Formosa, de eerste kolonie van Japan De Aarde en haar Volken, 1909
Chapter 3
De regeering deelt aan een zeker aantal fabrikanten, japansche onderdanen, vergunningen uit, ten gevolge waarvan ze de boomen kunnen hakken en er de kamfer uit mogen destilleeren, maar ze zijn verplicht, hun geheele opbrengst te verkoopen aan de agenten van het monopolie tegen een vasten prijs, die ieder jaar vooraf wordt vastgesteld. De regeering regelt eveneens elk jaar de totale hoeveelheid kamfer die mag worden aan den man gebracht. Die maatregel heeft ten doel, de productie te matigen, om de zeer hooge prijzen te kunnen handhaven, die de buitenlandsche raffinadeurs thans betalen en ook, om de bosschen te behoeden voor te snelle uitroeiing.
De bewerkingen, vanaf de bereiding der kamfer tot den uitvoer van het eiland naar buiten, zijn de volgende. De fabrikanten brengen hun producten aan een der verschillende bureau's, gevestigd in de woudstreek; een agent ontvangt ze er, weegt ze en klassificeert ze naar de hoedanigheid. Daarna stelt hij aan de producenten een certificaat ter hand, dat de waren begeleidt naar de opslagplaatsen van de regeering te Taïhokoe, waar, in ruil van het certificaat, de fabrikant een cheque ontvangt op de Bank van Formosa, zoodat hij het bedrag kan innen zonder verdere formaliteiten.
Er is in de hoofdstad een fabriek, waar de kristallen geraffineerd worden en samengedrukt door de hydraulische pers tot blokken van zes kilogram. Alleen een deel van de kamfer wordt aldus behandeld; de rest wordt ingepakt in ruwen staat in hermetisch gesloten houten kisten en voorzien van den officiëelen stempel.
De regeering gaat niet zelf over tot den verkoop van de kamfer, maar draagt dat op aan een maatschappij, waaraan ze concessie heeft verleend. Deze verbindt zich, een minimumhoeveelheid van 30.000 en een maximumhoeveelheid van 50.000 pikols te koopen, (een pikol is 62 3/4 kilogram) en om te zorgen voor het transport en den verkoop op de voornaamste markten van Europa en Amerika. Het is den concessionaris verboden, de kamfer op welke manier ook te veranderen, nadat ze aan hem is afgeleverd, noch ook de kisten zelfs maar te openen. De regeering mag op een deel der opbrengst beslag leggen voor de behoeften van het japansche rijk, maar alleen als de maatschappij, die de concessie ontving, reeds in het bezit is gesteld van de overeengekomen minima. De concessie wordt alle drie jaren vernieuwd en wordt steeds na aanbesteding gegund aan den inschrijver, die tegen den laagsten prijs aanbiedt de kamfer te verkoopen. Zij is altijd tot nu toe gegund aan het engelsche huis Samuel, Samuel and Co.
Het kamfermonopolie heeft veel voldoening gegeven aan de regeering, sedert den dag, waarop ze de controle heeft verkregen niet alleen over de productie van Formosa, maar ook over die van Japan, en waarop ze dus beschermd is geworden voor alle mededinging van buiten. Het bureau voor het monopolie is erin geslaagd, door de productie binnen wijze grenzen te houden, geleidelijk den prijs der kamfer te verhoogen, die tegenwoordig van 96 tot 200 yen het pikol opbrengt. Die cijfers, waaronder de hoogste, die ooit zijn gemaakt, vormen wel een groote tegenstelling met die van zeven en acht piasters, den prijs per pikol in 1875.
Sinds de vestiging van het monopolie heeft de jaarlijksche productie zich niet ver verwijderd van het gemiddelde cijfer van 38.000 pikols. De consumenten zijn in de volgorde van hun belangrijkheid, Duitschland, de Vereenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Japan en Britsch-Indië. In dit laatste land dient de kamfer voor de bereiding van den wierook, dien de inboorlingen bezigen bij hun godsdienstige plechtigheden.
De verkoop van kamfer vormt tegenwoordig de voornaamste bron van inkomsten op het budget van Formosa, en de regeering waakt dan ook met zorg tegen alle gevaren, die deze industrie zouden kunnen bedreigen. Men heeft er in het begin aan moeten denken, de opgebruikte boomen te vervangen en dat elk jaar vol te houden, zoodat het monopoliebureau verscheiden millioenen jonge planten heeft laten zetten; maar aangezien er naar de schattingen van de plantkundigen twintig of dertig jaren noodig zijn gemiddeld, eer een kamferboom een voldoende grootte bereikt, dat hij kan worden geëxploiteerd, moet het nog vele jaren duren, voor men zekerheid heeft omtrent de opbrengst der aldus geplante boomen. De botanisten, die de bewerking hebben gedaan, moesten de plaatsen voor de planting een beetje op goed geluk af kiezen, want het is uiterst moeilijk gebleken, zich rekenschap te geven van de elementen, die het gunstigst werken op de ontwikkeling der boomen. In precies gelijke omstandigheden van grond en bestraling door de zon geven de kamferboomen soms zeer ongelijke opbrengsten.
Als de omstandigheden de taak der japansche planters moeilijk maken, schijnen ze daarentegen Formosa in zoo ver te begunstigen, dat ze het eiland buiten het bereik stellen van vreemde concurrentie, want het is niet waarschijnlijk, dat de andere landen, die proeven hebben genomen en dezelfde onzekerheid hebben gevoeld als Japan, zeer belangrijke aanplantingen zullen ondernemen. Men heeft pogingen aangewend op Ceylon, op de Kanarische eilanden, in Indo-China, in Texas, in Algiers en zelfs in Italië en het Zuiden van Frankrijk; overal zijn de resultaten ontmoedigend geweest.
Een meer rechtstreeksch gevaar bedreigt de kamferindustrie, namelijk de ontdekking van stoffen, die langs chemischen weg worden verkregen en dezelfde eigenschappen bezitten als de natuurlijke kamfer. Tot hiertoe is men er slechts in geslaagd, kristallen te verkrijgen, waarvan de productieprijs hooger is dan die van de natuurlijke kamfer, maar te een of anderer tijd kan dat veranderen, en de kamfer wordt steeds bedreigd met een lot, analoog aan dat van de indigo.
De regeering van Formosa heeft met de grootste aandacht en niet zonder eenigen angst de ervaringen van dien aard gevolgd, die men heeft verkregen in de meeste der europeesche landen, en voornamelijk in Duitschland, want zonder de hooge inkomsten, die ze uit de kamfer trekt, zou ze moeilijk het budget sluitend kunnen maken.
De kamferindustrie is onderworpen aan het toezicht van het monopoliebureau, een bijzondere afdeeling van de administratie, direct ressorteerend onder den gouverneur-generaal. Dit bureau heeft de opdracht, op de exploitatie van alle staatsmonopolies toe te zien, dus op de kamfer, de opium en het zout, waar onlangs nog zijn bijgevoegd de tabak en de maten en gewichten.
Het opiummonopolie verzekert aan de schatkist van het eiland minder belangrijke inkomsten dan de kamfer, maar ze zijn toch nog belangrijk genoeg. Men kent de strenge maatregelen, die de japansche regeering heeft genomen tegen de opiumrookers in Japan, dateerend uit den tijd, nu ongeveer zestig jaar geleden, toen het land voor den buitenlandschen handel werd opengesteld. Men vreesde toen en terecht, dat het ongezonde sap in het land werd binnengebracht en dat het op de nipponsche bevolking een even verderfelijken invloed zou hebben als op die van China. De invoer, de verkoop en het gebruik van opium werden streng verboden, en zeer zware straffen werden tegen de overtreders uitgeschreven. Men ging zoo ver van den invoer te verbieden van de pijpen en de lampjes, die de opiumschuivers gebruiken.
Toen de Japanners het bestuur van Formosa in handen namen, was hun eerste plan, op hun nieuwe kolonie dezelfde reglementen toe te passen; maar afschaffing van de opium gelijk zou staan met een doodvonnis voor de verouderde rookers, die van het gif doortrokken, er slechts langzaam van kunnen worden afgewend. Ook zou men door een formeel verbod alle inboorlingen, die het heulsap gebruiken, van zich hebben vervreemd, en dus de hoogste klassen van de plaatselijke maatschappij, diegenen zelfs die men graag aan zich zou willen verbinden en op Formosa houden. De japansche bestuurders leenden aan die overwegingen een gewillig oor en bepaalden zich ertoe, toezicht te houden op het gebruik en dat, zooveel mogelijk, te beperken. Ze stelden het monopolie in hun dienst en konden daardoor op de meest afdoende manier het toezicht uitoefenen, want de regeering belastte zich met den invoer en den detailverkoop en leverde aan eenzelfden persoon slechts een beperkte hoeveelheid opium en dan nog alleen op vertoon van een medisch attest, dat de kooper werkelijk behoefte had aan het schuiven.
Toen deed zich een zonderling verschijnsel voor. Het nieuwe monopolie bracht al spoedig in geldelijk opzicht de beste resultaten teweeg, en dat juist op een oogenblik, waarop de regeering in niet geringe geldelijke moeilijkheden zat. Van toen af daalde de ijver der ambtenaren voor de vermindering van het gebruik als door een tooverslag. Er werd een oogje dichtgedaan bij de misbruiken; men hield op, het geneeskundig certificaat te vragen, dat vervangen werd door een eenvoudige verklaring van den kooper. Het aantal vergunningen vermeerderde snel, en weldra was er geen sprake meer van, de noodlottige gewoonte uit te roeien. Er werd een fabriek gebouwd te Taïhokoe voor het raffineeren van opium; men is er zelfs toe overgegaan, proeven te doen aangaande de acclimatisatie en de cultuur van de opiumpapaver, om zich de kostbare stof met minder kosten te kunnen verschaffen. Het aantal vergunningen neemt jaar op jaar toe, en de voordeelen, behaald door het monopoliebureau, groeien in gelijke mate aan. Het moet echter erkend, dat het verbod ten aanzien der Japanners, die in de kolonie wonen, even streng blijft als in Japan zelf, en dat de overtreders dadelijk met verbanning worden gestraft.
Deze uitweiding heeft ons een heel eind van Karenko afgeleid, waar de Taïto Maroe maar een enkelen namiddag bleef.
Onze volgende aanlegplaats was Pinan, zuidelijke uitvoerhaven van het dal, dat de concessie uitmaakt van de Kada-maatschappij en hoofdstad van het grootste, maar tevens het minst bevolkte district van Formosa. Ik werd er ontvangen door den prefect, een ouden Samoeraï van het ancien régime, die zijn al te achterlijke denkbeelden naar dit verloren hoekje als naar een strafplaats hadden doen verbannen. Ook hij toonde zich vol van een overdreven zorg voor mijn veiligheid en verbood mij, een uitstapje in de bosschen, die het kleine stadje omringen.
Daarvoor in ruil stelde de man mij voor, een bezoek te gaan brengen in de onmiddellijke nabijheid aan een der japansche scholen, gebouwd ten behoeve van de inboorlingen van het land. De menschen behooren tot de groep der Puyuma's en worden tot de beschaafdste van het eiland gerekend. Ze zijn zacht van zeden; maar toch waren allen, die ik buiten tegenkwam, tot de tanden gewapend, om zich te verdedigen tegen de aanvallen van zekere in de bergen wonende stammen, die zich nog wel eens aan het koppensnellen overgeven ten koste van de vreedzame bewoners der vlakte. Zelfs de leerlingen der school, waarvan vele nog geen tien jaar waren, gaan schoolwaarts met hun boek in de eene en een groot mes in de andere hand.
De japansche onderwijzer leidde mij rond in zijn inrichting, waarvan hij de bestuurder was met een aantal inlandsche helpers. De meeste kinderen, die zeer intelligent en levendig zijn, spraken vloeiend Japansch en enkelen schreven na drie jaar schoolonderwijs reeds zeer goed. Het is opmerkelijk, dat men er gemakkelijker in slaagt, de kinderen van de echte inboorlingen geregeld het onderwijs te doen volgen dan die van de inboorlingen van chineesch ras. Ook hoopte de onderwijzer, weldra zijn programma te kunnen uitbreiden en in korten tijd zijn school op de hoogte te kunnen brengen van de scholen in Japan.
Toen ik op het bureau van den prefect terugkwam, vond ik er het hoofd van het district hevig ontsteld; hij ried mij aan, geen tijd te verliezen, maar dadelijk naar boord terug te keeren, want de bank, die we zonder moeite waren gepasseerd, werd van minuut tot minuut gevaarlijker onder den invloed van een sterken zeewind. De passage van dien lastigen hinderpaal heeft plaats in groote booten met hooge boorden, gelijkend op de brandingbooten aan de kust van Opper-Guinea, maar in plaats van dat ze geduwd worden door een twintigtal pagaaiers, hebben ze hier als eenige beweegkracht twee chineesche roeiers, wier inspanning vaak vruchteloos blijft.
Dat was met ons het geval, toen, na met groote inspanning de drie opeenvolgende rollers te hebben getrotseerd, onze mannen er niet in slaagden de kracht van den stroom te weerstaan, die ons naar land terugdreef en dreigde, ons dwars op de zandbank te werpen en te doen stranden. De hevigheid van de golven verminderde niet, en onze matrozen, die door opium verzwakt waren, spanden zich al minder en minder in. Gelukkig zonden diegenen, die aan wal waren gebleven en die zich bewust werden van onzen kritieken toestand, een tweede boot uit tot onzen bijstand; er werden in de boot twee roeiers geplaatst met frissche krachten, en dank zij dezen steun was het ons mogelijk, de paketboot weer te bereiken.
Deze ontroerende inscheping deed ons te meer waardeeren de rustige wateren, die we den volgenden dag ontmoetten te Kwaliang, waar we aankwamen, na rondom kaap Garambi te zijn gevaren, de zuidpunt van Formosa, waar de Japanners een vuurtoren hebben opgericht van de eerste grootte. De landing geschiedt hier door vlotten van bamboe, die zoo slecht gevoegd zijn, dat ze geheel onder water staan; de passagiers nemen plaats in een bak, waardoor ze droog blijven, maar waar men het erg benauwd in heeft.
Kwaliang is de haven van het stadje Kosjoen, de hoofdstad van het zuidelijke district, waarmee het is verbonden door een Décauvillespoor van het algemeen op Formosa in gebruik zijnde type. Ik werd te Kosjoen ontvangen door den prefect, een ambtenaar, die veel verschilde van dien van den vorigen dag, en even modern als zijn collega conservatief was. Toch kreeg ik hier in plaats van het zoogenaamd europeesche en bijna oneetbare ontbijt, dat men mij te Taïto had voorgezet, een smakelijk japansch maal, waarbij vooral een gerecht, dat ze sasjimi noemden, bestaande uit rauwe visch, rijkelijk overgoten met een heerlijke saus van linzen en gember en andere ingrediënten, zeer lekker smaakte.
De provincie Kosjoen is ondanks haar naam, die "eeuwige lente" beteekent, de minst vruchtbare van Formosa; droogte komt er veelvuldig voor; en de rijst levert slechts een enkelen oogst per jaar. De prefect heeft getracht, de welvaart der bewoners te verhoogen, door in het bijzonder de veeteelt te steunen. Een modelhoeve, met dit doel in het leven geroepen, heeft veelbelovende resultaten opgeleverd; er worden de eerste schapen gefokt, die men ooit op het eiland heeft aanschouwd.
Na een hoogst aangenamen dag, doorgebracht in den tuin van den prefect, te midden van een weelde van orchideeën, sloegen we weer den weg naar het Noorden in, om den volgenden morgen tegenover Takoe te ankeren. Deze haven, als men dien naam mag geven aan een punt van aanleg, waar alle natuurlijke of kunstmatige bescherming ontbreekt, is de voornaamste plaats van uitvoer voor de zuidelijke streken van Formosa en voert bijna alleen suiker uit. In de groote vlakte, die zich tot Kagi uitstrekt, staat het suikerriet zoo dicht, dat het een onafgebroken zee van halmen vormt. Op de hellingen der heuvels laten de boeren de noodige rijst groeien, die ze voor hun voeding behoeven op vierkante stukken, die trapsgewijze boven elkaar liggen.
Te Takoe verliet ik voor het oogenblik de Taïto Maroe, om den spoorweg te nemen tot Taïnan. Ik gebruikte mijn eersten dag voor een bezoek aan Hosan, een kleine prefectuur, omringd door enkele chineesche woningen, waar ik professor Takagi terug vond. Hij kwam ter plaatse een zonderlinge epidemie bestudeeren, die het garnizoen had aangetast en die tegelijk veel geleek op moeraskoorts en beri-beri. Die ziekte was tot dien tijd gelocaliseerd gebleven in Hosan; daar ze bijna altijd doodelijk is, had ze een bataljon infanterie al haast gedecimeerd. De professor scheen de ziekte toe te schrijven aan het misbruik van ananassen, die er zeer mooi en goedkoop zijn en die de soldaten in groote hoeveelheid nuttigen. In Takoe terug, nam ik dienzelfden dag nog den trein en bevond mij enkele uren na mijn vertrek in Kyosjito, ongeveer halfweg Taïnan, bij welk station ik uitstapte, om er de suikerfabriek te zien, door een maatschappij eenige jaren geleden gesticht met steun der regeering.
De suiker is van alle landbouwvoortbrengselen het krachtigst door de regeering gesteund, want Japan, dat een groot consument is van dat artikel, is er niet in geslaagd, het riet zelf te verbouwen, ondanks de herhaalde pogingen tot acclimatisatie, terwijl ook de beetwortels niet gelukten, zoodat men zich tot het buitenland moet wenden, en nu wel graag van Formosa het benoodigde aan grondstof zou betrekken. De pogingen van het gouvernement richten zich op de verbetering van de wijze van verbouw en op een doelmatiger bereiding, die beide zeer primitief zijn en groot verlies teweeg brengen.
Er is daarvoor een speciaal bureau opgericht, waar plannen worden gemaakt en maatregelen worden overwogen, die de suikerindustrie tot bloei kunnen brengen. Van de Hawaï-eilanden heeft men de beste rietsoorten ingevoerd, daarna uit Europa en Amerika de nieuwste kneusmachines, veel beter dan de steenen molens, waarmee de inboorlingen werken. Premies en voorschotten worden aan de landbouwers verstrekt, als ze de moderne werkwijze willen volgen, en eindelijk moet de oprichting van de modelfabriek te Kyosjito dienen als voorbeeld voor de voortbrengers en moet hen ertoe brengen, dergelijke fabrieken te bouwen uit hun eigen middelen.
Die onderneming is aan Japan voorgesteld meer als een vaderlandslievend werk dan als een handelsonderneming. Het kapitaal van een millioen yen is voor een groot deel ingeschreven door de keizerlijke familie en door de hoofdvertegenwoordigers der japansche aristocratie. Niettegenstaande een aanzienlijk subsidie van de schatkist van het eiland en allerlei voorkeurtarieven, op den spoorweg toegestaan, hebben de tot nu toe verkregen resultaten niet beantwoord aan de gekoesterde verwachtingen. De kleine inlandsche fabrikanten, zich door de nieuwe concurrentie bedreigd ziende, zijn erin geslaagd, de eigenaars der suikerrietvelden er afkeerig van te maken, hun product naar de fabriek van Kyosjito te zenden, en zoo is bij gebrek aan grondstoffen de opbrengst dier fabriek ver beneden haar eigen capaciteit gebleven.
Thans heeft men de politie in den arm genomen, opdat ze door haar gewone manier van werken dezen tegenstand van de boeren breke, wat voor de onderneming een toekomstigen bloei in het vooruitzicht stelt. Toch is het niet twijfelachtig, dat het suikerbureau met te groote haast den weg der hervormingen heeft ingeslagen, want verscheiden fabrieken, die niet zoo goed van moderne installaties zijn voorzien, en over niet zooveel kapitaal kunnen beschikken als de Kyosjito-maatschappij, hebben hun werkzaamheden moeten staken, hetgeen niet als reclame werkt voor de nieuwere wijze van fabriceeren, die men in de kolonie wenscht te verspreiden.
Dienzelfden avond kwam ik te Taïnan. Die stad, die de oudste en volkrijkste is van Formosa, heeft niets merkwaardigs. Zij heeft het meest het chineesche karakter behouden; men waant er zich in een der havens van Foekiën of Kwantoeng. Men wees er mij het huis, waar prins Kitashirakawa stierf, de commandant van het japansche legercorps, dat het eiland veroverde, dan den tempel, opgericht ter eere van den chineeschen zeeroover Koxinga, die in de 17de eeuw de Hollanders uit Formosa verjoeg, en eindelijk het oude fort, dat tot verblijfplaats diende voor den nederlandschen gouverneur en dat tegenwoordig als militair hospitaal wordt gebruikt.
Ik vond de Taïto Maroe in Anping terug, aanlegplaats op een mijl afstands van de stad, waar de schepen in open zee moeten ankeren evenals te Takoe. Den volgenden dag ankerden we op de reede van Makoeng in den archipel van de Pescadores. Die eilanden hebben een strategische waarde van den eersten rang, want ze liggen dwars in den weg in de straat en versperren de groote route, die uit het Zuiden naar Noord-China leidt en naar Japan; aan de andere zijde kunnen ze als concentratiepunt en basis dienen voor een japansche vloot, die een offensieve beweging uitvoerde naar het Zuiden van de Chineesche Zee.
De archipel van de Pescadores is door Frankrijk veroverd en geannexeerd in 1885 onder admiraal Courbet, die er aan de cholera stierf kort na den wederafstand van de eilanden aan het Hemelsche Rijk.
Die verschillende omstandigheden werkten ertoe mee, mijn aanwezigheid te Makoeng door de autoriteiten minder gewenscht te doen vinden. In plaats van mij aan den wal te laten gaan, vergezeld door niemand anders dan mijn tolk, zooals in alle vorige plaatsen, waar de boot aanlegde, werd ik gevolgd door verscheiden officieren van de bemanning, bij wie zich, zoodra ik voet aan wal had gezet, een zeker aantal ambtenaren voegden en de meeste leden der plaatselijke politie. Die indrukwekkende stoet werd bij iedere schrede grooter, doordien zich de bewoners onder de toeschouwers schaarden, menschen, die zeker nooit een zoo groote machtsontplooiing hadden aanschouwd voor de bewaking van een enkel persoon. Ik moest allerlei stappen doen, om de toestemming te krijgen voor het photografeeren van het monument, opgericht door onze zeelieden ter herinnering aan den admiraal en zijn makkers, die er in grooten getale sneuvelden.
Ofschoon ik minder dan een uur aan land was gebleven tijdens ons verblijf op de reede van Makoeng, vond ik bij mijn terugkomst in de hoofdstad een nog koeler ontvangst dan te voren. Men vond uitnemende redenen, om mij alles te weigeren, wat ik vraagde; ik deed te vergeefs herhaaldelijk een beroep op de door de autoriteiten mij vroeger gedane belofte, dat ik aan de grenzen van het land der Atayals mocht reizen en de operaties mocht volgen van een belangrijke expeditie, die tegen hen werd uitgezonden in het Zuiden van het eiland. Ik ging zoo ver, van mij op den gouverneur zelven te beroepen en telegrafeerde aan hem in Tokio, waar hij zijn jaarlijkschen verloftijd toen juist doorbracht, al mijn pogingen bleven vruchteloos. Tegenover een zoo stelselmatig vijandige houding zag ik mij verplicht, mijn verblijf te verkorten en Formosa vaarwel te zeggen. Het japansche volk is het wantrouwigste ter wereld.
Ondanks die afwerende houding van de autoriteiten had ik gedurende de twee maanden, die ik op het eiland had doorgebracht, dank zij de uitstapjes, door mij in verschillende provincies gedaan, dank zij ook de vriendelijkheid van enkele particulieren en van een klein aantal ambtenaren, die handelbaarder waren dan de anderen, kostbare inlichtingen kunnen inwinnen over het werk der Japanners op Formosa en over den tegenwoordigen toestand der kolonie. Laat mij daarvan hier een en ander kort samenvatten.
Wat vooral de aandacht trekt, is de politiek, tegenover de inboorlingen gevolgd. Men weet, dat de Japanners zich hebben voorgesteld in de laatste jaren als de kampioenen voor het recht in het Uiterste Oosten, de bevrijders van hun rasbroeders en dat ze in verscheiden europeesche kolonies een anti-westersche beweging in het leven hebben geroepen. Men moest dus verwachten, dat ze in een door Chineezen bewoond land een vaderlijke regeering zouden inrichten en een zeer welwillend en zacht bewind zouden voeren. Dat is echter in het geheel niet het geval geweest, en men staat verbaasd, te zien, hoe willekeurig de inboorlingen worden behandeld door de politie, wier gezag zonder eenig toezicht wordt uitgeoefend. Ook verwondert het, dat de bevolking van alle aandeel aan de leiding der openbare aangelegenheden is verstoken.