Part 73
[539] Journaal van Nepveu, 19 Julij 1773. Fourgeoud wenschte zijn volk naar de buitenposten te zenden: "alsoo se aan Paramaribo door Debauches vry meer onbequaam en buyten staat raakten: klaagende dat se genoegsaam alle aan Venus-siekte laboreerenden."
[540] Notulen van Gouverneur en Raden, 1 Maart 1773.
[541] Notulen van Gouverneur en Raden, 4 Maart 1773.
[542] Journaal van Nepveu, 6 April 1773.
[543] Men vindt in de Notulen van Gouverneur en Raden van 4 Maart 1773 eene door de posthouders bij de beide stammen opgemaakte begrooting van het aantal en de sterkte der Saramaccaansche en der Aukaansche bevredigde boschnegers. De eerstgenoemden woonden in 12 dorpen, die 3, 6, 7 en 12 uren van elkander en 12 dagen reizens van Paramaribo verwijderd lagen. Onder hen waren 600 strijdbare mannen. De Aukaners bewoonden 12 dorpen en onder hen waren mede ruim 600 weerbare mannen.
[544] Notulen van Gouverneur en Raden, 10 April 1773.
[545] Notulen van Gouverneur en Raden, 19 en 20 April en 3 Mei 1773, enz.
[546] Notulen van Gouverneur en Raden, 4 en 8 Junij 1773.
[547] Notulen van Gouverneur en Raden, 28 Mei 1773.
[548] Journaal van Nepveu, 8 Junij 1773. Stedman. Reizen naar Surinamen, 1e deel, bladz. 153 en 154.
[549] Notulen van Gouverneur en Raden, 15 Junij 1773. Journaal van Nepveu, 14 Junij 1773.
[550] Notulen van Gouverneur en Raden, 15 Junij 1773. Stedman, 1e. deel, bladz. 155 en 56, 304 enz.
[551] Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Junij 1773.
[552] Journaal van Nepveu, 17 Junij 1773.
[553] Notulen van Gouverneur en Raden, 18 Junij 1773.
[554] Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Aug. 1773.
[555] Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Junij 1772.
[556] Stedman, 1ste deel blz. 303.
[557] Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Sept. 1773. Journaal van Nepveu, 12 Sept., 18 en 30 Oct. 1773.
[558] Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Nov., 13 Dec. 1773 en 16 Januarij 1774. Journaal van Nepveu, 18 en 30 Oct. 1773 en 17 Januarij 1774.
[559] Stedman, reize naar Surinamen, 1e deel, bladz. 249 en 50.
[560] Stedman, reize naar Surinamen, 1e deel, bladz. 250 en 51.
[561] Dergelijke hutten werden van de dikste takken der Manicola-boom gebouwd; met een sabel of bijl vormde men sommigen tot hoekpalen, anderen tot latten of riggels; de bladeren dienden tot dak; de Nebis of het boschtouw om een en ander zamen te hechten.
[562] Gedurig vindt men in het Journaal van Nepveu scherpe aanmerkingen over de dwaasheid van Fourgeoud, "die door in de regentijd in het bosch te gaan, nutteloos menschenlevens verspilt." Journaal van Nepveu, 1 Junij 1775, enz. enz. enz.
[563] Journaal van Nepveu, 6 Januarij, 30 Januarij, 1 Februarij, 2 Februarij, 6 Februarij 1775 enz.
[564] Journaal van Nepveu, 30 Januarij en 10 Februarij 1775.
[565] Stedman zinspeelt hier op een voorval, dat veel overeenkomst had met dat, hetgeen de afdeeling onder de Luitenant Leppert was overkomen.
[566] Deze Matakys, ook trompetters genaamd, wijl zij even als dat instrument gedraaid zijn, verheffen zich uit den grond tot eene onmetelijke lengte, en zoo digt in elkander, dat geen hond er door kruipen kan, en bij het overstappen of overspringen verwart men er gedurig met den voet in.
[567] Fourgeoud had in het eerst weinig met dit vrijkorps op, doch erkende later het groote nut, dat zij in de boschtogten bewezen. Stedman acht een Negersoldaat in de bosschen van Guiana meer waard dan zes Europeanen.
[568] De namen van de dorpen der Marrons waren: Boucou (tot stof vervallen), Gado Saby (God alleen kent my), Corsary (kom zoo gij durft), Tessy sy (Ruik er aan), Mely my (Ontrust mij), Boussy cray (De bosschen schrijen), Me Salasy (Ik zal genomen worden), Kebry my (Verberg mij); behalve deze zinrijke namen waren er ook van de ligging enz. afgeleid, als: Quammy Condre, naar den naam van een opperhoofd Quammy, Pynenburg, naar de Pyn of Latanus-boomen, die dit dorp van voren omringden, Caro Condre, van de menigte korenvelden, Reizy Condre, van de menigte daarbij gelegen rijstvelden enz.
[569] Stedman, reizen naar Suriname, 3e deel, bladz. 1-51.
[570] Notulen van Gouverneur en Raden, 21 Dec. 1775, 26 Februarij, 8 Maart, 19 Aug., 27 Aug. 1776 enz.
[571] Notulen van Gouverneur en Raden, 28 Oct. 1776 enz.
[572] Journaal van Nepveu, 26 Julij 1776. Nepveu voegt na deze mededeeling er het volgende bij:
"Zij moesten hoezee roepen, maar hadden er niet veel lust in. Door een soopje en vooral ook met de stok werden sommigen hiertoe gebragt. Volgens naauwkeurige berekening is het corps staaten troepen 366 hoofden, alle medegerekent: 80 man zijn ziek en 100 man zijn afgekeurt, die teruggezonden zullen worden, zoodat er omstreeks 200 man overblijven; welk getal van weynig influenzie kan weesen, daar men, om een goede coup te doen, het beste volk der sociëteits-troupen hiermede moet vereenigen, terwijl door die vrugtelooze tochten in de bosschen geen volk genoeg tot dekking der plantaadjes overblijft en alzoo het langer verblijf der staaten-troepen meer na- als voordeel geeft.
[573] Journaal van Nepveu, 6 December 1776. Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Dec. 1775.
[574] Notulen van Gouverneur en Raden, 7 Dec. 1772.
[575] Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Mei 1777. Zie verder Notulen, 23 Dec. 1776, 13 en 31 Januarij, 4 Februarij en 9 Mei 1776 enz.
[576] Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Mei 1777.
[577] Notulen van Gouverneur en Raden, 4 Februarij 1777.
[578] Journaal van Nepveu, 1 April 1777. Slechts een gedeelte, niet het geheele aantal der troepen, zooals Sypensteyn abusivelijk op bladz. 40 vermeldt--waren scheep gegaan. Fourgeoud ook bleef tot April 1778 in de kolonie.
[579] Journaal van Nepveu, 16 en 18 Julij, 13 Aug. 1777 enz.
[580] Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Julij, 6 Aug. en 18 Aug. 1777 enz.
[581] Notulen van Gouverneur en Raden, 26 Julij 1777.
[582] Notulen van Gouverneur en Raden, 18 Februarij 1778.
[583] Notulen van Gouverneur en Raden, van 1 Januarij 1778.
[584] Stedman, reize naar Suriname, 4e deel, bladz. 47.
[585] Journaal van Nepveu, 1 April 1778. Notulen van Gouverneur en Raden, 4 April 1779.
[586] Fourgeoud overleed kort na zijne terugkomst in Holland, en werd met alle krijgseer in den Haag begraven.
[587] Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.
[588] Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.
[589] Notulen van Gouverneur en Raden, 2 December 1777.
[590] Notulen van Gouverneur en Raden, 8 December 1777.
[591] Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Febr. 1778.
[592] Journaal van Nepveu, 4 Junij 1778.
[593] Journaal van Nepveu, 17 April en 28 Septemb. 1779, enz.
[594] Journaal van Nepveu, 13 Junij 1778.
[595] Journaal van Nepveu, 17 Junij 1778.
[596] Journaal van Nepveu, 4 Junij, 21 Julij, 14 Octob., 27 Decemb. 1778, enz.
[597] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Februarij 1779.
[598] Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.
[599] Notulen van Gouverneur en Raden, 28 Febr. 1779. Journaal van Texier, 28 Febr. 1779.
[600] Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 41.
[601] Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Nov. 1779. Journaal van Texier, 12 Nov. 1779.
[602] Journaal van Texier, 19 Junij, 23 Julij, 31 Augustus, 25 October, 10 November 1779, enz., enz., enz.
[603] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 December 1779.
[604] Journaal van Texier, 12 October, 31 October, 24 December 1779, enz.
[605] Journaal van Texier, 31 October 1779.
[606] Journaal van Texier, 18 Januarij 1780.
[607] Journaal van Texier, 6 Januarij 1781.
[608] Journaal van Texier, 15 Maart 1781.
[609] Journaal van Texier, 2 September 1779.
[610] Journaal van Texier, 3 September 1779.
[611] Journaal van Texier, 23 October 1779.
[612] Journaal van Texier, 3 September 1779.
[613] Journaal van Texier, 25 Junij en 5 Julij 1779.
[614] Journaal van Texier, 22 en 29 Maart, 11 Julij 1779, 6 Febr., 10 Maart 1780, enz., enz.
[615] Journaal van Texier, 7 December 1779.
[616] Journaal van Texier, 8 December 1779.
[617] Journaal van Texier, 6 Maart 1781.
[618] Journaal van Texier, 6 en 7 Maart 1780.
[619] Journaal van Texier, 23 Maart 1780. Dikwijls gebeurde het dat de stuurlieden, die voor het eerst Suriname bezochten, deze dwaling begingen, terwijl de schepen dan groot gevaar liepen van verbrijzeld te worden. Texier wenschte dit voor het vervolg te voorkomen; hij riep de aanwezige schippers bijeen, ten einde met hen hiertegen maatregelen te nemen. De schippers waren hierover zeer verheugd en raadden aan een Kaap op te rigten, om den hoek bij Braamspunt, op het Rif bij de Winiwinibo kreek en boodden aan daarvoor ieder voor zijn schip f 20 kaapgeld te betalen. Journaal van Texier, 24 Mei 1780.
[620] Journaal van Texier, 5 Junij 1780. De kapitein van een tot assistentie gepreste Bark, leverde eene rekening van daghuur: 50 dagen à f 100 en verdere schaden en kosten f 4000, dus te zamen f 9000.
[621] Journaal van Texier, 9 Mei 1780.
[622] Journaal van Texier, 13 Januarij 1781.
[623] Journaal van Texier, 6 Maart 1781. De Engelsche schippers en een Engelsch koopman, die zich op een dier vaartuigen bevond, verzochten weldra uit de gevangenis te worden ontslagen. Met algemeene stemmen werd dit verzoek door het Hof toegestaan en hun veroorloofd op hun eerewoord in Paramaribo te gaan, onder voorwaarde, dat zij zich bij het eerste alarm weder in arrest zouden begeven. Journaal van Texier, 17 Maart 1781.
[624] Journaal van Texier, 6 Maart 1781.
[625] Journaal van Texier, 7 Maart 1781. In de sociëteits-magazijnen was slechts 30,000 pond kanonkruid en 7000 pond fijn kruid voorhanden, doch van de koopvaardijschepen werd de aanwezige voorraad mede ter beschikking gesteld.
[626] Journaal van Texier, 9 Maart 1781.
[627] Journaal van Texier, 9 Maart 1781.
[628] Journaal van Texier, 10 Maart 1781.
[629] Journaal van Texier, 15 en 30 Maart 1781.
[630] Journaal van Texier, 17 Maart 1781.
[631] Journaal van Texier, 19 Maart 1781.
[632] Journaal van Texier, 28 Augustus 1781.
[633] Journaal van Texier, 16 en 28 Julij 1781.
[634] Journaal van Texier, 22 Maart 1781.
[635] Journaal van Texier, 4 April 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.
[636] Journaal van Texier, 7 April 1781.
[637] Journaal van Texier, 11 April 1781.
[638] Journaal van Texier, 28 April 1781.
[639] Journaal van Texier, 12 April 1781.
[640] Journaal van Texier, 10 en 14 Mei 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.
[641] Journaal van Texier, 21 Augustus 1781.
[642] Journaal van Texier, 27 Julij 1781.
[643] Journaal van Texier, 8 April 1781.
[644] Journaal van Texier, 10 April 1781.
[645] Journaal van Texier, 7 en 28 April, 3--10, 18 Mei, 5 Junij. 4, 6, 10 en 17 Julij 1781, enz. enz.
[646] De beide kapiteins der oorlogsschepen en de majoor Friderici boden echter aan eene herovering te beproeven; hun den Gouverneur voorgelegd plan, om met een oorlogs- en een gewapend koopvaardijschip, op welk laatste Friderici zich met 50 man van het vrijcorps als landingstroepen zou inschepen, vond geen bijval bij den Gouverneur en het Hof en kwam alzoo niet tot uitvoering. Notulen van Gouverneur en Raden, 19 April 1781.
[647] Journaal van Texier, 16 en 17 Mei 1781.
[648] Journaal van Texier, 18 Julij 1781.
[649] Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.
[650] Journaal van Texier, 18 Junij 1781.
[651] Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.
[652] Journaal van Texier, 10 Junij 1781.
[653] Journaal van Texier, 6 September 1781.
[654] Journaal van Texier, 28 Julij 1781.
[655] Journaal van Texier, 12 September, 18 October 1781.
[656] Journaal van Texier, 5 September 1781. Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Augustus 1781 enz. enz.
[657] Notulen Gouverneur en Raden, 1, 7 en 19 Junij 1781. Journaal van Texier, zelfde datums.
[658] Journaal van Texier, 24 December 1781, van Kampen, De Nederlanders buiten Europa, 3de deel, bladz. 286, 87.
[659] Journaal van Texier, 22, 23, 24, 25 en 26 Januarij 1782.
[660] Journaal van Texier, 31 Januarij 1782.
[661] Journaal van Texier, 6 Maart 1782. Spoedig (14 April) ontving Texier nieuwe tijding uit Berbice; men meldde van daar, dat de handelwijze der Franschen in de heroverde koloniën veel arbritairer en despotieker was dan die der Engelschen. In Junij (12 Junij) bragt een Fransch schip als arrestant mede, den heer Koppiers, vroeger Gouverneur van Berbice. Hij betuigde aan Texier, dat hij behoorlijk zijn gedrag verdedigen kon en beklaagde zich mede zeer over de Franschen, die hem haatten, omdat hij voor de ingezetenen partij koos. Zie journalen van Texier, 14 April en 12 Junij 1782. Koppiers vertrok den 7den Augustus 1782 naar Nederland. Journaal van Texier, 7 Aug. 1782.
[662] Journaal van Texier, 3 October 1780.
[663] Journaal van Texier, 28 en 30 October, 11, 15 en 16 Nov. 1781.
[664] Journaal van Texier, 23 Januarij 1782.
[665] Journaal van Texier, 3 April 1782.
[666] Journaal van Texier, 12 en 17 Mei 1782.
[667] Journaal van Texier, 10 Junij 1781. Die zoogenaamde Lettres de Marque, waren min of meer gewapende koopvaardijschepen, aan wie door den staat lettres de marque ou de représailles (brieven van schadeverhaling op den vijand) waren verstrekt.
[668] Journaal van Texier, 14 September 1782.
[669] Journaal van Texier, 10 April 1782.
[670] Journaal van Texier, 24 en 25 Julij 1782.
[671] Journaal van Texier, 12 Julij 1782.
[672] Journaal van Texier, 12 Julij 1782.
[673] Journaal van Texier, 26 en 27 October 1782.
[674] Journaal van Texier.
[675] Journaal van Texier, 5 en 11 Februarij 1783.
[676] Journaal van Texier, 3 Maart 1783.
[677] Journaal van Texier, 20 en 21 Maart 1783.
[678] Journaal van Texier, 21 Augustus 1783.
[679] De vredes-preliminairen werden van onze zijde eerst den 2den Sept. 1783 geteekend en het vredestraktaat den 20sten Mei 1784. Zie over dat voor Nederland zoo nadeelige traktaat de onderscheidene schrijvers als: Stuart, vervolg op Wagenaar, 4de deel; Rendorp, Memorie over den Engelschen oorlog, 2de deel; van Kampen, De Nederlanders buiten Europa, 3de deel; Groen van Prinsterer, enz. enz.
[680] Journaal van Texier, 13 Julij 1783.
[681] Journaal van Texier, 13 Julij 1783.
[682] Journaal van Texier, 4 Januarij 1780.
[683] Journaal van Texier, 29 Junij 1781.
[684] Journaal van Texier, 2 Februarij 1780; Historische proeve 2e deel pag. 68.
[685] Notulen van Gouverneur en Raden, 6 December 1780, 18 Mei, 8 Augustus 1781, 21 Februarij 1782, enz. enz.
[686] Journaal van Texier, 7 April 1779.
[687] Journaal van Texier, 27 September, 24 November 1782, enz. enz.
[688] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 September 1783.
[689] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 en 26 September 1783.
[690] Notulen van Gouverneur en Raden, 15 December 1784.
[691] Notulen van Gouverneur en Raden, 15 Februarij 1785.
[692] Journaal van Beeldsnijder Matroos, 8 April 1784.
[693] Notulen van Gouverneur en Raden, 1 Maart 1784.
[694] Notulen van Gouverneur en Raden, 31 Augustus 1784.
[695] In October 1783 werd o. a., volgens opgaaf van den ontvanger Morgues; uit de ijzeren kist ten zijnen huize aan kaartengeld en obligatiën voor eene som van f 23,000 ontvreemd. Over deze zaak werd veel gesproken; er was veel duisters in en er ontstonden vrij levendige vermoedens tegen den ontvanger zelf. Zie Notulen van Gouverneur en Raden, 6 en 7 October 1783, enz. enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos, 5 en 11 October 1783, enz. enz.
[696] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Februarij 1784.
[697] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 October 1783.
[698] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 November 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos, 25 November 1783.
[699] Notulen van Gouverneur en Raden, 17 November 1784.
[700] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 November en 1 December 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos, 27 November 1783.
[701] Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Augustus 1784.
[702] Notulen van Gouverneur en Raden, 23 Augustus 1784.
[703] Men vindt hieromtrent soms treffende bijzonderheden in de notulen vermeld.
[704] Zie bladz. 319.
[705] Historische proeve 2de deel, blad 46, 47.
[706] Notulen Gouverneur en Raden, 18 December 1783.
[707] Notulen van Gouverneur en Raden, 10 September 1784.
[708] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 October 1783, enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos, 8 November 1783 enz.
[709] Notulen van Gouverneur en Raden, 8 en 29 November 1784.
[710] Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Maart 1784, enz.
[711] Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Mei 1784, enz.
[712] Notulen van Gouverneur en Raden, 8 November 1784.
[713] Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Augustus 1784.
[714] Journaal van Beeldsnijder Matroos, 3 Maart 1784.
[715] Notulen van Gouverneur en Raden, 9 December 1784.
[716] M. D. Teenstra. De landbouw in de kolonie Suriname, 1ste deel, blz. 52.
[717] Historische proeve, 1ste deel, bladz. 183 en 193.
[718] Journaal van Beeldsnijder Matroos, 9 December 1784.
[719] Journaal van Beeldsnijder Matroos, 1, 22 en 23 December 1784, Notulen van Gouverneur en Raden, 23 en 24 December 1784.
[720] Notulen van Gouverneur en Raden, 24 December 1784. Directeuren der Sociëteit erkenden ook zijne verdiensten door hem in 1785 tot ontvanger der in- en uitgaande regten te benoemen. (Zie Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Maart 1785); hij vertrok echter kort na deze benoeming (5 Mei) naar Holland, keerde niet naar Suriname terug en overleed te 's Gravenhage den 14 September 1793. Sypensteyn. Aanteekeningen op de chronologische tafel van Gouverneurs.
[721] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Februarij 1788.
[722] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Maart 1786.
[723] Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk, bladz. 84.
[724] Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk, bladz. 86.
[725] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Februarij 1788.
[726] Journaal van Wichers, 1 Februarij 1785.
[727] Journaal van Wichers, 1 Februarij 1783.
[728] Notulen van Gouverneur en Raden, 8 Maart 1786 en 15 December 1789.
[729] Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Augustus 1786.
[730] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 December 1789.
[731] Bij het feest van het 25 jarig bestaan der gemeente, op zondag 22 November 1767, werd de plegtigheid besloten met een prachtig kerkmuzijk en het schieten der schepen op de reede, die door de stukken, liggende voor de kerk, eindelijk werden bedankt.
[732] Van deze obligatiën werden er later verscheidene aan de kerk geschonken. Anderen werden soms nog vele jaren daarna ter voldoening gepresenteerd, waardoor de Kerkeraad niet zelden in groote verlegenheid geraakte. Den 3den Mei 1786 bleef er nog voor de somma van f 1900.-- af te lossen over.
[733] Den 16den Julij 1793 werd eindelijk door den Kerkeraad het besluit genomen: de plantaadje voor de schuld aan den heer M. Broen over te geven. Eerst in 1799 echter werd het transport gepasseerd en de hypotheek geroyeerd.
[734] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Mei 1788.
[735] Journaal van Wichers, 17 September 1788. Het meeste van het hier omtrent de Luthersche gemeente medegedeelde is (soms woordelijk teruggegeven) ontleend aan het belangrijk opstel: De geschiedenis der Evangelisch-Luthersche gemeente in Suriname door C. M. Moes, opgenomen in het tijdschrift West-Indië, 2e jaargang.
[736] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Februarij 1785.
[737] Zie nader hieromtrent de hoofdstukken, die meer bepaald over de zendingszaak handelen.
[738] Deze nieuwe titel was hun eenige jaren te voren door H. H. M. verleend.
[739] Notulen van Gouverneur en Raden, 18 Februarij 1785.
[740] Notulen van Gouverneur en Raden, 21 December 1785.
[741] Historische proeve 2de deel, bladz. 18 en 19.
[742] Historische proeve, 2de deel, bladz. 18, 19. Journaal van Wichers, 10 November 1787.
[743] Notulen van Gouverneur en Raden, 15 December 1788.
[744] Zie bladz. 313 en 14.
[745] Zie bladz. 231 en 32.
[746] Historische proeve, 1ste deel, bladz. 195.
[747] Bijlage 23 van de Historische proeve, 2de deel, bladz. 151.
[748] Historische proeve, 1ste deel, bladz. 195 en 96.
[749] Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 335. Beschrijving van de plechtigheden nevens de lofdichten en gebeden, uitgesproken op het eerste jubelfeest van de synagogue der Portugeesche Joodsche gemeente op de Savana in de colonie Suriname, den 12den October 1785, te Amsterdam, bij Hendrik Willem en Cornelis Dronsberg. Journaal van Wichers, 11 October 1785.
[750] Historische proeve, 2de Deel, bladz. 47, 48.
[751] Historische proeve, 2de deel, bladz. 21, 22.
[752] Historische proeve, 1ste deel, bladz. 185.
[753] Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Februarij en 3 December 1787.
[754] Historische proeve, 2de deel, bladz. 20, 21.
[755] Historische proeve, 2de deel, bladz. 71.
[756] Historische proeve, 2de Deel, bladz. 69.
[757] Historische proeve, 1ste Deel, bladz. 194-05; 2de Deel, bladz. 142-150.
[758] Historische proeve, 2de Deel, bladz. 70.
[759] Het was eene navolging der in het laatst der achttiende eeuw in Nederland alom ontstane dichtkundige genootschappen, die door Mr. Jacob van Lennep, in zijn roman: "Ferdinand Huijck," zoo geestig gehekeld zijn.
[760] Historische proeve, 2e deel, blad 70.
[761] Notulen Gouverneur en Raden, 11 Maart 1786, bijlage Acta Conventus van 16 Februarij 1786.
[762] Notulen Gouverneur en Raden, 12 Maart 1787.
[763] Historische proeve, 2de Deel, bladz. 78.
[764] Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Maart 1785.
[765] Journaal van Wichers, 11 Januarij 1783.
[766] Journaal van Wichers, 26 Januarij 1789.
[767] Zie bladz. 431.
[768] Teenstra. Landbouw in Suriname, 2de deel, bladz. 103.
[769] Journaal van Wichers, 18 Februarij 1790.
[770] P. T. Roos. Surinaamsche mengelpoëzij bladz. 201-6. Als gevolg dier klagten werd, volgens placaat van H. H. M. van 24 Nov. 1789 de neger- of slavenhandel op nieuw aangemoedigd.
[771] Notulen Gouverneur en Raden, 23 Februarij 1786.
[772] Notulen Gouverneur en Raden, 12 Januarij 1789.
[773] Notulen Gouverneur en Raden, 21 December 1785. Teenstra de landbouw, 2e deel, bladz. 100, geeft op een getal van 1119 huizen, volgens opgave der Historische proeve, 2e deel, bladz. 14 en Sypensteyn, bladz. 82, ruim 1100.
[774] Teenstra, De landbouw in Suriname, 2e deel, bladz. 103. Sypensteyn, beschrijving van Suriname, bladz. 82. In 1799 echter werd dit Combé het eerst bebouwd.
[775] Teenstra, 2e deel, bladz. 110. Sypensteyn, bladz. 82.
[776] Notulen Gouverneur en Raden, 10 Augustus 1785.
[777] Notulen Gouverneur en Raden, 9 Augustus 1786.
[778] Notulen Gouverneur en Raden, 28 Augustus 1786.
[779] Notulen Gouverneur en Raden, 17 en 18 Mei 1790.
[780] Notulen Gouverneur en Raden, 16 en 19 Augustus 28 December 1790. Teenstra, De Landbouw in Suriname, 1e Deel, bladz. 53. Den 21sten December 1791, werden voor het eerst eenige besmette negers derwaarts gebragt.
[781] C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 297.
[782] C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 197-98.
[783] Journaal van Wichers, 4 Junij 1785.
[784] Notulen Gouverneur en Raden, 20 Augustus 1787.
[785] Reeds deze straf was zeer zwaar. Zelfs op commando gezonden negers (dus geene misdadigers) werden door soldaten en officieren soms zoo mishandeld, dat zij aan de gevolgen hiervan kwamen te sterven, of als malinkers naar hunne meesters moesten worden terug gezonden. Zoo de slaven vernamen, dat zij tot dienst op commando bestemd werden, beproefden zij meermalen zich door de vlugt in de bosschen te redden. De BurgerKapitein Werner zond in Augustus 1788 een deerlijk mishandelden neger naar de Heemraden, omdat zij zelven in dien ongelukkigen een overtuigend bewijs der genoemde bewering konden aanschouwen. (Zie Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788.)
[786] Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788.
[787] Notulen Gouverneur en Raden, 13 October 1785. De plantaadje 's Hertogenbosch werd door de Marrons afgeloopen, de Directeur vermoord, het woonhuis in brand gestoken en twee negerinnen mede genomen.
[788] Notulen Gouverneur en Raden, 11 December 1786.
[789] Notulen Gouverneur en Raden, 22 Augustus 1786.