Geschiedenis der Europeesche Volken

Chapter 48

Chapter 483,514 wordsPublic domain

De Portugeezen hebben zich uitsluitend aan den zoom van den Atlantischen Oceaan opgehouden. Zij hebben alle mondingsgebieden der grootere Spaansche rivieren bezet, en langs dezen zijn zij maar zoover landwaarts ingedrongen, als zij bevaarbaar zijn, terwijl zij den Spanjaarden het bronnengebied en de diep tusschen de bergen ingeslotene bergstroomdalen overlieten.

Daar hun land openstaat voor de zee, zoo is ook het klimaat gematigder en vooral vochtiger dan dat van Spanje; Portugal is, geheel anders dan Spanje, een groot regenland. Zijne wijnen hebben dien ten gevolge eene wat mindere natuurlijke hitte dan de Spaansche. Zelfs de Koninklijke wijn van Oporto verkrijgt zijn gloed het meest door de spiritus, die aan het druivensap wordt toegevoegd. De Portugeesche wijnen hebben in het algemeen meer vet, hangen meer aan het glas en zijn zwaarder, dan de drooge, van nature vurige Spaansche wijnen, en ook dit wijst op een karakteristiek verschil tusschen beide landen en volken.

Over het algemeen zou men de Portugeezen, de Nederlanders van het Pyreneesche schiereiland kunnen noemen. Zij staan in allerlei opzicht tot de rots- en bergvolken van Spanje, als de Vlamingen en Batavieren tot de Duitschers. Zij zijn, hun oorsprong uit eene haven getrouw--men zou den naam _Portugeezen_ in _havenlieden_ kunnen vertalen--groote schippers en handelaars geweest. Zij hebben dien ten gevolge ook meer het burgerlijke en neringdoende element in zich opgenomen, dan de ridderlijke Spanjaarden. Zij zijn werkzamer dan deze. Als oude handelsvolken openbaren zij in hun geheele wezen iets weeks en buigzaams, in tegenstelling met de Spanjaarden, die door het harder, hooghartiger, ruwer wezen eens bergvolks bezield schijnen te zijn. Het is een min of meer dergelijk contrast, als men aantreft bij den Skandinavischen stam, in de Denen en Zweden.

Veelvuldig openbaart zich die grootere weekheid van het Portugeesche wezen, in hunne taal en literatuur, waarin b.v. de bij de Spanjaarden zoo nationale dramatische en historische voortbrengselen ontbreken, terwijl de herder-dichten door geen volk in zoo hooge mate beoefend werden als door de Portugeezen. Even als de Italianen weinige dichters gehad hebben, die niet iets satirieks hebben voortgebracht, zoo tellen de Portugeezen bijna geen dichter, die niet in eclogen, idyllen, bukolische en erotische gedichten ruimschoots het zijne heeft gedaan. "Elegische sentimentaliteit en droefgeestige zwerving van gedachten, is een hoofdtrek van hun karakter. Zelfs hunne edele ridders en Koningen, die in oude tijden bijna altijd in geestdrift ontstokene dichters waren, zongen in den regel het liefst van Amynthas, Chloë en Daphnis, en in geheel Portugal was bijna iedere berg een Parnassus, iedere bron een Castiliaansche bronwel."

Daardoor verschijnen zij ook overal als de lievelingen van Venus, en in hun groot heldendicht, de Lusiade, treedt in den raad der goden, de godin der liefde op als beschermster en voorspraak van Vasco de Gama en zijne Portugeezen, terwijl Bacchus, de god des wijns, de rol van hunnen tegenstander en verderver speelt, welk laatste, zooals ik hier ter loops opmerk, voor de in het eten en drinken zoo uiterste matige Lusitaniërs, even veel beteekenend is.

Even als in de keuze der geliefkoosde onderwerpen hunner dichters, zoo ontmoet men ook in de klanken en in den bouw der Portugeesche taal, iets ongemeens, weeks en zelfs iets zoets, zij begunstigt in hooge mate de uitdrukking van zachte en teedere gevoelens. Zij verwisselt overal de keel- en gehemelteklanken der Spaansche taal in sis- en tongklanken, en brengt meer klinkers bijeen dan de Spaansche.

In stede van den ruwen klank, die aan de Spaansche taal eigen is, bezit de Portugeesche meer de gladheid van het Fransch. Zij heeft met deze ook den eigenaardigen neusklank gemeen, die aan het Spaansch geheel vreemd is. Men schrijft dit en veel meer Fransch in het Portugeesch--gedeeltelijk ten minste--aan de eerste grondvesting der Portugeesche zelfstandigheid door bovengenoemden Franschen Prins toe, die met vele Fransche ridders en zangers in het land kwam. De Portugees heeft minder Germaansch of Gothisch, en ook minder Arabisch dan de Spanjaarden behouden.

Het Spaansch klinkt indrukwekkender en voornamer dan het Portugeesch, dat b.v. eene menigte volklinkende woorden,--die uit het fraaie land der welluidendheid, uit Italië en uit de taal van Rome, afkomstig zijn en aan wie de Spanjaarden hun Romeinsch karakter lieten--afgekort, verminkt en uitgewischt heeft. Wie zou niet het Spaansche _color_, _palacio_, _pueblo_, _madre_, _padre_, _poner_ veel welluidender vinden, dan de Portugeesche veranderingen _cor_, _paço_, _povo_, _may_, _pay_, _por_! Het Spaansche oor zijn dergelijke Portugeesche woorden onhoorbaar en zij schijnen hem bedorven, verminkt, plat Spaansch.--Ook in dit opzicht, verhoudt zich het Portugeesch weder nagenoeg tot het Spaansch als het Nederlandsch tot het Opper-Duitsch, welk laatste eveneens zoowel ruwer en volklinkender, als ook voornamer, deftiger en trotscher is dan het weekere en plattere Nederlandsch. Even als het een Duitscher zelden inviel Nederlandsch te leeren en zijne gedachten in die taal in te kleeden, zoo hebben ook de Spanjaarden zich bijna nooit op het Portugeesch toegelegd, terwijl omgekeerd bijna geen Portugeesch dichter genoemd kan worden, die het ook niet in den mannelijken, Castiliaanschen tongval beproefd heeft. Verscheidene Portugeesche classici behooren tot de literatuur van beide volken, wat men zeker van geen Spaanschen dichter zeggen kan.

Even als de taal der Spanjaarden, zoo was ook hun geheele leven en hun zijn, oorspronkelijker en rijker ontwikkeld, als zijnde dat van een grootscher, machtiger en talrijker volk. De Spanjaarden hebben in alle soorten der dichtkunst, in alle soorten van kunst en wetenschap uitgemunt. Bij de Portugeezen, die dikwijls slechts naäapten, vindt men menig geheel onbebouwd veld. In het satirieke en komieke genre b.v., waren zij zeer zwak en bewogen zij zich moeilijk. Een zoo fijne en scherpe geest als die van Cervantes werd nooit bij hen geboren. Ook in de schoone kunsten, de architectuur uitgezonderd, hebben de Portugeezen zelden iets groots voortgebracht. Hunne schilders en beeldhouwers kennen wij niet, terwijl die der Spanjaarden in de wereld algemeen geprezen worden.

Over het geheel is, na al wat wij boven opgemerkt hebben, de moreele invloed der Portugeezen op de Spanjaarden gering geweest, terwijl omgekeerd die der Spanjaarden op de Portugeezen zoo groot was, dat men zeggen kan, dat zij hunne naburen aan den oever der zee, meestal op sleeptouw hebben.

De Portugeezen hebben in de ontwikkeling hunner beschaving bijna altijd met de Spanjaarden gelijken tred gehouden. De perioden der poëzie en literatuur zijn bij beide volken geheel dezelfde, en evenzoo ook de tijdperken van bloei en verval hunner staatkundige macht. Werden in Spanje de troubadours, de Italianen of de Franschen nageaapt, gelijktijdig geschiedde zulks in Portugal. Had Spanje wijze, poëtische, de wetenschap hooge eischen stellende Koningen, dan had Portugal die ook. Stond in Spanje een Peter de Wreede aan het hoofd, dan had Portugal ook dergelijke despoten met dergelijke bijnamen. De beroemde Koningen van Portugal, Johan II, Emanuel en Johan III, waren tijdgenooten van de grootste Spaansche monarchen Ferdinand, Karel I en Filips II, en gewoonlijk hadden beide volken gelijktijdig hunne groote mannen en hunne groote omwentelingen.

Werd bij de Spanjaarden het Romeinsche recht of de inquisitie of eenige andere heilzame of onheilzame hervorming ingevoerd, zoo duurde het ook niet lang of zij werden ook bij de Portugeezen aangenomen. Hadden de Moriscos of Joden in Spanje vervolgingen der Christenen te lijden, zoo konden zij kort daarna in Portugal op hetzelfde rekenen, ofschoon het hier meestal zachter toeging, daar de Portugeezen zich, als alle handelsvolken, over het algemeen verdraagzamer getoond hebben dan de hooghartige en sombere Spanjaarden.

Binnen hetzelfde tiental jaren begaven zich de voornaamste zeehelden der beide volken scheep, en zeilden den aardbol rond, de eenen langs den Oostelijken, de anderen langs den Westelijken weg, ofschoon ter zee, van den beginne af aan, de Portugeezen iets op de Spanjaarden voor hebben gehad. Beide volken gingen, als eene dubbelster, bijna in hetzelfde oogenblik door het zenith hunner macht. En toch vindt men naast al die overeenkomsten in de geschiedenis hunner ontwikkeling, in hun karakter en hunne neigingen, en naast alle opgesomde aesthetische en literarische overeenkomst het merkwaardige, dat zij daarbij altijd in aangeborene vijandschap leefden, steeds de grootste antipathie tegen elkander koesterden, en even als een paar broeders of naburen, die vijandig tegen elkander over staan, alleen door de omstandigheden gedrongen met elkander gelijken tred hebben gehouden, om zoo te zeggen tegen wil en dank, dezelfde melodie, op slechts weinig van elkander verschillende instrumenten, gespeeld hebben.

In de oorlogen, die beiden--dikwijls met vreemden verbonden--tegen elkander voerden, hebben de Spanjaarden meestal het overwicht gehad. Ontelbare malen zijn zij Portugal als overwinnaars binnengetrokken, en hebben het nu en dan beheerscht, eens (van 1580 tot 1640) langer dan eene halve eeuw. Niettemin hebben zij het nooit blijvend kunnen verbreken, overmeesteren of met hun land ineensmelten, ofschoon het tot den huidigen dag een lievelingsidée der Spaansche patriotten is, alle stammen van het Pyreneesche schiereiland, _ook_ de Portugeezen, tot één groot rijk en volk te vereenigen.--En dit is een idée, welks verwezenlijking onze tegenwoordige eeuw met hare handelsvrijheid, hare spoorwegen, kanalen, bevaarbaar gemaakte rivieren, waarmede, de Spanjaarden zoowel als de Portugeezen, de scheidsmuren die tusschen hen bestaan, trachten omver te werpen, _misschien_ bewerken zal.

Hebben de Portugeezen reeds in hunne betrekking tot hunne buren, de Spanjaarden, meer eene lijdende of verdedigende, dan eene werkdadige en voorlichtende rol gespeeld, zoo is hunne inwerking op de beschaving van het overig Europa nog van veel minder beteekenis geweest. Van hoe veel meer gewicht zijn niet de Zwitsers en Nederlanders (ook slechts, even als de Portugeezen, kleine volken) voor Europa geworden. Onder de regeering van Koning Emanuel, in de 16de eeuw, was wel bij hen het middenpunt van den Europeeschen handel, was Lissabon wel eene wereldmarkt, waar men alle zeevarende volken aantrof; maar dit duurde niet lang, en van nog korteren duur was de roem van hun Coïmbra, als schitterendste Muzen-zetel van ons werelddeel. Hunne taal heeft men in het overig Europa even weinig geleerd en er even weinig notitie van genomen als b.v. van het Nederlandsch. Hunne taal is bijna even eng begrensd gebleven, als b.v. de tongval der Denen tot Jutland.--Van al hunne talrijke dichters heeft slechts _één_ zich een Europeeschen naam, in de geschiedenis der Europeesche ontwikkeling eenig gewicht verworven. Wij bedoelen den, door een hoogst ongelukkig noodlot vervolgden, door zijne tijdgenooten niet gewaardeerden, ja geplaagden armen soldaat, dien men later, opdat hij in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien, de hoogst ondichterlijke betrekking van lijkbezorger te Macao, in China gaf; dien men later, wegens eene vergissing in de administratie aan zijne betrekking eigen, in de gevangenis wierp, en ten laatste in een hospitaal als bedelaar liet verkwijnen en sterven. Onder al die mishandelingen en kwellingen, werkte die geestige man steeds aan zijne kunstrijke, prachtige verzen, waarin hij op onsterfelijke wijze den roem zijner landslieden, zijner Koningen en hunner voorvaderen bezong, de Portugeesche dichtervorst _Camoëns_, wiens Lusiade een bij alle volken bekend en bewonderd, in alle talen der wereld overgezet heldendicht geworden is.

Even als deze Camoëns van hunne dichters, zoo is van hunne geschiedschrijvers nagenoeg alleen Barros,--van hunne zeehelden alleen Magellaan, de eerste die een vaart om de wereld deed,--van hunne Vorsten, de groote Emanuel, die zich er op beroemde dat in zijn rijk de zon nooit onderging,--van hunne veldheeren Albuquerque, de veroveraar van Indië,--van hunne staatslieden Pombal, de verdrijver der jezuïten, bij alle Europeanen bekend geworden. Algemeen bekende Spaansche, Italiaansche of Fransche celebriteiten zijn er ontelbaar velen.--

Het voornaamste veld van de grootheid en de in de geschiedenis der ontwikkeling bekende werkzaamheid, der aan den uitersten rand van ons werelddeel geborene Portugeezen, ligt buiten Europa, aan gene zijde van den Oceaan, in Afrika, in Indië, in de nieuwe wereld, waar zij aan vele volken hunne taal leerden, hunne beschaving mededeelden; waar zij groote staten, Koningrijken en Keizerrijken stichtten; waar zich hunne geheele nationale neerlijkheid _overmachtig_ ontvouwde; waar zij zich echter, tegelijk met de gemakkelijk verworvene rijkdommen en de steeds toenemende luxe, ook de lust tot pronk en den tegenzin in den arbeid eigen maakten, die eene groote verslapping hunner energie ten gevolge gehad hebben, en waaruit zij zich eerst nu weder, na vele vergeefsche omwentelingen, tot nieuwe nationale werkzaamheid en bloei beginnen te verheffen.

GALLIË EN DE FRANSCHEN.

Ten Noord-Oosten van Spanje wordt door de elkander dicht naderende zeeën, het lichaam van ons Europa weder aanzienlijk verengd, en als ineengeregen. Het vormt om zoo te zeggen, den hals van het groote standbeeld van ons werelddeel.

Even als bij de buste van het menschelijk lichaam, zoo is ook bij ons werelddeel deze halsvernauwing van geen langen duur. Aan weerszijden vindt men de breede schouders. De borst van het "schoone Frankrijk," dat zijne armen, Italië en Groot-Brittanje, rechts en links uitbreidt, welft zich hier.

Bijna even scherp en duidelijk als het Spaansch hoofdgedeelte, heeft de natuur ook dit gedeelte van ons vasteland, als geheel op zich zelf staande gevormd en van de andere landen-massa's gescheiden; zij schijnt dit land oorspronkelijk reeds tot de woonplaats van een eigenaardig geslacht, tot het schouwtooneel van invloedrijke gebeurtenissen, tot wieg en bakermat van één volk, en tot het goed voorbereide fundament van een machtigen staat bestemd te hebben.

De Pyreneën is het als een parelsnoer om den hals gestrengeld. Als eene muur scheidt die keten het van het Iberische schiereiland. Zijne beide schouders worden door de zee bespoeld en zijn in scherpe kust-lijnen duidelijk afgeteekend. Op de hoogte der taille echter slingert zich de vaste gordel der Alpen, van den Jura, der Vogesen, der Ardennen, die het van Italië en Duitschland scheidt, waarbij echter in het midden (ter hoogte van Midden-Duitschland) het slot en de sluiting vergeten is.--Van de hooge grensomwallingen in het Oosten en Westen, loopt het land vlak naar binnen en naar het westen, alwaar het een bassin vormt, af.

De stroomen van dit bassin vormen een samenstelsel van eigenaardig tot elkander behoorende en door elkander gevlochten aderen, die allen als stralen uit een zelfde middenpunt loopen.--Geen van hen maakt zulke excentrische en afwijkende banen, als b.v. de Duitsche Donau naar het Oosten. Daar zij allen in hunne hoofdtakken in hooge mate bevaarbaar zijn, veel meer dan b.v. de kleine, korte bergstroomen van Italië, of de arm aan water zijnde stroomaderen van Spanje, zoo zijn zij zeer geschikt om bij wijze van band, de bevolking te zamen te houden en in elkander te versmelten. Zij worden door onbeduidende hoogte-ketens, dikwijls slechts geheel vlakke en kleine plateaus, nergens door zulke steile rotsgebergten als de Italiaansche Apennijnen, of als de Spaansche Sierra's, van elkander gescheiden, en zij konden alzoo, door handelswegen van den eenen stroom tot den anderen en door kanalen, tot een zeer nauw verbonden scheepvaart- en verkeerstelsel vereenigd worden. Strabo heeft gezegd, dat het schijnt alsof de Voorzienigheid de stroomstelsels van Gallië, volgens een vastgesteld plan, ter bevordering van het verkeer en ten gerieve der bewoners aangelegd heeft.

De geheele figuur van dit scherp afgeteekende gedeelte van Europa, is noch zooals Italië zeer in de lengte uitgestrekt, noch zooals Rusland overmatig breed, of als het Grieksche schiereiland verkorven en versnipperd. Het is veeleer een in hooge mate aaneengesloten, goed geëvenredigd geheel, en laat zich binnen den omtrek van een regelmatig vierkant of wel binnen dien van een cirkel vatten. Het strekt zich ook niet over zoo aanzienlijk verschillende luchtstreken uit, maar valt veeleer midden in den schoot van den gematigden aardgordel, en heeft daardoor ook in al zijne deelen een meer gelijkmatig klimaat, dan misschien eenig ander der _grootere_ onderdeelen van ons werelddeel. Frankrijk maakt met betrekking tot zijn klimaat een overgang uit tusschen het Zuiden en het Noorden, en staat midden tusschen het Oosten en Westen. Het is veel minder droog dan Spanje, niet zoo heet als Italië, op verre na niet zoo vochtig als Groot-Brittanje, en gemiddeld vriendelijker en zachter dan Duitschland of zelfs het verre Oosten.

Even als met betrekking tot klimaat en vorming der oppervlakte, zoo heeft het ook nog in andere opzichten niet die veelvuldige verscheidenheid zijner naburige landen, en is het eenvormiger dan deze. Het is over het geheel zeer geschikt tot de verbouwing der Europeesche granen, overal redelijk vruchtbaar en productief, en slechts bij uitzondering staan onoverwinbare hinderpalen de bebouwing van den grond in den weg. Nergens groeien de Europeesche vrucht- en ooftboomen beter dan daar. Ook valt bijna het geheele land nog in de streek van den wijnstok, wat, voor het karakter van klimaat en luchtgesteldheid, misschien van meer beteekenis is dan alles, wat men nog meer over zijne gemiddelde of zomer- en wintertemperatuur-graad zou kunnen zeggen.

Het is gemakkelijk te begrijpen, dat in eene landstreek van dergelijke gesteldheid, die in zoo hooge mate met alle naburige landstreken in contrast staat, die daarentegen in zich zelve eene zoo groote eenheid vormt, ook een bepaald volken-geslacht zich vastzetten en verbreiden, en in den loop der tijden eene bijzondere en eenige natie zich vormen moest.

Toch heeft men ook in Frankrijk, bij alle gelijkvormigheid in _het geheel_, verscheidene natuurlijke afscheidingen en geledingen, die zich in de geschiedenis van het volk van veel invloed getoond hebben, en op deze wil ik thans de aandacht vestigen. In de eerste plaats verbergt het land, trots die nagenoeg overal heerschende gelijkvormigheid in de verhoudingen van zijn klimaat, in zijn schoot een Zuiden en een Noorden. De Zuidelijke helft is merkbaar warmer dan de Noordelijke en nadert een weinig de natuur van Italië en Spanje, midden tusschen welke landen het gelegen is. Het Zuiden vormt ook daardoor een contrast met het Noorden, dat het bergachtiger is. Het bevat het eenige, tamelijk hooge en _echt Fransche_ bergstelsel, de Cevennen, met zijne vertakkingen.

Het Noorden is een breeder vlakte- en heuvelland, en neigt zich, zoowel wat zijn klimaat betreft als uit een geologisch oogpunt, tot de natuur van Engeland en Duitschland. Daar beide deelen, het Zuiden en het Noorden, door geheel verschillende zeeën bespoeld worden, gene door de Middellandsche, deze door de Atlantische Zee, zoo zijn ook daardoor hunne belangen, en hunne punten van aanraking met de buitenwereld, verschillend. Eene lijn, die Oostwaarts door het midden van Frankrijk, van Genève over Lyon naar den mond der Gironde gaat, mag ongeveer beschouwd worden het Fransche Noorden en Zuiden van elkander te scheiden.--Langs deze lijn loopt in Auvergne en in Limousin, eene reeks met bosschen bedekte bergen. Daar bestonden sedert de 12de eeuw groote kastanjebosschen, die hier eveneens de plantengroei-grens tusschen Noord en Zuid vormden.

Beide deelen van het groote land hebben, ten gevolge hunner contrasten, meermalen geheel verschillende lotgevallen gehad. Het Zuiden heeft in den loop der geschiedenis dikwijls bevolking en heerschappij met Italië en Spanje gedeeld, en is herhaaldelijk een tusschenlid, een doortrekkings-gebied tusschen deze beide naburige landen geweest. Het Noorden daarentegen is meermalen, zoowel ethnographisch als staatkundig, met het naburig Engeland, met de Nederlanden en met Duitschland vereenigd geweest. Nog tegenwoordig toonen Zuidelijke- en Noordelijke Franschen, in ras, zeden en taal een aanmerkelijk verschil, dat zoo groot is, dat zij zich dikwijls nog ternauwernood onder denzelfden naam begrijpen. De Zuidelijke-Franschen in Provence noemen zich b.v. liever alleen "Provençalen", en laten den naam "Franschen" bij voorkeur aan de Noordelijke Franschen. Het verschil tusschen Noord en Zuid toont zich, zoowel in de natuur des lands als in de geheele geschiedenis van het volk, van de oudste tijden af tot op de jongste tijden toe.

Ofschoon verder, zooals ik zeide, de deelen van Frankrijk ook door de figuur en den omtrek van het land, tot een in hooge mate compacten en in zich zelven besloten landenkring samengeweven zijn, zoo maken zich toch eenige dier deelen meer of minder van het hoofdlichaam los, zooals zulks bij voorbeeld zeer in het oogvallend het geval is met het lange schiereiland in het Westen, dat wij nu Bretagne noemen, en verder ook met het daarmede zeer veel overeenkomst hebbende Normandische schiereiland. Niet alleen geographisch, maar ook ethnographisch en staatkundig, hebben zich deze beide schiereilanden van het overige lichaam des lands gescheiden gehouden, hebben eene eigene bevolking gehuisvest, of somwijlen tot grondslag gediend voor afzonderlijke staten, als waren zij niet anders dan eilanden, die aan het hoofdlichaam van Frankrijk werden toegevoegd.

Iets dergelijks laat zich aangaande eenige riviergebieden van het land opmerken, vooral dat der Rhône, die, ofschoon met andere naburige Fransche stroomen verbonden, toch een zeer exceptioneelen loop heeft. Al de andere rivieren in Frankrijk loopen naar het Westen, en alleen de Rhône is van het Noorden naar het Zuiden gericht, en vormt daarom met haar een dergelijk contrast, als in Spanje het zoo exceptioneele Ebro-gebied ten opzichte der overige rivieren van het Pyreneesche schiereiland.--Meermalen heeft zoowel het Rhônegebied in Frankrijk als het Ebro-bekken in Spanje, een rijk en een volk op zich zelf gevormd.

Met uitzondering dezer meest opvallende natuur-verschillen en van zooveel andere kleine verscheidenheden, zooals die in ieder land voorkomen, staat Frankrijk echter--ik herhaal het--in hoofdzaak als een uiterst gelijkmatig geographisch, klimatisch, hydro- en orographisch geheel daar.

Nieuwere onderzoekingen hebben het waarschijnlijk gemaakt, dat de Noordelijke helft van dit land, even als geheel het overige midden- en westelijk Europa, oorspronkelijk door wilde jagersvolken van Finschen oorsprong bewoond is geweest, die noch de zee, noch de rivieren op grootsche wijze bevaren hebben, die ook, in kleine barbaarsche stammen verdeeld, niet in staat waren, een zoo grooten gemeenschappelijken staat, een zoo groot gebied als Frankrijk, tot een vaderland te stempelen of te benuttigen. Alle menschenschedels uit de oudste graven van Frankrijk dragen, naar de meening van Prichard en andere geleerden, een "Finsch" of "Mongoolsch" karakter.