Genealogie der familie Franssen te Tegelen, van 1651 tot heden
Part 8
[Illustratie: zegel]
Dat de tegenwoordige copie uit het ware en onbetwijfeld gezegeld duitsch oorspronkelijk stuk en tevens met het onderschrift van den gerechtsschrijver voorziene stuk en de doorboorde kwijting door mij in het latijn vertaald en aan dezelfde in alles wat zin en zakelijken inhoud betreft, gelijkvormig en gelijkluidend is, getuig ik door eigen onderschrift en zegel.
Brüggen van Gulick 14 Juni 1756.
[Illustratie: zegel]
Petrus Maassen, keizerlijk openbaar en in de kanselarij van Julich-Berg te Dusseldorf ingeschreven Notaris.
* * * * *
Wij Carolus Philippus, bij de gratie Gods paltsgraaf van den Rhijn, thesaurier van het H. Romeinsche rijk en keurvorst van Bayeren, Gulick en Cleef, hertog van Bergh, prins van Moers, graaf van Velden, Spanheim, Marken en Ravensberg, en heer van Ravensteyn; doen aan allen kond dat, nadat in onze geheime vergadering de raadsheeren, schepenen en gezworenen der stad en gemeente Brüggen ons nederig gesmeekt hebben, dat wij tot vermeerdering (der inkomsten) van de vicarie te Borren de volgende stichting mogen maken, doen wij aan allen kond, dat de edele raadsheeren schepen en raadsheeren of gezworenen der stad en gemeente Brüggen en Borren, op den 14. dag der maand Maart anno 1733 (de elfde indictie) onder het pontificaat (bij de Goddelijke Voorzienigheid en de genade Gods) van onzen verkoren allerheiligsten vader en paus Clemens den elfden van dezen naam, voor mij den apostolieken en keizerlijken notaris verschenen zijn en dat zij aldus getoond hebben, namelijk dat zij van plan zijn om over de tegenwoordige bijvoeging (aan de inkomsten) der vicarie te Borren een of meer instrumenten te laten maken, waar voor zij mij, in tegenwoordigheid der ondergenoemden daartoe speciaal gevraagde getuigen, gevraagd hebben deze vermeerdering in den volgenden vorm op te stellen.
1^o Dat de voorgenomen vermeerdering uit deze motieven goed, en aan de gemeente nuttig en heilrijk is en beter gedaan dan achterwege gelaten omrede, deze Vicaris schraaltjes bedacht zijnde, zonder patrimonie van zijn vader niet gewijd kan worden, en dat de meesten tijd dat ambt door den pastoor van die plaats bediend moet worden, en dat deze plaats (van Vicaris) vacant zijnde, de toekomstige kapelaan wegens niet voldoenden titel van wijding deze misschien niet kan aannemen, dat in dit geval met één bestendig (stabiel) priester slechts als pastoor der parochie, deze in de toekomst het gebrek van een kapelaan moet ondergaan en daardoor (in aanzien lijdt) ontsierd wordt.
2^{de} Waarom zij, op bovengenoemde wijze bewogen, van het daar gelegen gemeen veld vrijelijk en zonder eenige last, twaalf bunder land, zooals dit land tot nu toe altijd zonder last geweest is, niet alleen aan wijzen, maar het ook met de daartoe noodige planten voorzien en het voor deze vicarie noodzakelijk brandhout voor het beter onderhoud (bestaan) der vicarie aanbieden; daar echter van dit gemeen veld of heide, opdat het niet door een stuiver lasten zelfs kan belast worden, zoo als het ook niet kan, en dat het geen ander voordeel heeft en dat uit deze planting (de afschaffing van planten uitgezonderd) aan deze geen schade moge berokkend worden, en te meer nog daar na dat, het planten van het veld gedaan zijnde, de kapelaan voortaan in de gemeente kan wonen en dagelijks het h. Sacraficie der mis kan opdragen, op deze nederige hoop vertrouwende, hopen wij dat de Doorluchtige Keurvorst de tot dit godvruchtig werk noodzakelijke toestemming moge geven, en meer nog omdat wegens de vermeerdering (van eigendom en inkomsten) van dit eenvoudig beneficie, de bedienaar er van voor de weldoeners (waaronder de Doorl. Keurvorst als landheer in de eerste plaats is te beschouwen) met een jaarlijksche dienst belast wordt, en de begiftiging (des ambts) bij de begevers van de eerste fundatie, de raadsheeren, schepenen en gezworenen, blijft.
Gedaan in tegenwoordigheid der eerzamen Arnoldus Beeckmans en Joannes Hammecker, getuigen daartoe speciaal gevraagd, en hebben de bovenvermelde raadsheeren, schepenen en gezworenen tot grootere zekerheid en stricter inachtneming dit instrument met hun eigene handen onderschreven en met hunnen gewonen gerechtszegel geconfirmeert. Verder hebben zij mij verzocht dit met mijne hand en zegel te bevestigen, in het jaar voornoemd pontificaat en indictie als boven.
[Illustratie: zegel]
Joannes Hoffer, schepen. Joannes Horsten, raadsheer en schepen. Arnoldus Gielen, schepen. Joannes Neeffen, schepen.
Ten bewijze van het vorenstaande heb ik geteekend en onderteekend
[Illustratie: zegel]
F. P. Junggeburth, in de keizerlijke kamer van Wetzlar ingeschreven notaris in het bijzonder hiervoor voorzocht.
Door bovenstaand allernederigst smeekschrift bewogen, stemmen wij er in toe deze stichting tot meerdere duurzaamheid met ons hoogst keurvorstelijk en landheerlijk gezag allernederigst goed te keuren en te bevestigen, hetgeen wij aldus aan bovengemelde raadsheeren, schepenen en gezworenen naar hunne nederigste meening allergenadigst toestaan, zoodat deze stichting door deze onze beschikking, onder voorbehoud en zonder benadeeling van onze en elke andere rechten, goedgekeurd, ook in de jaarlijksche afrekening en in de registers worde aangehaald en door het geheime zegel onzer hofkanselarij voorzien van onze hooge gunst en toestemming getuigenis aflegge.
Düsseldorff den 25. September 1733. Op bijzonder allergenadigst bevel van den allerdoorluchtigsten Keurvorst.
[Illustratie: zegel]
Graaf von Schaesberg, P. W. von Francken, s.
Dat dit afschrift, uit zijn echt duitsch origineel door mij in het latijn vertaald met dit, in alles wat den zin en zakelijken inhoud aangaat, overeenstemt, getuig ik bij deze.
Brüggen (in Gulick) den 16. Juni 1756. Petrus Maassen, keizerlijk openbaar en ingeschreven notaris.
* * * * *
Dat Henricus Franssen de intrest van de 80 Rth. wegens de middelmis voor dit jaar 1750 met 3 Rth. 12 ss. goed betaald heeft, getuigt hiermee
Borren den 11. Maart 1751.
F. C. Nelissen, Pastoor te Borren.
* * * * *
Dat Henricus Franssen ons burgemeester, schepen en raad der stad Brüggen in het kerspel Borren, qua collationibus eener Zondagsche mis te Borren, eene som van tachtig Rth. p. 80 als collingo, met de tot hiertoe verschenen intressen, welke som bmr. Arnold Custers aan de weduwe van Lenerd Jacob Seell schuldig geweest en deze tot vermeerdering der bovengemelde mis stichting gegeven en gelegateerd heeft, heden op dezen dag rechtmatig afgemaakt en betaald heeft, verklaren hierdoor quitteerend
Brüggen 25 October 1751.
Henricus Gielen, P. J. Maassen, Henricus Westen, Gotzen Vonmühlen, A. Pluecken, als getuigen.
* * * * *
Nadat het officie in de parochie van Borren gesticht, sedert de ontslaggeving in de handen onzer beheerders door den laatsten beneficiant of rector Henricus Weiler, sedert lang onbeheerd ligt, en Godefridus Franssen, die naar den geestelijken staat aspireert, ons gevraagd heeft om dit officie te verkrijgen, daarom dragen wij bovengemelde collators (beheerders) dit officie met al zijne revenuen en emolumenten bij dezen brief of acte aan gezegden Godefridus Franssen over, en hebben wij deze tegenwoordige (huidige) overdracht ten teeken van waarheid niet alleen met eigen handen onderschreven, maar ook met ons gewoon rechtszegel voorzien.
Gedaan te Brüggen 24 April 1756.
Henricus Gielen, schepen. Jan Berten, Hein Wusten.
J. G. Laden, H. Huppen, A. Plücken Frantz F. Hammeckers.
[Illustratie: zegel]
X Dit teeken heeft Joannes Engels, provisor der kerk eigenhandig geplaatst wat wij getuigen Leonard Hauzer, A. Plücken.
* * * * *
Ik ondergeteekende, provisor der kerk, heb aan den heer pastoor op zijn verzoek de mij getoonde inkomsten, die boven vermeld ambt zouden aangaan, geteekend, doch niet wetende of deze voorgebrachte inkomsten in het geheel waren, intusschen stem ik toe dat dit ambt aan Godefridus Franssen worde overgedragen, ter waarheid waarvan ik met eigen hand onderteekend heb.
Brüggen, Julich, 11 Juni 1756.
Wilhelmus Seiben, provisor eccl.
Het tegenwoordig afschrift uit het onderteekend en gezegeld origineel van het duitsch in latijn overgezet zijnde, en een naarstig vergelijk gemaakt hebbende van woord tot woord, en in zooverre de zin en substantie aangaat met het origineel accordeerende gevonden, bewijs ik door mijn eigen handteeken en zegel.
Brüggen, Julich, 14 Juni 1756.
Petrus Maassen, bij keizerlijke autoriteit publiek notaris in de concelarij van Gulik en Bergh.
[Illustratie: zegel]
* * * * *
Dat Joannes Gielen en zijne huisvrouw Maria naaste bloedverwanten zij van Matthias In gen Raedt en Christina zijne vrouw, beide laatsten stichters van het kerkelijk officie in de kerk van Borren, blijkt uit het instrument daarover opgemaakt in het jaar duizend vijf honderd vier en zeventig (1574) den 26 Juni en omdat Henricus Schöpges, consul der stad Brüggen, en zijne vrouw Margaretha Gielen, uit bloedverwantschap van voornoemden, en Henricus Franssen en Margaretha Schöpkes echtelieden, ouders van Godefridus Franssen oom en tante zijn geweest, is voornoemde Godefridus Franssen naaste bloedverwant, bekwaam om het officie gesticht voor eene Zondagsche mis te ontvangen.
Brüggen, Julich, den 14. Juni 1756.
[Illustratie: zegel]
J. J. Laden, schepen. Henricus Gielen.
* * * * *
Dat de schepenen, raadsheeren en provisoren der kerk van Borren op drie verschillende malen, eerstens den 29. Mei 1728 aan den heer Simon Horsten op den titel van patrimonius gewijd, tweedens aan den heer Bertramus Sijbertz, derdens en laatstens aan den heer Weiler, in den vorm van het Pastoraat in Thurnhout, aan ons hebben geresigneerd, het officie in Borren gesticht, blijkt uit hunne overdrachten en dat voorzegde schepenen en raden aangesteld zijn om dit officie te begeven, blijkt uit de hier bijgaande ratificatie van den Keurvorst, waarbij twaalf bunders bosch uit het gemeente eigendom voor dat officie etc. gegeven werden, en dat daarover verder geen twijfel zij, tenzij de heer pastoor weigert de gestichte mis tusschen de eerste mis en de hoogmis te celebreeren (primum inter et summum sacrum celebrari).
Brüggen, den 16. Juli 1756.
J. J. Laden, schepen. J. P. Maassen. H. Plucken, beëedigd gerichtsschrijver.
* * * * *
Dat den wel eerwaarden kapelaan den heer Godefridus Franssen mij al de documenten, betreffende het officie eener in de parochiekerk te Borren gestichte erfelijke Zondagsche middel mis, ten voordeele van mijn zoon Joannes Wilhelmus Maassen, heeft overgedragen, alsmede dat voorgemelde eerw. heer Franssen den 12. dezer zijn ontslag heeft genomen den 20. dezer het officie overgegeven en in mijne handen gesteld heeft, zulks bekenne en getuige ik hierdoor loco reversalis. Brüggen den 29. November 1760.
P. J. Maassen.
H
In Naeme der alderheilighzte Dreijvuldigheijt. Amen.
Alle de geene die deese tegenwordigh sullen sien, ofte hooren leesen, sij kennelijk dat op heden dato ondergeschreven ten overstaen van beroepen, goetvinden der vrinden tot meerder Ehr godts, saligheijt der seele, en vermeerderinghe des menscheliks geslaghts, beraempt ende besloten is, een solemnei houwlijck tussen den ehrbaeren weduman Hendrik Deckers, geassistert met sijn moeder ondergeschreve, ter eendersijdts, en ook dʼerbare jonge dochter Wendelina Franssen, geassisteerd met haeren vader en moeder, broeders en ohm ondergeschreve, ter andersijdts, soo hebben deese gesamentelijk met goede voorsinnigheijt besloten een seker houwelijks voorwaarden, in de maniere hier naer volgende:
_1mo_ is geconditionirt, dat den langhst levenden op sijn eijgen patrimoniel goet sal moegen huliken, in de tweede, derde, en verdere Ehe naer sijn believen.
_2do_ word conditionirt, dat het kind verworfen in ʼt eerste houwelijk, met de kinderen van ʼt tweede houwelijk egalijk hoefs gewis en alle gereede, en ongereede goederen herkomende van brudigoms ouders, ofte vrinden, sal profiteren.
_3tis_ indien den brudegom onverhopt sonder lijfs erven van ʼt tweede houwelijk quaem te sterven, soo sal de bruijght gehouden sijn, aan ʼt kind verworfen bij het eerste houwelijk uijt de gereeden uijttegeven eens voor all de somme van vier hondert guldens Cleve; maer in cas in ʼt tweede houwelijk kinderen souden verworfen sijn, dan sal het kind van ʼt eerste houwelijk sigh met een behoorlijke uijtsettinge volgens staat en conditie van dʼouders moeten patienteren, maar daarenboven sullen hem gegeven worden kast en kleederen, dewelke haar moeder saeligers lichaam toe bestonden.
_4to_ word voorbehouden, in cas naer de doedt van dʼouders van Wendelina Franssen, selve voor Hendrik Deckers quaem te sterven sonder lijffs erven, sal uijt genoemde Hendrik Deckers sijne gereede, ofte staende houwelijk door Hendrik Deckers en Wendelina Franssen geacquirerde goederen, en erven, naer de doedt van Hendrik Deckers aan de Franssens familie uijtgegeven worden, ten regarde van de gereeden van selve familie herkomende, de somme van vuijftien hondert guldens Clevs.
Tot meerder kracht van dit instrument renoncieren brudegom en bruijht aan all het geene, dat hij de gestatuerde soo Gulikse, als Gelderse Landrechten en Souveraine Placaten hier aan soude konnen contrarieren.
Aldus geschiet en geteekend tot Tegelen den 21. Maart 1771.
Hendrijck Deckers. Sibilla Brucx.
Wendelina Franssen. H. Franssen. Margaretha Schopekens. G. Franssen pastoor in Belfeld. P. Hendrik Franssen. W. Franssen.
I
Voor mij _Franciscus Wilhelmus Vogels_ notaris ter standplaats Reuver, gemeente Beesel, verscheen in tegenwoordigheid van 1. Peter Hubert Mooren notarisklerk te Reuver, 2. Johannes van Dongen dienstknecht te Venlo, 3. Jean Kamerbeek administrateur te Venlo, en 4. Michel Truyen koopman te Venlo, als getuigen door na temel den comparante verzocht.
Mejuffrouw _Wendelina Gubbels_ zonder beroep wonende te Venlo, aan mij notaris bekend, die aan mij notaris in tegenwoordigheid der genoemde getuigen heeft aangeboden een papier, dienende tot omslag, gesloten en verzegeld door middel van vijf afdrukken in rood lak, en in welken omslag de comparante, in tegenwoordigheid der genoemde getuigen, verklaarde haar geheim testament besloten te zijn en haar uiterste wil te zijn begrepen, door een ander geschreven en door haar geteekend.
Bedoelde omslag is door mij notaris op verzoek van de comparante in tegenwoordigheid der genoemde getuigen van de comparante aangenomen, ten einde onder mijne minuten te blijven berusten.
Waarvan onmiddellijk, en zonder intusschen tot eenige andere akte over te gaan, door mij notaris deze akte van superscriptie in minuut, mede in de tegenwoordigheid der genoemde getuigen, is opgemaakt en door mij notaris mede in tegenwoordigheid der genoemde getuigen geschreven op het door de comparante aangeboden papier tot omslag dienende, verleden te Venlo den negenden Januari negentienhonderdzes, in tegenwoordigheid der genoemde vier getuigen, welke akte van superscriptie onmiddellijk na door mij notaris gedane voorlezing door de comparante, de getuigen en mij notaris is onderteekend.
W. Gubbels, P. H. Mooren, J. van Dongen, Kamerbeek, M. Truyen, Vogels notaris. De varieteur K. Geuljans, v. d. Duyn, Vogels notaris. Geregistreerd te Venlo vijf en twintig Februari negentien honderd acht, deel 64, folio 1 recto, vak 4, een blad, geen renvooi. Ontvangen voor recht een gulden twintig cent.
De ontvanger Brants.
_Testament._
Ik ondergeteekende _Wendelina Gubbels_, wonende in het gasthuis St. Jozef te _Venlo_, verklaar dat dit is mijn geheim testament.
Ik herroep alle testamenten, die ik vóór heden gemaakt heb.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke Kerk van den H. Rochus te Steyl_, vrij van successierecht _al mijne onroerende goederen_, onder den last om de helft der jaarlijksche zuivere opbrengst te besteden tot het doen houden van een eeuwigdurend jaargetijde zonder assistentie en het lezen van zielmissen tot lafenis mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.
Iedere leesmis uit te betalen ad één gulden.
De Roomsch Katholieke Kerk te Steyl zal het perceel grond gelegen te Steyl, in de bergen, niet mogen verkoopen voor minder dan vijfhonderd gulden.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke parochiale Kerk te Gorinchem_ de som van _zes duizend gulden_.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke St. Janskerk te ʼs-Hertogenbosch_ de som van _zes duizend gulden_.
Ik legateer aan het _Roomsch Katholiek St. Jozefklooster te ʼs-Hertogenbosch_ de som van _zes duizend gulden_.
De helft van de zuivere opbrengst dezer drie laatsgenoemde legaten zal moeten worden besteed tot het doen houden van leesmissen en jaarlijks eene zingende mis tot lafenis mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.
Iedere leesmis uit te betalen ad één gulden.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke Normaalschool of Kweekschool voor onderwijzers te Echt_, de som van duizend gulden, onder verplichting om jaarlijks twee zielmissen te doen lezen tot lafenis mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke parochiale Kerken van Tegelen en van Blerick_ ieder eene som van _tienduizend gulden_, onder den last om de helft der jaarlijksche zuivere opbrengst te besteden tot het doen houden van leesmissen en jaarlijks eene zingende mis tot lafenis mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.
Iedere leesmis uit te betalen ad één gulden.
Ik legateer aan mevrouw _Josephina Janssen weduwe W. Canoy te Venlo_ of afstammelingen eene som van vijf honderd gulden.
Ik legateer aan den _tijdelijken rector_ der Kerk van den H. Rochus te _Steyl_ eene som van _honderd gulden_, met last deze som binnen het jaar na mijn overlijden uit te deelen aan de armen van Steyl.
Ik legateer aan mijne nicht geboren _Houben_ gehuwd met _van Berkel_, wonende te _Nijmegen_ in de Broerstraat, handel drijvende in kerkornamenten, of afstammelingen eene som van _duizend gulden_.
Ik legateer aan _Piet Michels_ te _Venlo_ of afstammelingen _vijf honderd gulden_.
Ik legateer aan _Lucia Michels_ gehuwd met _Frans Steegh_ te _Venlo_ of afstammelingen _drie honderd gulden_.
Ik legateer aan de kinderen van _Peter Sprengers_ te _Steyl_ of afstammelingen _vijf honderd gulden_ te samen.
Ik legateer aan _Godfried Franssen_ te _Steyl_ of afstammelingen _vijf honderd gulden_.
Ik legateer aan _Jacobus Franssen_, fietshandelaar te _Venlo_, of afstammelingen _vijfhonderd gulden_.
Ik legateer aan _Wendelina Cleophas_, _Agnes Cleophas_, _Josephina Cleophas_, en _Frans Cleophas_, allen te _Steyl_, of afstammelingen te zamen _vijf honderd gulden_.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke Parochiale Kerk te Reuver_ de som van _duizend gulden_, onder den last om de helft der jaarlijksche zuivere opbrengst te besteden tot het doen houden van leesmissen tot lafenis mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.
Iedere leesmis te betalen ad één gulden.
Ik legateer aan de kinderen van _Wendelina Franssen_ of afstammelingen, wonende in _Pruissen_ te zamen _zes honderd gulden_.
Ik legateer aan de weduwe _Peter Giesen_ of afstammelingen te Tegelen _drie honderd gulden_ en aan de weduwe _Jozef Giesen_ te Tegelen of afstammelingen _drie honderd gulden_.
Ik legateer aan _Antoon Franssen_ te _Tegelen_ of afstammelingen _vijf honderd gulden_.
Ik legateer aan _Peter Franssen_ te _Crefeld_ of afstammelingen _vijf honderd gulden_;
aan _Henri Cleophas_, koster der kerk te _Steyl_, of afstammelingen _drie honderd gulden_;
aan _Gerard Cleophas-Simonar_ te _Steyl_ of afstammelingen _drie honderd gulden_;
aan _Johannes Franssen_ te _Xanten_ of afstammelingen _vijf honderd gulden_;
aan _Johannes Leenders-Franssen_, bloemist te _Steyl_, of afstammelingen _vijf honderd gulden_;
aan _Louis Cuijpers-Görtz_ te _Steyl_ of afstammelingen _drie honderd gulden_;
Door alle de hierboven gemelde legatarissen zullen de kosten der successie zelf gedragen moeten worden, tenzij ik zulks uitdrukkelijk heb uitgezonderd.
Ik legateer aan het _Roomsch-Katholiek gasthuis St. Jozef te Venlo_, vrij van successie eene som van _vijfhonderd gulden_, onder verplichting om jaarlijks eene H. Mis te doen lezen tot lafenis mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.
Tot uitvoerder dezer mijner uiterste wilsbeschikking benoem ik bij dezen den heer _Jean Marie Victor Guillaume Dubois_, arts te _Venlo_, aan wien ik de inbezitneming geef van al mijne goederen.
Deze uitvoerder mijner uiterste wilsbeschikking zal het recht hebben om alle bovengemelde legaten, behalve de onroerende goederen boven door mij aan de Kerk van den H. Rochus te Steyl vermaakt, aan de respectieve legatarissen uit te keeren, hetzij in geld, hetzij in hypotheken, hetzij in geld en hypotheken te zamen, zullende de legatarissen hiermede ten volle genoegen moeten nemen.
Voor de waarneming der werkzaamheden als uitvoerder mijner uiterste wilsbeschikking, ken ik den heer Jean Marie Victor Guillaume Dubois voornoemd bij dezen toe eene belooning van _drie duizend gulden_.
Voorts benoem ik tot mijne eenige en algemeene erfgename _Maria Carolina Barbara Canoy_, echtgenoote van den heer _Jean Marie Victor Guillaume Dubois_, arts te _Venlo_, of afstammelingen, met de verplichting om al hetgeen ik haar heb opgedragen of zal opdragen ten uitvoer te brengen.
Ik verlang naar rang en stand begraven te worden.
Venlo den 9. Januari 1900 en zes.
W. Gubbels.
Tot aanvulling van mijn hierbovenstaand geheim testament, verlang ik daarenboven, dat de vruchten en interesten van alle hiervoren door mij gemaakte legaten, eerst zullen komen ten voordeele van de respectieve legatarissen, te beginnen één jaar na mijn overlijden, als wanneer de legaten zelf ook eerst zullen kunnen worden geëischt.
Venlo den 9. Januari 1900 en zes.
W. Gubbels.
De varietur Geuljans, v. d. Duijn, Vogels notaris.
Geregistreerd te Venlo den vijf en twintigsten Februari 1900 acht, deel 39, folio 51 verso, vak 7, vier bladen een renvooi.
Ontvangen voor recht drie gulden zestig cent.
De ontvanger Brants.