Een Bezoek aan de Philippijnsche Eilanden

Part 20

Chapter 203,593 wordsPublic domain

Neen! te zeggen met den mond, en ja! met het hart.

Waag niet veel, vóórdat gij van de uitkomst verzekerd zijt.

Sommige Spaansche spreekwoorden zijn ook in het Tagaleesch ingevoerd:

Hij ging uit om wol en kwam geschoren terug.

Ik heb de meeste dezer spreekwoorden, aphorismen en zedelijke en godsdienstige grondstellingen uit Fr. de los Santo's folio boek gekozen, en zij zouden van eenig belang zijn, zoo zij de gedachten en gevoelens van eene beschaafde natie aantoonden. Dit belang zal intusschen wel niet minder zijn, wanneer men de maatschappelijke wet van half-barbaren uit deze korte spreuken leert. Men zal in velen den invloed en de leerstellingen der priesters terugvinden; anderen zullen plaatselijke gebruiken karakteriseren en voor sommige zal alleen de hoogdravendheid en originaliteit eene aanbeveling zijn. Ik heb gemeend, dat deze voorbeelden der taal niet van belang ontbloot zouden zijn voor letterkundigen.

HOOFDSTUK XX.

HANDEL.

Voor vreemde volkeren--vooral voor de Engelschen--is het bijzondere belang, dat voor den toestand der Philippijnen gekoesterd wordt, natuurlijk meer uit een oogpunt van handel dan van politiek. Die eilanden moeten in handelsgewigt toenemen; reeds is genoeg gedaan om eene achteruitgaande of zelfs eene stilstaande staatkunde onhoudbaar te maken. Iedere stap, die genomen is om de oude banden los te maken, waarmede onwetendheid en monopolie den vooruitgang belemmerden, is gelukkig en productief genoeg geweest om voortgang te beloven en bijna te verzekeren op een weg, die nu gebleken is heilzaam te zijn zoowel voor 's Rijks schatkist als voor de algemeene welvaart. De statistieke tabellen, die ik heb kunnen verzamelen, zijn veelal onvolledig en niet accuraat, maar kunnen over het algemeen geacht worden als de waarheid te naderen en zijn zeker niet van belang ontbloot als middelen van vergelijking tusschen de resultaten van het beperkte stelsel van uitsluiting, dat zoo geruimen tijd door het Spaansche bewind en de administratie van las Indias werd voorgestaan, en de wijzer en meer vrijzinnige beginselen, die hun licht verspreiden door de dikke duisternis van het verledene.

De nadeelen en misslagen van een gepriviligieerden en geprotegeerden handel en de onheilen die monopoliën tevens aan de algemeene belangen toebrengen, kan men inderdaad wel leeren kennen in de oude wetgeving van Spanje, wat hare koloniën aangaat. In den beginne mogt slechts één vaartuig van de Philippijnen naar Mexico varen; het moest worden gekommandeerd door officieren van 's Rijks marine, als een oorlogsschip zijn uitgerust en aan een aantal ongerijmde beperkingen en voorschriften onderworpen: zoo moesten gelukzoekers 20,000 dollars betalen voor hun privilegie en niemand werd als zoodanig toegelaten, wanneer hij niet was een vocal de consulado, waarvoor een verblijf van verscheidene jaren op de eilanden en het bezit van grondeigendom tot eene uitgestrektheid van 8,000 dollars werd vereischt. Het privilegie ging dikwijls heimelijk, door koop, in de handen van monniken, ambtenaren, vrouwen en andere speculanten over, en men kan dus wel onderstellen tot welke prijzen de goederen gesteld werden. Zoo was de geoorloofde plundering in Azië, bij de aankomst te Acapulco, in Amerika, naar welke plaats de lading gedwongen werd geconsigneerd te worden, 33 1/3 pCt. opgelegd naar de facturen van Manilla. En bij de terugkomst van het schip werden gelijke of nog ongerijmder voorwaarden opgelegd: het dubbele van de lading, die verzonden was, moest worden teruggebragt, maar daar de winsten dikwijls ontzaggelijk waren, werd elke soort van fraude uitgeoefend om fictive waarde aan de ingevoerde artikelen te geven; van het begin tot het einde van de onderneming schenen de betrokken partijen als het ware te wedijveren in het plegen van bedrog.

De oprigting van de Compagnie der Philippijnen, in 1785, gaf een anderen vorm aan het monopolie, maar leidde tot eenige ontwikkeling van de koloniale industrie.

Het is naauwelijks noodig de geschiedenis te volgen van den handel der Philippijnen, zoo als hij door de vele phasen tot zijn tegenwoordigen betrekkelijken voorspoed is gekomen, welke moet afgemeten worden naar de vrijheid, die ingevoerd is. Wanneer de Spaansche autoriteiten den moed gehad hadden de tooverwoorden: «Laissez faire, laissez passer!» uit te spreken, welk een overvloed van zegeningen hadden niet over den Archipel kunnen uitgestort worden!

Maar het kon naauwelijks verwacht worden van een Gouvernement als het Spaansche, om, hetzij uit eigene beweging, hetzij door de noodige vrijheid aan den Gouverneur-Generaal te geven, een zoo grootsch werk te verrigten, als dat van eene vrije productie, vrijen handel, vrije kolonisatie en vrije opvoeding in de Philippijnen; en toch zou een zoo grootsche en edele stap, naar ik geloof, in een paar jaren gevolgd worden door een vooruitgang en voorspoed, die nog verre de berekeningen zouden overtreffen, welke men heeft durven maken. Het weinige, dat voor vrijheid van handel is gewaagd, hoe haastig en gebrekkig ook, kan niet anders dan toekomstige pogingen aanmoedigen en te gelijker tijd zijn vele zegenrijke hervormingen onder de aandacht van het Gouvernement gebragt, met zulke sprekende cijfers en onweerstaanbare redenen, dat, zoo het slechts van deze afhing, de Philippijnen de hoop mogten voeden, spoedig in het genot te worden gesteld van een vooruitzigt op toekomstigen voorspoed. De herziening der tarieven, de afschaffing van kleine lastige fiscale formaliteiten, verbetering van de rivier-scheepvaart, het zuiveren der havens, het plaatsen van lichttorens en andere voorzorgmaatregelen voor de veiligheid der scheepvaart, zijn de meest dringende en onmiddellijke verlangens van den handel. Te Manilla wordt het gemis van dokken voor het herstel en het beschermen van schepen zeer gevoeld; het tolhuis bevindt zich aan de kwade zijde van de rivier, ofschoon het beter ware dat het aan geen enkele zijde stond; er bestaan geen middelen van geregelde postcommunicatie met de eilanden van uit het schiereiland; sleepstoombooten, reddingbooten, kaden- en havenhoofden, zeemanshuizen, marine-hospitalen ontbreken, maar de noodzakelijkheid daarvan is zoo sterk bepleit, dat men op eene spoedige voorziening daarin mag hopen. In waarheid, het is verblijdend in zoo verwijderde landstreken, die zoo lang onder de meest ontmoedigende en tegenhoudende invloeden hebben verkeerd, dat streven, dat de pionnier van en de sleutel tot alle verbetering is, zoo krachtdadig en niet te vergeefs aan het werk te zien.

In 1858 werd aan de kamer van koophandel door den Gouverneur-Generaal het verzoek gedaan, dat de kooplieden hem de best mogelijke middelen zouden aanwijzen om de rijkdommen van de Philippijnsche eilanden te ontwikkelen, door hunnen buitenlandschen handel uit te breiden. De Britsche kooplieden drukten den algemeenen wensch uit, dat de eilanden de zegeningen mogten ondervinden van dat stelsel van vrijen handel en vrije handelspolitiek, waarvan de «grootsche resultaten» aan allen bekend waren, en wezen daarna de volgende speciale bezwaren aan, die dringende verbetering vereischten:

1o. Het tegenwoordige stelsel van gedwongene verloven voor iedere ladingboot, die men gebruikt, leidt tot menige noodelooze last, misbruiken en oponthoud.

2o. Herziening van de tarieven, die op sommige artikelen zeer zwaar drukken, tot bescherming van eenig gering fabriekbelang op het eiland. Dit is vooral het geval met katoenen goederen, voor dagelijksch gebruik bestemd; de gekleurde met de op het eiland gefabriceerde verw worden het zwaarst belast, om de inlandsche verwerijen aan te moedigen. Vele artikelen worden veel boven de wezenlijke waarde geschat, zoodat de percentmatige belasting te groot wordt. Kamerdoek bijv., wordt met het dubbele van den marktprijs belast. IJzeren ketenen, die vijf dollars per cwt. waard zijn, worden met 12 dollars belast. Daar er eene kleine hoeveelheid wit, zwart, blaauw, purper en rozenkleurig katoen wordt geproduceerd, wordt daarvoor een regt van 40 tot 50 pCt. geheven, terwijl roode, gele, groene enz., die de inlanders niet kunnen verwen, vrij worden ingevoerd. Dit zijn sprekende voorbeelden van de werking van een beschermend stelsel.

Andere blaauwe goederen worden geprohibeerd, omdat de eilanden indigo produceren, en ter bescherming van de inlandsche schoenmakers (die in den regel bijna altijd Chinezen zijn en slechts trekvogels in het land) betalen buitenlandsche schoenen en laarzen van 40 tot 50 pCt., tot groot nadeel van de openbare gezondheid, daar het inlandsch gelooide leder niet tegen regen en modder bestand is, terwijl de beschermende regten den Chineschen kolonist aanmoedigen fabrikant te worden, hoezeer die minder noodig is dan de landbouwer. Op dezelfde wijze worden de kleedermakers beschermd, d. i., hun wordt vergund om den verbruiker te hoog te belasten tot 40 à 50 pCt. toe, zijnde het regt op ingevoerde kleederen, die meestal in handen der Chinezen komen. Buitenlandsche ingemaakte vruchten en likeuren hebben gelijke lasten te dragen, en toch kunnen de Philippijnen geen inmaaksel en zoetigheden genoeg voor zich zelven opleveren. Zoo volgt de eene dwaasheid en misrekening op de andere. 1200 flesschen Spaansch bier werden in 1857 in de Philippijnen ingevoerd en ten einde een zoo gewigtig belang te beschermen en aan te moedigen, werd een buitensporig invoerregt geheven op 350 pijpen en bijna 100,000 flesschen niet-Spaansch bier.

3o. Voorts maken de hooge differentiële regten ten voordeele van Spaansche schepen een zeer gegrond punt van ontevredenheid uit, en strekken die zeer ten nadeele van het algemeen belang. Over de tonneregten op in- en uitzeilende schepen met ladingen zijn maar al te juiste klagten gerezen. De nabijheid van zoo vele vrijhavens--Hongkong, Macao en Singapore--en het meer vrijzinnige stelsel van de Australische en Polynesische streken, plaatsen den Philippijnschen handel in eene nadeelige positie. Onder de door mij verzamelde stukken behoort een van een inlandsch koopman, waarin deze zegt: «De beschouwingen van staathuishoudkundigen en de practische resultaten van vrije handelswetgeving bevestigen het feit, dat het publiek crediet en de publieke voorspoed gelijkelijk worden begunstigd door de vrijheid van handel, en hij ziet uit een beperkt oogpunt, die, alleen met het oog op tijdelijke derving van inkomsten door de vermindering van invoerregten, de ontzaggelijke vermeerdering van al de bronnen van inkomsten vergeet, die uit lage prijzen en toenemende aanvraag zal voortvloeijen.» Op die wijze zullen de groote waarheden die stil en met succes eene omkeering in de handelswetgeving hebben gebragt, zich overal verspreiden en ten slotte de wereld in den grooten band van broederschap omvatten, tot vrede en voorspoed van hen, die er getuigen van zijn.

Bij besluit van 18 Junij 1857 werden de beperkingen in den handel in rijst en padie opgeheven en vreemde granen in den vrijen invoer begrepen niet alleen in de voor den vreemden handel geopende, maar in verschillende ondergeschikte havens. Ofschoon het verlof toen slechts tijdelijk was, is het thans duurzaam geworden, en ik bevond dat de vrijdom op deze gewigtige artikelen van alle tusschenkomst met de tolkantoren de beste resultaten had opgeleverd door geregelde en gelijke prijzen vast te stellen, zonder eenig nadeel voor de inlandsche productie. Hoe meer algemeen de beginselen van den vrijen handel worden toegepast, hoe meer men beveiligd zal zijn tegen schaarschte en hongersnood aan de eene, tegen overvloed en vraatzucht aan de andere zijde.

Rijst wordt bij de cavan verkocht. De prijs is gewoonlijk het dubbele van die van padie. De gemiddelde fluctuatie beloopt 1 tot 2 dollars.

In 1810 bedroeg de invoerhandel op de Philippijnen slechts 5,329,000 dollars, waarvan meer dan de helft bestond uit kostbare metalen, die uit de Spaansche koloniën van Amerika werden gezonden. Uit Europa en de Vereenigde Staten beliep de handel slechts 175,000 dollars. De uitvoer bedroeg 4,795,000 dollars, waarvan 1 1/2 millioen uit zilver naar China bestond, terwijl het geheele bedrag van den uitvoer naar Europa en de Vereenigde Staten 250,000 dollars beliep. De groote sprong had in 1834 plaats, toen het monopolie van de Philippijnsche Compagnie eindigde en de handel van dien tijd als in bloei toenemend mag worden beschouwd. Van den handel met de omringende eilanden, is die met Jolo, vooral door Chinezen gevoerd, belangrijk. Een van de voornaamste artikelen van uitvoer zijn de eetbare vogelnesten, van wier verzameling een Spaansch schrijver het volgende berigt geeft: «De nesten worden tweemaal 's jaars verzameld; die uit diepe en vochtige holen zijn het meeste waard. Om de plaatsen te ruimen waar de nesten worden gevonden, is vroegtijdige schoonmaking noodig en deze taak is altijd gevaarlijk. Om de kelders te bereiken moet men verscheidene honderde voet loodregt afdalen, ondersteund door een touw van bamboes of riet, dat over de zeegolven hangt, waar deze tegen de rotsen stooten.» Uit Jolo bestaat ook een belangrijke uitvoer van schildpad. Tripang (zeeschelp, Holothuria) en haaivinnen worden naar de Chinesche markten gezonden, even als paarlemoer, was en stofgoud. De reis van Manilla naar Jolo en terug duurt gewoonlijk zeven à acht maanden. Een bijna gelijke handel als die van Jolo wordt tusschen Manilla en de Molukkos gevoerd. Daarbij komen echter ook specerijen onder den invoer voor. Er bestaat een groote handel tusschen Singapore en Manilla, en met Amoy in China worden zeer belangrijke zaken gedreven. Vaartuigen worden gewoonlijk uit en naar die haven geladen. Rijst, padie, kokosnoten-olie, suiker, fijn hout, lekkernijen en eene verscheidenheid van kleinere artikelen, worden uitgevoerd; zijde, nankin, thee, vermiljoen, zonneschermen, aardewerk en duizende kleinere zaken worden daartegen gegeven.

De binnenlandsche handel lijdt veel onder de groote inconveniënten in de communicatie en het verschillende bederf, waaraan de koopwaren blootstaan. Men zegt dat in den doorvoerhandel van het noorden van Luzon naar de hoofdstad, er meer dan honderd houtvlotten zijn, waarop de goederen over de verschillende stroomen moeten worden vervoerd; bij elken overtogt heeft een langdurig oponthoud plaats, daar het vlot (balsa) zelden gevonden wordt wanneer en waar het noodig is. Gedurende een half jaar is bovendien het inlandsch vervoer het eenige middel van vervoer, daar de moussons die zeereis onmogelijk maken voor kustvaartuigen. Op de meer verwijderde eilanden gaan dikwijls maanden voorbij zonder dat schepen uit de hoofdstad aankomen. Sommige missen in het binnenland worden dikwijls bezocht door mohammedaansche en heidensche inlanders, die de havens of grootere steden niet willen bezoeken. Die van Yligan (Misamis, in Mindanao) wordt veel door Mooren bezocht, die daar padie, cacao, koffij, stofgoud, katoenen goederen, krissen en oorlogswapenen ter verkoop brengen, bij vele andere inlandsche artikelen, die zij meestal tegen Europesche en Chinesche goederen inruilen. Panaguis, in Luzon, is eene andere markt, die door de Igorotte-Indianen veel wordt bezocht. Vele van de oude riviercommunicatiën hebben opgehouden door overstroomingen, die eene nieuwe rigting aan den stroom hebben gegeven en door het invallen van blokken, boomen en rotsen uit de bovenlanden. Er bestaat veel reizende kleinhandel in het binnenland; de Chinezen vooral zijn active venters en rondloopers, en gaan overal om te koopen en te verkoopen, waar iets te verdienen valt. Zij zijn in een groote mate de pionniers van den handel en daardoor dienstig tot behulp en medewerkers bij het openen van nieuwe velden, die later op meer uitgebreide wijze konden worden geëxploiteerd.

Men vindt te Manilla zeven Engelsche, drie Amerikaansche, twee Fransche, twee Zwitsersche en een Duitsch handels-etablissementen. In de nieuwe havens is geen Europeesch handelshuis, behalve te Iloilo, waar eene Engelsche firma bestaat, waarvan de Britsche vice-consul het hoofd is.

Onder de curiositeiten van de handelswetgeving behoort een besluit van den gouverneur der Philippijnen, gedagteekend van nog weinige jaren geleden, waarbij bevolen werd dat geen schip eene lading uit China of Oost-Indië mogt invoeren, zonder dat de kapitein zich verbond te Manilla vijf honderd levende vogels (mimas?) mede te brengen; men zeide toch dat deze vogel het best de insecten vernielde, die destijds veel schade aan den oogst toebragten. Ik geloof niet dat er ooit een vogel werd ingevoerd. Men had even gemakkelijk en redelijk den invoer van eenige stukjes van de maan kunnen eischen, daar het vangen en het houden naauwelijks onder het bereik van menschelijke krachten valt en 500 vogels was het verlangde minimum, door ieder schip aan te voeren. Niet het minst merkwaardige gedeelte van dat besluit of die vordering was, dat zij allen gratis moesten worden afgeleverd.

Voor de bescherming der belastingen bestaat een gewapend ligchaam, de Carabineros de Real Hacienda genaamd. Het bestaat uit inlanders onder Europesche officieren en is belast met de land- en zeedienst. Zij dragen een militairen uniform en een breeden hoed, die op een grooten punschschaal gelijkt, doch zeer goed togen de zonnestralen beveiligt.

Groot-Brittannië heeft een bezoldigden consul en vice-consul te Manilla en vice-consuls te Iloilo en Sual. Frankrijk heeft ook een bezoldigden consul in de hoofdstad. De Vereenigde Staten, Portugal, België, Zweden en Chili worden vertegenwoordigd door leden van handels-etablissementen, die consulair gezag te Manilla uitoefenen. De Amerikaansche consul is de heer Charles Griswold, en de meesten, die deze eilanden bezocht hebben, hebben zijne gastvrijheid kunnen op prijs stellen en voordeel getrokken van zijne ondervinding.

De post-etablissementen zijn onvolmaakt en onvoldoende en de lasten, aan de verzending van brieven verbonden, talrijk. Er bestaat eene wekelijksche postcommunicatie van uit de hoofdstad met de provinciën op het eiland Luzon en zuidwaarts tot aan Samar en Leyte, maar al de overige oostelijke en zuidelijke eilanden zijn aan de kansen overgelaten, die de kusthandel aanbiedt, en daar gaan dikwijls maanden voorbij, zonder dat er eenig nieuws uit de hoofdstad of het moederland wordt ontvangen. Eene geregelde dienst, die in de behoeften van deze belangrijke districten, vooral van Panay, met zijne meer dan een half millioen bedragende bevolking, voorziet, is zeer wenschelijk.

Er bestaat thans eene veertiendaagsche dienst, die door de stoomschepen van de Peninsular and Oriental Company wordt verrigt, die meestal aankomt 48 uren vóór het vertrek en vertrekt 48 uren vóór de aankomst van de stoomschepen uit Europa. Zij heeft geregeld plaats en de brieven uit Spanje komen in omstreeks 50 dagen aan; maar verscheidene dagen zouden nog gespaard worden zoo er eene stoomvaart bestond van Malta naar Alicante. Voor deze dienst wordt eene jaarlijksche som (in maandelijksche termijnen) van 120,000 dollars door het gouvernement van Manilla aan de Compagnie betaald. De stoomschepen zijn vrij van alle havenlasten, behalve loodsgelden.

Het Gouvernement heeft voorstellen gedaan voor de oprigting van eene stoompakketvaart voor de dienst van de eilanden, onder aanbod van 45,000 dollars jaarlijks, als een staatssubsidie, maar ik geloof dat er voorloopig geen uitzigt tot de verwezenlijking van dit plan bestaat.

De Banco Español de Isabel II is eene maatschappij, waarvan het kapitaal 400,000 dollars bedraagt, in duizend aandeelen van 400 dollars elk. Zij werd opgerigt in het jaar 1855 en aan de aandeelhouders werden gewoonlijk dividenden betaald van 6 à 8 pCt. Zij geeft bankbiljetten uit, discompteert plaatselijke wisselbrieven en leent geld op hypotheek. De interest op de Philippijnen bedraagt gewoonlijk zes tot negen pCt. De jaarlijksche operatiën van de Bank bedragen meer dan 2 millioen dollars. In den regel wordt eene waarde van een half millioen ongeveer aan wisselbrieven gediscompteerd. De gewone omloop gaat 2,000,000 dollars niet te boven in bankbiljetten en zij heeft goederen in bewaring genomen en rekeningen uitstaan tot eene waarde van ongeveer 1,750,000 dollars. De Bank heeft veel gemak aan den handel opgeleverd en aan een zijner voornaamste vereischten beantwoord, dat namelijk om eenig opgehoopt geld van de inlanders in omloop te brengen. De meeste buitenlandsche huizen zijn aandeelhouders.

Het tiendeelig stelsel in het rekenen en den geldsomloop werd op de Philippijnen ingevoerd bij Koninklijk besluit; daardoor werd een einde gemaakt aan al de complicatiën van maravedis, quartos en reales de ocho, door de eenvoudige aanneming van den dollar, in honderd centen verdeeld. Het zou inderdaad niet tot lof strekken van de Engelsche bevolking (het zij in het voorbijgaan gezegd), indien, zoo als sommige tegenstanders van verbetering hebben beweerd, zij nooit zou gebragt worden om het goede te waarderen of te begrijpen eener verandering om over te gaan tot het tiendeelige stelsel, dat de «onbeschaafde geest» van den «woesten Indiaan» reeds is begonnen aan te nemen, die zijne vingers gebruikt als de instrumenten voor de nieuwe philosophie en waarschijnlijk nu en dan geholpen wordt door de eenvoudige abacus van den Chineschen winkelier, waarmede hij veel te doen heeft.

De maten en gewigten, die op de Philippijnen gebruikt worden, zijn:

De Arroba (25 lbs. Spaansch) = 25.36 Eng. lbs. De Quintal (100 lbs. Spaansch) = 101.44 Eng. lbs. De Kattie = 1.395 Eng. lbs. De Pikol van 137 katties (36 lbs. Sp.) = 139.48 Eng. lbs. Cavan = 25 gautas. Gauta = 8 chupas. Pie = { 12 Sp. duim. { 11 Eng. duim. Vara = { 3 pies. { 33 Eng. duim.

De zak rijst (zuiver) weegt 132 lbs. avoirdupois. De zak padie 103 1/2 lbs. avoirdupois. Vat olie 96 lbs. avoirdupois.

In het jaar 1855 publiceerde Don Sinibaldo de Mas, die met eene officiële zending tot onderzoek van den toestand dezer eilanden was belast, een rapport omtrent de inkomsten van de Philippijnen, gerigt aan den Minister van Finantiën in Spanje [30].

Hij begint zijn rapport met eene vergelijking van de bevolking en den handel van Cuba met die van de Philippijnen; hij gaf op dat Cuba, met nog geen millioen inwoners, een handel van 27,500,000 dollars, terwijl de Philippijnen, die hij zeide dat in 1850 4 millioen zielen in een staat van onderwerping en 1 millioen niet onderworpenen bevatten, een handel hadden van nog geene 5 millioen dollars. Hij berekent de gekleurde bevolking van Cuba op 500,000; de blanke bevolking op de Philippijnen van 7,000 tot 8,000 personen. Hij leidt daaruit af, dat zoo de productie der Philippijnen gelijk stond met die van Cuba, die eene waarde van 250 millioen dollars zou bedragen en dat de belastingen dan 48 millioen dollars, in plaats van ongeveer 9,500,000 dollars zouden opbrengen.

Hij beweert, dat de grond in zijne productive krachten gelijk staat met welke ook ter wereld; dat de hoedanigheid der producten--suiker, koffij, tabak, indigo, cacao en katoen--uitmuntend is; dat hij bijna een monopolie van abacá (Manilla-hennip) bezit, en gaat dan over tot het nagaan der middelen, op welke wijze van deze natuurlijke voordeelen het best kan worden gebruik gemaakt.

Hij verwerpt intusschen elke uitbreiding van het bestaande systeem of vermeerdering van belastingen in hare tegenwoordige vormen en beweert te regt, dat tot ontwikkeling van den landbouw, de nijverheid en den handel de Philippijnen naar vermeerderden bloei moeten streven.

Zijne drie voorstellen zijn: