Een Bezoek aan de Philippijnsche Eilanden
Part 15
«Op den avond voor het feest,» zegt een inlandsche schrijver, terwijl hij melding maakt van hetgeen in de nabijheid van Manilla plaats had «is men in de pueblo druk bezig met het maken van toebereidselen. Op de straten worden schoone bogen van bamboe gemaakt, met beschilderd linnen bedekt, die verschillende bouworden aanduiden; sierlijke draperiën worden over den boog gehangen, waarin zich verschillende openingen of vensters bevinden, om daarin bont opgesmukte lantarens te plaatsen (eene kunst, die ongetwijfeld overgenomen is van de Chinezen, welke daarin zeer ver gevorderd zijn). In de lantarens worden versierde beeldjes in voortdurende beweging gehouden door de warmte van den atmospheer. Bouquetten van kunstbloemen, vruchtengroepen en verschillende deviesen versieren de huizen, terwijl de plaatselijke muzikanten serenades brengen aan de priesters en de autoriteiten; de geheele bevolking begeeft zich voorts ter kerke voor de avonddienst. De dalagas (meisjes) maken hare beste plunje gereed om aan de processie deel te nemen, waarin koninginnen en heiligen, benevens verschillende personen uit de H. Schrift, worden voorgesteld door de Zagalas of vrouwelijke personen uit de gezinnen, die dan fluweelen en gouden kleederen dragen, met al de juweelen versierd, die men kan vinden, en hoezeer nu het kostuum niet altijd van veel klassieke of historische kennis getuigt, is het toch zeer schoon en luisterrijk, doet het genoegen aan de dragers en wordt bewonderd en toegejuicht door de toeschouwers. Volksliederen worden, geaccompagneerd door de guitar, gezongen en de vrolijkheid duurt tot middernacht voort. Ten 8 ure van den volgenden morgen wordt de mis bijgewoond, eene preek gehouden en eene processie gemaakt, waarna allen zich naar hunne woningen begeven om de hitte van den dag te ontgaan, maar in de voornaamste woningen zijn maaltijden gereed voor iederen gast, die komen wil, terwijl eene groote verscheidenheid van Indiaansche spijzen op de tafel staan. Ten vier ure des namiddags komen de militairen met hunne muziek en gewoonlijk vereenigen de dorpsmuzikanten in het kerkkoor zich dan bij de kerk om de talrijke bezoekers uit de hoofdstad te verwelkomen. De menigte rijtuigen is dan zóó groot, dat zij niet door de straten mogen rijden, maar aan den ingang van den pueblo moeten verlaten worden, terwijl de dan uitstappende personen te voet naar de woningen moeten gaan, waar men hen uitgenoodigd heeft. Een groot aantal Spaansche meisjes uit Manilla zit aan de vensters om de drukte te beschouwen. De straten zijn nu niet alleen gevuld met de fraai uitgedoschte inwoners, maar ook eene massa Indianen komt uit de binnenplaatsen om aan het feest deel te nemen. De inlandsche autoriteiten brengen nu, door muziek voorafgegaan, een bezoek in de verschillende huizen om de Zagalas bijeen te zamelen, die in hare koninklijke kleederen en met haar kroonen te voorschijn komen, met eene menigte volgelingen achter zich. Er heeft een groot vuurwerk plaats; raketten worden af- en ballons opgelaten en zoo gaat de processie naar de kerk. Het is een groote dag voor den gallera of het haanstrijdperk; het is tot stampens toe gevuld met drukke en opgewonden vertooners en toeschouwers; groote weddingschappen worden aangegaan; hutten omgeven de plaats, waar eten en drinken wordt verkocht en onder de délicatesses komen geroosterde speenvarkentjes veel voor. De processie vertrekt gewoonlijk ten 6 ure. Allen, die er aan deelnemen, dragen een brandende waskaars; eerst de kinderen van het dorp; daarna de soldaten; vervolgens het beeld der Heilige Maagd, met een geleide van gesluijerde dames; daarop het beeld van den heilige van den dag of van de plaats, wiens wagen door een aantal dalagas in witte kleederen wordt gedragen, die guirlandes en kroonen van bloemen in de hand hebben en door de autoriteiten en den priester met zijn' gouden kap gevolgd worden; nu een muziekkorps en cavalerie-soldaten; hierachter de hoofd-zagala, wier koninklijk kleed door acht of tien Indiaansche meisjes, in het wit gekleed en met bloemen versierd, wordt gedragen. Andere zagalas, voorstellende de Christelijke deugden, komen nu, als: Trouw, Hoop, Liefdadigheid met hare karakteristieke attributen. Somtijds zijn er ook karren bij, waarin tooneelen uit de Schrift door personen worden vertoond, terwijl anderen alle blijken van ootmoed ten toon spreiden. De processie trekt door de straten, tot dat het laat in den nacht is; dan worden de beelden weder naar de kerk gebragt en beginnen andere vermakelijkheden. De voornaamste gasten worden gelaten in een open, tijdelijk opgerigt gebouw, dat fraai gedrapeerd en schitterend verlicht is; in het midden staat eene groote tafel, met lekkernijen opgevuld en met bouquetten en pyramiden van bloemen versierd. De grootste eerbewijzen worden aan de geestelijken en daarna aan de andere bezoekers betoond, naar gelang van rang en positie. Daar de straten en huizen verlicht worden, zoodra de nacht aanbreekt, verzamelen de voornaamste inwoners hunne gasten daar en tegen 10 ure begint men met het ontsteken van vuurwerk en het oplaten van ballons, waarbij de concurrentie van de vuurwerkkunstenaars der hoofdstad ruim veld is overgelaten. De meeste pueblos rondom Manilla hebben hunne feestdagen en bij het wedijveren in het roemrijk maken van de plaatselijke heiligen en beschermers, trachten zij zelfs de hoofdstad voorbij te streven. Santa Cruz, eene rijke en volkrijke plaats, verheugt zich in de bescherming van den H. Stanislas en spreidt verder de meeste pracht ten toon, waarin de inwoners van Manilla een werkzaam aandeel nemen. De feestdag der Chinezen is die van den H. Nicolaas in Guadalupe. Tondo heeft zijne bijzondere feesten. Binondo is groot en prachtig op den dag van «Onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans van den H. Dominicus.» Sampaloc viert «Onze Vrouw van Loreto.» Santa Ana vereert «Onze Vrouw van de Verlatenen» (de los desamparados). Pandacan heeft zijne feesten ter eere van «den heiligen naam van Jezus» en de pracht daarvan verhoogt de liefelijkheid der plaats. St. Sebastiaan houdt den optogt met zijn zilveren wagen, waarin «Onze Vrouw van Carmel» statig wordt rondgedragen. De schorsingen, die door de regenmaanden, de vasten en door vele andere belemmeringen plaats hebben, worden vergoed door de buitengewone ceremoniën en festiviteiten en andere katholieke vreugdedagen. Alleen de lijst van al deze fiestas zou bladzijden beslaan en ik had het geluk de eilanden juist in een tijd te bezoeken, dat ik de gelegenheid had menige dier karakteristieke vertooningen bij te wonen.»
De weelde der monniken en van sommige monniken-orden op de eilanden is dikwijls en natuurlijk een onderwerp van verwijt geweest. De inkomsten, die zij trekken, zijn op sommige plaatsen zeer belangrijk, in verwijderde districten beloopen zij zelfs 8 à 9 duizend dollars per jaar, soms meer, zooals in de volkrijke pueblos als Binondo. Sommige dezer gemeenten bezetten ook groote stukken gronds, waarvan de administratie op bepaalde vergaderingen, in de hoofdstad gehouden, wordt gecontroleerd, bij welke gelegenheid de menschen uit de verschillende provinciën en van dezelfde broederschap, verslag moeten doen van hun beheer en de algemeene belangen der broederschap bediscussiëren. De besparingen der monniken komen na hunnen dood aan de kloosters, maar zij beschikken er bij hun leven zonder veel moeite over.
Wij hebben reeds gezegd dat de staatkunde der monniken op de Philippijnen daarin bestaat om den Indiaan langs een pad van bloemen naar den hemel te geleiden. Hij zal weinig berisping van zijn' geestelijken vader ondervinden, wanneer hij de godsdienstige plegtigheden getrouw waarneemt, zijne bijdragen aan kerk en staat geregeld schenkt en die openlijke blijken van eerbied en ootmoed betoont, die de vertegenwoordigers der Godheid als hunne wettige erfenis eischen; maar er bevinden zich ook vele doornen onder de rozen van, en veel hinderpalen op dien hemelschen weg en eens zal de tijd komen dat hooger en edeler streven dan thans den armen onbeschermden, of weinig beschermden Indiaan bezielt, zijn' levensgedrag zal leiden.
De persoonlijke beleefdheden, de gulle ontvangst en de talrijke attenties, die ik van de monniken overal op de Philippijnen ondervond, moeten mij natuurlijk gunstig voor hen doen stemmen. Ik vond onder hen inderdaad mannen, die liefde en eer waardig zijn, sommigen zelfs van groote geestontwikkeling, maar letterkundige beschaving en wetenschappelijke kennis zijn zeldzame zaken onder hen. Steeds bezig met hunne eigene belangen, weten zij weinig van de wereldsche zaken. Politiek, geographie, geschiedenis hebben geene bekoorlijkheid voor hen die, zoo zij al den lust tot studeren hadden, in hunne afzondering en uitsluiting weinig gelegenheid daartoe zouden hebben. Hunne kloosters zijn schier paleizen met uitgebreide hoven, gronden en tuinen; hunne inkomsten dikwijls groot. Hoezeer hunne leefwijze over het algemeen sober en eenvoudig is, houden velen schoone rijtuigen en hebben de beste paarden van de plaats; zij worden meestal door eene ootmoedige en bijgeloovige bevolking omgeven, op wier hoop en vrees, gedachten en gevoelens zij een invloed uitoefenen, die betooverend zou worden genoemd, wanneer hunne geloovigen dien niet goddelijk achtten. Deze invloed is ongetwijfeld grootendeels verkregen door den heldenmoed, den arbeid, het lijden en de opofferingen van de vroegere zendelingen en door de goed georganiseerde hierarchie van de Roomsche kerk, wier vertakkingen zich tot de uiterste punten uitstrekken waar slechts een vorm of schijn van het Christendom kan worden ontwaard. Boekdeelen op boekdeelen--de uitgebreide verhalen van de handelingen der verschillende godsdienstige orden zijn voor Protestantsche lezers weinig bekenden--vullen de boekzalen van deze gestichten, die de verzamelplaatsen zijn van hunne godsdienstige historie.
De meest invloedrijke broederschap op de Philippijnen is die der Augustijnen (Agostinos Calzados), die met de verzorging van meer dan anderhalf millioen zielen belast zijn. De barrevoetgaande Augustijnen (Agostinos Descalzos of Recoletos) oefenen over ongeveer een derde van dat aantal gezag uit. Dan volgen de Dominikanen in rang, wier vereenigingen niet minder talrijk zijn dan die der barrevoetgaande Augustijners. Vervolgens komen de Franciscanen, die met de Dominicanen in de uitgestrektheid van hun gezag gelijk staan. Afgescheiden van de monnikenorden en de hoogere geestelijke autoriteiten, bestaat er slechts een klein aantal parochiale en wereldlijke geestelijken in de Philippijnen.
Bij gelegenheid van installatie onder het «koninklijk zegel» hebben de plegtiglieden plaats in de kerk der Augustijnen, de oudste in Manilla, waar ook de regements-vaandels worden ingewijd en andere publieke feesten gevierd. Aan deze kerk is een klooster verbonden. De geregelde Augustijnen en de Recoletos hebben beiden geldelijke toelagen van den Staat. De Franciscanen staan naast de Augustijnen, wat betreft het aantal hunner geestelijkheid.
Eene bron van invloed, die de monniken bezitten en waarvan eene menigte burgerlijke ambtenaren is uitgesloten, bestaat in het meesterschap van de inlandsche talen. Al de voorbereidende studiën van geestelijke aspiranten zijn aan dit onderwerp gewijd. Het lijdt geen twijfel dat het dagelijksch verkeer met het Indiaansche volk hun daarin wel te stade komt, daar zij steeds in gesprek daarmede zijn, terwijl zij naauw bekend zijn met hunne belangen. Een der beste middelen om het gezag der burgerlijke departementen te verhoogen zou bestaan in de aanmoediging, aan de ambtenaren te geven tot het verkrijgen van de kennis der inlandsche talen. Ik meen dat het Spaansch nergens dan in de hoofdstad van de predikstoelen gesproken wordt. In vele pueblos vindt men geen enkelen Indiaan, die Castiliaansch verstaat, zoodat de priester dikwijls de eenige tolk tusschen het gouvernement en de gemeente is en, zooals de maatschappij thans is georganiseerd, een noodzakelijke tolk. Men moet hier in het oog houden, dat de verschillende leden van godsdienstige broederschappen door sterker banden en een krachtiger en meer invloedrijke organisatie aan elkander gehecht zijn, dan eenige officiele hierarchie onder burgers, zoodat het gouvernement geenerlei medewerking van de priesterschap kan verwachten, waar het geldt de vermindering van geestelijke magt of gezag, hoezeer de onderwerping van dat gezag aan den Staat en de beperking daarvan, overal waar het zich in het algemeen welzijn mengt, eene groote noodzakelijkheid en een gewigtig op te lossen vraagstuk in de Philippijnen is. Maar hier juist is het Katholieke karakter van het gouvernement zelf eene zeer groote en bijna onoverkomelijke zwarigheid. Niets is den Spanjaard dierbaarder dan zijne godsdienst; zijne orthodoxie is zijn trots en roem en op dezen grondslag bouwt de Roomsche kerk natuurlijk haar politiek gezag en kan zij haar alles overheerschenden invloed met den geheelen werkkring van het civiel gouvernement ineenmengen. De Hollanders hebben in hunne koloniën met zulk eene zwarigheid niet te kampen.
De Kapitein-Generaal heeft de goedheid gehad mij de jongste opgaven te geven van de geestelijke corporatiën op de Philippijnen tot op 1859. Zij zijn de volgende:
+------------+-----------+--------+-----------+--------- | Belasting- | | | | Sterfge- | schuldigen | Zielen. | Doop. | Huwelijk. | vallen. ------------------------+------------+-----------+--------+-----------+--------- Recoletos. | | | | | Aartsbisdom Manilla. | 29.899 | 122.842 | 5.335 | 1.166 | 3.334 provincie Zebu. | 90.701 | 454.279 | 18.559 | 4.166 | 6.500 +------------+-----------+--------+-----------+--------- Totaal | 120.600 | 577.121 | 23.894 | 5.332 | 9.834 +------------+-----------+--------+-----------+--------- Franciskanen. | | | | | Aartsbisdom Manilla. | 60.936 | 227.866 | 7.988 | 1.923 | 7.896 Bisdom Nieuw-Caceres. | 72.477 | 289.012 | 9.957 | 2.505 | 7.020 Bisdom Zebu. | 57.778 | 237.583 | 9.941 | 2.260 | 4.691 +------------+-----------+--------+-----------+--------- Totaal | 191.191 | 754.461 | 27.886 | 6.688 | 19.607 +------------+-----------+--------+-----------+--------- Augustijnen. | | | | | Aartsbisdom Manilla. | 162.749 | 678.791 | 28.826 | 6.194 | 20.669 Bisdom Ilocos. | 85.574 | 357.218 | 15.775 | 4.218 | 8.383 Bisdom Zebu. | 136.642 | 607.821 | 27.049 | 4.049 | 16.361 +------------+-----------+--------+-----------+--------- Totaal | 384.965 | 1.643.830 | 71.650 | 14.461 | 45.413 +------------+-----------+--------+-----------+--------- Dominicanen. | | | | | Aartsbisdom Manilla. | 20.803 | 74.843 | 3.230 | 603 | 2.806 Nieuw-Segovia. | 77.314 | 352.750 | 1.374 | 3.909 | 9.216 +------------+-----------+--------+-----------+--------- Totaal | 98.117 | 427.593 | 4.604 | 4.512 | 12.022 ------------------------+------------+-----------+--------+-----------+---------
De Dominikanen zijn belast met de zendingen in de provincie Fokien in China en Tonquin. Zij deden in 1857 plaats hebben: in Fokien 11.034 belijdenissen en 10.476 communiën; 1.973 doopplegtigheden van kinderen en 213 van volwassenen, 284 huwelijken en 288 bevestigingen. In Oostersch Tonquin: 3.283 doopplegtigheden van kinderen en 302 van volwassenen; 4.424 laatste oliesels, 64.052 belijdenissen, 60.167 communiën en 658 huwelijken. In Midden-Tonquin: 5.776 doopen van kinderen en 400 van volwassenen; 32.229 zalvingen; 141.961 belijdenissen; 131.438 communiën en 1.532 huwelijken.
HOOFDSTUK XIII.
TALEN.
Het Tagaleesch en Bisajaansch zijn de meest verspreide talen op de Philippijnen, maar elk dezer heeft zulk eene verscheidenheid van tongvallen, dat de inwoners van verschillende eilanden en districten dikwijls voor elkander niet verstaanbaar zijn en dat is nog minder het geval bij de inlandsche stammen, die de bergdistricten bewonen. De meest opmerkelijke verscheidenheden zijn de dialecten van Pampangas, Zambal, Pangasinan, Ilocos, Cagajan, Camarines, Batanes en Chamorro, die allen aan eene van de beide hoofdtakken ontleend zijn. Maar de talen der onbekeerde Indianen wijken geheel af en hebben weinig verwantschap met elkander. Van de bovenbedoelde bestaan dertig verschillende tongvallen. De verwantschap tusschen en de aard van de Tagalesche en Bisajaansche talen kan men het best opmaken uit eene vergelijking van het «Onze Vader» in elk der beide, met eene woordelijke vertaling daarvan:
Tagaleesch.
Ama nanim [14] sungma [15] sa langit ca [16] sambahin [17] Vader onze (van ons) zijt in den hemel Gij geheiligd (zij)
ang ngalan mo; mupa sa anim ang caharian mo; sundin ang lool de naam Uw; kome tot ons het koningrijk Uw; geschiede de wil
mo dito sa lupa para na sa langit; bigianmo camin ngai-on Uw hier op aarde gelijk in den hemel; gegeven (zij) ons nu
nang anim canin sa arao-arao [18] at patauarvin-mo camis nang de onze rijst van alle dagen en vergeven (zij) ons de
animg manga-otang para nang pagpasawat nanim sa onze schulden gelijk als vergeven (zijn) ons die
nangagcacaoton sa anim; at hunag-mo caming welke schulden hebben begaan jegens ons; en laat niet ons
ipahivntolot [19] sa toeso; at yadia-mo camis sa ditan vallen in verzoeking; en verlos ons van alle
masama. kwaad.
Bisajaansch.
Amahan namu nga itotat ca sa langit, ipapagdayat [20] an Vader onze die zijt gij in den hemel, geheiligd zij de
imong ngalan; moanhi [21] canamun an imong pagcahadi [22]; Uw naam; kome tot ons het Uw koningrijk;
tumancun an imong buot dinhi si yuta maingun sa langit; geschiede de Uw wil hier op aarde gelijk in den hemel;
ihatag mo damsin an canun namun sa matagarvlao, ug pavadin gegeven (zij) ons de rijst onze op elken dag, en vergeven
mo [23] canir san mga-sala namu, maingun ginuara [##] namun zij ons de schulden onze, gelijk vergeven ons
san mganacasala danum; ngan diri imo tugotan deze schulden tegen ons; niet door U toegelaten (zij)
cami maholog sa manga-panulai sa amun manga caauai [24]; ons vallen in verzoekingen van onze vijanden;
apan baricun-mo cami sa manga-maraut ngatanan. ook verlos (zij) ons van kwaad alle.
Een woordenboek van de Tagalesche taal werd in 1613 door Pater San Buenaventura uitgegeven en een folio Vocabulario door Fr. Domingo de los Santos, te Sampaloc (Manilla) in 1794. Dit woordenboek bestaat uit ongeveer 11.000 uitdrukkingen; daar ieder woord zoovele beteekenissen heeft, zoo bedraagt het tegenwoordige aantal Tagalesche woorden naauwelijks meer dan 3,500. De voorbeelden van ieders verschillende uitlegging zijn ontelbaar.
Een ander Vocabulario de la Lengua Tagala, door «verscheidene vrome en geleerde personen» nagezien en in orde gebragt door de Jezuïten paters Juan de Noceda en Petro de San Lucar, werd in 1832 te Valladolid uitgegeven. De uitgever zegt hartelijk gewenscht te hebben van de taak ontlast te worden, maar de «blinde gehoorzaamheid» aan zijn' superieur verschuldigd, dwong hem voort te gaan. «Er kunnen--zegt hij--geene regels gesteld worden voor de juiste grammaticale uitspraak van de taal, van wege de uitzonderingen en de uitzonderingen op die uitzonderingen. De verwarring tusschen bedrijvende en lijdende deelwoorden is een labyrinth, dat men niet kan doorkomen. Er bestaan meer boeken over de taal (artes)--berigt hij--dan over eenige doode of levende taal.» Hij heeft niet minder dan 37 geraadpleegd, waaronder de eerste plaats moet worden toegekend aan den Tagaleschen Demosthenes (pater Francis de San José), aan wiens nasporingen niemand iets goeds kan toevoegen. Hij zegt al de wortels te hebben aangegeven, maar niet hunne vertakkingen, die onmogelijk zijn te volgen. Maar de Vocabulario is zeer gunstig beoordeeld door den «Visitador» als «een adelaar in zijne vlugt» en «eene zon in haren glans». Het mogt drie duizend nieuwe woorden aan dit woordenboek hebben toegevoegd. De uitgever zelf is zedig genoeg en zegt slechts een drup in den Oceaan te hebben gestort. Pater Noceda heeft zich dertig jaren met de bewerking van het boek bezig gehouden, dat in menige hand is geweest; hij wilde geen woord opnemen vóórdat «twaalf Indianen» hem hadden verzekerd dat hij de ware beteekenis had gevonden. Hij wilde niet minder nemen, want was hij van zijn' regel afgeweken en had hij het aantal verminderd; wie weet, vraagt hij, met welk een gering gezag hij zich tevreden zou hebben gesteld? Het lijdt geen twijfel dat het geheel onmogelijk was volkomen synoniemen te vinden tusschen zoo ongelijke talen als het Castiliaansch en Tagaleesch, en dat de wortel van een woord, waarnaar de uitgever zocht, dikwijls verloren geraakt in de afleidingen, zamenstellingen en toevoegsels, waarvan het omgeven is, zonder een vasten grondslag te hebben. En na dat alles kan men de vraag stellen: Wat is de Tagalesche taal? Die der bergen verschilt veel van die in de dalen; de tongval van den Comingtang wijkt af van die der Tingues.
Het woord Tagala, dat somtijds Tagal, Tagalo of Tagaloc geschreven wordt, is, naar mijne meening, afgeleid van Taga, inlander. Taga Madjajdjay is een inlander van Madjajdjay. Een goede Christen wordt ang manga taga langit, een inlander van den hemel genoemd, en het is eene gewone verwensching, wanneer men tot iemand zegt: «Taga infierno,» hetgeen beteekent: «Gij moest een inlander van de hel zijn.»
De Tagalesche taal is niet gemakkelijk te leeren. Een Spaansch spreekwoord zegt dan men noodig heeft un ano de arte y dos di bahaque: een jaar taalkunde en twee van bahaque. Bahaque is de inlandsche kleeding. De monniken verzekerden mij dat zij verscheidene jaren moesten verblijf houden vóór dat zij in het Tagaleesch konden prediken; en in vele kloosters wordt meestal in de inlandsche tongvallen gesproken, dewijl er weinig gelegenheid bestaat om in het Spaansch te spreken.
De vereeniging van naam- en werkwoorden tot een enkel woord en de moeijelijkheden om de wortels van elk derzelve te bepalen, wordt uit verlegenheid gedaan, daar de armoede aan woorden vele beteekenissen aan dezelfde uitdrukkingen doet geven. Zoo beteekent ayao: genoeg, voorbijgaan van koopwaren, duurte, en is tevens een verwonderingsteeken; baba beteekent: vischhaak, baard, longen, toevallig, afwijking; bobo: een net, smelten, verschrikken, verspillen; alangalang: hoffelijkheid, hoogheid, waardigheid. Van daar dan ook de voortdurende herhalingen van hetzelfde woord. Aboabo: mist; alaala: herinneringen; ngalangala: paleis; galagala: lijm; dilidili: twijfel; hasahasa: een visch.
Zoo wordt een groot aantal Tagalesche woorden gebruikt om een werkwoord in zijn verschillende toepassingen voor te stellen, waarin het moeijelijk is eenigen gemeenen wortel of een schijn van gelijkenis te vinden. Noceda heeft voor het werkwoord geven (dar in het Spaansch) 140 woorden in het Tagaleesch; voor (meter) plaatsen, bestaan 41 vormen; voor (hacer) doen, 126. De stand van de maan wordt door twaalf uitdrukkingen voorgesteld, waarvan in slechts twee het Tagaleesch woord voor maan voorkomt.