Genealogie der familie Franssen te Tegelen, van 1651 tot heden

Part 6

Chapter 63,396 wordsPublic domain

VII. 512. _Wilhelmus Gabriel Franssen_ geboren te Tegelen 24 Mei 1890.

VII. 513. _Carolus Franciscus Franssen_ geboren te Tegelen 31 Augustus 1892, overleden aldaar 19 November 1893.

VII. 514. _Carolina Petronella Franssen_ geboren te Tegelen 13 Maart 1894.

VII. 515. _Max Johann Franssen_ geboren te Krefeld 27 Januari 1897.

Uit het huwelijk van VII. 506. _Joannes Antonius Jozef Franssen_ met _Anna Wilhelmina Bleckman_ kwamen 3 kinderen:

VIII. 516. _Anna Mechtild Elisabeth Franssen_ geboren te Krefeld 31 Augustus 1907.

VIII. 517. _Elisabeth Christina Franssen_ geboren te Krefeld 22 Februari 1909.

VIII. 518. _Peter Jacobus Franssen_ geboren te Krefeld 1 Mei 1910.

Uit het huwelijk van VII. 509. _Jozefina Christina Franssen_ met _Johann Jülichmann_ is:

VIII. 519. _Peter Johann Jülichmann_ geboren te Krefeld 27 Juni 1909.

Uit het huwelijk van VI. 495. _Antonius Lucianus Wilhelmus Franssen_ met _Maria Christina Janssen_ volgden 10 kinderen:

VII. 520. _Louisa Petronella Christina Franssen_ geboren te Tegelen 4 Februari 1882, overleden aldaar 6 April 1883.

VII. 521. _Christina Louisa Franssen_ geboren te Tegelen 26 April 1883, huwde aldaar 8 Mei 1911 met Thomas Franciscus Hubertus Sterck geboren te Maastricht 17 Augustus 1881.

Uit dit huwelijk is:

VIII. 522. _Christina Carolina Hubertina Sterck_ geboren te Tegelen 9 April 1912.

VII. 523. _Joannes Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 12 Mei 1884, overleden aldaar 18 Juni 1885.

VII. 524. _Christina Helena Franssen_ geboren te Tegelen 8 Maart 1886, overleden aldaar 4 December 1886.

VII. 525. _Joannes Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 19 April 1887, overleden aldaar 26 Maart 1888.

VII. 526. _Hubertina Christina Franssen_ geboren te Tegelen 1 Januari 1889.

VII. 527. _Joannes Wilhelmus Franssen_ geboren te Tegelen 9 Januari 1890, overleden aldaar 18 Mei 1891.

VII. 528. _Andreas Jozef Reinier Franssen_ geboren te Tegelen 16 Maart 1891.

VII. 529. _Henricus Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 21 Maart 1893, overleden aldaar 30 Mei 1901.

VII. 530. _Petrus Joannes Franssen_ geboren te Tegelen 8 Augustus 1896.

Uit het huwelijk van VI. 496. _Ida Hubertina Wilhelmina Franssen_ met _Peter Martin Scheutwinkel_ werden 8 kinderen geboren:

VII. 531. _Christina Elisabeth Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 8 October 1887.

VII. 532. _Josephina Margaretha Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 23 December 1888.

VII. 533. _Maria Gertrud Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 5 September 1890.

VII. 534. _Johann Bernhard Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 24 October 1891.

VII. 535. _Peter Franz. Wilhelm Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 20 September 1895.

VII. 536. _Paul Stephan Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 19 Januari 1897.

VII. 537. _Louisa Catharina Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 6 November 1899.

VII. 538. _Ida Catharina Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 8 Juni 1902.

BIJLAGEN.

A

Carel bij de gratie Godts Coninck van Castilien, van Leon, van Arragon, van beijde de Secilien, van Hierusalem, van Portugal, van Navarre, van Grenade, van Tolede, van Valentien, van Gallicien, van Mailloirken, van Cicilien, van Sardinien, van Cordube, van Corsijcke, van Murcie, van Jean van de Algarben, van Algezire, van Gibraltar, van de Eijlanden van Canarien, van dʼIndien soo Orientael als Occidentael, van de Eijlanden en de vaste landen der Zee Oceane; Artshertogh van Oostenrijck; Hertogh van Bourgondien, van Lottrijck, van Brabant, van Limbourgh ende Lutzenborgh, van Gelre ende van Milanen; Grave van Habsbourgh, van Vlaenderen, van Arthois ende van Bourgondien; Palsgrave van Thirol, van Henegauw ende van Naemen; Prince van Swave; Marckgrave des heijligh Rijcx van Roomen; Heere van Salins ende van Mechelen, ende Dominateur in Asien en Affricken, allen den gene die dese sullen sien off hooren lesen saluijt, doen te weten, dat wij hebben ontvangen die supplicatie van Michiel Franssen ende sijne suster Maria Franssen, inhoudende hoedat hun goedt de Munte off Bongaerts hoff tot Tegelen, neffens hunne halve thiende aldaer, aen ons als Hertogh van Gelre leenroerich, door wijlen hunnen vaeder Willem Franssen den 12. 7^{bris} 1686 weren belast ende verbonden worden voor eene somme van duijsent pattacons tot behoef van wijlen Joês Bapt. Reijs, sulcx voor den tijd van ses achtereen volgende jaeren, welcke were comment exspireren, ende die suplten, ongelegen viele bij dese coninucture van tijdt hunne voors: Goederen daervan tʼontlasten, ende des wegen van noden hadden brieven van prolongatie om de selve alnoch bij continuatie te moegen belasten, soobaeden ende versochten die supplten seer oedtmoedel, ten eijnde hun die voors: brieven van prolongatie in behoerlijcke forme mochten worden verleent, Waeromme soo ist, dat wij, tʼgene voors: aengemerckt, genegen sijnde ter oedtmoedige Bede van de Supplten, bij deliberatie van onse seer lieve ende getrouwe die Cancellaer ende Raeden onses voors: Vorstendombs Gelre, prolongerende ende vernieuwende die voors: brieven van Octroij, hebben gepermitteert, geconsenteert ende octroijeren mits desen, dat tot verseeckeringe van de voors: Capitaele somme het voors: Goet die Munte offte Bongaerts Hof tot Tegelen, neffens die halve thiende aldaer, aen ons als Hertogh van Gelre leenroerich, voor andere ses jaeren sal sijn ende blijven verbonden, loopnemende van den tijt dat de leste jaeren sijn geexpireert naer inhoudt vantʼ voors: octroij, mits dat de Realisatie ofte vernieuwinge van dien geschiede voor onsen Stadthouder ende Mannen van leen ende betaelt worden die rechten daertoe staende, ende dat daerenboven de suplten naer omganck van dese ses jaeren, het voors: leengoet wederom sullen ontlasten ende bevrijen, off andere brieven van prolongatie te versoecken op pene van verbeurte van tʼselve leengoedt ende daer van te geven hun behoirlick Renversael, ende vorts met dienst ende eedt van Getrouwicheijt sijn ende blijven verbonden, al off het selve leengoet niet en waere beswaert, behoudelick ons ende een iegelijck sijn recht ende Gerechticheijt. Want ons alsoo gelieft. Gegeven binnen onse Stadt Ruremonde den 30. dagh van den Maendt Junij in den jaere ons Heeren sesthien hondert drijent negentich, ende van onse Rijcken het 27 :/: va: ^{vt.}

Bij den Coninck In sijnen souverainen Raede des vorstendombs Gelre Mij present Twinckel Ssl.

* * * * *

Carel bij der gratie Godts Coninck van Castilien, van Leon, van Aragon, van beijde de Sicilien, van Hierusalem, van Portugal, van Navarra, van Grenada, van Toleden, van Valencia, van Gallicien, van Mallorchen, van Secilien, van Sardinien, van Cordube, van Corsijcke, van Murcie, van Jean van Algarben, van Algezire, van Gibraltar, van de Eijlanden van Canarien, van de Indien soo Orientaele als Occidentaele, van de Eijlanden ende vaste landen der zee Oceane; Artshertoge van Oostenrijck; Hertog van Bourgundien, van Lothrijck, van Brabant, van Limborgh, van Luxenborgh, van Gelre ende van Milanen; Grave van Habsbourgh, van Vlaenderen, van Arthois ende van Bourgundien; Palsgrave van Thirol, van Henegouwe ende van Namen; Prince van Swave; Marckgrave des Heijligh rijckx van Roomen; Heere van Salins ende van Mechelen, ende Dominateur in Asien ende Africken, doen condt dat voor onsen seer lieven ende getrouwen Heere Philips Franccis van Warick, Ertsborghgrave van Brussel, Heere van Boondael, Huijsingen, Buijsingen ende Dijsingen, Cancelier onses Vorstendomb Gelre ende Stadhouder van onse leenen aldaer, ende onse mannen van leen hiernaer beshr, Erscheenen sijn Michiel Franssen ende Joannes à Theur daartoe mede consent hebbende van sijne huijsvrouwe Maria Franssen, als ons is gebleecken, ende hebben uijt cracht van onse opene brieven van octroij hun verleent ende ge-expedieert in onse Rade van Gelderlandt den 25. deses, aen onse voorg. Stadthouder in stadt onser, opgedraegen twee leenen, voor het eerste dat goedt die Munte alias Bongartshoff ofte Bergh gelegen onder den kerspele van Tegelen, aen ons als Hertogh van Gelre ten Gelderschen rechten met vijfthien goltgulden te verheergewaeden leenroerigh, ende voor het tweede de wederhellichte van ʼt een heere thiende gehoort hebbende totten huijse Holtmeulen, insgelijcx onder den voors kerspele oft Gerichte van Tegelen, aen ons ten CSuppelleert rechten met vijfthien alde grooten te verheergewaeden leenroerigh, hebbende tesamen daerop met handt palm ende mondt vertegen naer behooren, alsoo dat onse naebess^r mannen van Leen voor rechtwijsen datten voorn. Michiel Franssen ende Joannes à Theur ende sijne huijsvrê Maria Franssen van voors: twee leenen geheelich ontleent ende onterff waeren, ende dat onse voorg. Stadthouder instadt onser sijnen vrijen wille daermede doenmochte, edoch biddende de voorg. Michiel Franssen ende Joannes à Theur seer oitmoedelick, dat onsen voorg. stadthouder believen wilde mit de voors: twee leenen wederomme te beleenen Johan Borss, postmr. deser stadt Ruremonde, als dit alle tesamen aldus geschiedt was als voorss. staat, geeft onsen voorg. stadthouderig stadt onser genegen sijnde terselver oitmoedige bede, met het voors^r goedt die Munte alias Bongartshoff ofte Bergh, ende die voorss. halve thiende tot Tegelen onder den Gerichte van Tegelen, wederomme beleent den postm^r Johan Borss, die deselve van onsen voorg. Stadthouder instadt onser alsoo te leen ontvangen heeft, ende ons daervan manschap ende eedt van trouwe gedain, ende alles voorder geloift te doen, dat eenen goeden ende getrouwen leenman sijn den leenhever te doen schuldigh is, dergelijcken den voorss. postm^r Johan Borss ende sijne erven ende naercomelingen, ons onse erven ende naercomelingen Hertogen voornt. altijd soo druck des noodt gebuert ende deselve twee leenen erledigen, oock doen sullen, Verheltelickeg alles ons als Hertoge van Gelre onses ende ijeder den sijn goedt recht sonder archlist sijn onser endaer geweest onse mannen van Leen Adam Francis van Hillen beijde der rechten, Licentiaet, ende den procureur Johan de Vlen des tʼoirconde hebben wij Cancsr. onsen segel aen desen onsen brieff doen hangen. Gegeven binnen onse stadt Ruremonde den 25 dagh van den maendt Januarij in den jaere ons heeren sesthien hondert ses en negentigh 30 va. ^{vt}

* * * * *

Carel bij der Gratie Godts Coninck van Castilien, van Leon, van Arragon, van beijde de Secilie, van Hierusalem, van Portugal, van Navarra, van Grenada, van Tolede, van Valentie, van Gallicien, van Mailiorcken, van Seccilien, van Sardinien, van Cordube, van Corsijcke, van Murcie, van Jean van de Algarben, van Algezire, van Gibraltar, van de Eijlanden van Canarien, van dʼIndien soo Orientaele als Occidentaele, van de Eijlanden ende vaste landen der Zee Oceane; Artshertogh van Oostenrijck; Hertogh van Bourgondie, van Lottrijck, van Brabant, van Limborgh, van Luxenbourgh, van Gelre ende van Milanen; Grave van Habsbourgh, van Vlaendere, van Arthois ende van Bourgondien; Palsgrave van Thirol, van Henegauw ende van Naemen; Heere van Salins ende van Mechele, ende Dominateur in Asie ende Affrijcken, allen den ghene die dese sullen sien of hooren lesen saluijt, doen te weten dat wij hebben ontfanghen de supplicatie van Michel Franssen woonende tot Seems omtrent onse Stadt Mechelen, ende behoort als man ende momboir van Maria Franssen inhoudende, hoe dat sij in eijgendomb besaeten ende te leen hadden ontvanghen het goet de Munte alias Bongarts hoff, ofte Bergh, gelegen tot Tegelen, lande van Gulick, mitsgaeders de wederhellichte van de tiende gehoort hebbende tot den huijse Holtmeulen ende vande voors. parceelen de Supplten niet wel waeren gelegen, ende hij daeromme deselve tot hun meerder prouffijt geerne soude vercoopen, ʼt welck alsoo niet en mochte geschieden sonder preallabel octroij, ofte permissie van onzen hove als representerende deze Leenfaesie in onsen voorn. Vorstendombs vacerende, voors. twee parceelen weren leenroerig, ofte releveerden, soo versochten de Supplten, seer oodtmoedelich, ten eijnde hun octroij, permissie, oft consent tot dese alimatie noodigh bij brieven in forma mochte worden verleent. Waeromme soo ist dat wij ʼt geene voors. aengemerckt, genegen sijnde ter oodtmoedige Bede van Supplten, ter deliberatie van onse seer lieve, ende getrouwe die Cancellaer ende Raeden van onsen Rade in onsen Vorstendomb Gelre, hun Supt. hebben gepermitteert, geconsenteert, ende geoctroijeert, permitteren, consenteren, ende octroijeren mits desen, dat sij de wederhellichte van de thiende gehoirt hebbende tot den huijse Holtmeulen, aen ons als Hertogh van Gelre leenroerich, sullen moegen vercoopen ende transporteren, voorbehouden ons, ende een jeder sijn recht ende gerechtigheijt, ende dat dʼopdraghte ofte transport gedaen sal worden voor onsen Stadthouder, ende mannen van leen, ende dat deselve vercoopinge niet en geschiede aen eenighe cloosters, Bastaerden, ofte andere doode handen, mitsgaeders betaelt worden de rechten daertoe staende, op pene dat de vercoopinge geenerwert sal sorteeren. Want ons alsoo gelieft. Gegeven binnen onse Stadt Ruremunde den seven en twintighsten dagh van den maendt Januarij in den jaere ons Heeren duijsent ses hondert ses en negentigh ende van onse rijcken het 30^s va ^{vt.}

Bij den Coninck In sijnen souverainen Raede des Vorstendombs Gelre mij present W. Suren.

* * * * *

Op den 28 Januarij 1696 hebben wij ondergs. Michiel Franssen en Jan Theúr, als man & momboir van Maria Franssen, met desselfts consent verkocht aende Heer Johan Boors, post meester des overquartiers van Gelderlant, ende aengelegene Landen, het adelijck goet de Munth, mits gaders eenen Tient onder Tegelen gelegen, sijnde beijden Coninckx leenen leenroerigh aent Vorstendoms Gelder, soo en als de voorss. verkopers deselven panden tot noch toe hebben beseeten ende genoeten met alle de rechte gerechtigheden ap- en dependentien daer toe gehoorende, niets eruijt gesondert, ende sulckx eijt besondere consideratien ons daer toe bewegende ende speciaelijck om de promotie & goede diensten die wij bij gelegentheijt van tijden vande voor genʼ Heer Boors. sijn verwachtende, alles op de naer volgende conditien.

Dat de Heer Boors aenstonds naer de overdraght van dese goederen aende verkoperen sal betaelen de somme van ses duijsent Rixdallers specie gelt, de helftte daer van in wissel op Amsterdam & de weder helfte in goude France pistollen te voldoen, en dan noch hondert goude souveraine in specie, dat de Heer koper daer en boven noch tot sijne laeste neeme een malder Rogh en een malder Eeven soo Hendricus Winckels, te Venlo, daer eijt is jaerlix heffende, mits gaders twee guldens twaelft stuijvers lopen soo jaerlix daer eijt gaen ten profite vande kerck van Tegelen en dan noch het onderhout van eene var, ofte Dúrh, tot diensten van het dorp, belovende de verkopers voor de meer rest deselve Goederen de lantschat uitgesondert van alle andere lasten te suijvere ende vrij te houden de pacht en alle andere vruchten van dit loopende jaer, en volgende jaeren sullen blieven tot profite vanden Heer koper, oock al het houtgewas soo daer tegenwordigh staet op waessende sullende des Lants Beeden, Subsidien, fouragie, onderhout van soldaeten en hoedaenigh die mogen genoempt werden blieven tot lasten van verkoperen tot den halven Meij, naest komende, als wanneer den tegenwordigen besitter Johannes a Theur het selve goet sal inruimen ende verlaeten, mits genietende de vruchte bij hem gebouwt en gecultiveert, en daer voor uit eijnde vant jaer eijt keerende aende Heer koper elft vat van ieder morgen soo en als hij tot noch toe aen sijn mede consort heeft betaelt, Beloovende oock verders de verkoperen den Heere kooper van alle verdere aenspraeck op deze goederen te indemmitteere en schadeloos te houden onder verbant van Haere personne en goederen als naer rechte.

Sullen de onkosten van octroij, transport, investiture lickoop, en armen geldt beijder sijets gedraegen werden volgens Lant rechten daer dese goedere gelegen ende te leen verheeven worden. Aldus gedaen en geteeckent binnen Ruremonde den 30 Januari sestien hondert ses en negentigh.

J. Borz. M. Franssen JOES à THOR.

* * * * *

Den onderghesr: geft mets desen vollen last en macht aen sijn Broeder Goert Franssen ghelijck doett mets desen om te ontfanghen van mijn Heer Borst postmr. van hett over Gelderlandt et ^{ea} alle de penninghen de welcke mij souden ofte moeghen competeren weghens de coop van de mij Munte gheleghen tott Tegelen, den Voorss. Franssen de penninghen ontfanghen hebbende van Voorss. Heeren Borst ende quit^{ie} verleent hebbende sace van onderghessr: altijdt voor goett en werde ghehouden worden tott welcker oirk^e hebbe dese onderteekend desen tweeden Meert 1696.

M. Franssen.

MEMORIE.

Om te seggen mijn broeder datt schaesh de goederen van mijn swaegher sullen verkocht sullen sijn hem sall schrijven om alsdan hier tecomen om de penninghen van den vercoop van de Munte twell te ramplaceren ende dat Borsts iets als dan de penninghen gegeven aen Peter Engels sael restitueren.

* * * * *

Carel bij der gratie Godts Coninck van Castilien, van Leon, van Aragon, van beide de Secilien, van Hierusalem, van Portugal, van Navarra, van Grenada, von Toleden, van Valentien, van Gallicien, van Maillorcken, van Secilien, van Sardinien, van Cordube, van Corsijcke, van Murcien, van Jean van de Algarben, van Algezire, van Gibraltar, van de Eijlanden van Canarien, van de Indien soo Orientaele, als Occidentaele, van de Eijlanden ende vaste landen der Zee Oceane; Artshertogh van Oostenrijck; Hertogh van Bourgondien, van Lottrijck, van Brabant, van Limborgh, van Luxenborgh, van Gelder ende van Milanen; Grave van Habsbourgh, van Vlaenderen, van Arthois ende van Bourgondien; Palsgrave van Thirol, van Henegouw ende van Namen; Prince van Swave; Marckgrave des Heijligh Rijck van Roomen; Heere van Salins ende van Mechelen; Dominateur in Asie ende Affrijcken. Allen den ghene die dese sullen sien oft hooren lesen saluijt, Doen te weten dat wij hebben ontfanghen de supplicatie van Michel Franssen inhoudende, zoodat hij mit goedvinden ende tot genoegen van de Momboirs van sijne voorkinderen bij sijne eerste huijsvrouwe sal^r geprocreert, ende bij ons octroij hadde verkocht de hellifte van ʼt leengoedt de Munte mit de tiende daertoe gehoorende onder Tegelen gelegen ende aen onsere Vorstendomb leenroerich aen den postmeester Bors, ende sulcx om redenen, dat het voors. goedt van oudts belast sijnde met eene capitaele somme van twee duijsent drij hondert rixdaelder, ende den Suppll. mit sijne kinderen sijn domicilie, ende coopmanschap, oock vaste goederen tot Semst in Brabant hebbende, hem ongelegen ende schaedelich waere soo verre van der handt, ongedeijlde goederen te besitten, de welcke mit soo een merckelieke last beswaert waeren, sijnde het spreeckwoord alte waer, verre van sijne goederen, naer bij sijne schaede, waer entegen den Suppll. de gelegere thijt hadde om de cooppinninghen daervan procederende tot meerdere prouffijt van hem, ende desselfs kinderen aenteleggen tot aenkoop van goede erven ende goederen tot Semst van haer wel gelegen, maer alsoo den Postmeester Bors swaerigheijt maeckte om de belooffde cooppenninghen vrije te richten voor ende aleer den voorss. coop bij besonder octroij sij bevestight ende geapprobeert soo gaeve den Supp^l aldaer mede over de schriftelieke geteekende declaratie vande Momboirs van sijne voorkinderen, waerbij deselve de vercoopinge voor seer goedt ende dienstigh voor de kinderen oordeelden, ende belooffden de handt daeraen te houden neffens den Suppll. dat de cooppenninghen wederom tot meerder proffijte van sijne voorkinderen souden worden aengeleijt in manire voors. wiens volgens dat den Suppll. sich keerde tot die van onsen Hove mit ootmoedigh versoeck dat wij den voorss. coop van de Munte ende daertoe gehoorende Thiende aen den Postmeester Bors gedaen bij octroij geliefde te bevestigen ende te approberen tot een jeders gerechtigheijt. Waeromme soo ist dat wij ʼt gene voorss. aengemerckt genegen sijnde ter oodmoedige Bede van den Supplt. bij deliberatie van onse seer lieve, ende getrouwe die Cancellaer ende raeden van onsen raede in onsen Vorstendomb Gelre, aggreeerde voor goedt vast ende van weerden houdende den coop vande Munte ende daertoe gehoorende thiende, hebbende voors. partijen contrasenten gecondemmeert, ende condemmeert mits desen tot onderhoudinge observatie ende voltrekkinge vanden inhoudt desselfs in alle sijne puncten clausulen, ende conditien in al sulcke forme ende maniere als hier voorre is vermelt, ende derselven niet te contravenieren in wat manieren tʼ zij directelich oft indirectelich mits dat den Supplt. sal doen reeckeninghe, ende blijcken van aemplacement van cooppenningh daer ende alsoo ʼt behoort accorderende vanʼt gene voors. denselven dese tegenwoordige acte, om hem daer van te dienen, daer ende alsoo ʼt behoort ende van nooden wesen sal, gegeven binnen onse Stadt Ruremunde onder onsen grooten segel den veertienden dagh van den maendt Maij in den jaere ons heeren duijsent ses hondert sesennegentigh ende van onse rijcken het 30^s va^{vt.}

Bij den Coninck In Sijnen Souverainen Rade des Vorstendombs Gelre mij present G. W. Suren.

* * * * *

Ich voerss. Geurt Franssen als gevolmachtigde van mijn broeder Michil Franssen mits gader als mede momboir van sijne onmundige cinderen in sijn eerst howelick verweckt vor die eene helfte ende ich onderss. Joês à Thor als man en momboir van Maria Franssen vor die andere helfte> bekenne bij dese dat der H^r postmeister Borz aen ons betaelt heft die ses duijsent rixdalers ende hundert souveraine in spees, in desen koopbrief vermelt tot betaelinge van de Munte, ende den Tient daerbij gehoorende, sijnde onder die vorss. somme begrepen. De vierthien hundert ende vijftig rixdalers aen Mr Mouts tot Venlo; ende duijsent ende vijftig rixdalers aen de heer Scholtis tot Neerwesat betaelt tot aflossinge van twee rentbrieven so die twee vorss. respectivelick tot laste van dese verkochte goederen waren hebbende, bedankende ons oversulck van goede betaelinge.

Acty tot Tegelen op die Munte den 24 Juni 1696.

Goert Franssen, Joês à Thör.

* * * * *

Het leengoed „de Munt” voorheen Bongershof of den Berg, thans klooster „Nazareth”, bewoond door Benedictijner-nonnen of Zusters der Gedurige Aanbidding, is gelegen ten Noord-Oosten van het dorp Tegelen, beslaat eene vrij groote vierkante oppervlakte, door grachten omgeven. Aan de Noordzijde, ter plaatse waar thans het kerkhof der Zusters is, bevond zich voorheen een vrij hooge berg, waarop een kasteel, dat door brand vernield en daarna afgebroken is. Later is de berg geslecht en de grond tot het vervaardigen van tichelsteenen gebruikt; de waterput heeft nog langen tijd, nadat de berg geëffend was, ter plaatse gestaan en gelijkte vrijwel op een fabrieksschoorsteen. Het tegenwoordige klooster was weleer de heerenwoning, waarschijnlijk gebouwd door baron van Wevelickhoven. De boerderij, heden de woning van den eerw. heer Rector Jos. Moubis, dagteekent van 1697.

B