Een Reis Naar Het Land Van De Cacao En De Suiker De Aarde En Ha
Chapter 1
Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
EEN REIS NAAR HET LAND VAN DE CACAO EN DE SUIKER.
Een zending naar Barbados, Engelsch Guyana en Trinidad.
Naar het Fransch van Th. Dufau.
Door de Kamers van Landbouw te Guadeloupe was mij, in October 1901, opgedragen, in Barbados, Engelsch Guyana en Trinidad den economischen en industrieelen toestand dezer streken van nabij te bestudeeren. Dit geschiedde op aandringen der voornaamste planters en suikerfabrikanten, toen door de aanhoudende daling der suikerprijzen het bestaan der kolonie gevaar liep.
Gedurende de jaren, die voor Martinique en Guadeloupe het voorspoedigst waren, d. w. z. tusschen 1860 en 1884, werd bijna niet anders dan suiker uitgevoerd.
In die dagen bedroegen de inkomsten, die Guadeloupe aan den handel in suiker had te danken, jaarlijks gemiddeld 25 millioen francs, een aanzienlijke som, als men de betrekkelijk geringe oppervlakte van het bebouwde gebied en het kleine aantal inwoners in aanmerking neemt.
Van 1884 af echter begonnen de prijzen, onder den invloed der nieuwe wetten, welke ten doel hadden de mededinging van Duitschland te weren, aanhoudend te dalen, en die toestand duurt nog onveranderd voort. In de laatste maanden van 1901 brachten 100 kilogram suiker, die vóór 1884 60 of 70 francs zouden gekost hebben, niet meer op dan 30 tot 32 francs. Die cijfers kenschetsen het geheele verloop der crisis, die de fransche kolonies in de Antillen ten val heeft gebracht, en men kan zich gemakkelijk voorstellen, dat zulk een geduchte prijsvermindering, binnen zoo korten tijd, verschrikkelijke gevolgen na zich moest sleepen. Leeningen uit de koloniale staatskas konden in dien treurigen toestand ook geen afdoende verbetering brengen; daar de gevraagde rente dikwijls tien percent bedroeg, en zoodoende de geboden hulp slechts een uitstel van executie beteekende.
Daarbij kwamen andere rampen, waardoor de ongelukkige eilanden werden geteisterd. Wij behoeven slechts te herinneren aan de aardbeving te Guadeloupe in 1897, den cycloon van 1899, en een verschrikkelijken brand, die in 1900 bijna een derde van de hoofdstad in asch legde. Doch deze kleine eilanden bezitten veel levenskracht, zij laten den moed niet zakken, en ongetwijfeld zouden de inwoners, indien de suikercultuur nogmaals tot bloei geraakte, de gevolgen dezer rampen spoedig weder te boven zijn. De regeering beschouwt dan ook den landbouw als het punt, dat haar voornaamste zorg vereischt, en acht het van het hoogste belang, de beletselen uit den weg te ruimen, welke den uitvoer van een zoo belangrijk product belemmeren. Een ding is zeer opmerkelijk, dat de naburige engelsche koloniën, die zich eveneens op de suikercultuur hebben toegelegd, ondanks alle tegenheden hun productie niet verminderden. Moest men hieruit niet afleiden, dat zij de suiker goedkooper konden produceeren? Het feit scheen merkwaardig genoeg, om er de oorzaken van na te gaan.
Wanneer met zekerheid kon worden uitgemaakt, door welke verbeteringen, 't zij op het veld, of in de fabriek, de handelaars en planters van Trinidad en Engelsch Guyana in staat waren den ongelijken strijd vol te houden, kon dit van groot nut zijn voor de bevolking van Guadeloupe. Dit was dus het doel mijner zending, en om mij het bereiken daarvan te vergemakkelijken, verschafte de regeering mij brieven van aanbeveling aan de engelsche overheidspersonen, welke mij van zeer veel dienst waren en in staat stelden, de economische en sociale toestanden der landen, welke ik bereisde, grondig te bestudeeren.
De voorafgaande inleiding achtte ik noodig, om den lezer eenigszins van het doel mijner reis op de hoogte te stellen, en hem te doen begrijpen, waarom ik sommige punten meer uitvoerig dan andere behandel.
Den 30sten December 1901 ging ik aan boord van het stoomschip _Roraima_, van de Quebec Steamship Company, een canadeesche maatschappij, die een geregelden dienst onderhoudt tusschen New-York en West-Indië, en wier booten Martinique en Guadeloupe geregeld aandoen. Deze stoombooten dienen voornamelijk voor goederenvervoer, maar hebben toch eenige zeer gemakkelijk ingerichte hutten ten gerieve van passagiers. Het kleine aantal reizigers werkt een vlugge bediening in de hand, en deze booten zijn dan ook zeer in trek bij de Amerikanen, voor wie een winteruitstapje naar de Antillen een modereis geworden is, zooals het gebruikelijke verblijf aan de Riviera voor den Parijzenaar. Thans kan ik mij helaas die aangename dagen op de _Roraima_ niet anders dan met een huivering van medelijden voor den geest roepen; want vier maanden nadat ik de reis deed, is deze boot vergaan bij de verschrikkelijke ramp der verwoesting van Saint Pierre. Den 31sten December voeren wij voorbij de ten ondergang gedoemde stad, die feestelijk het Oude- en Nieuwejaar vierde, en een vroolijken, schilderachtigen indruk maakte, al verrees op den achtergrond ook de geduchte Mont Pelée. Vandaar zetten wij koers naar Sint Lucia, een eiland, dat in taal en zeden fransch is gebleven, hoewel het reeds honderd jaren in het bezit van de Engelschen is. De stoomboot wierp het anker in de baai van Castries, een bijna gesloten haven, die door de Engelschen is versterkt. De heuvels in den omtrek zijn niet bebouwd; men ziet er slechts engelsche villa's, en verder kazernes en barakken. Sint Lucia is het middelpunt van Engelands verdediging ter zee in de Engelsche Antillen. Van dit eiland naar Barbados duurt de overtocht omtrent tien uren, en de zee is hier in den regel zeer onstuimig. Wij zijn in de streek der passaatwinden, die hier een groot deel van het jaar heerschende zijn.
Den 2den Januari 1902 krijgen wij bij het aanbreken van den dag de vlakke kust van Barbados in het gezicht, het eerste eiland, waar ik eenigen tijd denk te vertoeven. Zoodra het anker is geworpen, gevoelt men reeds, dat men op engelschen bodem is. Aan beide zijden van de scheepstrap komt een politieagent staan, die de nummers afroept der booten, waarin de passagiers zich aan wal mogen begeven. Alles gaat dus zeer ordelijk toe. Die politieagenten worden bijna uitsluitend gekozen uit de inlandsche bevolking; maar zij doen, wat hun houding en voorkomen betreft, niet onder voor de agenten, die men in de straten van Londen ziet, en dragen bijna dezelfde uniform. Ze weten zich te doen gehoorzamen door een bevolking, die den eerbied der Engelschen voor de vertegenwoordigers der wet heeft overgenomen. In dit opzicht valt een vergelijking met de fransche koloniën niet ten gunste der laatste uit. Doch als onnadenkende en oppervlakkige reizigers het ongelukkig voorkomen der inlandsche soldaten te Martinique en Guadeloupe toeschrijven aan de minderwaardigheid van het ras, vergissen zij zich zeer, en om van het tegendeel overtuigd te worden, behoeft men slechts de manoeuvres bij te wonen der brandweer en politie, of de soldaten van een "West India regiment" op de parade te zien. De zwarten der Antillen kunnen tot uitstekende soldaten worden gevormd, en als onze koloniën daarin slecht zijn geslaagd, moet dit worden toegeschreven aan gemis aan behoorlijke opleiding. In plaats van soldaten te werven op goed geluk en zonder voorafgaand onderzoek, kiezen de Engelschen hun rekruten met het oog op hun lichamelijke gesteldheid, en laten hen door europeesche officieren terdege drillen in de kazerne, waar zij een bepaalden tijd moeten doorbrengen, en examens moeten afleggen, terwijl zij later een betrekkelijk hooge soldij ontvangen.
Barbados is een belangrijk middelpunt voor het vrachtgoederenvervoer. De heer Paravicino, de vriendelijke consul van Italië en Oostenrijk-Hongarije, was zoo welwillend, mij hieromtrent uitvoerige inlichtingen te verschaffen. Hoewel de reede van Bridgetown open is, komen hier toch alle schepen voor anker, daar hier niet alleen door de naburige eilanden, maar door het geheele vasteland aanvraag wordt gedaan naar gelegenheden om vrachtgoederen te vervoeren. Barbados is als het ware een groot bureau van inlichtingen op dit gebied, en men moet den ondernemingsgeest der kooplieden bewonderen, die zoo uitstekend partij wisten te trekken van de geografische ligging van het eiland. Dit drukke verkeer geeft een levendig voorkomen aan de haven, die door haar dokken en werkplaatsen ruimschoots gelegenheid biedt om schepen te bewapenen, of te herstellen, als zij averij hebben beloopen.
De eigenlijke stad telt, op een betrekkelijk geringe oppervlakte, twintigduizend inwoners; het totale cijfer der bevolking bedraagt echter zeer veel meer, als men de voorsteden mederekent, die zich naar alle zijden uitstrekken. Verscheiden fraaie gebouwen verdienen afzonderlijke vermelding, zooals dat van de "Barbados Life Insurance Society", de "Public Buildings", of het Gouvernementsgebouw, de "Colonial Bank", en vooral het prachtige Marine Hotel, dat omgeven is door uitgestrekte grasperken, en waar vreemdelingen, vooral Noord-Amerikanen, in grooten getale den winter komen doorbrengen. Van December tot April houdt hier de temperatuur het midden tusschen 20 en 26 graden Celsius. De toeristen der Vereenigde Staten, die niet van koude winters houden, vinden in Barbados een ideaal klimaat, dat bijzonder gezond is. De bodem van het eiland, die uit koraalvormingen bestaat, is zeer droog.
Nergens vindt men er die stilstaande poelen en moerassen, die zooveel voorkomen op de eilanden der golf van Mexico, en die malaria en koorts verwekken. Sedert de cholera in 1854 hier heeft gewoed, zijn ook alle voorzorgen om de volksgezondheid te bevorderen, zeer streng toegepast, en thans is de moeraskoorts bijna uit Barbados verdwenen.
Misschien is aan deze gelukkige omstandigheden de aanhoudende toename der bevolking te wijten, waarvan de aanwas zoo groot is, dat hierdoor in tijden van hongersnood zeer bepaald gevaar zou zijn te duchten.
Volgens de laatste opgaven, in 1900, telde het eiland 200 000 inwoners, op een oppervlakte van nog geen 60 000 hectaren. In dichtheid kan deze bevolking slechts wedijveren met enkele districten van Java, of sommige plaatsen in Saksen en Lancashire. Als men een rijtoer maakt langs de fraaie buitenwegen, of een tochtje per spoor doet van Bridgetown naar Bathsheba, krijgt men den indruk, alsof de groepjes huizen, die men overal verstrooid ziet, weldra allen met elkander zullen verbonden zijn en slechts één groot dorp zullen vormen. Het leven is er niet duur, daar een zeer liberaal stelsel van inkomende rechten allerlei waren, onverschillig uit welke streken zij worden aangevoerd, in het land toelaat, en bovendien de levensmiddelen zeer goedkoop zijn. De volksklasse voedt zich bijna uitsluitend met vruchten en wortelen (bananen, aardappelen, mangos) en visch. De "vliegende visch" wordt verbazend veel gegeten, en in ongeloofelijke massa's gevangen in de wateren, die het eiland omringen. In geval de vangst bijzonder voorspoedig is, wordt deze visch verkocht voor één of anderhalven stuiver het pond.
Ondanks deze gunstige levensvoorwaarden is toch de dichtheid der bevolking oorzaak, dat velen van de mannen hun geluk in naburige kolonies gaan beproeven. Zij namen bijvoorbeeld in grooten getale deel aan den arbeid voor de doorgraving van het kanaal van Panama, waarbij hun werkkracht en volharding zeer werden op prijs gesteld.
Hierdoor is de verhouding tusschen het aantal mannelijke en vrouwelijke bewoners zeer ongelijk; in 1896 waren er 101 000 vrouwen, tegen 81 000 mannen. Sir Frederic Hodgson, de gouverneur van het eiland, zeide mij in een particuliere audiëntie, hoezeer deze quaestie der overbevolking hem van gewicht scheen. Het aantal vrouwen te doen verminderen, door ze naar andere koloniën en het buitenland te zenden, scheen hem het eenige middel om dit gevaar te bestrijden. Daarom ondersteunt hij ijverig de pogingen der verschillende vereenigingen, die zich ten doel hebben gesteld, de jonge meisjes en vrouwen van Barbados betrekkingen buitenslands te bezorgen. Zoo heeft de Victoria Emigration Society, die in de Vereenigde Staten haar agentschappen heeft, met vrucht voor dit doel gewerkt. De inwoners van Barbados koesteren echter een groote gehechtheid aan hun geboortegrond, en komen er dikwijls terug, als zij genoeg hebben overgespaard.
Zij zijn allen zeer verkleefd aan de engelsche regeering, en stellen er prijs op, dat hun klein landje, als een schildwacht in den Atlantischen Oceaan gelegen, de eerste engelsche kolonie van de Nieuwe Wereld geweest is. In 1605 bracht de schoener "Olive Blossom" er de eerste emigranten, die het eiland in bezit namen voor Jacob I. Sedert is het altoos engelsch gebleven, heeft trouw zijn bijdragen in geld en manschappen geleverd voor al de oorlogen in de zee der Antillen, en zijn inwoners ondernamen als echte boekaniers krijgstochten tegen Martinique, Guadeloupe en Dominica. De bewoners noemen zich "little Englanders" en apen tot in het bespottelijke de gewoonten van het moederland na.
Er zijn hier meer blanken, in verhouding tot het aantal zwarten en kleurlingen, dan in de andere koloniën der kleine Antillen. Hoewel vele families Barbados hebben verlaten, vooral na de crisis in de suikerproductie, wonen toch op het eiland nog meer dan 15 000 blanken, waaronder sommigen afstammen van de eerste kolonisten. Daar de Ieren hier bijzonder lastig waren, werd in 1644 een verbod uitgevaardigd, om iersche kolonisten op het eiland toe te laten. De engelsche taal is de eenige, die hier gesproken wordt, en alles draagt een door en door engelsch karakter.
Dit is op zichzelf reeds eigenaardig in een werelddeel, waar zooveel volken en rassen zich hebben vermengd. Merkwaardig is ook de wijze, waarop de bewoners van den grond hebben weten partij te trekken. Terwijl Grande-Terre, een der twee eilanden, die Guadeloupe vormen, en waarvan de geologische formatie met die van Barbados overeenkomt, gedeeltelijk nog uit moerassen en wildernissen bestaat, waartusschen de schaarsche bevolking verspreid woont in ellendige hutten, is in de engelsche koloniën geen duim gronds onbebouwd gebleven. De maagdelijke wouden zijn verdwenen en het net van wegen, dat het geheele eiland overspant, vormt als het ware de lanen van een grooten tuin, midden in den Atlantischen Oceaan gelegen. Reeds in het begin der 18de eeuw was het eiland tot grooten bloei gekomen; zooals blijkt uit de beschrijving van een fransch geestelijke, Labat, die het in die dagen heeft bezocht en uitdrukkelijk gewaagt van de bijzondere bedrevenheid der inwoners in den landbouw.
Van den beginne was de gunstige ligging van Barbados, dat het geheele jaar aan de passaatwinden is blootgesteld, van groot belang voor de suikercultuur. De plantages zijn er niet bijzonder uitgestrekt. In 1900 waren er 440 fabrieken, waarvan een honderdtal door stoom worden gedreven, en slechts zeven bezittingen besloegen een uitgestrektheid van meer dan 300 hectaren. In den oogsttijd, tusschen Januari en April, is het geheele eiland als 't ware een gonzende bijenkorf. Overal ziet men de wieken draaien der windmolens, die de raderen der fabrieken in beweging brengen, en op de wegen de karren, beladen met suikerriet, die naar de fabriek trekken.
Het riet, waarvan men de rijpende halmen ziet golven tot aan den horizon, moet snel worden gesneden, en het sap moet worden uitgeperst eer de gisting begint. Op al die uitgestrekte velden wordt hetzelfde werk verricht, en de doordringende geur van het sap hangt overal in de lucht. Elk jaar verzendt dit kleine eilandje meer dan 50 000 reuzen vaten, die bijna 900 kilogram inhouden, ruwe suiker, die in de raffinaderijen van de Vereenigde Staten wordt gezuiverd, terwijl de afval een soort stroop oplevert, die veel aftrek vindt in Canada, en daar een voornaam bestanddeel der volksvoeding uitmaakt.
Ik wijdde eenige dagen aan het bezoeken van meerdere plantages, waar ik inlichtingen ontving omtrent de verschillende wijzen van bouw en bemesting, welke afhangen van de gesteldheid van den grond. Het meerendeel van den veldarbeid wordt door daglooners verricht; soms wordt ook, volgens contract, de geheele plantage onderhouden door een enkel gezin, waarbij man, vrouw en kinderen allen medehelpen. Al blijft men de oude gewoonte getrouw, van ieder voor zich zijn eigendom te bebouwen en zich dus niet te vereenigen tot groote maatschappijen, die met verbeterd materiaal kunnen arbeiden, de cultuur wordt hier toch, al is het dan op kleine schaal, bedreven op een wijze, die voorbeeldig mag worden genoemd.
Van de vruchtbaarheid van den bodem wordt zooveel doenlijk partij getrokken. Tusschen de rijen suikerrietstengels groeien maïs, aardappelen en andere groenten, die de talrijke veldarbeiders tot voedsel strekken. Men is ook zeer goed op de hoogte van de eigenschappen van den bodem, waarop iedere groente geteeld moet worden. Toen het engelsche gouvernement, dat de suikercultuur in zijn kolonies wenschte te steunen, tegenover de toenemende concurrentie der beetwortelsuiker, besloot te dien einde een speciaal departement van landbouw op te richten, plaatste het den zetel daarvan in Barbados. Aan het hoofd van dit "Imperial Department of Agriculture" staat Dr. Morris, een man, die door grondige studiën op dit gebied ten volle voor de hem opgedragen taak is berekend. In een onderhoud, dat ik met hem had, deelde de heer Morris mij mede, dat het doel der afdeeling was, in engelsch West-Indië en Guyana op alle denkbare wijzen de bevolking in kennis te stellen met de beste en nieuwste methoden van het land te bebouwen, de middelen te bestudeeren om de suikerfabricage weder tot bloei te brengen, en proeven te doen met andere landbouwproducten, welke nieuwe bronnen van welvaart voor de kolonie zouden kunnen openen. Om dit alles mogelijk te maken, heeft de engelsche regeering voor den tijd van tien jaren een jaarlijksche toelage van 500 000 frs. toegestaan, waarvan een gedeelte wordt besteed voor de inrichting te Barbados, doch het grootste deel wordt aangewend tot het verstrekken van subsidiën aan de andere kolonies, voor het oprichten van proeftuinen en laboratoria, en het praktisch onderwijs, dat niet alleen aan scholen, maar ook, op aanvraag der eigenaars, aan de arbeiders op hun particuliere bezittingen wordt verstrekt. Te dien einde reizen daartoe aangestelde "travelling instructors" naar de verschillende hoofdplaatsen, om daar op de plantages inlichting en onderricht te geven in planting, bemesting, het snijden van het riet, de bestrijding van schadelijke insecten en de behandeling van den oogst. Ook publiceert het departement gratis, of tegen een zeer lagen prijs, brochures, waarin kortelings de voornaamste punten worden uiteengezet. Tevens heeft ieder jaar een bijeenkomst plaats van de professoren, die aan de verschillende landbouwstations zijn verbonden. Ik woonde juist een dezer jaarlijksche congressen bij, waarbij de gouverneur zelf het voorzitterschap bekleedde. Onder de krachtige leiding van Dr. Morris, die bijgestaan wordt door bekwame medewerkers, gaan de engelsche kolonies een groote toekomst tegemoet, ondanks de slagen, waardoor ook hier de suikercultuur werd getroffen. Het "imperial department" zoekt het land te behoeden voor de schadelijke gevolgen eener al te eenzijdige cultuur. Caoutchoucplanten, zooals de _castillox elastîca_, en de _hevea_ worden hier thans gekweekt; de bereiding der cacao heeft verbetering ondergaan, men is een handel in fijne groenten en vruchten met de Vereenigde Staten begonnen en onlangs nog zijn met medewerking van de "British Cotton-growing association" belangrijke aanplantingen van katoenboomen ondernomen, waardoor Engeland het gevaar vermijdt, uitsluitend op Amerika te zijn aangewezen voor den aanvoer van katoen in de fabrieken van Lancashire.
Ik ben overtuigd, dat de ijverige pogingen van Dr. Morris en zijn medewerkers, de professoren Bowell en Albuquerque, met gunstigen uitslag zullen worden bekroond. Een dergelijke inrichting zou ook te Martinique en Guadeloupe goede vruchten kunnen afwerpen. De Engelschen zijn gewoon hun ambtenaren een hoog salaris te betalen; veel hooger dan bij ons gebruik is.
De gouverneur bijvoorbeeld heeft een inkomen van 75 000 frs, waarbij nog 10 000 frs worden gevoegd voor onkosten, de president van het gerechtshof ontvangt 37 500 frs; de attorney-general 25 000 frs, en ook de lagere ambtenaren ontvangen een hoog traktement, terwijl in Guyana en Trinidad dergelijke posten nog beter worden bezoldigd. Geen der engelsche koloniën in West-Indië bezit een instelling, die gelijk staat met onze koloniale bank. Voorschotten verstrekken op den oogst is hier geen gebruik, zooals in Martinique en Guadeloupe, en de planter, die in verlegenheid is, wordt licht de prooi van woekeraars. De zoogenaamde "Court of Chancery" belet echter, dat plantages geheel verloren gaan, wanneer hun eigenaars ze door geldgebrek niet kunnen laten onderhouden.
Op nog andere wijzen geeft Barbados blijk van aanhoudend streven naar vermeerdering van welvaart. Sommige planters hebben zich, met de hulp van het imperial department, op de kweeking en verzending van vruchten toegelegd. Hierbij komt het natuurlijk aan op snel vervoer. Jamaica drijft een uitgebreiden handel met de Vereenigde Staten en zendt jaarlijks duizenden ladingen bananen, ananas, chinaasappelen en kokosnoten naar de amerikaansche havens. De reis van Jamaica duurt slechts van vier tot zes dagen; maar sedert de steeds verbeterde middelen tot het bewaren van een gelijkmatig koele temperatuur op de schepen, is de lengte der reis niet het grootste bezwaar. Alles wijst er op, dat de Antillen bestemd zijn, om de steden van Amerika van vruchten en groenten te voorzien. Jamaica en Cuba zijn begonnen, en de meer zuidelijk gelegen eilanden maken zich gereed, hun voorbeeld te volgen.
De stoombootmaatschappij "the Royal Mail" heeft eenige harer booten voor dit doel beschikbaar gesteld. Voor onze koloniën is dit vraagstuk van groot belang. De beste soorten van bananen groeien in afgelegen, beschutte dalen, waar steeds een vochtige warmte heerscht. Vooral in Guadeloupe zijn groote, thans nog onbebouwde uitgestrektheden bij uitnemendheid geschikt voor deze cultuur. Het is werkelijk onnatuurlijk, dat de fransche koloniën in dit opzicht zouden moeten achterstaan bij een eiland als Barbados, waar geen enkel onbebouwd stuk grond meer gevonden wordt, en de vruchtbare aardlaag niet voldoende diepte heeft. Het is algemeen bekend, dat de vruchten, en vooral de bananen, der fransche Antillen veel beter zijn dan die van Jamaica, Cuba of Barbados. Doch daar deze eilanden de eersten waren, die vruchten naar het buitenland verzonden, verkeerde men in de meening, dat door hen noodzakelijk de beste soorten moesten worden gekweekt. Tien jaren geleden heeft de regeering van Martinique een zekere som besteed voor den aankoop van jonge banaanboomen uit de engelsche kolonies. De heer de Pompignan heeft in de "Revue des Cultures tropicales" medegedeeld, hoe de vruchten van die beroemde banaanboomen, die duur waren betaald, in geen enkel opzicht van de inheemsche bleken te verschillen.
Ik bezocht Barbados meer dan drie jaren na het incident van Fachoda; maar men herinnert zich er nog levendig de ongerustheid, die onder de bevolking heerschte, toen in October 1898 verschillende engelsche oorlogsschepen op de reede lagen, waarvan de bemanning slechts wachtte op het sein om den aanval te beginnen. Hun doel zou in dat geval de verovering van Martinique en Guadeloupe zijn geweest. Het laatste eiland vooral hadden zij gemakkelijk kunnen nemen, daar het niet, zooals Martinique, in staat van verdediging is. De bevolking van Barbados hoopte zeer op een vredelievende overeenkomst tusschen de twee mogendheden. Men koesterde er jegens de Franschen volstrekt geen vijandige gezindheid, en de volksklasse voelt zich over 't algemeen één met de zwarten der andere kolonies, die tot een verschillende nationaliteit behooren. Zij weten, dat zij allen afstammen van Afrikanen, die door den slavenhandel naar de fransche, engelsche en spaansche kolonies der golf van Mexico zijn gevoerd.