Een Bezoek aan de Philippijnsche Eilanden
Part 2
Gedurende mijn verblijf te Manilla, liet de Gouverneur-Generaal mij iederen namiddag ten 5 of 6 ure in mijne vertrekken verzoeken en reden wij, begeleid van een escadron cavalerie, in eene koets met vier paarden naar verschillende plaatsen in de nabuurschap; deze togtjes duurden van een tot twee uren. Zelden gingen wij langs den weg, dien wij reeds doorgetrokken waren en zoo bezochten wij niet alleen bijna alle dorpen in de nabuurschap, maar trokken ook door menige schoone landstreek, waar de aandacht voortdurend werd bezig gehouden door sierlijke rietvelden, rijzige kokosnotenboomen, de met lange bladen voorziene plantanen, het suikerriet, de papaya, de groene rijstvelden, waarbij zich verscheidene personen bezig hielden met visschen--en wie weet wat er, als de velden droog zijn, van de visch wordt, die zich altijd weder vertoont als eene irrigatie heeft plaats gehad?--en die schoone verscheidenheid en pracht van tropisch gewas,--die rijke en heerlijke vruchten en bladen, wier beschouwing het oog nooit verzadigt. Op zulke tooneelen zou zelfs een Claudius met verrukking neêrzien en waarlijk de kunstenaar moet zeer hoog staan, die zulk een coloriet behoorlijk kon vereeuwigen. En als dan de zon ondergaat en de hemel kleurt op eene wijze, zooals men in gematigde luchtstreken nooit aanschouwt, dan vertoont het luchtruim een grootsch, schitterend en tevens ontzagwekkend schouwspel. In bijna ieder dorp vindt men eenige woningen, die beter en grooter zijn dan de overige en door de inlandsche autoriteiten of lieden van gemengd ras (meestal van Chinesche afkomst) bewoond worden, die den Indiaan aan de Europesche bevolking doet naderen. De eerste verdieping van een huis is meestal hooger dan de grond; men komt er met een' ladder in. De zoldering, de vloer en het voornaamste houtwerk bestaat uit bamboes; de muren en het dak uit nipa-palm. Eenige matten, een tafel, een paar ruwe stoelen, eenig potten- en aardewerk, schilderijen met heiligen als beelden, eene lamp en eenige kleine gereedschappen, maken het huisraad uit en terwijl de kinderen achter het huis of in den tuin spelen en de vrouw voor de huishouding zorgt, ziet men den heer des huizes gewoonlijk met zijn strijdhaan onder den arm, of over de dapperheid van den gallo spreken, terwijl hij de gallinas wacht.
De meer aanzienlijke huizen in Manilla zijn gewoonlijk regthoekig gebouwd; in het midden bevindt zich een hof, dat omringd is door winkels, magazijnen, stallen en meer; de familie bewoont de eerste verdieping. Aan de zijde van de straat bevindt zich een corridor, waarop de verschillende vertrekken uitkomen, terwijl er overal eene gallerij is, die het uitzigt in den patio (hof) geeft. In al de kamers zijn schuine vensters, wier kleine ruitjes het daglicht door half doorschijnende oesterschelpen laten doordringen; men heeft ook jalousiën voor de ventilatie en de zonnestralen. De keuken is gewoonlijk afgezonderd van de woning. Eene groote regenbak in den patio bevat het water, dat in den regentijd van het dak komt, terwijl de platte-forme van den regenbak meestal met bloeijende planten en vruchten is bedekt. De eerste en eenige vloer rust op pilaren, terwijl geene hooge huizen gebouwd worden uit vrees voor aardbevingen. Het dak is gewoonlijk uit roode pannen zamengesteld.
De vertrekken, die voor het tropisch klimaat zijn ingerigt, zijn ruim, terwijl er menige Europesche mode is ingevoerd: de muren zijn met beschilderd papier bedekt, aan de zoldering hangen verscheidene lampen; men vindt er Chinesche vuurschermen, porseleinen vazen met natuurlijke of kunstmatige bloemen, spiegels, tafels, sofa's en armstoelen, zooals men die in Europesche hoofdsteden ziet, doch de groote kamers zijn niet met overtollige meubelen opgevuld. Vloerkleeden zijn zeldzaam,--haarden nog zeldzamer.
Onder de Europeanen worden de gewoonten van het Europesche leven door het klimaat eenigzins gewijzigd, maar het scheen mij toe dat de Spanjaarden meerdere karaktertrekken van het oude Spanje bezaten, dan men nu op het schiereiland zelf zou vinden. In mijne jeugd heb ik meermalen voor zeker hooren verhalen dat Don Quixote of Gil Blas niet alleen beelden van het verledene, maar ook getrouwe portretten van de Spanjaarden waren, waaronder ik mij bevond. Spanje was toen zeker nog niet geëuropeaniseerd; maar een tijdverloop van vijftig jaren, een vijftigjarig toegenomen en toenemend verkeer met de overige landen der wereld heeft de oude nationaliteit uitgewischt en in de plaats daarvan zijn Europesche modes, gebruiken en denkbeelden gekomen en onder de hooge en middenklassen van de Spaansche maatschappij doorgedrongen, ja zelfs afgedaald en verspreid geworden onder de lagere klasse der bevolking, wanneer men daarvan die uit de afgelegen landdistricten uitzondert. Tegenwoordig kan men den aristocratischen en hooggeboren Spanjaard niet meer van zijns gelijken in andere landen onderscheiden. Bij de lagere klassen intusschen en de geestelijkheid, is de indruk van het voorledene bijna geheel blijven bestaan. Vreemdelingen van naburige natiën, vooral Engelschen en Amerikanen hebben die gemakken en weelde ingevoerd, welke in zekere mate door de voorname Spanjaarden van Manilla zijn overgenomen; en de eerlijke, gastvrije en vrijzinnige aard, die men onder de groote kooplieden van het Oosten vindt, hebben hun een naam gegeven onder de Spaansche kolonisten en inlandsche landbouwers. Over het algemeen zag ik veel wellevendheid heerschen; ik vond een vriendschappelijk verkeer, waar ik dit zocht, terwijl de grenspalen tusschen rangen en klassen hier minder afgebakend waren, dan in de meeste Oostersche landen. Ik heb aan eene en dezelfde tafel een Spanjaard, een mesties en een Indiaan, een priester, een burger en een soldaat zien zitten. Ongetwijfeld vormt gelijkheid van godsdienst een band tusschen allen, maar voor dengene die de vervreemding en onderlinge afkeer van casten in verschillende deelen der Oostersche wereld heeft nagegaan--casten, die groote maatschappelijke vloek--biedt het gemengde en vrije verkeer van mannen met mannen in de Philippijnen een contrast, dat wel der bewondering waard is. Mallat geeft op de volgende wijze zijn enthousiasme te kennen over Manilla: «verrukkende stad!»--roept hij uit--«in u vindt men goedheid, vriendschap, opregte, edele gastvrijheid,--die deugd welke het huis van onzen buurman tot het onze maakt,--in U verdwijnt het verschil tusschen rijkdom en rang. Bij u is étiquette onbekend! O, Manilla! een hart dat warm klopt, kan nooit Uwe inwoners vergeten; zij blijven eeuwig in herinnering van degenen die kennis met hen hebben gemaakt!»
De Mas beschrijft op de volgende wijze de levenswijze in Manilla: «De inwoners staan vroeg op en drinken dan chocolade en thee (cha); hun ontbijt bestaat uit twee of drie geregten en een dessert. Dit gebruiken zij ten 10 ure. Het diner duurt van 2 tot 3 ure. Van 5 tot 6 ure legt men zich voor de siesta neder, waarna de paarden worden gezadeld en een togtje van een uur naar den pasco gedaan. Vandaar teruggekeerd, wordt thee met brood, beschuit en gebak gebruikt, soms te huis, soms op visite bij een der buren. De avond wordt op verschillende wijzen (meestal met kaartspel) doorgebragt en ten 11 ure begeeft men zich dan ter ruste. Het bed bestaat uit een fraaije mat, met mosquito-gordijnen rondom, een smal en een lang kussen, een abrazador (omarmer) genoemd, waarop de armen of de beenen rusten. Dit bed is op Chinesche wijze en gemakkelijk ingerigt. Men vindt er geene dekens op: de mannen slapen in hunne kousen, hemden en losse broeken (pajamas); de vrouwen in soortgelijke kleederen. Zij zeggen: «Men moet altijd gereed zijn op straat te vlugten in geval van eene aardbeving.»» Ik heb dan ook een geval hooren verhalen, waarin eene Europesche vrouw, plotseling tot vlugten in den nacht genoodzaakt, niet weinig ontsteld was toen zij zag dat zij zich nog moest kleeden vóór dat zij vlugten kon.
Vele van de vlekken, die de voorsteden van Manilla uitmaken, zijn digt bevolkt. Wanneer men door Binondo trekt, komt men te Tondo,--een naam die ook aan het district gegeven is; het telt 31,000 inwoners. In deze vlekken vindt men Indische Gobernadorcillos. De beste huizen zijn van Europesche bouworde en worden door Spanjaarden of mestizen bewoond; zij vormen echter een gering aantal in vergelijking met de Indische Cabánas. Tondo levert de grootste hoeveelheid melk, boter en kaas aan de hoofdstad; men vindt er een weinig fabriek-nijverheid van zijden en katoenen stoffen; de meeste vrouwen worden echter met het vervaardigen van sigaren in de groote fabrieken van Binondo bezig gehouden. Santa Cruz telt eene bevolking van ongeveer 11,000 inwoners, waarvan de meeste kooplieden zijn, terwijl een groot aantal handwerkslieden in dit dorp gevonden worden. In de nabijheid daarvan vindt men de begraafplaats van de Chinezen of, zoo als de Spanjaarden dit noemen, de Sangleyes infieles.
Santa Cruz is een geliefkoosde naam in de Philippijnen. Op het eiland Luzon toch vindt men niet minder dan vier dorpen, die allen digt bevolkt zijn en Santa Cruz genoemd worden, terwijl men behalve deze nog verscheidene andere van dien naam in de Philippijnen heeft. Het is tevens de naam van een der eilanden, van verscheidene heuvelen en van verschillende andere plaatsen; de Spanjaarden hebben dien in elke streek, waar zij hun verblijf vestigden, ingevoerd. Zij zijn overigens zoozeer gehecht aan de namen, die men in hunnen kalender vindt, dat op de Philippijnen niet minder dan 16 plaatsen zijn die San Juan heeten en twaalf die San Joseph genoemd worden. Jezus, Santa Maria, Santa Ana, Santa Caterina, Santa Barbara en de namen van vele andere heiligen zijn voorts die van verschillende plaatsen en vervangen dikwijls de oude Indische benamingen. Santa Ana is een lief dorpje, dat ongeveer 5,500 zielen telt. Het is omgeven door bouwlanden, die door vruchtbaarmakende stroomen geïrrigeerd, zeer productief zijn en groote bekoorlijkheid aan het landschap geven door de palmen, manga's, bamboezen, suikervelden en verschillende vrucht- en andere boomen aan alle zijden. In dat district houdt men zich voornamelijk met den landbouw bezig. Enkele Europesche huizen met schoone tuinen vormen een fraai contrast met de hutten der Indianen. Het klimaat is als zeer gezond bekend.
In de hoofdstad is groote navraag naar paarden. De invoer van de grootere rassen uit Australië heeft geene gelukkige resultaten opgeleverd. Die rassen waren minder voor het klimaat geschikt, dan de hitjes die nu overal gebruikt worden. De inwoners geven nooit zuiver water aan hunne paarden, maar vermengen dit altijd met miel (honig), de suikerstof van den câna dulce, en men zeide mij dat geen paard water drinkt, dat niet op die wijze is zoet gemaakt. Dit is natuurlijk het gevolg van de «opvoeding». De waarde der paarden, vergeleken bij die op de meer verwijderde eilanden, is in de hoofdstad het dubbele of driedubbele. Uit niets kan men dan ook meer de nadeelen opmerken, die eene onvoldoende communicatie opleveren, dan uit het buitengewone verschil van prijzen van dezelfde artikelen in verschillende gedeelten van den Archipel, zelfs op plaatsen, die een onderling handelsverkeer hebben. Er hebben zich voorbeelden van hongersnood vertoond in een district aan zee, terwijl op naburige eilanden overvloed van voedsel was. Ongetwijfeld zijn de moussons een groot inconveniënt voor een geregeld verkeer, daar men er door gewone vaartuigen niet tegen bestand is; doch de stoom is ook hier het hulpmiddel geworden, toen de handel nieuwe krachten en aanvoer eischte, en geene streken trekken er meer voordeelen van, dan die in de tropische gewesten.
De betrekkingen en herinneringen mijner jeugd worden levendig opgewekt door het gastvrije onthaal, dat ik bij mijnen uitmuntenden gastheer vond en door de hoffelijkheid en welwillendheid van de dames uit het gezin. Ongeveer vijftig jaren te voren had ik mij op het Spaansche schiereiland bevonden,--in die tijden van lijden voor trouw en van strijd voor vrijheid--en nu vond ik in Manilla menig veteraan van dien tijd, wien de «Guerra de Independencia» het dierbaarste van alle gebeurtenissen was; niet onaardig was de vergelijking van hetgeen wij wederkeerig in ons geheugen bewaard hadden omtrent personen, plaatsen en gebeurtenissen. Van diegenen, welke de belangwekkende tooneelen van toenmaals hadden bijgewoond, was thans bijna geen enkele overgebleven, en niemand misschien van hen, die toen de hoogste positiën bekleedden en de belangrijkste rollen speelden, doch hunne namen dienden ons nog tot leiddraad om hen met ons in verhevene gedachten en gevoelens te vereenigen, en daar ik het voorregt had reeds in vroegere jaren met Spanjaarden bekend te zijn geweest, herinnerde ik mij weder alles wat ik vergeten had, en ik vond mij bijna even te huis als in vroegere tijden, toen ik over de bergen van Biscaye trok, aan de oevers van den Guadalquivir danste of de stoffige boekdeelen doorbladerde te Alcalá de Henares [3].
Er had een dorpsfeest plaats te Sampaloc (de Indische benaming voor tamarinden), tot de bijwoning waarvan wij uitgenoodigd werden. De huizen waren schitterend verlicht en de straten prijkten met eereboogen; overal klonk muziek, en vrolijkheid en genoegen heerschten alom. Ten huize van de rijke mestizen of Indianen hadden verscheidene bals plaats, waar wij ons bij de genoodigden voegden. De kamers waren propvol met Indische jongens en meisjes. De Parijsche mode was tot deze dorpen niet doorgedrongen; men zag er geene crinoline;--dit liet men aan de hoofdstad over. Hunne inlandsche kleeding bood echter groote verscheidenheid aan; daar had men de veelkleurige kleedjes van inlandsch fabrikaat; de rijk geborduurde halsdoeken van pina; oorringen en halskettingen en andere sieraden en bij dat alles eene levendigheid, die sterk afstak bij de eigenaardige onverschilligheid van de Indische rassen. De tafels waren overvuld met ververschingen, als koffij, thee, wijn, vruchten, koek en gebak, terwijl er een genoegzame geest van scherts en coquetterie heerschte, om een tooneel van hoogere beschaving te vormen. Men bewees den Europeanen veel attentie en hunne aanwezigheid werd als eene groote eer aangemerkt. Onze jeugdige adelborsten waren het drukst en levendigst en wisten zich, zelfs zonder de taal te kennen, bij de Zagalas aangenaam te maken. Sampaloc, dat meestal door Indianen wordt bewoond, die het beroep van waschmannen en -vrouwen uitoefenen, wordt ook wel de Pueblo de los Lavanderos (het wasschersdorp) genoemd.--De feestelijkheden duurden tot in den vroegen morgen voort.
In 1855 publiceerde de kapitein generaal Crespo eenige statistieke opgaven, die veel licht verspreiden over den maatschappelijken toestand van de Philippijnsche eilanden en zoovele belangrijke bouwstoffen voor de vergelijking met de officiële data van andere landen opleveren, dat ik hier eenige cijfers laat volgen, die de aandacht wel waardig zijn.
De stad Manilla bevat 11 kerken, 3 kloosters en 363 particuliere woningen; de overige huizen, ten getale van 88, bestaan uit publieke gebouwen en inrigtingen, die tot verschillende doeleinden gebruikt worden. Van de particuliere huizen worden 57 door de eigenaren bewoond; 189 zijn aan particulieren en 117 aan corporatiën of openbare inrigtingen verhuurd. De bevolking der stad bedroeg in 1855, 8,818 zielen te weten:
Europesche Spanjaarden 503 mann. 87 vrouw. totaal 590 Inlandsche Spanjaarden 575 mann. 798 vrouw. totaal 1,373 Indianen en Mestizen 3,830 mann. 2,493 vrouw. totaal 6,323 Chinezen 525 mann. 7 [4] vrouw. totaal 532 ----- ----- ----- Totaal 5,433 mann. 3,385 vr. te zamen 8,818
Geheel anders is de evenredigheid in een ander gedeelte van de hoofdstad, het Binondo-district, aan gene zijde van de rivier. Daar heeft men:
Europesche Spanjaarden 167 mann. 52 vrouw. totaal 219 Inlandsche Spanjaarden 569 mann. 608 vrouw. totaal 1,177 Vreemdelingen 85 mann. 11 vrouw. totaal 96 Indianen en Mestizen 10,317 mann. 10,685 vrouw. totaal 21,002 Chinezen 5,055 mann. 8 [5] vrouw. totaal 5,063 ------ ------ ------ Totaal 16,193 mann. 11,364 vr. te zamen 27,557
Van deze waren één man en twee vrouwen (Indianen) meer dan 100 jaren oud.
De geboorten en sterfgevallen te Manilla hebben in de volgende evenredigheid plaats:
Spanjaarden. Inlanders. Totaal. Geboorten 4.38 pCt. 4.96 pCt. 4.83 pCt. Sterfgevallen 1.68 pCt. 2.72 pCt. 2.48 pCt. --------- --------- --------- Meer geboorten dan sterfgevallen. 2.70 pCt. 2.24 pCt. 2.35 pCt.
In Binondo zijn de cijfers veel minder gunstig. Daar heeft men voor:
Geboorten 5.12 pCt. Sterfgevallen 4.77 pCt. --------- 0.35 pCt.
De statistici verklaren deze tegenstrijdigheden niet te begrijpen, maar schrijven ze voor een gedeelte toe aan het stationnaire karakter van de bevolking der stad en de groote beweging, die in den handel te Binondo heerscht.
Binondo is het belangrijkste en rijkste vlek van de Philippijnen en de eigenlijke handelstad. Twee derde gedeelten der huizen zijn van steen gebouwd en met een dak van pannen, terwijl ongeveer een derde uit Indische houten huizen bestaat, die met de nipa-palm zijn bedekt. In de plaats heerscht eene groote bedrijvigheid en levendigheid. Onlangs heeft men aanteekening gehouden van de rijtuigen, die de voornaamste straten doortrekken. Over de Puente Grande (groote brug) gingen dagelijks 1,256; over het grootste plein, Plaza de S. Gabriel, 979, en door de hoofdstraat 915. Op de Calzada, de grootste wandelplaats van de hoofdstad, trekken dagelijks 499 rijtuigen; deze vertegenwoordigen de aristocratie van Manilla. Men vindt er acht bruggen en onlangs is eene ophaalbrug door particulieren gebouwd, waar een bruggeld wordt geheven van al de voorbijgangers.
In Binondo zijn eenige goede kaden aan den oever van de Pasig, en men vindt er een aantal pakhuizen voor den vreemden handel. Vooral de stapelplaats voor tabak is zeer uitgestrekt en de grootte van het gebouw, waarin de inlandsche sigaren worden vervaardigd, kan men berekenen, naar het feit dat 9,000 vrouwen daarin dagelijks arbeiden.
De Puente Grande (die Manilla aan Binondo verbindt) was oorspronkelijk van hout gebouwd en rustte op steenen fundamenten met zeven bogen van onderscheidene grootte en op verschillende afstanden. Twee der bogen werden door de aardbeving van 1824 vernield en sedert is de brug hersteld en verbeterd. Zij is 457 voet lang en 24 voet breed. Van alle zijden heeft men een heerlijk gezigt op de werven, pakhuizen en de bedrijvigheid der bevolking aan den regteroever der rivier, of op de fortificatiën, de kerken, kloosters en openbare wandelplaatsen aan de linkerzijde.
De bevolking van Manilla en hare voorsteden bedraagt ongeveer 150,000 zielen.
De tabaksfabrieken van Manilla, de merkwaardigste van de te bezigtigen inrigtingen, zijn meermalen beschreven. Het gesnap en geraas der duizende vrouwen, die door de voortdurend uitgeoefende magt van de vrouwelijke opziensters niet konden beteugeld worden, zou hinderlijk hebben kunnen zijn voor de bewerking van de tabaksbladen; zij maakten de werkplaats maar levendig. Dit geraas vormt een vreemd contrast met de diepe stilte, die in dergelijke vertrekken heerscht, waarin de mannen arbeiden. De meeste der meisjes, wier aantal 8 tot 10,000 bedraagt, zijn ongehuwd en velen schenen naauwelijks 10 of 11 jaren oud te zijn. Sommigen wonen in dorpen op aanmerkelijken afstand van Manilla gelegen, en vormen bijna een processie als zij naar haar werk gaan of huiswaarts keeren. Terwijl wij de verschillende vertrekken doorgingen, gaf men ons proeven van de resultaten van haren arbeid, en toen wij het etablissement verlieten, schonk men ons schoone bloemruikers. Wij werden begeleid door de opzigters der administratie, die ons met al de bijzonderheden bekend maakten met de gewone Castiliaansche hoffelijkheid. Ik geloof niet dat van de 100 werklieden 1 Spaansch verstond.
De Pasig-rivier is het voornaamste kanaal, dat de communicatie met het binnenland onderhoudt. Zij loopt tusschen de handelsdistricten en de forteres van Manilla. Hare gemiddelde breedte bedraagt ongeveer 350 voet en zij is tot op 10 mijlen bevaarbaar, waar zij van 3 tot 25 voet diep is. Drie bruggen liggen er over, waaronder eene ophaalbrug. De gemiddelde beweging van booten, schuiten en vlotten, die dagelijks met eene lading onder de hoofdbrug varen, bedroeg 277, waarop zich 487 mannen en 121 vrouwen bevonden (de passagiers niet mede gerekend). Het gezamenlijk getal vaartuigen, in de Philippijnen te huis behoorende, bedroeg in 1852 (het laatste jaar waarvan ik de opgaven bezit) 4,053, vertegenwoordigende 81,752 ton en die door 30,485 zeelieden werden bevaren. Daarvan behooren 1,532 vaartuigen van 74,148 ton en met 17,133 zeevaarders alleen tot de provincie Manilla, hetgeen 3/8 der vaartuigen, 7/8 van de tonnemaat en 17/30 van de handelsscheepvaart vertegenwoordigt. De opbrengst van den kusthandel in 1852 wordt op ongeveer 4 1/2 millioen dollars berekend, waarvan de helft aan abacá (Manilla-hennep), suiker en rijst, die de belangrijkste artikelen zijn. De provincie Albay, de meest zuidelijke van Luzon, vertegenwoordigt de grootste geldswaarde, zijnde ongeveer 1/4 van de gezamenlijke. In de vijf jaren van 1850 tot 1854 wordt de gemiddelde opbrengst van den kusthandel op 4,156,459 dollars geschat, maar de opgaven zijn zeer onvoldoende en men heeft daarbij niet al de provinciën medegerekend. De commissie voor statistiek beweert dat, wanneer men al de in 1855 bekende documenten en feiten nagaat, men de waarde van den kusthandel gerust op 7,200,459 dollars kan berekenen.
Op een' afstand van ongeveer drie mijlen van Binondo, aan den regteroever van de Pasig, bevindt zich het buitenverblijf van den kapitein-generaal, waar hij gewoon is eenige weken gedurende het warmste jaargetijde door te brengen; men vindt er een lieve tuin; een gemakkelijk ingerigt beweegbaar bad, dat in de rivier wordt nedergelaten; eene verzameling vogels en eene kleine verzameling van viervoetige dieren, waaronder ik met een chimpanzee kennis maakte, die echter kort daarna aan de gevolgen van een longkwaal stierf.
HOOFDSTUK II.
BEZOEK AAN DE LAGUNA EN TAJABAS.