Geschiedenis der Europeesche Volken

Chapter 42

Chapter 423,650 wordsPublic domain

Dat ten tijde der volksverhuizing, met de Germanen, vooral ook met de uit Hongarije hier binnenrukkende Longobarden, ook vele Slawen naar Italië kwamen, even als in onze dagen met de Oostenrijksche legers, is aan geen twijfel onderhevig. Hunne elementen zijn daar echter onder Germaansche namen verborgen.--Even zoo uitgemaakt zeker is het, dat de Noord-Oostelijke uiteinden van Italië, reeds in de 7de eeuw door Slawen omsingeld waren. De Slawische taal was toen zelfs aan het hof van den Hertog van Friaul in gebruik, en de Slawen trokken dikwijls over de Isonzo op Italiaanschen bodem, en stichtten daar steden, burchten en dorpen, die nu nog bestaan en waar beide talen, het Italiaansch en het Slawisch nog heden gesproken worden. Op eene tamelijk uitgestrekte lijn, langs de grenzen van Karinthië, Kroatië en Istrië, zijn Slawische en Italiaansche elementen met elkander vermengd, en deze grens is, door de veroveringen en volkplantingen der Italianen in Illyrië en Dalmatië, nog verder uitgebreid geworden. Daardoor werd Venetië zelve een middelpunt voor de Slawen, die als matrozen en soldaten daar heen gingen, wier voorname geslachten niet zelden in de Venetiaansche aristocratie werden opgenomen, en wier heldere geesten somwijlen deelnamen aan het streven der Italianen om kunst en beschaving te ontwikkelen.

Uit dit overzicht der vroeger Italië binnengedrongene volken, blijkt dus, dat dit land in oude tijden,--vóór Rome--door de meest verschillende stammen, men kan zeggen door gedeelten van alle in Europa en om de Middellandsche Zee wonende rassen, bewoond was, en dat het ook in het vervolg van tijden meermalen weder door al deze stammen, die daarheen als tot een geographisch middelpunt samenliepen, aangegrepen werd. Vraagt men nu, hoe al deze op het schiereiland van de vroegste tijden af voorhandene, en steeds op nieuw binnendringende vreemde elementen, zich tot één volk gevormd hebben dat in aanhoudenden strijd met hen eene gelijkvormige nationaliteit ontwikkeld en behouden heeft? Het is vrij wel uitgemaakt dat de eerste, en ook voor alle tijden voornaamste grondvesters van een "_Italia Unita_," de Romeinen geweest zijn.--Zij waren van oud-Italiaanschen stam en bewoonden het midden van het lange land, waar zich altijd de echte Italiaansche natuur zuiverder bewaard heeft, dan in de naar het Oosten gekeerde Zuidelijke punt, en in de, het Noorden de hand reikende, Po- en Alpendalen. Van uit het midden veroverden de Romeinen het eene der Italiaansche landschappen na het andere, het eerst die der met hen verwante Latijnen, Umbriërs en Samnieten, en ook die der zeer van hen verschillende Etruskers.--Hunne veroveringen sleepten niet alleen eene omverwerping van de oude staatsregelingen der onderworpene steden en staten na zich, maar ook eene vereenzelving in bloed, zeden en taal. Burgerlijke- en militaire koloniën trokken buiten de muren der stad Rome, en maakten het geheele land, waarover zij zich verbreidden, gelijkvormig. De groote land- en militaire wegen, die de Romeinen in de Apennijnen in verschillende richtingen aanlegden, brachten er het hunne toe bij, om het geheele schiereiland in een maatschappelijk geheel te hervormen. De scherp in het oog vallende volkseigenaardigheden verminderden allengs overal. De oude, zeer van elkander verschillende Oscische, Etrurische, Ausonische tongvallen, werden overal op den achtergrond gedrongen, de Romeinsche of Latijnsche taal werd overal de heerschende.

Op die wijze overal omwentelingen en volksplantingen aanbrengende, drongen de Romeinen ook het Grieksche Beneden-Italië en Sicilië binnen. Ook daar moesten Grieksche taal en zeden het onderspit delven voor de Romeinsche. Daar de Romeinen hier echter het gebied eener meer ontwikkelde en oudere beschaving binnenrukten, zoo konden zij er wel niet buiten, hier veel van aan te nemen, en van toen af aan ging derhalve ook de toenemende Latiniseering van het schiereiland, met de toenemende Helleniseering der Romeinen hand aan hand.

Van dit Zuiden, niet uit de muren hunner stad, waaruit zij anders alles van daan haalden, ontleenden de Romeinen den naam van het door hen tot één gemaakte en veranderde land en volk. Geene benaming zou er natuurlijker voor geweest zijn, dan de naam "_Romania_" (het land der Romeinen), want de Romeinen waren zijne scheppers.--In stede van dien duldden zij het, dat uit de zuidpunt van het land, wij kunnen niet meer nagaan _hoe_, de ten eenemale onbekende naam van een arm herdersgeslacht, zich als eene slingerplant uitbreidde en het geheele schiereiland overtoog. In de landpunt aan de zeeëngte van Messina, die wij heden ten dage Calabrië noemen, moet volgens de legende in oude, gouden tijden een Koning "Italus" geheerscht hebben, wien ter eere de menschen daar, die tot dien tijd toe "_Oenotri_" (d.i. de wijnbouwers) heetten, zich "Itali" en hun land "Italia" noemden.--Volgens anderen zouden de Calabriërs dezen naam, uit hoofde hunner schoone weidevelden, van oudsher gevoerd hebben; want "Italia" van oudsher verwant met het Latijnsche "_Vitulus_" (jong rund) moet zooveel als het runder- of weiland beteekenen. Nog tijdens den bloei van het oude Syracuse strekte zich echter deze naam, die voor zoo grooten roem bestemd was, niet Noordwaarts van het Calabrische schier-eiland uit. Langzamerhand sedert de 4de eeuw voor Christus geboorte, omvatte hij reeds het Zuidelijk Italië.--Tegen het einde dezer eeuw namen de Romeinen hem aan, toen zij Zuidelijk Italië veroverden; zij brachten hem verder Noordwaarts, aanvankelijk echter niet aan gene zijde der Toscane omgevende Apennijnen.--Daar scheidde de Rubico, eene kleine rivier in het Zuiden van Ravenna, nog lang dat wat men "Italië" noemde, van de Noordelijke Po-vlakte, die nog onder den naam "Gallië" begrepen werd. Eerst na de Punische oorlogen drongen de Romeinen ook als overwinnaars, koloniseerende en de oude Cis-Alpijnsche Galliërs hunne nationaliteit ontnemende, het Po-land binnen. Zij verbreidden hunne taal en zeden en die der nu met hen verbondene Italianen, van het Zuiden tot aan den voet der Alpen, die hun eene zeer natuurlijke grens van hun verruimd vaderland toeschijnen moest. Deze italianiseering van het Po-land was echter reeds lang half voltooid, voor men het den naam Gallië officieel ontnam. Eerst Keizer Augustus volgde de publieke opinie, die reeds toen algemeen tot aan de Alpen reikte, dat is, hij breidde den naam Italië zoover uit als die later bijna altijd gegolden heeft, tot aan den Varus of Var bij Nizza tegen Gallië, tot naar Istrië in het Oosten en tot aan de gletschers in het Noorden. Men mag dus Keizer Augustus als den schepper van het idee "Italië" en "Italianen" beschouwen.

De geheele bedwinging en verovering van Italië door de Romeinen, kan men beschouwen als eene vereeniging der Italianen tot één staat onder echt Italiaansche banier, als eene gelijkmaking en samensmelting van al het vreemde op Italiaanschen bodem tot één volk.--De Italianen hebben door de Romeinen onder alle volken in Europa, het eerst het voordeel behaald, dat zij, als een, wat taal, zeden, sociale en politieke inrichting betreft, vereenigd volk daar stonden, in een tijd, toen nog alle andere rassen van ons werelddeel in stammen en clans opgelost, door elkander lagen. Zulk eene nationale vereeniging was zelfs den zoo hoog beschaafden, maar altijd in tweespalt levenden Grieken nooit gelukt.

Het werk der, om zoo te zeggen voor de eeuwigheid bouwende Romeinen, heeft alle wisselvalligheden der volgende eeuwen overleefd. De door hen gelegde grondslagen voor de Italiaansche eenheid, vormen nu nog de basis der Italiaansche nationaliteit. Hunne, in het verloop der tijden gewijzigde taal, den door hen aan het volk, tusschen de Alpen en Sicilië, gegeven toon, en de herinnering aan hunne heldendaden, zijn in alle eeuwen tot op den huidigen dag, het patriotische cement geweest, dat de Italianen tot één volk verbond en verbindt.--Alleen de voorbereidselen der Romeinen maakten het mogelijk dat de liederen, in lateren tijd door een Dante of Petrarca aan den Arno gezongen, in het geheele land als uit het gemoed des volks voortgekomen, weerklonken.

De stempel, dien zij op het volk, tot aan den Var en tot aan den bovensten rand der Alpen, drukten, was zoo onuitwischbaar en vast, dat die altijd weder, door alle later daarover uitgeschudde elementen heen, te voorschijn kwam en zich overwinnend naar boven werkte, en dat Italië ten allen tijde daarnaar streeft, zich politiek binnen dezelfde grenzen te vereenigen, die Keizer Augustus het afbakende.--Deze vroeger door de Romeinen tot stand gebrachte vereeniging van geheel Italië tot ééne gelijksoortige natie, gaf den Italianen het groote overwicht over Europa, waardoor zij in staat waren ons werelddeel te veroveren. Italië werd onder de Romeinen in zoo hooge mate en in zoo uitgebreiden zin het levens-centrum van geheel Europa, als na hem geen ander Europeesch land en volk weder geweest is.--Het bloed en de denkbeelden van het geheele beschaafde _Orbis terrarum_, culmineerden en centraliseerden een vijfhonderdtal jaren in Italië.--"Rome ontving bij zich alle vreemdelingen, drukte hun zijn stempel op het voorhoofd en zond hen als Romeinen weder de wereld in."

Daar zij een zoo krijgshaftig, krachtvol, ernstig, consequent, gedisciplineerd, politiek en wetkundig volk waren, als men nauwlijks eenig ander in de geschiedenis aantreft, zoo hebben zij dien ten gevolge ook meer dochter-volken en dochter-talen in de wereld gebracht dan eenig ander volk.--Zij brachten eene min of meer algeheele romaniseering of italianiseering van alle landen en volken, van af Schotland tot aan Afrika, van het Pyreneesche schiereiland tot aan den Eufraat, tot stand. De in verschillende landen gesprokene talen werden, door de wereld veroverende Latijnen, niet alleen uit de gerechts-zalen en bestuurs-bureau's van het rijk, maar grootendeels ook uit de bijeenkomsten der beschaafde maatschappijen verdrongen; de Grieksche taal was bijna de eenige die naast die der Latijnen bleef bestaan. De bijzondere rechtspraak en de oude staats- en maatschappelijke instellingen der verschillende rijken, weken overal voor de algemeen in zwang komende rechtspraak en toestanden der Romeinsche monarchie.

Overal waar de Romeinsche soldaat zijn kwartier opsloeg, de Romeinsche kolonist zijne akkers omheinde, aan de Theems, aan den Donau, aan de Tigris en den Nijl, zetten zich ook de Romeinsche bankier en de Romeinsche koopman neder, begaven zich ook uit Italië de landmeters en de architecten, de opperpriesters en de advokaten, de schoolleeraars, de kunstenaars en de handwerkers heen. Overal werden de tegenstellingen uit den weg geruimd, die vroeger de nationaliteiten zoo streng van elkander scheidden, en naast de uiterlijke gelijkheid in de officieele taal, in het geld, de rechtspraak en de administratie, werd het geheele leven, denken en wezen der volken met Romeinsche elementen doordrongen. "Onder alle hemelstreken" zegt Prudentius, "leefden de menschen op Romeinsche wijze, als ware de geheele wereld slechts ééne Italiaansche stad."

Trots de later volgende eindelooze omwentelingen en volksverhuizingen is deze stempel, dien de Romeinen een groot gedeelte van Europa op het voorhoofd drukten, in den loop der eeuwen niet weder verloren gegaan. Waarheen wij ons ook wenden, overal ontmoeten wij nog heden ten dage hunne machtige en onvergelijkelijke inwerkingen. Zij lieten in ons werelddeel, de ver verbreide groep der naar hen genaamde Romaansche volken, achter.--Evenals de nationale geest en de taal der Italianen zelve, zoo rusten ook die der Spanjaarden, der Portugeezen, der Franschen, der Belgen, der ver langs den Donau verspreide Walachyers op de, door de Romeinen door romaniseering gelegde fundamenten.

Maar hun invloed op de beschaving van Europa steekt verre uit boven het bestaan hunner politieke macht en bloei. Zelfs nadat hun lichaam reeds lang dood was, waarde de door hen in het leven geroepen geest in Europa nog rusteloos rond, groote daden verrichtende en bijna nog meer volken bindende, dan hunne legioenen zulks vermocht hadden.

De met de Romeinen opgegroeide en door hen zeer ontwikkelde taal, bleef nog, bijna een duizendtal jaren na de ontbinding van het Romeinsche rijk, de taal van den beschaafden stand, der dichters, der diplomaten, der wetgeving en van het algemeen verkeer in ons werelddeel.--Zij verwierf zich zelfs het burgerrecht in landstreken, waarin Romeinsche krijgslieden nooit gekomen waren, b.v. ook in het geheele uitgestrekte land der Sarmaten en in Skandinavië.--Zij is nog heden ten dage naast hare zuster, de Grieksche taal, de taal der wetenschappen in zoo hoogen graad, dat men zelfs geene nieuwe uitvinding, geen aan de uiteinden der wereld gevonden plantje, gelooft wetenschappelijk geplaatst te hebben, wanneer men er geen Latijnschen naam aan gegeven heeft.--Nog omstreeks het einde der midden-eeuwen werden de dichters vóór Petrarca, niet voor dat wat zij in hunne _eigene_ taal gezongen hadden, maar voor hunne _Latijnsche_ gedichten op het Kapitool gekroond, zooals ook nu nog onze geleerden, alleen door in het Latijn geschrevene verhandelingen, den graad van doctor verwerven kunnen. [11]

Ofschoon de Romeinen geen oorspronkelijken naam voor den eeuwig bloeienden aanvoerder der Muzen uitgedacht, maar den naam "Apollo" onveranderd van de Grieken overgenomen hebben, ofschoon hunne poëzie niet oorspronkelijk was, maar er de "geestdrift der Grieken luide in weerklonk", zoo hebben zij toch alles, wat zij van Griekenland ontvingen, met eene zoo groote politieke macht gestut, dat zij en hunne taal de dragers en verbreiders ook der Grieksche ontwikkeling in Europa geweest zijn.

"Voor de schoone kunsten hebben de stijve, harde, punctueele, dappere, geheel door heerschzucht vervulde Romeinen het minst gedaan." Zij waren vreemdelingen op dit gebied, en bedienden zich hierop van bijna niets anders dan van het hoofd en de armen der Grieken. Niet ten gevolge eener warme geestdrift voor de kunst, maar ter opsiering hunner Keizerstad, plunderden zij de veroverde landen en voerden zij de kunstschatten naar Italië.

"Ook in de wijsbegeerte waren zij slechts napraters der diepzinnige Grieken. Men bemerkt dit het best in hunne taal, die zoo arm schijnt aan philosophische uitdrukkingen en kunstwoorden, dat Plato en Aristoteles moeielijk in goed Latijn kunnen vertaald worden."--Daarentegen hebben zij, als eene door en door tot heerschappij voeren geborene en gevormde natie, in hunne taal even als in hunnen geest en hunne wetgeving, alle bont geschakeerde rechtstoestanden en rechts-vragen van het burgerlijke leven beter doorschouwd, bewerkt en de taal daarvoor beter bruikbaar gemaakt, dan eenig volk te voren.

Hun recht heeft tweemalen de wereldkwestiën geregeld, eens, zoolang hunne Keizers nog den schepter zwaaiden, door den steun van hun overwinnend zwaard, en een tweede maal langs vreedzameren weg, ten gevolge der hulde, die men aan hunne juiste inzichten, principes en definities vrijwillig toebracht.--Het Romeinsche recht was reeds eens, ten gevolge van de stormen der volksverhuizing, buiten gebruik gekomen. Ja! de Justiniaansche codex, de quintessence van dit recht was, even als eens ten tijde der Makkabeën bij de Joden de Mozaïsche canon, verloren gegaan. Hij moest uit het puin der verwoesting weder voor den dag gehaald worden, even als de Laokoon-groep, de Venus van Medici en andere antieke standbeelden; en even als aan deze uitgegravene Grieksche kunstscheppingen zich een nieuw tijdperk der kunstgeschiedenis vastknoopte, zoo kwam ook uit het weder ontdekte Romeinsche wetboek, eene nog veel machtiger, laat geborene heerschappij der burgerlijke wetgeving der Romeinen te voorschijn.--Deze merkwaardige tweede verovering der wereld door de Romeinsche wet, ging in de midden-eeuwen van eene der voornaamste en oudste leer-inrichtingen in Italië, van Bologna, uit. Een geleerde, Irnerius, begon in de 15de eeuw de pandecten te lezen, te bestudeeren en te verklaren. Op zijn aandrang werden daarop Romeinsche recht-scholen gegrondvest, en toen weldra haar roem zich verbreidde, zonden de volken van allerwege hunne weetgierige afgezanten over de Alpen, werden de geduldige scholieren der, uit den mond der Italiaansche professoren tot hen sprekende, Romeinen, en staken nog eenmaal geheel vrijwillig hun nek in het Romeinsche juk.

De rechtsgeleerden der Romeinen brachten langzamerhand de onderwerping tot stand van geheel Germanië en van vele andere volken, die hunne veldheeren niet hadden kunnen bedwingen; de verhoudingen en toestanden van iedere stad, van ieder dorp in Europa, werden naar de uitspraken en besluiten der oude, reeds lang verstomde Romeinsche praetoren en Keizers geregeld.

Staten blijven niet eeuwig bestaan, Ook zijn reeds geheele geslachten Door der tijden wisseling vergaan, En dus als vergeten te achten. Maar aan den hoogsten bergtop gelijk, Door Aurora omkranst steeds met licht Is slechts de Vorst, aan schranderheid rijk, Die zoo veel goeds daardoor heeft gesticht.

Dit woord van den grooten Schiller, dat hij tot lof der groote mannen zong, mag men in nog hoogeren zin van toepassing beschouwen, op den geest van zulke krachtig optredende en verstandige volken, als de Grieken en de Romeinen. Even als de Montblanc werpen zij breede schaduwen over de landen heen; zij verlichten nog lang het landschap, als hun voet reeds lang in duisternis begraven is.--Zij zijn onsterfelijk, en zelfs als zij schijnen te sterven, is het eigenlijk geen dood, maar slechts eene verpopping en een weder opleven in anderen vorm.

Reeds terwijl hun door de barbaren het zwaard afgenomen was, hadden de Italianen zich een anderen schepter der wereldheerschappij gevormd. Rome had de zaden van het christendom in haar boezem opgenomen, en de uit dit zaad ontkiemende wijnstok, de macht van den Romeinschen bisschop, had zich ongemerkt en langzamerhand tegen den boom van het Keizerschap aangeklemd en was met hem opgewassen.--Nadat de barbaren den Keizerlijken eik geveld hadden, bleef de moeielijker op te ruimen rank der Kerk bestaan. Daar zij den wereldlijken schepter niet meer zwaaien konden, grepen de Romeinen naar den bisschoppelijken staf, en met dezen hebben zij langzamerhand in den loop der midden-eeuwen, door zachtere kunsten, door zachtere middelen en wegen, door woord en overreding, weder alle volken van Europa in hun net vastgesponnen.

Onder de vele gaven, die wij uit de handen van Rome en Italië ontvingen, is de gewichtigste: het Christendom. Het groote werk der verchristelijking, dat in Rome begonnen werd, werd van daar uit, door Italië's zonen, trots de stoornissen door het ongunstige politieke lot van hun vaderland, verder gebracht.--Er is een tijd in Europa geweest,--en die tijd duurde lang--toen Italianen, als zendelingen der nieuwe leer, door alle landen van ons werelddeel trokken, om het barbarendom en heidendom te bezweren, en toen Italianen aan de hoven der Koningen en in de hoofdsteden der volkeren, als kerkvorsten aan het hoofd der geestelijke zaken stonden. Daar zij als soldaten en praetorianen niet meer de Keizerskroon vergeven konden, begonnen zij nu het als priesters te doen. Sedert Karel de Groote, omstreeks het jaar 800, deze kroon uit de handen van Leo III had ontvangen, was Rome, de eeuwige stad, weder de hoofdstad der wereld. Het groote overwicht der door de Italianen gevormde, onderhoudene en grootgebrachte macht der christelijke kerk bewerkte, dat in de midden-eeuwen even als in de oudheid, de geschiedenis van Europa, Italië weder tot brand- en middelpunt verkreeg, waarop alle kampstrijden, de geestelijke zoowel als die van den krijg, gestreden werden.

"De Roomsch-Christelijke kerk, haar indrukwekkende ritus, de pracht en het betooverende van haar cultus, die den geest op verheven zaken leidt en de ziel tot godsdienstigheid opwekt, hare liefelijke aria's, hare indrukwekkende kooren, hare schitterende versierselen, de groote, majestueuse ruimte harer Godshuizen, het bekoorlijk poëtische waas, dat haren geheelen godsdienst een zoo verheerlijkt uiterlijk geeft, hare aantrekkende geheimzinnigheid, die het gemoed naar hoogere sfeeren brengt"--dat alles is een werk van Italiaansche vinding en kunst.--In alle landen van Westelijk- en Midden-Europa, noordelijk tot aan de Noordkaap, en oostelijk over de grenzen van Sarmatië, verbreidde zich deze door de Italianen geregelde godsdienst en de door hen georganiseerde kerkelijke heerschappij. Overal diende men God op Italiaansche wijze en in de door de Italianen over de wereld verspreide taal. "Italië was de opperheerscheresse in het rijk der hoogste geestes-aangelegenheden."--In de 11de eeuw, toen den geweldigen Benedictijner-monnik Hildebrand de driedubbele kroon op het hoofd gezet werd, bereikte deze theocratische monarchie der Italianen, die bijna geheel Europa omvatte, even als eens onder Augustus hunne militaire monarchie, hare voltooiing.

Even als die jonge Mongoolsche paardenhoeder, en nog met meer recht dan Dschingis-Chan, kon de geniale zoon van een Italiaanschen handwerker zeggen, "de geheele wereld draait zich om mij, als om haar middelpunt."--De Keizers hielden de stijgbeugels der hoogepriesters van Italië, en de Koningen van Europa kwamen om hun den pantoffel te kussen. De macht dezer Romeinsche Kerkvorsten heeft nog langer geduurd dan die der Romeinsche consuls, en hunne reeks is langer dan die der Romeinsche Imperatoren. En ofschoon later ook deze wijze van Italiaansche suprematie, even als die welke zij door hunne Imperatoren over Europa uitgeoefend hadden, door een nieuwen geestelijken Arminius in de wouden van Duitschland gebroken werd, zoo is toch nog heden ten dage een groot gedeelte van ons werelddeel, met betrekking tot hun werkelijk leven en godsdienstig denken, als geitalianiseerd, of als onder den invloed van Italië staande, te beschouwen.

Ja, het terrein, dat in Duitschland en in het Noorden van Europa voor het Pausdom verloren ging, werd rijkelijk vergoed door de provinciën, die zijne zendelingen, zijne jezuïten en bedelmonniken aan gindsche zijde van den oceaan in de nieuwe wereld veroverden.

En dit Pausdom, deze door Italië voortdurend uitgeoefende geestelijke wereldheerschappij, heeft een zoo onverwoestbaar leven, dat ook tot nu toe, al de groote volksstormen van den nieuweren tijd, de Fransche revolutie, de Napoleontische oorlogen, de volksbewegingen van 1848 en de nieuwste omwentelingen in Italië zelve, die allen het, als Luther in Duitschland, met wortel en tak dreigden uit te roeien, het slechts weinig geschaad hebben. Het zwenkte door al die stormen heen, werd wel heen en weer geslingerd, maar bleef voor anker liggen en gebiedt nog heden, even als vroeger.

De Katholieke kerk en het Pausdom zijn wel de meest grootsche en de invloedrijkste scheppingen, die uit den geest van het moderne Italië te voorschijn getreden zijn, maar het zijn niet de eenige.--Tegelijk met den opbouw der Kerk en ten deele onder hare bescherming, die zij hun in den strijd met de Duitsche Keizers verleende, bloeiden in Italië eene menigte andere staten en republieken, zetels der beschaving.--Eene voorliefde, als ik het zoo noemen mag, voor een stedelijk, burgerlijk en republikeinsch volksbestaan, schijnt van oudsher den geest der Italianen eigen geweest te zijn. Wellicht heeft zij haren oorsprong te danken aan het karakter van hun vaderland, dat in zoo vele afgesloten deelen is afgeperkt. Reeds in de oude tijden zien wij het land met steden bedekt, en het volk niet zooals de Duitschers, in onderlinge betrekkingen die door het boerenbedrijf of het landbezit in het leven waren geroepen; niet zooals de Slawen vereenigd door den band van het familieleven, van stam- of bloedverwantschap, maar in stedelijke gemeenten of stedelijke staten vereenigd. Eene stad noemen de Italianen "_una nazione_".