Part 16
Miss Hearty stond reeds bij een coupé op haar te wachten, omringd door vrienden, die echter de een na den ander afdropen, toen zij beslist te kennen gaf met haar patientje alleen te willen reizen. Hedwig moest languit op de bank gaan liggen en het zich zoo gemakkelijk mogelijk maken. "Je laat je maar door mij bedienen, alsof het van zelf spreekt," zei Dr. Hearty om haar te plagen, terwijl zij haar een kussen onder het hoofd legde.
Zij moesten eenige uren in den trein doorbrengen, maar de tijd viel geen van beiden lang. Zij rustten en lazen en babbelden wat en Hedwig klapte in de handen, toen Dr. Hearty eindelijk het oogenblik gekomen achtte om de _luncheon-basket_ te openen.
"Misschien is het ook nog wel wat te vroeg om nu reeds te gaan eten," zei ze met een strak gezicht, terwijl zij de mand gesloten hield. "Je hebt zeker nog geen honger?"
"Als een paard!" liet Hedwig zich ontvallen.
"Maar meisje, wat een uitdrukking! Ik hoop niet dat ik iets heel ondoordachts gedaan heb door met jou op reis te gaan."
"'t Is nu te laat," zei Hedwig overmoedig, "er is niets meer aan te veranderen. En mag ik nu als 't je blieft wat te eten hebben? Anders val ik nog flauw en dan krijgt u nog maar meer last met me!"
"Daar, daar!" En Miss Hearty opende de mand en zette haar een stuk koude kip voor, een schoteltje geconfijte peren en een bekertje wijn. "Begin daar maar vast mee."
"Graag."
Welk een grappige, prettige maaltijd was het en hoe keek Hedwig op bij alles wat die gewichtige mand bevatte! Het was of er nooit een eind zou komen aan de verrassingen en toen er nog als dessert een paar trossen druiven verschenen, riep zij uit: "Waar hebben die nu toch gezeten?"
"Dat is mijn geheim," zei Dr. Hearty. "Ja, ja, het is geen kleinigheid praktisch met zoo'n voorwerp om te kunnen gaan. Maar nu moeten wij uitkijken, want nu zijn we in Devonshire."
"Gunst!" Hedwig was onmiddellijk één en al aandacht en ging dicht bij het raampje zitten. Zij kregen thans herhaaldelijk een kijkje op de blauwe zee en rijen met frisch groen begroeide huizen. Een paar malen zei Hedwig: "Ziet u wel dat het hier heel anders is dan in Londen?" En Dr. Hearty knikte en zeide: "Ja, _hier_ wel, maar wij zijn er nog niet!"
Toen zij er waren, toen zij te Teignmouth den trein verlieten, de zoele, geurige lucht inademden en zich in een open rijtuig naar de kamers lieten rijden, die Dr. Hearty gehuurd had, was het Hedwig toen niet als droomde zij? En hadden zij werkelijk eerst dien ochtend Londen met alle guurheid en donkerheid en mist en motregens en modder verlaten om overgeplaatst te worden naar dit wonderland, waar de zon vroolijk scheen, waar de zee zoo liefelijk blauw was en met haar wit schuim zoo teekenachtig afstak bij de terra-cotta-tinten der rotsen, waar langs de muren der villa's reeds--het was in April--klimrozen bloeiden en de heggen vol witten en rooden hagedoorn stonden?
"O, ik had niet gedacht dat het zóó mooi zijn zou," zei Hedwig. "Kijk toch eens!"
Zij reden de breede laan van een bosch door en tusschen het klimop op den grond, vertoonden zich primula's zoo ver het oog maar reiken kon, groote, zacht-gele primula's in dichte bossen, alle bestemd, naar het scheen, om vroolijkheid en lichte, heldere gedachten in het leven te roepen.
Later steeg de weg en zagen zij de zee weer in al haar glorie van blauw en wit en zacht-violet. Op de rotsen van lichtrood zandsteen, die er om heen lagen, schitterde goudgele brem en groeiden en bloeiden weelderig de wilde aarbeiplantjes, terwijl telkens weer langs den weg groote ruikers primula's zich vroolijk lieten zien naast breede streepen boschviooltjes of vergeet-mij-nieten, een enkel maal in de buurt van ooievaarsbek en speenkruid. Lange slingers puntig klimop met lichtgroene, zich ontplooiende blaadjes hingen over oude muren heen, die in hunne spleten voedsel gaven aan tuiltjes oogentroost en fijne steenvarentjes. Soms vertoonden zich aan beide kanten van den weg, letterlijk een laan vormend, hooge, krachtige bremstruiken, boomen haast, alle schitterend met een overvloed van gouden bloemtrossen en altijd weer, tusschen dennen en bremstruiken door en langs de lichtroode rotsen, zag men de blauwe zee, kalm en liefelijk en droomerig als in een sprookje.
Hedwig's oogen dronken gretig al die schoonheid in. "Wat een land! Wat een land!" riep zij opgetogen. "En alles groeit hier maar te gelijk. Rozen en primula's en brem en speenkruid en meidoorn; wat moet dat hier voor een gezonde lucht zijn! Ik voel nu al dat het me goed doet!"
"Dat is gauw," zei Dr. Hearty heel bedaard. "Als de kamers, die ik gehuurd heb, je nu straks maar niet tegen vallen."
"Niets kan mij meer tegen vallen," zei Hedwig met vuur. "Al moest ik hier ook in een kelder slapen...."
"Daar zou ik toch minder vóór zijn," zei Dr. Hearty beslist. "Maar hier zijn we waar we wezen moeten."
Zij stapten uit bij een niet groot, eenvoudig huis, dat rondom in een tuin lag, waar de gele en roodbruine muurbloemen geurden en terstond verscheen een tengere, blonde vrouw en heette haar hartelijk welkom. Nieuwsgierig volgde Hedwig haar en Dr. Hearty de trap op naar een kamer, die als zitkamer was ingericht en door een zeer breed openslaand raam een ruim uitzicht gaf op zee en rotsen. "Ik hoop dat gij u hier thuis zult voelen," zei de vrouw vriendelijk. "Het avondeten zal spoedig gereed zijn. De slaapkamers zijn hier naast, het portaal over, zooals ik u geschreven heb."
"Dank u, Mrs. Dimbleby. Dan gaan wij nu eerst wat rusten," zei Miss Hearty. "Wij willen heel graag straks wat te eten hebben en uw geurige thee drinken, waarvan ik zooveel goeds heb gehoord. Ik zal mijn vriendin de slaapkamers wel laten zien."
"Mijn vriendin!" Hedwig vond het bepaald een eer zich zoo te hooren noemen en zoozeer onder den indruk was zij van het heerlijke gevoel van na lang ziek te zijn geweest weer gezond te worden en van den verkwikkenden overgang van de vrij eentonige stilte in het ziekenhuis tot de verfrisschende rust in de natuur, dat zij in een vlaag van opgewondenheid Dr. Hearty om het middel greep, met haar in de rondte danste en haar toen een klinkenden kus gaf.
"Maar heb ik nu ooit van mijn leven!" riep Miss Hearty uit. "Hemeltje, wat ben ik begonnen door op reis te gaan met iemand, die zoo weinig begrijpt hoe zij met ouderen en wijzeren om moet gaan...."
"Wat is alles hier alleraardigst en met smaak ingericht en hoe heerlijk overal die bloemen!" viel Hedwig oneerbiedig in en ze keek met welgevallen naar het tafeltje voor het raam met de lage, gemakkelijke stoelen er naast, de rustbank in den hoek, het behangsel met de losse appelbloesemtakken en de lichtgroen geschilderde lambrizeering, den mooi bewerkten schoorsteenrand en het meest nog naar de sierlijke, olijfgroene en roode pulletjes, kannetjes, vaasjes en kommen, alle gevuld met primula's, viooltjes, muurbloemen, ranken klimop en meidoorntakken en, waar maar een plaatsje was, in de kamer neergezet.
"Ja, wij zullen het hier wel uit kunnen houden," zei Miss Hearty, "maar ga nu mee. Wij slapen vlak in elkaars nabijheid, zooals je ziet."
Aan denzelfden kant van het huis als de zitkamer lagen de slaapkamers; men had er hetzelfde mooie uitzicht en het was er frisch en rustig. "Ook al weer alles even keurig," zei Hedwig. "Ik vind het hier eenvoudig volmaakt."
"En nu moet jij je dan ook eens volmaakt stil houden," zei de dokter, "en minstens een half uur te bed gaan liggen. Ik kom je wel roepen voor het avondeten."
En meteen sloot zij de deur tusschen de beide slaapkamers achter zich en liet Hedwig alleen.
Gehoorzaam deed deze wat haar bevolen was en toen zij eenmaal lag, voelde ze dat zij wel vermoeid was. Aan slapen had zij echter geen behoefte en zij liet hare oogen dus met welbehagen glijden over de met wit neteldoek bedekte toilettafel, over de lichtgroene waschtafel en spiegellijst, de lichtgroene latafel en hangkast, alle zoo vroolijk afstekend bij de wilde rozen op het behangsel en kom en kan der waschtafel. Toen gaf zij ook hare oogen rust en luisterde alleen nog maar--deed niets dan luisteren naar het kabbelen der zee, dat zacht tot haar kwam en haar als vredige muziek in de ooren klonk.
Een half uur later werd er aan haar deur getikt. "_Come in!_" riep ze, denkend dat het Dr. Hearty was, die haar kwam roepen, doch de deur ging langzaam open en niet Miss Hearty, maar een meisje van een jaar of dertien met lang, blond haar, kwam bedeesd nader. Zij hield het hoofd wat voorover gebogen en de blauwe oogen keken zoo schuchter en te gelijk zoo nieuwsgierig dat Hedwig er plezier in had en lachend zei:
"Kom maar gerust wat dichter bij en bekijk mij eens goed, want dat wil je toch zeker graag, niet waar? Wie ben je eigenlijk? _Ik_ ben een Duitsch meisje en jij...."
"_I am English_," zei het meisje, terwijl al de verlegenheid uit haar gezicht verdween en zij eveneens vroolijk lachte. "_I am Mrs. Dimbleby's daughter. Are you ready for your supper?_"
Terstond gleed Hedwig van het bed af, ten zeerste "_ready for her supper_," zooals ze zeide. Nog even vroeg zij aan het meisje hoe zij heette en "Dorothy" klonk het weer bedeesd, toen knikte het blonde hoofdje haar nog even vriendelijk toe en verdween Dorothy weer, zacht en behoedzaam zooals zij gekomen was.
In de zitkamer stond de tafel gedekt en werd Hedwig beleefd, met een kleine buiging, begroet door Mr. Dimbleby, den heer des huizes, die er als een echte _gentleman_ uitzag. Terwijl hij een stoel voor haar aanschoof, een paar lage vaasjes met primula's op de tafel zette, vingerdoekjes op de borden legde, het servet met de mooie papaverteekening gladstreek en den schotel met ham bij het bruine brood voor Dr. Hearty neerzette, kon Hedwig duidelijk opmerken dat zijn dochtertje sprekend op hem geleek en van hem hare beschaafde manieren hebben moest. Ook in Mr. Dimbleby's oogen lag de stil-vroolijke trek, dien zij in Dorothy's oogen had ontdekt. Zij sprak er met Dr. Hearty over, toen Mr. Dimbleby het vertrek verlaten had.
"Het moet een bizonder aardige verhouding zijn tusschen die twee," zei Dr. Hearty. "De moeder is ook heel lief, maar zwak. Zij zijn om haar in Devonshire komen wonen en Dorothy is hun eenigst kind. Zij vindt het heerlijk hier, gaat nog school natuurlijk, maar is toch ook reeds de rechterhand van haar moeder. Met haar vader moet zij dikwijls de grootste pret hebben en allerlei grappen uithalen. Zij zou misschien wel een prettige leerling zijn, niet waar? Maar ik vrees, dat zij aan Duitsche lessen voor haar nog niet toe zijn."
Neen, daaraan werd door de ouders van Dorothy blijkbaar voorloopig niet gedacht, maar aardig was het zoo goed als Hedwig en zij al heel spoedig samen over weg konden. Reeds den eersten ochtend, toen Hedwig een poosje vóór Miss Hearty in de zitkamer verscheen, raakte zij druk met Dorothy, die bezig was het ontbijt klaar te zetten, in gesprek en hadden zij zoo'n plezier samen om een zoutvaatje, dat op een zeer dwaze manier van de tafel rolde, dat zij maar niet op konden houden met lachen. Toen de tafel in orde was en Dorothy vroeg of zij den _bacon_ maar zou gaan halen, verzocht Hedwig haar eerst nog een beetje bij haar te blijven praten, maar Dorothy zei, plotseling weer ernstig en bedeesd dat zij nog stof af moest gaan nemen op de bovenkamer. "Dan zal ik je even helpen!" riep Hedwig, die na haar goede nachtrust in een bizonder opgewekte stemming was en Dorothy nam haar mee naar boven naar een groote, zonnige kamer, waar al hare schatten waren ten toon gesteld en naast een kastje vol boeken, snuisterijen, teekeningen en groote kaarten met mooi gedroogde bloemen, een bruin houten kist stond. "Daar is van _alles_ in," verklaarde Dorothy, "en daar spelen we mee, mijn vriendinnen en ik, als wij een vrijen middag hebben. Dan houden wij hier allerlei voorstellingen en dan helpt vader dikwijls mee om alles in orde te maken. Moeder komt dan kijken. Maar den laatsten tijd is er niet veel van gekomen, omdat moeder nogal ziek is geweest en wij moeten nu wachten tot zij weer wat sterker is...."
Zij dribbelde ijverig heen en weer met haar stofdoek en gaf handig en vlug aan de kamer een netter aanzien. Toen moest zij weer naar beneden, eerst den _bacon_ en de eieren voor de gasten halen, toen haar moeder, die laat opstond, haar ontbijt brengen, toen de bedden afhalen en de waschtafels in orde brengen, daarna zelf ontbijten en eindelijk naar school gaan, wat zij deed met een welgemoed: "_Good-bye_" voor Hedwig, die haar bij het raam stond na te kijken.
Als zij om twaalf uur uit school thuis kwam, wachtte haar allerlei huishoudelijk werk, dat haar moeder niet had kunnen af maken, dan weer school en lessen, een wandeling met Mr. Dimbleby, wat werken in den tuin en dan naar bed. Dorothy Dimbleby wist wèl weg met haar tijd en vond dat zij "een echt heerlijk leven" had! Zingend, zonneschijn brengend waar zij maar kon, altijd bereid de handen uit de mouw te steken, soms tot in het overdrevene bescheiden, dan weer uitgelaten vroolijk, maar door de haar aangeborene beschaving des harten, nooit brutaal of onhebbelijk, zóó was Dorothy Dimbleby,--een levenslustig en zacht klein vrouwtje en de trots van hare ouders.
"Ach, dat dit schepseltje nu juist geen Duitsche gouvernante noodig heeft!" zuchtte Hedwig, toen zij een week bij de Dimbleby's hadden gewoond en Dorothy meer en meer hadden leeren kennen. "Maar _ik_ heb er des te meer een noodig," zei Dr. Hearty dan en met veel ijver gaf Hedwig haar iederen dag haar Duitsche les en babbelde op de wandelingen Duitsch met haar. Die "nooit te vergeten wandelingen" schreef zij in hare brieven naar huis. "Maar zal ik wel ooit _iets_ van deze gelukkige dagen vergeten? Alles is even heerlijk! Ik voel me weer volkomen gezond en houd iederen dag meer van Dr. Hearty, die als een moedertje voor me zorgt en in één woord allerliefst is. Wij bespreken heel veel samen, ook ernstige dingen. Iederen avond, als het zoo plechtig stil is om ons heen en de zee er uit kan zien alsof zij sluimert, leest Miss Hearty mij een Engelsch gezang voor en doen wij samen een kort gebed en Zondag zijn wij voor 't eerst samen naar de kerk geweest. Wij aten toen vroeg en wandelden daarop naar Torquay, een prachtige tocht, waarop wij van den weg af aldoor de zee konden zien, die dien dag vrij woest was met hooge, witte koppen op de rollende golven. Er woei een frissche wind en de stengels der bloemen en de lichtgroene punten aan de dennentakken bewogen al heen en weer. Het was heerlijk wandelweer en Torquay onbeschrijflijk mooi! Lang bleven wij er niet, omdat we nog naar Cockington wilden en daar in de schilderachtige kerk den avonddienst wenschten bij te wonen. Ik stuur u hierbij een afbeelding van de kerk; is zij niet mooi? De dienst was eenvoudig, maar wel indrukwekkend. Wij dronken later een kopje thee bij kennissen van de Dimbleby's, die in een alleraardigste _cottage_ wonen en ook weer overal bloemen hadden staan. Ik kreeg een grooten ruiker vergeet-mij-nieten mee en gaf er later een tuiltje van aan Dorothy, die de bloempjes droogde en opplakte en eronder schreef: "_From my dear German friend._"...."
Het waren vroolijke, zorgelooze dagen, zooals Hedwig zich niet herinnerde er ooit te voren in haar leven te hebben gekend. Slechts een enkel regenbuitje kwam nu en dan de zon verdrijven; dan lieten zij in de prettige zitkamer een vuurtje aanleggen en werkten samen Duitsch, lazen, schreven brieven, speelden spelletjes met Dorothy en schaterden het soms uit om de dwaze raadsels, die Dr. Hearty als uit de mouw wist te schudden. Maar als het mooi weer was, brachten zij nagenoeg den geheelen dag buiten door, tochten makend over de heuvels en door de bosschen of langs de rotsen en de zee, om soms in een of anderen bakkerswinkel in een gemoedelijk achterkamertje, waar het vol bloemen stond, een tweede ontbijt te gebruiken en tegen den avond met primula's en jong groen beladen, thuis te komen.
Het was na zulk een dag dat Hedwig op een avond de zitkamer van frissche bloemen stond te voorzien, toen Dr. Hearty zich bij haar voegde met de woorden:
"Als je nu klaar bent met al dat gescharrel, hoop ik dat je ook eens een oogenblikje voor mij over hebt."
Hedwig keek snel op. Dr. Hearty en zij waren er aan gewend geraakt elkaar schertsend op deze wijze toe te spreken en te plagen, maar er klonk thans iets ernstigs in den toon van Miss Hearty's stem, dat Hedwig trof. Zij liet heel den schat geurige viooltjes, die zij met zooveel moeite verzameld had, uit hare handen vallen en vroeg haastig:
"_Is_ er wat?"
Miss Hearty knikte en glimlachte even. "Maak eerst je bloemen maar netjes in orde, dan zal ik het je zeggen."
Zoo vlug mogelijk stak Hedwig de dunne steekjes in het water, toen ging zij over Dr. Hearty zitten en vroeg dringend:
"Nu?"
"Zou je graag in Manchester wonen?" vroeg Dr. Hearty zonder eenige verdere inleiding.
"In Manchester? Nooit geweest!" zei Hedwig snel. "Is dáár werk voor me?"
"Hoogst waarschijnlijk wel. Kijk eens, men heeft mij vroeger eens verteld en toevallig een paar dagen voordat wij op reis gingen, nog eens weer, dat er in Manchester groote behoefte is aan iemand, die goed Duitsch onderricht kan geven aan scholen, zoowel als aan privaat-leerlingen. Ik heb de zaak nu eens grondig onderzocht en het resultaat is zoo bevredigend dat ik wel geloof je te mogen voorstellen, het erop te wagen en je in Manchester te vestigen."
"Dat zou ik heel graag willen," zei Hedwig met vuur. "Maar ... hoe zou ik dan in het begin ... ja, waarvan moet ik dan leven, zoo lang ik nog geen of weinig lessen heb?"
"Daarover heb ik ook gedacht. Ik ken in Manchester een goed _home_, waar je voorloopig althans zoudt kunnen wonen. De directrice is een vriendin van mij en zal zeker heel vriendelijk voor je zijn. Natuurlijk kan zij je niet voor niets in huis nemen, maar als je mij nu bepaald een genoegen doet door wat geld van mij te leenen, waarmee je bij voorbeeld voor een half jaar gered zoudt zijn, dan wil je dat toch zeker wel aannemen?"
Hedwig legde beide handen op de hare. "Ik weet niet hoe ik u danken moet," zei ze eenvoudig.
"Dat is dus afgesproken. Nu zou ik zeggen, als wij nu nog een dag of tien hier bleven en dan van hieruit alles beschreven, was dat het geschiktste. Ik heb aanbevelingen voor je bij twee families en bij de directrice van een school, waar Duitsch onderwijs verlangd wordt en daar kun je dus dadelijk werk van maken. Gaat dit naar wensch, dan volgen de andere lessen ook wel."
"Ik kan u niet zeggen hoe zulk een werkkring mij aantrekt," zei Hedwig. "Er is maar één ding jammer bij...."
"En dat is?"
"Dat Dr. Hearty niet in Manchester woont," zei Hedwig met glinsterende oogen.
"Ja, als je aan 't flikflooien gaat, moeten wij maar van het onderwerp afstappen," zei Miss Hearty lachend. "Ik had je anders juist nog willen vertellen dat er misschien een kennis van mij, toevallig juist uit Manchester, hier in de buurt op Luscombe Castle bij Dawlish, komt logeeren. Het zou aardig wezen als wij haar nog zagen. We moeten in ieder geval morgen maar eens naar Dawlish toe wandelen en Luscombe Castle gaan zien; maar ga nu vóór het avondeten een kwartiertje rusten, want je bent weer één en al opgewondenheid."
Hedwig ging gehoorzaam heen, al was zij tot rusten allerminst gestemd. Op den rand van haar bed zat zij met een dankbaar en verruimd hart naar de zee te kijken en naar de schaduwen op de lichtroode rotsen, waarop de gouden brembloesems wuifden. "Heerlijk, heerlijk!" fluisterde zij een paar malen. "Wat zal ik nu mijn best gaan doen!"
Het was of de zon nog nooit zóó mooi had geschenen als den volgenden dag, toen Dr. Hearty en zij naar Dawlish toe wandelden. Hedwig was uitgelaten en zong en huppelde langs den weg als een kind, zich niet storend aan de opmerkingen van Miss Hearty dat dit volstrekt niet "_quite English_" was!
Zij werd wat stiller, toen zij het schilderachtige Dawlish achter zich lieten en de hooge, donkere dennen en ceders in het gezicht kregen, die het heuvelachtige park van Luscombe Castle zoo bizonder mooi maken.
"Weet je wat nu een raar geval is? Dat ik niet aan Mr. Dimbleby gevraagd heb of het kasteel wel voor 't publiek te zien is," zei Dr. Hearty, toen zij den ingang van Luscombe naderden.
"Kom, laten wij maar door loopen! Het ziet er zóó prachtig uit," zei Hedwig. "Als wij nu zeggen dat wij heel uit Londen komen...."
"O zoo! Dus dan wil jij het woord wel doen zeker?"
"Met plezier," zei Hedwig terstond, maar zij zag toch een beetje vreemd op, toen zij juist op dat oogenblik bij het hek een man zagen staan, die rustig naar de beide dames stond te kijken.
"Dat zal de tuinman wezen," zei Dr. Hearty. "Je treft het dat hij daar juist staat. Vraag het hem nu maar gauw."
"Zeker," zei Hedwig. Toen zich tot den man wendend, die dadelijk beleefd zijn pet afnam, "wij kunnen immers het park en het kasteel wel zien, niet waar?"
"O ja, het park in ieder geval wel. Zal ik u dan den weg maar wijzen?" antwoordde de man bereidvaardig.
"Graag," zeiden Dr. Hearty en Hedwig als uit één mond en nu begon er een liefelijke wandeling door het schoone, boschrijke park van Luscombe. De man vertelde dat er vroeger een oude boerderij gestaan had en dat eerst in 't begin der 19^e eeuw het tegenwoordige kasteel was gebouwd en de meeste der tegenwoordige, zware boomen waren geplant. Hij deelde een en ander mede op een onderhoudende, soms geestige wijze en de beide dames, die achter hem liepen, waren het er--misschien wel wat heel hoorbaar!--over eens dat hij: "_a very nice man indeed_" en "_quite gentlemanly_" was.
Toen zij dicht bij Luscombe Castle waren, vroeg Hedwig weer:
"En het kasteel, is dat ook te zien? Kan dat misschien even voor ons gevraagd worden?"
De man dacht een oogenblik na. "Ik wil het wel voor u vragen," zei hij met een fijn glimlachje, "maar ik weet niet of het toegestaan zal worden."
"Wij zullen maar in hoop leven en geduldig hier op u blijven wachten," zei Dr. Hearty, waarop hij beleefd boog en verdween.
Het duurde niet lang of een ander, een knecht in livrei, verscheen in zijn plaats en vroeg of de dames maar zoo goed wilden zijn hem te volgen, "het kasteel stond voor haar open."
Van pure blijdschap kneep Hedwig Miss Hearty even in den arm, maar de dokter fronste de wenkbrauwen. "Deftig zijn!" fluisterde zij en trok daarbij zoo'n dwaas gezicht dat Hedwig groote moeite had het bevel te gehoorzamen.
Zwijgend volgden zij nu den knecht naar een marmeren vestibule, toen een breede gang met hooge palmen door en eindelijk naar een kleine, vroolijke kamer, waar bij een raam een dame thee zat te schenken, en waar zij, tot haar niet geringe verwondering, bij een ander raam den man zagen staan, die haar door het park den weg gewezen had en--die niemand anders bleek te zijn dan de eigenaar van het kasteel!
Dr. Hearty was de eerste, die van hare verbazing bekwam en in welgekozen bewoordingen verontschuldigingen maakte over de dwaze vergissing. "Het deed mij veel genoegen te hooren," was het vroolijke antwoord, "dat ik "_a nice man_" en "_quite a gentleman_" was! Mag ik u nu eens aan mijne vrouw voorstellen? Van Dr. Hearty hebben wij ook hier in Devonshire natuurlijk veel hooren spreken en ik wist dat zij hier in de buurt haar vacantie doorbracht. Is deze jonge dame geen Engelsche?"
Hedwig zelf bracht hem op de hoogte en nu verzocht de vrouw des huizes de dames te gaan zitten en een kopje thee te gebruiken en toen deze verkwikking genoten was, werd het fraaie kasteel werkelijk bezichtigd, waarna Dr. Hearty en Hedwig afscheid namen van de vriendelijke menschen met de belofte nog eens terug te zullen komen vóór haar vertrek.
HOOFDSTUK XIII.
Een rijk Leven.