Een Bezoek aan de Philippijnsche Eilanden

Part 19

Chapter 193,833 wordsPublic domain

Onder de rijkdommen van de Philippijnsche eilanden, bekleeden de boomen der bosschen eene voorname plaats. Eene verzameling van 350 soorten werd gezonden naar de wereld-tentoonstelling van Londen, in den vorm van prisma's. In het jaar 1858 publiceerde kolonel Valdes een verslag over den aard en de deugdelijkheid van het Philippijnsche hout voor woningen (maderas de construccion). De stukken, waarmede men proeven deed, waren dobbelsteenen van 1 duim en kegels van een vierk. duim en 1 el breedte. Het hout werd een jaar lang gedroogd. Met elke soort werden vijf proeven genomen en de gemiddelde resultaten op het rapport gebragt [27].

HOOFDSTUK XVI.

DIERENRIJK.

De buffel is welligt het nuttigste van de viervoetige dieren op de Philippijnen. Men vindt een tal kudden van wilde buffels in het binnenland, maar getemd wordt het dier tot veldarbeid en tot transporteren, hetzij op zijn rug of voor wagens, gebruikt. Hij waadt het liefst in water of modder. De gehechtheid van de moêr tot haar jong is zoo gróót, dat zij zich in de rivier werpt om de krokodil te vervolgen, die haar daarvan beroofd heeft. Men vindt overigens eene massa beeren en andere wilde dieren.

Men heeft veel zorg gewijd aan de verbetering van het ras der inlandsche ponies, die naarmate van de vermeerde aanvraag, in waarde gestegen zijn. Tot in de laatste jaren bedroeg de prijs 40 à 50 dollars, maar de kapitein-generaal zeide mij dat de vier ponies, die hij voor zijn rijtuig gebruikte, hem 500 dollars hadden gekost.

Ofschoon de verhalen van de geheimzinnige, verborgen en snelle verwoesting door de witte mieren somtijds ongeloofelijk zouden kunnen schijnen, zou het geloof daaraan ook wel alle grenzen overschrijden. Wij hadden eene vrouwelijke bediende te Hong-Kong, die ons verhaalde dat zij hare spaarpenningen in dollars aan een harer bloedverwanten had geleend en dat, toen zij ze terug verlangde, men haar gezegd had dat de witte mieren de dollars hadden opgevreten, iets waaraan de goede vrouw in haren eenvoud geen oogenblik twijfelde. In de Philippijnen is hunne tegenwoordigheid, gedurende den regen-mousson bij zons-ondergang, ondragelijk. Een op waarheid gegrond feit kan als eene bijdrage dienen tot de kennis van de vernielende werking van deze insecten, aan welke schoone doorschijnende vleugelen zijn gegeven, zooals de botervliegjes in hunne latere levensphase; deze vleugelen vallen af, zoodra zij eene rustplaats vinden. In de stad Obando, provincie Bulacan, werden den 18den Maart 1838 de verschillende voor de misdienst bestemde kleederen en gereedschappen in eene kist van narrahout (Pterocarpus palidus) gelegd. Den 19den werden zij bij de mis gebruikt en 's avonds weder op hunne plaats gebragt. Den 20sten bemerkte men bij de kist eenig vuil en toen men ze opensloot, bleek het dat al de voorwerpen, met uitzondering van de gouden en zilveren haken, die met een vuilachtig vlies waren bedekt, geheel tot stof vergaan waren. Bij een naauwkeurig onderzoek werd echter in de geheele kerk geene enkele mier en ook geen spoor dezer vernielende dieren gevonden. Eerst vijf dagen later bevond men dat zij door een' zes duim dikken balk gedrongen waren.

Weinige van de grootere wilde dieren vindt men in de Philippijnen. De olifant moet in vroeger tijden bekend zijn geweest, daar de namen gadja (olifant) en nungagadja (olifanten-jagt) in de Tagalesche taal voorkomen. Ossen, zwijnen, buffels, herten, geiten, schapen, eene groote verscheidenheid van apen, katten, vliegende eekhorentjes, honden, ratten en andere dieren vindt men in verschillende klassen van tamheid en wildheid.

De groote insecten-plagen der Philippijnen zijn de witte mieren (termes) en de muskieten. Vlooijen, luizen en vliegen zijn minder talrijk en lastig dan in vele gematigde streken.

Sommige vleêrmuizen zijn van 5 tot 6 voet van de toppen hunner vleugelen af groot.

Er bestaan ongeloofelijke verhalen omtrent een kleine, zwarte vogel van het zwaluwenras, die zijn nest in den staart van wilde paarden zou maken. De Mas haalt aan wat hij noemt ontwijfelbaar te vertrouwen autoriteiten [28] tot staving zijner argumenten. Er bestaan tallooze soorten van kippen en duiven, wier Indiaansche benamingen voor Europesche ornithologisten van weinig nut zouden zijn. Onder die vogels behooren: de balicyao, beroemd om zijn zang; de mananayom (de eenzame), die altijd sterft als hij gevangen wordt, de coling, wien men gemakkelijk kan leeren spreken; talrijke papagaaijen; de calao, die een doorschijnenden bek heeft en even als een haan kraait; de bocuit, of de vogel met zeven kleuren, die eene bijzonder zoete stem heeft; de valoor, wiens vederen, even als die van de patrijs verschillen en de dundunay, die een van de schoonste vogels moet zijn.

Slangen, hagedissen en andere kruipende dieren vindt men in overvloed; spinnen van ontzaggelijke grootte; tarantulas enz. De guiko is zeer lastig om het geraas, dat hij maakt. Ik stond verbaasd over de kracht, waarmede dit dier, zelfs in de doodskrampen, een stuk hout vasthield, waarop het was geplaatst; zijne pooten schenen al de kracht te hebben van den zuiger, waarmee de jongens spelen en men had groote moeite het dier er van af te krijgen.

De vuur-vliegen verlichten de bosschen 's nachts. Er zijn sommige boomen, waaraan zij zich bij voorkeur boven anderen vasthechten. Weinige voorwerpen zijn schooner dan eene reeks boomen, met deze heldere en schitterende sterren verlicht. De prachtige schepseltjes schijnen eene wonderbare sympathie voor elkander te hebben, nu eens door het doen ontstaan van een plotselinge vlam van schoon vuur, van een licht en zacht groen, dan weder door het plotselinge uitdooven van het geheele vuur.

Van water-vogelen is de schildpad van gewigtig handels-belang. De inlanders die den tijd afwachten, dat zij aan het strand komen, verbergen zich en loopen, als een zeker aantal aan den wal is, tusschen de schildpadden en de golven, leggen ze een voor een op den rug en gaan ze, als zij gelegenheid hebben, halen. De groote oester, die de inlanders taclovo noemen, en veel in de kerken tot vat voor het wijwater wordt gebruikt en dikwijls aan den ingang van huizen wordt gezien, wordt gevangen door een koord te slaan om het ligchaam van het dier als de schelp is geopend; het dier sluit zich onmiddellijk op het koord en kan dan met het grootste gemak op de oppervlakte gehaald worden. Ik weet niet of er eenig werk op de Philippijnen over de schelpkunde bestaat, ofschoon er eene menigte soorten land- en waterschelpen zijn.

HOOFDSTUK XVII.

MINERALE STOFFEN.

De mijn-wetten, Reglemento de Minas, zijn vrijzinnig en verleenen concessiën aan iedereen: Spanjaard, Indiaan, mesties, genaturaliseerden of gevestigden vreemdeling, die eene mijn ontdekt, die ontdekking bekend maakt en ze exploiteert. Verschillende beambten en alle geestelijken zijn van dit voorregt uitgesloten. Het werk moet in negentig dagen worden aangevangen, onder zekere voorwaarden; vier achtereenvolgende maanden schorsing of acht maanden staking van arbeid in één jaar, doen de concessie verliezen. Er mogen niet minder dan acht werklieden bezig zijn. De mijnen zijn aan het onderzoek van het mijn-departement onderworpen. De mijn-verordeningen werden door den Kapitein-Generaal Claveria in Januarij 1846 uitgevaardigd.

Het goud van de Philippijnen wordt door wasschen en graven verkregen. In vele provinciën vindt men het in de rivieren en inlanders worden belast om het daar verkregene te wasschen. De merkwaardigste en voordeeligste goudmijnen, die door de Indianen bewerkt worden, zijn die van Tulbin en Sujuc. Zij breken de rots met hamers en malen ze tusschen twee kleine molensteenen, terwijl zij de stukken in water oplossen, waardoor het goud wordt gescheiden. Zij smelten het in kleine schelpen en het levert gewoonlijk 8 à 10 dollars per ons op, maar het is zelden fijner dan 16 karaten. Men vindt het in kwarts, maar de nuggets zijn zelden zeer groot. De inwoners van Caraga houwen in den top van een berg een bekken van belangrijke grootte en brengen daarin water door kanalen, van den wilden palmboom gemaakt; zij graven den grond op, terwijl het bekken wordt gevuld, dat plotseling wordt geopend en elke bestaande goudlaag vertoont; deze werkzaamheden worden voortgezet totdat de putten met ingevallen aarde worden gevuld, als wanneer zij verlaten worden; gewoonlijk, wanneer het tot eene diepte is gekomen, die de voordeeligste resultaten geeft, spoelt de waterstroom veel van het metaal weg, dat anders zou worden verkregen en verzameld. Men vindt ook goud in de aangespoelde lagen, die tusschen steenen gedaan en in het water geworpen worden, zoodat het metaal tot op den bodem zinkt. De rivieren Caraballo, Camarines en Misamis en de bergen Caraga en Zebu zijn de meest productive. Vele Indiaansche familiën vinden haar bestaan in het wasschen van het rivierzand en bij hevige regens vindt men het goud op de straten van sommige pueblos, als de stroomen zijn overgeloopen. Er kan geen twijfel zijn aan het bestaan van veel goud op de eilanden, maar vooral op die gedeelten, welke door de onafhankelijke stammen worden bewoond.

De Sociedad Exploradora is belast met de bewerking van de goud-mijnen en het wasschen van stofgoud in de provincie Nieuw-Ecija.

Stofgoud is het ruilmiddel in het binnenland van Mindanao en wordt in zakken voor de gewone levensbehoeften geruild. Het bezit van Californië door de Spanjaarden, gedurende zoovele geslachten, zonder de ontwikkeling van zijne rijkdommen, kan verklaren hunne luiheid en onverschilligheid op de Philippijnen, in weêrwil van de herhaalde waarschuwingen van Spaansche schrijvers dat de Archipel van goud overvloeit.

IJzer vindt men ook in overvloed, vooral in de provincie van Bulacan; maar men mag betwijfelen of het zoo goedkoop kan worden geproduceerd als ingevoerd, vooral daar de wegen in een zoo achterlijken staat verkeeren en wagenvrachten zoo zwaar zijn. Vele ijzerwerken zijn aangevangen, doch heeft men weder laten liggen.

Eene kolenmijn wordt geëxploiteerd te Guila Guila, op het eiland Zebu, aan de rivier Mananga, op een afstand van ongeveer 6 mijlen van de stad San Nicolas, die omstreeks 20,000 inwoners telt en bijna de grootste stad op het eiland is. Men zegt dat er kolenlagen van 1 tot 4 voet dikte gevonden worden. De eigenaar zeide mij dat hij in den loop van het volgend jaar in staat zou zijn kolen aan de kust tegen een matigen prijs aan te voeren te Tangui, nabij de stad Falisay.

Onder de verschillende voorwerpen van speculatie is het mijnwerk zeker het meest aantrekkelijk voor den avonturier om de hooge premiën, die het somtijds voor den gelukkige oplevert. Wanneer de kans tusschen verschillende deelhebbers is verdeeld, neemt het 't karakter van eene loterij aan, waarin de kansen naar den inleg is geëvenredigd, maar waarin, zooals in de meeste mijn-speculatiën op de Philippijnen, de ondernemingen door particulieren worden bestuurd, zonder de noodige middelen om de eerste zwarigheden te overkomen en in den noodigen inleg, teleurstellingen en verlies te kunnen voorzien, zoodat het verlaten van oogenschijnlijk kostbare en veel beloovende ondernemingen maar al te dikwijls voorkomt. Ik heb voor mij liggen eenige bijzonderheden omtrent de pogingen, die aangewend zijn tot bewerking van de kopermijnen van Mancajan, in het district Cagan (tegenwoordig Lepanto genaamd) in Zuid-Ilocos (Luzon). Zij werden op de ruwste wijze sedert onheugelijke tijden door de Igorotte Indianen bewerkt en de gunstige rapporten omtrent den rijkdom der aderen, die naar Europa werden overgebragt, leidden tot vernieuwde, maar slecht aangewende pogingen tot de exploitatie. Er moet veel geld verspild zijn, zonder dat zelfs de noodige werktuigen bestonden om het metaal uit te halen, of wegen om het te vervoeren. Eene proeve genomen met eene tien voet hooge en zeven voet breede laag, ter zijde van eene vier el diepe put gelegen, gaf, als de resultaten van eene analyse, 44 pCt. koper, 29 pCt. zwavel, 18 pCt. arsenicum en 9 pCt. ijzer. De ruwheid van de rotsen, de dikte van het struikgewas, de luiheid der inlanders en, waarschijnlijk vooral, het gemis aan eene intelligente leiding en voldoende geldelijke bronnen, hebben veel ontmoediging te weeg gebragt. Don Antonio Hernandez zegt dat 280 Indiaansche (Igorotte) familiën in Mancajan zich met koper graven en smelten bezig houden; dat zij alleen jaarlijks 200 picos (elke pico is 137 1/2 Eng. pond) leveren, die zij van 8 tot 9 dollars per pico verkoopen, op de plaats zelve en aan de naburige Christen Indianen voor 10 à 12; deze laatste verkoopen ze weder op de kust voor 13 à 16 dollars.

De Indianen in Ilocos en Pangasinan vervaardigen hunne eigene huishoudelijke benoodigdheden uit het koper, dat zij zelve uitgraven.

Fijn gespikkeld marmer wordt in de provincie Bataan gevonden en men heeft er zelfs van gebruikt tot sieraad der kerken; maar het bestaan daarvan heeft weinig de aandacht getrokken en men kon geen koper vinden voor sommige groote blokken, die door een' vaderlandschen avonturier waren uitgehouwen.

Reeds vroeger heb ik medegedeeld dat zich vele minerale wateren op het eiland bevinden, zoowel zwavel- als ijzerhoudend, te Antipolo. In de Laguna is eene beschermvrouw, waarvoor de feesten achttien dagen duren en bij welke gelegenheid tallooze massa's van het water komen drinken en aan de processiën ter harer eere deelnemen. De inwoners van Manilla hechten veel waarde aan de wateren van Pagsanghan.

HOOFDSTUK XVIII.

MANUFACTUREN.

De kunst van weven of die om draden zoo te doen kruisen dat zij een draagbaar weefsel vormen, is een der bewijzen van den overgang van het wilde tot het beschaafde leven. In koude landen is het schilderen van het ligchaam of het bedekken daarvan met bont, of vel of de basten van boomen de hulpbron van een wild volk; maar de behoefte aan eenige kleeding wordt zoo weinig in tropische streken gevoeld, dat de zendelingen vergunning vroegen den weverstoel in te voeren en de inlanders te onderwijzen in alle zaken, die tot hun gemak kunnen dienen. Zij leerden hen dan voor hunne huizen lijm, steenen en dakpannen, trappen, vensters en schoorsteenen maken, ten einde zich beter tegen regen en storm te beveiligen; stoelen, tafels en keukengereedschap volgden; er kwamen ook rijtuigen om hen over te brengen, maar bovenal boogden de monniken op den ootmoed en het welslagen der Indianen in het decoreren der christelijke kerken; het bouwen en versieren der altaren; het houwen van heilige beelden en hun algemeen streven om de pracht der geestelijke plegtigheden te verhoogen.

De kunst van den scheepsbouw maakte groote vorderingen. Op cano's (in het Indiaansch barotos), die uit een enkelen boomstam waren vervaardigd en alleen voor het bevaren van rivieren gebruikt werden, volgden goedgebouwde vaartuigen van verscheidene tonneninhoud, waardoor een handel langs de kust en door de eilanden werd gevestigd. In den beginne hadden de planken de geheele lengte van het vaartuig, maar de verbeteringen uit Europa zijn daarbij langzamerhand ingevoerd, zoodat de schepen, die tegenwoordig op de Philippijnen gebouwd worden, niet verschillen van die in het moederland. Wij zagen vele op de werven aan de oevers van de rivier Agno, en de Indiaansche bouwmeesters waren begeerig ons schip Magicienne in alle bijzonderheden te onderzoeken, waarbij de kapitein en de officieren hun zeer beleefd ter hulpe kwamen, ten einde hen opmerkzaam te maken op de verbeteringen, die ons vaartuig hun aantoonde. De kosten van bouw, zeide men, dat ongeveer 15 pond sterling per ton bedroegen. De Bella Bascongada, een vaartuig van 760 ton, dat in Pangasinan was gebouwd, kostte 54,000 dollars, of ongeveer f 135,000.

Er is weinig gedaan voor de invoering van verbeterde machines tot fabrikage van weefsels, die van zijde, katoen, abacá gemaakt worden, en vooral voor de zeer fijne fabrikaten van de vezelen van het pijn-appelblad, die pinas genoemd worden. Deze worden op de eenvoudigste werktuigen van bamboes en met een zoo fijnen draad verwerkt, dat men dien, bij het gebruik er van als fijn gaas, zelfs voor een togtwind dient te beschermen. De Bisajaansche provinciën, en vooral de omstreken van Iloilo, zijn het meest beroemd om de fabrikage van deze schoone stof, die naar de hoofdstad wordt gezonden om geborduurd te worden, en soms worden fabelachtige sommen voor de meer bewerkte soorten besteed, zoodat dikwijls 1 à 2 ons goud voor een klein doekje wordt betaald. In Zebu worden fraaije katoenen dekens en te Panay eene groote verscheidenheid van verschillende stoffen vervaardigd.

De Indianen verstaan de kunst hoorn zacht te maken en te bewerken. Van metalen maken zij zeer fijne zilveren en gouden kettingen, waarvoor vroeger veel navraag in Mexico bestond; thans geloof ik dat Europesche juweliers den Indiaanschen werkman hebben verdreven.

Matten zijn een merkwaardig voortbrengsel van de eilanden. Sommige zijn zeer schoon, in verschillende kleuren en met gouden en zilveren patronen doorwerkt. Matrassen worden nooit voor bedden gebruikt; iedereen slaapt op eene mat, die somtijds, niet over het algemeen, met een laken en een lang zacht kussen is voorzien, dat tusschen de beenen wordt gelegd en een noodig middel voor eene gemakkelijke rust geacht.

Uit vezelen geweven hoeden en cigarenkokers van verschillende kleuren, waaronder de witte de kostbaarste en schoonste is, wedijveren met dergelijke voortbrengselen van de inlanders van Panama.

Der werktuigen, die de Indianen bij de fabrikage gebruiken, zijn op de eenvoudigste en ruwste wijze zamengesteld.

De sterke drank, vino de nipa genaamd, wordt veel in de Philippijnen geproduceerd. Vóór 1712 was het een monopolie in de provinciën nabij de hoofdstad en bragt toen 10,000 dollars jaarlijks op; in 1780 werd de pacht afgeschaft en in 1814 werd de collecte aan de algemeene administratie overgedragen. Het sap wordt verkregen door eene holte in het vleezige gedeelte van den palmboom te snijden, waarin men een bamboesriet brengt, terwijl men daarna den boom over het vaatwerk bindt, dat het sap moet opvangen. De verkoop van den nipa-wijn is een monopolie in handen van het gouvernement, waarover de Indianen zeer en te regt luide klagten aanheffen. Accijnsen, die tot huiszoeking leiden en met het dagelijksche leven in aanraking komen, zijn overal en in alle landen als de meest harde en onaangename vormen van belasting beschouwd. De mensch, van welke kleur ook, is overal mensch; overal betoont hij, hoezeer in verschillende vormen, dezelfde afkeer en dezelfde sympathie. De zware hand van bestraffing en verdrukking rust niet op de Filipinos, maar eene reorganisatie van de wijze van belasting heffen zou bevorderlijk zijn aan de belangen en de welvaart van het volk.

HOOFDSTUK XIX.

VOLKS-SPREEKWOORDEN.

De volgende verzameling van spreekwoorden is niet onaardig; zij is curieus en karakteristiek. Zij kan bovendien strekken om licht te verspreiden over den volksgeest; de spreekwoorden zijn geschikte staaltjes van den Tagaleschen tongval:

Zonden zijn de kwalen der ziel.

Job had vele rampen te verduren, maar zij troffen toch zijn innerlijk niet.

Maak u tot vriend van mijn vriend.

Voeg u niet bij hem, die kwaad in den zin heeft.

Verlang niet naar iets wat niet is te verkrijgen.

Zij twisten over hetgeen zij betwisten zullen (zij willen twisten).

Slechte boomen brengen geene vruchten voort.

Schrijf nu en dan, lees nu en dan.

Werp geen steen uit, hij mogt op uw eigen hoofd vallen.

Zingt een wiegelied op uwe bruiloft.

Drijf mij niet voort; ik ben geen beest.

Waarom zult gij u op deze vuile plaats zetten?

Meng mij niet in dezen twist.

Een mes zal niet door den rug van een krokodil gaan.

Wat gij doet, verrigt het bedaard.

Hef uwe oogen op en gij zult de sterren zien.

De tamboer moet den trommel slaan.

Bewaak niet hetgeen slaapt.

De armen hebben geen min.

Hij draagt zijn hart in de hand.

Hij zou liever op een paardenschuijer zuigen dan niet te drinken.

Luister! gij doet wat gij niet weet.

Goede daden zijn hemelsche werken.

Onrust is de voortdurende gezel der jaloezij.

Een slaper tot schildwacht maken.

Een lange tong moet afgesneden worden.

Rijkdommen zijn het lokaas van den duivel voor den mensch.

De kreten van den verongelijkte zullen ten hemel stijgen.

Een kandelaar in een huis kan eene straat verlichten.

Maak uwe rijst met de maaijers rijp.

Er is geene hoogere oudheid dan Adam.

Wanneer zult gij uw zottenhuid verbergen? (Wanneer zult gij wijs worden?)

Voor dieven straf en berouw.

Laat hem een gezang maken of er een zingen (voor hem, die het verlangt).

Wanneer zal uwe rivier eene zeeaal voortbrengen (tot een bluffer).

Hoe kort moet de kortheid van uw verstand zijn?

Schoon is de kerk, maar zij moet hare gordijnen (geheimzinnigheden) hebben.

Als de waarheid over vele (lippen) is gegaan, wordt zij zoo verward en verdraaid, dat zij niet meer op de waarheid gelijkt.

Wat is zoeter dan honig, of sterker dan een leeuw?

Vertel een leugen om eene waarheid te vinden.

Vertrouw het ontwarren van draden niet aan iemand met vuile handen.

Als hij zoo braaf is, moet hij naar de woestenij gaan (een kluizenaar worden).

Gij komt om te werken en brengt geene werktuigen mede.

Bewaak den slapende niet.

Vertrouw den bedrieger niet, die zegt: ik zal het langzamerhand doen.

Buig niet de regte roede der geregtigheid.

Hij roert de asch op om het vuur op te stoken.

Arbeid en Gods zegeningen brengen rijkdommen aan.

Ik zeg u op God te vertrouwen en gij houdt u doof.

Eene beleediging is eene doorn die het hart van den eerlijken man treft.

Zoetigheden hebben hare bitterheden (het suikergehalte van het suikerriet).

Voor bravados spelen.

Gij bedriegt door te veinzen dat gij vast (huichelarij in godsdienst).

De aap, hoe rijk ook gekleed, blijft een aap.

(Spaansch spreekwoord).--Hoe ook met zijde opgesmukt, een aap blijft altijd een aap.

Snuif niet (door den neus) in tegenwoordigheid van iemand, die dit doet (d. i. maak de gebreken van anderen niet bekend).

Hoed u voor eene wilde kat.

Zelfs naakt vertoont de braafheid zich van zelve.

Laat bestuurders regeren.

Er is geen rijst in uwe schuur (aan een onwetend mensch).

Hij sloeg eene vlieg af en werd door eene bij geprikt.

Uwen tolk onwetend maken.

Beantwoord den onzin van anderen met onzin.

Waarom zoo opgeblazen? (eene toespraak om bluffen te doen ophouden).

Kan hij den baard aan den haak scheren? (Is hij bekwaam?)

Terwijl hij bekwaam is, houdt hij zich dom.

De hemel is ver af voor zondaars.

Zoo ernstig als de steek van een luizenei (neet).

Die geene tanden heelt, kan niet bijten.

Te veel stijfhoofdigheid is eene kwade zaak.

Uwe stijfhoofdigheid zal tot uw verderf zijn.

Eene zonde jegens een' nabuur is eene beleediging voor God.

Den duivel belasting betalen.

Verander onkuischheid in kuischheid.

Leven is werken.

De vreugde des hemels zal eeuwig en immer voortduren en eindeloos zijn.

Waar de wond is, moet de pleister gelegd worden.

Vraag niet naar geld, wat gij geleend hebt.

Met het touw spelen, als de top verloren is. (Eene gebruikelijke spreekwijze, als een patroon eene gunst weigert.)

De genoegens der aarde zijn geen haar waard.

Zaai niet tusschen steenen.

Gij beuzelt, terwijl er zoo veel werk te verrigten is.

Ik krab mij zelven, omdat niemand mij krabben wil.

Als ik met mij zelven wil twisten, zal ik het doen als ik alleen ben.

Als gij mij uitscheldt, waarom doet gij het dan met zoo veel geraas?

Buitensporigheden zijn zeldzaam, als het hart in ruste is.

Hij die zwak en arm is, moet gehoorzamen.

Berouw is van weinig waarde, als de boeteling in handen van den duivel, de hel of den beul [29] is.

Hij, die met een vollen mond spreekt, wordt niet verstaan.

Een kort man zal zijn hoofd niet aan de zoldering stooten.

Als gij de vrucht afslaat, sla dan den boom niet door.

Eenheid van doel geeft zekerheid van welslagen.

Overmeesterd van woede tot iemand die «borracho de colera» is, zoo als de Spanjaarden zeggen.