Geschiedenis van Suriname

Part 76

Chapter 763,208 wordsPublic domain

[1223] Bij het later uitgevaardigd Reglement op het beheer der Districten Nickerie werd hetzelfde beginsel gevolgd. Aan de Landdrosten werd de handhaving der burgerlijke orde, het toezigt op het nakomen der wetten en de bevordering van het algemeen welzijn opgedragen. Een Collegie van drie ingezetenen werd hun toegevoegd, welke den titel voerden: Raden Hoofd-Ingelanden, en die eene civiele en Correctionele regtbank vormden.

[1224] In 1836 werd een Nieuw Reglement daarvoor ontworpen en een Hoofd-ambtenaar onder den titel van Curator aangesteld, zie Publicatie van van Heeckeren, 8 Februarij 1836.

[1225] Omtrent den toenmaligen Gouvernements-secretaris G. A. van der Mee, die bij van Heeckeren in blakende gunst stond, vindt men vele klagten in Processtukken, ter zake van den boedel van G. T. Voigt, waarbij diens weduwe zich over slechte beheering beklaagde en eischte dat een andere voogd over hare minderjarige kinderen werd aangesteld, welke eisch door het geregtshof is toegestaan. (Zie eisch en Conclusie in zake van L. van Voigt en H. Lans, ingediend den 9 Januarij 1837.

[1226] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.

[1227] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21-23.

[1228] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2e deel, blz. 110.

[1229] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, blz. 116.

[1230] Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 84.

[1231] Halberstadt. Vrijmoedige gedachten enz., bladz. 61. De schrijver doelt hier o. a. op een geval wegens willekeurige handelwijze van het koloniaal Gouvernement, omtrent zekeren Engelschen grondeigenaar, den bij ons bekenden John Bent.

[1232] Publicatie van van Heeckeren, 19 November 1834.

[1233] Publicatie van van Heeckeren, 13 Mei 1836.

Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.

[1234] Onder het korte bestuur van jonkheer Cornets de Groot, als Minister van Koloniën (1861) schijnt hem echter regt te zijn gedaan en zijne eischen ingewilligd.

[1235] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.

[1236] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.

[1237] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.

[1238] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.

[1239] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.

[1240] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.

[1241] Proclamatie van van Heeckeren, 2 Junij 1838.

[1242] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.

[1243] Proclamatie van de Kanter, 2 Junij 1838.

[1244] Publicatie van de Kanter, 4 Januarij 1839.

[1245] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.

[1246] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.

[1247] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.

[1248] Proclamatiën van de Kanter en van Rijk, 16 Julij 1839.

[1249] Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1839.

[1250] Publicatie van J. C. Rijk, 28 December 1839.

[1251] Publicatie van J. C. Rijk, 12 Mei 1840.

[1252] Publicatie van J. C. Rijk, 9 December 1840.

[1253] Publicatie van J. C. Rijk, 28 April 1841.

[1254] Publicatie van J. C. Rijk, 8 Mei 1841.

[1255] Publicatie van J. C. Rijk, 15 November 1841.

[1256] In de naburige Engelsche Koloniën Demerary en Berbice was reeds in 1826 een Protector voor de slaven aangesteld, en een reglement ingevoerd, waarbij, als hoogste straf door den eigenaar op te leggen, 25 zweepslagen voor mannen werd toegestaan; terwijl vrouwen op verbeurte van f 1400 niet met de zweep mogten worden gestraft.

Teenstra. De negerslaven in de kolonie Suriname, van 159-62.

[1257] Zie de rede van den Minister van Koloniën J. C. Baud, 14 Maart 1843, en Verzameling van stukken, aangaande de Surinaamsche aangelegenheden, 2de gedeelte blz. 38 en 39.

[1258] Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden, 2de gedeelte, bladz. 37.

[1259] Publicatie van J. C. Rijk, 7 October 1839.

[1260] Publicatie van J. C. Rijk, 13-14 Julij 1840.

[1261] Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1841.

[1262] Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2de gedeelte, bladz. 30 en 31. Beschouwing van het adres van Bosch-Reitz, c. s., bladz. 7 en 17-19.

[1263] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24 en 25.

[1264] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.

[1265] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.

[1266] Chronologie van Suriname, bladz. 25.

[1267] Publicatie van J. C. Rijk, 5 Januarij 1841.

Proclamatie van J. C. Rijk, 24 Maart 1841.

[1268] Publicatie van J. C. Rijk, 1 Maart 1842.

[1269] Publicatie van J. C. Rijk, 31 Maart 1842.

[1270] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 26.

[1271] Publicatie van de Kanter en Elias, 15 November 1842.

[1272] Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s. door eenige ingezetenen van Suriname.

[1273] Request van G. L. Röperhoff aan Elias, 18 Augustus 1843. Resolutie van Elias, 4 September 1843.

[1274] Adres van de leden van den kolonialen Raad aan Elias. September 1843.

[1275] Koninklijk Besluit, 5 October 1843.

[1276] Adres van belanghebbenden te Amsterdam aan den Minister van Koloniën, 31 October 1843.

[1277] Dispositie van J. C. Baud, 8 November 1843.

[1278] Dat die zorgelijke gesteldheid door Elias was verwekt, werd o. a. in de brochure "Beschouwing van een adres van Bosch Reitz c. s.," door andere Surinamers ontkend; het moest in allen gevalle eerst worden bewezen en de adressanten willen bewijzen uit hetgeen nog bewezen moest worden (petitio principii.)

[1279] Adres van belanghebbenden aan den Minister van Koloniën, 25 November 1843.

Droevig is het hoe overigens achtingswaardige mannen zoo bij herhaling ijveren kunnen, als ware voor het een palladium der vrijheid, voor het regt, om naar hartelust menschen van gelijke bewegingen als adressanten, ten bloede te laten geeselen, en hoezeer wordt het stelsel der slavernij ook hierdoor veroordeeld.

[1280] Adressen aan den Koning van belanghebbenden, enz. 2 October 1844. Dispositie van den Minister van Koloniën, 11 November 1844.

[1281] Beschouwing van het adres van Bosch Reitz, c. s. bladz. 6.

[1282] Publicatie van Elias, 19 Junij 1844.

[1283] Rede van den Minister van Koloniën in de zitting van 4 Maart 1845. Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2de gedeelte, bladz. 31.

[1284] Proces-Verbaal van het verhandelde op eene comparitie van Eigenaren en Administrateuren van plantagiën, gehouden te Paramaribo op den 1 Julij 1844.

[1285] Koninklijke Besluiten van 6 November 1844, no. 10 en 3.

Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden. Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s.

[1286] Genoemde Brochure waaruit wij reeds een en ander aanhaalden, is in een gematigden doch vaardigen toon geschreven, en behelst zeer belangrijke bijzonderheden.

[1287] Sommigen en hieronder de heer Rijsdijk, een der landbouwende leden der Commissie, beschouwen dat juist de toekenning van te veel magt aan bestuurders der nederzetting, nadeelig heeft gewerkt. In Maart 1845 werd bij K. B. een reglement van orde en bestuur uitgevaardigd, en dit door Elias 15 Mei 1845 gepubliceerd.--Zie publicatie van Elias, 15 Mei 1845.

[1288] Deze en de later mede te deelen bijzonderheden omtrent de Europesche kolonisatie zijn voornamelijk ontleend aan: Schets van de lotgevallen der kolonisten, enz., door A. Copijn, in het Tijdschrift West-Indië, eerste jaargang; Geschiedkundige aanteekeningen, rakende proeven van Europesche kolonisten in Suriname door R. J. Baron van Raders; eene reeks van artikelen in het Surinaamsche Weekblad, getiteld: Europesche kolonisatie, vrije landbouw in Suriname, door J. Rijsdijk. enz.

[1289] Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.

[1290] Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.

[1291] Woorden van den Minister van Koloniën in de zitting van de Tweede Kamer van 14 Maart 1845.

[1292] Koninklijk Besluit, 1 Julij 1845.

[1293] R. F. baron van Raders, de wijze van opheffing der slavernij, enz. bladz. 7.

[1294] Publicatiën van de Kanter en van Raders, 13 October 1815.

[1295] A. Copijn, zie West-Indië, eerste jaargang, bladz. 245.

[1296] Publicatiën van van Raders, 30 December 1845, 18 Junij 1846, 1 Julij 1847.

[1297] Verslag van den staat enz. der Maatschappij tot bevordering van den Landbouw onder de vrije bevolking, 12 September 1848. bladz. 1.

[1298] Publicatie van de Kanter, 24 Junij 1842.

[1299] In 1846 heerschte er eene zoo langdurige droogte, dat Suriname bijna tot hongersnood werd gebragt.

[1300] Reglement dier Maatschappij. Verslag uitgebragt 1 September 1848, door J Helb, Directeur.

[1301] Publicatie van van Raders, 18 December 1848.

[1302] Van Raders stelde zich hiervan veel goeds voor. Zie o. a. de door hem uitgegeven Brochure: Schets, om te strekken ten betooge, dat de vrijstelling der slaven in de kolonie Suriname kan worden tot stand gebragt, zonder geldelijke opoffering, zonder verkorting van eigendomsregten, zonder verstoring van hetgeen bestaat, en tevens, onder de daarstelling van een middel, waardoor de opkomst en bloei der genoemde kolonie, door de aanzienlijke waarde-vermeerdering van derzelver hoofdproduct van uitvoer, grootendeels wordt verzekerd. Andere vonden dit plan eenigermate illusoir. Zie Beschouwingen betreffende de vrijverklaring der slaven, enz. door Mr. I. C. Palthe Wesenhagen.

[1303] In 1850 werden de slavenmagten van de plantaadje Mijn Vermaak, en die van de Gouvernements-houtvelling Andresa, op Catharina Sophia overgebragt, en met de daar aanwezigen vereenigd, zoodat zij eene sterkte van 640 zielen uitmaakte. De plantaadje Johanna Catharina was gekocht tot aanwending harer slavenmagt op Catharina Sophia.

[1304] Brief van van Raders aan den Minister van Koloniën, 9 April 1849.

[1305] Onderzoek ten gevolge der circulaire van den heer Otto Tank, enz.--te Paramaribo. Van Hoëvell heeft in zijn werk: Slaven en Vrijen in het tweede deel op bladz. 119-136 de nietigheid van genoemde brochure klaar en helder uiteengezet.

[1306] Publicatie van van Raders, 13 Mei 1850.

[1307] Publicatie van van Raders, 6 Mei 1851.

[1308] Publicatie van van Raders, 7 April 1847.

[1309] Publicatie van van Raders, 6 Julij 1847. Voorloopig werd er ter voorziening aan pasmunt kleine muntbilletten, van 50, 25 en 10 centen, ten bedrage van f 40,000.-- nog in omloop gehouden. In Junij 1848 werden hiertoe ook schatkist biljetten van f 25.-- f 18.-- f 5.-- f 3.-- f 2.-- f 1.-- 50, 25, 15 en 10 centen uitgegeven. Op deze kleine werd geen renten te goed gedaan. (Publicatie van van Raders 2 Junij 1848.)

[1310] Publicatiën van van Raders, 13 September en 3 December 1849, 24 Januarij 1850.

[1311] Publicatie van van Raders, 22 Maart 1848.

[1312] Publicatie van van Raders, 20 April 1848.

[1313] Publicatie van van Raders, 17 Februarij 1849.

[1314] Resolutiën van van Raders, 31 December 1850, 24 Februarij, 6 Maart, 1 April, 24 April, 19 November 1851.

[1315] Publicatie van van Raders, 11 Mei 1849.

[1316] Publicatie van van Raders, 14 October 1850.

[1317] De schets van de lotgevallen der kolonisten, die aan de proeven van Europesche kolonisatie aan de Saramacca hebben deelgenomen, door A. Copijn.--Tijdschrift "West-Indië", eerste jaargang bladz. 139-255; Geschiedkundige aanteekeningen, rakende proeven van Europesche kolonisatie in Suriname, bijeengebragt door R. F. Baron van Raders; Verslag, enz. door Mr. J. M. Lisman; eene reeks van artikels in de Surinaamsche weekbladen van 1860, onder den titel: de Hollandsche boeren in Suriname, zijn voor deze mededeelingen onze voornaamste bronnen. Soms geven wij de eigen woorden der schrijvers terug en--slechts gebrek aan ruimte belet ons hier uitvoerig te zijn.

[1318] De onderscheiden bijzonderheden omtrent deze grievende en onregtvaardige behandeling, een waardig man aangedaan, zijn voornamelijk ontleend uit: Memorie aan den Koning, ingediend den 3den Julij 1832, door den Generaal-Majoor R. F. Baron van Raders, rakende zijn bekomen ontslag als Gouverneur der kolonie Suriname, benevens de daartoe behoorende stukken en bijlage en verder daarop gevolgde stukken.

[1319] Publicatie van van Raders en Mr. P. de Kanter, 1 Maart 1852.

[1320] Publicatie van C. Barends, 14 Junij 1852.

[1321] Publicatie van von Schmidt auf Altenstadt, 22 Junij 1852.

[1322] Resolutie van 20 November 1852, met bijlagen, enz., enz.

[1323] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 3 September 1852.

[1324] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 3 September 1852.

[1325] Publicatiën van Schmidt auf Altenstadt, 22 April, 29 April 1854 enz.

[1326] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 22 Dec. 1854, met bijlagen.

[1327] Publicatiën van Schmidt auf Altenstadt, 23 Februarij en 8 September 1854.

[1328] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 13 Februarij 1854.

[1329] Zie bladz. 651.

[1330] Resolutie van Schmidt auf Altenstadt, 12 Julij 1853, met bijlage.

[1331] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 9 Januarij 1855.

[1332] Het vijfentwintig-jarig bestaan der Maatschappij ter bevordering van het godsdienstig onderwijs onder de slaven en verdere Heidensche bevolking in de kolonie Suriname, plegtig gevierd te Paramaribo, den 4den Julij 1854.

[1333] Geschiedkundige aanteekeningen enz., door R. F. Baron van Raders, bladz. 114, 115. De Hollandsche boeren in Suriname. Surinaamsch Weekblad, 20 Mei 1860.

[1334] Kappler, Zes jaren in Suriname, 1854. 2 deelen.

[1335] Zie bladzijde 676.

[1336] Handelingen en Geschriften van het Indisch Genootschap, 6den jaargang, bladz. 119-245.

[1337] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt en Schimpf, 25 Augustus 1855.

[1338] Koninklijk Besluit, 20 Mei 1855, Resolutie van Schmidt auf Allenstadt, 8 Augustus 1855.

[1339] Koninklijke besluiten, 20 Junij, 7 Julij, 31 December 1855, 13 Februarij, 8 en 21 Mei, 23 Julij, 3, 20, 22 en 28 Augustus 1856. Resolutiën van Schimpf, houdende afkondiging derzelve, enz.

[1340] Zie o. a. publicatie van Schimpf 19 December 1851.

[1341] Publicatie van Schimpf, 16 Februarij 1856.

[1342] Publicatiën van Schimpf, 26 April en 8 Julij 1856.

[1343] Publicatie van Schimpf, 26 April 1856.

[1344] Publicatie van Schimpf, 11 Junij 1856.

[1345] Publicatiën van Schimpf, 1 en 10 Mei 1857.

[1346] Publicatie van Schimpf, 21 December 1857.

[1347] Resolutie van Schimpf, 26 Augustus 1856.

[1348] Publicatie van Schimpf, 30 Augustus 1856.

[1349] Publicatie van Schimpf, 19 December 1855.

[1350] Publicatie van Schimpf, 24 December 1856.

[1351] Zie o. a. Adressen aan de Tweede Kamer door J. Wolbers, 4 December 1858 en 18 Januarij 1859.

[1352] Schrijver dezes is tegen Immigratie van Chinezen, doch hij moet erkennen, dat de Chinezen, waarvan hier sprake is, onregtvaardig behandeld zijn, en hij wenscht, dat men eerlijk genoeg zij dit te erkennen.

[1353] Zie Verslag der Commissie uit de Tweede Kamer, zitting 8 Mei 1861.

[1354] In eene brochure: De Surinaamsche adressen, bij Kemink en Zoon, wordt een en ander omtrent die adressen medegedeeld, dat, ofschoon de stijl hier en daar wel wat scherp is, echter de volkomene waarheid schijnt te behelzen.

[1355] Publicatie van Schimpf en van van Lansberge 11 Augustus 1859.

[1356] Resolutie van van Lansberge, 14 Februarij 1860.

[1357] Montecattinis-oord bestaat nog maar bij naam. Montecattini, die, voor eenige jaren, met eene lading hout van de Marowijne naar Barbados was vertrokken, liet sedert niets van zich hooren. Zijn neef en een ander geëmploijeerde hebben als zijne gemagtigden eenigen tijd den houthandel aangehouden, doch hem, daar hij geen voordeelen afwierp, laten varen.

[1358] Extract uit het Journaal, gehouden op eene reis naar de Marowijne, ter uitvoering van eene zending bij de Aucaner- en Bonni-negers, door F. S. Eijken Sluijters, Lid van den Kolonialen Raad, en E. J. Slengarde, waarnemend Inspecteur van Nijverheid, enz.

[1359] Surinaamsche Couranten van Januarij en Februarij 1861.

[1360] Zie bladz. 14-22.

[1361] Zie Regeringsverslag over 1858.

[1362] Zie Regeringsverslag over 1858.

[1363] Zie Regeringsverslag over 1858.

[1364] Ook sedert 1857 wordt door de Hernhutters godsdienstig onderwijs gegeven op het Leprozen gesticht, Batavia aan de Coppename.

[1365] Regeringverslag over 1858.

[1366] Vroeger heette deze Opper- on Neder-Nickerie. Door van Raders is bij publicatie van 10 October 1851 die benaming veranderd, en volgens naauwkeuriger geographische bepaling is de tegenwoordige benaming geschied.

[1367] Teenstra geeft in zijn werk: de Landbouw in Suriname, 2e deel, bladz. 133-144, eene uitnemende beschrijving van den toenmaligen toestand van de Joden-Savanne, die sedert niet beter is geworden.

[1368] Het totaal van het in Suriname daarvoor bijeengebragte bedraagt f 9.398.

[1369] Niet slechts is op sommige dier volksscholen het onderwijs gebrekkig, maar een behoorlijk toezigt op de kinderen ontbreekt, en dit is er zoo noodig, vooral voor de weeskinderen; tot 1858 stonden deze onder het opzigt van een Israëliet, toen curator en weesmeester, Lionarons. In de eerste jaargang van het Tijdschrift: West-Indië, heeft Ds. van Schaick in een opstel: Proeve van of bijdrage tot de Geschiedenis der Hervormde Kerk in Suriname, op bladz. 36 in eene noot aangemerkt: "Thans staan de weeskinderen onder opzigt van een weesmeester, zijnde een Israëliet, terwijl de weezen uitbesteed werden. 's Mans zoon is stads armen-schoolmeester." Deze aanmerking, hoewel door sommigen van Schaick kwalijk genomen, heeft nut gesticht. De aandacht van het algemeen werd opgewekt, en bij Gouvernements resolutie werd bepaald, dat die weezen, voor wie het Gouvernement alimentatie betaalde, aan den weesmeester zouden onttrokken worden en aan de diaconiën der kerkgenootschappen, waartoe zij behoorden, toevertrouwd. Bij het daarna ingesteld onderzoek werd aan het licht gebragt hoezeer de weezen verwaarloosd, soms op goddelooze wijze behandeld werden.

[1370] 10 Kinderen uit den slavenstand zijn bij die gemeente in 1858 gedoopt.

[1371] Surinaamsch-Weekblad, No. 21--1860.

[1372] Behalve de reeds meer genoemde Maatschappij ter Bevordering van Christelijk onderwijs onder de Heidensche bevolking van Suriname, en het zendingsgenootschap te Zeist, welke beiden veel tot ondersteuning der broeders bijdragen, moet ook eervol vermeld worden het sedert eenige jaren te Amsterdam opgerigte Dames-committé, ter bevordering van de Evangelie-verkondiging en der afschaffing van de slavernij, welk committé in beide afdeelingen veel ijver en Christelijke liefde heeft betoond.

[1373] Zie bladz. 81.

[1374] Treffende bijzonderheden worden hieromtrent medegedeeld in een werkje: Verhaal van den zendingspost der Evangelische Broedergemeente in het Boschnegerland van Suriname, door de zendelingszuster Meissner, eerder weduwe van den zendeling K. Schmidt. Slechts gebrek aan ruimte wederhoudt ons hieromtrent mededeelingen te doen.

[1375] Zie bladz 765.

[1376] Het overzigt van de zending der Broedergemeente is voornamelijk ontleend aan: "Dr. G. E. Burkhardt, Missions-Bibliothek. Erster Band; Geschiedenis der Moravische zending in Hollandsch Guyana, door H. G. Hartman, Jz., geplaatst in het jaarboekje voor Christelijke Weldadigheid 1860; Berigten uit de Heidenwereld, uitgegeven door het Zendingsgenootschap te Zeist; Regeringsverslagen, enz., enz., enz.

[1377] Journaal van van Heeckeren, 24 December 1831.

[1378] Journaal van van Heeckeren, 24 December 1832.

[1379] Journaal van van Heeckeren, 20 Julij 1832, 11 Maart 1833.

[1380] Journaal van van Heeckeren, 7 Januarij 1834.

[1381] Journaal van van Heeckeren, 25 Julij en 19 September 1833.

[1382] Journaal van van Heeckeren, 8 Augustus 1838.

[1383] Journaal van van Heeckeren, 19 Augustus 1837. De uitslag van deze zending hebben wij niet in de officieele bescheiden geboekt gevonden; wij veronderstellen echter, dat hij niet gunstig is geweest, daar het toestaan van dit verzoek geheel tegen de door de Engelschen hieromtrent gevolgde handelwijze zou hebben gestreden.

[1384] Journaal van van Heeckeren, 5 April 1837.

[1385] Een groot volk dat zich verheft. De Vereenigde Staten in 1861, uit het Fransch van Graaf Agénor de Gasparin, bladz. 9.

[1386] Journaal van van Heeckeren, 29 April 1833, enz. enz. enz.

[1387] Journaal van van Heeckeren, 8 October 1833.

[1388] Journaal van van Heeckeren, 2 Februarij 1832.

[1389] Journaal van van Heeckeren, 9 September 1833.

[1390] Ministeriële Missive, 4 December 1833.

[1391] Journaal van van Heeckeren, 16 Januarij 1836.

[1392] Journaal van van Heeckeren, 19 Augustus 1837.

[1393] Journaal van van Heeckeren, 17 Januarij 1834. Zie ook bladz. 710.

[1394] Journaal van van Heeckeren, 15 September 1834, 13 April 1835, enz.

[1395] Ministeriële missive, 27 Februarij 1836.

[1396] Ministeriële missive, 23 November 1836.

[1397] Journaal van van Heeckeren, 11 November 1835,10 Maart, 1 Julij 1836, enz.

[1398] Journaal van van Heeckeren, 25 Januarij 1838.

[1399] Journaal van van Heeckeren, 2 Maart 1833.

[1400] Journaal van van Heeckeren, 16 Junij 1836.

[1401] Journaal van van Heeckeren, 10 Augustus 1836.

[1402] Ministeriële missives, 13 Augustus 1832, enz. enz. enz.

[1403] Journaal van van Heeckeren, 20 Augustus 1832, enz. enz.

[1404] Journaal van van Heeckeren, 26 April 1836.

[1405] Ministeriële missives van 8 Februarij en 11 November 1836.

[1406] Journaal van van Heeckeren, 8 April 1835.

[1407] Ds. Fauvarque, Estor en IJver, deden ook dienst bij de Fransche Hervormde Gemeente.

[1408] Zie: Proeve van eene Geschiedenis der Hervormde Kerk in Suriname, door C. van Schaick, West-Indië, eerste jaargang.