Genealogie der familie Franssen te Tegelen, van 1651 tot heden
Part 1
Genealogie
der
Familie Franssen
te Tegelen
=van 1651 tot heden,=
door
M. Hub. H. MICHELS, Oud Gem.-Archivaris te Venlo.
Fortis in fide, firmus in proposito misericors ergo pauperes.
_Verkrijgbaar bij den Schrijver._
VOORWOORD.
Reeds in het oud verbond bij de Joden had en onderhield men geslachtlijsten, zoodat ieder kon aanwijzen, opklimmende tot Abraham, uit welk geslacht hij afstamde. Zoo sproten de H. Maagd Maria en de H. Jozef uit het koninklijk geslacht van David, uit den stam van Juda; deze was de vierde zoon van Jacob, deze was zoon van Izaäk, deze was zoon van Abraham. Na de verwoesting van Jeruzalem, 37 jaren na den dood van onzen Heer Jezus Christus, toen de Joden over de geheele aarde verspreid werden, zijn hunne stamlijsten verloren geraakt, misschien op enkele uitzonderingen na, zoodat er van weinigen iets met zekerheid is aan te wijzen.
Later hebben slechts koningen en vorsten, benevens enkele adellijke geslachten, hunne lijsten bijgehouden en deze zijn meestal nog zeer onvolledig.
Het is voor eene familie groote eer te kunnen wijzen op eene lange rei van eerzame voorvaderen.
Zulke geslachtlijst dient somtijds tot groot voordeel eener familie. In den loop der XVI. en XVII. eeuw zijn door geestelijken en wereldlijken stichtingen gemaakt van verschillenden aard, welker opbrengsten dienden om jongelingen te laten studeeren voor priester of een wereldsch ambt, of om een gewoon ambacht te leeren, ook wel om gebruikt te worden als bruidschat voor jongedochters, enz.
Veeltijds zijn stichtingen gemaakt ten voordeele eener familie, maar zeer weinige stichters hebben bij hun brieven een stamboom gevoegd, waardoor het thans na 2 à 300 jaren, veelal onmogelijk is om de rechthebbenden aan te wijzen. Hadden de stichters eene behoorlijke stamlijst achtergelaten, met verplichting die bij te houden, dan waren de voordeelen hunner stichtingen voor de familie meer bewaard gebleven.
Wijl de meeste kerkelijke doop- trouw- en sterfregisters eerst beginnen met de XVII. eeuw en zelden vroeger, is het opmaken van eene geslachtlijst een lastige arbeid.
Sedert meer dan 150 jaren hebben zich enkele leden der familie _Franssen_ onledig gehouden met het aanteekenen van namen, datums en bijzonderheden.
Al deze bouwstoffen zijn nu verzameld om voor het nageslacht bewaard te blijven, in de hoop, hierdoor een goed werk verricht te hebben, dat strekken kan tot voordeel van velen.
Van de Bijlagen en Stamboomen waarnaar verwezen wordt, zijn de eerste hier bijgevoegd, de laatste kunnen op verlangen geleverd worden.
_De Schrijver._
De Familie Franssen te Steyl, Tegelen, Sempst, Schiefbahn, Xanten, enz.
Deze is een der oudste geslachten van Tegelen; zij was door huwelijken verwant aan verschillende voorname familiën der omliggende plaatsen.
De gegevens zijn geput uit een aanzienlijk familiearchief en uit de kerkelijke doop- trouw- en sterfregisters van Tegelen, Venlo, Sempst, enz.
De eigendommen der eens zoo rijke familie Franssen waren talrijk, doch zijn langzamerhand door tegenspoeden en allerlei ongelukken, door plunderingen en schattingen in oorlogstijd, en door groote nakomelingschap zeer verminderd.
Zij splitste zich in twee hoofdtakken, waarvan eene te Tegelen en de andere te Steyl in het oude stamhuis gevestigd was. De eersten waren gedurende vele jaren Keizerlijke Duitsche postmeesters en woonden in het oude Posthuis, gelegen in het midden van het dorp, dat later door erfschap aan de familie Moubis overging, met twintig morgen land daartoe behoorende; de tweede waren grondeigenaren en dreven handel in koloniale waren en andere artikelen.
De geheele familie onderscheidde zich door eenen levendigen godsdienstzin; nooit is één het geloof ontrouw geworden en slechts éenmaal wordt een gemengd huwelijk aangetroffen. Zij bracht eenige priesters voort, waaronder drie missionarissen en een pater Lazarist, benevens twee kloosterzusters.
* * * * *
De oudste bekende stamvader dezer familie was _Willem Franssen_, schepen van Tegelen, eigenaar van het Geldersch leen in der Munte (of Bongartshof) en van de halve tiende aldaar. Van zijne ouders weten wij niets. (Zie bijlage =A=.)
Volgens de bescheiden zou hij _rentmeester_ zijn geweest van den Hertog van Gelder, wonende eerst te Geldern, later te Maasbree op een kasteel in de Veestraat, waar meer adellijke huizen zouden gelegen hebben. Wij konden in het werk van den ouden Limburgschen historicus, den eerw. heer Joannes van Knippenbergh, pastoor der heerlijkheid Helden (_Historia Eccl. Duc. Gelr._) dienaangaande niets vinden. Die bescheiden zeggen dat de familie oorspronkelijk van Geldern afstamt; heden wonen er nog van dien naam.
_Willem_ heeft vele goederen bezeten, waaronder kasteelen, als bovenstaand te Maasbree door hem bewoond; een te Kessel gelegen tusschen het huis Oeyen en de bouwhoeve de Boschakker dicht bij de Maas, ter plaatse heden nog genoemd het Kasteel, hetwelk tot in 1857 aan de familie Franssen te Schiefbahn behoorde; de Munt te Tegelen en het huis Steyl te Steyl, waar hij zich later vestigde. Jammer genoeg zijn tijdens de Fransche revolutie, op bevel van den _postmeester Willem Franssen_, al de oude familiedocumenten—naar men zegt een geheele bakoven vol—door zijn zoon in het Posthuis te Tegelen verbrand moeten worden.
Lang heeft men getwijfeld of de familie van Steyl, waarvan later leden te Xanten woonden, verwant was met de familie te Tegelen, waarvan naderhand ook leden te Schiefbahn worden aangetroffen. Door eene deelingsakte van 7 April 1768 tusschen de gebroeders _Willem_ en _Henri_ is bewezen, dat beiden den _rentmeester Willem_ tot grootvader hadden. (Zie bijlage =B= en stamboomen Op Muysemeulen en Van Daers.)
Hij huwde, tijdens pastoor Saeren, te Tegelen 14 Februari 1651 met _Wendelina Cürnzich_. (Getuigen waren Mettel (Mechthilda) Saeren en Jan in de Pas.)
I. _Willem_ had eene zuster _Caecilia_, die den 26. November 1684 te Tegelen huwde met _Michael van den Schaffelt_ of _Schaffers_, familie thans nog in de vrouwelijke linie te Venlo aanwezig. (Getuigen hierbij waren Franciscus Heldens en Godefridus Franssen.) Deze _Caecilia_ stierf den 19. Januari 1694 en haar echtgenoot _Michael_ den 14. Mei 1707, beiden te Venlo. Uit dit huwelijk werden 5 kinderen geboren.
_Willem_ overleed te Steyl 3 December 1686 en zijne echtgenoote _Wendelina_ 26 October 1693, ook aldaar.
Uit dit huwelijk sproten 13 kinderen:
II. 1. _Anna Franssen_ geboren te Steyl 18 December 1651. (Doopgetuigen waren Cranenveld uit Venlo en Neeske van Dulcken.) Zij huwde te Tegelen 17 October 1670 met _Joannes Cruysbergh_, van het huis Cruysbergh te Beesel, thans bewoond door mevrouw Janssen, weduwe van den burgemeester Janssen. (Getuigen waren Gerardus Cruysbergh en Mechtel Nyen.) _Anna_ overleed te Tegelen 24 Februari 1724.
Deze echt werd gezegend met vele kinderen, waar van het jongste, III. _Nicolaus Cruysbergh_, later wegens oneenigheid aan huis naar West-Indië vertrok; hij werd Gouverneur van Paramaribo, vergaarde er als planter groote schatten en stierf op de terugreis. Zijn vermogen (13 tonnen gouds, behalve zijne plantages) is nog bij de Rekenkamer te Amsterdam. Omstreeks 1830 werd het den mannelijken afstammelingen te Beesel en te Tegelen (alwaar er nog wonen) aangeboden, maar werd geweigerd omdat bij de doopakte te Beesel de namen der ouders niet vermeld zijn. (Zie stamboom Cruysbergh.)
Eene dochter III. _Elisabeth Cruysbergh_ huwde met _Jacobus Litjens_, stamvader dier familie, waarvan de tegenwoordige pastoor van Neer, vroeger kapelaan te Venlo, herkomstig is.
Eene kleindochter IV. _Anna Sophia Cruysbergh_ trouwde te Straelen 15 November 1768 met _Arnoldus Graven_, burgemeester van Venlo. De afstammelingen van Graven hebben recht op de studiebeurs van Henricus Gansmald, in leven pastoor te Wanckum, aldaar overleden 3 Februari 1638. (Zie stamboom Gansmald.)
II. 2. _Michael Franssen_ geboren te Steyl 16 Juni 1653. (Doopgetuigen waren Peter Gostses in naam van Godfried Verhorst en Nees der Veerstraat, de vrouw van Jost op den Steyl.)
II. 3. _Michael Franssen_ geboren te Steyl 17 April 1655. (Doopgetuigen waren Henricus van Velden en Peterke Janssen.) Hij trad in den echt te Sempst, België, 2 Maart 1683 met _Antonia de la Rue_, andermaal met _Johanna Leemans_ 25 October 1695, en overleed aldaar 9 September 1703. Zijne echtgenoote _Antonia_ stierf 28 December 1694, beiden zijn in de kerk aldaar begraven. De tweede echtgenoote _Johanna_ overleed 27 Augustus 1734 (1754?).
Uit het eerste huwelijk zijn 6 kinderen geboren:
III. _a. Henricus Franssen_ geboren te Sempst 9 Februari 1684.
III. _b. Guillielmus Franssen_ geboren te Sempst 12 Augustus 1685.
III. _c. Francisca Barbara Franssen_ geboren te Sempst 15 Januari 1687.
III. _d. Nicolaus Franssen_ geboren te Sempst 5 Juli 1690.
III. _e. Margaretha Franssen_ geboren te Sempst 8 Mei 1693, overleden aldaar 8 September 1693.
III. _f. Laurentius Henricus Franssen_ geboren te Sempst 20 December 1694, gestorven in 1756 te Yperen als kanunnik van St. Martinus.
Uit het tweede huwelijk sproten 2 kinderen:
III. _g. Anna Maria Franssen_ geboren te Sempst 21 April 1697, trouwde met _Martinus de Groef_, waarvan 3 kinderen:
IV. ..... _de Groef_ minderbroeder.
IV. ..... _de Groef_ priester.
IV. _August de Groef_.
III. _h. Barbara Franssen_ geboren te Sempst 29 Maart 1699.
Voogd der kinderen uit het eerste huwelijk was _Godfried (Geurt) Franssen_, wiens broeder _Michael Franssen_, die bij deeling der erfgoederen zijner ouders voor de helft eigenaar is geworden van het leen in der Munte en der halve tiende aldaar; de andere helft viel ten deel aan hun zuster _Maria Franssen_ gehuwd met _Joannes a Thoer_ (von Thoer) uit Mulbracht (Bracht).
Het huis in der Munte werd den 30. Januari 1696 verkocht wegens de onmondige kinderen van _Michael Franssen_, koopman te Sempst, aan Joannes Borz, postmeester te Roermond. (Zie bijlage =A=.)
II. 4. _Franciscus Franssen_ geboren te Steyl 6 Mei 1657. (Doopgetuigen waren Jan in gen Rydt in naam van Joannes Haffer te Lom, en Antonetta van Beringen.)
II. 5. _Godefridus Franssen_ geboren te Steyl 4 April 1659. (Doopgetuigen waren Peter Houzer te Bracht en Trieneke Trynesen.) Hij huwde 1 Februari 1687 te Venlo met _Agatha Raeymaeckers_ gedoopt te Venlo 11 December 1662. Zij stichtte eene rente van 5 gulden voor wijn, brood en was, ten dienste der kapel te Steyl en overleed aldaar 3 Augustus 1702. (Getuigen bij voornoemd huwelijk waren Michael van den Schaffelt en Agatha van Stockum.) (Zie stamboom Raeymaeckers.)
Ten tweeden male trouwde hij te Tegelen 19 April 1703 met _Agatha van Stockum_ gedoopt te Venlo 13 November 1659 (Zie stamboom Van Stockum.) en overleed te Steyl 20 Maart 1739. (Getuigen bij deze echtverbintenis waren Joannes a Thör, Henricus Vervoort en Petrus Elters.)
Hij overleed te Steyl 20 April 1727 en was schepen van Tegelen.
II. 6. _Caecilia Franssen_ geboren te Steyl 6 October 1660. (Doopgetuigen waren Godefridus Cürnzich junior en Elisabeth Franssen.)
II. 7. _Franciscus Franssen_ geboren te Steyl 13 Februari 1662. (Doopgetuigen waren Godfried in de Middel en An op den Steyl.)
II. 8. _Franciscus Franssen_ geboren te Steyl 29 Juli 1663. (Doopgetuigen waren Jacobus Ronck en Jenneke Franssen.) Hij overleed aldaar 2 Februari 1666.
II. 9. _Maria Franssen_ geboren te Steyl 10 December 1665. (Doopgetuigen waren Joannes Schaeders en Tryn Engelen.) Zij huwde te Tegelen 8 October 1694 met _Joannes a Thoer_ uit Bracht. (Getuigen waren de eerw. heer Henricus a Thoer pastoor te Bracht, Arnoldus Leenen en Elisabeth Ronck.)
Maria eigenares geworden van de Munt, had zich vroeger aldaar gevestigd. In hare trouwakte staat als echtgenoot Joannes a Thoer uit Bracht en Maria Franssen op de Munt alhier (Tegelen).
Uit dit huwelijk waren 5 kinderen:
III. a. _Agnes a Thoer_ op de Munt geboren 1 Maart 1696. Toen is de Munt verkocht en het huisgezin naar Bracht vertrokken, waar deze stam nog voortleeft. (Zie stamboom a Thoer.) _Agnes_ huwde met _Lambert Further_.
III. b. _Wilhelm a Thoer_ werd priester, later missionaris in Holland en pastoor in partibus infidelium te Werckhoven en Cothen bij Utrecht, overleed te Bracht in den nacht van 27 op 28 Januari 1780 en had bij testament van 7 December 1773 eene beurs gesticht voor eene wekelijksche h. mis, of om te gebruiken voor studie, of voor wijdingstitel, of om eene jongedochter uit de familie in de eene of andere wetenschap, langstens vier jaren, te laten onderrichten.
III. c. _Matthias a Thoer_ die in het huwelijk trad en 4 kinderen naliet.
III. d. _Wendelina a Thoer_ bleef ongehuwd.
III. e. _Franciscus Leonardus a Thoer_ werd priester, was in 1732 kapelaan te Belfeld.
II. 10. _Jacobus Franciscus Franssen_ geboren te Steyl 29 Juni 1668. (Doopgetuigen waren Thoenis Linssen en Anneke Duickers.)
II. 11. _Agnes Franssen_ geboren te Steyl 8 Januari 1671. (Doopgetuigen waren de heer Wolter van Ryndyck en Anneke Gisberts.)
II. 12. _Jacobus Franssen_ geboren te Steyl Mei 1673. (Doopgetuige was de edele heer Van Stockum.)
II. 13. _Gertruda Franssen_ geboren te Steyl 16 November 1682. (Doopgetuigen waren Jelis Kerstjens en Neel op gen Steyl.)
Uit het huwelijk van II. 5. _Godefridus Franssen_ met zijne eerste echtgenoote _Agatha Raeymaeckers_ werden 10 kinderen geboren:
III. 14. _Gertruda Franssen_ geboren te Steyl 11 November 1687. (Doopgetuigen waren Matthias Clucker, in wiens plaats fungeerde Jacobus Ronck, en Wendelina Cürnzich.) Zij huwde 5 Mei 1705 te Tegelen met _Matthias Deckers_ uit Arcen (Getuigen waren de eerw. heer Deckers en Matthias Hinssen.), stierf in het kraambed te Arcen den 11. Februari 1714.
Uit dezen echt volgden 5 kinderen waarvan drie jeugdig overleden; de twee anderen waren _Christiaan_ en _Willem Deckers_; de eerste werd kanunnik en deken te Emmerich. (Zie stamboom Deckers.)
III. 15. _Gisbertus Franssen_ geboren te Steyl 8 Januari 1690. (Doopgetuigen waren Joannes Cruysbergh en Catharina op Muysemeulen, de echtgenoote van Henricus van Stockum te Venlo.) Hij werd priester en vicaris van het altaar St. Catharina te Breyell, waarschijnlijk in 1720; althans den 4. Maart 1720 leenden zijne ouders van hunnen zwager Matthias Clucker 80 patacons ten behoeve van hunnen heerzoon Gisbertus. (Zie bijlage =C= en stamboom Clucker.) Deze vertrok in 1722 als missionaris naar Holland, werd pastoor in partibus infidelium te Oma, d. i. Hoogmade bij Leiden, alwaar hij 11 Juli 1726 overleed.
III. 16. _Lucia Franssen_ geboren te Steyl 27 Augustus 1691. (Doopgetuigen waren Jacques Ronck en Elisabeth Franssen.) Zij overleed aldaar 13 April 1692.
III. 17. _Lucia Franssen_ geboren te Steyl 26 September 1692. (Doopgetuigen waren Michael van den Schaffelt, in wiens plaats fungeerde Joannes op Heys, en Helena Raeymaeckers.) Zij stierf op jeugdigen leeftijd.
III. 18. _Willem Franssen_ geboren te Steyl 16 October 1693. (Doopgetuigen waren Michael Franssen en Catharina Cuypers, echtgenoote van Matthias op Muysemeulen, in wier plaats fungeerde Joannes Schrijven en Catharina van Aerssen.) Hij overleed aldaar 22 Maart 1694.
III. 19. _Wendelina Franssen_ geboren te Steyl 15 Februari 1695. (Doopgetuigen waren Joannes a Thoer en Anna Catharina Ottdam, tweede echtgenoote van Michael van den Schaffelt te Venlo.) Zij trad in het huwelijk 28 November 1719 te Tegelen met _Jacobus Canoy_, schepen aldaar, wiens ouders vluchtten uit Venlo naar Kenzingen, bij Marsburg in Baden. Waarschijnlijk is deze Jacobus aldaar geboren, hij was een afstammeling van Bartholomeus Cano, Spaansch ridder, die met den Hertog van Alva naar de Nederlanden kwam, was in 1567 advocaat der Spaansche schatkist te ʼs-Gravenhage en werd in 1570 wegens zijn katholiek geloof vergiftigd. (Bij dit huwelijk waren getuigen Willem en Hendrik Franssen, Beatrix Ronck en Margaretha Canoy.) _Wendelina_ overleed 14 April 1759 en haar echtgenoot 7 Juli 1752, beiden te Steyl.
Uit dit huwelijk werden 14 kinderen geboren. (Zie stamboom Canoy.) Deze stichtten voor de zielerust hunner ouders twee jaargetijden, voor hun vader op 12 Juli en voor hunne moeder op 1 November te houden in de parochiekerk van St. Martinus te Tegelen.
III. 20. _Willem Franssen_ geboren te Steyl 4 Augustus 1696. (Doopgetuigen waren Godefridus van Aerssen en Johanna Leemans.) Hij overleed aldaar in hetzelfde jaar.
III. 21. _Wilem Franssen_ geboren te Steyl 22 Februari 1698. (Doopgetuigen waren Franciscus Douven uit Baarlo en Anna Franssen.) Hij huwde te Tegelen 26 November 1733 met _Beatrix Ronck_ (Getuigen waren Henricus Ronck voor Joannes Clucker en Agatha Canoy.), die 4 Augustus 1700 te Steyl geboren werd (Zie stamboom Ronck.) en dochter was van Caspar Ronck en Anna Keuth. (Zie stamboom Keuth.)
_Willem_ was postmeester te Tegelen (Zie bijlage =D=.) en overleed den 9. Juni 1773; zijne echtgenoote den 20. Augustus 1739, beiden te Tegelen.
Afstammelingen dezer echtelieden hebben recht op het beneficie Keuth te Viersen. (Zie bijlage =E=.)
III. 22. _Lucia Franssen_ geboren te Steyl 20 Augustus 1699. (Doopgetuigen waren Nicolaus van Stockum en Maria Franssen.)
III. 23. _Henricus Franssen_ geboren te Steyl 9 Juni 1702. (Doopgetuigen waren Jacobus Litjens en Agatha van Stockum.) Hij was schepen van Tegelen en huwde 31 Augustus 1727 met _Anna Margaretha Schaepkens_ (Schöpkens) uit Brüggen, Rijnland (Zie stamboom Schaepkens.), in tegenwoordigheid van eene groote schare volks. (Getuigen waren Willem Franssen en Agatha Deckers.) In het huwelijksregister te Tegelen staat: Praesente junumerabili populo et specialiter. Hij overleed 30 October 1772 en zijne echtgenoote 4 Juli 1783, beiden te Steyl.
De kinderen stichtten voor hunne ouders een jaargetijde in de parochiekerk van St. Martinus te Tegelen, telken jare te houden op den 4. Juli.
III. 21. =Stam van Willem Franssen.=
Uit het huwelijk van _Willem Franssen_ met _Beatrix Ronck_ sproten 2 kinderen:
IV. 24. _Godefridus Stephanus Franssen_ geboren te Tegelen 26 December 1734. (Doopgetuigen waren Henricus Jacques Ronck voor den eerw. heer Jacobus Ronck, vicaris te Viersen, en Agatha van Stockum.) Hij stierf in zijn geboorteplaats op jeugdigen leeftijd.
IV. 25. _Caspar Eugenius Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 16 October 1736. (Doopgetuigen waren Henricus Franssen nomine praenobilis domini Eugenii Josephi de Bors en Margareta Canoy nomine Maria Keuth.) Hij was de laatste postmeester uit de familie te Tegelen, en huwde 27 November 1766 met _Anna Catharina van Aerssen_ uit Bergen (Zie stamboomen Van Aerssen uit Bergen en Heyming uit Udem.), welk huwelijk met toestemming van den pastoor van Tegelen ingezegend werd in de kerk te Ayen, gemeente Bergen, door den eerw. heer Jacobus Jozef van Aerssen, pastoor te Zieflick. (Getuigen waren de eerw. heer Petrus van Aerssen, kanunnik te Wissen, en Petrus Antonius van Aerssen.) _Caspar_ stierf 5 Juni 1823 en zijne echtgenoote 4 Mei 1813, beiden te Tegelen.
Uit dezen echt ontstonden 10 kinderen, die voor hunne ouders een jaargetijde stichtten in de parochiekerk van St. Martinus te Tegelen, elk jaar te houden op 12 Juni.
V. 26. _Beatrix Franssen_ geboren te Tegelen 2 Januari 1768. (Doopgetuigen waren Willem Franssen en Dorothea Heyming.) Zij trouwde te Tegelen 26 April 1796 met _Franciscus Hermanus Holtmann_ geboren te Uerdingen in 1776, zoon van Matthias Holtmann en Anna Maria Weggen. (Getuigen waren Henricus Schumaecker, Jozef Franssen, Hendrina Franssen en Christina Holtmann.) Zij overleed 18 September 1819 en haar echtgenoot 13 December 1821, beiden te Tegelen.
V. 27. _Wilhelmus Henricus Franssen_ geboren te Tegelen 6 Juli 1769. (Doopgetuigen waren Willem Franssen voor Gerardus van Aerssen, en Hendrina van Aerssen voor Anna Catharina Ronck.)
V. 28. _Henricus Wilhelmus Franssen_ geboren te Tegelen 23 Augustus 1770. (Doopgetuigen waren Henricus Franssen en Hendrina van Aerssen voor Hendrina Heyming.)
V. 29. _Maria Elisabeth Franssen_ geboren te Tegelen 2 Juli 1772. (Doopgetuigen waren de eerw. heer Jacobus Canoy voor Petrus van Aerssen, en Margaretha Canoy.) Zij huwde te Venray 15 Juli 1800 met _Joannes Henricus Ruttée_ geboren te Venray 30 November 1770, zoon van Jacobus Henricus Ruttée en Anna Christina Verblackt. Zij overleed te Tegelen 8 November 1840 en haar echtgenoot te Venray 6 Maart 1815.
V. 30. _Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 8 Maart 1774. (Doopgetuigen waren Willem Franssen voor den eerw. heer Willem Heyming, kanunnik te Kleef, en Anna Margaretha Schaepkens.) Hij overleed aldaar 29 April 1780.
V. 31. _Anna Catharina Franssen_ geboren te Tegelen 23 Juli 1776. (Doopgetuigen waren de eerw. heer Henricus Heyming, kanunnik van de aartsdiaconale kerk te Wissen, en Beatrix Ronck.) Zij woonde bij haren broeder Jacobus Godefridus aan het Kruis te Tegelen, werd waanzinnig tot haren dood 8 October 1845.
V. 32. _Hendrina Maria Franssen_ geboren te Tegelen 4 Mei 1778. (Doopgetuigen waren Caspar Ronck en Hendrina van Aerssen voor Maria Elisabeth van Aerssen.) Zij trad in den echt te Tegelen 25 April 1798 met _Johan Heinrich Moubis_ geboren te Schaeg omstreeks 1758. (Zie stamboom Moubis.) (Getuigen waren Johan Matthias Moubis en Catharina Franssen.) Zij stierf 18 Februari 1837 en haar echtgenoot 11 September 1835, beiden te Schaeg bij Breyell.
Uit dit huwelijk werden 8 kinderen geboren: _Matthias Caspar Aloysius_ die _Maria Antonetta Canoy_ huwde, wier afstammelingen recht hebben op de studiebeurs van Petrus van Roye, in leven pastoor te Hamont in de Belgische Kempen, die waarschijnlijk te Weert geboren is en ze gesticht heeft bij testament van 3 Mei 1724. (Zie stamboom Van Roye.)
V. 33. _Gerardus Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 21 Mei 1780. (Doopgetuigen waren Bartholomeus Canoy voor Petrus van Aerssen en Catharina Franssen.) Hij trouwde te Schaeg omstreeks 1811 met _Petronella Moubis_, die geboren te Schaeg, aldaar overleden in 1817. (Zie stamboom Moubis.)
Hij was aanvankelijk zijn vader behulpzaam bij de posterij-werkzaamheden te Tegelen. In den woeligen Franschen tijd verloren zij in één jaar meer dan honderd paarden door den geforceerden dienst, waarvoor hij aan de regeering schadevergoeding vroeg, verkreeg eene audiëntie bij Z. M. den Koning van Holland, die hem in het vooruitzicht eener gunstige beschikking stelde, welke echter verijdeld werd door eene familie te Venlo, wier dochter hij niet wenschte te huwen. Na eenige jaren te Tegelen gewoond te hebben, vertrok hij naar Schaeg en werd koopman. Na overlijden zijner echtgenoote trad hij den 5. November 1819 te Schiefbahn opnieuw in den echt, thans met _Henrietta Jacobina Duckweiler_ geboren den 19 September 1798 te Schiefbahn, waarheen hij vertrok en tot zijnen dood 25 Februari 1845 rustig leefde. Deze echtgenoote stierf te Eitorf 4 October 1869 bij haren geestelijken zoon, die aldaar vicaris was.
Gerardus Jozef was algemeen geacht en bemind, zoowel te Schiefbahn als elders.
V. 34. _Jacobus Godefridus Franssen_ geboren te Tegelen 3 Mei 1782. (Doopgetuigen waren de eerw. heer Jacobus Jozef van Aerssen, pastoor te Zieflick, en Hendrina van Aerssen voor Hendrina Sleuverts.) Hij huwde te Tegelen 12 Februari 1824 met _Joanna Margaretha Peeters_ geboren aldaar 20 Maart 1786, dochter van Andreas Peeters en Maria Bourgons, stierf 18 November 1863 en zijne echtgenoote 6 December 1861, beiden te Tegelen.
Hij was goedaardig en zachtzinnig van karakter, bleef bij zijn vader zoolang deze leefde, waarvoor hem 10,000 gulden extra werden geschonken.
V. 35. _Petrus Antonius Franssen_ geboren te Tegelen 27 Juli 1784. (Doopgetuigen waren Bartholomeus Canoy en Hendrina van Aerssen voor Aldegonda Schraven.)
Uit ʼt huwelijk van V. 26. _Beatrix Franssen_ met _Franz Hermann Holtmann_ werden 6 kinderen geboren:
VI. 36. _Franz Holtmann_.
VI. 37. _Wilhelm Holtmann_, huwde met _Maria van Oelft_.