Formosa, de eerste kolonie van Japan De Aarde en haar Volken, 1909

Chapter 4

Chapter 4485 wordsPublic domain

Die verschillende oorzaken van ontevredenheid, waarbij nog vele andere zouden zijn te voegen, voornamelijk de hoogte der belastingen, verklaren den afkeer der inboorlingen van hun nieuwe meesters en doen hen vergeten, welke groote zegeningen voor hen zijn voortgevloeid uit de japansche overheersching. Door welbegrepen gezondheidsmaatregelen, zijn de epidemieën van allerlei aard verminderd in veelvuldigheid en hevigheid. En de tegenwoordige veiligheid, die men over het geheel in het land geniet, vormt een sterke tegenstelling met de anarchie, die er op alle tijdstippen van de geschiedenis van het eiland heeft geheerscht.

De toestand van rust en vrede heeft voor landbouw- en handelsondernemingen een ongekende vastheid geschapen; de bebouwde oppervlakte is vermeerderd, de culturen zijn het voorwerp van meer zorg en trekken voordeel van den invoer van nieuwe machines. De hongersnooden, die vroeger zoo dikwijls voorkwamen, zijn nu verdwenen; niet alleen vraagt Formosa niet meer van elders een aanvulling van de rijst, die voor de bevolking noodig is, maar het is op zijn beurt een land van uitvoer van dat nuttig artikel geworden. De rijkste producten, suiker, kamfer en thee, werpen grootere voordeelen af dan eertijds, vooral de laatste twee. En eindelijk worden de minerale rijkdommen van het eiland, steenkool, goud, petroleum, zwavel, alle geëxploiteerd en met goed gevolg.

De ontwikkeling der hulpbronnen van Formosa heeft tot eerste resultaat gehad, dat de handel snel vooruitging. Maar daar, als elders, levert de houding der regeering stof tot kritiek, want bij de vaststelling van het tarief van uitvoerrechten is enkel gelet op het belang van Japan, dikwijls ten nadeele der kolonie. Het cijfer van den handel met het moederland, dat nul was op het oogenblik der inbezitneming, heeft langzamerhand dat van den handel met het buitenland bereikt, en deze handel is daarentegen stationnair gebleven.

De economische welvaart lijdt intusschen in de laatste drie jaren ten gevolge van den laatsten oorlog. De betaling der subsidie aan de kolonie, die tot 1910 zou voortduren, is het vorig jaar plotseling gestaakt. In alle takken van bestuur geeft men niet meer uit, dan volstrekt noodig is. De openbare werken, zelfs die, welke de verdediging betreffen, heeft men tijdelijk in den steek gelaten.

Overal ontmoet men denzelfden stilstand door geldnood.

Stapt men van de materiëele quaesties over naar de moreele, dan treft een nog zelfzuchtiger regeeringsstelsel. Men heeft gezien, dat de inboorlingen in het geheel geen vrijheid genieten. Wat het openbaar onderwijs en de opvoeding van het jonge geslacht der Chineezen betreft, doen zich dezelfde verschijnselen voor. Men onderwijst aan de inlandsche kinderen eenige elementaire kundigheden, waardoor ze later goede helpers kunnen worden en arbeiders, maar men wacht er zich wel voor, het middelbaar of hooger onderwijs te ontwikkelen, die begrippen van emancipatie of opstand zouden kunnen kweeken.

Zoo blijven de Japanners op het eiland ten volle de heerschende en invloedrijkste klasse, die de anderen houdt in een toestand van ondergeschiktheid, sterker uitkomend dan bij de inboorlingen van welke kolonie ook in het Uiterste Oosten.