Eens Engelschman's eerste indrukken van New-York De Aarde en haar Volken, 1917

Part 2

Chapter 21,601 wordsPublic domain

Meer nog dan dat verschil tusschen amerikaansche en engelsche sport trof mij 't opvallend onderscheid tusschen het "home" van den Amerikaan en dat van den gemiddelden Engelschman. New-York is geen stad van "homes". 't Is een stad van flats en "roomers". 't Duurde lang, eer ik een equivalent had ontdekt van wat wij onder een gezellig interieur verstaan, en dat was ten slotte nòg het ware niet. De echte genoeglijke behagelijkheid schuilt op plekjes den kant van Jersey uit, of aan de Hudson, of verstopt zich in afgelegen hoekjes aan den buitenkant van Brooklyn. Talrijk zijn die plekjes niet, in elk geval. De New-Yorker heeft er geen tijd voor, zich op zijn gemak in te richten. De jonge man, die er is aangekomen uit "the old country" met zijn solide kist of koffer, die voor hem den grondslag van alle bezit vertegenwoordigt, verkoopt dat aartsvaderlijke ding al gauw, en schaft zich een reistasch aan. Hij weet het al; men vestigt zich hier niet, men glijdt mee met den stroom. Zelfs de rijke lieden koopen hier geen huizen; ze huren ze alleen. Toen Roosevelt van zijn reis door Z. Amerika terugkwam, beweerde hij een paar dagen rust te willen nemen "om zijn familie te leeren kennen" eer hij weer aan 't werk ging. Niemand vond daar iets bijzonders in. Aanhoudend in beweging zijn is de normale toestand van den Amerikaan. Waar hij zich voldoende veilig en op zijn gemak heeft geacht, om een permanent verblijf in te richten, levert ook dat verblijf voor den Engelschman steeds nieuwe verrassingen op. De centrale verwarming biedt ontegenzeggelijk voordeelen, die ons gloeiend haardvuur mist, meubelen zijn hier vóór alles practisch en bruikbaar; met ruimte wordt gewoekerd. 't Algemeen verspreide gebruik van de ijskast levert in den zomer een onwaardeerbaar gemak. Dat is anders dan in Londen, waar we 't ijs in brokjes halen bij den vischwinkel om den hoek.

Een groot verschil ook, de zuivere, koude flesschen melk van New-York bij het bestoven karretje met de bengelende bussen van den londenschen melkventer. Wat het eigenlijk huiselijk leven, het dagelijksch verkeer met zijn gezin betreft, hierin schiet de doorsnee-Amerikaan ontzaglijk veel te kort. Hij vliegt van huis 's morgens vroeg, slooft den lieven langen dag zonder zich den tijd te gunnen behoorlijk te eten bijna, en komt 's avonds doodmoe terug. De onuitgesproken overeenkomst bij 't sluiten van een huwelijk schijnt wel deze: de man verdient het geld; de vrouw geeft het uit. Heel veel komt het voor, dat de schoonmoeder bij de jonggehuwden haar intrek neemt. Ik heb nooit gehoord van vaders, die bij hun zoons of schoonzoons kwamen inwonen.

Men moet wel haast aannemen dat alle vaders vroeg bezwijken in hun felle jacht naar fortuin. Maar dat geregeld samenwonen van schoonmama's met haar kinderen bewijst althans dat de hartelijkheid tusschen ouders en kroost zooveel niet te wenschen overlaat.

't Is waar dat amerikaansche kinderen verbazend vroegrijp zijn en blijk geven van merkwaardig zelfvertrouwen. Ik heb hooren beweren dat de jeugd van het moderne Amerika zelfzuchtig is en buitensporig in haar eischen. 't Is de algemeene, haast afgezaagde klacht van ieder ouderpaar. Als ze waarheid bevat, dan is dat het rechtstreeksch gevolg van de omstandigheid, dat amerikaansche ouders zelden in hun kinderen een toekomstigen steun zien, of er op rekenen, dat ze althans zullen meeverdienen. Ik leerde zulke vaders kennen, die zich volkomen gelukkig en tevreden achtten in hun inspannend kantoor- en zakenleven, en het denkbeeld niet zouden kunnen verdragen, dat hun dochters zich ook maar haar zakgeld zouden verschaffen door eigen arbeid, of dat hun zoons iets van hun verdienste zouden afstaan ten bate van 't gezin. Een goed of afkeurend oordeel in dezen veroorloof ik mij niet. 't Is waar, dat amerikaansche kinderen oneindig meer vrijheid genieten dan de jeugd in Engeland. Hun genegenheid voor hun ouders lijdt er in elk geval niet onder; eer het tegendeel. Ze hebben dan ook waarlijk véél aan die hardwerkende "dads" te danken. Als men wil weten hoe de New-Yorksche beursmannen zich te weer stellen, moet men maar eens naar Broad-street gaan, om de daar werkzame "Kerb brokers" bezig te zien. Dat schouwspel vergeet een vreemdeling nooit. Hun manier van zaken doen vertegenwoordigt wel het toppunt van de tot het uiterste gespannen energie en de algeheele overgave, waarmede de New-Yorker zich wijdt aan het geldverdienen. Dat juist zij niet tot de rijkste en allermeest geziene effectenmakelaars behooren, doet er zooveel niet toe; hun methode is éénig in elk geval. Hun pantomimische doofstommen-conversatie met klerken en lastgevers op de verschillende hooger gelegen verdiepingen is van een ongelooflijke vlugheid en vaardigheid, die u letterlijk verstomd doet staan. Ik hoorde, dat ze daar in die smalle straat staan van 's morgens tien tot 's middags drie, onophoudelijk aan 't koopen en verkoopen, dikwijls zonder een potlood op 't papier te brengen, of hun naam te teekenen ter bevestiging van het gegeven woord.

Op drukke dagen heerscht hier een onbeschrijflijke opwinding, en 't lawaai dat die schreeuwende menigte maakt bij 't wilde handgezwaai en gewuif van hun seinen aan de telefoneerende klerken is letterlijk verbijsterend. "Drie kwart van onze zaken die hier worden afgehandeld", zeide mij een der deelnemers aan dezen wedstrijd in money-making, "gaat bij mondelinge overeenkomst. Dat noemen we 'gentleman's contract'. Als zoo'n curb-broker (trottoir-makelaar) zegt dat hij koopt, dan koopt hij, al gaat de koers naar beneden. Hij zou er niet aan denken, terug te krabbelen, al heeft hij geen letter zwart op wit gezet". Dat vond ik weer een mooi en opmerkelijk verschijnsel in New-York. Men kan niet nalaten lieden te bewonderen met een zoo sterk ontwikkeld eer- en rechtsgevoel. Een makelaar, dien men mij bij name heeft genoemd, zag zich ten gevolge zulk eener mondelinge overeenkomst aan den rand van den financieelen ondergang. Hij hield zijn woord; vertelde aan zijn vrouw wat hun stond te wachten, verkocht zijn automobiel den volgenden dag, nam een hypotheek op zijn huis en ontzegde zich voorloopig alle genoegens der weelde, waaraan hij gewend was. Daarna keerde hij naar Broad-street terug, en begon den strijd opnieuw. In zes maanden had hij zich er weer boven opgewerkt. En die smalle Broad-street is niet eens bij vele New-Yorkers bekend. 't Is een soort van romantische oase in een stad, waar het romantische over 't algemeen ver is te zoeken, in elk geval een avontuurlijke plek; waar in den kortst mogelijken tijd zich drama's afspelen met ver reikende gevolgen. Ik denk maar 't liefst aan dat plekje, waar een soort ridderlijke eerlijkheid en betrouwbaarheid wordt in acht genomen, wanneer ik weer eens lees hoe het amerikaansche publiek in een paar jaar tijds een honderd millioen dollars is kwijtgeraakt aan gewetenlooze speculanten, met hun "get-rich-quick" methoden.

Eigenaardig is het, op te merken, hoe de Amerikaan, die zijn vrouw en dochters pleegt te verafgoden en haar zoekt te besparen wat maar de geringste zorg of moeite zou kunnen veroorzaken, over 't geheel aan vrouwen een mate van vrijheid van beweging vergunt, die haar in staat stelt tot een veel ruimer ontplooiing van haar individueele vermogens, dan in Engeland zou gedoogd worden. Het is bijvoorbeeld volstrekt geen zeldzaamheid in de straten van New-York keurige kleine auto's te zien rijden, die door de eigenaressen zelf worden bestuurd. In Engeland werd, althans vóór den oorlog, de vrouwelijke chauffeur nog met den vinger nagewezen. Ik denk dat de gemiddelde amerikaansche echtgenoot en vader in sommige opzichten wat òver-voorzichtig, en in andere om de waarheid te zeggen, wat àl te toegevend is. Ik weet wel dat ik menigmaal de zekerheid en handigheid van die vrouwen ten zeerste heb bewonderd, als ik ze zoo kalm en beheerscht aan het stuurwiel zag zitten, midden in de drukte van Fifth Avenue op het wandel- en winkel-uur. Hier kan men de élite van New-York vergaderd zien; want Fifth Avenue is nog steeds het domein van de New-Yorksche upper-ten; en al is ook hier de handel in sommige zijner vormen doorgedrongen, de straat blijft de breede, imposante verkeersweg, met hooge deftige huizenrijen, en de kleine winkels die wat levendigheid brengen en de gezelligheid verhoogen, hebben iets eigenaardig "aparts" en een zekere waardigheid, die men mist bij de reuzenmagazijnen en stores van Broadway. Langs het trottoir staan rijen prachtige lantarens, die des avonds een zacht en toch helder licht verspreiden; anders dan de schelle verlichting der winkelstraten. Van Madison Square tot Central park scharen ze zich aaneen, een onafgebroken rij van stomme wachters, alles ziend, en--zwijgend. Beroof Fifth Avenue van die lampenrij en de straat telt een bekoring minder.

Nog onder den indruk van Fifth Avenue's intieme, en volstrekt niet kille of terugstootende voornaamheid, begaf ik mij op zekeren dag naar het beroemde Coney Island, in de hoop er mijn blik te kunnen laten weiden over een behoorlijk aantal van de tien millioen bezoekers, die jaarlijks zich aldaar heeten te komen vermaken. Ik moet eerlijk bekennen, ik voelde mij teleurgesteld. Coney Island is al te zeer geprezen, al te uitbundig geadverteerd. Als uitspanningsterrein is het niet, wat de vreemdeling met recht had mogen verwachten. 't Is een soort voorstad van Brooklyn en de fatsoenlijke Brooklyner haalt er de schouders voor op. New-Yorkers gaan er des zomers heen uit gewoonte, en op Zondagen zoeken er de winkelbedienden met hun dames hun heil. Maar die komen er niet om de zee. Die gaan naar Coney Island omdat er een reuzenkermis wordt gevierd. Ik verbeeld mij, dat Coney Island zijn beste dagen achter zich heeft. Zijn klatergoud en bonte verf begint af te schilferen en de vervelooze vuile plekken, die zij overlaten, zullen ieder in het oog vallen, die aan een verfijnder en smaakvoller omgeving gewend is en de voorkeur geeft.