Een vriendelijke morgenstond; De ganzenkoopman van Neurenberg
Part 5
De pruikenmaker herhaalde: "Mijnheer, ik versta geen tegenspraak, nogmaals verzoek ik u: verscheur uwe manchetten, of wij zullen vechten op leven of dood!" Wilde de Engelschman onaangenaamheden voorkomen, dan was hij genoodzaakt zijn manchetten te verscheuren. Hij voldeed aan het verlangen van den pruikenmaker en werd daarna zeer spraakzaam. Hij vertelde veel over Engeland en Londen, over den grooten kerktoren, en dat men buitengewoon goede oogen hebben moest, wilde men op de klok van den toren zien hoe laat het was. Hij vertelde altijd door, totdat eindelijk de tandmeester kwam. Toen de tandmeester binnen trad, en vroeg wat de vreemdeling van hem wilde, zeide de Engelschman: "Haal mij dien tand uit den mond, de derde, op het welzijn van de koningin van Engeland! Mijnheer," zeide hij tot den pruikenmaker, "gij blijft daar zitten en verroer u niet."--Toen de tand getrokken was, zeide hij tegen den tandmeester: "Wees nu zoo goed en trek dezen heer ook den derden tand uit, op het welzijn van de koningin. Goede vriend," vervolgde hij tot den pruikenmaker, "ik heb er mij een laten uittrekken, dus, gij moet dit insgelijks laten doen."--Nu maakte de pruikenmaker geen gekheid, hij kreeg een kleur tot achter de ooren en riep: "Die zaak staat niet gelijk. Ziedaar, uw tand is hol, er kan wel een konijn door; de mijne zijn alle gaaf en ik kan er wel een breinaald mede doorbijten, ja, als gij wilt, zult gij zien dat ik er een geldstuk mede doorbijt," doch de Engelschman luisterde niet naar deze redeneering. "Mijnheer," antwoordde hij, "ik versta geen tegenspraak. Nogmaals: gij laat u de derde tand uittrekken, of wij vechten op leven of dood en ik doorboor u met dezen degen, totdat de punt in de deur steekt!" Toen dacht de pruikenmaker: "een tand--een leven--ik heb te huis negen kinderen, dus liever een tand missen." Hij ging hierop bedaard zitten en liet zich een tand trekken.
De pruikenmaker en de Engelschman verlieten als goede vrienden het koffiehuis.
+--------------------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | | | | Bron (B:) -- Correctie (C:) | | | | B: "Nog veel?" antwoorde Liebel | | C: "Nog veel?" antwoordde Liebel | | B: schoolmeester, wat heb ik misdaan; | | C: schoolmeester, "wat heb ik misdaan; | | B: hebt nog niets beleefd." | | C: hebt nog niets beleefd."" | | B: uit, "gij, Theodoor, hier? | | C: uit, "gij, Theodoor, hier?" | | B: daarop is dit spelletje gevolgd. | | C: daarop is dit spelletje gevolgd." | | B: "Stil!" riep Gottholff gebiedend. | | C: "Stil!" riep Gotthelff gebiedend. | | B: over het onverwachtte wegblijven | | C: over het onverwachte wegblijven | | B: er buitengewoon ernstig uitzag." | | C: er buitengewoon ernstig uitzag. | | B: maar kon of durfde uit gaan! | | C: maar kon of durfde uit gaan!" | | B: "Wees trouw en eerelijk tot aan uw | | C: Wees trouw en eerelijk tot aan uw | | B: nooit gebruikt, omdat, hij niet | | C: nooit gebruikt, omdat hij niet | | B: alle dergelijke geschenken gekocht. | | C: alle dergelijke geschenken gekocht." | | B: jaren. | | C: jaren." | | B: doos gedaan hebt? | | C: doos gedaan hebt?" | | B: veel nut stichten? Dat geld zal het | | C: veel nut stichten. Dat geld zal het | | B: zijn vier-en-zevenstigste verjaardag. | | C: zijn vier-en-zeventigste verjaardag. | | B: en, het vaar ziende, brachten | | C: en, het gevaar ziende, brachten | | B: overal gaat: men dulde niet dat | | C: overal gaat: men duldde niet dat | | B: "Och, zuchtte hij eindelijk, | | C: "Och," zuchtte hij eindelijk, | | B: ooggetuigge geweest was van hetgeen | | C: ooggetuige geweest was van hetgeen | | B: aan; eerst lostte hij zijn buis, | | C: aan; eerst loste hij zijn buis, | | B: rijden? | | C: rijden?" | | B: mij onverschillig, viel Marianne | | C: mij onverschillig," viel Marianne | | B: dorp heet Dortingen, antwoordde Balzer | | C: dorp heet Dortingen," antwoordde Balzer | | B: schijnt niet nieuwgierig te zijn," | | C: schijnt niet nieuwsgierig te zijn," | | B: leeft, kunt gij oud worden. | | C: leeft, kunt gij oud worden." | | B: de koningin!" Gentleman, gij | | C: de koningin! Gentleman, gij | | | +--------------------------------------------------------+