Een Reis naar het Land van de Cacao en de Suiker De Aarde en haar Volken, 1908

Part 3

Chapter 33,735 wordsPublic domain

De overgroote vochtigheid is niet het eenige bezwaar, waarmede de landbouw hier heeft te kampen. Wanneer in het droge jaargetijde alle vocht verdampt, wordt de aarde hard, en splijt. Het door de rivieren aangevoerde slib wordt dan ondoordringbaar, en het is volstrekt noodig, den bodem te besproeien. Een Engelschman, W. Russell, bijgenaamd "the sugar king", die hier uitgestrekte bezittingen heeft, vond een zeer vernuftig stelsel van besproeiing uit. Hij had opgemerkt, dat in een laag gelegen gedeelte van het binnenland, gedurende het natte seizoen, steeds een soort van reusachtige poel ontstond, die dikwijls dreigde, de kuststreek te overstroomen. Na een kostbaar onderzoek bleek het, dat men dit water kon gebruiken, om in het droge jaargetij de de kuststreek te besproeien. Het zeer belangrijke werk werd ondernomen, en thans bestaan op de meeste plantages twee soorten van kanalen; de eene dienen voor den waterafvoer; de andere, die naar verkiezing kunnen worden gevuld of geledigd, voor de besproeiing. Deze besproeiingskanalen zijn door zijtakken die door de velden loopen, verbonden. Ik heb zelf gezien, hoe binnen enkele minuten een oppervlakte van meerdere hectaren onder water werd gezet. Door deze gemakkelijke besproeiing bekleedt Guyana voor de suikerproductie steeds de voornaamste plaats, temeer daar de kanalen tevens als verkeerswegen dienen voor het vervoer van den oogst en den aanvoer van meststoffen.

Een groot deel der bevolking van Guyana, die 300 000 zielen telt, bevindt zich in Georgetown, een stad van meer dan 60 000 inwoners. Berbice of Nieuw-Amsterdam is een kleine, stille stad, die nog een hollandsch voorkomen heeft.

Ik was langer in Guyana gebleven, dan oorspronkelijk mijn bedoeling was geweest. Met het oog op mijn verblijf in Trinidad, en vreezende dat de eerste regens van het winterseizoen mij misschien zouden overvallen, eer ik mijn zending geheel zou hebben voleindigd, maakte ik gebruik van de gelegenheid, die mij geboden werd, toen de _Ocamo_, een der stoombooten van de lijn Pickford and Black, Georgetown passeerde, om mij aan boord van dit schip naar Trinidad te begeven, daar ik wist dat met deze lijn weinig passagiers reisden en de bediening aan boord uitstekend was. Twee dagen na ons vertrek uit Georgetown wierp de _Ocamo_ het anker in de baai van Paria, tegenover Port d'Espagne. Wij lagen vrij ver van de kust, zoodat ik twintig minuten in een kano moest worden geroeid, eer ik aan wal stapte. Te Port d'Espagne kreeg ik dadelijk na mijn aankomst reeds een gevoel alsof ik mij in Frankrijk en onder Franschen bevond.

Te Barbados woonden zeer weinige van mijn landgenooten, en in Georgetown scheen het wel, als of men geen andere Franschen kende, dan de uit Cayenne ontsnapte galeiboeven; maar hier behoefde ik slechts een kleine wandeling te doen, om mij dadelijk thuis te gevoelen. Aan de welwillendheid der fransche families, die ik hier leerde kennen, had ik, ook met het oog op de taak waarvoor ik hier gekomen was, veel te danken. De heer Honoré de Verneuil, lid van het wetgevend bestuur, die sedert mijn bezoek helaas is overleden, bewees mij al de hulp, die ik noodig had, en ik werd niet moede, hem op onze uitstapjes voortdurend om inlichtingen te vragen, die hij mij bereidwillig verstrekte, daar hij reeds veertig jaren te Trinidad had gewoond, de ontwikkeling van het eiland van nabij had gadegeslagen, en van zijn bevindingen nauwkeurig aanteekening had gehouden.

In sommige gedeelten van de stad wordt meer fransch of spaansch, dan engelsch gesproken. Toen het eiland den 31sten Juli 1498 door Christoffel Columbus werd ontdekt, woonden hier slechts enkele Indianenstammen, welke overeenkwamen met de Galibis van het vasteland, en waarvan de machtigste bekend waren onder den naam van Arouaken en Chaimas. Zij deelden het lot, dat al de oorspronkelijke bewoners der naburige eilanden wachtte. Alleen de sporen van hunne namen zijn nog hier en daar bewaard, op plaatsen waar zij vroeger hun kampen opsloegen, zooals Aricagua-Arouca, en Chacachacare. Columbus moet het eiland Trinidad hebben genoemd naar de Heilige Drievuldigheid, wegens het drietal bergtoppen, dat hij aan den horizon zag en die nu den naam van de drie Zusters dragen. Eerst tachtig jaren na dit bezoek van Columbus vestigden zich de eerste Spanjaarden op het eiland. Tegen het einde der zestiende eeuw bouwden zij er eenige dorpen en de hoofdstad San José de Oruna, die thans nog St. Jozef heet. Deze stad heeft een aanval moeten weerstand bieden van den beroemden Sir Walter Raleigh, die was uitgetogen om het goudland te ontdekken, het El Dorado van alle conquistadores. In 1780 vestigde zich de eerste Franschman in Trinidad. Dit was een zekere heer de Saint-Laurent, die zoo getroffen was door de schoonheid van het eiland, dat hij verschillende zijner landgenooten overhaalde, zijn voorbeeld te volgen. Dit was het begin onzer kolonisatie, en het aantal emigranten vermeerderde natuurlijk steeds gedurende de woelingen der fransche revolutie. De eerste plantages werden door Franschen opgericht, en onder het wijze bestuur van den toenmaligen gouverneur Chacon begon de kolonie reeds tot grooten bloei te geraken, toen in 1797 een engelsche expeditie, onder aanvoering van Sir Ralph Abercromby, zich onder een ongegrond voorwendsel van het eiland meester maakte, dat geen verdedigingsmiddelen bezat en zich weerloos moest overgeven. Sedert dien tijd is Trinidad onder de engelsche heerschappij gebleven.

Onder de soldaten en matrozen van Abercromby bevonden zich ook enkele fransche uitgewekenen, wier afstammelingen nog thans in de kolonie verblijf houden. Bij de eerste volkstelling, in 1783, toen San Domingo, Guadeloupe en Martinique reeds een groot aantal inwoners bezaten, bestond de bevolking van Trinidad slechts uit 2763 bewoners, waaronder 126 blanken. In 1805 was dat aantal tot 25 000 gestegen, daar thans de eerste suikerfabrieken waren opgericht en zwarte werklieden werden geïmporteerd, uit Afrika, of de naburige koloniën. In de volgende jaren steeg de bevolking langzaam, tot zij in 1851 70 000 bedroeg, waaronder een klein aantal blanken, meestal Franschen en Spanjaarden. Na de afschaffing der slavernij schijnt het land een poos te zijn achteruitgegaan. De in vrijheid gestelde slaven wilden niet langer voortgaan voor anderen het land te bebouwen, en begonnen zich voor eigen rekening met veeteelt en handel bezig te houden. Na vergeefsche pogingen om hun werk door Chineezen te laten verrichten, volgde men het voorbeeld van Engelsch Guyana, dat reeds de hulp van indische koelies had ingeroepen.

Van toen af brak een tijdperk van grooten voorspoed aan voor Trinidad. Nieuwe wegen werden aangelegd, en weldra waren de hoofdplaatsen door een spoorweglijn verbonden. Deze lijn loopt van Port d'Espagne naar San Fernando, met zijlijnen naar Arima, Sangre-Grande, Princess Town, en het dal van Caparo. Het is opmerkelijk, dat al de groote steden in de westelijke helft van het eiland zijn gelegen. De andere zijde, die naar den Oceaan is gekeerd, is betrekkelijk weinig bevolkt, hoewel het klimaat daar veel gematigder is.

In 1891 telde het eiland reeds 200 000 inwoners, en thans is dat aantal tot 280 000 gestegen, waarvan een derde Hindoes zijn. De toenemende welvaart van het land maakte allerlei belangrijke ondernemingen mogelijk. Port d'Espagne, dat in het begin der 19de eeuw een armoedig dorpje was, heeft thans 40 000 inwoners, tramways, electrisch licht, en uitstekend drinkwater. De haven is vergroot en bezit een kolenstapelplaats, welke wedijvert met die van St. Lucia, terwijl er sprake van is een reusachtige pier te laten aanleggen, om ook de grootste schepen gemakkelijk hier te laten lossen.

Daar de kolonisten van Trinidad steeds meer terrein zoeken in het binnenland voor de aanplanting van cacaoboomen, zullen ook daar de wegen worden uitgebreid, en men zal zoodoende steeds verder doordringen in de boschrijke streken van Montserrat en Arima, waar de cacaocultuur reeds prachtige resultaten heeft opgeleverd.

De suikerproductie is langen tijd de eenige bron geweest van Trinidad's welvaart. Ondanks de daling der prijzen is deze ook hier niet verminderd doch, evengoed als in Guyana, op dezelfde hoogte gebleven, ofschoon met aanzienlijk verlies. Gelukkig werkt echter de uitbreiding der cacaocultuur mede, om dit te vergoeden. In de periode van 1875 tot 1895 bedroeg de som, die voor uitgevoerde suiker werd ontvangen, ongeveer 20 millioen francs minder dan in het twintigtal jaren dat hieraan voorafging, terwijl juist de opbrengst der cacao met 30 millioen francs vermeerderd is. Het verbruik van dit laatste artikel neemt gedurig toe, en het verschil wordt steeds grooter.

Men kan thans Trinidad niet bezoeken, zonder zijn aandacht te wijden aan de kostbare plant, die zulke groote winsten afwerpt.

De cacaoboom is in Trinidad ingevoerd omtrent 1785, door Spanjaarden uit Venezuela. Daar de wind de grootste vijand is der jonge boomen, draagt men zorg deze te planten tusschen andere, die snel groeien en veel weerstandsvermogen bezitten. De boom, die gekozen wordt om deze beschermende rol te vervullen, (men noemt hem _madre del cacao_) is de _erythrina_. Deze verliest in Maart en April grootendeels hare bladeren en prijkt dan met heerlijke bloesems, zoodat men overal in de streken, waar de cacaoplantingen zijn aangelegd, de heuvels en dalen bedekt ziet met groene bosschen, waar heerlijk geurende oranjeroode bloesems den grond met een tapijt van bloembladeren bedekken. Tegen het midden van de vorige eeuw werden jaarlijks 2 millioen kilogram cacao uitgevoerd. Sedert is dat getal geregeld blijven stijgen, en in 1900 klom het cijfer tot 15 785 000 kilogram, welke een waarde van 25 millioen francs vertegenwoordigen.

Daar ik gaarne zulk een plantage van nabij wilde in oogenschouw nemen, nam ik met veel genoegen de uitnoodiging aan van den heer Agostini, om eenige dagen bij hem te komen doorbrengen op zijn bezittingen te Montserrat. De groote plantages van Trinidad ontstaan meestal door den aankoop en de vereeniging tot een groot geheel van kleinere eigendommen, door grondbezitters die over genoeg kapitaal kunnen beschikken om op die wijze hun gemeenschappelijke belangen te bevorderen. De Gordons, Centenos, Agostini's en andere rijke planters van Trinidad kunnen zoodoende duizenden en duizenden zakken cacao naar de haven van Port d'Espagne zenden.

Als de cacaoboom vijf of zes jaar is, en zijn takken hun vollen wasdom hebben bereikt, geeft hij voldoende schaduw om den groei van onkruid te beletten, zoodat de bosschen verder geen ander onderhoud behoeven dan het snoeien, het plukken en de behandeling van den oogst medebrengt.

Bemesting is niet noodig in dit gelukkige land, waar de bodem onuitputtelijk vruchtbaar is. Tweemaal in het jaar wordt hier geoogst. De vruchten worden afgeplukt als ze rijp zijn en doen, wat den vorm betreft, denken aan een langwerpige meloen. De kleur wisselt af tusschen lichtgeel en donkerrood. De bloem is zeer klein en groeit zonder stengel op den stam en de takken. Dikwijls ziet men aan een zelfden boom pas ontloken bloesems naast juist gezette vruchten, en andere, die reeds geschikt zijn om geplukt te worden.

Vergezeld door den heer Agostini en zijn opzichter bezocht ik eerst de plantage El Reposo en later die van San Juan, welke over een oppervlakte van 250 hectaren geheel met cacaoboomen is beplant. Het aantal boomen wordt op 150 000 geschat, die allen rijkelijk vrucht dragen, en als het waar is, wat men in Trinidad beweert, dat elke cacaoboom een zuivere winst van 1 franc vertegenwoordigt, kan men zich van den rijkdom van den gelukkigen eigenaar dezer plantage een tamelijk juiste voorstelling vormen.

Terwijl op Martinique en Guadeloupe de cacaoboom slechts in enkele streken met goed gevolg wordt gekweekt, waar alle voorwaarden, tot zijn ontwikkeling vereischt, vervuld zijn, schijnen in Trinidad de omstandigheden, die den groei dezer plant bevorderen, bijzonder gunstig; want ik zag op mijn tochten hoe het eene woud het andere opvolgde, en het geheele land scheen mij ten slotte één groote cacaoplantage toe. Algemeen wordt deze wijze van zijn kapitaal te beleggen dan ook als zeer zeker en winstgevend beschouwd; altoos, wanneer men eenigen tijd kan wachten tot het rente begint af te werpen. Deze moeilijkheid wordt trouwens gedeeltelijk uit den weg geruimd door een zeer geschikte inrichting, een stelsel van exploitatie bij contract; door zoogenaamde "contractors". Zoodra namelijk een kooper in het bezit is van een stuk grond of een concessie, laat hij voor den rechter van het district een contract opmaken, waarbij een of meer landbouwers zich verplichten, boomen te planten, onder toezicht van den eigenaar of diens lasthebber. Het terrein moet goed worden onderhouden; het aantal malen, dat er gewied moet worden, is bijvoorbeeld in het contract vastgesteld. Na verloop van een vooraf bepaalden tijd, wordt een soort van inventaris opgemaakt, en de contractanten ontvangen bij aflevering van den grond voor elken boom, die in goeden staat is, van den eigenaar een eveneens van te voren bepaalde som, die varieert tusschen 0.30 fr. en 1.25 fr., dit hangt af van den ouderdom en de soort der boomen. Deze manier van handelen is hier overal gebruikelijk en door de regeering tot in bijzonderheden geregeld. Zij heeft dit voordeel, dat het risico van de eerste proefnemingen er door vermindert, terwijl de tijd, gedurende welken men de eerste opbrengst moet afwachten, er door wordt beperkt.

Te Trinidad wordt de cacao in den handel gebracht na een bewerking, die het gisten en drogen van het zaad ten doel heeft. Door de gisting wordt het ontdaan van het weeke vruchtvleesch, dat het omgeeft, en de scherpe smaak weggenomen. Dit gisten gebeurt in vaten, waarin de stof nu en dan geroerd wordt, om later in andere vaten opnieuw gezuiverd te worden. Als de cacao uit het vierde vat te voorschijn komt, na verloop van vijf of acht dagen, al naar de behandelde soort, moet zij gedroogd worden. De kleur van het zaad, die bij de versche vrucht van binnen paars of donker purper was, is nu donkerbruin geworden. Het drogen geschiedt op houten vloeren, waarboven beweegbare daken zijn aangebracht. De inrichting is tamelijk eenvoudig; langs een soort horizontaal raam van hard hout, dat ongeveer twintig meter lang en vijf of zes meter breed is, loopen in de lengte rails, waarlangs op rollen de schuin oploopende daken glijden, die zeer gemakkelijk kunnen worden verschoven. Twee mannen zijn voldoende voor de behandeling, die enkel beoogt, het uitgespreide zaad bloot te stellen aan de zon, en te beschermen voor den regen.

Na eenige dagen volgt dan de bewerking, die men het "cacao-dansen" noemt. De arbeiders dansen werkelijk op de hoopen zaad, die zij krachtig stampen met hun bloote voeten. Deze laatste behandeling wordt als zeer gewichtig en onontbeerlijk beschouwd; het doel ervan is, de laatste overblijfselen van het vruchtvleesch te verwijderen, de boonen af te ronden en een glad en fraai voorkomen te geven. Trinidad is bepaald de belangrijkste kolonie der wereld voor de cacaoproductie. Al wordt aan den equator een hooger cijfer bereikt, daar alle staten, die door de Amazone en haar bijrivieren worden besproeid, uitvoeren naar de haven van Guayaquil, Trinidad spant toch de kroon door de geregelde overvloedige oogsten en de uitmuntende kwaliteit van het geleverde product. Thans is deze cultuur niet meer beperkt tot de heuvelachtige boschstreek van Montserrat, maar breidt zich ook uit over een nieuw, pas ter beschikking der kolonisten gesteld gedeelte van het land, waar de grond 18 dollars per hectare kost en reeds vele concessies tegen dien prijs zijn verleend.

Op mijn terugreis kwam ik door het midden van het eiland, waar de uitgestrekte vlakke velden, zonder boomen, mij aan de Ilanos van Venezuela deden denken.

Te Port d'Espagne vond ik een schrijven van den gouverneur, die mij uitnoodigde hem en eenige ambtenaren te vergezellen bij een officiëel bezoek aan het Coolies-depôt, ter gelegenheid van de aankomst eener boot met landverhuizers. Ik had te Guyana wel veel omtrent deze Hindoe-arbeiders vernomen; maar toch nog geen ontscheping bijgewoond van lieden, die pas uit Indië kwamen. Te Trinidad worden de nieuw aangekomenen ingekwartierd in een daarvoor opzettelijk ingericht gebouw, op een der vijf eilandjes, die aan den ingang der baai liggen, omtrent een uur van de stad, waar zij eenige dagen onder observatie moeten blijven.

Het was een schilderachtig schouwspel, dat ons wachtte bij onze aankomst. Vijfhonderd zesenzeventig emigranten waren hier aan den oever bijeen; de mannen van de vrouwen gescheiden. Hun begeleider, vergezeld van twee inlandsche doctoren, die met het schip waren medegekomen, liet hen zich in twee rijen scharen, zoodat zij den gouverneur en zijn gevolg goed konden zien. Zij namen ons, terwijl wij voorbijgingen, zeer nieuwsgierig op, en er kwam geen eind aan de eerbiedige begroetingen.

Sommigen knielden en bogen het hoofd; de dappersten waagden het, de kleederen der hooggeplaatste ambtenaren aan te raken. De kleeding der mannen bestaat uit twee lappen geelachtig katoen, een is als een soort broek om de heupen en dijen geslagen, de andere bedekt het hoofd als een tulband, en valt af op de borst. Bij elke groep zijn altijd vijf of zes Hindoes van hoogeren rang, die voor hun reis tien of twaalf shillings ontvangen, en zich sirdars mogen noemen. Zij vervullen de rol van opzichter. Sommigen van hen dragen dan ook een vilten hoofddeksel en een soort van jasje. De vrouwen dragen een lap stof om heupen en beenen geplooid, die als rok dienst doet, een kort lijfje zonder mouwen, van sprekende kleur, en een andere lap stof om het hoofd.

Het zijn indische meisjes uit de laagste volksklasse, maar allen vertoonen de natuurlijke en waardige bevalligheid in houding en gebaar, die het ras eigen is, en wij bewonderen de sierlijke bewegingen van haar armen, als zij haar sluier om zich heen slaan. Zij zijn tenger gebouwd; sommigen vertoonen het klassieke indische type. De scheepsdokter vertelde mij, dat dezelfde engelsche maatschappij het vervoer naar Demerara op zich had genomen. De reis duurt van vijftig tot zestig dagen; somtijds langer. Een snelle overtocht is niet zonder gevaar, omdat Indië het land is van de pest en de cholera; en hoe streng ook de voorzorgsmaatregelen zijn bij het inschepen, het is volstrekt noodig, dat de passagiers op zee blijven, tot het incubatietijdperk van deze ziekten is verstreken.

Een andere kwaal, waartegen de wetenschap weinig vermag, en die vele slachtoffers eischt, is een bijzondere vorm van hersen- en ruggemergsontsteking, die somtijds verschrikkelijk woedt in het depôt te Calcutta.

Als zij aan boord gaan, zijn deze landverhuizers doodarm; zij bezitten niets, dan de lappen, die zij aan het lijf hebben. De vrouwen dragen aan de vingers, in de ooren, en de neusgaten glazen kralen zonder waarde. Toch zijn velen van hen na eenige jaren arbeidens in de kolonie in staat, een stukje grond te koopen, en hun vrouwen zilveren en zelfs gouden sieraden te verschaffen; en uit de statistiek is gebleken, dat van de 6 943 000 francs, die op 31 December in de spaarbanken van het eiland waren geplaatst, 2 500 000 frs aan Hindoes behoorden. Dit feit is de beste tegenspraak van de bewering, dat de Indiërs de kolonie doen verarmen, en om met de zwarten te kunnen wedijveren, werken voor een hongerloon.

De voornaamste suikerfabrieken zijn gelegen in Naparima. Velen dragen nog fransche namen, als Sainte Madeleine, Malgré Tout, la Fortunée, Palmiste, hoewel de bezittingen thans in handen van schotsche of engelsche eigenaars zijn overgegaan. De spoorweg loopt door deze streek en velen van de werklieden en veldarbeiders maken gebruik van dit zeer goedkoope vervoermiddel. In den oogsttijd zijn de waggons stampvol reizigers, die zich naar het veld of de fabriek begeven. Wij kwamen voorbij groote uitgestrektheden gronds, die vroeger behoorden aan de thans gesloten fabrieken Valsayn, Aranjuey en St. Augustin, en die nu weder veranderen in wildernis, een treurig gevolg van de suikercrisis. Op een van die verlaten plantages heeft de regeering een model-boerderij laten oprichten, en de directeur, de heer Meaden, was zoo goed, mij daar rond te leiden. Prachtige resultaten waren verkregen door de kruising van inheemsche koeien met indische stieren. De heer Meaden hoopte eenmaal den veestapel zooveel verbeterd te zien, dat men niet meer al het slachtvee uit Venezuela behoefde te laten komen. Ook boter werd op de model-boerderij vervaardigd.

Ik had eene aanbeveling aan de directeuren der fabrieken Sainte Madeleine en Palmiste, de heeren Peter Abel, en Ludovic de Verteuil. De heer Abel staat aan het hoofd der allergrootste fabriek, waarop het geheele eiland trotsch is. Sainte Madeleine behoort aan de "New Colonial Company" die ook groote bezittingen heeft in Guyana, en de fabriek is niet alleen belangrijk door de ontzaglijke hoeveelheid suiker die zij jaarlijks aflevert, (150 000 zakken van 100 kilogram); maar ook door de wijze van fabricatie, waarbij de allernieuwste methoden worden gevolgd. De heer Ludovic de Verteuil ontving mij met de grootste voorkomendheid. Hij was het met zijn engelschen collega in de meeste opzichten eens, doch kon zich niet vereenigen met diens opvattingen omtrent de behandeling der vreemde werklieden. De heer Abel wilde deze als goed gedrilde soldaten beschouwd zien, en staat hun niet toe, zelf als kolonisten op te treden, terwijl de heer de Verteuil juist de uitbreiding van kleine eigendommen wenschte te bevorderen en een voorstander was van wat men hier "cane farming" noemt.

Ik had geen tijd meer om de "Cocal" te bezoeken, een woud van kokosboomen, dat zich uitstrekt tusschen de kapen Mancenillier en Guataro; noch het beroemde asphaltmeer van Bréa, dat der kolonie jaarlijks een millioen francs opbrengt; ik wilde liever tot besluit nog een uitstapje doen naar het Pooldistrict, om een nieuwe cultuur te bezichtigen, waarmede onlangs de eerste proeven waren genomen; de aanplanting van den caoutchoucboom of castilloa.

Tot Princess Town kon ik reizen met den trein, en vandaar, eerst in een voertuig, en toen te paard, tot aan het eind van den grooten weg, voor kort aangelegd, midden door het dichte woud, naar den zetel van het "Pool Syndicate", dat zich de concessie heeft verzekerd. De uitgestrektheid van het terrein bedroeg omtrent 800 hectaren, waarvan bij mijn bezoek nog slechts honderd waren bebouwd. Deze streek is zeer ver van de bewoonde wereld gelegen; men zag er slechts enkele verspreide "settlements" van zwarten of Indianen, wier uit gedroogde klei opgetrokken hutten bedekt waren met de bladeren van een palmboom, die hier veel voorkomt, (_copernicia, flexuosa_).

Aan het hoofd van deze inrichting staat een zweedsche professor, de heer Bovarius, die bijzondere studie had gemaakt van de caoutchoucsoorten van Midden-Amerika. De grond scheen bij uitstek vruchtbaar, en geschikt voor het beoogde doel, te oordeelen naar de fraaie exemplaren, die ik nu reeds zag, en die afwisselden met cacaoboomen, volgens het bij deze cultuur beoefende stelsel. Over de opbrengst viel echter nog niet te oordeelen, eer de boomen ver genoeg zouden zijn gevorderd, om met het insnijden te beginnen. In het achtste jaar na de planting rekende professor Bovarius, dat zij een goede winst zouden kunnen opleveren. Als deze onderneming slagen mag, zal Trinidad zich weder een rijke bron te meer van welvaart zien geopend; want van alle tropische voortbrengselen heeft de caoutchouc de grootste waarde.