Part 17
Enkele dagen later regende en woei het vrij hard. In den haard der zitkamer werd een vuurtje aangelegd en spoedig dansten de gele vlammen vroolijk om een blok beukenhout. Dr. Hearty en Hedwig keken er naar, terwijl zij Hedwig's aanstaanden werkkring te Manchester bespraken en een circulaire opstelden, die Hedwig zou laten drukken en rond sturen en waarin "_Fräulein Hedwig Eiche from Hannover_"--Hedwig's geboorteplaats lag in de provincie Hannover--hare diensten als onderwijzeres in het Duitsch aanbood. "_Erg_ gelukkig dat je juist uit dat gedeelte van Duitschland komt," zei Dr. Hearty, "dat is dadelijk hier in Engeland een goede aanbeveling, omdat Hannoversch Duitsch als zoo mooi bekend staat."
Hedwig verheugde er zich ook over. Zij was in een bizonder opgewekte stemming, die nog verhoogd werd door de gunstige berichten, haar zooeven in een brief van haar moeder gezonden. Clärchen had het oude plan om ook gouvernante te worden, opgegeven en was op weg om een flinke huishoudster te worden. Zij ging iederen dag van 's ochtends tot 's avonds naar een groot doktersgezin, waar zij als _Stütze der Hausfrau_ werkzaam was. Zij had het er heel prettig en verdiende goed en haar moeder had ook volop werk; zij hoopten nu langzamerhand zooveel te besparen dat zij Hedwig eens konden komen bezoeken, als zij goed en wel te Manchester gevestigd was!
Hedwig zelf bouwde ook allerlei luchtkasteelen en Dr. Hearty deed er druk aan mee; zij meubelden reeds in gedachten een huisje, dat Hedwig eenmaal bewonen zou, als zij met hare Duitsche lessen fortuin had gemaakt. "Ik neem al vast geen schommelstoel, dat weet ik ten minste wel," zei Hedwig lachend, terwijl zij naar hartelust heen en weer zat te schommelen voor het vuur, "want daaraan ben ik hier veel te veel verslaafd geraakt, maar in ieder geval...."
Wat zij in ieder geval al of niet doen zou, kwam niemand ooit te weten, want juist op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt en kwam Dorothy binnen met een briefje voor Dr. Hearty. "Van Luscombe Castle; er wordt op antwoord gewacht," zei ze.
Hare oogen keken heel nieuwsgierig, terwijl Miss Hearty het briefje las, maar zij bleef toch zwijgend wachten, evenals Hedwig, die onafgewend naar Miss Hearty's gezicht zat te kijken en het "heerlijke schommelen" thans geheel naliet. Dr. Hearty glimlachte even, toen zij het briefje weer dichtvouwde, maar zij sprak geen enkel woord. Bedaard schreef zij een antwoord en overhandigde dit aan Dorothy en eerst toen deze weer verdwenen was, zei ze langzaam en als in gedachten:
"Dat is dus overmorgen...."
"Overmorgen? Wat is er overmorgen?" vroeg Hedwig snel.
"Gunst ja, ik had je waarlijk wel eerst mogen vragen of je er wel lust in hadt; het spijt me dat ik daaraan niet gedacht heb. Nu, je kunt je altijd nog bedenken."
"Lust in hadt! Maar waarin dan toch?" vroeg Hedwig ongeduldig. "Spreek toch niet zoo in raadselen!"
"Ik zal duidelijk zijn als jij je kalm houden wilt," zei Dr. Hearty, die er plezier in had haar te plagen.
"Maar ik ben zoo kalm als wat!"
"En je schommelt niet eens!"
"Alsof dàt een bewijs van kalmte was!" riep Hedwig lachend uit. "Enfin, ik ben al weer druk bezig. Kijk maar!"
Zij bracht den schommelstoel duchtig in beweging en keek de dokter vragend aan.
"Er zal overmorgen een dineetje wezen op Luscombe Castle," zei Miss Hearty, "en daar wil men ons graag bij hebben. Mijn vriendin uit Manchester komt vandaag."
"Een dineetje! Hoe verrukkelijk!" riep Hedwig, opspringend uit haar stoel. Toen opeens met een verslagen gezicht: "Maar ik heb geen enkele japon, die daarvoor mooi genoeg is."
"Geen japon? Och kom...."
"Neen, wezenlijk niet. Die Iersche mousseline is totaal versleten en verder heb ik weinig anders dan eenvoudige blouses en een paar donkere japonnen."
"Ja, dat gaat niet, vooral nu niet, nu ik juist een beetje eer met je moet inleggen. Mijn zijden japon kan ik je moeielijk leenen, die zal ik zelf aan moeten trekken en buitendien...."
"Buitendien zouden mijn beenen er dan ook een heel eindje uitsteken," zei Hedwig, terwijl zij naast Miss Hearty ging staan en lachend op haar neer zag. "Ik ben wel _iets_ grooter dan u!"
"Oneerbiedig kind! Maar hoe zullen wij raad schaffen? Dorothy zal ook niets hebben. Zij is wel nogal groot voor haar leeftijd, maar toch nog bijna geheel een kind...."
Daar kwam Dorothy--iets heel ongewoons voor haar--ongevraagd weer binnen. "Ik dacht...." zei ze met een kleur, "u hebt mij toch niet geroepen?"
"Neen Dorothy Dimbleby, wij hebben je niet geroepen," zei Miss Hearty, de hand op haar schouder leggend, terwijl Dorothy nog dieper bloosde, "maar je komt toch alsof je geroepen waart." En Miss Hearty vertelde haar wat het geval was.
"Maar ik ben grooter dan Fräulein Eiche, wel een half hoofd!" riep Dorothy terstond uit. "En als zij mijn nieuw wit japonnetje aan wil trekken, dan zal ik dat een heele eer vinden! Ik heb het nog maar eenmaal gedragen op een danspartijtje dezen winter en het is volstrekt niet kinderachtig gemaakt. Zal ik het gauw even halen? Dan kan Fräulein Eiche het dadelijk eens passen."
"_Heel_ graag, maar dan moet je eerst aan Mrs. Dimbleby vragen of die er in 't geheel niets tegen zou hebben...."
"O, moeder vindt het wel goed, dat weet ik zeker!" riep Dorothy; hare oogen tintelden van plezier. Zij was al bij de deur om weer weg te snellen, toen Miss Hearty haar terugriep; Hedwig zat met een vroolijk gezicht toe te kijken.
"Sta eens vlug op, Fräulein Hedwig Eiche van Hannover," zei de dokter, "en meet eens even met Dorothy of zij werkelijk de langste is."
"Ik ben grooter, ik weet het zeker; heusch!" riep Dorothy opgewonden.
Zij bleek inderdaad grooter dan Hedwig te zijn, al was het geen "half hoofd" en triomfantelijk liep zij nu de kamer uit om haar japon te halen.
"Alleraardigst om dadelijk met dat aanbod aan te komen," zei Hedwig.
"Ja, 't is een lief schepseltje! Als dat witte japonnetje jou nu maar past en goed staat; je bent gelukkig niet dik! En ... er kan altijd wat aan veranderd worden...."
"Daar ben ik al weer," riep Dorothy, hijgend de kamer inkomend met het lichte kleedje over den arm. "Moeder vindt het uitstekend. Kijk!" En zij hield de japon aan de mouwen in de hoogte om haar in al haar schoonheid te laten zien.
"Hoe beeldig mooi!" zei Hedwig, bewonderend naar het neteldoeksch japonnetje kijkend, dat smaakvol gegarneerd was en er met het geplooide blouselijfje "volstrekt niet kinderachtig" uitzag, zooals Dorothy nogmaals met ijver opmerkte.
"Wel jammer dat er niet een klein sleepje aan is," zei Dr. Hearty peinzend.
"Een sleep? O, ik met een sleep!" riep Dorothy uit, in de handen klappend. "En ik moet nog veertien worden! Maar moet Fräulein Eiche nu niet eens passen? En ... mag ik er dan bij blijven?"
"Natuurlijk," zeiden de beide dames als uit één mond.
In een paar minuten tijds had Hedwig nu, door Dorothy geholpen, het aardige toiletje aangetrokken, dat haar tot aller vreugde, inderdaad vrij goed paste; alleen konden de halfkorte mouwen en de, voor eene volwassene jonge dame, beslist te korte rok niet blijven zooals zij waren. "Ik heb nog een heel stuk van die kant, waarmee het lijfje gegarneerd is; zal ik die even halen? Dan kan die misschien onder aan de mouwen worden gezet," zei de bereidvaardige Dorothy, "en in den rok zijn onder de strooken twee opnaaisels, dus die kan gemakkelijk langer worden gemaakt." En meteen was zij alweer de kamer uit.
Ze kwam terug met de mooie kant en met haar werktaschje. "Mag ik het doen?" vroeg ze gretig. "Mag ik die opnaaisels lostornen?"
"Wel zeker, heel graag," en Miss Hearty nam de mouwen onder handen, Hedwig de eene helft van den rok en Dorothy de andere en onder gelach en gepraat werd het werk verricht, terwijl de regen buiten tegen de ramen kletterde en het vuur in den haard des te helderder vlamde. Mrs. Dimbleby kwam ook even binnen om te vragen of zij ook helpen kon en groot was de pret, toen ook Mr. Dimbleby aan de deur klopte en zijne diensten kwam aanbieden!
Natuurlijk steeg Dorothy's opgewondene belangstelling ten top, toen de gewichtige dag daar was en zij, tot haar innige trots, zelf de laatste hand mocht leggen aan Hedwig's toilet, dat haar nu, dank zij de aangebrachte veranderingen, werkelijk heel goed stond, al ontbrak nog steeds de sleep! Miss Hearty zag er onberispelijk deftig uit in zware, grijze zijde en toen het rijtuig met haar en Hedwig wegreed, keek de geheele familie Dimbleby het na, als kon zij zich daardoor eenigszins een voorstelling maken van het genot, dat op Luscombe Castle zou worden gesmaakt.
Dorothy mocht dien avond langer opblijven dan gewoonlijk om op den terugkeer der beide dames te wachten en zoodra zij het rijtuig meende te hooren aankomen, snelde zij naar buiten. Even stond zij bewonderend te kijken naar de sterren, die zich in de diepblauwe zee weerkaatsten, toen keek zij verlangend uit naar het naderende rijtuig.
Toen het al dichter en dichter bij kwam, viel het haar op dat zij geen handen zag wuiven door de geopende raampjes; zij had toch beslist gezegd dat zij hier zou staan wachten! Snel liep zij een eind den weg op. Het wàs het rijtuig toch wel?
Ja, daar zag zij duidelijk het gezicht van Miss Hearty, dat haar vriendelijk toeknikte. Hedwig zat naast haar, maar keek niet naar buiten; zij hield het hoofd voorover gebogen. Dorothy kon nu ook zien dat zij een grooten bos varens en grassen in de hand hield. Maar waarom keek zij toch niet op?
Op een drafje liep Dorothy naar het rijtuig toe; haar lang, blond haar wapperde in den avondwind. Zij riep den koetsier toe dat zij het portier wel open zou doen en keek Dr. Hearty vragend aan, toen deze haar goeden avond zeide. Hedwig volgde zwijgend en het rijtuig reed weg.
"Wat prachtige varens!" riep Dorothy uit. "Zijn die uit Luscombe Park?"
"Ja," klonk het zacht. Een oogenblik was alles stil, toen riep Hedwig, terwijl zij voor Dorothy staan ging:
"O Dorothy, het spijt me zoo vreeselijk, maar ik vrees dat je japon voor goed bedorven is!"
"Bedorven?" stamelde Dorothy en haar gezicht betrok.
"Het is nog op het allerlaatst gebeurd," zei Hedwig. "Ik had er werkelijk zoo goed opgepast en was er zoo trotsch op dat ik er zoo keurig uitzag en het was zoo'n heerlijke avond! Maar ik was al te goede maatjes geworden met een van de aardige, jonge hondjes op Luscombe en toen wij afscheid hadden genomen en naar het rijtuig liepen, holde hij ons door het park na, sprong om mij heen en beet opeens uit louter speelschheid een groot gat in de japon. Ik hoorde wel even iets scheuren en hoopte dat het maar een torntje was; eerst in het rijtuig zag ik hoe leelijk de scheur was. Kijk! Ach, het spijt mij veel meer dan ik je zeggen kan."
Zij gingen het huis in en bekeken de japon bij het ganglicht. Het dartele hondje had zijn scherpe tandjes wel krachtig in het neteldoek gezet; er was een leelijke scheeve scheur, dwars in den rok, boven de strooken.
"Het is wel een beetje jammer," zei Dorothy met een aardige poging om de zaak luchtig op te vatten, "maar eigenlijk kan niemand het helpen."
"Willen de dames niet liever naar boven gaan?" klonk nu de stem van Mr. Dimbleby boven aan de trap. "Mijn vrouw heeft nog wat thee en beschuitjes klaar gezet."
"Wij komen," riep Dr. Hearty terug en allen gingen naar boven, waar Mr. en Mrs. Dimbleby verlangend stonden te wachten om iets van het dineetje op Luscombe Castle te hooren. Terstond stond Dorothy naast haar moeder en fluisterde haar in:
"Zeg als 't je blieft dat het niet erg is, dat het heelemaal niets is!"
"Wat kindje?"
"Ja, Mrs. Dimbleby, het is wèl erg," zei Hedwig, die Dorothy's woorden opgevangen had, "en het spijt mij zoo vreeselijk...."
Dr. Hearty bracht de verbijsterde Mrs. Dimbleby op de hoogte en nu volgde er een bekijken en vragen en passen en beraadslagen van belang, waarbij Dorothy op den arm van haar vader geleund, lachend toeluisterde. Zij knikte opgeruimd, toen hij zeide: "Als dat japonnetje niet meer deugt, zullen wij er toch maar niet te veel om treuren, vindt je wel? Gelukkig dat Fräulein Eiche zelf niet gewond is!"
"Ja, en ik ben toch blij dat Fräulein Eiche iets van mij gedragen heeft," zei Dorothy met vuur.
"Maar nu moet Fräulein Eiche zelf nog eens even wat zeggen," zei Hedwig nu met luider stem. "Allereerst...." en zij ging naar Dorothy toe en gaf haar een kus. "Je hebt je zóó goed gehouden, daar moet ik je even voor bedanken. Ik kan onmogelijk zeggen dat ik wou dat wij maar niet naar Luscombe Castle gegaan waren, want ik heb zooveel plezier gehad dat ik heelemaal niet kan uitdrukken hoeveel.... Alles was even prettig en iedereen was even vriendelijk voor me, Dr. Hearty's vriendin uit Manchester niet het minst! Maar over het diner zal Dr. Hearty straks nog wel willen vertellen; _ik_ wou nu zeggen dat Dorothy mij stellig beloven moet dat zij, zoodra dat kan, eens bij mij in Manchester komt logeeren en daar dan een nieuw japonnetje...."
"Neen, neen, neen!" viel Dorothy in. "Ik wil dolgraag eens bij u komen logeeren, maar een nieuwe japon wil ik niet hebben, nooit!"
"Zoo? Ik ben blij dat ik je dat hoor zeggen," zei Dorothy's vader lachend. "Dat komt goedkoop voor mij uit!"
"O, van _u_ wel," zei Dorothy dadelijk en zij trok haar vader aan zijn baard en begon met hem te stoeien en het was een gelach en een pret van belang--een geheel ander tooneeltje dan Hedwig zich een uur geleden voorgesteld had te zullen zien!
Met een verlicht hart bond zij de mooie varens en grassen van Luscombe bij elkaar; die wilde zij drogen en over eenige dagen mee naar Manchester nemen en als een herinnering aan een "volmaakt prettigen avond", op haar kamer in het _home_ aan den muur hangen. Dr. Hearty's vriendin had haar allerlei inlichtingen omtrent Manchester gegeven en ook namen opgeschreven van families, die, naar zij stellig meende te weten, goed Duitsch onderricht voor hunne kinderen zochten en Hedwig verlangde thans weer aan het werk te komen, al wist zij dat het haar niet licht zou vallen afscheid te nemen van Devonshire en de Dimbleby's en ... van Dr. Hearty!
Toen het eindelijk zoo ver was, toen zij op een mooien Meiochtend het gezin Dimbleby vaarwel hadden gezegd en weer in den trein zaten om, na enkele uren samen gespoord te hebben, elkaar Gods zegen toe te wenschen en verschillende richtingen uit te gaan, de dokter naar Londen en Hedwig naar Manchester--toen hield Hedwig zich goed! Verkwikt door hare heerlijke vacantie, met nieuwen moed bezield, vol hoop op de toekomst, kwam zij te Manchester aan.
Reeds om de stad heen was het rookerig en somber, niet het minst in Hedwig's oogen, thans verwend aan de heldere, frissche tinten en geuren van het bekoorlijke Devonshire en terwijl zij het perron overliep, stak zij even haar gezicht in den ruiker grassen en varens, die zij niet in den koffer had willen pakken,--uit vrees dat zij zouden bederven,--maar in de hand met zich meedroeg. Toen zij het met den koetsier van een vigilante eens was geworden over den prijs, zette zij haar taschje even op den grond en legde er de varens bovenop, om een oogenblik al haar aandacht te schenken aan haar koffer, die met horten en stooten op het imperiaal werd gezet. Hoe groot was echter haar ontsteltenis en--ook haar lachlust!---toen zij, zich omkeerend om haar taschje en bouquet weer op te nemen, ontdekte dat het paard bezig was met zichtbaar welgevallen de nog sappige varens en grassen op te peuzelen, waarvan thans nog maar enkele, half afgebeten exemplaren over waren! Die liet Hedwig liggen; het was te treurig om zulke overblijfselen van vervallen grootheid als herinnering aan den onvergetelijken avond op Luscombe Castle te bewaren! Hoofdschuddend ging zij de vigilante in.
Zij werd in het _home_ met groote vriendelijkheid ontvangen en kreeg een eenvoudige, nette kamer, waar zij tot haar verrassing een kom vol gele primula's zag staan--een geschenk van Dr. Hearty, zooals de directrice haar vertelde--en, ook zeer tot haar blijdschap, een briefje vond liggen van een dame, die haar circulaire ontvangen had en haar den volgenden dag over lessen wenschte te spreken....
Zoo begon het leven van Hedwig Eiche in het groote Manchester, dat haar thans--na vele, vele jaren van hard en energiek werken--zóó lief geworden is dat zij er met warme ingenomenheid van getuigen kan: "Ik zou nergens anders willen wonen!"
En wat zal ik hier nu nog bijvoegen? Alleen over de meisjesjaren van Hedwig Eiche heb ik willen spreken; wenschte ik ook nog haar zeer merkwaardig leven in Manchester te schetsen, het zou te veel worden.
De lessen kwamen, langzaam in het begin, toen sneller en steeds in grooter getale, omdat het meer en meer als een voorrecht begon beschouwd te worden Duitsch onderwijs te krijgen van Fräulein Eiche van Hannover, die door haar opgewekte en interessante wijze van les geven, ook in de Duitsche letterkunde, naam maakte en de harten won.
Daarbij was zij ook buiten de lesuren vaak bezig voor hare leerlingen; menig mooi tableau of aardige tooneelvoorstelling, voor een of ander schoolfeest in orde gemaakt, bewezen dit. Dikwijls nam--en neemt!--zij voor dit doel een bekend sprookje, dramatiseerde dit en was niet alleen de raadsvrouw der meisjes bij het instudeeren en bij de repetities, maar wist ook, door middel van haar vroolijke fantazie en vlugge vingers, aanwijzigingen en hulp te verleenen voor ieder kostuum en voor iedere tooneeldecoratie. Zoo werden bij een voorstelling van Sneeuwwitje de tekst, de kleeding en de rolverdeeling geheel door haar gemaakt en geregeld en wist zij het publiek--het feest had plaats in de groote gymnastiekzaal van een meisjesschool--in verrukking te brengen door den door haar vervaardigden prachtigen troon, die, saamgesteld uit oude kisten, een hoeveelheid rood satinet en goudpapier, een werkelijk schitterenden indruk maakte en het koninklijk paleis in Sneeuwwitje zeer goed kleedde!
Zeker zal zij bij dergelijke gelegenheden nog wel eens gedacht hebben aan Tieka von Zercläre en aan de fraaie voorstelling van Crusoe en Vrijdag, zoo wreed door Tieka's moeder verstoord!
Of na den zonnigen, gelukkigen tijd in Devonshire haar leven verder zonnig bleef? Verre van dien. Een rijk leven was het en een leven vol afwisseling, maar een gemakkelijk en onbezorgd leven werd het nooit en--zou met Hedwig Eiche's karakter ook weinig in overeenstemming zijn geweest. "Niet te veel zoetigheid, dat bederft de maag," kon zij met groote opgewektheid zeggen, als hare vrienden verontwaardigd waren, wanneer zij te kampen had met stugge leerlingen, met het--toen vooral heerschend--echt Engelsche vooroordeel tegenover een "_foreigner_", met veeleischende ouders of een ongehoord lompe bejegening, die ook haar zelden gespaard bleef. Haar stoere werkkracht, haar warme liefde voor haar werk, haar eigenaardige humor, haar krachtig geloof in Gods trouwe liefde, hielden haar staande, waar zwakkere karakters zouden zijn bezweken.
--Welk een triomf was het, toen werkelijk de dag daar was, waarop zij het wagen dorst het _home_ te verlaten en een huisje te huren, dat zij naar haar eigen smaak kon inrichten en waar haar moeder en Clärchen, Dr. Hearty en Dorothy Dimbleby, Mrs. Rowley uit Chester en vele, vele anderen, haar kwamen bezoeken en zich gelukkig voelden! Wat werd menige eenzame Duitsche gouvernante en kinderjuffrouw in de vriendelijke kamers, waar het nooit aan bloemen ontbrak--hartelijk welkom geheeten en getroost en bemoedigd en wat drong Fräulein Eiche er sterk op aan dat zij toch altijd weer zouden komen, iederen Zondag maar, als zij vrij waren en geen andere uitnoodiging hadden. En hoe breidde dat Duitsche kringetje in het groote Manchester zich uit en hoe verwonderde men er zich dikwijls over dat Hedwig Eiche bij alles wat zij deed, toch steeds nog tijd scheen te kunnen vinden voor meer!
Nagenoeg al wat Duitsch en arm was of anders hulp noodig had in Manchester, leerde haar kennen en liefhebben tot de gebrekkige, oude Duitsche vrouw toe, die iederen Zaterdag gretig naar haar bezoekje uitzag, omdat zij dan grappige, vroolijke dingen te hooren kreeg, die haar lachen deden met dien kinderlijk blijden lach, die bij oude, zwakke menschen zoo aangrijpend treffen kan. Hoe helder glinsterden--en hoe glinsteren nog ieder jaar--om Kersttijd de lichten van de kerstboomen door Hedwig Eiche voor hare vele Duitsche vrienden aangestoken en welk een verkwikkende glans straalt er af van het leven van een moedig werkende, onzelfzuchtige vrouw, die ook buiten haar werkkring om, helpt en zorgt en gezonde vroolijkheid brengt, waar zij maar kan en die, de groote lasten dapper dragend, van de ontelbare, kleine verdrietelijkheden des levens lachend zegt dat zij onmisbaar zijn en zeer heilzaam en gewaardeerd moeten worden, "omdat zij ons leeren flink bij de pinken te zijn en niet droomerig en lui onzen weg te gaan."
NOTEN:
[Noot 1: fl. 180.]
[Noot 2: Filippensen 4:7.]
[Noot 3: _Die heilige Nacht_. Dichter Josef Mohr (1818). Melodie van Franz Gruber (1818).]
[Noot 4: Zooals bekend is, kocht Scott in 1811 een stuk land bij Melrose, waarop hij Abbotsford stichtte, om het daarna nagenoeg ieder jaar te verfraaien en te vergrooten, tot het langzamerhand het prachtige kasteel werd, dat men thans nog bewonderen kan.]
[Noot 5: Filippensen 4:6.]
[Noot 6: O, lijken de dagen niet saai en lang, Als alles maar lukt en niets gaat verkeerd? En is uw leven niet ontzettend eentonig, Als er niets is om over te morren? ]
[Noot 7: Gods Voorzienigheid is mijn Erfenis.]
[Noot 8: Spreuken 14:27. De vreeze des Heeren is eene springader des levens.]
[Noot 9: Iersch wagentje met twee banken rug aan rug en een bankje voor den koetsier.]
[Noot 10: Iersch klaver, nationaal zinnebeeld van Ierland.]
[Noot 11: De _banshee_ is een soort geestverschijning, die, naar vele Ieren vast gelooven, telkens één bepaald gezin vervolgt en soms in den nacht onder een der ramen van het huis haar klaaglied zingt, om een of ander lid van het gezin te waarschuwen dat zijn dood nabij is.]
[Noot 12: _leprechaun_, Iersche naam voor dwergen.]
[Noot 13: Aurora Leigh. Vertaling Hel. Mercier.]
[Noot 14: Gedichtje van Julie Hausmann op de bekende melodie van Fr. Silcher.]