Frits Millioen en zijne vrienden

Chapter 39

Chapter 39636 wordsPublic domain

»Goddank, ja! onbruikbaar voor intriganten!" had deze geantwoord toen een vriend hem dit oordeel overbracht.

Al deze onderaardsche tegenwerking belette echter niet dat hij zijn werk goed verkocht aan een Amsterdamsch dilettant, maar hij had het vaderland reeds verlaten toen hij dat vernam. Zoo weinig aantrekkelijks scheen ditmaal zijne geboortestad zelfs voor hem te hebben, dat hij bedankte voor de uitnoodiging van Frits Rosemeijer om zijne bruiloft bij te wonen. Ook werd hem ten laste gelegd dat hij afkeerig was van zijn vaderland. Waarheid is dat hij smart en ergernis gevoelde over veel wat hij er hoorde en zag en de onvoorzichtigheid had, die ergernis somtijds lucht te geven. Hij was er teruggekomen met illusies, wier ontnuchtering hem te pijnlijk trof. Sinds zijn kortstondig verblijf te Amsterdam scheen er eene diepe zwaarmoedigheid te drukken op die levendige en impressionable kunstenaarsziel, waartegen hij streed met alle kracht, doch die hij altijd slechts voor oogenblikken scheen te kunnen afschudden. Sommigen schreven deze vlagen van melancolie toe aan eene onmetelijke ambitie en de bespottelijke ijverzucht op het werk van Rembrandt en de oude meesters, dat hij met tranen van bewondering in de oogen voor onnavolgbaar verklaarde, terwijl hij er in dienzelfden adem en met den voet stampend van spijt bijvoegde: »en toch behoorden wij hetzelfde, behoorden wij beter te kunnen doen, of zoo niet, wat wordt er van de kunst?" Anderen beweerden dat hij in Rome, of in St. Petersburg, zij wisten zelve niet recht waar! van godsdienst veranderd was, en nu onder de verwijtingen van zijn geweten de gemoedsrust verloren had. Professor Roestink, die zijn volle vertrouwen genoot, mocht die lezing tegenspreken zooveel hij wilde, met te verklaren dat Frits Millioen Christen was in den waren zin des woords, en dat hij overigens aan niemand rekenschap verschuldigd was, onder welken vorm hij zijn Christendom beleed, mits hij het slechts beleefde, het mocht niet baten; »er was toch wel iets van aan," fluisterde men elkaar in 't oor, en mevrouw Daubenheim zelve verklaarde, dat zij er niets van begreep en dat de Professor, anders zoo streng rechtzinnig, in dezen wel wat overliberaal scheen te zijn. Vermoedelijk kwamen van al die verdenkingen de echo's tot den schilder en mocht hij ze nemen voor 't geen ze waren, zij versterkten hem toch in het voornemen om zijn vaderland hoe eer hoe beter te verlaten. Hij haalde Graaf Peterhoff over om eene reis naar het Oosten met hem te ondernemen. Hij hoopte zich te verfrisschen in het aanschouwen van nieuwe en stoute natuurtooneelen. Hij wachtte nieuwe bezieling en geloofsversterking van een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Wij hopen, zonder het te kunnen verzekeren, dat hij niet in zijne verwachtingen zal zijn teleurgesteld. Wat er verder van hem als kunstenaar werd, is ons niet bekend geworden. De oorzaak van deze onwetendheid ligt mogelijk niet bij ons, maar bij hem. Hij had den bijnaam van Frits Millioen aanvaard, omdat hij Frits Rosemeijer van het bijgeloof wilde genezen, dat er eene fataliteit zou rusten op zekere benamingen. Hij had het bewijs geleverd dat hij zich had voorgesteld, en schitterende zegepralen behaald onder een schimpnaam. Maar toch die was oorzaak geworden van een misverstand, waarvan de gevolgen dieper bij hem hadden ingegrepen dan hij zich zelf wilde bekennen, en het zou kunnen zijn dat hij om met zekere herinneringen te breken, opnieuw zijn pseudoniem had veranderd. Hoe dit ook zij, de naam van Frits Millioen is na dezen nooit meer gevonden op eenigen catalogus van kunstwerken!

EINDE.

AANTEEKENINGEN

[1] Men gebruikt zware leeren handschoenen bij het bespelen der klok.

[2] Ter verduidelijking moet herinnerd worden aan de naïeve baatzucht, waarmee de Fransche dichter de vraag beantwoordde naar welk model hij de gouden keten wenschte gemaakt te hebben, die de koning van Pruisen hem ten geschenke wilde geven. »Neem het model naar den ketting van den regenbak!"