Een Bezoek aan de Philippijnsche Eilanden

Part 21

Chapter 213,481 wordsPublic domain

1o. de opening van nieuwe havens voor den vreemden handel; 2o. vrijlating van de productie, de fabricatie en de verkoop van tabak; 3o. de vermeerdering van de bevolking der eilanden.

Bij Koninklijk besluit van 31 Maart 1855, werden nog drie havens voor den vreemden handel geopend; Zamboanga (Mindanao), Iloilo (Panay) en Sùal (Luzon). De resultaten hebben niet aan de verwachting beantwoord. Eene reden ligt boven op: tolbeambten, tolbepalingen, tolkantoor-lasten gingen aan de schijnbaar vrijzinnige wetgeving gepaard. Deze zijn voldoende om het verkeer te belemmeren, zoo niet te vernietigen. Ik betwijfel of in eenige der nieuwe havens de ontvangsten aan de tolkantoren de kosten van inning dekten. De proeve zou eene van vrijen handel geweest zijn, maar de nijd en vrees van de hoofdstad hebben hier zeker invloed uitgeoefend. Men moet niet vergeten dat de nieuwe havens, die onder al de lasten gedrukt gingen die Manilla had te ondergaan, geene van de gemakken aanbood, die de schepping zijn van vele geslachten, zoo als werven en magazijnen, geroutineerde kooplieden, kapitalen, voorname buitenlandsche kolonisten, verzekerde consumptie van invoer- en voorziening van uitvoerartikelen; deze overwogen de kosten van verzending van goederen naar of van de hoofdstad, terwijl aan den anderen kant, de invoering van een tolkantoor nadeel heeft toegebragt aan den handel, die vroeger bestond, zooals bijv. het bezoek der walvischvaarders te Zamboanga, die zich niet aan de fiscale bepalingen, thans ingevoerd, wilden onderwerpen. Maar als iedere haven op de Philippijnen tolvrij zou gemaakt worden, zou eene groote impulsie gegeven worden aan de industrie, den handel en de scheepvaart; het verlies voor de schatkist zou niet belangrijk zijn, want de zuivere opbrengst der tolregten is zeer onbeteekenend, terwijl andere bronnen van inkomsten ongetwijfeld zouden vermeerderd worden door den prikkel, die aan de algemeene welvaart zou worden gegeven. De Mas toont aan dat de uitbreiding van den handel van Cuba uit Havannah naar andere havens eene vermeerdering in de waarde te weeg bragt van 2 millioen op 30 millioen dollars.

Twee plannen zijn door Senor de Mas ontworpen voor de losmaking van de tabakskultuur en fabrikatie van het bestaande Rijks-monopolie. Het eerste is eene zware grondbelasting te heffen van alle landen waar geproduceerd wordt; het andere om een regt op den uitvoer te heffen. Hij berekent dat een baleta land (1000 vierk. brazas) 1500 planten en 4 à 5 cwt. tabak geeft, die voor 4 à 5 dollars per quintal kunnen worden verkocht. De kosten van fabrikatie van 14,000 cigaren, die 1 cwt. vertegenwoordigen, zijn 5 1/4 dollars, en de kisten ter verpakking 3 1/2 dollars. Hij zegt dat de waarde der cigaren 6 1/2 dollars per kist bedraagt (zij is thans veel meer), in welk geval de winst 77 1/4 dollars zou beloopen, en stelt een regt voor van 70 dollars per cwt., zijnde meer dan vijf maal de kosten van dit artikel. Hij geeft voldoende redenen op voor zijn conclusie, dat cigaren op goedkooper wijze door de boeren dan door het Gouvernement zullen gemaakt worden, toont aan dat de kosten van de administratie belangrijk zouden verminderd worden, verzekert dat de Indianen, die te huis werken, zich met lagere belooningen tevreden zouden stellen dan het loon van het Gouvernement bedraagt, en onderstelt dat de onbewoonde huizen der inlanders zouden gebruikt worden tot het maken van cigaren als een vermakelijk en nuttig huiswerk. Het mag betwijfeld worden of hij op de juiste waarde schat den weêrstand[P2: weêrstand?], die de luije gewoonten van den Indiaan aan vrijwilligen of uit zich zelf verrigten arbeid biedt; maar de conclusie, waartoe ik gekomen ben door niet juist dezelfde redeneringen, is dezelfde als die waartoe mijn vriend gekomen is, dien ik aangehaald heb, namelijk dat het Gouvernements-monopolie minder productief is dan vrije kultuur, fabrikatie en verkoop zou blijken te zijn; dat eene verlaging van prijzen de aanvraag vermeerderen, grootere winsten aan de schatkist afwerpen en meerdere voordeelen aan het volk toekennen zou, en dat de argumenten (meestal van de belanghebbenden bij het monopolie) ten gunste van het bestaande systeem, op geene gezonde redeneringen rusten en door geene statistieke feiten worden gestaafd.

Het tabaksmonopolie (estanco) werd in 1780 door den Gouverneur-Generaal Basco gevestigd; de monniken verzetteden er zich hevig tegen en bedreigingen van verschillende straffen werden aan diegenen gedaan, die zich aan de gestelde verpligtingen zochten te onttrekken. Maar tot op heden toe moeten er groote tabaksplantaadjes bestaan, die de waakzaamheid van het Gouvernement ontgaan, en cigaren kan men op vele eilanden koopen voor een vierde van den gouvernementsprijs. Het personeel ter bescherming van het tabaksmonopolie bestaat uit bijna duizend beambten en meer dan dertig booten. Desniettegenstaande wordt de tabak veel in de provinciën gekultiveerd, waar de kultuur door de wet is verboden, en ik vind in een rapport van den Alcalde van Misamis (Mindanao) den volgenden volzin: «Het denkbeeld om bij de tabakskultuur ten voordeele van de schatkist te werken, moet ter zijde gesteld worden, daar het grondgebied, waar zij wordt geproduceerd, niet onder Spaansch gezag staat.»

Weinige jaren geleden werd eene poging gedaan om het tabaksplanten in de provincie Iloilo aan te moedigen door eene maatschappij, die de Indianen voorschotten deed; maar de onderneming, die door het Gouvernement werd ontmoedigd, mislukte, en ik vond, toen ik de plaats bezocht, de magazijnen verlaten en de maatschappij ontbonden. Er hebben vele expeditiën plaats gehad tot vernieling en verbeurdverklaring van onwettig geproduceerde tabak, en bij meer dan eene gelegenheid zijn opstanden, twisten, ernstig verlies van levens en vele twijfelachtige resultaten, gevolgen van deze inmenging geweest. De statistieke opgaven bewijzen dat de consumptie van de tabak van den Staat belangrijk in de verschillende provinciën verschilt, daar de grootere of mindere moeijelijkheid in het verkrijgen van het verbodene artikel daarop van invloed is.

Er zijn verschillende plannen gevormd ter vermeerdering van de bevolking der Philippijnen uit China, Zwitserland, Borneo en zelfs uit Britsch Indië. De monniken hebben geen dezer plannen ooit gaarne gezien. Zij vertegenwoordigen allen elementen, die niet gemakkelijk aan geestelijken invloed zouden worden onderworpen. De Chinezen zouden niet gewillig bebouwers van den grond zijn, zoo eenig ander bedrijf grootere voordeelen beloofde, en het is bijna zeker dat de vadsige Indiaan nergens met den nijveren, volhardenden en spaarzamen Chinees zou kunnen wedijveren. Vele plannen zijn gemaakt voor de invoering van Chinesche vrouwen, met het doel om Chinesche familiën aan den grond te verbinden; maar tot nog toe heeft niets den afkeer kunnen overwinnen, waarmede eene Chinesche vrouw haar land verlaat, evenmin als den algemeenen weêrzin daartoe van de zijde van de Chinesche familiën. Chinesche meisjes zijn dikwijls geschaakt ter verzending naar de Philippijnen, en menig gruwzaam feit is daaromtrent ter kennis van Britsche autoriteiten in China gekomen, die door de bestraffing is gevolgd van Britsche onderdanen, welke in deze wreede en barbaarsche handelingen gemengd waren. De oprigting van eene zusterschap in China, de Sainte Enfance genaamd, is als een middel beschouwd om vrouwelijke kinderen tot Christenen te maken en ze naar de Philippijnen te zenden; vele weezen zijn bijeengezameld of aangekocht, maar deze welgemeende, doch niet welbestuurde arbeid heeft weinig succes gehad. In 1855 werd in een officiëel stuk beweerd (De Mas, bl. 26), dat in 1858 een jaarlijksche invoer van 2500 kinderen mogt verwacht worden. De berekening is geheel mislukt; de etablissementen in China zijn in een staat van verlegenheid en moeijelijkheid, en ik ben niet overtuigd dat eene enkele Chinesche vrouw voor het beoogde doel is aangevoerd. Eenige weezen of verlaten kinderen mogen in de groote steden van China, vooral uit de weeshuizen, aangekocht worden, maar eene vermeerderde aanvraag zou slechts de verlating door haar moeders aanmoedigen. Deze gestichten zijn van zeer betwijfelbaar nut en verbreiden waarschijnlijk meer ellende, dan dat zij verbetering aanbrengen.

De grootste hinderpaal tegen den vooruitgang der Philippijnen en de ontwikkeling van hunne onmetelijke hulpbronnen, is toe te schrijven aan de ellendige traditionele politiek van het moederland, wiens wangunst de handen der gouverneurs bindt, aan wie het bestuur wordt opgedragen, zoodat de kennis en ondervinding die op de plaats verkregen worden, geheel onderworpen is aan de onwetendheid en kortzigtigheid van de verwijderde, maar hoogste autoriteiten. Wanneer de Spanjaard slechts de moraal van een zijner vele leerzame spreekwoorden erkende: Mas sabe el loco en su casa que cuerdo en la agena (de dwaas weet meer van zijne eigene woning, dan de wijze man van de woning van anderen), zou meer vertrouwen gesteld worden in diegenen, welke geheel bekend zijn met de plaatselijke omstandigheden en plaatselijke behoeften. Zoo als het nu is, wordt alles naar Madrid verwezen. Een lang uitstel is onvermijdelijk; eene verkeerde beslissing waarschijnlijk; de omstandigheden veranderen voortdurend, en wat heden nuttig zou geweest zijn, is morgen geheel onraadzaam. Dan bestaat de grootste onwilligheid om zelfs de schaduw van autoriteit te laten varen of eenige van die bronnen van bescherming te erkennen, waaraan een zoo verzwakt en bedorven Gouvernement als het Spaansche, zich vastklemt als aan zijn steun en protectie. Ook de onzekerheid van het behouden van een ambt, waarin alle hoogere ambtenaren van het Spaansche Gouvernement verkeeren, kan niet anders dan demoralisatie en ontmoediging te weeg brengen. Vóór dat een gouverneur zijn grondgebied bezigtigd en een bepaald stelsel aangenomen heeft, staat hij bloot aan eene van die veelvuldige veranderingen, welke de grillen van het hof of de stem van het volk doen plaats hebben. Het was eene droevige bezigheid voor mij de verzameling te bezigtigen van de verschillende portretten van Gouverneurs-Generaal, die mijne kamer versierden en waarop de datums hunner benoeming en aftreding waren vermeld. Sommigen hunner vervulden hunne betrekking slechts weinige maanden en werden zoo goedsmoeds en zonder eenige reden ontslagen als men eene onnuttige plant wegsmijt. In dit opzigt scheen ook geene verandering te zullen komen, daar reeds verscheidene ledige lijsten gereed waren om de vera effigies van toekomstige Excellentiën te ontvangen. Het Engelsche koloniale systeem is beter, waarbij gouverneurs voor zes jaren benoemd en, behalve onder bijzondere omstandigheden, vóór dien tijd niet ontzet worden. Of er aan het bezit van magt eenig zedelijk bederf verbonden is, genoeg om tegen al de voordeelen op te wegen, die langdurige ondervinding en plaatselijke kennis opleveren, is eene vraag voor philosophen en staatslieden.

Maar ook andere oorzaken van achteruitgang zijn merkbaar juist in die elementen van rijkdom en voorspoed, waarnaar deze eilanden voor hunnen toekomstigen bloei moeten streven. Een zoo vruchtbare grond, eene zoo heldere zon en zoo overvloedige regen vereischen zoo weinig medewerking van de hulp van den mensch dat hij onbezorgd, lui, onbekommerd voor den dag van morgen wordt. Hij behoeft de hand slechts uit te strekken om het voedsel daarin op te vangen. De vezel van de aloë, die de vrouw met het eenvoudigste werktuig weeft, verschaft haar kleederen; de verdiepingen en de zolderingen, benevens de vaste deelen van zijne woning zijn van bamboe gemaakt, die hij in overvloed vindt, terwijl de nipa-palm het dak en de muren van zijne hut oplevert. Hij heeft weinige behoeften en is niet gehecht aan weelde. Zijne genoegens bestaan in godsdienstige processiën, in muziek en dans, in zijn gallo bovenal. Hij kan zonder huur bezit nemen van elke hoeveelheid gronds, die hij wil bebouwen. Er bestaat ongetwijfeld eene neiging tot verbetering. De kultuur neemt toe en goede voorbeelden zullen hunne werking doen.

In tijden van rust heeft Spanje niets voor zijne Philippijnsche koloniën te vreezen. Zoo lang de vreemde vijand daarbuiten blijft en het bewind mild en met voorzigtigheid wordt gevoerd, bestaat geene bezorgdheid voor een inwendigen opstand; maar ik twijfel aan de deugdelijkheid van eenige der ter beschikking van de autoriteiten staande middelen van defensie, zoo onverhoopt eens onlusten mogten ontstaan. Men kon voor eenigen tijd welligt op de Indische geregelde troepen vertrouwen, maar of hetzelfde van de militia of eene der stedelijke hulptroepen kan verwacht worden, valt te betwijfelen. Het aantal Spanjaarden is klein, op de meeste eilanden geheel onbeteekenend; luiheid en onverschilligheid zijn de kenmerken der inlandsche rassen, en zoo, aan den eenen kant, zij zich niet aan de zijde van indringende vreemdelingen scharen; men kan hun geene vaderlandslievende of energieke bedoelingen toeschrijven ten opzigte van hunne Spaansche meesters. Toch hebben zij geene traditiën van vroegere onafhankelijkheid, geene afstammelingen van beroemde hoofden of vorsten, waarop zij met liefde, hoop of eerbied neêrzien. Er zijn geene overblijfselen van omvergeworpen hierarchiën. Geen Montezumas, noch Colocolos komen in hunne gezangen voor of worden in hunne gedenkschriften vermeld. Er bestaan geene ruïnen van groote steden of tempels; in één woord geene teekenen van het verledene. Er bestaat eene zekere ontevredenheid onder de Indianen, doch die is sterker jegens de inlandsche gobernadorcillos, de hoofden van barangais, de gepriviligiëerde leden van de principalia der plaats, als zij hunne «kleine dwingelandijen» uitvoeren, dan wel jegens de hoogere autoriteiten, die boven hunne klagten verheven zijn. «De Gouverneur-Generaal is in Manilla (ver weg); de Koning is in Spanje (nog verder), en God is in den hemel (het verst van al).» Het is eene natuurlijke klagt, dat de stam- of hoofdbelasting gelijkelijk op alle klassen van Indianen drukt, rijk of arm. De barangay hoofden, die met de inzameling belast zijn, verteren het geld niet zelden met spelen. Één misbruik is echter uit den weg geruimd: de belasting in verscheidene provinciën werd vroeger in producten ingezameld, en daarbij werden aan de inlanders groote afpersingen aangedaan, waarvan de schatkist geenerlei voordeel trok, maar de mindere ambtenaren veel. Ik meen dat de belasting nu in het algemeen in geld wordt geheven. Alle Spanjaarden, alle vreemdelingen (uitgezonderd Chinezen) en hunne afstammelingen, zijn van de belasting vrijgesteld. Een van de meest intelligente kooplieden van Manilla (Don Juan Bautista Marcaida) heeft de goedheid gehad mij verscheidene memoranda te geven nopens het onderwerp van de middelen der Philippijnsche eilanden en de wijze om die te ontwikkelen. Ik hecht groote waarde aan zijne opmerkingen, de resultaten van zorgvuldige nasporingen, veel ondervinding en eene uitgebreide belezenheid. Zij zijn doorspekt met sommige van de nationale vooroordeelen van een Spaansch katholiek, in wiens geest de zamenstelling van de Roomsche Kerk met iederen vorm van gezag zamenhangt en die in die zamenstelling zelve en in hare noodzakelijke werking niet wil zien onoverwinnelijke hinderpalen tot de volle bevordering van kennis, tot den grootsten bloei in den landbouw, de fabrieknijverheid en den handel,--in één woord, tot die groote werking van den populairen geest, waaraan Protestantsche natiën hunne godsdienstige hervormingen en hunne onbetwijfelbare superioriteit op het groote veld van speculatie en goed geluk verschuldigd zijn. Hij zegt: «De maatschappelijke organisatie van de Philippijnen is de meest vaderlijke en beschaafde van eenige ter wereld, die tot grondslag heeft de leerstellingen van het Evangelie en de goede en vaderlijke geest van de wetten van Indië.» Men mag aannemen, ten opzigte van de wetgeving der koloniën van vele natiën, dat de Spaansche wetgeving betrekkelijk humaan is en dat de invloed van de Roomsche geestelijkheid dikwijls en met succes is aangewend ter bescherming en ten voordeele van overwonnen natiën en van ingevoerde slaven; maar Marcaida erkent en toont aan «den verdoofden en weinig verbetering aanbrengenden aard van het bestaande stelsel», en verlangt gewigtige veranderingen in het belang van het algemeene welzijn.

«Het Gouvernement handelt langzaam door zijne gecompliceerde organisatie en door gebrek aan de noodige krachten om die hervormingen in te voeren, die door plaatselijke kennis worden gevorderd, doch door de onwetendheid, zelfzuchtige belangen of politieke intrigues van het moederland worden ter zijde gesteld.»

Met opzigt tot de geestelijkheid, acht hij de administratie in het algemeen goed, maar meent dat de tijd en latere omstandigheden gewigtige veranderingen hebben noodig gemaakt in de verdeeling van de geestelijke magt, benevens eene nieuwe regeling van de pueblos, eene betere opvoeding van de kerkbeambten, eene groote vermeerdering van het aantal parochiale priesters, waarvan thans vele kerspelen hebben van 3 tot 60,000 zielen. Hij wenschte in den geestelijke van een kerspel den godsdienstigen en tevens den wereldlijken leeraar van zijne gemeente te zien, en verlangt daarvoor dat hij eene goede en groote opvoeding hebbe genoten, een punt, waarvoor het Gouvernement niet gemakkelijk de middelen zou verschaffen en waarvoor de Kerk zeker niet hare medewerking zou verleenen.

«Voor de administratie der justitie hebben de Philippijnen één hoogste en 42 lagere geregtshoven. Dit aantal is zeer onvoldoende voor de behoeften van 5 millioen inwoners, die over 1200 eilanden verspreid zijn en een zoo uitgestrekt grondgebied beslaan.» Het lijdt geen twijfel dat het verkrijgen van regt bijna ongenaakbaar, dat het kostbaar, langdurig, onvoldoende en dat er menige last aan verbonden is. Spanje was nooit beroemd om de opregtheid zijner regters en de zuiverheid zijner geregtshoven. Een pleyto op het schiereiland wordt als eene even groote ramp beschouwd als een regtsgeding voor de kanselarij in Engeland, waarbij dan nog het kwaad komt van gebrek aan vertrouwen in de bedeelers van het regt. Hun karakter is wel niet verbeterd op een afstand van 10,000 mijlen van het schiereiland, en zoo Spanje moeijelijkheden heeft om zich in het moederland van onkreukbare regters te voorzien, dat bezwaar zou zich in zijne verste bezittingen nog meer voordoen. Er scheen mij toe veel bewonderenswaardige veêrkracht te bestaan in de traditionele en nog bestaande gebruiken en instellingen der inlanders. Veel kan ongetwijfeld nog gedaan worden om het gebrekkige, kostbare en lastige van processen weg te nemen, door meer natuurlijke en minder technische handelingen in te voeren; door het verkrijgen en onderzoeken van bewijzen te vergemakkelijken; door de opheffing van de massa's papel sellado (documenten op gezegeld papier); door de kosten te verminderen en de wijze te vereenvoudigen van appèl en bovenal door de invoering van eene wetgeving, strookende met de gewone omstandigheden van het maatschappelijke leven.

Hij acht de pogingen om de bevolking in steden zamen te pakken nadeelig voor de belangen van den landbouw in het land, maar deze zamenpakking is zeker bevorderlijk aan beschaving, een goed bestuur en het verkrijgen van rijkdommen, en het is gemakkelijker, dan bij de verspreiding van de inwoners, te voorzien in de behoefte aan die groote hoeven, waardoor de Philippijnen de productie van het land aanmerkelijk kunnen uitbreiden.

«De natuurlijke rijkdommen van het land zijn onberekenbaar. Er bestaan uitgestrekte plekken van den meest vruchtbaren grond; beken, stroomen, rivieren, meren aan alle kanten, bergen, mineraal, metalen en eene groote verscheidenheid van marmer; bosschen, waarvan het hout voor alle dagelijksche benoodigdheden geschikt is; gomsoorten, wortels, medicijnen, kleurstoffen, allerlei soorten van vruchten. Op vele eilanden kost behoorlijk voedsel voor een gezin van vijf personen niet meer dan een cuarto, iets meer dan een oortje, per dag. Sommige eetbare planten groeijen tot eene aanmerkelijke hoogte en wegen dikwijls 50 à 70 pond; gutta-percha, caoutchouc, gom-lak en vele andere gomsoorten vindt men in overvloed. Het aantal vezelen is oneindig; de bekende en onbekende rijkdom der eilanden vereischt dan ook slechts geschikte krachten om dien ontzaggelijk te ontwikkelen.

«Met eenige hervormingen in de wetgeving--aldus besluit hij--met verbeterd onderrigt aan de geestelijkheid, zouden de eilanden een paradijs worden van onuitputtelijke rijkdommen en van eene welvaart, die in geene vergelijking zou komen met eenig gedeelte van den aardbol. De gehoorzaamheid en intelligentie van de inlanders, hunne onnavolgbare deugden (die nu ontbreken, al mogen zij voorzien kunnen worden) doen hen oneindig hooger staan dan eenige Aziatische of Afrikaansche stam, die aan Europeesch gezag onderworpen is. Waar diepe kennis en berekening vereischt worden, zullen zij in gebreke blijven, maar hunne natuurlijke neigingen en eigenschappen en de tegenwoordige staat van beschaving onder hen, geven veel hoop en aanmoediging voor de toekomst.» [31]

HOOFDSTUK XXI.

FINANTIËN, BELASTINGEN, ENZ.

De voornaamste inkomsten van de Philippijnen bedragen ongeveer 10 millioen dollars. De begrooting voor 1859 beliep:

Ontvangsten. Dollars.

Opbrengsten en belastingen 1,928,607.29 In- en uitgaande regten 600,000.00 Monopoliën 7,199,950.59 Loterijen 253,500.00 Staatsdomeinen 12,118.59 Toevallige baten 21,826.00 Marine 1,338.00 ------------- Totaal 10,017,341.10

Uitgaven. Dollars.

Justitie 679,519.11 Oorlog 2,216,669.44 Finantiën (Hacienda) 5,367,829.83 Marine 904,331.27 Bestuur 272,528.62 Aan Spanje toegezonden en voor dat land betaald 1,011,850.00 ------------- Totaal 10,452,728.27

Ongeveer een tiende van de groote inkomsten wordt dus door het moederland ontvangen in de volgende posten:

Bezoldiging van Spaansche consuls in Oost-Indië 22,500 dollars; uitkeering aan Spanje en wissels door Spanje getrokken 680,600 dollars; tabak en kosten van vervoer 168,750; crediet aan het Fransche Gouvernement voor voorschotten aan de keizerlijke zeemagt 140,000 dollars.

Van de directe belastingen worden 68,026.77 dollars als schatting betaald door de onbekeerde Inlanders, 114,604.50 dollars door de mestizen, 136,208.78 door de Chinezen en 1,609,757.87 door de Indianen (of de stammen, die het Christendom belijden).

De opbrengst der in- en uitgaande regten is zoo gering en de kosten van inning zijn zoo groot--de kosten van de kust- en binnenlandsche dienst daarvoor alleen toch bedragen 265,271.99 en die van de algemeene en provinciale administratie tusschen de 70,000 en 80,000 dollars--dat ik overtuigd ben dat het eene welbegrepen wijze en voordeelige staatkunde zou zijn deze geheele bron van inkomsten te laten varen en al de havens der Philippijnen vrij te verklaren.