Een Heldin

Part 11

Chapter 11 4,040 words Public domain Markdown

Mr. Balvourneen deed een gebed en las enkele verzen van den negentienden psalm voor. Er was iets kouds en plichtmatigs in de wijze, waarop hij zijn werk deed, toch vonden de woorden, die hij las, warmen weerklank in Hedwig's hart. En, terwijl zij door de wijd openstaande verandadeuren een blik kon werpen op de blauwe lucht en op de steeds wisselende tinten van purper en teerrood en zachtgrijs op de bergen en rotsen en zich koesterde in de zon, die grillige figuren tooverde op het goudlederen behangsel der kamer, luisterde zij met stille vreugde naar wat haar juist hier zoo toepasselijk scheen:

"_De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk._"

Na het lezen, toen het dienstpersoneel verdwenen was, verzocht Mrs. Balvourneen weer dringend om stilte en de kinderen fluisterden en giegelden onder elkaar, maar van een geregeld gesprek was geen sprake. Mr. en Mrs. Balvourneen bemoeiden zich nauwelijks met Hedwig, schoven haar alleen de verschillende schotels toe en hoopten een paar malen--nogal uit de hoogte--dat zij "zou doen alsof ze thuis was." Hedwig vond het dan ook niet jammer toen het tijd was om met de meisjes naar de leerkamer te gaan en Bridget, de _nurse_, kwam om Boy mee naar de kinderkamer te nemen. Boy stribbelde tegen, steeds met krachtige stem bewerend dat hij "niet wilde", tot zijn vader hem vierkant opnam en de kamer uitzette, een tooneel, waaraan allen gewend schenen te wezen, want niemand toonde er ook maar de geringste verbazing over. Boy zelf zong spoedig in de gang zijn hoogste lied en liep met klinkende stappen de trap op naar de kinderkamer, die zich naast de leerkamer bevond.

Weer kon Hedwig niet laten vergelijkingen te maken met Hill House, toen zij de leerkamer voor zich zag. Als Miss May en Taffy en Mary Wren nú toch eens naast haar hadden kunnen staan! Wat zouden zij de handen in elkaar hebben geslagen over den rijkdom van boeken op de planken langs de muren, over de groote eikenhouten tafel, de flinke stoelen met hooge ruggen, de nette inktkokers, pennehouders, vloeiboeken en alle mogelijke andere leerbenoodigdheden meer en--zeker het meest haast nog wel over de heerlijke weelde van licht en zon, die door de breede ramen naar binnen stroomde en over de met bloemen gevulde nissen, die zoo'n vroolijk aanzien aan de kamer gaven!

"Hier zit _ik_ altijd," zei Bunny, haar plaats aan de tafel innemend. "En vandaag moeten wij Duitsch leeren, heeft moeder gezegd. Wij kennen er nog niets van, maar wij zijn heel vlug."

"Zoo!" Hedwig glimlachte. "Dat geloof ik nog maar zoo dadelijk niet."

"'t Is toch zoo," verklaarde Bunny beslist, maar nu liet Boy's diepe stem zich uit de andere kamer hooren:

"Maddy moet ook even bij mij komen kijken!"

"_Maddy_? O, dat beteekent _Mam'selle_, dat heeft Boy weer heelemaal zelf bedacht," zei de kleine Nesta met bewondering in haar stem. "Zoo is hij altijd. Hij bedenkt altijd naampjes voor iedereen."

"Dus hier zal ik Maddy heeten," dacht Hedwig lachend. Zij vond het aardig aan haar moeder en Clärchen te kunnen schrijven dat men _hier_ ook al weer een aparten naam voor haar had gevonden!

"Kom nu Maddy, gauw!" riep Boy weer.

"Voor dezen éénen ochtend dan," zei Hedwig naar hem toegaande. "Maar morgen en overmorgen en al de andere dagen nooit weer. De zusjes en ik moeten aan het werk en Boy moet gaan spelen."

"Ja, dat heb ik ook al gezegd," zei Bridget.

"Maar Boy wil van ochtend bij Maddy blijven," verklaarde Boy, de wenkbrauwen fronsend. "Dat moet!"

"Neen, dat kan niet," zei Hedwig beslist. "Boy blijft van ochtend hier in deze kamer."

"En van middag?"

"Van middag gaan wij allen samen wandelen."

"Boy wil nù wandelen."

"Neen, dat gebeurt van middag."

"Och neen, dat moet nu, nù," drong Boy aan en hij ging vlak voor haar staan en deed zijn best heel streng te kijken.

"Neen, volstrekt niet," zei Hedwig, Bridget een wenk gevend, terwijl ze naar de leerkamer terug ging. Zij draaide den sleutel om, om zeker te zijn niet gestoord te worden.

May en Bunny zaten reeds met Duitsche leesboekjes voor zich; de achtjarige Nesta was in een hoekje bij een der ramen gaan zitten, omdat zij toch afzonderlijk werken moest, zooals zij zeide. Voorloopig stelde zij zich tevreden met een fraai geïllustreerd sprookjesboek!

Hedwig beduidde haar dat zij een oogenblikje bij de oudere zusjes moest komen zitten; zij had tot alle drie iets te zeggen, voordat het werk begon. En juist sprak zij erover hoe ze van plan was alles in te richten en dat zij een lijst wou maken en alles opschrijven, toen er uit de kinderkamer een vervaarlijk gegil klonk, dat haar opeens ontsteld zwijgen deed.

"O, het is niets, doet u maar net of u het niet hoort," zei May, goedig haar hand op die van Hedwig leggend. "Dat zijn kunsten van Boy."

"Ja, echte kunsten," zei Nesta, met haar hoofd knikkend tot de blonde haarlokken ervan schudden. "Hij kent er een heeleboel en dit is een nieuwe oorlogskreet."

"I-a-hoep!" klonk het weer van Boy en Nesta vloog naar de tusschendeur, bonsde er tegen en riep luid terug:

"I.. a.. hoep!"

Hedwig stond bedaard op en bracht haar naar haar plaats terug. "Niet weer doen, Nesta, de lessen beginnen nu."

"Maar het is anders wèl genoegelijk zoo'n klein beetje pret tusschenin; vindt u ook niet?" zei Bunny en zij keek Hedwig aan en kneep hare oogen zoo grappig dicht dat Hedwig moeite had ernstig te blijven. Boy liet nog eenmaal zijn krijgskreet hooren, maar toen er geen antwoord kwam en hij te vergeefs aan den deurknop gerammeld had, hield hij zich stil.

Nesta kreeg wat schrijfwerk op en de Duitsche les begon met de beide oudsten. Bunny was onuitputtelijk in het bedenken van allerlei aardigheden en wist er zich met verwonderlijke vlugheid door te slaan, als zij een woord verkeerd uitsprak of iets niet begreep. May had die handigheid niet, maar zij deed erg haar best en keek verheugd, toen Hedwig aan het eind der les verklaarde, dat het al veel beter ging dan zij gedacht had. Nu kregen de beide oudste meisjes schriftelijk werk op en moest Nesta een heel eenvoudig Fransch stukje lezen en uitleggen. Het ging niet naar haar zin en meer dan eens sloeg zij ongeduldig met haar vuist op de tafel, maar Hedwig zette door en rustte niet, voordat de geheele bladzijde gelezen was.

Het vroege middagmaal werd, evenals later de thee en het avondeten, door haar en Bridget en de kinderen in de kinderkamer gebruikt en zij begreep dat zij alleen iederen dag aan het ontbijt met Mr. en Mrs. Balvourneen zou aanzitten.

Het speet haar niet. De kinderen trokken haar aan en zij vond het prettig zich geheel aan hen te wijden en, evenals indertijd bij de familie von Zercläre, de rustige avonduren voor zichzelf te hebben of eens een praatje te maken met de vriendelijke Bridget, die doorgaans in de kinderkamer te vinden was.

Bridget ging dien eersten dag ook met haar en de kinderen--Bruce moest met zijn meester uit--wandelen en wees Hedwig den weg naar de lievelingsplek der kinderen in het bosch, waar vlugge beekjes het water over gladde steenen lieten kabbelen en telkens tusschen de donkere, hooge lanen lichte plekken waren, waar de hei reeds roodachtig begon te schijnen en de brem nog in vollen bloei stond.

Het was een vrij lange wandeling en zij moesten eerst een zonnig bergpad over, vanwaar zij herhaaldelijk Glengariff en de baai, thans vol ranke zeilscheepjes en bootjes, zagen liggen. De kinderen waren onvermoeid, groetten ieder, die zij tegen kwamen, met groote hartelijkheid en werden even hartelijk teruggegroet, het allermeest door de jonge boerinnetjes, die in haar aardige, losse kleedij met korte mouwen en rokken, op bloote voeten den berg bestegen, haar mand met eieren onder den arm houdend of minder breekbare waar achter op den rug dragend. Aantrekkelijk zagen de deerntjes eruit met hare heldere oogen, het donkere, onbedekte, krullende of golvende haar en de warmbruine gelaatskleur, door veel beweging in de buitenlucht veroorzaakt. Een van haar, blijkbaar een goede kennis van de kinderen en reeds van verre begroet als "_sweet_ Kate" en "_darling_ Kate", wierp hen in 't voorbijgaan een ruiker margrieten toe en een bosje groen, door Hedwig voor gewone klaver aangezien. Bunny had het 't eerst opgeraapt en kwam er mee naar Hedwig toe loopen, steeds met die eigenaardig welluidende Iersche stem, die Hedwig telkens op nieuw trof, juichend en zingend dat het een aard had.

"Dat treft prachtig dat wij u den eersten dag al _shamrock_[10] kunnen laten zien!" riep zij uit. "Echte Iersche _shamrock_! Eenig mooi is die, he?" En zij streelde liefkoozend de fijne blaadjes.

"_Shamrock_ kan nergens anders groeien dan in Ierland," verzekerde nu May, die ook naast Hedwig was komen loopen. "Zooveel menschen hebben al beproefd haar ergens anders te kweeken, maar de _shamrock_ wil maar niet. Is dat niet aardig? Zal ik u eens vertellen wat Ieren doen, als zij naar een ander land reizen, naar Amerika bij voorbeeld? Dan nemen zij een pot met Iersche aarde mee en planten daar hun _shamrock_ in en dan gaat het goed, maar als zij in andere aarde gezet wordt, nooit! O, op St. Patrick's Day, dan zult u eens wat zien...."

"Dat is pas 17 Maart!" viel Bunny in. "Dat duurt nog zóó lang! Ja, dan is het net of er in Ierland niet anders groeit dan _shamrock_, want dan heeft iedereen het letterlijk aan en dan dragen velen er mooie, groene linten bij. En dan is er 's avonds een echt Iersch concert, daar worden alleen maar Iersche liederen gezongen en dan worden er Iersche dansen gedanst, de _jig_ en de _reel_ en ten slotte zingt iedereen: "_Let Erin remember the days of old_...." En nu heb ik nog vergeten te vertellen dat alle Ieren, die niet in hun eigen land zijn, dan in brieven _shamrock_ gestuurd krijgen om die ook op St. Patrick's Day te kunnen dragen...."

"Lieve, lieve Maddy, ik kom ook bij jou," zongen nu Nesta en Boy en zij liepen van Bridget weg en holden den berg af om met een bons tegen Hedwig en de meisjes aan te vallen.

"Neen, neen, dat gaat zoo niet. Ik ben gesteld op keurige Iersche manieren," zei Hedwig vermanend.

"Keurige Iersche manieren!" herhaalde de _thunderboy_ met grove stem en hij liep met Nesta vooruit op een drafje het bosch in, naar de opene plek, waar zij gewoonlijk speelden.

Het was er lekker koel door de zware boomen rondom en de nabijheid van het water en de kinderen juichten, toen Bridget voorstelde om van de dikke takken, die er lagen en van mos, een huisje te gaan bouwen.

IJverig togen nu alle handen aan het werk. Nesta en Boy hadden het zóó druk dat zij meer dan eens in hun haast tegen elkaar aanstootten en den zoo vlijtig verzamelden mosstapel op den grond lieten vallen. May en Bunny hielpen Bridget en Hedwig de muren vast maken en trapten en drukten het losse mos in elkaar tot het, volgens May, "zoo stevig werd als echte planken." Hedwig genoot de zuivere lucht en het aardige werkje. Zij keek bewonderend naar Bridget's vlugge handen, die de takken tot bogen vormden om het dak te maken. Tusschen de naast elkaar gelegde takken moest weer mos worden bevestigd. "Het dak geeft het meeste werk," zei Bridget, "daar komen wij vandaag niet mee klaar."

"Er zijn nog heel groote gaten in het dak," zei Nesta, die midden in het "huis" naar boven stond te kijken. "Daar komt nog heelemaal de zwarte lucht door."

De zwarte lucht? Hedwig en Bridget keken snel op. Zij waren te zeer verdiept geweest in haar werk om op het weer te letten; nu kwamen zij met schrik tot de ontdekking dat de zon verdwenen was achter steeds donker wordende wolken.

"Hè, net op mijn neus!" riep Boy. "En nu op mijn wang! En daar is er weer een op mijn kin!" Want er begonnen dikke regendruppels te vallen en, wat erger was, er deed zich een dof gerommel hooren tusschen de bergen. Een flauwe bliksemstraal verlichtte het binnenste van het huisje, dichterbij klonk de donder, heel fel scheen plotseling het licht, luider en zwaarder werden de donderslagen en met onstuimige kracht viel de regen in dichte stralen neer.

"Gauw naar huis. Loopen, draven, den kortsten weg nemen!" riep de hevig ontstelde Bridget, Boy bij den arm grijpend. "Voortmaken kinderen, vlug!" riep Hedwig. "Nesta, geef mij een hand, May en Bunny houdt elkaar vast.... Niet bang wezen...."

"Bang? Wie is er bang? Ik niet!" riep Bunny met vuur uit. "En ik blijf hier. Het is veel te prachtig om nu weg te loopen. En wij hebben immers een huis! Kijk, wat blijft het stevig staan! Oef...." En zij sloeg den rok van haar jurk over het hoofd en veegde zich den regen uit het gezicht.

"Ja, ik blijf ook hier; ik wil niet weg, ik doe het niet," riep nu Nesta met haar hooge sopraanstem en Boy rukte zich van Bridget los en riep mee: "Ik ook! Ik ook! Ik wil niet naar huis!"

"Dan gaan wij ook niet, he?" vroeg May, met schitterende oogen tot Hedwig opziende. "_Mogen_ wij blijven?"

"Neen, natuurlijk niet. Wij gaan onmiddellijk naar huis, allemaal," zei Hedwig zeer beslist. "Komaan kinderen, geen gekheid!"

"Gaat allemaal maar weg; _ik_ blijf hier," herhaalde Bunny, die geheel onhandelbaar geworden scheen door het onweer.

"Och, wat moeten wij doen? Wat moeten wij doen?" riep Bridget wanhopig uit, zich met echt Iersche opgewondenheid de handen wringend. "O, hoort toch eens, wat een noodweer! Ach en daar is de _banshee_, de _banshee_, ach, ach!"

Een ratelende donderslag was door een verblindend licht gevolgd, toen dit wegstierf, deed zich een langgerekt, klagend geluid hooren, dat door de bergen weerkaatst werd.

"Biddy," zei May, haar hand op Bridget's arm leggend en bedaard sprekend, hoewel zij doodsbleek zag, "het is alleen het onweer. Je moet niet bang wezen voor de _banshee_; die is er niet, zegt vader."

Doch Bridget was te zeer buiten zichzelf om naar haar te kunnen luisteren. "We moeten vluchten, vluchten voor de _banshee_," fluisterde ze, Hedwig angstig aanziende.

"Ja, wij gaan naar huis," hernam Hedwig, die heel bedaard bleef. "Komt kinderen, dadelijk, terstond!"

"Ik wil niet, ik doe het niet!" riep Nesta driftig, Bunny zei nog eens: "Ik _blijf_ hier," en nu nam Hedwig den zeer tegenstribbelenden, gillenden Boy op hare schouders, greep Nesta's hand stevig vast en liet Bridget met May vooruit gaan om den kortsten weg te wijzen.

Nesta schreeuwde het uit. "Ik wil niet! Ik wil mijn zin hebben!" riep zij. "Ik wil niet in den regen loopen...."

Hedwig had moeite haar voort te trekken, maar toen Bunny eieren voor haar geld koos en, zooals Hedwig ook verwacht had, al spoedig achter de anderen aan kwam snellen, ging het beter. Zij nam Nesta van Hedwig over, liet haar nu en dan bij wijze van pretje op een draf loopen en lachte Bridget uit, toen deze nog eens verschrikt riep: "Ach, daar is de _banshee_ weer, de _banshee_ gaat met ons mee naar huis. Als zij van nacht maar niet onder een van onze ramen komt...."[11]

Boy gaf vanaf zijn hooge zitplaats allerlei opmerkingen ten beste. "Maddy's hoed wordt zóó nat!" "Maddy's ooren beginnen te glimmen van den regen!" "Bunny's jurk druipt!" "Wat stapt Nesta lekker in de plassen!" "Vort paardje, vort!" En hij sloeg zijn armen steviger om Hedwig's hals en drukte zijne beenen tegen hare schouders. Hedwig keek om en knikte hem eens toe, waardoor tot groot plezier van Boy, een lange straal water van haar hoed af liep.

Eindelijk, juist toen de regen minder werd, waren zij thuis. Nooit nog had Bridget den weg naar boven zóó lang gevonden, maar toen zij eenmaal het kasteel Balvourneen in het gezicht had, schaamde zij zich haar angst en een weinig verlegen kwam zij Hedwig op zijde, keek haar trouwhartig aan met hare grijze oogen en zei:

"Ik ben een slechte hulp geweest vandaag. Een volgenden keer zal ik niet weer zoo laf zijn!"

Hedwig kon onmogelijk anders antwoorden dan met een glimlach, zoo hijgde ze van den tocht den berg op met den zwaren Boy op haar rug.

Daar kwam Bruce aanhollen. Met woeste sprongen en een luid geblaf begroette hij zijn natte kameraden en als om hun te zeggen dat zij toch voort moesten maken, draafde hij toen voor hen uit, om bij den ingang op hen te blijven wachten.

In de vestibule, neergezegen op een der lage stoelen, vonden zij Mrs. Balvourneen. Zij hield hare handen voor 't gezicht, maar liet die met een gebaar van neerslachtige berusting in den schoot vallen, toen zij al de kinderen gezond voor zich zag.

"Is dat uitblijven!" riep ze. "Mijne zenuwen zijn geheel in de war. Ach, mademoiselle Eiche, hoe kondt u zóó ver met die arme, teere kinderen gaan en hen aan dien storm blootstellen? En mijn lief, eenigst zoontje, ach, wat ziet hij er nat en akelig uit! Ga dadelijk naar boven, Bridget, en laat de kinderen allen een warm bad nemen en iets warms drinken en dan naar bed gaan.... Ik kan niet meer spreken, ik ben doodop van al den angst, dien ik doorgestaan heb! Gaat nu allen heen."

Bridget gehoorzaamde terstond, dankbaar dat zij er zoo gemakkelijk af kwam. De "teere" kinderen volgden met Hedwig en Bruce sprong tegen ieder om de beurt op en deelde likken uit op een wijze, die duidelijk toonde hoezeer hij in zijn schik was dat allen weer goed en wel thuis waren.

Toen zij boven gekomen waren, liep May naar Hedwig toe en liet haar triomfantelijk iets kijken. Het was het bosje _shamrock_, dat zij door allen storm en regen heen, trouw had bewaard. "Voor u," zei ze, Hedwig vroolijk aanziende, "als het uitgespreid wordt, droogt het gauw en dan kunt u ervan in een brief naar huis sturen; dat is zoo aardig, want _shamrock_ hebben zij in Duitschland niet, die groeit heusch alleen maar in Ierland!"

"Dank je wèl," zei Hedwig, het aardige, tot haar opgehevene gezichtje kussend.

"Wij behoeven niet _echt_ naar bed, hoor Maddy," zei Bunny met overtuiging, "het is nog zóó vroeg!" En Nesta en Boy riepen ook terstond: "Ja, nog véél te vroeg!"

Doch Hedwig was onverbiddelijk en liet de orders van Mrs. Balvourneen zóó stipt uitvoeren dat zelfs Bridget er verbaasd over was. Met die nieuwe mam'selle viel blijkbaar niet te gekscheren!

Het gevolg was gelukkig dat geen van allen het minste nadeel van den tocht ondervond. Het mooie huisje van takken en mos kwam enkele dagen later geheel klaar en bleek zooveel aantrekkingskracht te hebben dat de kinderen er slechts zelden toe over te halen waren, hunne dagelijksche wandeling ergens anders heen te richten. Bunny stelde het zich zelfs als een heerlijkheid voor, eens een week in dat huisje te mogen wonen, "middenin het bosch met niets om mij heen dan vogels en bloemen en boomen en water", maar May zeide: "Ik denk dat je toch wel naar Balvourneen terug zoudt verlangen, als je eenmaal in dat kleine huisje zat; en wat zou je dan altijd willen eten?"

"Eten! O, daar kon ik wel een weekje buiten!" beweerde Bunny dan en Hedwig hoorde het haar zeggen en dacht aan het schrale voedsel op Hill House!

Zij voelde zich spoedig thuis op Balvourneen en met de kinderen, doch van de ouders bemerkte zij al heel weinig. Er gingen weken voorbij dat zij hen alleen de korte poos aan het ontbijt sprak en de regeling der lessen en der vrije uren werd nagenoeg geheel aan haar overgelaten. Slechts een enkele maal kwam Mrs. Balvourneen eens de leerkamer in, om dan haastig een paar opmerkingen te maken of lievigheidjes tegen de kinderen te zeggen en hun te vragen of alles wezenlijk ging, zooals _zij_ het prettig vonden. Bunny riep dan geregeld: "Natuurlijk moeder, Maddy is een snoes!" en May herhaalde met vuur: "Ja, een echte snoes!" alleen het driftkopje Nesta, die volstrekt niet vond dat alles naar haar wensch ging, hield zich nukkig stil, wat haar moeder echter, in het begin althans, niet opmerkte.

Een groot genot was voor de kinderen en ook voor Bridget, het verteluurtje Zaterdagsavonds, als allen, ook Boy, wat later op mochten blijven en Hedwig verhalen deed over Duitschland en over Clärchen. Ook van Tieka von Zercläre vertelde zij nu en dan en Nesta kroop altijd dichterbij, als er van Tieka's poppenkamer en de verzameling kinderportretjes sprake was.

Soms mochten de kinderen zelf ook vertellen, wat zij dolgraag deden, Bunny vooral, wier fantasie onuitputtelijk was. Boy's verhalen waren altijd heel kort; gewoonlijk handelden zij over iets lekkers. "Ik droomde van nacht dat ik heel alleen in de eetkamer zat en dat John een groote taart binnen bracht en dat ik die heel alleen op mocht eten. En dat deed ik toen ook en ik werd heelemaal niet ziek en ik had er juist erg graag nog eentje gehad!"

Nesta, die haar moeders lieveling was, vertelde graag--en het trof Hedwig pijnlijk--van een gezonde moeder, die heel veel met hare kinderen speelde en zong en wandelde en toch nooit vermoeid was en May deed met haar zachte, heldere stem verhalen van wit-rose wonderlelies, die in koude landen 's winters tusschen de sneeuw bloeiden en van een witten meidoornstruik, heel diep in het bosch, die veel langer bloeide dan andere meidoorns en nooit omgehakt mocht worden, omdat de fee, die erin woonde dan boos zou worden en ver weg trekken naar andere landen. Bridget vertelde iederen keer weer van een bizonder vadzig Iertje, dat zelfs te lui was om te eten, want hij vond het veel te veel moeite zijn hand naar den mond te brengen. Zijne vrouw, die ook wel een beter huwelijk had kunnen doen, moest hem altijd voeren, terwijl hij languit in het gras lag!

Als het vertellen gedaan was, ging Hedwig aan de piano zitten en speelde danswijsjes. Dan huppelden de kinderen er lustig op los en tot slot werd dikwijls, op algemeen verzoek en met groote geestdrift, het geliefde Iersche lied van Moore gezongen: "_Let Erin remember the days of old_...."

Dan kwamen soms Mr. en Mrs. Balvourneen zachtjes binnen om te luisteren naar de zeer welluidende kinderstemmen en ook Hedwig vond dit een aantrekkelijk oogenblik.

Het was op een regenachtigen Zaterdagavond,--over de witte huizen en de baai van Glengariff lag een waas van somberheid--dat Bunny met verschrikte oogen de kinderkamer kwam binnensnellen. Zij was de beukenheg voorbijgegaan bij het kleine meertje in het park en de bladeren ritselden zóó geheimzinnig, er was daar zeker een bijeenkomst van _leprechauns_[12] van avond en o....

Maar Hedwig nam een schrift op en liet de bladen ervan om Bunny's ooren waaien. "Dit geluid was het zeker, he?" riep ze. "En heeft het je zoo bang gemaakt dat je geen trek meer hebt in thee? Arme Bunny! Wie heeft er wel trek? De thee is klaar."

Bunny keek een beetje boos. "Waarom mag ik niet verder vertellen?" vroeg ze.

"Omdat wij nu eerst thee gaan drinken," zei Hedwig, die Nesta bleek en Boy's oogen wat angstig had zien worden. "Straks moog je vertellen, na de thee, op het gewone uurtje."

"Ja, ja, op het gewone uurtje," riep May, stoelen aan de tafel schuivend. "Laten wij maar gauw gaan zitten, dan zijn we des te eerder klaar. Ik ben toch zóó nieuwsgierig...."

"Ik ook! Ik ook!" riepen nu Nesta en Boy als uit één mond, maar nu hield Bunny zich stil. Het was duidelijk dat zij over iets zat na te denken en nog was de maaltijd niet geheel afgeloopen, toen zij opsprong en de kamer uitsnelde. "Maar Bunny, Bunny!" riepen Hedwig en Bridget haar na. "Ja, ja, ik kom dadelijk weer om te vertellen," riep zij terug. "Wacht maar even."

"Dat doet zij nu weer _alleen_ om ons nieuwsgierig te maken," zei Nesta vertrouwelijk en als dat zoo was, bereikte Bunny zeker haar doel, want het duurde zoo lang eer zij terug kwam, dat Hedwig ongerust werd en opstond om haar te gaan zoeken.

Maar juist wilde zij de kamer verlaten, toen er hard op de deur werd geklopt, Bruce hevig begon te blaffen, allen opsprongen en....

Wat voor wonderlijk wezen kwam daar binnen? Nesta greep Hedwig's hand en Boy kreeg een hoogroode kleur en liep dichter naar Bridget toe, maar hij stak zijn handen in zijn zakken en ging wijdbeens staan, alsof hij zeggen wilde: "Denkt maar niet dat ik bang ben!"