Geschiedenis der Europeesche Volken
Chapter 50
Evenals bij de bewoners der Schotsche-Hooglanden, evenals bij de oude Baskiërs in Spanje, bij wie ieder zich een edelman verbeeldt te zijn, evenals bij alle overblijfselen der eerste volkenrassen van Europa, vindt men ook bij hen veel adeltrots. Verscheidene der voornaamste geslachten van Frankrijk behooren oorspronkelijk in Bretagne te huis, zoo b.v. de Rohans, wier brieven van adeldom reeds door Noach in de ark werden gered. In dit oude dichterlijke Bretagne, hebben de Fransche dichters en letterkundigen, tot aan de "Kruisvaart van Ploërmel" toe, meermalen de onderwerpen voor hunne novellen, romans en opera's opgedaan. Een treurige, droefgeestige toon heerscht, evenals bij alle overwonnene, sedert eeuwen onderdrukte volken, door alle gedichten der Bretons. "Deze langzaam verdwijnende en uitstervende stammen," zegt een Franschman van hen, "gebruiken hunne laatste ademtochten, om hunne herinneringen op te sieren, om zich zelve hunne ongelukken te verhalen. Zij tellen de dooden op, die in hunne veldslagen gevallen zijn, zij wijzen op de oude graven en ruïnes, op de verwoeste woningen van hun land, die nu met gras begroeid zijn, waar, zooals zij zich uitdrukken, de klaver bloeit, rood van het bloed der Bretonsche krijgers."--Verscheidene oude volksfeesten zijn nergens in Frankrijk zoo plechtig, en zoo overeenkomstig het karakter van het volk, als in Bretagne. Zoo b.v. het Kerstfeest, dat waarschijnlijk niets anders dan eene Christelijke opsiering van een druïdisch winterfeest is. De zoogenaamde Kerstmis-zangers spelen daarbij eene belangrijke rol, en zijn om hunne liederen, die zij, van huis tot huis trekkende, zingen, overal welkom. Zij moeten, naar gezegd wordt, in hun geheugen de schoonste proeven der oude Celtische dichtkunst bewaard hebben.
Deze merkwaardige volken-oase in het bergachtig Westelijk uiteinde van Frankrijk, kreeg nog herhaalde malen uit Engeland toevoer van Gallisch bloed, wanneer het Celtische ras daar door vreemden in het nauw gebracht werd. De voor de Pikten en Skoten en later voor de Angelsaksers vluchtende Britten, gingen bij scharen naar hunne oude broeders in "_Armorica_", en van dezen ontving later het land, in tegenstelling met Groot-Brittanje, den naam _Britania Minor_ (Klein Brittanje).
Tot op de jongste tijden toe, hebben de Britten in Frankrijk, en die in Engeland, met elkander op vriendschappelijken voet geleefd en zich met elkander omgewisseld. Nog voor eenige jaren, vereenigden zich de patriotten van beide takken van den ouden Celtischen volkstam, tot een feest in Wales, om gezamenlijk in hunne volkstaal het oude Bretagnische lied te zingen: "neen, Arthur is niet dood!" waaraan zij ongeveer eene zelfde beteekenis gaven als de Polen aan hun: "Polen is nog niet verloren!"--Lodewijk Filips begon het krachtigste middel ter ondermijning van deze oude volks-ruïne aan te wenden. Hij liet de Vendée en Bretagne, het vaderland der Celtische Chouans, met straatwegen doorsnijden. En onze spoorweg-eeuw zal hen nu wel geheel medesleuren in den draaikolk der wereldgeschiedenis, en hunne taal en gewoonten geheel doen verdwijnen.
Zooveel van de volksstammen, die de tegenwoordige bewoners van Frankrijk en hunne nationaliteit tot voornaamsten grondslag dienden. Ik ga nu over tot de elementen, die op deze oorspronkelijke Celtische stammen van buiten af geënt zijn, en zich met hen vermengden.
De geschiedenis is niet bij machte de groote tijdruimten te meten, waarin de oude woeste Galliërs, onvermengd en onveroverd, door hunne inheemsche Druïden en Vorstengeslachten bestuurd, in hun vaderland huisden. De Romeinen waren, nadat zij in den loop der jaren tot macht geklommen waren, geheel Italië aan zich onderworpen en Carthago's macht gebroken hadden, de _eerste_ buitenlanders, die het geheele land en volk der Galliërs onderwierpen, en hen eene even zoo wezenlijke verandering deden ondergaan, als zij zulks ook met de Iberiërs in Spanje hadden gedaan.
De door Cesar bewerkstelligde vernietiging van de wilde onafhankelijkheid der Galliërs, is tot op heden de gewichtigste gebeurtenis in het leven der bewoners van Frankrijk geweest. Door haar werd de oude versnippering in stammen, de bij alle Celten gebruikelijke indeeling in Clans, opgeheven, en werd eene grootere gelijkheid in taal en zeden ingevoerd.
Door de Romeinen allen op gelijke wijze behandeld, smolten de Gallische stammen als onderdanen, inniger samen tot een volk van dezelfde physionomie. De Romeinen verzachtten hunne zeden, schaften den somberen godsdienst der Druïden, die zelfs menschen-offers verlangde, af, en voerde de beschaving van het Zuiden en Oosten in het geheele land in.--Zij bereidden daardoor de Galliërs ook voor tot de aanneming van het Christendom, dat even als de beschaving en eene rijke literatuur, uit Italië tot hen overgebracht werd.
Geen Europeesch volk, behalve Italië, hebben de Romeinen in zoo hooge mate geromaniseerd als de Galliërs. De Celtische taal werd overal, tot op genoemden engen kring in _Armorica_, verdrongen, en de Romeinsche taal kwam langzamerhand bij alle klassen van het volk in het Noorden en het Zuiden, in hare plaats.
Toen de Romeinen begonnen, hunne armen nog verder over het Noorden van den _Orbis terrarum_ uit te strekken, werd Gallië, zooals door de boven opgegevene geographische ligging als het ware van zelf aangegeven werd, hunne hoofdburcht in Westelijk Europa. Zij voerden de geromaniseerde Galliërs, onder wie zij hunne legioenen rekruteerden, langs alle wegen, waarlangs zij reeds vroeger als zuivere Celten, gemarcheerd waren.
Reeds Cesar trok met behulp zijner Gallische legioenen den Rubicon over, en veroverde met hen weder Rome, dat hunne voorouders reeds eens onder "Brennus" door storm genomen hadden. Van uit Gallië en met de Gallische legioenen werd in het Westen de onderwerping van Spanje voltooid, en in het Oosten de Rijn beheerscht. Ook deze nu beschaafde Galliërs, drongen onder de vanen der Romeinen het land der Britten, hunne voormalige barbaarsche broeders, weder binnen.--De gelatiniseerde Galliërs namen, even als aan de krijgstochten der Romeinen, ook aan hunne werkzaamheden deel. Zij werden Romeinsche burgers. Vele der "Romeinsche" dichters en schrijvers waren van Celtisch bloed, en vele der tot den troon verhevene Imperatoren waren uit Gallië geboortig.--Eenige Romeinsche Keizers hadden daar hunne gewone residentie en regeerden van daar uit de wereld, en een overblijfsel van het Romeinsche Keizerrijk bestond zelfs in Gallië iets langer dan in Italië zelf.
Daar veel van hetgeen de Romeinen in Gallië op den ouden Celtischen bodem geplant en in het leven geroepen hebben, evenals de door hen uit Italië daarheen gevoerde olijf- en wijnbouw, door alle eeuwen heen tot op den tegenwoordigen tijd daar voortgewoekerd en voortgewerkt heeft, zoo is het niet te verwonderen, dat de Franschen Cesar, die dit en zooveel anders invoerde, in zoo hooge waarde houden en hem als den eersten souverein van Frankrijk, als den grooten schepper of stichter hunner nationaliteit, den grondvester hunner beschaving, den Mozes of Jozua van hun volk vereeren.
Ten slotte moet ik hier nog opmerken, dat opmerkzame waarnemers nog heden ten dage, een tamelijk belangrijk onderscheid willen zien, in den graad van romaniseering der verschillende deelen van Frankrijk. Zoo wil men in het algemeen een opvallend verschil opgemerkt hebben, tusschen het type der stedelingen en dat der landlieden in Frankrijk. Deze laatsten zijn veel Celtischer gebleven. "In de grootere provincie-steden wordt eene ontwikkeling waargenomen, die het door de Romeinen opgedrukte stempel nader komt, dan in de kleine landstadjes." Maar ook daar, waar de bevolking het meest met de Romeinen vermengd werd, is, zooals reeds gezegd werd, het Celtische type niet verdwenen.
Na den ondergang van het Romeinsche rijk, volgde de tweede invloedrijke en gewichtige overstrooming der Celten door eene vreemde volken-stof. De Germanen drongen over den Rijn, overstroomden even als het _geheele_ Romeinsche Europa, zoo ook Gallië.
Hier verdeelden zich aanvankelijk drie verschillende Duitsche stammen over het land. De Bourgondiërs nestelden zich in het Zuid-Oosten vast. Hun rijk omvatte het geheele gebied en het stroomstelsel der Rhône, het oude Provincia. De West-Gothen bezetten het Zuid-Westen en beheerschten het stroomgebied der Gironde, met het Pyreneesche schiereiland, dat zij eveneens veroverden, en van waar uit zij het genoemde gedeelte van Frankrijk regeerden. Men kan zeggen, dat beide stammen gezamenlijk het geheele Zuiden innamen.--De Franken eindelijk onderwierpen de Noordelijke vlakten, het stroomgebied der Seine en het geheele land tusschen den Rijn en de Loire of het Noorden.
Deze laatsten, de Franken, muntten boven alle Duitsche stammen uit, door hunne staatkundige énergie en bekwaamheid. Hun opgewonden karakter maakte hen er geschikt voor, om aan het zich uit den chaos der volksverhuizing op nieuw gevormd hebbende Gallië tot kern te dienen, en ook tot centrum van het kristallisatie-proces, en aan het in den loop der eeuwen daaruit voortkomende nieuwe volk en rijk hunnen naam mede te deelen.--Zij sloegen van het Noorden af, eerst de West-Gothen uit het veld, en verdreven vervolgens de Bourgondiërs tot aan de Alpen.--En tegelijk bewaarden zij Frankrijk, door de roemrijke overwinningen onder aanvoering van hunnen Karel Martel, voor een onder de bedrijven dreigenden, ten eenen male anti-Europeeschen inval, voor dien der Arabieren namelijk, die in de 8ste eeuw de West-Gothen in Spanje hadden overwonnen, en weldra ook aan deze zijde der Pyreneën in Zuidelijk Frankrijk verschenen waren. Daar hebben deze Oosterlingen zelfs nog _na_ de overwinningen van dien Frankischen Martel, eene streek aan de zeekust, namelijk den omtrek van Narbonne, bezeten, van waar uit zij hunne strooptochten naar het binnenste gedeelte van Frankrijk geruimen tijd herhaalden. Ofschoon de Arabieren in Zuid-Frankrijk niet geheel zonder invloed bleven op de vorming der nationaliteit aldaar, ofschoon vooral de Zuidelijke Franschen, even als de Spanjaarden, vele poëtische indrukken van de Arabieren ontvangen hebben, en men ook in de Fransche taal eenige sporen van het Arabisch ontdekt heeft, zoo kan in de geschiedenis der _Fransche_ nationaliteit, deze Arabische inmenging, die zich bij de _Spanjaarden_ zoo diep doet gevoelen, als van weinig belang beschouwd worden, en mag hier slechts ter loops er melding van gemaakt worden.
Onder de Karolingers beheerschten de Franken Gallië over zijne geheele uitgestrektheid; aanvankelijk omvatte wel het Frankenland ook nog vele andere landen, bijna geheel Duitschland en Italië; maar in het jaar 843 werd dit groote rijk, door het beroemde verdrag van Verdun, tot hare door geographische en ethnographische betrekkingen aangewezene natuurlijke grenzen teruggebracht. Het wezenlijk _Celtisch-Romanische_ Westelijke land, scheidde zich van het wezenlijk _Duitsche_ Oostelijke land af, en vormde nu, als een, den gang zijner eigene ontwikkeling volgend volk, een rijk onder den bij voorkeur blijvenden naam "_Francia_" of "Frankrijk," en dat wel min of meer binnen de grenzen en den omtrek van het oude Gallië.--Ik zeg, min of meer; want zeker ontbrak er gedurende geruimen tijd nog veel aan, voor dit raam, door een eenig en eensgezind nationaal- en rijkslichaam, was ingevuld. Het gedeelte in het Oosten, het Rhône-dal, bleef nog langen tijd een op zich zelf staand land en volk, dat als oud- en nieuw-Bourgondisch rijk, eenigen tijd zelfstandig bestond en later met het Duitsche Keizerrijk verbonden was. Verscheidene Celtisch-Romanische landstreken in het Rijngebied, waren bij het zoogenaamde Lotharingsche rijk ingelijfd, dat, even als Bourgondië, dikwijls eene twijfelachtige positie tusschen Galliërs en Germanen innam, maar grootendeels met het Duitsche Keizerschap verbonden bleef.--De oude "hoorn van Gallië," dat lange en breede schiereiland, Bretagne, leefde onder eigen Vorsten nog lang een staatkundig afgezonderd leven, en het andere, het ten Noord-Oosten aangrenzende schiereiland, werd spoedig na de Carolingers weder door een nieuwen Germaanschen volkenstroom uit Skandinavië van het hoofdlichaam afgescheurd, en bestond eenigen tijd als een op zich zelven staand Vorstendom, het zoogenoemde Hertogdom Normandië.--Ook stonden, toen deze Hertogen van Normandië, Koningen van Engeland geworden waren, gedurende de middeneeuwen somwijlen groote gedeelten van Frankrijk, onder den invloed en de heerschappij der Engelschen. Daar verder ook bovendien hier en daar aanzienlijke Vorstengeslachten, in sommige gedeelten van het lichaam des lands, als Souvereinen regeerden, zoo ontbrak er, zooals reeds gezegd is, veel aan, dat overal de invloed van eene eenige normale taal, ras, nationaliteit en gebruiken, spoedig overal alles gelijkmakende, had kunnen doordringen.
Overal in Frankrijk groeiden en woekerden gedurende de midden-eeuwen, op den ouden bodem, provinciale eigenschappen en gewoonten, lokale dialecten en literatuur, welig voort.--Het eenige, wat dit geheel midden-eeuwsche Frankrijk ethnographisch voortdurend vereenigde, was die van de Romeinen afkomstige, vast gelegde oud-Celtisch-Latynsche ondergrond, die, zooals gezegd is, echter menigvuldige bijkleuren en nuances aannam.
Het was een groot geluk voor de Fransche nationaliteit, dat bij alle splitsing, toch _een_ eenige politieke kern, een meer of min machtig en erfelijk Koningsgeslacht, in eene vaste nooit verplaatste hoofdstad, in het te midden van alle harrewarrerijen steeds groot wordende en in bloei toenemende Parijs, dat reeds in de 5de eeuw de Merowinger Clovis tot zijne residentie uitgekozen had, is blijven bestaan. Hoe langzamerhand van deze kern uit, alle deelen van het land samenkwamen, hoe de eene onafhankelijke provinciale-vorst na den anderen door zulke machtige onbeperkte heerschers, als een Filips Augustus, een Lodewijk XI, een Karel VIII en later door de sterke hand van een Richelieu gebogen werden,--hoe de vreemdelingen, de Noormannen, de Engelschen, de Duitsche Keizers, de Spaansche Vorsten van Navarre en Catalonië, weder van den ouden Gallischen bodem verdrongen werden,--hoe van het steeds schitterender, steeds meer om zich heen grijpende, steeds meer alles vereffenende Parijs, ten slotte een eenige spraakvorm, een eenig zedenstempel, een gemeenschappelijk patriotsch nationaal-gevoel het geheele land en volk aangreep, en hoe ten gevolge daarvan de oude Galliërs in de gedaante van een der machtigste en meest eensgezinde natiën, die der nu zoogenaamde "Franschen" weder opleefden, dat is de geschiedenis van een 1000 jarig proces, vol van de meeste afwisselingen geweest.
De verovering van Gallië door de Duitschers, die het begin van dit proces vormt, heeft zich, hoe stormachtig zij ook was, op verre na niet zoo doortastend, veranderingen aanbrengend en voordurend bewezen, als de vroegere, die der Romeinen.--Duitsch bloed, Duitsche wijze van zijn, Duitsche taal, dit alles is met der tijd weder uit Frankrijk verdwenen. Daar de Duitschers wel als dappere maar onbeschaafde veroveraars en meesters, en niet zooals de Romeinen tegelijkertijd ook als leermeesters en zedepredikers, en als deze met den geheelen toestel van beschaafde, gezellige toestanden, kunsten en handwerken, maar eenvoudig alleen met het zwaard kwamen; daar zij bovendien uit een zwakker bevolkt in een dicht bewoond, bebouwd en stedenrijk land overgingen, zoo moest wel hun type voor dat van de ingezetenen des lands wijken, zooals bij alle vermengingen van de volken der wereld, altijd verstand en beschaving per slot van rekening de overwinning behaald hebben op physiek geweld. Daarbij moet men echter opmerken, dat de Duitsche Franken in Frankrijk, niet zoo snel wegsmolten als de Duitsche Gothen in Spanje of de Longobarden in Italië; Frankrijk betoonde zich ook daarbij als een tusschen- of overgangsland tusschen het Germaansche Noorden en het Romaansche Zuiden.
Van de vijfde eeuw af, toen de Duitschers Frankrijk veroverden, tot aan den tijd van Karel den Groote en tot aan het verdrag van Verdun, en nog iets later tot na het midden der 9de eeuw, dus meer dan 200 jaren langer dan in Spanje, hebben in Frankrijk Duitsche taal en zeden naast de Celto-Romaansche geheerscht.--De heeren van het land, de gebiedende grondbezitters, de adellijke geslachten waren allen blondharige blauwoogige Germanen. De wetten en bevelen werden in Duitsche taal gegeven. Het Duitsch zou zelfs ten tijde van Karel den Groote nog de hoftaal geweest zijn. Nog in het begin der 9de eeuw werd op de kerkvergadering in Tours bevolen, het godsdienstonderwijs in beide talen te geven. En toen ten tijde zong men nog in Frankrijk, ter eere der Koningen Duitsche lof- en zegeliederen, zooals b.v. het beroemde Lodewijkslied, ter eere der overwinning van Koning Lodewijk III op de Noormannen in het jaar 881, een kostbaar oud monument der Duitsche taal, dat door een gelukkig toeval voor ons bewaard is gebleven, en waaraan nieuwere Fransche en Duitsche geleerden op even patriotsche wijze hunne opmerkzaamheid gewijd hebben.
Beide naast elkander bestaande talen onderscheidde men in Frankrijk, de Duitsche onder den naam "_lingua francica_" of "_francisca_" (de taal der Franken) en die der onderworpene inboorlingen onder den naam "_lingua Romana_." Bij de samensmelting van beide rassen behield deze ten slotte de overwinning, ofschoon gene aan het nieuwe product den naam gaf.--Met deze samensmelting ging het na het verdrag van Verdun, door meer dan eene oorzaak snel voorwaarts; daar geen nieuwe toevoer van Duitsch bloed van gene zijde van den Rijn meer plaats vond; daar de huwelijken onder elkander steeds talrijker geworden waren; daar de oude Germaansche geslachten uitstierven; daar de aanvankelijk ter nedergeworpene en gedecimeerde Romaansche provincie-bewoners, langzamerhand weder op hun verhaal kwamen, krachtiger werden en zich weder vermeerderden.
Reeds omstreeks het midden der 9de eeuw moesten de jonge Fransche geestelijken, om Duitsch te leeren, waarvan de kennis hun hier en daar van nut kon zijn, naar abdijen in Duitschland reizen. En omstreeks het einde der 9de eeuw was de Duitsche taal in Frankrijk nergens meer in gebruik. Zelfs de Noormannen in Normandië hadden toen reeds hun Noord-Germaansch tegen het Romaansch omgeruild. De overwinning van het Romanisme op het Germanisme was toen reeds overal beslist.
Op het nieuw ontstane volkswezen, dat nu sedert de 10de eeuw de geschiedschrijvers den naam _Franschen_ gaven, behield, ten minste wat taal, zeden en gezindheid aangaat, de Duitsche geest een tamelijk beperkten invloed. Al de dialecten en patois, die nu in Frankrijk ontstonden, zijn niet zoozeer te beschouwen als ontstaan uit eene verbinding van het Romaansche met het Germaansche element, maar veeleer als weder voortgekomen uit den Latijnschen en Celtischen ondergrond.
Ook tot de nieuwere Fransche taal, die langzamerhand eene algemeene heerschappij over al deze patois verkreeg, schijnt het Germaansch slechts weinig toe- of afgedaan te hebben. De Frankische, Bourgondische, Gothische en Noormansche krijgers, hadden zich van den beginne af, bij de vorming van dit Fransch uiterst passief gedragen. De innerlijke bouw en geest der taal is, naar het oordeel der kenners geheel anti-Duitsch, geheel Romeinsch-Celtisch gebleven. Ook in het fond der woorden vindt men in het Fransch niet veel overblijfselen van Duitsche uitdrukkingen. Slechts een zeer gering aantal Fransche woorden, en wel zulke, die op verschillende standen der maatschappij, op openbare ambten, op militair-, zee- en jachtwezen betrekking hebben, kan men tot Duitsche wortels terugbrengen.
Daarentegen laat zich in de behandeling der van de Romeinen en Celten overgekomene spraakstof, in de formatie en uitspraak der woorden, Duitsche invloed niet miskennen. In Italië en Spanje is de welluidende volle Latijnsche klank gebleven. In het Noordelijk gedeelte van Gallië echter heeft _daarin_, Duitsche taal en uitspraak meermalen den doorslag gegeven: De Franken en Noormannen hebben de Latijnsche woorden overal de karakteristieke eindsyllaben, die in de Germaansche taal onbekend zijn, ontnomen, of hebben ze tot doffe, toonlooze Germaansche halfvocalen verzwakt. Zoo b.v. het Romaansche _uno_, _una_ in _un_ en _une_, _vino_ in _vin_, _Roma_ in _Rome_. De fraaie, eenvoudige, welluidende vocalen veranderen zij in de onaangename, doffe nevenklanken; a in ä, o in ö, u in ü b.v. _clarus_ tot _clair_, _luna_ tot _lune_, _boves_ tot _boeufs_. Dikwijls trokken zij, iets wat de Engelschen nog meer deden, de lange Romaansche woorden tot kortere te samen b.v. _brevis_ tot _bref_, _crudeli_ tot _cruel_, _spiritus_ tot _esprit_, _profundus_ tot _profond_, _aurum_ tot _or_, _Johannes_ tot _Jean_ (geheel ons "_Jan_"). In plaats der eenvoudige, scherp geteekende Romeinsche consonanten, voerden zij dikwijls Germaansche ruischklanken in, b.v. in stede van _calore_, _chaleur_, in plaats van _cavallo_, _cheval_, _bouche_ in plaats van _bocca_. De Duitschers ontnamen op die wijze in Frankrijk veel welluidends en muzikaals aan de Romaansche taal, die zij aannamen.
Ofschoon volgens dit alles de _aard der taal_ der Franschen wel iets, maar over het geheel toch slechts weinig van het Germaansch element in zich bewaard heeft, zoo heeft toch in _andere_ opzichten de Fransche verovering op de natie een langdurigen invloed uitgeoefend, en moeten de Franken eenigermate, naast de Romeinen en naast de Celten, als de voorouders der tegenwoordige Franschen beschouwd worden.--Vooral bleef, even als in Spanje en elders, in het staats- en rechtswezen der Franschen veel Germaansch bestaan. "De Duitsche overwinnaar heeft in velerlei opzicht den overwonneling (wiens taal, zeden en vaderlandsliefde hij aannam) de publieke inrichtingen, die bij hem van kracht waren, aangebracht. In Noord-Frankrijk waren de zoogenaamde "_coutumes_," die op het Duitsche recht gebaseerd waren, zelfs tot in de 18de eeuw van kracht.--Het leenstelsel, de militaire-inrichting, het Frankische Koningschap, de geest der ridderschap, dit alles was en bleef langen tijd Germaansch. De onafhankelijke Fransche Koningstroon was oorspronkelijk eene Duitsche stichting, en de Franschen hebben het daarom oorspronkelijk, even als de Spanjaarden, alleen aan de Duitschers te danken, dat zij als een eigen en eenig volk, in de Europeesche familie hun hoofd verheffen. Want te voren, zoo lang zij enkel Celten waren, was bij hen, zooals ik zeide, eene groote versnippering in clans en stammen. Toen zij Romeinen werden, kwam er wel eene vereeniging, maar alleen door inlijving in een grooten, de wereld omvattenden staat. Eerst toen de Duitsche statenstichters onder de Galliërs optraden, verkregen zij het zuurdeeg, met behulp waarvan een brood gebakken werd--het hekwerk langs welke de Fransche wijnstok zich uit de verslapte Romeinen-wereld omhoog kon heffen, en tot eene groote en zelfstandige Europeesche volkenplant kon opwerken.