Een Meisje-Student over 'Een Meisje-Studentje'

Chapter 2

Chapter 23,564 wordsPublic domain

Twee punten zijn er waarop ik m'n aandacht nog speciaal concentreeren wil, en dat is de verhouding der meisjes met haar mannelijke collega's en haar verhouding onderling. Met merkbare voorliefde is de eerste behandeld, eigenlijk "het" hoofdthema in het boek. Merkwaardig is het te hooren dat dit eigenlijk Go's motief is om te gaan studeeren, niet de studie zelf, niet de dorst naar kennis, de drang naar eigen wetenschappelijk onderzoek, neen: "om te brengen onze zachtheid, onze vrouwelijkheid aan de jongens". Zeker is dit op zichzelf niet hoog genoeg te schatten, zal die invloed langzamerhand niet wegblijven en is dit hier en daar al merkbaar, maar ik geloof niet dat dit zóó voorop gesteld mag worden en zeker weet ik dat het geen hoofdzaak zijn mag. Hoofdzaak is en blijft studie, of liever ontwikkeling, menschwording, niet ieder zal zijn heele verdere leven aan de wetenschap blijven wijden. Brengen wij nu echter deze omgang van mannelijke en vrouwelijke studenten terug tot de plaats die ze in moest nemen bij de motieven om te gaan studeeren: een middel tot ruimer, veelzijdiger ontwikkeling van beiden, dan nog valt er heel wat te zeggen over de opvattingen die hier verkondigd worden en die m. i. meer kwaad dan goed kunnen stichten. En het is niet van het minste belang dit uit te doen komen, onervaren komen de meisjes over 't algemeen hier, te groote vrijheid kan ze op dwaalwegen voeren. En nu is het eigenlijk niet meer dat ik schrijf voor de buitenwacht,--al mogen ook zij zien dat er wel degelijk ernst en niet lichtzinnigheid is bij velen--maar meer denk ik nu aan de jongeren die eerst kort haar studie begonnen of nog moeten beginnen. Toen de meisjes eenige jaren geleden aan de hoogeschool kwamen, was de toestand geheel anders, zij hadden zelf een weg te maken. Op college met verbazing eenigszins aangezien, geheel afgezonderd blijvend van haar mannelijke collega's, nergens toegelaten in eenig dispuut, leefden ze vrijwel in afzonderlijke kleinere en grootere groepen, haar aantal was ook nog zeer gering en voor de studie kwamen ze. Maar de aansluiting onder elkaar werd grooter, ze maakten zich zelf datgene, waar ze door de anderen buiten gesloten werden: een studentenleven. Hier en daar werden persoonlijke vriendschapsbanden--ook buiten den meisjeskring, gelegd, en zoo kwam langzamerhand meerdere aanraking en meerder begrijpen en als gevolg daarvan ook meerdere aansluiting in algemeener zin. En de meisjes, die nu aankomen, vinden heel wat andere ontvangst, menig dispuut is voor ze opengesteld, heel wat collegialer worden ze opgenomen; maar laten ze bedenken dat het nog ter dege op hàar houding aankomt om het goede in deze verhouding te versterken, en het verkeerde tegen te gaan. Genoeg voorbeelden zijn aan te halen die laten zien dat het werkelijk mogelijk is, dat er vriendschap, echte vriendschap ontstaat tusschen jongens en meisjes, waar we hier wàar en als mènschen met ernstige idealen naast elkaar komen te staan; dat we elkaar hèlpen kunnen in moeilijke jaren soms, dat ons leven heel wat rijker en ruimer worden kan hierdoor, zooals iedere ware vriendschap ons steun geeft en ons rijker maakt. Maar veel, heel veel hangt er hierin af van ons zelf, en veel meisjes en jongens zijn wellicht niet in staat dit vol te houden. Maar nooit moet gedacht worden dat vriendschap iets is waarmee men aan kan komen dragen. Voor mij is er iets zeer weerzinwekkends in als een meisje bijna de eerste maal dat ze iemand ontmoet, die dan haar "collega" zal zijn, vertelt dat ze een schat van liefde heeft, die ze geven wil aan al die jongens die ze zoo eenzaam weet op hun kamers. Ik kan me heel goed begrijpen dat zoo'n gedachte van groot meevoelen bij ons op kan komen; maar het te uiten is iets anders, kan gevaarlijk zijn. En juist dit zal zoo'n struikelblok blijven bij de verhoudingen, dit onnoozele, ondoordachte in meisjes, die theoretiseeren: waarom kunnen wij geen vrienden zijn, waar zij zelf, en zij alleen meestal de oorzaak zijn waarom het niet kan. Het boek van Ans Salomons levert bewijzen te over voor deze stelling.

Ik heb gesproken van het ernstig, als ménschen naast elkaar staan, daarvoor moeten beiden veel doorleefd, veel doordacht hebben, tot een zeker bewust leven gekomen zijn. Heel Go's gedachtengang is die van het meisje, dat leeft van de emotie die de omgang met jongens haar geeft, ze staat als vreemd tegenover hun leven, juist dat trekt haar misschien in ze aan. En zoolang meisjes niet veranderen daarin, niet tot bewuster leven als mensch gekomen zijn; zoolang haar eerste indruk op een college is, de teleurstelling: "een heeleboel meisjes en een paar schunnige jongens"; zoolang het voorkomen kan dat ze in de bibliotheek werkend, boos worden omdat niemand naar haar kijkt, "als een aardig meisje iets grappigs doet", zoolang zij zich voor laten staan op haar "aardig-meisje-zijn"; laten zij zich zoo lang toch geheel uit het hoofd zetten vrienden te kunnen zijn met haar collega's. Een vrouw die sterk wil staan in het leven moet weten dat het leven ernst is, zij zal haar vrouw-zijn niet verliezen, waar ze boven haar meisjesachtigheid uitgekomen is. Zij zal veel meer moeten begrijpen, wil ze kunnen helpen, zal ze "vriend" kunnen zijn voor haar collega met wie ze in veel persoonlijk sympatiseert; en ze zal meer voor hem kunnen zijn, in andere dingen in z'n leven hem kunnen helpen, dan zijn vrienden: omdat ze vrouw is. Het vrouw-zijn moet gevoeld worden in haar handelen, moet haar niet vooruit gedragen worden in haar eigen woorden; ze moet het bijna niet kunnen begrijpen zelf, dat ze een ander helpen kon, tot steun kon zijn, inplaats dat ze meent dat haar tegenwoordigheid alleen al, haar lief zijn en zorgen voor thee, honderden onbevredigden tot rust zal brengen. Waarlijk hier is geen kleine geringschatting van de werkelijke nooden van de "eenzamen".

En zoo kom ik ten slotte op iets wat ik ten sterkste uit zou willen doen komen, de grootste misvatting waartoe het boek aanleiding geeft. Het heeft er veel van of men aan de universiteit alleen te doen heeft met den omgang en de verhoudingen van jongens en meisjes, alsof niets er tot stand kwam van verhoudingen tusschen de meisjes onderling.

Het zou kunnen dat dit laatste van minder belang werd geacht, maar m.i. moet het ten zeerste op den voorgrond gebracht worden, daar dit juist van het gròotste belang is voor het studeeren der vrouw in 't algemeen.

In de eerste plaats omdat dat leven met elkaar ons brengt uit onze eigen sfeer, ons den omgang geeft met anderen, met hèel veel anderen, allen van verschillende meeningen, verschillende inzichten in allerlei vraagstukken. En dat is juist iets wat zoo heerlijk is in onze jonge jaren, onze eigen meening te verdedigen, uren lang met elkaar te debatteeren, daarbij gedwongen wordend alle voor en tegen te overwegen, wat ons zooveel klaarder en ruimer onze eigen overtuigingen doet zien. Zij die niet anders kennen dan college loopen en daarna thuis werken en altijd weer afgetrokken werken in eigen stille studeerkamer, ze kennen de wereld niet en worden niet bewust van het rijke leven om hen heen. Ze kunnen misschien heel wat geleerdheid en boekenwijsheid verzamelen, maar ze blijven als vreemd onder de menschen staan. De meesten meenen dat hun eigen kennissen- en vriendenkring dit vergoeden kan, en zeker is dit ten deele waar, maar niet geheel. Hier aan de academie staan we allen op ons zelf, als gelijken naast elkaar, als jonge menschen, die het nieuwe leven op ons af voelen komen, die naar alle kanten onzen blik willen wenden, die alles in ons op willen nemen.

En dan helpen we elkaar het te verwerken, we voelen dat velen van haar die nieuw aankomen, dezelfde ondervindingen op zullen doen, en we kunnen ze helpen, omdat we wèten; het is geen kleinigheid als meisje alleen op een kamer te wonen en op zichzelf aangewezen te zijn, maar het is de eenige weg om tot zelfstandigheid te komen, en zelfstandig moet de vrouw worden, een eigen denken in zich ontwikkelen, wil haar streven tot een resultaat komen.

Maar in de tweede plaats is er iets anders wat het zoo noodig maakt dat we ons aansluiten bij elkaar, dat we samen blijven in onze meisjesclub en deze zich nog niet verliest in een grooter organisatie van alle studenten. Juist het als meisjes samen zijn, het onder elkaar jolig zijn en ernstig, dàar ligt zooveel goeds in. Er is nog zooveel te arbeiden in onzen eigen kring, we zijn nog zoo weinig klaar om naar buiten te treden. En zij begrijpen dat niet, die aankomen en geen lid worden van de vereeniging "omdat het zoo saai is en er geen heeren zijn"; zij begrijpen het niet, die geen werk van haar toilet maken bij een feestelijke bijeenkomst, omdat we "maar" onder elkaar zijn. Dat is juist het groote gebrek in Ans Salomons' boek, dat ook dàarin dit niet begrepen is. We behoeven de meisjes van nu niet te waarschuwen: verlies onder de studie toch je vrouwelijkheid niet. Niets is er moeilijker voor een vrouw, ik geloof zelfs dat ze het nòoit verliest. Maar daarom juist zou ik ze toe willen roepen, als er ieder jaar weer zooveel nieuwe meisjes haar studietijd beginnen: denk nu eens in deze jaren niet in de eerste plaats aan je vrouw-zijn (tegenover de jongens);--onder je vrouwelijke collega's voel je je immers thuis, daar heb je niet de neiging te denken aan den indruk, dien je maakt. Denkt nu eens aan het grootere doel waarvoor we hier samen zijn, leer nu als mensch te staan in het leven en je te interesseeren voor alles wat er omgaat om je heen, wat daar woelt en gist in ons, laat dat inwerken op je, laat het je desnoods omverwerpen, als je maar op de anderen steunt, je niet afzondert, dan komt alles terecht. En dan zul je later als vrouw heel wat sterker staan in de grootere of kleinere maatschappij, omdat je bewust bent geworden van een veel ruimer en intenser leven dan je vroeger ooit denken kon.

En zulke vrouwen, die zich leerden verheffen boven eenzijdigheden, zijn er nog zoo weinig en... ze zijn zoo noodig!

Leiden, September 1907.

Bij de uitgevers W. L. & J. BRUSSE te Rotterdam zijn mede verschenen:

BELLETTRIE:

Piet van Assche. Marcus en Theus. Met omslag- en bandversiering van Dirk Nijland. Prijs ingenaaid f 2,90. Gebonden f 3,50.

M. J. Brusse. Het Nachtlicht van de Zee. Met een penteekening van Jozef Israëls. Band- en omslagteekening van J. B. Beukelom. In omslag f 0,90, gebonden f 1,25.

M. J. Brusse. Achter de Coulissen. Met omslag- en bandversiering van Isaäc Israëls. Prijs ingenaaid f 2,40. Gebonden f 2,90.

M. J. Brusse. Boefje. Naar het leven verteld. Met een voorrede van Johan de Meester. 8e druk. Met omslag- en bandversiering van Steinlen en een portretschets van den schrijver door Dirk Nijland. Prijs f 1,50. Geb. f 1,90.

M. J. Brusse. Boefje. Naar het leven verteld. Op veertien steenen in prent gebracht en verlucht met bladversieringen en beginletters door Dirk Nijland. Gedrukt door Joh. Enschedé & Zn. op geschept Hollandsch papier. Met een voorrede door Johan de Meester. Gebonden in perkamenten band met gouden stempels. (33 × 27 1/2 c.M., XX + 166 + 14 x 4 bladzijden, 14 litho's op Japansch papier, buiten den tekst.) No. 1-100 épreuves d'artiste, gewaarmerkt door den schrijver en den teekenaar met hunne handteekeningen. Prijs f 47,50. No. 101-300 op de snelpers gedrukt en gebonden in linnen f 25,-.

M. J. Brusse. Landlooperij. Met een kopergravure van Prof. P. Dupont. Een krijtschets van zijn hand is op het omslag gereproduceerd. Prijs f 1,90. Gebonden f 2,50.

Geertruida Carelsen. Noord-Hollandsche Vertellingen. Met omslag- en bandversiering van Kees van Dongen. Prijs f 2,40. Gebonden f 2,90.

Frans Coenen. Burgermenschen. Prijs f 2,90. Gebonden f 3,50.

Maxim Gorki. Slaapsteê. (Nachtasyl). Uit de onderste lagen der samenleving. Tooneelspel in 4 bedrijven, vertaald door Henri Hartog. 2e druk. Prijs f 1,25. Gebonden f 1,65.

Henri Hartog. Sjofelen. Verzameling van de nagelaten werken van den schrijver met zijn portret. Voorrede van Lodewijk van Deyssel. Prijs ingenaaid f 2,90. Gebonden f 3,50.

Henri Hartog. Een Eigenwijs Schrijfster. (Anna de Savornin Lohman). Prijs f 0,25.

Krede Ben Heik. Achmed, gezegd de dorst naar het schoone. Het boek Ontluiking. Oorspronkelijke roman. Ingenaaid in 3 deelen f 7,50. Gebonden in linnen band met gouden stempel f 8,50.

Frits Leonhard. Aan lager wal. Oorspronkelijke roman. Prijs f 2,40. Gebonden f 2,90.

Frits Leonhard. Het Knechtje. Oorspronkelijke roman. Omslag- en bandversiering van D. Nijland. Prijs f 2,90. Gebonden f 3,50.

Frits Leonhard. Kleine Bandeloozen. Omslag- en bandteekening van D. Nijland. Prijs f 1,50. Gebonden f 1,90.

Frits Leonhard. Emigranten. Tooneelspel in drie bedrijven. Prijs f 1,25. Gebonden f 1,60.

Virginie Loveling. Erfelijk Belast. Oorspronkelijke roman. Met portret. Prijs f 2,90. Gebonden f 3,50.

Virginie Loveling. De Twistappel. Oorspronkelijke roman. Prijs f 2,40. Gebonden f 2,90.

Ernst Lundquist. Talmi. Roman uit het leven te Stockholm. Geautoriseerde vertaling van F. Lahr Jr. Prijs f 2,10. Gebonden f 2,50.

Pieter van der Meer. Levens van Leed. Met omslag- en bandversiering van D. Nijland. Prijs f 2,50. Gebonden f 3,25.

Johan de Meester. De Menschenliefde in de werken van Zola. Met portret door Steinlen. Prijs f 0,50.

Victor de Meyere. Langs den Stroom. Prijs f 2,50. Gebonden f 3,25.

Arthur Morrisson. De Lotgevallen van Dicky Perrot. Het kind van den Jago. In omslag of band van D. Nijland. Prijs f 1,50. Gebonden f 1,90.

K. T. Nieulant. Liefdes Kronkelpaden. De roman van een jongen. Prijs f 2,90. Gebonden f 3,50.

Helene van der Vlies. Verlangen. Oorspronkelijke roman. Prijs f 2,90. Gebonden f 3,40.

Serie EEN BOEK:

No. 1. Bernard Canter. Twee weken Bedelaar. 3e druk met 2 portr. 192 bladz. Prijs f 0,35.

No. 2. Frans Coenen. De Zomergenoegens van de Familie Kramp. 100 bladz. Prijs f 0,25.

No. 3. M. J. Brusse. In de Nachtbuurt. 160 bladz. f 0,35.

No. 4. Henri Hartog. In d'r nieuwe woning. Realistische novelle, met 1 portret. 128 bladz. Prijs f 0,30.

No. 5. Hélène Lapidoth-Swarth. Louise. (Proza) 88 blz. Prijs f 0.25.

VERZEN:

P. C. Boutens. Het Treurspel van Agamemnoon. Naar het Grieksch van Aischylos in Nederlandsche verzen overgezet. Met aanteekeningen. Prijs f 2,50.

A. van Collem. Van Stad en Land. Prijs f 0,90. Gebonden f 1,40.

Jan Eelen. Lentelinde. Het lied van een jonge Liefde. Prijs f 1,50.

C. S. Adama van Scheltema. Eenzame Liedjes. Prijs f 0,60. Gebonden f 1,10.

C. S. Adama van Scheltema. Zwerversverzen. Prijs f 0,60. Gebonden f 1,10.

C. S. Adama van Scheltema. Van Zon en Zomer. Prijs f 0,60. Gebonden f 1,10.

C. S. Adama van Scheltema. Een weg van Verzen. Prijs f 1,90. Gebonden f 2,40.

C. S. Adama van Scheltema. Uit den Dool. Prijs f 1,90. Gebonden f 2,40.

C. S. Adama van Scheltema. Levende Steden: 1. Londen, 2. Dusseldorp, 3. Amsterdam. Prijs f 1,25 per deel. Enkele exemplaren op geschept Hollandsch papier à f 5,-.

Lodewijk de Schutter. Verzen. Prijs f 1,-.

Percy Bysshe Shelley. Alastor of de Geest der Eenzaamheid. In Nederlandsche verzen overgebracht door Dr. K. H. de Raaf. Met portret. Voorrede door Willem Kloos. Prijs f 0,90. Gebonden f 1,50.

Brusse's REISGIDSEN.

No. 1. G. van Lissa. Twee weken te Berlijn. Geillustreerde Gids voor Berlijn met een kaart en een spoorwegkaartje. Prijs f 0,50.

LIEDJES, WIJZEN EN PRENTJES.

J. H. Speenhoff. 1e, 2e, 3e en 4e Bundel à f 0,95. Gebonden f 1.50.

BOEKEN VOOR JONGENS EN MEISJES.

Mevr. N. Abbing van Houweninge. Lente, Zomer, Herfst en Winter. Een sprookje met rijke illustraties van P. Cornelis de Moor. Prijs f 2,50. Gebonden f 3,50.

M. J. Brusse. Een Dierenkolonie in een groote Stad. Met 35 illustraties van W. F. A. I. Vaarzon Morel en een voorwoord van Dr. J. Büttikofer. Prijs f 1,-. Gebonden f 1,40.

Anna van Gogh-Kaulbach. Hektor. De Geschiedenis van een hond. Fraai geillustreerd door J. B. Heukelom. Prijs f 0,90. Gebonden f 1,25.

J. B. Heukelom. Op en om het Krabbelbaantje. 15 prenten in 5 kleuren, op den steen geteekend. Prijs gecart. f 1,25.

Cornelis Veth. Uzeltje. Een prentenboek in 4 kleuren op den steen geteekend. Prijs gecartonneerd f 1,25.

KUNST, WETENSCHAP, ONDERWIJS en OPVOEDING.

C. S. Adama van Scheltema. De Grondslagen eener Nieuwe Poëzie. Proeve tot een maatschappelijke kunstleer tegenover het naturalisme en anarchisme, de tachtigers en hun decadenten. Prijs f 3,90. Gebonden f 5,-. Ter perse.

H. P. Berlage. Over Stijl in Bouw- en Meubelkunst. Met 51 teekeningen van den schrijver. Prijs f 2,60. Gebonden f 3,25.

H. de Boer. Albert Vogel. Romantische Voordrachtskunst. Omslagteekening van Aarts. 10 illustraties buiten den tekst f 0,60.

J. Coster. De Vereenvoudiging in de Engelsche spelling. Prijs f 0,25.

H. A. van Dalsum. Toestand op het Kroondomein. Prijs f 0,25.

Diopter. Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. Prijs f 0,30.

Diopter (A. Keppler. c.-i.) Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. II. Prijs f 0,50.

Mevr. Chr. Egener-Van Eyken. Methodisch-Hygiënisch Spreken. Het genezen van stotteren en andere spraakgebreken. Handleiding ten behoeve van Onderwijzers, Ouders, Opvoeders en Spraakgebrekkigen. Handboek voor zelfonderricht. Prijs f 0,90. Gebonden f 1,25.

Prof. Dr. C. Eykman. Hygiënische Strijdvragen. Prijs f 0,60.

Geschriften der Ned. Ver. tot bevordering van het Schoonheidsbeginsel in het onderwijs:

No. 1. J. D. Ros. Het Doel. Prijs f 0,25. No. 2. W. van Thienen. Het Kinderzangonderwijs. Prijs f 0,35. No. 3. M.J. Langeveld. Tekenen en Handenarbeid. Prijs f 0,15. No. 4. H. van Breemen. Het teekenonderwijs op de lagere School. Prijs f 0,15.

Schoonheid en Onderwijs. 2 maandel. Tijdschrift onder redactie van S. Brons, Ida Heijermans en J. D. Ros. Abonnement f 1,50 p. j. fr. p. p.

J. J. Griss en E. Hazelhof. De Volzin. Beknopte Nederlandsche Spraakkunst, ten gebruike bij het Onderwijs aan H. B. S., Kweek- en Normaalscholen. Prijs gebonden f 1,-.

H. J. Haverman, Portret van Dr. A. Kuyper. Prijs f 3,-.

L. Heijermans, Arts. Handleiding tot de kennis der Beroepsziekten. Met 124 documenteele en toelichtende illustraties naar fotografieën door den schrijver. Ter perse.

L. Heijermans, Arts. Het Onderwijs in de Bedrijfshygiëne. Prijs f 0,50.

L. Heijermans, Arts. Gezondheidsleer voor Arbeiders. Met 28 illustraties. Prijs f 1,50. Gebonden f 1,90.

Dr. L. van 't Hoff. Geneeskundige Gids voor den Scheepskapitein. Geillustreerd. Prijs gebonden f 1,25.

Homo Sum. De invloed van bloemen en planten op het Menschelijk Karakter. Een boekje voor Ouders en Opvoeders. Prijs f 0,25.

Dr. R. Jacobsen. Carel van Mander. (1548-1606). Dichter en prozaschrijver. Academisch Proefschrift. Prijs f 3,90. Gebonden f 4,90.

Mr. A. Japikse. Een Strijd tegen de verbruikscoöperatie. Academisch proefschrift. Prijs f 1,50.

Dr. H. Japikse. Licht- en andere Stralen. Prijs f 0,90.

Dr. J. A. N. Knuttel. Het Geestelijk Lied in de Nederlanden voor de Kerkhervorming. Academisch Proefschrift. Prijs f 4,90. Gebonden f 5,75.

Dr. J. H. Leopold. Stoïsche Wijsheid. Tweede vermeerderde druk. Prijs f 0,95. Gebonden f 1,35.

De Misdadige Jeugd in het Havenbedrijf. Prijs f 0,50.

William Morris. Kunst en Maatschappij. Gewone Editie. Prijs f 2,60. Gebonden f 3,25.

Luxe editie in perkament f 12,50.

Mr. W. Polman Kruseman. Frederik Nagtglas, uit zijne werken geschetst. Prijs f 0,50.

R. N. Roland Holst. Vijftien Fotografieën naar de Wandschilderingen van R. N. Roland Holst in het Gebouw van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond te Amsterdam. Prijs in halflederen portefeuille f 60,-.

R. N. Roland Holst. Vijftien Afbeeldingen in boekdruk van de Wandschilderingen van R. N. Roland Holst in het Gebouw van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond te Amsterdam. Prijs f 0,35.

De Rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen. Afdrukken van indrukken door "Een onherroepelijk Verlorene". Met een voorrede van Prof. Mr. D. Simons. Prijs f 0,75 (2e druk).

J. D. Ros. Het Ontwerpen van Vlakornament. Met een voorrede van H. J. de Groot. Met ruim 300 illustraties waarvan 8 in kleuren. Prijs f 3,-. Gebonden f 3,75 of in 6 stukken compleet à f 0,50.

J. D. Ros. De Nieuwe Richting in het Teekenonderwijs. Prijs f 0,30.

Annie Sillevis. Een Meisje-Student over "Een Meisje-Studentje", Prijs f 0,35.

Mr. J. M. van Stipriaan Luïscius. Karakter. Uitgegeven tot nut der Nederlandsche Jongelieden. Prijs f 0.10 (bij 50 ex. ter verspreiding f 0,05, bij 100 ex. f 0.03), 2e druk. 4e-6e 1000-tal.

Uitgaven der Sociaal-Technische Vereeniging van Democratische Ingenieurs en Architecten. No. 1. Beschouwingen over Het Ontwerp Arbeidswet 1904. 2e druk. Prijs f 0,60. No. 2. Woningtoestanden in Nederland. Prijs f 1,50.

H. van Treslong. Civitas. Eene inleiding tot de philosophie der Gemeenschap. Deel 1. De Wetten van het Gemeenschapsleven. Deel II. De Metaphysica der Gemeenschap. Prijs in 2 deelen f 4,90. Gebonden f 5,90.

C. de Waard Jr. De uitvinding der verrekijkers. Eene bijdrage tot de beschavingsgeschiedenis. Uitgegeven met steun van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Prijs f 2,70.