Geschiedenis der Europeesche Volken

Chapter 24

Chapter 243,575 wordsPublic domain

Ook veel later nog, na de verovering van Constantinopel door de Turken, is den Russen weder veel Byzantijnsch toegestroomd. Toen namen de Russische Groot-Vorsten den titel Czaren (_Caesaren_) aan, welke de Byzantijnsche Keizers reeds lang gevoerd hadden, en nu werd ook de adelaar met dubbelen kop van het Grieksche Keizerrijk, het wapen der Russische heerschers, even als vele Byzantijnsche gebruiken bij het Moskovische hof werden aangenomen. Byzantijnsche pronkzucht, hof-etikette en hof-waardigheden, bloeiden, onder den Russischen Czar Johan III, die zich ook met eene Grieksche Koningsdochter in den echt begaf, in Moskou weder op, nadat zij in Constantinopel zelve, onder de Turken, reeds lang verloren gegaan waren. De ceremoniën bij de krooning der Czaren waren navolgsels van het Byzantijnsche ceremonieel. Ook de vroegste beginselen der Russische literatuur en geleerdheid zijn spruiten uit Grieksche wortelen. In de Russische kloosters werden het eerste de Grieksche annalisten en kerkvaders vertaald, en de beroemde oude Russische kroniekschrijver Nestor, is uit deze Grieksch-Russische school voortgesproten. Daar op deze wijze ook wereldsche kundigheden den Russen genaakten, b.v. vertalingen der geschiedenissen of sagen van Alexander den Groote, zoo zijn daardoor bij de Russen, ook eigenaardige Russische variatiën op deze en andere traditiën en sagen ontstaan.

Daar in het Ruriksche Vorstenhuis de grondstelling van de ondeelbaarheid des rijks niet aangenomen werd, zoo verviel met behulp der oude, ingewortelde eigenaardigheden der verschillende stammen, het geheel door Rurik en Wladimir gestichte en vereenigde rijk, zeer spoedig weder in eene menigte kleine Vorstendommen, en deze moesten later in de 13de en 14de eeuw, nog eens het onderspit delven, zooals het dezen Oostelijken Slawen in vroegere tijden reeds herhaaldelijk gebeurd was, voor een inval der Nomaden uit Azië.

De Mongolen verspreidden zich, even als hunne voorgangers de Skythen, de Hunnen, de Avaren, de Chazaren zulks vroeger ook deden, over het geheele Oosten van Europa. Zij kwamen niet zooals de Skandinavische Waräger, alleen als hulpvolken, volksleiders en veldheeren. Zij rukten met den geheelen tros hunner karavanen en herdersstammen Rusland binnen. Zij vormden zich daar een vaderland, waarin zij de eenige meesters bleven. Daardoor is ook, behalve de aanneming van het Oostersche of Grieksche Christendom, geene gebeurtenis, met betrekking tot de ontwikkeling van den Russischen nationalen geest, van meer belang geweest, dan deze laatste, van langen duur zijnde en diep in het volksleven ingrijpende, heerschappij der Tataren of Mongolen.

Zij deden het land hier en daar in eene woestenij verkeeren, om weiden voor hunne kudden te verkrijgen. Zij zonden hunne beambten en inners der belastingen naar alle buurtschappen en hutten. Zij dwongen de Russische Vorsten en grooten, in de legerplaats hunner "gouden horde" aan de monding der Wolga te komen, daar te leven, daar hunne vrouwen te nemen en zich daar in onderdanigheid en Aziatische heeren-diensten te oefenen. Daardoor komt het, dat de Russen zoo dikwijls verschijnen als kweekelingen der Mongolen, wier opvolgers in het in bezit nemen van het Oosten zij slechts worden konden, door zich zelven de, sedert het begin der wereld daar toegepaste en in gebruik gebrachte ruwe regeeringskunsten, het Oostersch bestuur en eene Tataarsche discipline eigen te maken.

De Groot-Vorsten van Moskou zamelden de schatting eerst in, in naam van hunne overheden de Tataarsche Chans. Zoo lang zij zich nog zwak gevoelden, stonden zij de schatting ook aan de Tataren af, maar toen zij sterker werden, behielden zij ze voor zich. De Tataarsche manier van schatting-innen en het eischen van gehoorzaamheid bleef bij hen in zwang. Het oude, door Germanen bestuurde Rusland van de kinderen Ruriks, had Vorsten gehad, die bijgestaan werden door eene "Duma" (raad der Grooten), overigens een zelfstandig bestuur en eene persoonlijk vrije grondbevolking. Zelfs machtige republieken, zooals Nowgorod en Pleskow hadden zich uit zijn schoot ontwikkeld. Het nieuwe, door de Mongolen veranderde Rusland, schafte bij de pogingen die het in het werk stelde, om eene wedergeboorte tot stand te brengen, dit alles af. Om kracht en eenheid te herstellen, kweekte het onbeperkte autokraten, die een einde maakten aan die republieken, en de vrijheden der gemeenten onderdrukten. En, toen de pogingen naar eene wedergeboorte weldra in ver uitgestrekte veroveringen ontaardden, toen verviel langzamerhand het geheele volk in eene strenge afhankelijkheid en lijfeigenschap.

Zelfs in hunne kerkelijke gewoonten, en in de manier en de wijze hunner godsdienstige gebruiken, schijnen de Russen veel, ofschoon in Christelijken vorm, van de Oosterlingen overgenomen te hebben. Hun geheele wezen schijnt, evenals dat der Oosterlingen, van godsdienstigen ernst doordrongen te zijn. Zij nemen hunne vasten, kruisslagen en kniebuigingen even nauwlettend in acht, als de muzelmannen hunne afwasschingen en gebeden. Het "_Slawa Bogu_" (roem bij God), dat den Rus dagelijks honderd maal bij vele gelegenheden over de lippen komt, klinkt in hunnen mond dikwijls niet anders, dan als eene vertaling van het Turksche "Allah is groot." En de Rus toont eene nauwelijks mindere mate van (dikwijls zeer prijzenswaardige) berusting in den wil van God en het noodlot, dan de Mohamedaansche fatalist.

Evenals in hunne godsdienstige en staatkundige zeden, hebben de Russen ook in hunne taal veel van de Nomaden en Aziaten behouden. Menige tak van den boom der Russische taal, is, om zoo te zeggen, geheel met Mongoolsche woorden behangen, zoo b.v. is dit het geval met uitdrukkingen voor zaken en kunsten, die den Nomaden eigen waren, b.v. met veel, wat op de veeteelt en met bijna alles, wat op locomotie, reizen, rijden, vervoer, rijtuigen, paarden, paardentuig enz. betrekking heeft. Ook het eigenaardige Russische post- en koerierwezen is afkomstig van de heerschappij der Mongolen.--Met de Mongolen kwamen ook Turksche en andere Aziatische volken onder de Russen, en over het geheel werd door hen het gansche Slawische rijk, om zoo te zeggen, ten vollen in de Aziatische wijze van verkeer en leven, ingesponnen. Het is derhalve niet te verwonderen, dat ook vele Turksche, Perzische en andere Aziatische taal-elementen, zeden, kunsten en takken van industrie, onder de Russen achtergebleven en nog ten huidigen dage over geheel Rusland verspreid zijn.

Alle bij de Russen gebruikelijke namen der edelgesteenten zijn van Oosterschen oorsprong, wat bij ons slechts ten deele het geval is. Verscheidene tuinplanten, b.v. de nu zelfs in de Oostzee-provinciën groeiende water-meloenen, hebben zich met de Aziaten over geheel Rusland verspreid, en eveneens de Aziatische naam er van, "_Arbusi_"; zoo ook de Aziatische namen van verscheidene Oostersche dieren, b.v. van den kameel (_Werblud_). Daarentegen zijn omgekeerd eenige Slawische namen voor Noordsche dieren, b.v. voor den bever, het sabeldier enz., tot naar Arabië en Perzië doorgedrongen.

In den handel, de handwerken en bij de Russische industrie, zijn verscheidene zaken en uitdrukkingen van Aziatischen oorsprong. Zoo b.v. de naam en de inrichting der Russische bazars. Niet alleen de kaftan van den Russischen koopman, ook zijn lichte pels (_Tulup_), zijn gordel (_Kuschak_), zijn geldbuidel (_Kése_), zijn reiskoffer (_Sundúk_), zijn magazijn (_Anbár_), hebben Persischen of Turkschen vorm en naam. Evenzoo ook het potlood (_Karandasch_), het lak (_Surgutsch_). Zelfs de algemeene Russische benaming voor "handelswaren" (_Tawar_) is Mongoolsch. Ook het beroemde rekenbord, zonder't welk geen Russisch koopman zaken doet, en dat men zoo gemakkelijk vond om het rekenen te onderwijzen, dat men ook getracht heeft het in eenige onzer scholen in te voeren, is van Mongoolschen oorsprong. In denzelfden vorm als men het bij de Russen aantreft, is het zelfs bij de Chineezen algemeen in zwang.

Vele in Rusland bloeiende en daar algemeen verspreide takken van industrie, zijn van dien zelfden (Mongoolschen, Turkschen, Buchaarschen of Perzischen) oorsprong. Zoo b.v. de beroemde fabrieken der met goud geborduurde marokijn-pantoffels en laarzen van Torjok, en de vervaardiging van het gedamasceerde staal van Slatouft. De tuin- en wijnbouw in Zuid-Rusland, zijn daar waarschijnlijk door de Oosterlingen het eerst ingevoerd geworden. Door hunne, in vroegere tijden daar aangebrachte, kunstmatige bevochtiging, maakten zij daar menige landstreek vruchtbaar, die het nu niet meer is. Men noemt ook de fabrikatie van zeep en lak als een tak van industrie, die door de Aziaten naar Rusland overgebracht is. Men kan het aanbrengen van zulke erfstukken uit het Oosten, aan de eene zijde over Afrika naar Andalusië, aan de andere zijde over den Kaukasus tot in de streken van Moskou en verder Europa in, volgen.

Ook onze West-Europeesche legerinrichtingen wijzen dergelijke erfstukken uit Tataarschen tijd aan. Wij hebben b.v. de huzaren van de Hongaren, de Uhlanen van de Tataren gekregen. "_Ulan_" (Turksch: "_Oglan_" d.i. knapen, jongelingen) heetten bij de Tataren bij voorkeur de jonge ridders der horde, welke de garde van den Chan vormden en leengoederen en ambten van hem kregen. Hun naam en hunne lichte bewapening gingen van de Tataren op de Russen en Polen over, en kwamen van de Polen naar de andere volken van Europa.

Eindelijk herinnert ook de tegenwoordige nationaal-physionomie der Russen, levendig aan het Tataarsche of Mongoolsche type; hun laag voorhoofd, hunne sterk uitstekende wangbeenderen, hunne kleine oogen, hun ingedrukte en eenigszins opgewipte neus, die minder overeenkomst heeft met den arendsneus der Romeinen of met den rechten neus der Grieken, dan die van eenig ander volk. Wanneer ook bij de Slawen van nature iets oorspronkelijks ten grondslag ligt, wat wij het Aziatische type en karakter noemen, dan heeft zulks bij de Russen, ten gevolge van de heerschappij der Mongolen, zich meer bevestigd.

Nagenoeg 200 jaren had Rusland onder het Tataarsche juk gezucht, en wat de Mongolen niet weggenomen hadden, dat hadden in dezen tijd in het Westen de Lithauers en Polen veroverd, en met hun rijk, dat destijds van de hulpeloosheid van hunnen Russischen nabuur partij trok, verbonden. Alleen in het Noorden, aan het Ilmen-meer, was een zelfstandige Russische staat, de in de 14de en 15de eeuw bloeiende republiek Nowgorod, blijven bestaan.

Toen zij het diepst gezonken waren en de nakomelingen van Tamerlan onderling in oneenigheid geraakten, vermanden de Russen zich eindelijk, en nu voor den eersten keer uit eigene nationale kracht, zonder hulp der Germanen of van andere vreemden. Sedert zijn eersten triumf op de Tataren, op het beroemde Kulikow'sche veld aan den Don, in het jaar 1380, begon Rusland van uit zijn hart (Moskou) langzamerhand alle landen, die vroeger tot het rijk behoorden, weder aan zich te trekken. Het meest droeg daar toe bij, dat in dit Moskou, van den beginne af, de grondstelling der ondeelbaarheid van het rijk en der eenheid van het volk, vastgehouden was. In eene reeks gelukkige overwinningen en veroveringen, onder zijne energieke Czaren Iwan den Groote en Iwan den Verschrikkelijke, dreef het de Aziaten over den Don en de Wolga terug, vereenigde het oude, lang afgescheiden geweest zijnde Nowgorod weder met zich, nam onder aanvoering zijner gelukkige Czaren uit het Romanow'sche huis, ook in het westen den Lithauers en Polen hunnen buit stuksgewijze af, en onder zijn grooten Peter den Eerste, den voltooier der Russische nationale macht, sloeg het ook den laatsten inval der Skandinaviërs onder Karel XII, die als de Waräger Rurik over de Oostzee gekomen was, af.

En sedert dien tijd is de politieke macht van het Russische volk, tot op den nieuwsten tijd voortdurend vooruitgegaan en ontwikkeld. Sedert dien tijd is het uit zijne wouden als een reus te voorschijn getreden, en heeft zijn weg genomen naar al de zeeën, die als vensters of poorten in het lichaam van den staat geplaatst zijn, in het Noorden naar de Witte- en Baltische Zee, in het Zuiden naar de Zwarte- en de Kaspische Zee. Ja! terwijl het zijne oude plagers in het Oosten geheel terneder wierp, en de bronnen der Nomadische volksverhuizingen voor eeuwig verstopte, heeft het zich daar zelfs door Siberië heen, den weg naar de kusten van den grooten Oceaan gebaand. In het Westen heeft het zich zijne broeder-stammen de Lithauers en Polen, die vroeger hem zelven de wet hadden voorgeschreven, ten slotte geheel onderworpen, en is het op deze wijze ook midden in het centrum van Europa binnengerukt. Toen (voor 400 jaren) de Czar Johan III aan de regeering kwam, heerschte hij over een gebied, dat niet veel grooter was, dan het tegenwoordige Pruissen. Maar Peter de Groote reeds heerschte over een rijk, dat meer dan zes maal zoo groot was als Duitschland, en het rijk van de Keizers Nikolaas en Alexander is, zooals Alexander von Humboldt berekend heeft, in vlakte-inhoud gelijk aan het gedeelte der Maan, dat naar ons toegekeerd is.

Even als de Russen, gedurende den langen duur hunner ondergeschiktheid aan de over hen heerschende volken, veel vreemds ontvingen, zoo hebben zij ook later weder op de baan hunner overwinningen verscheidene vreemde volken gevonden, die zij wel ten deele assimileerden, die zij om zoo te zeggen in hunne eigene massa opnamen maar van wie zij ook gedurende dat proces weder zelve inwerkingen ondervonden.

Bijna alle eens onafhankelijke Finsch-Uralische volken zijn in het Russische nationale-lichaam opgegaan. Kalmuksche, Baschkirische, Samojeedsche stammen zijn hun toegevoegd of aan hen onderworpen geworden, eveneens talrijke volken van den Kaukasus, Grusiërs, Tscherkessen en Armeniërs. Verder hebben zij de landen der Lithauers, Polen en Walachyers en ook menige Duitsche provincie geannexeerd. En al deze vermengingen en annexaties zijn niet zonder terugwerking op de Russen gebleven. De belangrijkste en merkwaardigste aanrakingen hebben echter met de Duitschers plaats gegrepen. Want _na_ de Grieken en na de Tataren heeft geen volk meer invloed op de Russen uitgeoefend, dan de Duitschers; wel is waar had die invloed minder betrekking op het ras, bloed, temperament en hunnen natuurlijken aanleg, maar des te meer op hunne beschaving en verstandelijke ontwikkeling, even als op staatkunde en wetenschap. Vele Duitsche kunstenaars en handwerkslieden trokken, met de Hanzeatische kooplieden in de 13de eeuw, de Westelijke gedeelten van Rusland binnen. In het groote Nowgorod schijnen zij langen tijd de voornaamste kunstenaars geweest te zijn. Zelfs de beroemde, kunstvol bewerkte deuren der kathedraal van Nowgorod, die men tegenwoordig bewondert en die men de "Cherson'sche deuren" placht te noemen, omdat men ze langen tijd voor een Grieksch kunstprodukt uit Cherson hield, stammen, zooals men later ontdekt heeft, uit Duitschland af, en toonen ons onder anderen het portret van een Duitschen werkmeester, Wikmann uit Maagdenburg. Een Russisch kroniekschrijver uit dien tijd, noemt het, bij gelegenheid dat er in Rusland eene groote kerk gebouwd werd, iets bijzonders, dat zij alleen door Russen "zonder de hulp van Duitsche bouwmeesters" tot stand gebracht is. De nadruk, waarmede hij deze omstandigheid vermeldt, bewijst, hoe gewoon men in die dagen aan de hulp van Duitsche bouwkundigen moet geweest zijn.

Toen de Groot-Vorsten van Moskou opkwamen, zochten zij ook weder door Duitsche hulp hun volk te ontwikkelen. De meeste gezantschappen der eerste Moskovische Groot-Vorsten aan Duitsche Vorsten-hoven, hadden nevens hun politiek doel, vooral ook tot taak, door fraaie beloften Duitsche handwerkslieden, kunstenaars en geleerden over te halen naar hun land te gaan. Reeds in de 15de eeuw was in Moskou eene afzonderlijke wijk, waar deze in het land geroepene Duitsche kolonisten bij elkander woonden.

Sedert den tijd van Peter den Groote en Katharina II, stroomden Duitsche bevolking en Duitsche gewoonten nog in veel grootere mate het land toe. Geheele Duitsche provinciën, Koerland, Lijfland, Esthland, werden met het rijk vereenigd, wier Duitsche adel sedert, Rusland van veldheeren en diplomaten voorzien heeft. De midden in deze Baltische provinciën opkomende nieuwe Keizerlijke residentie, Petersburg, werd half en half eene Duitsche stad. Ook aan het hof werd sedert dien tijd eene Duitsche partij steeds machtiger. Menige landstreek in het binnenste van het rijk werd door Duitsche kolonisten bezet, die den Russen als model en prikkel dienden, en nagenoeg alle Russische steden, tot aan Irkutzk in Siberië toe, hebben van lieverlede iets Duitsch, het uiterlijk eener meer of minder aanzienlijke Duitsche kolonie gekregen.

Het innerlijk bestuur dezer Russische steden, hunne gilden-besturen, hunne magistratuur, als mede de stadsverordeningen, door Peter den Groote en Katharina II ingevoerd, waren naar het Duitsche model genomen. Van 179 tijdschriften en couranten, die in het jaar 1858 in Rusland uitkwamen, waren niet minder dan 30, dus het 1/6 gedeelte, in het Duitsch geschreven. Ook in de inrichting van het leger, in alle militaire instellingen heeft Rusland steeds van Duitschland geleerd. Zelfs het heerschende Vorsten-huis is oorspronkelijk van Duitsche afkomst, en heeft door gestadige aanhuwelijking met Duitsche Vorsten-huizen, steeds het Duitsche bloed behouden. [3]

Men moet hierbij echter opmerken, dat Rusland bijna alles wat het van Duitschland overnam, naar zijne gebruiken en naar zijne behoeften wijzigde. En ook de Duitsche individuen, die Rusland toegevallen zijn, te beginnen met het souvereine Vorsten-huis, hebben zich maar al te gemakkelijk en spoedig Russen laten worden. "De energie en de assimilatie-kracht van dezen verwonderlijken tak van den Slawischen menschenstam"--zegt een Russisch schrijver--"zijn zoo sterk, dat het in zijne aanraking met de, het meer of minder verwante volken, dezen steeds _zijn_ tongval, _zijn_ geest en _zijne_ gebruiken mededeelt". Als de Russen dus ook, zoo als boven gezegd is, veel van anderen hebben overgenomen, zoo hebben zij toch in hoofdzaak hun oud Slawisch nationaal-karakter bewaard, en is dit altijd, te midden van al het aangenomene, boven blijven drijven.--Ja! de grootte van het land, de roem en ten slotte het geluk van het volk, nu de eenige Slawenstam, die zelfstandig en den toon aangevend in een groot rijk bestaat, hebben uitgewerkt dat bij hen, aan menige Slawische nationale- en stam-eigenaardigheid en oorspronkelijken aanleg, bij hunne minder begunstigde en nu nog niet zelfstandige broeders moesten sluimeren, een ruimer veld tot ontwikkeling en eene grootere energie gegeven werd.

Ook door hunne taal plaatsen zij zich aan de spits der Slawen. De Russische taal is onder de Slawische talen de fraaiste, de meest ontwikkelde en de krachtigste. Zij is eene der merkwaardigste en rijkste talen van Europa. Zij heeft meer klinkers, een grooter alphabet dan de andere talen van ons werelddeel. Men heeft daarom ook gezegd, dat met geen ander alphabet, zich de vele toonen en toon-samenstellingen van andere talen zoo gemakkelijk laten uitdrukken en nederschrijven dan met het, in aantal en bepaaldheid der karakters, zoo rijke alphabet der Russen. En de, in de juiste behandeling dezer lange toon-ladder geoefende Russische tong, is derhalve tegelijkertijd even goed voorbereid als geschikt, de geluiden van iederen tongval na te bootsen, waarin de Rus niet spoedig het eene of andere tong-kunststuk zal vinden, dat zijne moedertaal hem niet alreeds geleerd heeft. Hunne spraakkunst is zeer rijk aan vormen, hun woordenboek in het bijzonder vol stof tot onomatopoeische natuurschildering. De fijnste nuancen in het rijk der kleuren en der klanken, heeft de Rus met uiterst scherpen blik waargenomen. Even zoo heeft hij eene menigte uitdrukkingen, om de aandoeningen der ziel en de indrukken van het menschelijk hart en gemoed zuiver uit te drukken.

De overwinningen der natie, hare grootheid en veroveringen, hebben meermalen eene gelukkige inwerking op hunne taal gehad. In den loop hunner politieke loopbaan door zulke ver afgelegene landen, werden den Russen verscheidene zaken ter bespreking voorgelegd, en hunne taal werd daardoor in staat gebracht, zeer verschillende en menigvuldige zaken te behandelen. Even als de Russen zelven, zoo heeft dien ten gevolge ook hunne taal eene groote gemakkelijkheid verkregen om zich het vreemde eigen te maken en dit te verwerken. Hunne groote buigzaamheid stelt hen in staat, de vreemde woorden geheel als hunne eigene te behandelen, ze te behouden en op eigenaardig Russische wijze zoo te veranderen, dat uit de aangenomene schatten, even als de eigene oorspronkelijke bron, weder nieuwe takken en woorden ontstaan.

Tot op Peter den Groote, bestonden in Rusland verschillende tongvallen nevens elkander, en heerschte als schrijftaal, in de literatuur, de oud-Slawische kerktaal. Hij eerst gaf aan het Groot-Russische dialekt een bepaald overwicht, verhief het tot landtaal, regelde eigenhandig zijn alphabet en liet de eerste boeken in dit dialekt drukken. Sedert heeft Rusland, met uitzondering _der_ theologie en philosophie, bijna in alle takken der literatuur, niet weinig uitstekende, talentvolle schrijvers in proza en poëzie, historici, lyrische-, dramatische- en epische-dichters voortgebracht, meer dan in nieuweren tijd alle andere Slawen te zamen. En deze hebben de oorspronkelijk zoo vormbare taalstof, in alle richtingen nog verder ontwikkeld. De Russische taal is dien ten gevolge even geëigend voor het triviale, als voor het verhevene, voor het luimige en komische, als voor het ernstige en tragische genre. Zij bezit nu even veel kracht en ernstigen nadruk voor de behandeling der geschiedenis, als fijne gratie en snijdende scherpte voor fabelen en epigrammen; zij munt, naar het oordeel der kenners, vooral uit door hare natuurlijkheid. Aan rijkdom en buigzaamheid komt zij het Grieksch zeer na. Homerische composita, als b.v. "de wereld-omspoelende zee", "schoongelokte" of "rozenvingerige Godinnen", heeft men even gemakkelijk in het Russisch als in het Duitsch of Nederlandsch kunnen overzetten.

Verscheidene der in nieuweren tijd in Rusland opgetredene dichters zijn echt nationaal, zoo geheel uit de psyche der natie geboren. De geniale en oorspronkelijke Dershawin, de Schiller der Russen, die de beroemde Ode aan God dichtte, is een echt Russisch dichter. Krylow, de Russische Boileau, heeft zijnen landgenooten op zoo klassieke wijze fabelen en verhalen verteld, dat zij bij hen algemeen populair geworden zijn. Puschkin, de Russische Byron, wiens gedichten de vreugde, de smart, de roem der natie met warmte behandelen en levendig afspiegelen, heeft zich onder het volk grooten invloed verschaft. De Klein-Rus Gogel, een tweede Goldoni, heeft het Russische leven met veel luimigheid ten tooneele gevoerd. En vele andere, uit wier werken de volksgeest tot ons spreekt, zouden hier nog bij genoemd kunnen worden. Over het geheel moet men echter zeggen, dat de kunst-poëzie der Russen, hunne hoogere literatuur, niet of toch nog niet zoo nationaal is, als b.v. die der Spanjaarden of Franschen. Zij is in het meerendeel harer voortbrengselen slechts iets dat tot haar overgebracht, van buiten overgeplant is. Zij leeft gedeeltelijk als eene kasplant, een van de massa der natie afgezonderd leven. Zij ontvangt van deze niet zooveel, en werkt ook niet door zoovele kanalen op haar terug, als de literatuur in andere langer ontwikkelde landen van het Westen.