Door Centraal-Oceanië De Aarde en haar Volken, 1908

Chapter 4

Chapter 4754 wordsPublic domain

De krijgslieden waren enkel gekleed met een gordel van kokosvezels, op het hoofd droegen ze een soort van mijter, tapa geheeten; de dansers bootsten een gevecht na; ze lieten in hun handen houten lansen allerlei bewegingen uitvoeren, en wisten die zoo snel te draaien, dat men de wapens niet kon onderscheiden. Bij het simuleeren van aanvallen en verrassingen in den oorlog bezongen ze de barbaarsche vreugden van de zegepraal.

Ze waren ontzagwekkend, die bronzen lichamen, tegen den strakken horizon. De passaatwind, die krachtig waaide, deed de doode bladen opvliegen, wrong de kokospalmen tot grillige houdingen en gaf aan het tooneel een indruk van kracht en majesteit.

Toen de schemering viel en de horizon in vlammen was gezet, moesten de jonge meisjes hun klooster weer opzoeken en moesten daarbij door het dorp gaan. Er heerschte op straat een diepe stilte, daar de wind was gaan liggen na zonsondergang; een drukkende stilte was gevolgd en scheen loodzwaar op de natuur te drukken. Trots de toenemende duisternis onder de onbewegelijke palmen zou men het niet hebben moeten wagen, zich eenige vertrouwelijkheid te veroorloven tegenover de meisjes; ze zouden wel heel gauw klaar zijn geweest den gevreesden verzoeker te verjagen met een "covi... covi... satana!..." den uitroep, waarmee de dames haar afkeer van Europeanen te kennen geven.

Het was nu al drie weken geleden, dat wij op de Walliseilanden aan wal waren gegaan, en de hydrographische werkzaamheden, waarvoor wij er heen waren gezonden, liepen ten einde. We hadden bakens van koraalgesteente opgericht met ijzeren punten gekroond, die het kanaal moesten aanwijzen, waarlangs Mata-Utu moest worden bereikt, over een lengte van drie mijlen.

Die werken stelden ons tevens in de gelegenheid, op te merken, met hoe groote zekerheid het stelsel der persoonlijke heerendiensten werkt. De koning had beloofd, het noodige materiaal op een bepaalde plaats te doen neerleggen, en de inboorlingen brachten op het aangewezen uur blokken koraal, zooals wij hadden besteld, maar het was ons onmogelijk, hun hulp te erlangen voor het plaatsen der bakens. We moesten daartoe een beroep doen op hun hoofdman, en onze eischen hadden bijna aanleiding gegeven tot een diplomatieke quaestie.

Daar de vorm der diensten, door ons verlangd, iets nieuws was, vreesde de monarch, misbruik te maken van zijn gezag, als hij er het bevel toe gaf. Na lange onderhandelingen ontving men aan boord het koninkje met de eerbewijzen van iederen souverein, dus 21 kanonschoten, en de moeilijkheden waren uit den weg geruimd. De onderdanen, blijkbaar gevleid, dachten er niet meer over, om te protesteeren; en dank zij den handenarbeid van ongeveer 1500 van de inboorlingen, was ons werk spoedig afgeloopen.

Wij woonden ook nog den dag voor ons vertrek een plechtigheid bij, die interessant was, omdat de locale overleveringen er in werden geëerd naast den christelijken eeredienst. Er werd een vrouw begraven, die bij de bevalling gestorven was. Het lichaam was gewikkeld in een groot stuk tapa, dat voor vocht ondoordringbaar was gemaakt en werd op een draagbaar door mannen gedragen. Bij die gelegenheid stemden de inboorlingen zeer ernstige liederen aan.

Ik geloof, dat er ter wereld geen meer verwaarloosde kolonie bestaat dan de archipel der Wallis-eilanden; Frankrijk weet er niets van en trekt ook geen enkel voordeel uit het bezit; de kolonie is als een tooisel, waar een mooie vrouw geen waarde aan hecht.

Geen enkele plaats geeft zoozeer het gevoel, dat men zich op een eiland bevindt, afgescheiden van de overige wereld. Zooals het bij het bestijgen van de hellingen van een berg gebeuren kan, dat men, na de opwekkende kracht van de hoogere streken te hebben gevoeld, plotseling de onaangename gewaarwording krijgt, die ontstaat door de verdunning van de lucht, zoo brengt dit verloren eiland een gevoel teweeg van sombere en doffe lusteloosheid, waar toch geen physieke oorzaak voor is aan te wijzen. Het heeft iets van eerbiedige ingetogenheid, van teederheid, van vergetelheid der wereld en haar belangen, maar laat een ontmoedigende leegte achter.

Door een onverklaarbare tegenstelling gevoelt ge nu eens de behoefte, altijd te blijven op deze plaats van zoete rust, en in een volgend oogenblik heeft er een snelle reactie plaats en er wordt in u een vurige wensch geboren, om weg te vluchten, een begeerte, die u bij de onmogelijkheid der vervulling, troosteloos en weemoedig achterlaat. Er komt een vermoeidheid over u; de ziel wordt onrustig en weifelend als de kompasnaald bij een onweder.

Toen wij eindelijk vertrokken waren, en Uvea niet meer was dan een nevelachtig plekje tegen de lucht, ademden wij vrijer; maar het afscheid ging toch wel gepaard met gevoelens van droefheid.