Geschiedenis van Suriname

Part 72

Chapter 723,797 wordsPublic domain

[397] Als eene bijzonderheid deelen wij het tarief mede, volgens hetwelk de soldaten die naar de Berbices gingen, bij verlies van een of meerdere ledematen een zoogenaamd soulagement zou worden toegelegd:

Voor het verlies van beide oogen f 1500. ,, ,, ,, ,, een oog f 300. ,, ,, ,, ,, beide armen f 1500. ,, ,, ,, ,, regter arm f 450. ,, ,, ,, ,, linker arm f 350. ,, ,, ,, ,, beide handen f 1200. ,, ,, ,, ,, regter hand f 350. ,, ,, ,, ,, linker hand f 300. ,, ,, ,, ,, beide beenen f 700. ,, ,, ,, ,, een been f 350. ,, ,, ,, ,, beide voeten f 450. ,, ,, ,, ,, een voet f 200.

Notulen van Gouverneur en Raden van 5 Julij 1763.

[398] Journaal van Crommelin 20 en 26 December 1757, 22 Augustus 1760, enz.

[399] Over de woekerwinsten der vettewariers kwamen meermalen klagten. Zij kochten zooveel mogelijk alles op en dwongen daardoor de markt. Het Hof besloot hun reeds tot 14 gestegen getal te verminderen tot 10 (zie Notulen Gouverneur en Raden, 5 Februarij 1766) doch daar hierdoor het kwaad, in plaats van te verminderen, verergerd werd moest men spoedig op dit besluit terug komen.

[400] Journaal van Crommelin 28 November 1757 en 2 Januarij 1758.

[401] Journaal van Crommelin 23 December 1758 en 3 September 1760.

[402] Journaal van de Meer, 9 Maart 1756.

Journaal van Crommelin, 13 November 1767.

Zie verder over dezen hatelijken handel, bladz. 218.

[403] Zie bladz. 153-160.

[404] Notulen, Gouverneur en Raden, 12 Februarij 1762.

[405] Notulen Gouverneur en Raden, 5 Aug. 1767. Omtrent die zending vindt men aldaar vermeld: dat er weder drie Moravische broeders waren aangekomen, die verlof verzochten om als zendelingen onder de Saramaccaner boschnegers te gaan. De brief van den president van het zendelings-departement Hernhutt, aan Gouverneur en Raden, ademde een regt liefelijken Christelijken geest, en maakte ook een goeden indruk op het Hof. Men noemde het plan nuttig en gaf de gevraagde toestemming.

[406] Hartinck, 2e deel, bladz. 812.

Notulen Gouverneur en Raden, 2 November, 6 November 1766, 29 Januarij, 22 Junij 1767, enz.

[407] Meermalen verhuurden de boschnegers zich tot veldarbeid op de plantaadjes. Verscheidene meesters echter weigerden later het door hen bedongen loon uit te betalen, hierom werd eene resolutie tot rigtige nakoming der wederzijdsche verpligtingen uitgevaardigd (zie Notulen Gouverneur en Raden, 20 December 1764). De boschnegers, de gedurige twisten daarover moede, trokken zich terug.

[408] Notulen van Gouverneur en Raden, 3 December 1764.

Nog dikwijls wordt in de notulen van deze jongelingen melding gemaakt. Een derzelve Jeboach, schijnt een korzelig humeur te hebben gehad en werd naar Holland gezonden. Na ontvangen onderwijs in het Aalmoezeniershuis, wordt hij tot het ambacht van schilderen opgeleid en werd na zijne terugkomst in Suriname meermalen in belangrijke zendingen gebruikt en oefende een grooten invloed op zijne stamgenooten uit; twee andere werden timmerlieden.

[409] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Februarij 1762.

[410] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Februarij en 12 September 1757.

[411] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Julij 1757.

[412] In December 1757 had zij op haar ingediend verzoek scheiding van tafel, bed en bijwoning van haren man verkregen.

Notulen van Gouverneur en Raden, 13 December 1757.

[413] Notulen van Gouverneur en Raden van 11 Sept. 1759.

[414] Notulen van Gouverneur en Raden van 13 Julij en 3 Augustus 1761.

[415] Notulen van Gouverneur en Raden van 13 Julij en 3 Augustus 1761.

[416] Notulen van Gouverneur en Raden van 17 Augustus 1761.

[417] Notulen van Gouverneur en Raden van 4 Augustus 1761.

[418] Notulen van Gouverneur en Raden van 15 Julij 1762.

[419] Notulen van Gouverneur en Raden van 1 September 1762.

[420] Deze manier word eertijds meêr in Suriname gevolgd, zie o. a. "Beschrijvinge van de Volkplantingen in Zuriname" door J. D. H. L. te Leeuwarden bij Meindert Injewa 1718, bladz. 112." Straffen der Slaven. Als wanneer zij eenig kwaad, buiten de straffe des doods verdiend hebben (bedrijven), zoo werd dezelve door order van de meester, of ook wel door hem zelfs gestraft: werdende de misdadige de handen met touw te zamen gebonden, na boven aan een boom opgetrokken (of over een balk van 't huis op zekere hoogte van de grond) en daar vastgemaakt zijnde, zoo wordt hem 50 ponds op de grond staande aan de voeten vastgemaakt en die aan een gebonden, om daardoor het slingeren, schoppen met de voeten te beletten; gehouden zijnde deze strengen straf nog geduldig te lijden, of ten minste met wringen en schreeuwen haar groote ellende te beklagen..... wordt hem eerst door de meester of eenige blanke dienaren en gevolgelijk door de swarte broedergezellen, zoodanig met een zweep (gevlogten van water pinas, een soort van zeer taai riet, met scherpe doornen) geslagen en gegeeseld, dat hij eerder een gevilde of gestroopten hond gelijkende is, als een mensch. En wanneer men bevind, dat zij soms door aangedrongen pijnen so kwaadaardig zijn, dat zij somtijds haar zoeken te stikken, wijl zij de kop in de borst zetten en de adem weten in te houden, daarbij de tong nog dubbeld leggen, om door stikken haar leven te benemen, neemt men een stuk brandhout en stoot haar dat voor de tanden, so dat haar de lippen digter schroeijen als die doch anders zijn, so dat zij adem halen; en als wanneer men oordeeld haar genoeg gekastijd te hebben, losgelaten zijnde, dat de lapperige stukkende huid met een scherp zuur van lamoenzap, met pulver vermengt zijnde, dat de vorige ellendige pijnen moeten vermeerderen voor een korte wijl, strekkende verder tot ettering en de geheele genezing der wonden.....

[421] Notulen van Gouverneur en Raden van 16 en 18 Dec. 1762.

[422] Notulen van Gouverneur en Raden van 31 Augustus 1762.

[423] Notulen van Gouverneur en Raden van 29 September 1762.

[424] Notulen van Gouverneur en Raden van 11 September 1760.

[425] Notulen van Gouverneur en Raden van 14 Mei 1767.

[426] Notulen van Gouverneur en Raden van 5 Mei 1763.

[427] Notulen van Gouverneur en Raden van 16 October 1758, 20 October 1760 en 28 December 1765 enz.

[428] Notulen van Gouverneur en Raden van 5 September 1765. Om eenigzins een denkbeeld te kunnen maken van de groote kosten dier commando's, zie men wat voor een commando berekend werd, dat drie weken zouden duren en bestaan uit: 3 officieren, 6 onder-officieren, 3 chirurgijns, 65 soldaten en 183 lastdragers; namelijk: 1080 pond vleesch, 540 brooden, 270 stoop gort, 18 pullen dram, 6 kisten patronen, 3 dito medicijnen, 18 kratsers, 150 vuursteenen, 75 ijzeren houwers, en voor de lastdragers 2448 pond bakkeljaauw, 1254 brooden, 336 stoop gort.

[429] Historische proeve, 1e deel, bladz. 155.

[430] Notulen van Gouverneur en Raden van 16 December 1762. Uit aanmerking van de hooge prijzen, die in Nederland voor de suiker, cacao en katoen betaald werd, besloot men in evenredigheid daarvan, de calcula voor de belasting te verhoogen, en werd de suiker gebragt op f 75 het oxhoofd, de cacao op 10 stuivers het pond en de katoen op 15 stuivers het pond. De koffij werd toen eerst verlaagd tot 4 stuivers het pond, doch ook deze steeg spoedig weder in prijs, en werd in 1770 tot 6 stuivers het pond gekocht, Journaal van Nepveu, 21 Sept. 1770.

[431] Historische proeve, 1e deel, bladz. 155.

[432] Notulen van Gouverneur en Raden van 22 Nov. 1768. Crommelin beklaagde zich in zijne afscheidsrede met bitterheid over deze omstandigheid, en de Raden bleven een scherp antwoord niet schuldig.

[433] Journaal van Nepveu, 17 Junij 1769 enz.

[434] Journaal van Nepveu, 25 November 1768 enz.

[435] Journaal van Nepveu, 23 November 1768.

[436] Journaal van Nepveu, 17 Junij 1769.

[437] Journaal van Nepveu, 11 Mei 1770. Crommelin scheepte zich met zijne vrouw en twee dochters den 11 Mei 1770 in, en verliet eenige dagen later voor goed de kolonie.

[438] Journaal van Nepveu, 8 Maart 1770.

[439] Journaal van Nepveu, 9 Maart 1770.

[440] Journaal van Nepveu, 16 Maart 1770.

[441] Journaal van Nepveu, 12-15 October 1770.

[442] Journaal van Nepveu, 15 November 1772. Een groot feest had o. a. plaats toen de tijding in de kolonie kwam dat Prins Willem V een zoon, onze latere Koning Willem I was geboren.

[443] Journaal van Nepveu, 13 December 1769 en vervolgens, zie ook bladz. 275.

[444] Notulen van Gouverneur en Raden van 21 Mei 1771.

[445] Journaal van Nepveu, 9 Februarij 1769. De Fransche Gouverneur van Martinique, d'Ennery, bezocht met een gevolg van 24 officieren in 1769 Suriname. Nepveu liet hem het merkwaardigste der kolonie zien. De heer d'Ennery was als opgetogen over vele dingen, maar voornamelijk "over de extra groote reê met kostelijke schepen," en "over de heerlijke gebouwen, o. a. op de plantaadje Tout lui fait en over het zindelijk onderhoud en de properheid die overal doorstraalde." Hij kon echter niet nalaten de opmerking te maken, "dat het folien waren, wyl dergelijke kapitalen geen evenredige interessen voor eene plantaadje konden geven, waarbij hun altijd het oog opgehouden werd."

[446] Beide zijn gezegden van Nepveu, zie Journaal van Nepveu, 28 Sept. 1770 en Notulen van Gouverneur en Raden van 7 April 1774.

[447] Historische proeve, 1e deel, bladz. 155. Aan dit werk ontleenen wij verscheidene, elders niet geboekte bijzonderheden, van dien ontstanen finantiëelen crisis.

[448] Historische proeve, 1e deel, bladz. 156.

[449] Historische proeve, 1e deel, bladz. 157.

[450] Notulen van Gouverneur en Raden van 19 Augustus 1771. Zekere A. Geselschap pleegde falsiteit in het verbinden en verhypothekeren zijner eigene plantaadje en in zijn ambt als priseur. Hij werd dien ten gevolge veroordeeld tot eene boete van f 1000 Surinaamsch, ontslag uit zijne functien en de kosten van het proces. Notulen van Gouverneur en Raden van 21 Augustus 1771. Door het te hoog taxeeren der plantaadjes werd het crediet der kolonie zeer geschokt, waarop "de instructie der priseurs verscherpt werd." Verscheidene fraudes, zoo omtrent te hooge taxatiën als van het, als vrij en onbelast verkoopen van slaven, die reeds onder hypothecair verband stonden, werden ontdekt en gestraft met geldboete van f 2000 enz. enz. Journaal van Nepveu, 21 Augustus 1773 enz. enz.

[451] In 1765 werden gekeurd 21506 oxhoofden suiker, in 1773 slechts 16486.

[452] Journaal van Nepveu, 27 Julij 1769. De slaven, laatst aangebragt door kapitein J. Boeque op den 18 gemeld, zijn meest verkocht tot f 650; zoo dat het telkens opslaat.

Notulen van Gouverneur en Raden van 14 Mei 1770.

De gezagvoerders der slavenschepen verkochten meermalen hunne lading "menschelijke wezens" uit de hand, en in massa aan groote planters. Vele ingezetenen kwamen hiertegen op, want de slaven stegen zoo hoog in prijs, dat men f 600 à f 700 per hoofd moest betalen. Het Hof hernieuwde daarom het placaat, waarbij bepaald was, dat de verkoop van slaven niet uit de hand, maar op vendue moest geschieden.

Journaal van Nepveu, 21 Junij 1770.

"De slaven worden verkocht voor 700 à 800 gulden, het gebrek aan slaven blijft echter groot" enz. enz.

[453] Journaal van Nepveu, 26 April 1771.

[454] Journaal van Nepveu, 24 April 1770.

[455] Journaal van Nepveu, 29 April 1771.

[456] Historische proeve, 1e deel, bladz. 157.

[457] Notulen van Gouverneur en Raden van 10 Augustus 1769.

[458] Journaal van Nepveu, 6 December 1769.

[459] Notulen van Gouverneur en Raden van 12 Augustus 1771.

[460] De kosten der regtspleging enz. waren inderdaad ongehoord; als een klein bewijs diene o. a. het volgende: voor het doen van één exploit, over eene som beneden de f 100, was f 26 onkosten gevallen. Notulen Gouverneur en Raden, 14 Februarij 1775.--"Heeren Raaden van Civiele Justitie nemen voor het simpel teekenen van een authorisatie op den Exploiteur, tot het in bewaarenderhand nemen van een effect, f 20 hetwelk HH. rekenmeesters voorkomt in de calamiteuse omstandigheeden tot vermeerdering van lasten voor de ongelukkigen te zijn." Notulen Gouverneur en Raden, 2 Sept. 1776. "In consideratie de zware kosten, ten laste der ongelukkige ingeseetenen, wier effecten in bewaarenderhand worden genomen of anderzints gedeposeert, achten HH. rekenmeesters het onbillijk, dat de HH. Raaden van Civiele Justitie die kosten zoozeer vermeerderen door haare hooggestelde vacatiën, voor provisiën en mondbehoeften bij gedaane assistentie in de rivieren, zelfs voor het teekenen van authorisatie, terwijl de bediening der Raden, volgens art. 26 van het octrooi, moet zijn: alleen uyt liefde en ten beste van 't gemeen, sonder vergelding te genieten." Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Augustus 1778.--Wij konden de voorbeelden zeer vermenigvuldigen.

[461] Dat besluit was genomen tijdens het bestuur van den Gouverneur Gerard van der Schepper, wanneer men om finantiële moeijelijkheden, reeds onder den Gouverneur Joan Raye ontstaan, voorloopig eene generale surcheance had toegestaan, die door HH. M. gewraakt werd.

[462] Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Augustus 1773.

[463] Van dit vrijcorps zullen wij later melding maken.

[464] Zie Notulen van Gouverneur en Raden van dezelfde datums.

[465] Notulen van Gouv. en Raden, 10 Maart 1774 en 6 April 1774.

[466] Notulen van Gouverneur en Raden, 7 April 1774.

[467] Volgens de schrijvers der Historische proeve--zie 1e deel, bladz. 163--werden er in 1786 slechts 80 à 90 eigenaars van plantaadjes in Suriname gevonden, terwijl het getal plantaadjes over de 500 bedroeg. Journaal van Nepveu, 1776. "Er heerscht hier tegenwoordig zoo groote armoede, dat veele blanken, die men 't niet aan zoude sien, sig met een drooge bananne moeten behelpen." Journaal van Nepveu, 5 Januarij 1779. Twee Raden van Policie hadden hunne betrekking nedergelegd: "het is zeer moeijelijk goede sujetten te verkrijgen, want diegenen, die er nog capabel en goed voor zouden weezen, sitten zoo ellendig in hunne affaires, dat men se desweegens niet op de nominatie brengen durft."

[468] Sypensteyn, bladz. 24.

[469] Historische proeve, 1e deel, bladz. 164 en 169.

[470] Reeds gaven wij hiervan eenige bewijzen bij de beschrijving der regering van Mauricius, van Spörche en Crommelin. Wij zouden die tot een groot aantal kunnen vermeerderen, zie o. a. Notulen, van Gouv. en Raden, 15 September 1769, 15 en 20 Februarij 1770 en 28 Nov. 1772, Journaal van Nepveu, 28 Junij 1770, Notulen van Gouverneur en Raden, 1775, enz. enz. enz.--doch wij zouden hierdoor te uitvoerig worden.

[471] Dit werd echter door de directeuren der Sociëteit tegengehouden.

[472] Notulen van Gouverneur en Raden, 6 December 1770 en 1773. Journaal van Nepveu, 8 Junij 1773.

[473] Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Mei 1772.

[474] Notulen van Gouverneur en Raden, 28 Feb. 1774. De gegijzelde moest aan den kastelein voor kosten betalen:

de eerste 14 dagen f 3 per dag; de tweede id. f 2 id. en verder id. f 1 id.

[475] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Aug. 1772.

[476] Notulen van Gouverneur en Raden, 21 Feb. 1774.

[477] Notulen van Gouverneur en Raden, 16 en 17 Mei 1774.

[478] Notulen van Gouverneur en Raden, 21 Mei 1774.

[479] Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1774. Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Aug. 1774.

[480] In Februarij 1764 had zekere C. P. van Brabant verzocht tot den huwelijken staat te worden aangeteekend met eene Elisabeth Samson, eene rijke vrije negerin, waarschijnlijk dezelfde of eene bloedverwante der meer genoemde dame. Het Hof had toen zwarigheid gemaakt dit toe te staan, omdat in de beschrijving van Suriname, door J. D. Herlein in 1718 uitgegeven, staat, dat ten tijde van van Sommelsdijk "soodanig huwelijk by placaten zoude syn geprohibiteerd--omdat zulks toegelaten wordende op dezelve vrije blanke vrouwen met vrije neegers soude trouwen, hetwelk van seer nadeelige gevolgen voor deese colonie konde sijn." Die zaak maakte veel éclat. Het advies der heeren directeuren van de sociëteit werd hierover door het Hof ingewonnen en Elisabeth Samson diende hun een rekwest in. Het definitief antwoord hierop kwam eerst in Augustus 1767. Directeuren vermeenden, dat er geen termen bestonden om dit huwelijk te verhinderen. De zwarte dame huwde toen met zekere H. D. Zobre. (Zie Notulen van Gouv. en Raden, 13 Feb. 1764 en 17 Aug. 1767). Tegen het ongebonden in ontucht met negerinnen leven vond men geen bezwaar, wel in eene echtelijke verbindtenis.

[481] Journaal van Nepveu, 19 Feb. 1773.

[482] Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Feb. 1774.

[483] Historische proeve 1e deel, bladz. 181.

[484] Journaal van Nepveu, 18 en 22 Julij en 4 Aug. 1769.

[485] Journaal van Nepveu, 5 Junij 1770.

Directeuren hadden reeds vroeger in 1768 zekeren timmerman, J. M. Augerstein, een octrooi van 6 jaren verleend tot het maken van een bijzonder soort van molens. Op het schenden van dat verleend octrooi was eene boete van f 6000. gesteld.

[486] Wij konden hiervan uit de officieele stukken een lang relaas geven, maar het zou eene gedurige herhaling zijn van zelfde feiten, die wij reeds van tijd tot tijd mededeelden.

[487] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Feb. 1770.

De versterking der militaire posten was zeer noodig--want zij, die van weinig manschappen voorzien waren, werden door de Marrons overvallen en verstrooid.

[488] Over het daarstellen van dit Cordon komen wij weder later terug.

[489] Notulen van Gouverneur en Raden, 6 December 1770 en 22 Mei 1772.

[490] Notulen, Gouv. en Raden, 6 Mei 1772 en 18 Februarij 1773.

[491] Volgens Notulen van Gouv. en Raden, 3 Mei 1773 en 4 Junij 1773, blijkt, dat, sedert men had opgehouden aan de soldaten dram te geven, ziekte en sterfte onder hen zeer toenamen, waarom men besloot hun op nieuw een rantsoen sterke drank te verschaffen. Het slechte water moest alzoo gecorrigeerd worden.

[492] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 April 1772. Op 9 buiten posten alleen lagen 145 soldaten.

[493] De premiën op het dooden of vangen van weggeloopen slaven gesteld, zouden evenzeer door hen genoten worden.

[494] Journaal van Nepveu, 15 Julij 1772, Notulen van Gouverneur en Raden, 15 Julij 1772. Twee der 116 slaven voor het vrijcorps werden door de eigenaars het land ten geschenke gegeven; de overige 114 werden gezamenlijk gewaardeerd op f 143,400. Die som was enorm hoog, daar de minste op f 800 geschat was terwijl o. a. bekwame timmernegers tot den prijs van f 2400, ja f 3400 werden gebragt.

[495] Notulen van Gouverneur en Raden, 3 Aug. 1773 en 26 Aug. 1773, 8 slaven werden geschat op f 10,000 en 190 dito op f 227,955.

[496] Somwijlen werd voor een tijd het opperbevel aan een, hooger in rang staande, officier opgedragen: zoo voerde o. a. de kapitein luitenant Frederici en, na zijn overgang tot de Staatsche troepen, een tijd lang de kapitein Stoelman over hen het bevel.

[497] Op deze muts stond het volgnummer van hun corps; later bekwamen zij eene groene montering.

[498] Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Mei 1777. Deze uitspraak is ontleend aan eene door den Raad Fiscaal ingeleverde memorie van het Hof van Policie, waarbij hij opkwam tegen de klagten door sommige leden, over de wanordelijkheid der slaven en het slechte toezigt door het Fiscalaat daaromtrent geoefend.

[499] Men vindt in de Notulen enkele gevallen van leden van het vrijcorps, die, om verzuim in de dienst, weder tot den staat der slavernij werden terug gebragt. Notulen van Gouverneur en Raden, van 9 Aug. 1773, enz.

[500] Meermalen werd ook door hen verzoek gedaan om uit de krijgsdienst te worden ontslagen en werd hun dit verzoek toegestaan, mits betalende de som, waarvoor zij door het land waren overgenomen, o. a. volgens Notulen van Gouverneur en Raden van 13 Februarij 1777, 3 personen, een voor f 800-, een voor f 1000-, een voor f 1200 enz. enz.

[501] Ook hiervan worden verscheidene bijzonderheden in de Notulen gevonden.

[502] De obligatiën waren verdeeld als volgt:

100 ps. à f 1000-- f 100,000-- 200 ps. à f 500-- f 100,000-- 250 ps. à f 400-- f 100,000-- 250 ps. à f 200-- f 50,000-- 500 ps. à f 100-- f 50,000-- --------- te zamen f 400,000--

(Zie Notulen van Gouverneur en Raden van 8 Februarij 1774).

[503] Notulen van Gouverneur en Raden van 18 October 1773, en 20 Mei 1774, enz.

[504] Notulen van Gouverneur en Raden van 30 Augustus 1774.

[505] Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Januarij en 5 Februarij 1773.

[506] Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e. deel, bladz. 43.

[507] Journaal van Nepveu, 20 Februarij 1771.

[508] Notulen van Gouverneur en Raden, 20 Dec. 1770. Journaal van Nepveu, 10 Januarij 1771. Zie ook bladzijde 319.

[509] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Maart 1771. Journaal van Nepveu, 14 Maart 1771.

[510] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Junij, 6 Julij, 16 Sept. 1771, enz. Journaal van Nepveu, 10 Junij, 3 en 5 Julij 1771, enz.

[511] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Junij, 6 Julij 1771, enz.

[512] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Januarij 1771. "Meer en meer loopen de slaven weg, nemen hunne geweren mede en voegen zich bij de bende van Baron. Idem 29 Junij 1772. De wegloopers hebben de Plantaadje Poelwijk afgeloopen en o. a. 21 geweren en eene groote hoeveelheid kruid medegenomen." Het Hof besloot: om te bevelen, dat de geweren, welke de slaven op de plantaadjes bezitten, naar Paramaribo moesten worden opgezonden, daar men de slaven niet meer vertrouwen kon.

[513] Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Julij 1772. 16 Aug., enz. Journaal van Nepveu.

[514] Stedman, reize naar Suriname, 1e deel, bladz. 117 en 18.

[515] Ook Stedman verhaalt deze en andere bijzonderheden, die wij echter, soms bijna woordelijk, overnemen, uit het uitnemend geschreven boekske: "Een Levensteeken op een dooden veld, door J. Herman de Ridder, bladz. 12-17.

[516] J. Herman de Ridder, Een levensteeken op een dooden veld, bladz. 16-17.

[517] Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Sept. 1771. Journaal van Nepveu, 22 Sept. 1771.

[518] Notulen van Gouverneur en Raden, 13 October 1771. Journaal van Nepveu, 13 October 1771.

[519] Zie Notulen van Gouverneur en Raden van November, December 1771, enz. enz.

[520] Journaal van Nepveu, 22 October 1771.

[521] Journaal van Nepveu, 16 November 1771.

[522] Notulen van Gouverneur en Raden, 7 December 1771, 27 Julij 1772 en Journaal van Nepveu, 7 December 1771.

[523] Journaal van Nepveu, 1 Januarij, 27 Januarij en 4 Junij 1772. Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Julij en 16 Augustus 1772, enz.

[524] Journaal van Nepveu, 19 Januarij 1772. Die neger ontvlugtte later uit de boeijen.

[525] Notulen van Gouverneur en Raden, 4 Mei 1772. Stedman, Reize naar Suriname, 1e deel, bladz. 113, enz.

[526] Journaal van Nepveu, 15 Junij 1772.

[527] Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Julij 1771. Journaal van Nepveu, 9 Julij 1771.

[528] Journaal van Nepveu, 10 Aug. 1772. Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Aug. 1772.

[529] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Sept. 1772. Journaal van Nepveu, 25 Sept. 1777.

[530] Journaal van Nepveu, 27 Sept. 1772.

[531] Journaal van Nepveu, 26 Sept. 1772.

[532] Journaal van Nepveu, 7 Oct. 1772.

[533] Journaal van Nepveu, 26 Oct. 1772.

[534] Journaal van Nepveu, 2 en 9 Dec. 1772.

[535] Journaal van Nepveu, 11 Dec. 1772.

[536] Journaal van Nepveu 27 Dec. 1772.

[537] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Januarij 1773.

[538] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Januarij, 31 Januarij en 5 en 9 Febr. 1773. Journaal van Nepveu, 27 Januarij en 2, 4, 8 en 9 Febr. 1773.