Part 59
Het inkomen in de rivier Suriname was voor met de kust onbekende zeelieden niet gemakkelijk, want, daar het gat van Braamspunt meermalen digt spoelde en de tonnen soms slecht lagen, voeren de schepen dikwijls, bij nacht of mistig weder, de Suriname voorbij of bleven op de modderbank vastzitten. Door de kapiteins werd bij herhaling op verbetering aangedrongen en eindelijk hieraan gehoor gegeven, door een oud schip tot vuurschip aan te leggen [1340]. Waren--zoo als wij op bladz. 723 aanmerkten--in het eerst de voordeelen van den vrijen handel gering, spoedig veranderde dit. Toen de vrije handel en de vrije vaart in Suriname werden geproclameerd, dreven de behoudsmannen daarmede den spot.--Men waande de kluisters, waarin de Amerikaansche handel was geslagen, onverbreekbaar, en de melassie, het eenige product, dat de Amerikanen, met eenig voordeel konden uitvoeren.--Vreemde schepen (behalve uit de Vereenigde Staten) zouden de kolonie niet komen aandoen, dewijl de voortbrengselen der plantaadjes toch aan de fondshouders in Nederland moesten worden afgescheept. De natuur der zaak, die zich op den duur geen geweld laat aandoen; de omstandigheden, die steeds aan veranderingen en wisselingen onderhevig zijn, bragten een geheel ander resultaat te voorschijn. De Amerikaansche schippers, die het despotisme der administrateurs van plantaadjes en de Amerikaansche kooplieden (die gezamenlijk eene lijn trokken) moede waren, verkozen hunne ladingen niet meer tegen melassie te ruilen, maar voor contant geld te verkoopen, en suiker, cacao of koffij, als retourlading, in te koopen. Hierdoor werd aan het monopolie een grooten slag toegebragt. Onderscheidene kleinhandelaars traden op en kochten de cargas der Amerikaansche schippers, ten spijt der vaste leveranciers van de plantaadjes, en de administrateurs zagen zich verpligt toe te geven, om niet met de melassie te blijven zitten. De hooge prijzen, waarvoor de provisiën aan de plantaadjes werden opgeschreven,--en waarvan de administrateurs 10 procent genoten--daalden verbazend, ten voordeele der effecten, terwijl de melassie in prijs steeg. Daarbij kwam, dat verscheidene plantaadjes, die langen tijd onder sequestratie waren, en, om de ongehoorde voordeelen, die de Amerikaansche kooplieden--in compagnie met de administrateuren,--daarvan trokken, aangehouden werden, nu publiek verkocht en door ingezetenen ingekocht werden. De nieuwe eigenaren, zelf in de kolonie gevestigd, trokken toen partij van den vrijen handel en de vrije vaart; kochten hunne slavenprovisiën goedkoop in en genoten het voordeel van de steeds hooger en hooger stijgende prijzen der producten. Toen begon ook de cacao-teelt (een artikel veel gevraagd door de Amerikanen) toe te nemen, en nu verheugt zich ieder, dat de vrije handelsbeweging bijna al de in Suriname gevestigde eigenaren tot welvarende planters heeft gemaakt. Tonnen gouds aan schulden zijn achtervolgens afbetaald en op de reede van Suriname vertoonen zich thans de vlaggen van vele natiën, die vroeger nooit aan de vaart op Suriname hadden gedacht.--Zijn door vrijen handel reeds dergelijke voordeelen verkregen, hoe veel meerdere zullen er verworven worden, indien, door afschaffing der slavernij, vrije arbeid met vrijen handel hand aan hand gaan, om nieuwe bronnen op te sporen, waardoor volkswelvaart kan worden bevorderd.
Door een inwoner van Suriname, Hart Lyon, werd, na verkregen concessie, eene binnenlandsche stoombootdienst ingerigt, waardoor de communicatie met verscheidene plantaadjes verbeterd en het vertier bevorderd werd.
In 1856 werd eene nieuwe patentwet uitgevaardigd [1341]; verschillende verordeningen tot betere regeling van civiele en strafzaken bij het regtswezen gemaakt [1342]; de werkzaamheden van den Procureur-Generaal verligt door, tot hoofd der policie, onder hem, een provisioneele commissaris aan te stellen [1343]; terwijl tevens, door vermeerdering van het getal der wijkmeesters, als Hulpambtenaren der Policie, een beter toezigt op het onderhoud en de reinheid der wegen, waterleidingen enz. kon plaats vinden [1344]. Ook werd het reglement op het brandwezen gewijzigd [1345]; de burgerlijke geneeskundige dienst nieuw geregeld [1346] en verder verschillende huishoudelijke reglementen en verordeningen gewijzigd of nieuw daargesteld.
De onderscheidene stammen der bevredigde Boschnegers leefden nog steeds op hunne gewone wijze, afgescheiden van de overige bevolking, in Suriname's uitgestrekte wouden. De Moravische broeders hadden reeds meermalen getracht eene zending onder hen te vestigen. Bij den stam der Saramaccaners hadden zij een goed onthaal gevonden en bleef de verkondiging van het Evangelie der genade onder hen niet ongezegend. Het klimaat scheen echter aldaar voor blanken zeer ongezond te zijn en verscheidene broeders en zusters bezweken, als offers hunner Christelijke liefde, op dit arbeidsveld. Toch zou de lieve broedergemeente hiermede zijn voortgegaan, indien niet door meerdere uitbreiding van het zendingswerk op de plantaadjes, dit bij hun gering aantal, onmogelijk ware geworden.
In 1840 was, op aandrang van de kleine gemeente van Boschnegers, op nieuw een zendingspost gevestigd; doch de zendeling, broeder Schmidt, werd in 1843 door den Heer tot zijne eeuwige rust geroepen. Reeds vele vruchten had hij van zijnen arbeid mogen aanschouwen; zijne weduwe bleef nog elf maanden bij de gemeente; andere zendelingen volgden, maar bezweken en in 1854 moest men, hoe noode ook, opgeven om deze post door Europeanen te laten bedienen. Evenwel was het zaad niet te vergeefs uitgestrooid: een deel was in de goede aarde gevallen en de Heer had er wasdom aan verleend. Nog blijft daar eene gemeente bestaan, door zoogenaamde Nationaal-helpers, uit de familie van het opperhoofd Arabi, bediend. Zij schijnt er als een licht in eene duistere plaats en werkt door leer en voorbeeld gunstig op de verdere bevolking.
Het onderling wantrouwen tusschen de Boschnegers en de Europeanen, ofschoon nog niet geheel opgehouden, verminderde; door houtvelling en houthandel kwamen zij van tijd tot tijd in aanraking met de overige bevolking; de vrees, die men, somwijlen zeer overdreven, voor hunne getrouwheid aan de blanken had gekoesterd, verdween meer en meer, en alzoo kon de lastige contrôle en de beperkende bepalingen, om zich van hunne woonplaats te verwijderen en naar Paramaribo te komen, veilig worden opgeheven. Hiertoe werd dan ook besloten en bij resolutie van 26 Augustus kennis gegeven: dat het opperhoofd, op daartoe gedane uitnoodiging, beloofd had met een goed voorbeeld zijne ondergeschikten voor te gaan; terwijl de verdere bevolking verzocht werd, om door hare handeling jegens de Boschnegers hun vertrouwen in te boezemen en de goede bedoelingen van het Gouvernement te bevorderen [1347].
In Nederland was de belangstelling in Suriname en in het bijzonder voor de nog steeds in slavernij verkeerende negers toegenomen. Verscheidene stemmen, zoo in als buiten de Vergadering der Volksvertegenwoordigers, werden in hun belang gehoord. De Nederlandsche regering bleef niet doof voor deze stemmen; zij zelve begeerde den smet, die, door het laten voortduren der slavernij, op de Nederlandsche natie kleefde, uit te wisschen en--bij Koninklijk besluit van 29 November 1853 werd eene staats-commissie benoemd: tot het voorstellen van maatregelen ten aanzien van de slaven in de Nederlandsche bezittingen. Die Commissie hield onderscheidene zittingen, beraadslaagde lang en bragt eerst in 1855 haar eerste rapport uit, en voegde daarbij een plan tot afschaffing der slavernij in Suriname, dat--vrij algemeen afgekeurd--als zeer onpractisch werd beschouwd.
De toenmalige Minister van Koloniën, Mijer, diende in 1857 wetsvoorstellen omtrent deze aangelegenheid aan de Tweede Kamer in, waarbij het plan der staats-commissie wel eenigermate gevolgd, doch hier en daar belangrijk gewijzigd werd. In beide ontwerpen evenwel was het onregtvaardig beginsel opgenomen, dat de slaven de gelden voor hunne vrijmaking, door den staat aan de eigenaren te verleenen, later moesten terug betalen. Dergelijk beginsel kon in de Vergadering der Volksvertegenwoordiging op geen genoegzamen bijval rekenen en vóór de openbare behandeling werd het voorstel van Minister Mijer ingetrokken.
Intusschen had het reglement op de behandeling der slaven van 1851 tot hevige critiek aanleiding gegeven en in de Kamer was zeer aangedrongen om, in afwachting der eventuele Emancipatie, reeds dadelijk enkele bepalingen van het reglement in milden zin te wijzigen. Bij Koninklijk besluit van 1 Julij 1856 werden overeenkomstig dezen wensch eenige wijzigingen daargesteld [1348].
Ter zelfden datum werden door den Koning onafhankelijke ambtenaren benoemd, die, onder den titel van Landdrosten, het bestuur over de divisien zouden aanvaarden, toezigt houden op de behoorlijke naleving der slavenreglementen en--alzoo de zich zelven controlerende Heemraden vervangen.
Verder beschouwden de vrienden der slaven als eene aanvankelijke overwinning en zegepraal hunner beginselen: de benoeming van Mr. J. W. Gefken, Secretaris van de Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de afschaffing der slavernij, tot Procureur-Generaal te Suriname. Zij stelden zich hiervan veel goeds voor.
Velen in Nederland voedden hoop, dat de zoo noodige hervorming in Suriname, de wenschelijke afschaffing der slavernij weldra tot stand zou komen; in Suriname zelve vermeenden zij, wien het heil der kolonie en het lot der onderdrukte slaven ter harte ging, dat voor Suriname weldra een betere dag zou aanbreken; sommigen geloofden reeds aan de kimmen de dageraad van dien zoo vurig gewenschten dag te bespeuren; doch--die hoop werd verijdeld.
In de kolonie zelve vervielen het eerst die gemaakte illusien, daar de naakte werkelijkheid haar verdreven--en in Nederland bleef men nog eene wijle in den zoeten droom, dat nu in Suriname alles beter ging, en dat de afschaffing der slavernij aldaar behoorlijk voorbereid werd, terwijl officieele verslagen berigtten, dat de slavernij er slechts in naam bestond.
Zoo sluimerde men eenigen tijd voort;--daar deden zich schrille kreten van gemartelde slaven hooren; als door den adem des winds werden zij over de groote wateren heêngevoerd en ook in Nederland vernomen, en hier ontwaakten sommige slavenvrienden uit hunnen droom, doch, velen, wien het onaangenaam was aldus uit zoete mijmeringen verstoord en tot vernieuwde krachtsinspanning geroepen te worden, openden wel een weinig de oogen, maar, in plaats van op te springen en zich als één man rondom de standaart des regts en der vrijheid te scharen, en, met wettelijke wapenen, onregt en dwinglandij, in Nederlandschen naam, jegens weerlooze schepselen bedreven, te bestrijden, sluimerden zij spoedig weder in en--vergenoegden zich met de gedachte eenmaal toch iets te hebben gedaan in het belang der slaven. Bovendien--zoo redeneerden sommigen--men bleef immers lid der Nederlandsche maatschappij ter bevordering van de afschaffing der slavernij en was dit niet genoegzaam blijk van voortdurende belangstelling? men had zelfs zijn naam geplaatst op een der adressen aan Z. M. of aan de Tweede Kamer, waarbij op afschaffing der slavernij werd aangedrongen, en wie kon dit telkens doen?--daarbij het werd zoo vervelend, bij herhaling te spreken of te hooren van die negers, die zóó ver af woonden, en dán hunne vrijmaking zou zoo veel geld kosten en men behoefde geld voor zaken in het binnenland, voor werken van algemeen nut: de eerste verschijnselen der spoorwegkoorts begonnen zich te vertoonen.
Terwijl de ijver van velen verflaauwde, werden er echter nog altijd gevonden, die niet aan de eindelijke zegepraal van een beginsel wanhoopten, waarin zij overtuigd zijn, dat kracht ligt, omdat het goed is, en, die, trots alle tegenwerking, ja, zelfs trots alle flaauwheid, voortgaan met de zaak der arme slaven ter harte te nemen, omdat zij weten, dat de Heer aan hunne zijde is en Hij op Zijnen tijd het juk der slaven verbreken zal. Kent de Heer zijn tijd, zij, die op Hem hun vertrouwen stellen, weten, dat het altijd hun tijd is om te doen wat goed en Hem welbehagelijk is.
Toen Schimpf in Suriname aankwam, nog vóór de overneming van het bestuur van Schmidt auf Altenstadt, bij wien hij tijdelijk zijn intrek had genomen, toonde hij belang te stellen in verschillende aangelegenheden, en onderhield zich meermalen met achtingswaardige personen over hetgeen ten goede voor de kolonie zou kunnen strekken. Vooral werd zijne aandacht bepaald bij den toestand der vrijlieden (gemanumitteerde slaven en afstammelingen van dezelven); hun toestand vorderde dringend verbetering en toen Schimpf het bestuur had aanvaard, poogde hij dien toestand te verbeteren, en reeds in hetzelfde jaar (19 December) verscheen er eene publicatie, die hiervan het bewijs leverde.
Bij die publicatie werd, tot bevordering van den kleinen landbouw en ter aanmoediging van arbeidzaamheid onder de minvermogende vrije bevolking, de publicatie van 17 Julij 1846, betreffende de uitgifte van gronden aan den staat behoorende, in zoo verre gewijzigd, dat van de verschuldigde pacht, f 10 per bunder, vrijstelling kon worden verleend, doch waarbij tevens den pachter de verpligting werd opgelegd om, binnen drie maanden na uitgifte van den grond, een aanvang met de bebouwing te maken, daar de grond, bij gebreke daarvan, door het bestuur zou terug genomen worden [1349].
Schimpf wilde meer voor de vrijlieden doen; hij wenschte een soort van Mettray daar te stellen, ten einde aan genoemde vrijlieden gelegenheid te verschaffen, om hunne kinderen eene behoorlijke opvoeding te doen erlangen. Een doelmatig plan daartoe was hem, reeds kort na zijne komst, van eene achtingswaardige zijde voorgesteld. Ware dit opgevolgd, er zou werkelijk eene inrigting tot stand zijn gekomen, die zeer ten nutte van Suriname's bevolking had kunnen strekken; doch het werd niet gevolgd en--het Surinaamsche Mettray op Lustrijk, later daargesteld, werd eene inrigting, die veel geld aan den lande heeft gekost, zonder eenige goede vrucht voor de bevolking op te leveren.
Toonde Schimpf, bij het aanvaarden zijner betrekking, belang in het waarachtig welzijn van Suriname te stellen; bewees hij dit door daden;--had men alzoo gegronde hoop om veel goeds van zijn bestuur te verwachten,--spoedig verdween die hoop, want Schimpf kwam onder den invloed der reactionnaire partij.
Die partij, welke steeds de ontwikkeling van goede en heilrijke beginselen in Suriname heeft tegengehouden, wier nadeelige invloed op de belangen der kolonie zoo onloochenbaar is, wier listige handelwijze wij meermalen hebben aangetoond, trachtte immer de Landvoogden op hare zijde te krijgen. Bij Elias en van Raders was haar dit niet gelukt en--van daar de heftige oppositie tegen die waardige mannen van de zijde dier partij, die niet rustte vóór deze verwijderd waren. Onder het kort bestuur van Schmidt auf Altenstadt, die door een ziekelijk gestel gedrukt, zich niet veel met de zaken had kunnen bemoeijen, was haar invloed toegenomen, en--nu een nieuwe Landvoogd aan het bewind kwam, van wien men reden had te verwachten, dat hij zelf de teugels van het bestuur in de hand zou nemen,--nu werd het der reactionnaire partij van het grootste gewigt, om hem op hunne zijde te verkrijgen--en door hem te heerschen.
Daartoe moesten, in de eerste plaats, de achtingswaardige mannen, die den Landvoogd met goeden raad dienden, uit zijne omgeving worden verwijderd;--men maakte hen verdacht, door ze als republikeinen, heethoofden enz. den Gouverneur voor te stellen, en deze maatregel gelukte. Verder moest men trachten Schimpf, in het belang der partij zooveel mogelijk met de partij te identificeren en in den geest derzelve te doen handelen. Hem werd alzoo telkens voorgehouden, dat zekere fermiteit een voornaam vereischte was om de kolonie te besturen, en dat vooral te veel toegevendheid jegens de slavenbevolking steeds verkeerd was, want dat zij daardoor tot buitensporigheden zou overslaan (allerlei schrikbeelden werden opgehangen!) en dat het noodig was, in het belang der kolonie, het gezag der meesters te handhaven en zich hierbij niet te laten afschrikken door de sentimentele denkbeelden daaromtrent van dwaze philantrophen, die geen verstand van die dingen hadden. Men trachtte Schimpf te beduiden, dat hij, op deze wijze handelende, zich werkelijk verdienstelijk jegens de kolonie zoude maken, en--prikkelde alzoo zijn eerzucht. Schimpf leende het oor aan die vleijers, luisterde niet langer naar goeden raad en de reactionnairen slaagden aanvankelijk in hunne pogingen. Zij veranderden nu, in zekeren zin, hun tactiek, daar zij, die vroeger steeds zoo heftig tegen elke wezenlijke of vermeende magtsaanmatiging der Gouverneurs opkwamen, thans soms daden toejuichten waarbij Schimpf zich werkelijk zekere discretionaire magt aanmatigde;--zij deden alzoo omdat de Gouverneur meer en meer in hunnen geest begon te handelen, en zij alzoo hoop voedden hem geheel tot hun werktuig te maken en door hem te regeren.
Vooral verkreeg een gewezen Israëliet, de heer Egbert van Emden, een grooten invloed op Schimpf. Genoemde heer, die in nog jeugdigen leeftijd uit Amsterdam in Suriname gekomen, in de kolonie zijn fortuin heeft gemaakt en zich door onderscheidene middelen tot de hoogte heeft weten te verheffen, die hij in de Surinaamsche Maatschappij inneemt, kan zekere bekwaamheid niet ontzegd worden; doch die bekwaamheid werd gebezigd ter bevordering van de belangen der zijnen en der reactionnaire partij en strekte alzoo niet tot bevordering van het welzijn der kolonie. De invloed van van Emden op Schimpf werd bijna onbepaald; niet slechts erlangden zijne verwanten en vrienden bij voorkeur winstgevende betrekkingen; maar Schimpf raadpleegde hem in alles en deed bijna niets zonder vooraf het oordeel van van Emden te hebben ingewonnen.
Gedurende het bestuur van Schimpf werden de goede bedoelingen der Nederlandsche regering meermalen verijdeld; want, zoo ze niet in zijnen geest of in die der reactionnaire partij waren, verzette hij er zich tegen met eene stijfhoofdigheid, die menigmaal de plaats van zelfstandigheid inneemt en somtijds ten onregte voor fermiteit wordt aangezien.
Hierdoor ook bleef hetgeen, bij behoorlijk overleg en goede uitvoering, ten zegen der kolonie had kunnen strekken, zonder vrucht, gelijk o. a. de stichting van het Mettray, het lievelingsplan van den Gouverneur.
Dit Mettray werd opgerigt op een kostgrond Lustrijk, aan de Commewijne, vrij ver van de stad, en die, als niet behoorlijk ingepolderd, moerassig en ongezond was. De geheele inrigting was van dien aard, dat de vrijlieden er geen vertrouwen in stelden; er werd dan ook slechts een zeer gering getal kinderen opgenomen. Niettegenstaande van vele zijden op het ondoelmatige van het plan werd gewezen, dreef Schimpf het door en beantwoordde de gemaakte bezwaren met het magtwoord: »zoolang ik Gouverneur van Suriname zal wezen, zal Mettray op Lustrijk blijven, het koste wat het wil."
Hoe de goede bedoelingen der Nederlandsche regering in Suriname verijdeld werden, blijkt o. a. uit de bekende zaak met de Chinesche Immigranten. Door hen, die de afschaffing der slavernij tegenstaan, wordt immer beweerd, dat eene voorafgaande Immigratie noodig zij, en aangedrongen, dat de regering hierin den planter te gemoet kome. Om hieraan eenigermate te voldoen had het Nederlandsch Gouvernement aan den Nederlandschen Consul te Macao belast Chinesche arbeiders voor Suriname aan te werven; hieraan werd voldaan en met 500 Chinezen een contract gesloten om voor een bepaalden tijd en tegen vastgestelde voorwaarden in die kolonie veldarbeid te verrigten.
Dat het geroep om Immigranten meestal slechts als een voorwendsel ter vertraging der Emancipatie wordt gebezigd, werd hier op nieuw duidelijk bewezen. De Chinesche Immigranten werden in April 1858 te Suriname verwacht; in het Gouvernementsblad werd dit bij herhaling bekend gemaakt; doch in plaats dat zich dadelijk vele huurders aanmeldden, kwamen er slechts enkelen en deze nog onder voorbehoud: van voor hen voordeelige conditiën te bedingen.
Schimpf gaf aan die vorderingen toe, waardoor het Gouvernement groote geldelijke schade leed, dat echter niet kon vermeden worden, zoo hetzelve de Immigranten niet alle voor zijne rekening wilde nemen; maar hij ging verder; want, toen de Chinezen in het laatst van April in Suriname aankwamen, werd door hem de bepalingen van het door den Nederlandschen Consul met hen gesloten contract ten voordeele der huurders gewijzigd. En toch nog vonden zij moeijelijk huurders.
De Chinezen, ontevreden over de eigenmagtige wijzigingen en over de behandeling, die zij op de plantaadjes ondervonden, weigerden op enkele plantaadjes te arbeiden en kwamen in verzet, het eerst op de Drie Gebroeders, toebehoorende aan van Emden, den vriend van den Gouverneur. De Chinezen werden zonder vorm van proces, in strijd met de bestaande reglementen [1350], met rietslagen door de policie afgestraft, terwijl die onwettige behandeling later meermalen werd herhaald.
De Nederlandsche regering is op dit feit van onwettige strafoefening [1351] opmerkzaam gemaakt; in de Tweede Kamer is de Minister van Koloniën (Rochussen) er over geïnterpelleerd; doch--gelijk meermalen--heeft de Nederlandsche regering zich tegenover de Surinaamsche reactie zwak betoond. Het door den Nederlandschen Consul met de Chinesche arbeiders gesloten contract is niet krachtig gehandhaafd; men heeft de Chinezen niet in het gelijk gesteld, gelijk regtmatig ware geweest, doch getracht een en ander zoo wat te schikken, te plooijen; vele Immigranten zijn door het Gouvernement in dienst genomen, anderen (op voor het Gouvernement zeer nadeelige voorwaarden) bij sommige planters, en later is de schuld der mislukking dezer proeve van Immigratie geworpen op de Immigranten zelven, die zich niet openlijk in geschrifte kunnen verdedigen, en wie men dus gemakkelijk beschuldigen kan [1352].
Willekeurig werd ook door Schimpf gehandeld omtrent de bij Koninklijk besluit van 1 Julij 1856 benoemde ambtenaren (Landdrosten), die voor eene behoorlijke naleving der reglementen op de behandeling van de slaven moesten waken en aan wie het beheer der divisiën zou worden opgedragen.
In de instructie dier ambtenaren heerschte zekere onbestemdheid, want, door hen ter beschikking van den Gouverneur te stellen, werd de al of niet plaatsing aan den Landvoogd eenigermate overgelaten, en van die onbestemdheid werd in Suriname gebruik gemaakt, om de goede bedoelingen der regering te verijdelen. In Suriname heeft, vooral de reactionnaire partij, bezwaar tegen een onpartijdig en deugdelijk toezigt over de behandeling jegens de slaven, en vooral indien dit zal worden uitgeoefend door mannen, die niet als voorstanders van het oude regime bekend staan. Schimpf handelde dus geheel in den geest dier partij toen hij de naar Suriname gezonden Landdrosten, onder verschillende voorwendsels, niet in functie liet treden. Een geruime tijd hebben deze ambtenaren voor niets tractement genoten; sommigen zijn in andere betrekkingen geplaatst; terwijl anderen, het langer wachten en doorbrengen van hunnen tijd in ledigheid moede, naar Nederland zijn teruggekeerd.