Part 9
De wekelijksche bezoeken aan Mrs. Rowley, haar eenige uitgang in al den tijd, dien zij op Hill House vertoefde, werden ware glanspunten in haar bestaan, waarnaar zij de geheele week door reikhalzend uitzag. En geen wonder! Mrs. Rowley toonde zich niet alleen een prettige leerling, maar ook een belangstellende vriendin, die zonder ooit over Hill House en Hedwig's leven aldaar te spreken, toch door de hartelijke, gastvrije wijze, waarop zij Hedwig steeds ontving, toonde wèl te begrijpen dat onderwijzeres en huisgenoote wezen van Miss Wells lang geen benijdbaar baantje was! Zij liet Hedwig vertellen van haar land en van haar thuis, gaf haar raad omtrent haar toekomst en hielp haar zoo op een kiesche wijze, die Hedwig zeer trof.
Intusschen begon haar taak haar niet lichter te vallen, al scheen het haar leerlingen toe dat "Flinkie" nauwelijks zorgen kende, zoo moedig met een vriendelijk woord of een grapje voor ieder kind, niet het minst voor de arme Taffy, ging zij haar gang. Of dat soms moeite kostte? Moeite ook om te midden van zooveel onrecht en zooveel lijden vast te houden aan het geloof dat God toch nabij was, toch hielp, haar toch trouw ter zijde stond?
Het kostte moeite, maar het vast vertrouwen in den hemelschen Vader, die, door alle duisternis heen, leiden zou tot het licht, bleef hecht in haar ziel. Ook haar oude energie begaf haar niet. Miss May, nagenoeg de eenige onderwijzeres met wie zij op eenigszins vertrouwelijken voet stond, benijdde haar die, benijdde haar ook de frissche vroolijkheid en humor, die haar zelfs op het sombere Hill House niet in den steek lieten. Gelukkig dat er soms werkelijk een en ander voorviel, dat een uitbarsting van algemeene vroolijkheid veroorzaakte en de meisjes in de handen deed klappen en luid lachen van pret,--maar dit was heel, heel zelden! De arme kinderen waren er lang niet gezond, niet gelukkig genoeg toe.
Het was echter op een zonnigen Septemberdag dat zulk een voorval werkelijk plaats had, juist toen enkele onderwijzeressen, waaronder ook Hedwig, thuis kwamen van een middagwandeling langs de schilderachtige rivier de Dee, waarop plezierbootjes en zeilschepen tot een frisch watertochtje schenen uit te noodigen. Hedwig had verlangend naar het heldere water gekeken en toen medelijdend naar de kinderen, die vermoeid waren van de hitte en zich loom voortsleepten. Maar toen zij Hill House naderden, kwam er levendigheid in het stille troepje en Mary Wren, die vóór Hedwig liep, keerde zich om en riep uit: "O Flinkie, Flinkie, kijk Peter eens! O, de pony is dol geworden! Kijk! Kijk!"
En waarlijk, Peter was losgebroken! Niettegenstaande de magerte, door slecht voedsel ontstaan, had hij kracht genoeg gevoeld om de deur van zijn schuur open te stooten en met één sprong naar buiten te komen. Nu schopte en sloeg hij uit alle macht met de pooten, schudde den kop onophoudelijk heen en weer en gedroeg zich zoo weinig als een gehoorzame pony betaamt, dat de onderwijzeres, die met de zorg voor hem belast was, zich geen raad wist en niet anders doen kon dan hem op wanhopigen toon bij zijn naam te roepen en tot stilte te vermanen.
Peter bleef echter doof voor alle vermaningen en schopte door met een woede en een ijver, een betere zaak waardig. Het zand stoof omhoog! Het was een heel dwaas gezicht en de kinderen, gesteund door de onderwijzeressen, schaterden het uit. Zelfs Miss Rench, de zure, kon het lachen niet laten en de algemeene vroolijkheid was zoo aanstekelijk dat Peter er nog doller door werd en met vervaarlijke sprongen begon te huppelen, precies als wou hij op zijn achterste pooten gaan staan.
Misschien zou hij nog meer streken uitgehaald hebben, als niet juist op het kritieke oogenblik Miss Wells naar buiten was gekomen om te zien wat er toch gaande was. Zij scheen de zaak volstrekt niet belachelijk te vinden, schudde ongeduldig het hoofd en riep toen zeer luid en driftig met haar krakende stem: "Ga naar binnen Peter, dadelijk in je schuur!"
Peter stak de ooren op bij het geluid van de gebiedende stem, die hij zoo goed kende, zette, onmiddellijk gehoorzamend, zijne vier pooten op den grond en ... ging gedwee zijn stal weer in.
HOOFDSTUK VIII.
Uitkomst.
Toen de herfst voorbij was en de winter weer kwam met de donkere, koude dagen, waarin alle ontberingen dubbel werden gevoeld, scheen het Hedwig soms toe dat de tijd voortkroop en één maand op Hill House driemaal zoo lang duurde als thuis of in Edinburg. Gelukkig viel er dezen winter niet veel sneeuw, waren de wegen meer begaanbaar dan het vorige jaar en bleven de kinderen dus ook gezonder, maar met overgroote vreugde werd toch door allen de lente begroet, hoewel zij menigen guren, stormachtigen dag met zich bracht.
Het was op een heel regenachtigen Zondag in Mei dat de directrice van Hill House in de kerk niet alleen--zooals geregeld het geval was--in haar bank in slaap viel, maar ook tegen het eind van den dienst, zóó luid begon adem te halen en eindelijk te snorken dat de kerkbezoekers elkaar aanstootten en met verontwaardigde gezichten omkeken. Enkele stoutmoedige leerlingen trapten elkaar op den voet, andere hielden den zakdoek voor het gezicht om haar lachen te bedwingen--allen vonden het, kinderen als zij waren, prettig dat er eens "iets ongewoons" gebeurde.
Miss Rench, die naast Miss Wells zat, wist haar echter, door haar op handige wijze zacht in den arm te knijpen, in zoo verre wakker te krijgen dat zij ongeduldig haar arm wegtrok en "_don't_" fluisterde. Het snorken hield op en maakte plaats voor een minder hoorbare, geregelde ademhaling, maar toen de dienst afgeloopen was, sliep de directrice weer zoo vast, als lag zij in haar gemakkelijk veeren bed--het eenigste van die soort dat zich daar bevond!--op Hill House.
Er werd nu besloten dat Hedwig en Miss May met de andere onderwijzeressen en de kinderen naar Hill House terug zouden gaan, terwijl Miss Rench en Miss Ellis, de huishoudster, bij de directrice zouden blijven en later met haar thuis komen.
Intusschen was de stortregen in een druilerigen motregen overgegaan. Hedwig huiverde onwillekeurig en vond, toen zij Hill House naderden, dat het er somberder uitzag dan ooit, maar de kinderen waren levendig en vol nieuwsgierigheid wat Miss Wells toch schelen mocht. Misschien was zij wel ziek en misschien kreeg de school nu wel een heele week vacantie en misschien mochten zij dan wel eens een langen dag met "Flinkie" uit, hoopten sommigen, doch deze hoop bleek gansch ijdel te wezen.
Wel voelde Miss Wells zich, toen zij thuis kwam, "werkelijk ongesteld", zooals ze klagend tot Miss Rench zeide en wel bleef zij daarom een dag of vier te bed en liet zich door Miss Ellis ter dege bedienen, maar van vacantie voor de leerlingen of een extra-uitgangetje kwam niets in; de kinderen moesten in tegendeel bizonder hard werken. Want de directrice had het bestuur overgedragen aan Miss Rench, die, haar macht genietend, met ijzeren hand het bewind voerde en zooveel ze maar kon, straffen uitdeelde. Bovendien was het voedsel nog slechter en onsmakelijker dan anders en kreeg men nòg minder te eten. Hedwig vond het schandelijk en had Zaterdags bij Mrs. Rowley groote moeite de belofte om over Hill House te zwijgen, niet te verbreken. Zij had er 's ochtends met Miss May over gesproken dat het zóó niet langer ging, dat er verandering komen _moest_ en Miss May had met een heftigheid, die zij anders zelden toonde, ook gezegd dat het niet meer uit te houden was; de kinderen schreiden haast van honger!
Hedwig dacht aan dit gesprek, toen zij van haar les naar Hill House terug liep. Mrs. Rowley had haar weer zeer vriendelijk ontvangen. Er stond, bij haar komst, een kop krachtige, warme bouillon voor haar klaar, "omdat het zulk erg nat weer was," en later hadden zij thee gedronken en prettig gebabbeld en gelezen. Toch voelde Hedwig zich niet opgewekt gestemd, toen het uur om was.
Want sterk leed zij heden weer onder het bewustzijn van haar onmacht om verbetering te brengen in de toestanden op de school. Had deze maar onder toezicht gestaan van een commissie, dan zou zij die haar nood hebben kunnen klagen, maar Miss Wells had alles te zeggen, was oppermachtig en--wat nog erger was, had het thans Miss Rench gemaakt!
Er moest en zou verandering komen, herhaalde Hedwig vurig bij zichzelf--het mocht zoo niet langer blijven; ze kon ook niet langer zwijgen tegenover Mrs. Rowley en het was haar plicht tegen Miss Wells te zeggen dat zij dat niet langer kon....
Driftig liet zij den klopper vallen op de voordeur, die tot haar verwondering, bijna terstond daarop door Taffy geopend werd. Zij zag er doodsbleek en ontdaan uit. Hedwig ontstelde van de uitdrukking van haar gezicht. "Wat is er? Wat scheelt eraan?" vroeg zij snel.
"Ik heb hier op u gewacht; er is iets vreeselijks gebeurd met Miss May," zei Taffy, in tranen uitbarstend. "En Miss Wells is opgestaan, dadelijk opgestaan, die is heelemaal weer beter."
Het verband tusschen de eerste en de laatste mededeeling was zeker niet heel duidelijk, maar Hedwig was te zeer in spanning om daarop te letten.
"Maar wat is er dan gebeurd?" vroeg zij dringend, terwijl zij Taffy door de lange gang volgde.
"Miss May wou wat brood voor ons krijgen uit de provisiekast; wij hadden allemaal zoo'n honger," snikte Taffy, "en toen ... toen...."
Ach, die arme Miss May! Ja, nu kon Hedwig wel gissen wat er voorgevallen moest zijn. Miss May had zeker, begaan met het lot der half verhongerde kinderen, geheel op eigen gezag, brood voor hen willen gaan halen, wat natuurlijk beslist tegen "de wetten van het huis" was. Ongetwijfeld was Miss Rench er terstond achter gekomen en werd Miss May nu streng onder handen genomen.
Toen Hedwig de groote schoolkamer inging, zag zij een tooneel voor zich, dat haar haar leven lang in herinnering zou blijven.
Bij het raam, een eind van de kinderen af, stond doodstil, met de handen gevouwen neerhangend, Miss May. Zij luisterde geduldig naar den vloed van woorden, over haar uitgestort door Miss Rench, die zich op een kleine, houten verhevenheid bevond, vlak voor de banken, waarin de kinderen zaten. Miss Wells, blijkbaar hersteld van haar ziekte, stond naast haar en knikte telkens met het hoofd als bewijs van goedkeuring over de woorden, door haar "spion" uitgesproken.
Hedwig, die eerst bij de deur was blijven staan, liep nu met een fiere houding, "echt Flinkie-achtig" vonden de kinderen, naar Miss May toe en week niet van hare zijde, een handelwijze, waarvoor Miss Rench niets over had dan een minachtend schouderophalen. Met een zeer luide stem, opdat de doove directrice toch geen enkel kostbaar woord zou missen en met haar vinger steeds uitgestrekt naar Miss May, vervolgde zij, zich tot de kinderen wendend, die erg bedrukt keken:
"En nu _zegt_ zij wel dat zij het brood heeft willen stelen--_stelen_, herhaal ik, want wat was het anders?--om er u allen wat van te kunnen geven, maar zoo iets kan men gemakkelijk zeggen, als men op heeterdaad betrapt wordt, niet waar? Want waarom zou iemand ook niet even goed liegen als stelen? Liegen is immers nog wel zoo gemakkelijk; dat is hier al weer gebleken. Het is om te lachen! Ja, lacht haar maar uit, zooals zij daar staat met haar schijnheilig gezicht.... Maar als Miss May, die altijd beweerd heeft uwe _vriendin_ te willen zijn, weer wil stelen, zal zij handiger te werk moeten gaan. Hier op Hill House zal haar daartoe de gelegenheid niet meer worden gegeven. Onze waardige directrice...."
"Ja, natuurlijk hebt gij uw ontslag, Miss May," viel de "waardige directrice" snel in. "Gij kunt nog heden vertrekken en anders morgen."
Miss May hief het hoofd op. "Ik ga vandaag," zei ze bedaard.
Er waren er onder de kinderen, die zacht begonnen te snikken en niettegenstaande het geroep van Miss Rench: "Ieder, die het waagt te schreien, wordt streng gestraft," hielden de tranen niet op te vloeien.
Maar Hedwig, "Flinkie," was veel te vertoornd om tranen te kunnen storten. Met een moedig gebaar legde zij de hand op Miss May's schouder en riep uit:
"En ik zeg dat het schande is!"
"Wàt?" Miss Wells, die op het punt stond het vertrek weer te verlaten, keerde zich driftig om. "Wat?"
"Ik zeg dat het schande is, groote schande!" herhaalde Hedwig, buiten zichzelf van verontwaardiging. "En als Miss May weggaat, op zoo onrechtvaardige wijze wordt weggestuurd, dan...."
"Geen woord meer!" riep nu de directrice uit en de aderen op haar voorhoofd zwollen van drift. "Ik verkies uwe meening niet te kennen."
"Maar ik wil mijn meening zeggen!" zei Hedwig, in haar gloeiende ergernis haar eigenbelang totaal vergetend en niet luisterend naar het waarschuwende: "Stil, stil toch!" van Miss May. "Ik _wil_ niet zwijgen!"
In de oogen der meisjes, niet het minst in die van Taffy en Mary Wren, blonk bewondering voor zooveel moed.
"En toch _zult_ gij het! Ik wil geen woord meer hooren, niets meer, begrepen?" gilde Miss Wells meer dan dat zij sprak, terwijl zij voor Hedwig staan ging en haar vlak in 't gezicht zag. "En ook u wil ik hier op Hill House niet houden. Gij vertrekt beiden op staanden voet. Pakt uwe koffers en verdwijnt."
"Gaarne," zei Hedwig beleefd, maar nu begonnen de kinderen, geheel buiten zichzelven van droefheid, zoo wanhopig te snikken dat haar het hart week werd.
"Stilte!" gebood Miss Rench. "Terstond!"
Doch de kinderen snikten voort, zoo diep verslagen dat Hedwig noch Miss May het langer aan konden hooren en de schoolkamer verlieten.
Een uur later had de zware voordeur van Hill House zich voor goed achter haar gesloten. Afscheid van de kinderen hadden zij niet meer mogen nemen. De koffers werden voorop het wagentje gezet, dat met den mageren Peter ervoor en zijne verzorgster erin, gereed stond haar weg te brengen en weldra ging het den heuvel af en naar het station toe.
Hier nam Miss May afscheid van Hedwig om met den trein te vertrekken naar het kleine dorp, waar haar moeder woonde, voor wie zij gedeeltelijk den kost moest verdienen.
Hedwig liet zich naar Mrs. Rowley brengen. Haar wilde zij om raad en hulp vragen en om logies, althans voor een paar nachten; dan zou zij zien wat haar verder te doen stond. Haar hoofd gloeide en zij voelde zich wonderlijk gestemd, juist alsof alles wat zij zooeven doorgemaakt had, een benauwde droom was geweest. Vergiste zij zich niet? Zou zij werkelijk nooit op Hill House terug komen en nooit meer iets kunnen doen voor die arme kinderen?
Peter's verzorgster nam voor het huis van Mrs. Rowley op zeer koele wijze afscheid van haar, nadat de groote, Duitsche koffer met moeite door Hedwig en het dienstmeisje in de gang was neergezet. Met een kloppend hart liet zij zich nu door het meisje aandienen en weldra stond zij voor de verbaasde Mrs. Rowley, die juist verdiept was in een brief, dien zij in de hand hield.
Terstond vertelde Hedwig alles precies zooals het gebeurd was, zich thans voor goed ontslagen rekenend van de belofte om over Hill House te zwijgen en Mrs. Rowley luisterde met een zeer ernstig gezicht. Nog steeds hield zij den brief in de hand en een paar malen keek zij er even in, ook terwijl Hedwig nog sprak; toen deze zweeg, zei ze:
"Dat is een heel, heel droevige geschiedenis; het is dus op Hill House nog erger gesteld dan ik vermoedde. Natuurlijk begrijp ik dat gij niet anders hebt kunnen handelen en ik ben heel blij dat gij dadelijk bij mij gekomen zijt, vooral omdat.... Maar eerst moet ik u eens vragen: Hebt gij er nog niets van gehoord dat er kans bestaat dat de school op Hill House opgeheven wordt?"
Hedwig keek zeer verbaasd op. Neen, daarvan wist zij in 't geheel niets af!
"Ik had er juist dezer dagen eens met u over willen spreken, maar dacht dat het beter was nog even te wachten," vervolgde Mrs. Rowley. "Niet alleen ik, nog vele andere menschen hier in Chester weten wel of vermoeden, hoe de zaken op de school staan. Nu zijn er maatregelen genomen om Miss Wells te doen besluiten, haar betrekking neer te leggen en wij hopen beslist dat zij hiertoe wel zal overgaan, zoo niet tegen de groote vacantie, dan toch met Kerstmis. De kinderen zullen naar betere scholen gezonden worden, als er eerst met hunne betrekkingen is onderhandeld en de onderwijzeressen zullen een anderen werkkring moeten zoeken."
Hedwig sloeg de handen in elkaar. "Ik ben er heel, heel blij om," zei ze uit den grond van haar hart. "Maar als ik het geweten had...."
"Als gij het geweten hadt, zoudt ge wellicht tot het eind gebleven zijn, denkt gij?" vroeg Mrs. Rowley. "Toch is het goed dat dat niet gebeurd is, want ik geloof dat ik reeds nu een andere betrekking voor u weet."
"Een andere betrekking? Gunst!" Hedwig sprong op van haar stoel.
"Ja, maar voordat ik u daarvan iets naders vertel, moeten eerst die hoed en mantel eens afgedaan worden en wij het ons eens wat gemakkelijk maken. Ga in dezen lagen stoel zitten, dan zeg ik even aan Anna dat zij de logeerkamer voor u in orde brengt. Ik reken erop dat gij een weekje bij mij blijft om dan misschien tegen Juni...."
Zij zweeg en ging lachend om Hedwig's nieuwsgierig gezicht, de kamer uit.
In groote spanning bleef Hedwig achter. Wat, wat kon het zijn? Waar zou zij misschien tegen Juni heen kunnen gaan? Ze vouwde de handen achter het hoofd samen en leunde achterover in haar stoel, innig het gevoel van rust genietend, dat zij voor 't oogenblik althans, in veilige haven was aangeland. En ze was blij, zoo blij dat Mary Wren en Taffy en al de andere verhongerde leerlingen van Hill House het beter zouden gaan krijgen. Maar o, hoe vurig verlangde zij te hooren van die nieuwe betrekking....
Eerst later, toen zij aan het smakelijk avondeten zaten, bracht Mrs. Rowley haar op de hoogte. Zij had een brief gekregen van een vriendin, die toevallig door kennissen gehoord had van een rijke, Protestantsche, Iersche familie, die een Duitsche of Fransche gouvernante zocht. Muziek moest ook onderwezen worden. Of Mrs. Rowley misschien ook iemand kende, geschikt voor zulk een betrekking en zoo ja, of zij er dan spoedig werk van maken wilde, want Mrs. Balvourneen zou gaarne hebben dat de nieuwe gouvernante zoo spoedig mogelijk, liefst reeds met Juni, kwam; de kinderen--er waren er vier, drie meisjes en een jongetje--waren al veel te lang zonder geweest.
Mrs. Rowley's vriendin wist niet veel van de betrekking af, wel had zij gehoord dat men het op het kasteel Balvourneen, wat voeding, enz. betrof, heel goed had. Zij geloofde dat een van de kinderen wat lastig was en dat Mr. en Mrs. Balvourneen zich nogal "voelden". Het salaris was vrij groot; voor iemand, die goede getuigschriften kon overleggen, veertig pond. Het kasteel lag in het zuiden van Ierland tusschen Glengariff en Killarney, meer in de buurt van Glengariff; het moest er prachtig mooi wezen.
"O, daar zou ik heel graag naar toe gaan, heel graag!" riep Hedwig levendig uit. "Zou ik dan maar niet dadelijk schrijven? Anders is een ander mij misschien voor. "Het kasteel Balvourneen," wat klinkt dat mooi, he? En het is ook een mooi salaris; prachtig! En nu kan het getuigschrift van de barones von Zercläre mij uitstekend van dienst zijn! Ik moet maar dadelijk schrijven...."
"Neen, neen," zei Mrs. Rowley, de hand op haar schouder leggend. "Weet je wát je dadelijk doen moet? Naar bed gaan en eens flink uitslapen. Je ziet er juist uit alsof dat hoog noodig is! Dan schrijf _ik_ aan Mrs. Balvourneen."
"Is dat werkelijk niet te veel moeite?"
"Het is verschrikkelijk veel moeite, maar je moest het mij nu toch maar opdragen. Ik beloof je dat ik den brief nog van avond naar de post zal laten brengen."
In een opwelling van groote dankbaarheid, greep Hedwig de hand van haar gastvrouw en drukte er een kus op. Mrs. Rowley glimlachte. "Ik kan gerust schrijven dat je een echt Duitsch meisje bent," zei ze.
De brief werd terstond geschreven en verzonden. Den volgenden dag echter lag Hedwig met koorts te bed, zoodat zij haar voornemen om op het wandeluur der school even in de buurt van Hill House rond te gaan loopen, niet ten uitvoer kon brengen. Mrs. Rowley hield haar een paar dagen thuis en verzorgde haar op moederlijke wijze. En toen er gunstig antwoord uit Ierland kwam en men schreef dat "Fräulein" of "Mademoiselle" maar zoo gauw mogelijk moest komen, had Hedwig nog zooveel in orde te brengen en te naaien dat er slechts van een haastig loopje naar Hill House sprake kon zijn. Zij ging tegen den avond en toen zij den heuvel beklom, zag het huis er bizonder kaal en somber uit. Niemand vertoonde zich buiten, geen geluid werd gehoord, alles was als uitgestorven en met een verlicht hart bedacht zij, hoe goed het wezen zou als binnen niet te langen tijd het huis werkelijk geen bewoners meer had en de beruchte school van Miss Wells tot het verledene zou behooren!
Zij had een langen brief naar huis geschreven en ook nog geld gezonden, hoewel haar garderobe noodzakelijk vermeerderd moest worden. Mrs. Rowley wist haar echter over te halen eenig geld van haar aan te nemen, terwijl Mrs. Balvourneen haar het benoodigde zond voor den overtocht naar Ierland. Zij voelde zich dan ook heel rijk, toen ze haar grooten koffer weer had gepakt en reisvaardig was.
Het was een vrij lange reis, die zij nu te maken had. Ze moest met den nachttrein uit Chester vertrekken, bij Holyhead de boot naar Ierland nemen en dan den volgenden ochtend ongeveer vijf uur te Kingstown landen. Daar zou zij een trein vinden naar Killarney, waar ze 's avonds om half zes zou kunnen zijn. Mrs. Balvourneen had haar geschreven hoe zij reizen moest en ook dat zij niet verder moest gaan dan Killarney, omdat Mr. Balvourneen juist dien dag daar in de buurt wezen moest en haar dan meteen met het rijtuig af zou kunnen halen en met haar naar het kasteel rijden.
"Dan kun je dadelijk goed met Mr. Balvourneen kennis maken," zei Mrs. Rowley, "want dat zal zeker wel een rit van eenige uren wezen! Het is zóó mooi in die streken; ik ben er eens geweest en zou nu haast wel met je mee willen."
Hedwig glimlachte. Het zou wel een _geheel_ andere ontvangst wezen dan op Hill House, dacht zij.
Mrs. Rowley stond er op haar, niettegenstaande het late uur, naar het station te brengen. Zij zelf zou weldra voor geruimen tijd naar Duitschland vertrekken en toen zij bij den coupé afscheid nam, beloofde zij Hedwig voor de zooveelste maal dat zij haar moeder en Clärchen op zou gaan zoeken, als dit maar eenigszins mogelijk was. Een laatste handdruk, nog een hartelijke zegenwensch en--weg reed de trein.
De maan scheen vrij helder en de overtocht zou wel kalm wezen, had Mrs. Rowley gezegd. Hedwig vond het een genot al spoedig de frissche zeelucht door het open raampje naar binnen te voelen komen. Zij stak het hoofd naar buiten om iets althans te kunnen zien van de schoonheden van Noordelijk Wales, waardoor zij thans heenstoomde, maar de trein reed snel door de liefelijke streek heen en bovendien was er een kring om de maan gekomen en kon zij bij het zwakke licht niet veel onderscheiden.
De haven van Holyhead, schitterend in elektrisch licht, maakte des te meer indruk op haar en toen zij--het was nu twee uur in den nacht--naar de boot toeliep, kwam het prettige, oude, energieke gevoel weer over haar, dat zij op Hill House soms verloren had gewaand.
Er waren nog zeer vele andere passagiers en zij besloot dus maar op het dek te blijven en niet te bed te gaan; zij zou het zeker boven beter hebben dan beneden in de overvolle dameskajuit. Zij vond een stoel en een beschut plaatsje tegen de leuning der trap en zij genoot de mooie afvaart en later het gezicht op den fraaien vuurtoren, die, vanaf de reusachtige rotsblokken van den South Stack Rock, bundels lichtstralen strooit over de geheele baai van Carnavon.