekere benepenheid, nu het Wonder hem omzat: "dat 'k 't heele dorp voor 't tuinhek krijg als 'k 'm buiten probeer."
"Ja," schuchterde mevrouw: "dat kun je bùiten niet doen, Piet. Als 't nièt lukt, geeft 't 'n schandaal...."
[Illustratie: Toestel met néérgelaten parachute--de heer P. E. Zwaluw staande op de _kist_. Een en ander met kleurtinten, oorspronkelijk als steenteekening, alweder naar de Natuur geschetst, onder _toezicht_ van den kunstcriticus Alb. Plasschaert. De sokken des heeren Zwaluw waren in terra-cotta aangeduid, de vleugels in crême, de jekker in karmijnrood. Helaas, had de beknibbelende uitgever finantieele en technische bezwaren. Bij een herdruk worden deze mogelijk opgeheven. Terwille der perspectief zijn de beenen des heeren Zwaluw een weinig verlengd. Men aanschouwe deze artistieke en wetenschappelijk-schoone teekening _met één oog dicht_--làng turend zal men de vleugels zien _bewegen_. _Epreuves d'artiste_ bij den kunsthandel verkrijgbaar. S. F.]
"En als 't wèl lukt," viel hij haar in de rede: "blijft 't nòg lastig. Want allicht slaat 'n paard op hol. Jammer. De menschen begonnen net an auto's te wennen. Je weet hoe 't met 'n nieuwigheid gaat...."
"Doe 't dan vanavond als 't donker is, pa...."
"'k Wou 't hier wel èerst probeeren."
Bleek om z'n neus en met diep-zwarte zenuw-pupillen, begon-ie te trappelen. De zes linksche vleugels plompten 'n windgeul in de kamer. De gordijnen bewogen, de paperassen van de tafel dwarrelden heen.
"Hè!", schrikte mevrouw: "wat waai je, Piet--'k transpireer toch al zoo van de emotie...."
"Hoe wou je 't anders doen?", zei hij nerveus, "'k zie geen kans zonder wind te vliegen...."
Weer trapte-die stevig, weer ritselden papieren naar den grond--zonder dat-ie omhoog ging.
"Dat komt, pa, omdat u ergens op moet staan," maande Amélie met de gebruiksaanwijzing in de handen.
Uit de pedalen stappend, klom-ie op 'n stoel, zette zich af, kwam met 'n bons neer. 'n Flesch zwavelzuur, geheel ontdaan, smakte omlaag.
"Da's prettig," gromde hij.
Tegelijk klopte Chris, die den slag had gehoord.
"Niks! Niks!," snauwde Pieter Zwaluw: "blijf in je keuken!"
Nijdig trapte-die z'n bottines uit, om 't geraas te dempen en hardnekkig hèt willende bereiken, beklom-ie de aanrechtbank, waarop-ie zooveel scheikunde-proeven genomen had.
Het _gelukte_.
Ineens steeg-ie naar het plafond, stiet z'n hoofd. De kalkbladders besneeuwden z'n haar. Ongevoelig bleef-ie peddelen, 't hoofd tegen 't plafond gedrukt.
"Nou?"--, vroeg-ie vuurrood van genot: "wat zeggen jullie daàr van? Zie je, dat als 'r geen zoldering was, 'k boven de daken zou raken?"
"'t Is in één woord prachtig," bewonderde mevrouw.
"Vanavond moet 'k 't buiten doen," hijgde meneer: "'t is gewoon 'n fiets, 'n vliegende fiets...."
"Dan moet u 'r 'n acetyleen aan hangen, pa," mijmerde Amélie: "anders vliegt u tegen de telephoondraden op."
"Dàt zal 'k wel laten," riep pa, 't hoofd tegen 't plafond, de voeten in peddeling: "'n licht zou alles verrajen! 'k Zou zoo 't raam uit willen. Je zal me niet gelooven, maar 'k voel me als 'n kanarie in 'n kooi!"
'n Kwartier lang schuierde z'n haar spinnewebben en kalk van 't plafond--toen, 'n weinig geëchauffeerd, liet-ie zich zakken.
"De eerste dagen kun je je op zolder oefenen, Piet," zei mevrouw: "'k had 't nooit, nóóit gedacht...."
De zolder. Uitnemender inval had niemand kunnen hebben. In 'n kámer vliegen, dat merkte je wel dadelijk, had z'n bezwaren. De electrische kroon zat dwars--wat 'n geluk dat ze 't gas hadden afgeschaft: de orkaan der twaalf zijden vleugels ware een verwoesting voor gloeikousjes en glazen geweest.... De zolder, hoog en ruim, met dwarsbalken voor zitjes, en 'n paar dakramen om van te watertanden, werd een prachtig oefeningsluchtveld. Mevrouw, meneer, Amélie sjouwden de onnoodige dingen in 'n hoek, stapelden de koffers op de waschkist, leien de droogstokken te zaam. En opnieuw vloog meneer met 'n akelig-tam vaartje rakelings langs de spinten. De kunstjes van het draaien had-ie al heel gauw te pakken. Dat lukte vanzelf als je links of rechts snèller trapte. Precies als de parachute, die zoo luchtig openknipte als 'n parapluie. Toch was 't niet dàt. Om lekker, rustig te vliegen, had je de Ruimte noodig, zoo niet het Heelal, dan toch 'n plein of 'n stuk wei. Maar de buren, het Dorp. Je moest je zoo in acht nemen. 'n Nieuwe hoed bracht je in Holland op de tong--'t boute, drieste van 'n vliegmachine kon je fatsoenlijke-burger-reputatie voor jaren knakken. Dat gaf herrie, gespot, geraas--niet te bèrékènèn. Als je op klaarlichten dag alleen maar in de goot _wandelde_, werd je voor gek versleten, had je kans dat de politie er aan te pas kwam. Alle overheids-overwegingen baseerden op den _beganen grond_, ontweken in haar conservatieven bouw het mateloos begrip lucht en hemel, zoolang dit ongrijpbaar ding onnoodig bleef voor bedrijfs en personeel of zoodra er nà bezetten tijd kleeden werden geklopt. De vliegmachine plofte die lauwe, domme onverschilligheid als een zeepbel uiteen. De _begane grond_, waar je 'm--o, spreekwoordlijke bluf!--en _vol d'oiseau_ bekeek, was 'n ingewikkeld, raar spinneweb, 'n labyrinth van greppels, schuttingen, ijzerdraad-versperringen, hekken, muren. Van je jeugd af was 't je door vermaningen, opstoppers en dreigementen ingestampt, dat je de beslotenheid van een terrein had te ontzien. Later begreep je volkomenst de dreigende waarschuwing:
_Verboden toegang, ingevolge art. N. N. wetboek van strafrecht_, voelde je de kadastrale wetenschap als eene logisch-noodzakelijke. Doch nu. Het exacte, wel-gesnoerde van den _beganen grond_, bewoog als 't gewarrel van dansdronken lieden, wanneer je als tirailleur der eenvoudigste vliegwerkelijkheid, je fantasie tot vogelvlucht zette. Pieter Zwaluw, voorzichtig staatsburger, die nog nimmer met de Overheid geharreward had, die z'n belastingen dádelijk betaalde, zonder 'n _waarschuwing_ te wachten, die geen flauw begrip had hoe het manend formulier van gas- of waterleiding er uit zag, die z'n villa-deftigheid stormenderhand veroverde door z'n degelijke hollandsche _stilte_ en venster-bedektheid, Pieter Zwaluw bekrauwde ernstig z'n al grijzende bakkebaarden. Het vliegen nòch 't voorvoelen eener huizenhooge vlucht deed 'm duizelen--: het nièt in kadastrale _vakken_ gehakt zijn der lucht, die onvoorziene anarchie boven de daken en boomen gaf 'm congesties. "Dit is _mijn_ land en dat is _mijn water_," kon je sta-vast zeggen. Geen welgeschapen mensch zou er zich om verwonderen. Maar het: "dit is _mijn_ lucht" borrelde nog een weinig in gedachten-onthutsing. Links van zijn villa was een uitgestrekt villa-terrein met bosschen en vijvers van een zonderling jonkheer. Geen der buren had er iets anders van gezien dan het afsluitend struikwerk. Als hij, Pieter, _uitvloog_ bleef 'm niets meer geheim, zag-ie de paden, het huis tot in _finesses_. Dat mocht en het mocht niet. Een vogel op je erf mocht je schieten, maar 'n mensch? Rechts van de villa, op 'n tien minuten afstand, had het Rijk forten en schansen gebouwd. Bij de ophaalbrug liep een schildwacht. Niemand kreeg toegang. Maar boven, boven in de wolken, bij de discrete vogels en nog discreter sterren? Waar hielden de greppels, de schuttingen, de ijzerdraad-versperringen, de hekken, de muren op--waar begonnen ze in de oneindige Eenheid bóven? Waar pleegde je overtreding, waar stoornis van het wetboek van strafrecht, waar lùcht-vredebreuk? Je kon makkelijk en onbezonnen ráák gaan vliegen, als zulke excessen in je karakter leien, doch in minimalen tijd, terug op den geordenden _beganen_ _grond_, zat je op gebrande blaren, kon je je onbesproken bestaan beklad en bevuild zien door verbalen en explooten.... 'n Eerste vlieger had geen baantje. De appel leek wrang. En dat alleen, omdat de ouwbakken wetgever de gevallen van "hinder, gevaar en schade" beneden een normale hoogte van vijftien meter getaxeerd had.
Een avond, bij theevisite, waagde Pieter het voorzichtig 'n advocaat te polsen, die in het dorp 'n grooten naam had, omdat-ie 'n paar maal candidaat voor de Tweede Kamer was geweest en in 'n beruchte zaak de beruchten vrij had gepleit.
"Amice," vroeg-ie langs z'n neus weg: "mag je in 'n eikeboom bij Jonkheer Sannes klauteren?"
"Natuurlijk niet," zei de advocaat, verbaasd over zóó'n vraag bij zúlk een achtenswaardige familie.
"Zoo," repliceerde Pieter, die z'n aanloop eenigszins onhandig genomen had: "op z'n dàk mag je zeker ook niet?"
"Wel nee, amice--wat ben je klimlustig," lachte de rechtsgeleerde.